01 Bijlage 1: Ontwerpbestemmingsplan 'Veegplan gemeente Medemblik'
Tekst van het document
89/210
Artikel 5
Agrarisch (Artikel 3 Bestemmingsplan Dorpskernen II Herziening 2014)
Voor zover gronden binnen dit veegplan zijn voorzien van een bestemmingsvlak met de bestemming 'Agrarisch (Artikel 3 Bestemmingsplan Dorpskernen II Herziening 2014)' zijn de regels van artikel 3 van het bestemmingsplan Dorpskernen II Herziening 2014, vastgesteld op 29 september 2016 van toepassing. Onderstaande wijziging van de regels is voor alle voor 'Agrarisch (Artikel 3 Bestemmingsplan Dorpskernen II Herziening 2014)' bestemde percelen van toepassing in het bestemmingsplan Dorpskernen II Herziening 2014, vastgesteld op 29 september 2016. 5.1 Bestemmingsomschrijving (lid 3.1) De tekst van sublid b. wordt vervangen door de volgende tekst: b. de uitoefening van het agrarisch bedrijf met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering met inbegrip van bollenbroeierijen, ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - bedrijfskavel agrarisch grondgebonden bedrijf"; Na sublid n. wordt een nieuw sublid o. toegevoegd met de volgende tekst: o. schuurkassen ten behoeve van bollenbroeierijen; De oorspronkelijke subleden o. tot en met r. worden vernummerd maar p. tot en met s.. 5.2 Bouwregels (lid 3.2) 5.2.1 Gebouwen en overkappingen (sublid 3.2.1) De tekst van sublid c.. wordt vervangen door de volgende tekst: c.
per gebied, dat ter plaatse is voorzien van een agrarische bedrijfskavel, mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van het ter plaatse gevestigde ((niet-)grondgebonden agrarisch inclusief bollenbroei) bedrijf worden gebouwd; In de tabel behorende bij sublid g. wordt de volgende functie van een gebouw met daarbij behorende maatvoering ingevoegd: Functie van een gebouw Schuurkassen
Goothoogte in m max. 8,00
Bouwhoogte in m max. 12,00
5.3 Afwijken van de bouwregels (lid 3.4) 5.3.1 Nieuwbouw huisvesting werknemers (sublid 3.4.2) De tekst van sublid 3.4.2. wordt vervangen door de volgende tekst: Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2.1 onder a. in die zin dat gebouwen ten behoeve van de huisvesting van buitenlandse werknemers worden geplaatst, mits:
90/210
a. de gebouwen noodzakelijk zijn voor de huisvesting van buitenlandse werknemers die werkzaam zijn op het ter plaatse gevestigde agrarische bedrijf of agrarische handelsbedrijf, waarbij voor ten hoogste vier maanden per jaar de huisvesting ook mag worden aangewend voor buitenlandse werknemers die werkzaam zijn op een ander agrarisch bedrijf of agrarisch handelsbedrijf; b. het aantal buitenlandse werknemers dat in de gebouwen wordt gehuisvest per agrarische bedrijfskavel ten hoogste 60 zal bedragen; c. minimaal 40% van de huisvestingsplekken wordt ingericht als eenpersoons slaapkamers; d. het aantal te huisvesten buitenlandse werknemers wordt afgestemd op de (tijdelijke) arbeidsbehoefte van het agrarische bedrijf, waarbij tevens getoetst wordt op het advies van de agrarische beoordelingscommissie; e. de gebouwen voor de huisvesting van buitenlandse werknemers binnen het bouwvlak worden gebouwd; f. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen ten behoeve van de huisvesting per agrarische bedrijfskavel ten hoogste 400 m² zal bedragen; g. de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 8,00 m zal bedragen; h. de onderlinge afstand tussen de gebouwen ten minste 5,00 m bedraagt; i. de toegang van een gebouw dient tot op 40,00 m te naderen zijn voor een brandweervoertuig; j.
