01 Bijlage 1 DOC-23-758875 Groenstructuurplan
Tekst van het document
Groenstructuurplan Gemeente Medemblik November 2023
Colofon Titel:
Groenstructuurplan Medemblik - Ruimte voor waardevol openbaar groen
Opdrachtgever:
Gemeente Medemblik Robert Bibo en Sjef Driessen
Auteurs:
Cyber Advies Anneloes Voorberg - van Leeuwen, Judith Slot en Joyce Lokate Groenadvies Amsterdam Niek Vernooij
Versie:
42023017 - 01
Datum:
November 2023
INHOUDSOPGAVE
INLEIDING & CONTEXT
4
DEEL 4: GROENSTRUCTUURPASPOORTEN Groenblauwe hoofdstructuur
50
Entrees en belangrijke plekken
52
Dorpsranden
54
Buitengebied
56
Lintstructuren
58
Bedrijventerreinen en werkgebieden
60
9
Participatie proces
15
Literatuuronderzoek
16
DEEL 2: ALGEMENE PRINCIPES
19
Principes
24
Uitgangspunten participatie
31
DEEL 3: GROENSTRUCTUURKAART
33
BIJLAGEN
Opzet van de kaart
38
II. Beeldvormingssessies
Uitwerking van de kernen
40
III. Resultaten enquête bewoners
De basis
De groene structuur
10
20
34
48
Wijkgroen
DEEL 1: ANALYSE Ruimtelijke analyse
47
I. Beleidsanalyse
INLEIDING & CONTEXT De gemeenteraad van Medemblik heeft begin 2023 een groenvisie en -beleid ‘beleidskaders openbaar groen’ vastgesteld met als titel: “Wij gaan voor waardevol openbaar groen in Medemblik – Voor nu en de toekomst!”. Hierin staat de visie op groen en de beleidsuitgangspunten voor groen en bomen. Dit beleidskader wordt uitgewerkt in een Groenstructuurplan en een Beheerplan.
Doel van het plan Dit Groenstructuurplan is een praktische en visuele vertaling van de groenvisie en beleidsnota ‘beleidskaders openbaar groen’, waarmee ambities uit de beleidsnota verder worden uitgewerkt. Het doel van dit plan is het bepalen van (plek)specifieke ambities voor het groen binnen de Gemeente Medemblik en aan te geven hoe hieraan invulling wordt gegeven. Deze invulling betreft naast de inrichting van het groen ook het geven van kaders voor het gebruik van het gemeentelijk groen. In dit Groenstructuurplan zijn bestaande, te behouden, te versterken en nieuw te ontwikkelen (hoofd) groenstructuren vastgelegd. Het biedt een toetsingskader voor alle ontwikkelingen in de leefomgeving (nieuwe projecten, initiatieven en overige ontwikkelingen). Het geeft kaders en richtlijnen voor inrichting, beheer en samenwerking binnen de gemeentelijke organisatie en daarbuiten, met bewoners en initiatiefnemers, ondernemers en samenwerkingspartners.
In dit Groenstructuurplan is het beleidskader uitgewerkt in een groenstructuurkaart en beleid voor groen en bomen. Onderdelen zijn: • Algemene uitgangspunten en principes • Een groenstructuurkaart van de hele gemeente • Een groenstructuurkaart per kern • Structuurpaspoorten, met de uitgangspunten per onderdeel van de groenstructuurkaart
BIODIVERSITEIT & NATUURWAARDEN
KLIMAATADAPTATIE & DUURZAAMHEID
ECONOMIE RECREATIE & TOERISME
IDENTITEIT & BELEVING
VITALE LEEFOMGEVING
De thema’s voor openbaar groen, vastgesteld en uitgelegd in de ‘Beleidskaders Openbaar Groen’ (2023), worden in dit Groenstructuurplan gehanteerd 4
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
Kader en Afbakening
Groenstructuurplan (2011)
Dit Groenstructuurplan heeft betrekking op het totale areaal openbaar groen in de gemeente Medemblik. Het plan geeft ook aan welke groengebieden van particulieren en terrein beherende instanties een belangrijke rol hebben binnen de structuren.
Het voormalige Groenstructuurplan dateert uit 2011 en bestaat uit de groenstructuur en de groenvisie. De nieuwe beleidskaders voor het openbaar groen en dit Groenstructuurplan vervangen het huidige plan.
Met het vaststellen van het Groenstructuurplan legt de gemeente de groenstructuur vast en de principes voor inrichting, beheer en organisatie van het groen. Dit dient als (toetsings-)kader bij alle projecten, werkzaamheden en ontwikkelingen in de openbare ruimte.
In het Groenstructuurplan van 2011 wordt een beschrijving gegeven over de (gewenste) kwaliteit van het openbaar groen binnen de gemeente Medemblik. Dit is gedaan aan de hand van de structuur van het openbaar groen, en er wordt aangegeven waar de kwaliteitenen knelpunten liggen. De groenvisie is opgehangen aan deze structuur en geeft hoofdlijnen, uitgangspunten en randvoorwaarden voor het groenbeleid welke weer is uitgewerkt in kansen en aanbevelingen voor de groenkwaliteit.
In het schema hiernaast is weergegeven hoe de samenhang is tussen de verschillende vastgestelde of nog vast te stellen notities. De vastgestelde kaders uit de verschillende notities dienen als input bij de totstandkoming van dit plan. De onderdelen van het Groenstructuurplan zijn gebaseerd op de gebiedsindeling vanuit het IBOR. Hierbij zijn enkele groenspecifieke aanvullingen gedaan. In een apart groen- en bomenbeheerplan wordt dit vertaald naar de uitvoering. Omgevingsvisie (i.o.) Gerelateerde beleidsplannen
Beleidsnota Biodiversiteit Structuurvisie (komt te vervallen met Omgevingsvisie) Klimaat en duurzaamheid Grondbeleid Inrichting en beheer openbare ruimte Natuur- en Recreatieplan ect.
Beleidskader Openbaar Groen (2022) Groenstructuurplan (2023)
Programmabegroting (2023 –2026)
De afgelopen jaren zijn er grote maatschappelijke ontwikkelingen; denk aan klimaatverandering, verlies van biodiversiteit en veranderend gebruik van de buitenruimte. Deze veranderingen stellen nieuwe eisen aan de groene buitenruimte. De groenstructuur moet integraal bekekenen worden vanuit deze brede maatschappelijke context. In het oude Groenstructuurplan is hier minder aandacht voor en sluit daarmee niet meer volledig aan. Daarnaast is de groenstructuur aan verandering onderhevig geweest, door ontwikkelingen, areaalaanpassingen, etc. Ook daarom is een nieuw Groenstructuurplan wenselijk.
Programma’s
Programma Duurzaamheid (2021) Programma stedelijk water en riolering Woonvisie etc.
IBOR & LIOR
Groenbeheerplan (2024) Uitvoering Beleidskader groen Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
5
Handleiding gebruik structuurplan Het Groenstructuurplan bestaat uit de volgende onderdelen:
Het afwegingskader (pagina 22) helpt om keuzes te maken vanuit de structuurkaart en de structuurpaspoorten – wat doen we waar? • Welk groen is passend op welke plek of in welk gebied? • Welke belangen, thema’s en opgaven spelen daar? • Hoe kunnen we daarin een afweging maken (al dan niet tussen verschillende thema’s)?
Leeswijzer
Er is een groenstructuurkaart voor de gehele gemeente Medemblik opgezet. Daarnaast is er per kern een uitwerking gemaakt. De groenstructuurkaart is een geografische weergave van hoe groen bijdraagt aan de eerdergenoemde opgaven. De kaart is opgebouwd in: • punten (=plekken), zoals belangrijke dorpsentrees, begraafplaatsen, barrières, hotspots , groene verblijfsplekken in woonwijken. • lijnen (=structuren), zoals hoofdwegen, belangrijke waterwegen, historische kavelverdelingen, groen- en recreatieve verbindingen. • vlakken (=gebieden), zoals woonwijken, bedrijventerreinen, beschermde dorpsgezichten, centra, buitengebied. Enkele legendaeenheden (=onderdelen/structuurelementen) van de structuurkaart zijn uitgewerkt in een structuurpaspoort. Deze schetsen het gewenste (groen)beeld en sommen principes op die aan dat beeld bijdragen. • Deze zijn gebied/plek specifiek. • Er worden principes aan thema’s gekoppeld. • Er wordt onderscheid gemaakt tussen inrichtingsprincipes, beheerprincipes en organisatie- en samenwerkingsprincipes. 6
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
In de beknopte analyse staan de bevindingen die de basis vormen voor de verdere uitwerking. De algemene principes vertalen de ambities en uitgangspunten van de beleidsnota naar concretere zaken voor het groen en de bomen. Hierbij is onderscheid gemaakt in inrichting-, beheer- en organisatieprincipes. De groenstructuurkaart laat de belangrijke elementen van het groen in de gemeente zien. Deze zijn in de structuurpaspoorten verder concreet gemaakt.
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
7
Bomenstructuur aan het begin van een weg in open buitengebied
Hoofdstuk pagina
8
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
DEEL 1
Analyse De analyse in dit hoofdstuk geeft input voor de algemene principes, bomen- en groenbeleid, de groenstructuurkaart en de structuurpaspoorten. Er is tijdens het proces breed opgehaald, vanuit diverse invalshoeken, vakdisciplines en belanghebbenden. In de volgende delen van dit document is de input naar uitgangsunten voor groen vertaald (in principes en structuurplan). Hier wordt dus alleen de analyse op belangrijkste punten weergegeven, vanuit verschillende belangen of vertrekpunten. Hierna wordt dit vertaald in groenbeleid. Deze analyse bestaat uit: • ruimtelijke analyse • beleidsanalyse • interviews, inwonersenquête en sessies • literatuuronderzoek naar belang van groen en bomen In de inleiding is schematisch weergegeven hoe dit stuk in het beleidskader van de Gemeente Medemblik past. Relevante stukken zijn geanalyseerd en hoofdlijnen zijn meegenomen bij het opstellen van dit plan. Een samenvatting van hoofdpunten is te vinden in bijlage 1. De overige bovengenoemde punten worden in dit hoofdstuk verder toegelicht en weergegeven.
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
9
RUIMTELIJKE ANALYSE Cultuurhistorie Belangrijkste punten: •
Er zijn veel linten in het buitengebied met historische waarden, zoals monumenten, molens, kerken, historische landschappen en dijken, watergangen, droogmakerijen en grafheuvels.
•
Tussen Wervershoof en Zwaagdijk oost ligt een plek met archeologische waarde, grafheuvels, en op de kaart historische waarde van de provincie – dit overlapt met de ambitiekaart natuurbeheerplan/Natuurnetwerk Nederland (NNN).
•
In Medemblik, Twisk (en in beperkte mate in Wognum) is een hoge concentratie van historische punten. In Medemblik is een kasteel aanwezig. Twisk heeft ongeveer 100 stolpboerderijen en 51 oude en rijks monumentale gebouwen. De oudste stolpboerderij van West Friesland staat in Twisk en dateert van 1576.
•
Er bestaan nog een paar plekken in het buitengebied met oude verkavelingspatronen.
Historische kaart (rond1960) met meer grillige waterlopen rond de Groote Vliet 10
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
Historische kaart (rond1850) met de lintstructuren en - dorpen, en de Bennemeerpolder met karakteristiek verkavelings patroon
De West-Friese Omringdijk ter hoogte van Medemblik
Recreatie Belangrijkste punten:
Afbeelding
•
In de gemeente zijn veel fiets-, wandel- en vaarroutes aanwezig, zowel tussen de kernen als door de kernen heen.
•
De routes in het buitengebied komen vaak overeen met historische lijnen. Bijna alle routes op deze historische lijnen worden begeleid door bomen.
•
Langs recreatieve routes in het buitengebied, die niet langs de oude lijnen gaan, staan weinig tot geen bomen of opgaande beplanting.
•
Vooroever is een belangrijke recreatieve zone aan het IJsselmeer.
Lintstructuur Twisk: een belangrijke recreatieve verbinding met wandel- en fietsroutes
Polderweg met naastgelegen fietsroute zonder bomen of schaduw
Vooroever (bron Google Maps - streetview) met wandel-, fiets- en waterrecreatie Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
11
Groen Belangrijkste punten: •
Er zijn een aantal gebieden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) verspreid door de gemeente. De meeste worden ontsloten door het fietsroutenetwerk.
•
Belangrijke natuur/recreatiegebieden bevinden zich aan de randen van de gemeente.
•
De meeste groene ‘voorzieningen’ zijn in de kernen. In het buitengebied zijn de meeste gekoppeld aan het NNN met uitzondering van drie gebieden ten westen en oosten van Andijk.
•
Langs veel wegen en waterwegen in het buitengebied liggen bermen, soms met bomen. Dit hangt samen met cultuurhistorie en recreatie.
•
Rondom veel kernen zijn karakteristieke groenplekken en/of groene parken aanwezig.
Ecozone met ruige, biodiverse beplanting langs waterpartijen
Parkzone als overgang tussen kern en het omliggende landschap 12
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
Gebiedsindeling (structuur) Belangrijkste punten: •
In het oosten is met name akkerbouw aanwezig en in het westen neigt het grondgebruik meer naar weide en grasland. In loop van tijd werd dit verschil steeds kleiner. Fruitteelt is verspreid over de gemeente.
•
De A7 en de spoorlijn naar Medemblik (kern) doorsnijden landschapsstructuren. Met name de A7 vormt voor groen een barrière. In het zuiden loopt ook de provinciale weg een stuk door de gemeente én van Zwaagdijk Oost naar Medemblik (kern). Recreatieve routes lijken zich hier weinig van aan te trekken, het NNN wel, die wordt in het westen door de A7 begrensd en de provinciale weg in het zuiden loopt er dwars doorheen.
•
Nog best veel losse bebouwing in het buitengebied – opvallend zijn de bebouwde vlakken tussen Wervershoof en Hoogkarspel (SED). Daar worden de zaden etc. geproduceerd.
•
Er zijn een aantal sport- en recreatiegebieden verspreid over de gemeente – deze worden grotendeels ontsloten door het recreatieve netwerk.
•
Medemblik en Twisk hebben beschermde dorpsgezichten.
•
Er zijn nog verschillende polderlandschappen te herkennen, met elk een eigen karakteristieke verkaveling, verkavelingsrichting en schaal (zie historische kaart hiernaast).
Bollenvelden in het buitengebied, als belangrijk grondgebruik en recreatieve trekpleister
Historische kaart (rond 1810) met verschillende polderlandschappen (rond Abbekerk - Twisk, tussen Opperdoes en Hauwert en tussen Andijk en Grootebroek).
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
13
Water en klimaat Belangrijkste punten: •
Alleen de grotere kernen hebben last van hittestress: Medemblik, Wognum, Wervershoof, industrieterrein Zwaagdijk-Oost, Andijk en het flora productiegebied.
•
Droogtestress is er vooral rond Hauwert, Benningbroek en ten westen van Zwaagdijk Oost.
•
De grondwaterspiegeldiepte is iets lager landinwaarts, waardoor tijdens een droge zomer watertekort kan ontstaan (omdat er minder water uit het Markermeer ingelaten kan worden). Tijdens droge zomers, wanneer er minder water uit het Markermeer ingelaten kan worden, kan hier watertekort ontstaan.
•
Het grootste deel van de gemeente ligt onder NAP, met het grondwater dicht aan de oppervlakte. De kernen ten westen van Medemblik zijn relatief hoger gelegen. Daarnaast liggen de kernen Wognum, Benningbroek en Nibbixwoud hoger ten opzichte van het omliggende buitengebied.