er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; k. de huisvesting plaatsvindt op een afstand van ten minste 50 m ten opzichte van nabijgelegen woningen; l. met een erfinpassingsplan wordt aangetoond dat de ontwikkeling op een zorgvuldige wijze landschappelijk wordt ingepast, tenzij bestaande afschermende beplanting hier voldoende in voorziet; m. bij beëindiging van het agrarisch bedrijf of het agrarisch handelsbedrijf de huisvesting van de buitenlandse werknemers wordt beëindigd; n. de geluidsbelasting niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere waarde; o. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de landschappelijke en cultuurhistorische waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 5.4 Specifieke gebruiksregels (lid 3.5) De tekst van sublid i. wordt vervangen door de volgende tekst: i. het gebruik van bedrijfsgebouwen, tweede bedrijfswoningen en plattelandswoningen voor de huisvesting van buitenlandse werknemers; 5.5 Afwijken van de gebruiksregels (lid 3.6) 5.5.1 Huisvesting buitenlandse werknemers (sublid 3.6.4) De tekst van sublid 3.6.4.
wordt vervangen door de volgende tekst: Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.5 onder i. in die zin dat bedrijfsgebouwen en/of tweede bedrijfswoning en/of plattelandswoning al dan niet in combinatie met interne bouwactiviteiten worden gebruikt voor de huisvesting van buitenlandse werknemers, mits: a. per agrarische bedrijfskavel ten hoogste 60 huisvestingsplekken voor buitenlandse werknemers zijn toegestaan, waarvan maximaal 8 huisvestingsplekken in de tweede bedrijfswoning en/of plattelandswoning; b. de huisvesting uitsluitend wordt aangewend voor de huisvesting van buitenlandse werknemers die
91/210
c. d.
e. f. g. h.
werkzaam zijn op het ter plaatse gevestigde agrarische bedrijf of agrarisch handelsbedrijf, waarbij voor ten hoogste vier maanden per jaar de huisvesting ook mag worden aangewend voor buitenlandse werknemers die werkzaam zijn op een ander agrarisch bedrijf of agrarisch handelsbedrijf; minimaal 40% van de huisvestingsplekken wordt ingericht als eenpersoons slaapkamers; het aantal te huisvesten buitenlandse werknemers wordt afgestemd op de (tijdelijke) arbeidsbehoefte van het agrarische bedrijf, waarbij tevens getoetst wordt op het advies van de agrarische beoordelingscommissie; er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; de huisvesting plaatsvindt op een afstand van ten minste 50 m ten opzichte van nabijgelegen woningen; bij beëindiging van het agrarisch bedrijf of het agrarisch handelsbedrijf de huisvesting van de buitenlandse werknemers wordt beëindigd; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
92/210
Artikel 6
Agrarisch (Artikel 3 Bestemmingsplan Dorpskernen III)
Voor zover gronden binnen dit veegplan zijn voorzien van een bestemmingsvlak met de bestemming 'Agrarisch (Artikel 3 Bestemmingsplan Dorpskernen III)' zijn de regels van artikel 3 van het bestemmingsplan Dorpskernen III, vastgesteld op 26 april 2018 van toepassing. Onderstaande wijziging van de regels is voor alle voor 'Agrarisch (Artikel 3 Bestemmingsplan Dorpskernen III)' bestemde percelen van toepassing in het bestemmingsplan Dorpskernen III, vastgesteld op 26 april 2018. 6.1 Bestemmingsomschrijving (lid 3.1) De tekst van sublid b. wordt vervangen door de volgende tekst: b. de uitoefening van het agrarisch bedrijf met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering met inbegrip van bollenbroeierijen, ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - bedrijfskavel agrarisch grondgebonden bedrijf", alsmede in combinatie met en in ondergeschikte mate ruimte voor: Na sublid u. wordt een nieuw sublid v. toegevoegd met de volgende tekst: v. schuurkassen ten behoeve van bollenbroeierijen; De oorspronkelijke subleden v. tot en met w. worden vernummerd maar w. tot en met x.. 6.2 Bouwregels (lid 3.2) 6.2.1 Gebouwen en overkappingen (sublid 3.2.1) In de tabel behorende bij sublid g. wordt de volgende functie van een gebouw met daarbij behorende maatvoering ingevoegd en als volgt aangepast: Functie van een gebouw
Bedrijfsgebouw of overkapping = Kassen = Schuurkassen Torensilo Veldschuur Bedrijfswoning+ Bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning
93/210
Maximale oppervlakte
Goothoogte in m Dakhelling in °
per gebouw gezamenlijk -
max.
min.
max.