•
Hittestress risico gebieden met watergangen en (hoofd)wegen (blauw blijft relatief koel, oranje warmt sterk op)
Er is veel (beleefbaar) oppervlakte water aanwezig, ook in en rond de kernen
Waterloop met groene oever 14
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
Waterpartij met wilgen in een dorpskern
PARTICIPATIE PROCES Om tot een breed gedragen visie en plan te komen, is er veel geparticipeerd. Er hebben verschillende beeldvormingssessies plaatsgevonden waarin zienswijzen, ambities en onderwerpen die spelen van zeer gevarieerde interne en externe stakeholders zijn gehoord en uitgewisseld. Daarnaast zijn ook een aantal (direct) betrokken collega’s bevraagd waar behoefte ligt in dit plan. Tot slot zijn ook bewoners betrokken door middel van een enquête, waar beleving van groen en de wens waar groen aan bijdraagt centraal stond. De verschillende dorpsraden zijn daarnaast ondervraagd door middel van een vragenlijst over wat er bijvoorbeeld speelt binnen de kernen. In deze paragraaf wordt samenvattend weergegeven wat er zoal is opgehaald. Dit is in de rest van het stuk vertaald in uitgangspunten.
Beeldvormingssessies In twee beeldvormingssessies is door de Gemeente Medemblik kennis gedeeld over het proces en het product van groenvisie, beleid- en structuurplan en de vertaling naar het beheerplan. Daarbij is veel input van de deelnemers opgehaald op veel verschillende beleid- en kennisterreinen binnen en buiten de organisatie. Er was veel consensus over gebrek aan ruimte, spanningsvelden tussen verschillende gebruikers en de wens voor kennisdeling en samenwerking. Specifieke uitspraken zijn te vinden in bijlage 2.
• • •
Aan de voorkant onderzoeken waar de kansen voor vergroening liggen Kaders meegeven welke soorten bomen wel en welke soorten niet Kijk vooral naar kwaliteit en niet naar kwantiteit
Enquête inwoners Omdat we graag willen weten hoe inwoners het groen in hun eigen woonomgeving waarderen is er in juni en juli een online enquête gehouden. Op deze enquête hebben 402 inwoners gereageerd, waarvan 95% binnen de bebouwde kom woont en 5% buiten de bebouwde kom. Het volledige verslag van de enquête is in de bijlage opgenomen. Conclusies enquête: De inwoners geven aan dat Medemblik een vrij groene gemeente is. Ze zijn van mening dat bomen in de wijk bijdragen aan een prettige leefomgeving en dat de hoeveelheid groen voldoende is (70%). Men wil wel graag meer kleur en variatie in de beplanting ook voor meer biodiversiteit. Het overgrote deel van de respondenten (91%) geeft aan 3 of meer bomen vanuit zijn/haar woning te kunnen zien. De kwaliteit van het groen in de centra wordt laag gescoord (62% slecht tot matig). Het meest positief is men over het groen in sportparken, begraafplaatsen en recreatiegebieden (61-67%).
Vragenlijst dorpsraden Interviews interne organisatie Er hebben verschillende interviews plaatsgevonden met collega’s uit de interne organisatie. Deze interviews hebben veel waardevolle input opgeleverd welke verwerkt zijn in dit plan of nog verwerkt worden in de beheerplannen. Een aantal concrete zaken die aangegeven zijn: • Er is behoefte aan duidelijke procesafspraken • Er ontbreken op dit moment duidelijke kaders en beleid ten aanzien van groen • Als gevolg hiervan heeft groen bij nieuwbouw onvoldoende kwaliteit • Bomen inzetten als middel bij verduurzaming en klimaat
Naast de enquête onder alle inwoners, hebben we door middel van een vragenlijst de dorpsraden betrokken. Het doel van de vragenlijst is om een beeld te krijgen bij wat er speelt rondom groen op kernniveau. Wat is het beeld van het groen? Wat zijn bijvoorbeeld mooie plekken en waar zijn veel klachten over? Er hebben vier dorpskernen geparticipeerd. De belangrijkste punten die zijn opgehaald: • Meer diverse aanplant bomen en groen (meer biodiversiteit, voorkomen ziektes en plagen) • Meer parken/groen aanleggen voor verblijfsrecreatie, hond uitlaten e.d. Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
15
LITERATUURONDERZOEK Het belang van groen en bomen
De groenvisie en de algemene ambities zijn gestoeld op de aanname dat groen en bomen belangrijk zijn. Maar waarom zijn groen en bomen belangrijk? Wageningen Environmental Research1 vat dit belang als volgt samen: Uit wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat er een veelheid aan gezondheidsuitkomsten zijn, waaraan de nabijheid van of het contact met groen positief is gerelateerd. • De nabijheid van het groen lijkt te volstaan om te profiteren van een verbeterde luchtkwaliteit. Echter, het positieve effect van het opvangen van fijnstof door bomen e.d. op de gezondheid is vrij beperkt. • De temperatuurverlaging tijdens een hittegolf vertaalt zich in een lagere sterftekans. Pascal et al. (2021) bevestigden dit meer recent nog eens in een studie naar de relatie tussen vegetatie en hitte gerelateerde mortaliteit in Parijs en zijn voorsteden. Zij vonden dat bij een boomkroonbedekking van 40% het relatieve risico voor sterfte 16% lager was dan bij een boomkroonbedekking van 3%. • Groen heeft een positief effect op de gemoedstoestand. Er is een positief verband aangetoond met het verminderen van mentale stress en het groen in de directe woonomgeving. • De nabijheid van groen is belangrijk voor voldoende fysieke beweging en fysieke gezondheid. Bomen in blad hebben daarbij een positievere impact dan gras.
• Er is een positief verband tussen het lokale groenaanbod en de sociale cohesie in de buurt. De kwaliteit van het groen en het onderhoud spelen hierbij ook een rol. • Vegetatie lijkt gunstig te zijn met het oog op de beleving van de geluidsbelasting, in de zin van het verlagen van de ervaren geluidshinder. Mogelijk speelt hierbij het verbeteren van de stressbestendigheid en de gemoedstoestand door de vegetatie een rol; hierdoor zouden mensen beter bestand zijn tegen eenzelfde mate van op zich vrij hoge geluidsbelasting. Een ruimer en meer divers groenaanbod betekent dat er voor verschillende gebruikersgroepen (die verschillende eisen stellen aan het groen) iets van hun gading bij is. Dit komt hun contact met groen ten goede. Bomen (die in blad staan) hebben hierbij een positievere impact op de gezondheid dan gras. Naast bomen zijn ook kleine groenelementen buiten groengebieden van belang 16
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
voor de gezondheid en het welzijn. Hierbij kan het ook gaan om vormen van contact waarbij men het groen niet bewust opzoekt, maar er ‘toevallig’ mee in aanraking komt. Bijvoorbeeld tijdens verplaatsingen, of via het zicht erop vanuit de woning. Daarnaast kan groen -mits juist ingericht- bijdragen aan klimaatadaptatie: meer groen in plaats van verharding betekent meer ruimte voor waterberging na regen, meer infiltratie voor droge tijden en ruimte voor bomen zorgen voor schaduw en verkoeling2. Juist ingericht groen kan dus de druk op het rioolstelsel doen afnemen. Ook blijken huizenprijzen in een groene omgeving hoger te liggen dan vergelijkbare woningen in een groenarme omgeving. In afbeelding op de pagina hiernaast zijn de waarden van groen beeldend weergegeven.
Bronnen: 1. Vries, S. de., D.A. Kamphorst, F. Langers (2022). Beleidsdenken over stedelijk groen en gezondheid; En de mate waarin dit zich laat onderbouwen vanuit het onderzoek. Wageningen Environmental Research, 2022 2. Strategie Klimaatadaptatie Westfriesland 2050 (d.d. 2020)
Belang van groen (bron: natuurverdubbelaars.nl) Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
17
Representatief groen rond historische plek (Kasteel Radboud)
Hoofdstuk pagina
DEEL 2
Algemene principes
In dit hoofdstuk staan de principes die gelden voor het groen in de gemeente Medemblik. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen algemene principes, inrichtingsprincipes, beheerprincipes en principes voor de organisatie. De principes zijn een uitwerking van de uitgangspunten zoals vastgesteld in de Beleidsnota Openbaar Groen. Deze principes zijn van toepassing op alle ontwikkelingen, initiatieven en projecten binnen de gemeente. Ze zijn verder uitgewerkt en gespecificeerd per gebied in de structuurpaspoorten.