Bouwhoogte in m max.
8,00
15
60
14,00
85 m² bestaand 150 m² -
8,00 3,00 7,00 4,00
15 30# -
60 60# 60
8,00 12,00 20,00 12,00 8,00
2.000 m² 75 m²
Tunnelkassen, boogkassen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen kassen ten behoeve van de teeltondersteuning op het land*
-
-
-
-
3,00
* tevens buiten de bouwpercelen toegestaan. + tenzij de gronden zijn voorzien van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - stolp", in welke geval de volgende bouwregels gelden: een stolp zal binnen het gebied ter plaatse van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - stolp" worden gebouwd; de oppervlakte, goothoogte en dakhelling van een stolp zal ten minste en ten hoogste de bestaande oppervlakte, goothoogte en dakhelling bedragen. # dan wel een kap in de vorm van een mansardekap; = tenzij de gronden zijn voorzien van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende maatvoering' in welk geval de volgende bouwregels gelden: de goothoogte van een bedrijfsgebouw of overkapping zal ten hoogste 4,50 m bedragen; de dakhelling van een bedrijfsgebouw of overkapping zal ten minste 15° en ten hoogste 60° bedragen; de gezamenlijke oppervlakte van kassen zal ten hoogste 500 m² bedragen; de bouwhoogte van een kas zal ten hoogste 6,00 m bedragen. 6.2.2 Andere bouwwerken (sublid 3.2.2) De tekst van sublid f. wordt vervangen door de volgende tekst: f.
de bouwhoogte van overige andere bouwwerken zal binnen het bouwperceel ten hoogste 15,00 m bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende maatvoering' de bouwhoogte van overige andere bouwwerken ten hoogste 5,00 meter zal bedragen; 6.3 Afwijken van de bouwregels (lid 3.4) 6.3.1 Nieuwbouw huisvesting buitenlandse werknemers (sublid 3.4.2) De tekst van sublid 3.4.2. wordt vervangen door de volgende tekst: Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2.1 onder a. in die zin dat gebouwen ten behoeve van de huisvesting van buitenlandse werknemers worden geplaatst, mits: a. de gebouwen noodzakelijk zijn voor de huisvesting van buitenlandse werknemers die werkzaam zijn op het ter plaatse gevestigde agrarische bedrijf of agrarische handelsbedrijf, waarbij voor ten hoogste vier maanden per jaar de huisvesting ook mag worden aangewend voor buitenlandse werknemers die werkzaam zijn op een ander agrarisch bedrijf of agrarisch handelsbedrijf; b. het aantal buitenlandse werknemers dat in de gebouwen wordt gehuisvest per agrarische bedrijfskavel ten hoogste 60 zal bedragen; c. minimaal 40% van de huisvestingsplekken wordt ingericht als eenpersoons slaapkamers; d.
het aantal te huisvesten buitenlandse werknemers wordt afgestemd op de (tijdelijke) arbeidsbehoefte van het agrarische bedrijf, waarbij tevens getoetst wordt op het advies van de agrarische
94/210
beoordelingscommissie; e. de gebouwen voor de huisvesting van buitenlandse werknemers binnen het bouwvlak worden gebouwd; f. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen ten behoeve van de huisvesting per agrarische bedrijfskavel ten hoogste 400 m² zal bedragen; g. de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 8,00 m zal bedragen; h. de onderlinge afstand tussen de gebouwen ten minste 5,00 m bedraagt; i. de toegang van een gebouw dient tot op 40,00 m te naderen zijn voor een brandweervoertuig; j. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; k. de huisvesting plaatsvindt op een afstand van ten minste 50 m ten opzichte van nabijgelegen woningen; l. met een erfinpassingsplan wordt aangetoond dat de ontwikkeling op een zorgvuldige wijze landschappelijk wordt ingepast, tenzij bestaande afschermende beplanting hier voldoende in voorziet; m. bij beëindiging van het agrarisch bedrijf of het agrarisch handelsbedrijf de huisvesting van de buitenlandse werknemers wordt beëindigd; n. de geluidsbelasting niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere waarde; o.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de landschappelijke en cultuurhistorische waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 6.4 Specifieke gebruiksregels (lid 3.5) De tekst van sublid j. wordt vervangen door de volgende tekst: j. het gebruik van bedrijfsgebouwen, tweede bedrijfswoningen en plattelandswoningen voor de huisvesting van buitenlandse werknemers; 6.5 Afwijken van de gebruiksregels (lid 3.6) 6.5.1 Huisvesting buitenlandse werknemers (sublid 3.6.4) De tekst van sublid 3.6.4. wordt vervangen door de volgende tekst: Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.5 onder j. in die zin dat bedrijfsgebouwen en/of tweede bedrijfswoning en/of plattelandswoning al dan niet in combinatie met interne bouwactiviteiten worden gebruikt voor de huisvesting van buitenlandse werknemers, mits: a. per agrarische bedrijfskavel ten hoogste 60 huisvestingsplekken voor buitenlandse werknemers zijn toegestaan, waarvan maximaal 8 huisvestingsplekken in de tweede bedrijfswoning en/of plattelandswoning; b.
de huisvesting uitsluitend wordt aangewend voor de huisvesting van buitenlandse werknemers die werkzaam zijn op het ter plaatse gevestigde agrarische bedrijf of agrarisch handelsbedrijf, waarbij voor ten hoogste vier maanden per jaar de huisvesting ook mag worden aangewend voor buitenlandse werknemers die werkzaam zijn op een ander agrarisch bedrijf of agrarisch handelsbedrijf; c. minimaal 40% van de huisvestingsplekken wordt ingericht als eenpersoons slaapkamers; d. het aantal te huisvesten buitenlandse werknemers wordt afgestemd op de (tijdelijke) arbeidsbehoefte van het agrarische bedrijf, waarbij tevens getoetst wordt op het advies van de agrarische beoordelingscommissie; e. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt;
95/210
f. de huisvesting plaatsvindt op een afstand van ten minste 50 m ten opzichte van nabijgelegen woningen; g. bij beëindiging van het agrarisch bedrijf of het agrarisch handelsbedrijf de huisvesting van de buitenlandse werknemers wordt beëindigd; h. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
96/210
Artikel 7
Agrarisch (Artikel 3 Bestemmingsplan Dorpskernen IV)
Voor zover gronden binnen dit veegplan zijn voorzien van een bestemmingsvlak met de bestemming 'Agrarisch (Artikel 3 Bestemmingsplan Dorpskernen IV)' zijn de regels van artikel 3 van het bestemmingsplan Dorpskernen IV, vastgesteld op 29 september 2016 van toepassing. Onderstaande wijziging van de regels is voor alle voor 'Agrarisch (Artikel 3 Bestemmingsplan Dorpskernen IV)' bestemde percelen van toepassing in het bestemmingsplan Dorpskernen IV, vastgesteld op 29 september 2016. 7.1 Bestemmingsomschrijving (lid 3.1) De tekst van sublid b. wordt vervangen door de volgende tekst: b. de uitoefening van het agrarisch bedrijf met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering met inbegrip van bollenbroeierijen, ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - bedrijfskavel agrarisch grondgebonden bedrijf", al dan niet in combinatie met en in ondergeschikte mate ruimte voor: Na sublid s. wordt een nieuw sublid t. toegevoegd met de volgende tekst: t. schuurkassen ten behoeve van bollenbroeierijen; De oorspronkelijke subleden s. tot en met w. worden vernummerd maar t. tot en met x.. 7.2 Bouwregels (lid 3.2) 7.2.1 Gebouwen en overkappingen (sublid 3.2.1) In de tabel behorende bij sublid h. wordt de volgende functie van een gebouw met daarbij behorende maatvoering ingevoegd: Functie van een gebouw Schuurkassen
Goothoogte in m max. 8,00
Bouwhoogte in m max. 12,00
7.3 Afwijken van de bouwregels (lid 3.4) 7.3.1 Nieuwbouw huisvesting buitenlandse werknemers (sublid 3.4.2) De tekst van sublid 3.4.2. wordt vervangen door de volgende tekst: Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2.1 onder a. in die zin dat gebouwen ten behoeve van de huisvesting van buitenlandse werknemers worden geplaatst, mits: a. de gebouwen noodzakelijk zijn voor de huisvesting van buitenlandse werknemers die werkzaam zijn op het ter plaatse gevestigde agrarische bedrijf of agrarische handelsbedrijf, waarbij voor ten hoogste vier maanden per jaar de huisvesting ook mag worden aangewend voor buitenlandse werknemers die werkzaam zijn op een ander agrarisch bedrijf of agrarisch handelsbedrijf; b. het aantal buitenlandse werknemers dat in de gebouwen wordt gehuisvest per agrarische bedrijfskavel ten hoogste 60 zal bedragen; c. minimaal 40% van de huisvestingsplekken wordt ingericht als eenpersoons slaapkamers;