DE BASIS
Algemene uitgangspunten, richtlijnen en normen Om de kwaliteit en kwantiteit van het groen in de gemeente te behouden en verbeteren, worden de volgende punten nagestreefd. Daarna worden deze in principes uitgewerkt. • • • • •
• •
• •
20
De 3-30-300 richtlijn is van toepassing, maar wel met een ‘Medembliks’-sausje (zie kader op de volgende pagina). Het streven is tenminste 40% schaduw voor langzaamverkeersroutes en verblijfsplekken tijdens de hoogste zonnestand in de zomer (volgend: Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw). We maken zoveel mogelijk gebruik van landelijke normen, zoals die van het CROW en Handboek Bomen. Bij (her)inrichting, beheer en onderhoud volgen we de Wet Natuurbescherming en wordt de Gedragscode Soortbescherming voor gemeenten gehanteerd. Om meer groen te verkrijgen, is de gezonde ontwikkeling van bestaand groen belangrijk. Bij alle afwegingen waarbij groen en bomen betrokken zijn, is behoud van de kwaliteit en de toekomstbestendigheid ervan leidend. Dit geldt in het bijzonder voor openbaar groen dat onder de (groenblauwe) hoofdstructuur valt en kwalitatief groen zoals de ‘Waardevolle bomen’. Bij de keuze voor verkoop van restpercelen (definitie zie paragraaf grondbeleid) worden kansen voor groen en aanwezige groenkwaliteit meegenomen in de afweging. Dit geldt ook voor snippergroen binnen de bebouwde kom. Geen verkoop van openbaar groen waarin gemeentebomen groeien, tenzij er sprake is van een groot belang bij de verkoop. Bij verkoop (in geval van groot belang) worden bomen die de gemeente wenst te behouden als ‘Waardevolle boom’ geregistreerd.
We willen onze bestaande bomen zoveel mogelijk behouden, maar dit is niet altijd mogelijk. Als er bomen gekapt moeten worden, dan wordt dit onderbouwd door een boomveiligheidscontrole (BVC) of een bomen effect analyse (BEA)*. Bij noodkap moet een boom vanwege acuut gevaar zo snel mogelijk worden gekapt. Hiervan is sprake als een boom eerder dreigt om te vallen of af te breken dan er een kapvergunning verkregen kan worden. Ook kan er sprake zijn van een zeer besmettelijke en op korte termijn dodelijke boomziekte (zoals iepziekte). In dit geval moet een boom met spoed worden gekapt om verdere verspreiding te voorkomen. Noodkap wordt terughoudend toegepast. Over noodkap wordt achteraf gecommuniceerd. Hierbij wordt ook gemeld hoe het verlies wordt Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
• • • • • • • • • • • •
gecompenseerd (bijvoorbeeld door herplant van een nieuwe boom). We zetten in op toekomst- en klimaatbomen. Toekomstbomen krijgen een groeiplaats waar ze optimaal kunnen groeien en oud kunnen worden. Klimaatbomen zijn bestand tegen het veranderende klimaat. We kiezen voor meer diversiteit in het bomen- en plantenbestand. Inheemse soorten hebben de voorkeur, maar uitheemse soorten kunnen ook meerwaarde hebben. Waar mogelijk richten we oevers natuurvriendelijk in. Daar hoort ook ander beheer bij. Waar mogelijk passen we natuurgericht beheer toe. Dit zorgt voor een ander beeld en voor meer biodiversiteit. De kwaliteit van inrichting en beheer van het groen kan verschillen: op toeristisch belangrijke plekken, belangrijke zichtplekken en ‘groene hotspots’ is het niveau hoger. We willen een robuust groenblauw netwerk in de gemeente. Dit moet worden versterkt en verbonden. De landschappelijke en stedenbouwkundige karakteristieken van de verschillende wijken en het buitengebied blijven herkenbaar aanwezig. We willen meer aantrekkelijke, groene (natuurlijke) speelplekken. Wandelen, fietsen en hardlopen door het groen is prettig, daarom zetten we ons ervoor in om dat mogelijk te maken. Bij de keuze van bomen, bermmengels, andere beplanting en het beheer hiervan houden we rekening met de belangen van de land- en tuinbouw en veeteelt in de omgeving.
We geven inwoners de ruimte om de openbare ruimte te vergroenen, bijvoorbeeld door geveltuinen aan te leggen. We hanteren daarbij onze spelregels voor adoptiegroen die separaat zijn uitgewerkt. We hanteren groenprioriteiten in een afwegingskader: voeg waar mogelijk bomen toe (in straten en op plekken met geen tot weinig groen). Hierbij bepaalt de beschikbare boven en ondergrondse groeiruimte het sortiment. Bomen van de 1e grootte (hoogte op volwassen leeftijd 15 m) waar mogelijk, maar kleinere bomen waar nodig. Voeg ander groen toe waar geen bomen passen.
3/30/300 (vuist)regel uitgewerkt voor Medemblik In de groenvisie is afgesproken dat de gemeente zich inspant om zo veel mogelijk invulling te geven aan de 3-30-300 vuistregel. Voor de gemeente Medemblik betekent dit dat de ambitie is dat je vanuit elke woning drie bomen ziet, dat 30% van de openbare ruimte groen is, en dat er vanuit elke woning op 300 meter afstand een (verkoelend) parkje is. Bij het bepalen van deze 30% wordt rekening gehouden met de ontwikkeling van boomkronen (richtlijn is hierbij het beeld van 20 jaar na aanplant). Als wordt aangetoond dat deze doelstelling ter plaatse niet haalbaar is, dan geldt: • Richt het restant dan zo dichtbij mogelijk in, bijvoorbeeld als park, bos of groenstrook om de wijk heen. • Betrek groen op particulier terrein bij het totale groenoppervlak en toon aan dat het particuliere groen langdurig bijdraagt aan de doelstellingen.
Ruimte voor groen in het straatbeeld: bomen met onderbeplanting in ruime groenvakken en middenbermen
Aanvullende richtlijnen: • We maken zoveel mogelijk gebruik van landelijke normen, zoals die van het CROW en Handboek Bomen. • We hanteren de definitie van een boom, zoals omschreven in de Verordening Fysieke Leefomgeving.
*Bij een Bomen Effect Analyse (BEA) wordt de kwaliteit van de aanwezige bomen bepaald en wordt onderzocht welk effect de voorgenomen werkzaamheden hebben op deze bomen. Aan de hand daarvan kan worden bepaald: - of er bomen moeten worden gekapt; - of er alternatieven zijn waarbij bomen behouden kunnen blijven; - welke beschermende maatregelen er nodig zijn om de overige bomen duurzaam te behouden. Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
21
Afwegingskader Groen Afwegingskader Toepassen groen: 1: Werk van grof naar fijn: bepaal eerst groenambities en de groenstructuur (Gebruik hierbij de structuurkaart en -paspoorten als leidraad); aanvullend: bepaal bij ontwikkelingen eerst de groenblauwe hoofdstructuur met elementen, waarna functies verder ingevuld worden. 2: Bepaal het type groenelement en functie ervan (aansluitend bij groenambities en structuur). Stem keuze voor beplanting hierop af. 3: Bomen van de eerste grootte (hoogte op volwassen leeftijd tenminste 15 m) waar mogelijk, maar kleinere bomen waar nodig. Voeg ander groen toe waar geen bomen passen. Kijk hierbij eerst naar de mogelijkheid om bovengrondse en ondergrondse ruimte te creëren (waarbij belang van groen per plek wordt meegenomen), en als dat niet mogelijk is, kies dan een andere oplossing (bijv. andere grootte of vorm, of andere groene invulling). 4: Compenseer groen elders wanneer niet kan worden voldaan aan de normen of wanneer groen niet in de huidige vorm en kwaliteit teruggeplaatst kan worden.