97/210
d. het aantal te huisvesten buitenlandse werknemers wordt afgestemd op de (tijdelijke) arbeidsbehoefte van het agrarische bedrijf, waarbij tevens getoetst wordt op het advies van de agrarische beoordelingscommissie; e. de gebouwen voor de huisvesting van buitenlandse werknemers binnen het bouwvlak worden gebouwd; f. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen ten behoeve van de huisvesting per agrarische bedrijfskavel ten hoogste 400 m² zal bedragen; g. de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 8,00 m zal bedragen; h. de onderlinge afstand tussen de gebouwen ten minste 5,00 m bedraagt; i. de toegang van een gebouw dient tot op 40,00 m te naderen zijn voor een brandweervoertuig; j. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; k. de huisvesting plaatsvindt op een afstand van ten minste 50 m ten opzichte van nabijgelegen woningen; l. met een erfinpassingsplan wordt aangetoond dat de ontwikkeling op een zorgvuldige wijze landschappelijk wordt ingepast, tenzij bestaande afschermende beplanting hier voldoende in voorziet; m. bij beëindiging van het agrarisch bedrijf of het agrarisch handelsbedrijf de huisvesting van de buitenlandse werknemers wordt beëindigd; n.
de geluidsbelasting niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere waarde; o. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de landschappelijke en cultuurhistorische waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 7.4 Specifieke gebruiksregels (lid 3.5) De tekst van sublid j. wordt vervangen door de volgende tekst: j. het gebruik van bedrijfsgebouwen, tweede bedrijfswoningen en plattelandswoningen voor de huisvesting van buitenlandse werknemers; 7.5 Afwijken van de gebruiksregels (lid 3.6) 7.5.1 Huisvesting buitenlandse werknemers (sublid 3.6.4) De tekst van sublid 3.6.4. wordt vervangen door de volgende tekst: Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.5 onder j. in die zin dat bedrijfsgebouwen en/of tweede bedrijfswoning en/of plattelandswoning al dan niet in combinatie met interne bouwactiviteiten worden gebruikt voor de huisvesting van buitenlandse werknemers, mits: a. per agrarische bedrijfskavel ten hoogste 60 huisvestingsplekken voor buitenlandse werknemers zijn toegestaan, waarvan maximaal 8 huisvestingsplekken in de tweede bedrijfswoning en/of plattelandswoning; b.
de huisvesting uitsluitend wordt aangewend voor de huisvesting van buitenlandse werknemers die werkzaam zijn op het ter plaatse gevestigde agrarische bedrijf of agrarisch handelsbedrijf, waarbij voor ten hoogste vier maanden per jaar de huisvesting ook mag worden aangewend voor buitenlandse werknemers die werkzaam zijn op een ander agrarisch bedrijf of agrarisch handelsbedrijf; c. minimaal 40% van de huisvestingsplekken wordt ingericht als eenpersoons slaapkamers; d. het aantal te huisvesten buitenlandse werknemers wordt afgestemd op de (tijdelijke) arbeidsbehoefte van het agrarische bedrijf, waarbij tevens getoetst wordt op het advies van de agrarische beoordelingscommissie;
98/210
e. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; f. de huisvesting plaatsvindt op een afstand van ten minste 50 m ten opzichte van nabijgelegen woningen; g. bij beëindiging van het agrarisch bedrijf of het agrarisch handelsbedrijf de huisvesting van de buitenlandse werknemers wordt beëindigd; h. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
99/210