Soortkeuze: 5: Bepaal soortkeuze en element op basis van ambities (gebruik hierbij de structuurkaart en -paspoorten als leidraad) en pas daarna op basis van de landschappelijke ondergrond (denk hierbij aan klimaatvraagstukken als vernatten of cultuurhistorische waarden). 6: Pas waar mogelijk afwisselend, inheems en divers groen toe. Uitzonderingen hierop zijn een (cultuur)historisch beeld of landschap waar karakteristieke soorten horen, plekken met extreme omstandigheden waar sterke soorten noodzakelijk zijn (bijvoorbeeld veel wind of natte bodem), gebieden met kwetsbare doelgroepen waar soorten toegepast worden die geen negatieve effecten hebben op de gezondheid. 7: Hou altijd rekening met een duurzame inrichting: het groen moet goed te beheren zijn en gezond en veilig blijven
22
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
In de volgende paragraaf en in de groenstructuurpaspoorten worden principes weergegeven. Deze zijn zo geformuleerd dat ze optimaal bijdragen aan een thema of element in het groenstructuurpaspoort. Er zal echter altijd een integrale afweging gemaakt worden. Daarnaast zal het ook voorkomen dat er tussen verschillende ambities en doelen binnen groen afwegingen gemaakt moeten worden. Daarvoor geldt het afwegingskader zoals hiernaast is weergegeven.
Wat is inheemse beplanting? Een soort is inheems als deze hier van nature voorkomt. Een uitheemse soort (exoot) daarentegen komt van nature niet in Nederland voor, maar elders, bijvoorbeeld in Zuid-Europa, de Verenigde Staten of in China. Met beide, inheemse en uitheemse soorten, hebben we veel te maken. Onze wilde flora bestaat in principe uit inheemse soorten. In de meeste gevallen is het onderscheid tussen inheemse en uitheemse soorten duidelijk, maar er is ook een grijs gebied. Soms kunnen uitheemse soorten verwilderen of zelfs inburgeren. Een ingeburgerde soort is van oorsprong een uitheemse soort die zich in Nederland heeft gevestigd en zich al minstens drie generaties lang spontaan in de natuur heeft weten te handhaven. Veel Nederlandse floristen (bijvoorbeeld Stichting FLORON) beschouwen ingeburgerde soorten als inheems.
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
23
PRINCIPES De algemene principes en uitgangspunten leiden tot onderstaande principes voor inrichting (nieuwe aanleg, herinrichting of omvorming), beheer (beheer en onderhoud) en organisatie (manier van (samen)werken). Hierbij is per principe aangegeven aan welke thema’s uit de ‘Beleidskaders Openbaar Groen’ ze bijdragen. Deze paragraaf is als volgt opgebouwd: Inrichtingsprincipes - algemeen • groen • bomen Beheerprincipes - algemeen • groen • bomen Samenwerking- en organisatieprincipes - algemeen De iconen, weergegeven voor de principes, refereren naar de thema’s waaraan het principe bijdraagt. De thema’s worden uitgebreid toegelicht in ‘Beleidskaders Openbaar Groen’.
BIODIVERSITEIT & NATUURWAARDEN
24
KLIMAATADAPTATIE & DUURZAAMHEID
ECONOMIE RECREATIE & TOERISME
IDENTITEIT & BELEVING
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
VITALE LEEFOMGEVING
Inrichtingprincipes - algemeen Groen Bij nieuwbouw is minimaal 30% van de openbare ruimte groen. Boomkronen tellen mee. IJkpunt hierbij is volwassen groen (circa 20 jaar na aanplant). Kies bij het (her)inrichten van het openbaar groen voor verschillende soorten bomen en planten (uitzonderingen mogelijk in belang van andere thema’s) Dit vergroot de biodiversiteit. Betrek de bijdrage aan de biodiversiteit bij het bepalen van het sortiment. Gebruik inheems waar mogelijk en uitheems waar noodzakelijk voor de gewenste functie van de beplanting. Toe te passen herkomst in afnemende voorkeur: 1. Inheems 2. Aangrenzende klimaatzones (bijvoorbeeld Zuid- of Midden-Europa) 3. Overige gebieden.
Zoek bij aanpassingen in de openbare ruimte naar koppelkansen voor duurzaamheid en klimaatbestendigheid (klimaat adaptieve inrichting). Onderzoek bij herinrichting de mogelijkheid tot het vergroenen van wegprofielen (bijv. door het verwijderen van nutteloze bestrating of in te zetten op multifunctioneel gebruik). Groene maatregelen (bijv. wadi’s) hebben de voorkeur boven grijze maatregelen. Leg groenvakken verlaagd aan, zodat hemelwater kan toestromen en infiltreren (uitzondering zijn groenvakken langs wegen waar gestrooid wordt en boomspiegels in verhardingen). Pas bodem bedekkende vegetatie toe als preventief onkruidbeheer. Pas groene elementen toe passend bij onderliggende landschapstypen en/of (cultuur)historische waarden.
Betrek klimaatverandering bij het bepalen van de inrichting en het sortiment. Hou rekening met: - het wordt in alle seizoenen warmer; - meer tropische dagen en minder vorstdagen; - de winter wordt natter, de zomer wordt droger en er ontstaan zwaardere buien. De volgorde van toe te passen soorten is gelijk aan die voor biodiversiteit. In gebieden waar klimaatverandering sterke invloed heeft, kan dit leiden tot meer uitheemse soorten.
Natuurlijke beplanting past in de (hoofd)groenstructuur. Bijvoorbeeld in de vorm van bosplantsoen en bloemrijk grasland.
Grote aaneengesloten bestanden van één soort beplating of bomen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen.
Hagen zijn ook mogelijk als natuurlijke afscherming van bijvoorbeeld speelplekken en parkeerterreinen. Dit heeft de voorkeur boven hekwerken.
Geef prioriteit aan gebieden met hittestress of droogteproblematiek.
Pas grondverbetering toe bij aanleg van groen. Maak gebruik van organische bodemverbeteraars uit de regio in plaats van kunstmest.
Nieuw aangelegd groen is duurzaam en goed te beheren voor een zo lang mogelijke levensduur.
Voorkom illegaal grondgebruik in openbaar groen. Pas bijv. een pad of erfafscheiding toe op grenzen langs particulier groen. Pas bij voorkeur hagen toe als erfafscheiding bij ontwikkelingen (uitbreiding of inbreiding).
Maak groen waar mogelijk aantrekkelijk, toegankelijk en beleefbaar. Met name langs routes en op verblijfsplekken. Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
25
Inrichtingprincipes - algemeen Pas schaduw toe op rustpunten. Doe dit op plekken waar meerdere wandel- en fietsroutes bij elkaar komen. Pas schaduw toe op verblijfsplekken (in het bijzonder speelplekken, gebieden rond zorgcomplexen, e.d.), d.m.v. bomen van de eerste grootte. Pas schaduw toe langs (belangrijke) wandel- en fietsroutes. Zorg voor gradiënten in groen door heesters, bloemrijke beplanting of ruig gras toe te passen (in bijv. boomspiegels) Pas afwisselend groen toe waarmee de kans op ziekten en plagen verkleind wordt. Pas (afwisselend) groen toe waarmee bijna het hele jaar gezorgd wordt voor nectar en stuifmeel. Zorg voor bloei en vruchtdracht waar mogelijk.
Ecozone met biodivers groen
Pas waar mogelijk bomen toe langs (belangrijke) recreatieve routes voor schaduwwerking en beleving. De toepassing hiervan volgt de uitwerking in specifieke structuurpaspoorten. (routes: Recreatieschap West-Friesland)
Toepassing van verschillende boomsoorten en ruime groenstroken 26
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
Inrichtingprincipes - algemeen Bomen Bomen dienen na kap altijd vervangen te worden, bij voorkeur en indien mogelijk op dezelfde plek en met hetzelfde (volwassen) kroonvolume. Als dat niet mogelijk is, in de directe omgeving. Een uitzondering geldt voor dunning van een bos, boomgroep of bomenlaan, waarbij de resterende boomkronen het ontstane gat binnen enkele jaren kunnen opvullen. De LIOR geeft kaders voor de soortkeuze, de standplaats en de inrichting van de groeiplaats van bomen. Stem soortkeuze van bomen af op zowel bovengrondse als ondergrondse ruimte, wanneer uitbreiding van de ruimte niet mogelijk is (passend bij het eindbeeld van de boom). Let bij soortkeuze ook op voldoende variatie waar dit in het beeld past, zodat bij ziekte niet een hele laan gekapt hoeft te worden. Nieuwe bomenrijen en -groepen bestaan uit minimaal 3 verschillende soorten. Bij een bijzondere cultuurhistorische waarde van een uniforme boomgroep (bijvoorbeeld een oprijlaan) kan van de eis aan diversiteit worden afgeweken. Plant geen bomen die (kosten intensieve) vorm snoei vereisen om ter plaatse beheersbaar te zijn. Kies in plaats daarvan zo nodig voor kleinere of smaller blijvende soorten, wanneer beperkte ruimte niet uitgebreid kan worden. Investeer in de groeiplaats, zodat toekomstbomen tot wasdom kunnen komen.
Het Handboek Bomen, waarvan gemeente Medemblik licentiehouder is, helpt bij het bepalen van de juiste groeiplaatsinrichting en volumes.
De minimale oppervlakte van boomspiegels is voorgeschreven in de LIOR. Als bestaande boomspiegels kleiner zijn, wordt op natuurlijke ingrijpmomenten gekeken of de boomspiegel groter kan worden, of dat een andere inrichting beter past. Boomspiegels worden na het planten van de boom voorzien van een mulchlaag om uitdroging van de bodem te voorkomen. Boomspiegels bieden kansen om bij te dragen aan de uitstraling en biodiversiteit. Bij voorkeur inplanten met bloemdragende heesters of vaste planten. (Hierna een mulchlaag aanbrengen.) Boomspiegels kunnen door bewoners worden geadopteerd: dat wil zeggen ingericht en onderhouden, waarbij bovenstaande principe ook geldt. Hierbij zijn de spelregels ten aanzien van adoptiegroen van toepassing. Er wordt onderzocht of kruisingen in open landschappen kunnen worden gemarkeerd met bomen (binnen veiligheidskaders). Dit attendeert weggebruikers op een naderend kruispunt. Waar mogelijk wordt meer ruimte gemaakt voor de boom. Bijvoorbeeld door overbodige verharding te verwijderen ten gunste van een grotere boomspiegel/ plantvak. Bij de voorbereiding van werkzaamheden binnen de kroonprojectie van bomen, of binnen de groeiplaats van bomen, vindt een bomen effect analyse (BEA) plaats.
Toepassen van gietranden en andere ondersteunende middelen van biologisch afbreekbaar materiaal (na de technische levensduur van de functie wordt het bodemverbeteraar). De gemeente gebruikt geen kunststof/plastic materialen meer.
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
27
Beheerprincipes - algemeen Groen Verschil in beheerkwaliteit, afhankelijk van de plek van het groen in de groenstructuur. Oevers worden zoveel mogelijk extensief beheerd. Waarbij wel ruimte is voor zichtlijnen en waterbeleving. Pas aangepast (extensief) maaibeheer toe op gazons met als hoofdfunctie ‘kijkgroen’. Bermen worden zoveel mogelijk extensief beheerd. Daar waar extensief gemaaid wordt, passen we de kleurkeur. De eerste meter langs wegen wordt intensief gemaaid. Dit geldt ook voor zichthoeken. Grasvelden die gebruikt worden voor spelen, sporten of recreatie worden met dat doel beheerd. Dat betekent meestal intensief maaien. Rondom waar mogelijk meer extensief beheren. Inzetten op het verwijderen van (zwerf)afval in groengebieden en bermen. In elk geval vóór het maaien. Er wordt geen gebruik gemaakt van chemische bestrijdingsmiddelen en ook niet van kunstmest. Wij gaan voor organische bodemverbeteraars uit de eigen regio. Invasieve exoten houden we beheersbaar om gewenste soorten voldoende ruimte te geven en overlast tegen te gaan. We passen een adequate bestrijding van invasieve exoten toe en maken gebruik van het Kennisnetwerk Invasieve Exoten. Onderhoud afstemmen op het type en de functie van het groen.
28
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
Beplanting die door verkeerde keuzes in het verleden of door woekerende onkruiden niet meer te beheren is, vervangen. Bij vervanging de voor die plek geldende principes volgen. Zorg voor sociale veiligheid en verkeersveiligheid bij toepassing en beheer van groen. Gras waar evenementen op plaats vinden, inzaaien met extra sterk mengsel en afspraken maken over herstel gazon na evenement. Machines en materiaal zijn zo duurzaam mogelijk: dat wil zeggen bij voorkeur elektrisch en met zo min mogelijk uitstoot. Vrijkomend groenafval wordt waar mogelijk zo circulair mogelijk ingezet.
Beheerprincipes - algemeen Bomen Bij de voorbereiding van werkzaamheden binnen de kroonprojectie van bomen, of binnen de groeiplaats van bomen, vindt een bomen effect analyse (BEA) plaats. Pas bij werkzaamheden rondom bestaande bomen adequate boombescherming toe en zoek naar mogelijkheden voor groeiplaatsverbetering, met substraat op basis van hernieuwbare grondstoffen in plaats van afgegraven veen. Na een herinrichting moeten de gehandhaafde bomen duurzaam behouden kunnen blijven. Dat wil zeggen, dat deze bomen geen noemenswaardige schade hebben opgelopen en de groeiomstandigheden gelijk zijn gebleven of zijn verbeterd. Indien bomen door een foute soortkeuze in het verleden op zodanige wijze moeten worden gesnoeid, dat a) de onderhoudskosten onevenredig hoog zijn en b) de boom geen natuurlijke kroonvorm kan ontwikkelen, kan worden overgegaan tot vervanging door een beter passende boomsoort.
Alleen bij ernstige mate van de hiervoor beschreven overlast, en waarvoor geen redelijke alternatieve oplossing bestaat, kan snoei of kap aan de orde zijn. Dit wordt bepaald door de Specialist Groen in samenwerking met overige betrokken collega’s. Dit is afhankelijk van het initiatief (project, vergunningaanvraag e.d.)Bij Waardevolle en Monumentale bomen is kappen alleen een uiterste mogelijkheid als de veiligheid voor de omgeving in het geding is. Kandelaberen, een ingrijpende beheersmaatregel, alleen toepassen als de boom in zijn uitstraling een toegevoegde waarde heeft (bv. stamomvang, bijzondere kenmerken). Knotwilgen worden om en om gesnoeid.
Overige uitgangspunten en afspraken over het beheer van de openbare ruimte zijn opgenomen in het IBOR plan uit 2023. In de LIOR zijn uitgangspunten voor inrichting uitgewerkt. De concrete uitwerking voor het groenbeheer volgt in het groenbeheerplan.
Voorkom maaischade aan bomen in gazons door niet te maaien binnen een halve meter van de stamvoet. Volsta hier met een- á tweemaal per jaar maaien met de bosmaaier (niet bij alle bomen tegelijk). Bomen worden niet gekapt of gesnoeid bij ‘natuurlijke’ vormen van overlast zoals bladval, vruchtval, insecten of schaduwwerking op tuin en zonnepanelen. Bij wortelopdruk eerst afwegen of de overlast is te verhelpen met aanpassing van de inrichting, wortelkap, ophogen van de bestrating of groeiplaatsverbetering.
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
29
Organisatie- en samenwerkingsprincipes - algemeen Een kapvergunning is binnen de bebouwde kom verplicht voor: 1. houtopstanden (bomen en struiken) die vermeld staan op de lijst met waardevolle en monumentale bomen; 2. houtopstanden in de openbare ruimte van de gemeente Medemblik vanaf een dikte van 20 centimeter gemeten op 130 centimeter boven het maaiveld; 3. bomen die geplant zijn in het kader van een herplantplicht. De lijst met Waardevolle bomen wordt periodiek herzien, met vijf jaar als uitgangspunt. Buiten de bebouwde kom geldt vanaf 1 januari 2024 de Omgevingswet. Deze stelt een kapmelding verplicht voor houtopstanden groter dan 10 are of een rijbeplanting van meer dan 20 bomen. De principes van de circulaire economie worden gehanteerd, zoals hergebruik materialen, composteren, CO2-reductie bij inzet machines en voertuigen of bestrijden van exoten (plantsoorten) en ongedierte. Gebruik de principes van de circulaire ladder van de Omgevingsdienst Noord Holland Noord (ODNHN) als leidraad. Er wordt ingezet op het stimuleren van sporten en bewegen in de openbare ruimte, zoals verder wordt uitgewerkt in het nieuwe beleidsplan voor bewegen, ontmoeten, spelen in de buitenruimte. Nu al worden kansen waar mogelijk benut. Uitgangspunten in dit beleid dienen aan de voorkant bij projecten meegenomen te worden.
Mocht dit (na integrale afweging) niet mogelijk zijn, dan dient dit onderbouwd te worden. Daarnaast wordt aangetoond hoe dan wel aan ambities en doelstellingen in dit plan voldaan kan worden. Bij nieuwbouw en herinrichting worden de ontwerpeisen voor groen en bomen in de LIOR onderdeel van het Plan van Eisen. De Specialist Groen toetst of het ontwerp aan deze eisen voldoet. Goedkeuring is vereist om tot realisatie over te kunnen gaan.
30
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
De beheerbaarheid van het groenontwerp binnen het beschikbare budget is onderdeel van de toetsing door de Specialist Groen.Tekst Bij aanleg of herinrichting van de buitenruimte wordt een Toezichthouder Groen aangesteld. Deze controleert of het ontwerp volgens de eisen wordt gerealiseerd, of de kwaliteit van aangelegde groeiplaatsen voor gras, beplanting en bomen voldoet en of bestaand groen wordt beschermd. Zo nodig wordt een werk stilgelegd om een oplossing te zoeken. De Toezichthouder Groen dient kennis van de RAW-systematiek te hebben en als zodanig ook van tevoren in een bestek te worden vermeld. Bij werkzaamheden aan kabels en leidingen in de openbare ruimte mag het functioneren van bomen en beplantingen niet worden aangetast. Groenvakken en de groeiplaats van bomen moeten ten minste in de oude staat worden hersteld. Als er knelpunten worden verwacht, kan een BEA uitsluitsel geven. Bij adoptie van gemeentegroen vallen eventueel aanwezige bomen onder verantwoordelijkheid van de gemeente. Voorts gelden hier de spelregels voor adopotiegroen. In het zeldzame geval van verkoop van openbaar groen gelden de algemene uitgangspunten vanaf pagina 20. We ontmoedigen het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen door lokale ondernemers, bijvoorbeeld door kennisdeling. Om bewustzijn te creëren, deelt de gemeente kennis over groen.
Bijvoorbeeld samenwerking met scholen, vergroenen van tuinen
UITGANGSPUNTEN PARTICIPATIE De gemeente Medemblik wil inwoners zoveel mogelijk willen betrekken bij beleid en projecten zodat er zoveel mogelijk rekening gehouden kan worden met ideeën en wensen. Hiervoor is een participatieprotocol opgesteld. In het openbaar groen wordt op verschillende manieren samengewerkt en geparticipeerd. Er zijn twee vormen van initiatieven: inwonersinitiatieven en gemeentelijke initiatieven.
Inwonersinitiatieven Bewoners kunnen verschillende initiatieven nemen in het openbaar groen. Ieder initiatief wordt getoetst aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente. Het uitgangspunt hier bij is een ‘ja, tenzij’ houding’ oftewel, een groen idee kan, tenzij dit bijvoorbeeld strijdig is met het beleid of het praktisch onmogelijk is. Vervolgens wordt er op de groenstructuurkaart gekeken waar het initiatief zich bevindt en binnen welke structuurpaspoort. Daarna worden de samenwerkingsprincipes (inzet gemeente en inzet initiatiefnemers) verder uitgewerkt inclusief de randvoorwaarden. Er zijn daarom door de gemeente spelregels opgesteld ten aanzien van adoptiegroen . De gemeente maakt onderscheid in de volgende inwonersinitiatieven: • Inrichting en onderhoud boomspiegel • Groenadoptie/zelfbeheer • Buurt(moes)tuin • Bloembakken • Geveltuin • Biodiversiteitstroken • Onderhoud landschapselementen • Aanvraag nieuwe bomen (beheer bomen blijft bij de gemeente) • Spelen en sporten (beheer blijft bij de gemeente, uitzonderingen daar gelaten)
opbouwwerkers van de gemeente vervullen een coördinerende rol bij de uitvoering van adoptieprojecten. Denk bij bovenstaande adoptieprojecten en overige participatie initiatieven ook aan de gemeentelijke volkstuinen, waarvan er acht aanwezig zijn in de gemeente en waar nog voldoende ruimte hiervoor aanwezig is.
Gemeentelijke initiatieven De gemeente is voor het gemeentelijk groen meestal zelf initiatiefnemer. Binnen de werkzaamheden in het openbaar groen zijn verschillende type onderhoud: dagelijks onderhoud, groot onderhoud, vervangingen en herinrichting. De houding van de gemeente richting inwoners verschilt per type onderhoud. De vorm van samenwerking die we als gemeente aannemen in het openbaar groen is als volgt: Dagelijks onderhoud: informeren, de gemeente informeert de inwoners/ belanghebbenden proactief over de werkzaamheden. Groot onderhoud: informeren, de gemeente informeert de inwoners/belanghebbenden proactief over de werkzaamheden. Vervanging: adviseren, de gemeente laat de inwoners/belanghebbenden meedenken en neemt dit mee in de besluitvorming. Herinrichting: adviseren, de gemeente laat de inwoners/belanghebbenden meedenken en neemt dit mee in de besluitvorming.
In alle gevallen gaat het om initiatieven in de openbare ruimte, waarbij de gemeente altijd eigenaar en verantwoordelijk blijft. Er zijn spelregels opgesteld door de gemeente ten aanzien van adoptiegroen. De dorpsraad samen met de kernconsulente en Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
31
Biodiverse beplanting met ruige oevers in ecologische zone
32
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
DEEL 3
Groenstructuurkaart
Het Groenstructuurplan richt zich op het creëren van een groen netwerk waarin belang, thema en functie van verschillende groenelementen geduid worden. Het doel is om de waarde van groen zowel in het buitengebied als binnen de bebouwde kernen te behouden en versterken. Een groen netwerk biedt plek en fundering voor de uitwerking van de thema’s De groenstructuurkaart is een geografische weergave van groene gebieden en plekken, lanen en verbindingen welke de groene identiteit van de gemeente bepalen, hoe de gezonde omgeving wordt gevormd, waar biodiversiteit kansen krijgt en klimaatbestendig groen een bijdrage kan leveren aan de leefbaarheid. De kaart is opgezet in vlakken, lijnen en punten, waarin de thema’s een plek-specifieke betekenis krijgen. In dit hoofdstuk worden de kaart en uitwerkingen van de kernen verder toegelicht en de samenhang in groene netwerken weergegeven. Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
33
DE GROENE STRUCTUUR
34
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
Het landschap van de Gemeente Medemblik, met dorpskernen en dijken, wordt gevormd door landschappelijke eenheden met een cultuurhistorische basis. Specifiek waardevol zijn de West-Friese Omringdijk, de kleinschaligheid van de historische linten, beschermd stadsgezicht Medemblik en beschermd dorpsgezicht Twisk, de dorpskern van Opperdoes, bijzondere gebouwen, de stoomtram en de restanten van de veenstroom de Kromme Leek. Deze zijn opgenomen in de groenstructuurkaart, welke vertaald wordt in vlakken, lijnen en punten. Deze worden na de legenda op de volgende pagina verder toegelicht.
Thema’s een plek op de kaart Op de kaart staan verschillende thema’s in de vorm van iconen weergegeven. Dit zijn de hoofdthema’s voor dat gebied, de structuur of de plek. Daarbij worden koppelkansen gezocht met andere thema’s. Als voorbeeld wordt op plekken met hittestress groen toegepast voor schaduwwerking en dragen deze schaduwplekken bij aan de gezondheid van mensen. Specifieke uitwerking van thema’s in elementen zijn in de groenstructuurpaspoorten te vinden.
BIODIVERSITEIT & NATUURWAARDEN
KLIMAATADAPTATIE & DUURZAAMHEID
ECONOMIE RECREATIE & TOERISME
IDENTITEIT & BELEVING
VITALE LEEFOMGEVING
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
35
LEGENDA Vlakken
36
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
Lijnen
Punten
Thema’s
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
37
OPZET VAN DE KAART Vlakken (gebieden)
Belangrijke (groen)gebieden
Vanuit het structuurplan zijn er verschillende deelgebieden te herkennen. De zonering in het landschap bestaat uit een kustzone van stad en dorpen aan en achter de dijk en een achterland waarbij agrarisch gebruik het landschapsbeeld onderscheid maakt in verschillende deelgebieden. De deelgebieden in de structuurkaart zijn gebaseerd op de gebiedsindeling in het Structuurplan.
Als een laag boven deze gebiedsindeling liggen vlakken als grote groenpercelen, NNNgebieden, bospercelen en gebieden met kassen, weidevogels en sport & recreatie. In deze gebieden draagt groen bij aan de functie, waarbij koppelkansen gezocht worden met andere thema’s.
Buitengebied De vooroever aan het IJsselmeer met kustdorpen is een afwisselend gebied met veel recreatie. Het Grootslag (ten zuiden van Andijk) wordt gekarakteriseerd door lange, rechte lijnen van water- en wegenstructuren. De Kromme Leek en de Grote en Kleine Vliet zijn belangrijke en attractieve wateren, welke een meer afwisselend beeld bepalen en ruimte bieden voor natuurwaarden en recreatie. Gouw en de vier Noorder Koggen vormen een landschap van lintdorpen op de oude kreekruggen en een open landschap welke aantrekkelijk is voor bijvoorbeeld weidevogels. Groen draagt bij aan het versterken van deze verschillen in landschapstypen en volgen het karakteristieke beeld per eenheid. In de gemeente Medemblik liggen drie Bijzondere Provinciale Landschappen: Abbekerk en omgeving, Oosterdijk en Opmeer-Wognum. De uitgangspunten van het provinciaal beleid gelden hierop. De weidevogelgebieden liggen binnen deze Bijzonder Provinciale Landschappen en worden op de kaart weergegeven. Kernen Naast het buitengebied wordt de gebiedsindeling gevormd door de dorpskernen met centra, beschermde dorpsgezichten, woonwijken en bedrijventerreinen. Groen heeft hier een meer stedelijk karakter en draagt bij aan de leefbaarheid van de inwoners en ondernemers in de kernen, biedt plek aan diverse flora en fauna en waar mogelijk wordt het omliggende landschap de kern ingetrokken.
38
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
Lijnen (structuren) Boven op deze gebiedsindeling liggen lijnen welke de verschillende landschappen scheiden, versterken en/of verbinden. Deze hebben als doel om relaties tussen de gebieden te versterken en vormen belangrijke verbindingen voor recreatie en natuur. Hoofdlijnen Langs de cultuurhistorische wegen werd het landschap ontgonnen en ontstonden dorpen met kernen en kerken. Groen draagt hier bij aan de beleving van deze ontstaansgeschiedenis. Lijnen worden benadrukt met laanstructuren en groen versterkt de doorzichten richting het landschap, met structuren die vaak haaks op deze wegen liggen. De waterstructuren vormen belangrijke lijnen waarlangs groenblauwe natuur aanwezig is of ontwikkeld kan worden en waarop belangrijke kansen liggen voor waterrecreatie. Groen draagt bij aan deze natuurwaarden enerzijds en het beeld van Gemeente Medemblik als recreatief aantrekkelijke gemeente met een sterke waterbeleving anderzijds. Belangrijke lijnen en lijnelementen De West-Friese Omringdijk, hoog gelegen in het landschap en het gebied verdelend in binnendijks en buitendijks. Het is belangrijk dat de dijken als element herkenbaar zijn. Beplanting en het beheer hiervan dragen op de eerste plaats bij aan deze beleving. Vanaf de dijken zorgen vergezichten voor de relatie tussen de verschillende omliggende landschappen en dorpen.
De spoorlijn voor de stoomtrein is een belangrijke recreatieve lijn waarlangs kansen liggen om te vergroenen. Groen draagt wel altijd bij
aan de beleving. De overige waterlopen en fiets- en wandelroutes worden, aansluitend op het onderliggende gebied en het gebruik, waar mogelijk vergroend. Op deze manier worden verbindingen voor recreatie en natuur versterkt en wordt (plaatselijk) bijgedragen aan beleving en klimaatadaptatie (zoals hittestress). Barrières Tot slot liggen er ook een aantal autonome lijnen in het landschap. De grote ontsluitingswegen als de A7 en de N240 vormen fysieke barrières voor recreatie, beleving en natuur. Groen heeft hier als doel deze obstakels voor mens en dier te verzachten. Dit kan door andere, karakteristieke lijnen in het landschap juist te benadrukken, afschermend groen toe te passen (met onderbrekingen waardoor het landschap wel beleefbaar blijft) en (rest)ruimte langs deze lijnen te benutten voor natuur en biodiversiteit.
Punten (plekken) Kerktorens, kasteel Radboud, (wind-)molens en stolpboerderijen vormen bakens in het landschap en vertellen iets over de (cultuurhistorische) identiteit van het gebied. De hogere elementen vormen daarnaast belangrijke oriëntatiepunten. In de kaart worden daarnaast belangrijke entrees en de meer fijnmazige groenstructuur weergegeven. Door een of meerdere thema’s aan het groen te koppelen, krijgt groen een meer herkenbare functie op deze plekken.
Uitwerking kernen Naast de totale structuurkaart, zijn de kernen ook uitgewerkt. In deze kernen zijn de groenblauwe hoofdstructuur, de dorpsranden en belangrijke plekken weergegeven, naast de structuren op de totale kaart. Er wordt door deze opzet, in combinatie met de structuurpaspoorten gestreefd naar meer uniformiteit in het groen binnen de verschillende kernen. De plaatselijke identiteit blijft wel behouden en wordt waar mogelijk door en met groen versterkt. De kernen van de Gemeente Medemblik: • Medemblik • Wognum • Onderdijk • Wervershoof • Opperdoes • Andijk • Twisk • Abbekerk • Lambertschaag • Benningbroek • Sijbekarspel • Midwoud • Oostwoud • Hauwert • Nibbixwoud • Zwaagdijk West • Zwaagdijk Oost
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
39
UITWERKING KERNEN In deze paragraaf worden de kernen kort toegelicht. Er wordt onderscheid gemaakt tussen ‘kernen aan de dijk’. Dit zijn de dorpskernen die van oudsher een sterke relatie hebben met de West-Friese Omringdijk en het IJsselmeer. Dan zijn er nog een aantal kernen te herkenen die zijn uitgebreid rond het lint, de ‘kernen rond het lint’. Deze kernen zijn vanaf het lint richting het achterland uitgebreid. Daar zijn woonwijken ontstaan met meer indirecte relatie tot het historische ontstaan. Tot slot worden de kernen onderscheiden, welke vrijwel alleen langs het lint zijn uitgebreid en verdicht, in de ‘lintkernen’.
Kernen aan de dijk Medemblik, Onderdijk, Wervershoof en Andijk zijn ontstaan langs de West-Friese Omringdijk. De dijk en de (indirecte) relatie met het water spelen nog steeds een belangrijke rol. Groen draagt bij aan identiteit en recreatie. Daarnaast liggen er een aantal linten waar langs de kernen zich verder hebben uitgebreid.
Medemblik
Wervershoof 40
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
Andijk
Kasteel Radboud te Medemblik
Onderdijk
Het centrum van Medemblik Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
41
Benningbroek
Kernen rond het lint Wognum, Benningbroek, Nibbixwoud, Midwoud, Opperdoes en Abbekerk zijn ontstaan langs de historische lintwegen. Daarachter zijn woonwijken ontstaan, welke in mindere mate een relatie hebben met dit lint. Deze hebben een meer opzichzelfstaande ruimtelijke opbouw met bebouwing en groen uit dezelfde tijdsgeest. Daarnaast is karakteriserend dat groengebieden aan de randen ontstaan, welke als uitloopgebied dienen voor de ommetjesmaker. Het landschap komt hier de kern in.
Wognum
Nibbixwoud
42
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen