01 Beleidsevaluatie HBW 2024
Tekst van het document
Het is hierbij volgens Omgevingszaken opmerkelijk dat een agrarisch bedrijf dat in een lint zit wél huisvesting mag hebben, maar een ander bedrijf (zoals een aannemer of schoonmaker) in datzelfde lint niet. In theorie zou bij deze bedrijven de huisvesting niet heel anders zijn. Er moet dan natuurlijk wel rekening gehouden worden met de soort bedrijvigheid en de invloed daarvan op de leefomgeving.
Flexibilisering Hoewel de huisvesting van buitenlandse werknemers bij agrarische bedrijven goed gaat, is er behoefte aan wat meer flexibiliteit met betrekking tot de maximale hoeveelheid buitenlandse werknemers die er gehuisvest mag worden. Agrariërs geven aan dat hun bedrijven groeien en dat zij daardoor, ondanks mechanisatie en technologische ontwikkelingen, steeds meer werknemers nodig hebben. Momenteel wordt de huisvestingsbehoefte bij agrarische bedrijven beoordeeld door de ABC (Agrarische beoordelingscommissie). De respondenten zijn het er mee eens dat deze beoordeling een goede manier is om ervoor te zorgen dat er alleen gehuisvest wordt voor de eigen arbeidsbehoefte. Maar op het moment dat de arbeidsbehoefte groeit is het binnen het huidige beleid niet mogelijk om hierop in te spelen. Bij het aanvragen van een vergunning geldt dat het maximale aantal huisvestingsplekken gelijk staat aan de arbeidsbehoefte op dat moment. Om te voorkomen dat huisvesting op minder gewenste plekken plaatsvindt dragen zij als oplossing een groeinorm aan. Ook intern (bij afdelingen ruimtelijke ordening en economische zaken) wordt dit als een goede aanbeveling gezien. De afdeling Omgevingszaken ziet ook kansen voor flexibilisering wanneer agrariërs fuseren of door schaalvergroting andere bedrijven opkopen.
Wanneer er bij beide bedrijven een bedrijfswoning aanwezig is, dan zou je in theorie denken dat één van de twee bedrijfswoningen de tweede bedrijfswoning wordt en dat hier dus buitenlandse 28
werknemers gehuisvest mogen worden. Toch is dit met de huidige bedrijfsregels niet het geval. Huisvesting van buitenlandse werknemers mag volgens de regels namelijk alleen in een tweede bedrijfswoning plaatsvinden. Een bedrijfswoning die als eerste bedrijfswoning is gebouwd, blijft een eerste bedrijfswoning. Om wel buitenlandse werknemers te kunnen huisvesten, zou de woning die al op het erf staat gesloopt moeten worden, waarna er een nieuwe woning gebouwd moet worden. Dit is volgens de afdeling Omgevingszaken kapitaalvernietiging. Deze huidige beleidsregel zorgt volgens Omgevingszaken dus voor een ongewenst gevolg. Samenwerking op regionaal niveau De huidige regionale samenwerking omtrent de huisvesting buitenlandse werknemers wordt door de afdeling Wonen als minder positief ervaren. Hoewel de regionaal opgestelde uitgangspunten redelijk zijn, is er een hoge mate van vrijblijvendheid en zijn er geen harde prestatieafspraken. Zowel de afdeling Wonen als de afdelingen Ruimtelijke Ordening en Economische Zaken benadrukken het belang van een goede regionale samenwerking, zodat er gelijkwaardige beleidsstukken ontstaan. Afdeling wonen benoemt dat prestatieafspraken ervoor kunnen zorgen dat er meer standvastigheid ontstaat op het dossier. Afdelingen Ruimtelijke Ordening en Economische Zaken wijzen zelfs naar het belang van een regionale verdeelsleutel.
DOEL 3: Er moet sprake zijn van een goede en veilige woon- en leefomgeving voor buitenlandse werknemers. Kwalitatieve huisvesting De agrarische bedrijven geven aan dat ze het belangrijk vinden om zorg te dragen voor hun personeel en daarom huisvesting te willen bieden met goede faciliteiten: “Als je mensen bij je wilt laten werken en je daarop bent aangewezen, moet je wel zorgen dat het goed voor elkaar is. Daar is de agrariër bij gebaat, maar ook het personeel. Ze komen van ver en werken hard”. Huisvesters geven aan dat de SNF-norm ervoor zorgt dat huisvesting van kwaliteit is en onderhouden blijft. Door een inspectie-instelling wordt hier ook op gecontroleerd. In de gemeente Medemblik is de SNF-norm een vereiste voor het realiseren huisvesting buitenlandse werknemers. Over het algemeen is de opvatting dat strengere kwaliteitseisen dan SNF-normen, zoals de normen uit het Roemerrapport, positief zijn voor de kwaliteit van huisvesting. Zo is er volgens de afdeling Wonen geen discussie over de kwalitatieve normen van commissie Roemer, en ook bij SNF-controles wordt er al gewaarschuwd dat er mogelijk striktere regels gaan gelden.
De huisvesters zijn het met de norm uit het Roemerrapport eens, maar vragen hierbij wel aandacht voor het feit dat veel bestaande huisvesting is gerealiseerd met de nu geldende SNF-normen, dus indien er strengere regels gaan gelden, dan moet dit wel gepaard gaan met een overgangsregeling. Het aanbieden van goede kwalitatieve huisvesting op het erf zorgt voor agrarische bedrijven voor een goede concurrentiepositie op de arbeidsmarkt. Er is ten slotte in iedere sector een grote vraag naar arbeidskrachten, waardoor het bieden van goede
29
huisvesting een stimulans is voor een buitenlandse werknemer om een specifiek bedrijf te kiezen (en hier eventueel terug te keren in de toekomst). Voorzieningen De agrarische bedrijven zien graag dat er aandacht komt voor de nabijheid van voorzieningen. Bij huisvesting in het buitengebied is er sprake van grotere afstanden tot de voorzieningen, waardoor er gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Denk hierbij aan werknemers die na een dag werken in het donker op slecht verlichte wegen en paden lopen om boodschappen te halen. De nabijheid van voorzieningen is ook voor huisvesters van belang. Zij zien graag dat huisvesting wordt gerealiseerd in de buurt van supermarkten, sportclubs, etc. Gezondheidszorg en welzijn is volgens agrarische bedrijven een aandachtspunt, die niet toereikend is op dit moment. Als er een tandarts- of huisartsbezoek nodig is voor een buitenlandse werknemer, dan zijn er in de regio weinig mogelijkheden. De agrariërs wijzen naar het rechtsvaardigheidsvraagstuk, en zien graag dat de basis voor gezondheidszorg en welzijn op orde is zodat ook buitenlandse werknemers geholpen kunnen worden. Daarnaast moet het voor de buitenlandse werknemers ook duidelijk zijn dat zij recht hebben op gezondheidszorg, en hoe ze hiermee in contact kunnen komen. Hierin kan informatievoorziening mogelijk een belangrijke rol spelen.
DOEL 4: Een goede ruimtelijke inpassing van huisvestingslocaties in de omgeving. Definieer goede ruimtelijke inpassing Op dit moment geeft het beleid volgens de afdeling Omgevingszaken onvoldoende duidelijkheid over de ruimtelijke inpassing van huisvesting bij agrariërs. Bij de welstandscommissie wordt bijvoorbeeld gezien dat er bij sommige aanvragen totaal geen rekening gehouden wordt met deze ruimtelijke inpassing. Bij deze aanvragen is het een “duwen en trekken” om iets meer teweeg te brengen, omdat het moeizaam is om dit af te dwingen. Voor Omgevingszaken zou het meer houvast bieden als het beleid een goede ruimtelijke inpassing voor huisvesting bij agrariërs definieert. De provincie en de welstandscommissie bieden wel handvatten, maar ook beleidsmatig moeten hier uitspraken worden gedaan over wat de gemeente verstaat onder goede ruimtelijke inpassing. Zo voorkom je dat ruimtelijke inpassingen afhankelijk is van de goede wil van een agrariër. De afdeling Ruimtelijke Ordening geeft aan dat de ruimtelijke inpassing vooral belangrijk is als het gaat om grootschalige huisvesting van buitenlandse werknemers. Huisvesting bij de agrariër is vaak makkelijker om ruimtelijk in te passen.
DOEL 5: Voorkomen dat huisvesting van slechte kwaliteit plaatsvindt op minder gewenste locaties. Het belang van handhaving Als er regels gemaakt worden voor het huisvesten van buitenlandse werknemers, dan moeten deze volgens huisvesters en agrarische bedrijven ook gecontroleerd en 30
gehandhaafd worden. Op deze manier kan er ingegrepen worden wanneer er slechte praktijken plaatsvinden én wordt slechte huisvesting in kaart gebracht en verholpen. Door de afdeling Handhaving wordt echter aangegeven dat er op dit moment onvoldoende capaciteit is voor goede handhaving op het beleid. Deze capaciteitsvraag wordt meegenomen in het project illegale bewoning. Volgens één van de initiatiefnemers is het beleid van de gemeente Medemblik in principe goed, alleen wordt er onvoldoende uitvoering aan gegeven. Hij benoemt als voorbeeld dat er geen huisvesting mag plaatsvinden in de kernen, maar dat hier vervolgens niet voldoende op gecontroleerd wordt. Ook is hij sceptisch over het handhaven van de 4maanden-regel (buitenlandse werknemers mogen gedurende maximaal 4 maanden per jaar gehuisvest worden bij agrarische bedrijven waar zij niet zelf werkzaam zijn). Hij vraagt zich af hoe en of hierop gehandhaafd wordt. De handhavingsprocedure Wanneer een illegale situatie wordt vastgesteld door de handhavers wordt er een handhavingstraject opgestart. Overtreders krijgen de tijd om de overtreding te beëindigen en wanneer dit niet gebeurt krijgt de overtreder een (tweede) hogere boete. Team juridische handhaving geeft aan dat de tweede last tot nu toe altijd helpt en dat de gemeente geen andere maatregelen heeft hoeven treffen.
Huisvesting in de bestaande woningvoorraad Volgens huisvesters zijn er binnen de bestaande woonvoorraad heel wat huizen die illegaal worden bewoond door buitenlandse werknemers. Bij een deel van die huizen is dit, vanwege slechte onderhoud, goed zichtbaar. De afdeling Handhaving geeft aan dat een groot deel van dit probleem voortkomt uit dezelfde groep uitzendbureaus, die buitenlandse werknemers overal en nergens proberen te huisvesten, waaronder illegaal in de bestaande woonvoorraad. De afdeling Wonen geeft aan dat de gemeente uitstraalt geen buitenlandse werknemers in de bestaande woonvoorraad te willen huisvesten, maar hiervoor worden niet de juiste middelen ingezet. Zo is er geen ruimte voor alternatieve huisvesting en is er sprake van een gebrek aan capaciteit en handhaving. Dit komt overeen met de geluiden vanuit de afdeling Handhaving dat er onvoldoende budget is voor handhaving. De afdeling Handhaving is van mening dat het illegaal huisvesten in de bestaande woonvoorraad strenger aangepakt moet worden. De huidige dwangsom die gerekend wordt voor het huisvesten in de bestaande woonvoorraad is niet hoog genoeg om op lange termijn een verschil te maken: de huidige dwangsom is namelijk doorberekend in het economische verdienmodel van illegale huisvesters. Een dwangsom heeft daarom alleen effect op korte termijn, hierna zal de illegale bewoning weer opstarten.
Handhavers geven daarom aan om de dwangsom zodoende te verhogen, dat het economische verdienmodel niet langer rendabel is.
DOEL 6: Een goede ruimtelijke ordening. Huisvesting op agrarische grond De agrarische bedrijven verzoeken meermaals om grootschalige huisvesting van buitenlandse werknemers niet op agrarische grond plaats te laten vinden. Agrarische 31
grond is namelijk erg schaars in de gemeente. Indien er huisvesting nodig is voor nonagrarische industrieën, dan zien de agrarische bedrijven graag dat dit gerealiseerd wordt naast bedrijventerreinen en dorpskernen.
DOEL 7: Inspelen op de toekomst. Achterstand De huidige tekorten aan huisvesting voor buitenlandse werknemers blijven volgens de afdelingen Ruimtelijke Ordening, Economische Zaken en Wonen in de toekomst groeien. Dit komt door het feit dat de vraag naar extra werknemers in vrijwel alle sectoren groot blijft. Om aan deze vraag te kunnen voldoen maken bedrijven gebruik van buitenlandse werknemers. Bovendien krijgen (agrarische) bedrijven toestemming van de gemeente om uit te breiden, waardoor de vraag naar buitenlandse werknemers nog meer groeit. De realisatie van huisvesting voor de buitenlandse werknemers blijft echter achter op de behoefte. Zo ontstaat een alsmaar groeiende achterstand. Short- mid- & long-stay Respondenten geven aan dat de buitenlandse werknemer aan het veranderen is. Waar in het verleden voornamelijk buitenlandse werknemers gehuisvest werden die werkzaam waren in de agrarische sector, zien we tegenwoordig dat er in veel meer sectoren gewerkt wordt met buitenlandse werknemers. Denk aan de bouw, aan de zorg en distributiecentra. Ook de nationaliteit van buitenlandse werknemers verandert. Waar voorheen het overgrote deel van de buitenlandse werknemers een Poolse nationaliteit had, zien we nu veel buitenlandse werknemers uit Wit-Rusland, Bulgarije en Turkije in de gemeente.
Overige Inschrijving/uitschrijving van buitenlandse werknemers De huisvesters, initiatiefnemers en agrarische bedrijven merken allen op dat het huidige systeem van het inschrijven en uitschrijven van buitenlandse werknemers te wensen overlaat. Huisvesters geven aan dat een werknemer over het algemeen geen baat heeft bij een inschrijving in het BRP. Het inschrijven is ten eerste gekoppeld aan een hoop papierwerk, waar de werknemer weinig van snapt. Daarnaast wordt door agrarische bedrijven opgemerkt dat de mogelijkheid voor fysieke inschrijving beperkt is en knelt met de werkzaamheden van de buitenlandse werknemers. Er kan momenteel namelijk alleen ingeschreven worden van 9 tot 12 uur in de ochtend. Daarnaast zorgt de fysieke inschrijving ervoor dat agrariërs regelmatig op en neer naar het gemeentehuis moeten als er nieuwe buitenlandse werknemers aankomen, wat veel tijd in beschikking neemt. Door bovenstaande drempels wordt een inschrijving als een obstakel ervaren, wat de kans op uiteindelijke inschrijving verlaagt. Hetzelfde geldt overigens voor uitschrijving: als buitenlandse werknemers besluiten om terug te gaan naar hun land van herkomst, zonder het formulier van uitschrijving te ondertekenen. Hierdoor komt het vaak voor dat buitenlandse werknemers nog ingeschreven staan, terwijl ze al terug zijn in het land van herkomst.
Tijdens de interviews werden door agrarische bedrijven en huisvesters meerdere oplossingen aangedragen voor het probleem van inschrijvingen/uitschrijvingen. Het verzoek is hierbij om vooral naar praktische oplossingen te kijken, om met de administratieve knelpunten om te gaan. Zo worden er bijvoorbeeld kansen gezien in het 32
koppelen van het nachtregister aan de inschrijvingen, invoering van het Westlands model en het veranderen van de openingstijden van de in- en uitschrijfbalies (met voorkeur in de avonduren). Naast de praktische redenen die in- en uitschrijven vermoeilijken, speelt ook slechte informatievoorziening een rol. Malafide uitzendbureaus vertellen niet aan buitenlandse werknemers dat zij zich moeten inschrijven, of er wordt zelfs afgeraden om in te schrijven. Er zijn veel buitenlandse werknemers die onvoldoende geïnformeerd zijn zo gaf ook een geïnterviewde huisvester aan. Het in- en uitschrijven van buitenlandse werknemers is sinds de vorige beleidsvaluatie niet verbeterd. Parkeernorm Zowel de huisvesters, als de initiatiefnemers en de agrarische bedrijven geven aan dat de huidige parkeernorm van 0,75 te hoog is. Uit ervaring blijkt dat alleen een klein deel van de buitenlandse werknemers met een auto naar Nederland komt (denk hierbij aan 20/25%) de rest komt met de bus. Agrarische bedrijven bevelen daarom een parkeernorm van 0,5 aan, de huisvesters zien zelfs graag een verlaging naar 0,25. Rol van de agrarische beoordelingscommissie De agrarische beoordelingscommissie (hierna ABC) kijkt naar de wenselijkheid, behoefte en noodzakelijkheid van huisvesting.
Hoewel in het rapport van de rekenkamercommissie werd geadviseerd om het advies van de ABC te schrappen uit de vergunningsprocedure, werd het advies van de ABC in de gesprekken met vrijwel alle respondenten juist als heel belangrijk omschreven. Volgens de agrariërs is de ABC goed om aanvragers van vergunningen scherp te houden. Vanuit de afdeling Omgevingszaken is er goed contact met de agrarische beoordelingscommissie. Zij gaven aan dat een dergelijke beoordeling intern uitvoeren niet mogelijk is, wat de ABC voor het proces onmisbaar maakt. Alleen afdeling Economische Zaken gaf aan dat het advies van de ABC onnodig is. Er werd aangegeven dat agrariërs zelf de ruimte zouden moeten krijgen om te bepalen hoeveel buitenlandse werknemers zij willen huisvesten. Long-stay Uit het gesprek met handhaving bleek dat zij tijdens het handhaven veel buitenlandse werknemers tegenkomen die al langere tijd hier verblijven (long-stay), maar wel op een locatie wonen die bedoeld is voor tijdelijke huisvesting (bijvoorbeeld bij een agrarisch bedrijf).
4.3 Onbedoelde gevolgen van het beleid Rioleringsproblematiek Er wordt steeds meer huisvesting voor buitenlandse werknemers gerealiseerd in de gemeente, en dan met name bij de agrariër in het buitengebied. Dit zorgt voor uitdagingen op het gebied van afvalwaterlozing. In het buitengebied is vaak geen riolering aanwezig, agrarische bedrijven maken daarom vaak gebruik van een zogeheten septic tank. De septic tank zuivert de bacteriën die in het afvalwater zitten. In de praktijk ziet het hoogheemraadschap dat het water dat uit de septic tanks komt niet altijd goed gereinigd is. Dit water wordt in de sloten geloosd en dit zorgt ervoor dat de waterkwaliteit afneemt. Het hoogheemraadschap heeft daarom besloten dat groepsaccomodaties (waaronder ook de huisvesting van buitenlandse werknemers ) geen afvalwater meer mogen lozen. Doordat er steeds meer huisvesting voor 33
buitenlandse werknemers wordt gerealiseerd in het buitengebied, is door de afwezigheid van een riool in deze gebieden, de waterkwaliteit verslechterd. In de toekomst zal in het buitengebied een riool moet worden aangelegd. Huisvesten in de tweede bedrijfswoning Tijdens het gesprek met omgevingszaken werd duidelijk dat de huidige beleidsregels ervoor zorgen dat er onbedoeld en onnodig woningen gesloopt worden om de huisvesting van buitenlandse werknemers mogelijk te maken. In het huidige beleid is het toegestaan om buitenlandse werknemers te huisvesten in de tweede bedrijfswoning. Wanneer een bedrijf met een bedrijfswoning een ander bedrijf met een bedrijfswoning opkoopt, blijven er twee eerste bedrijfswoningen bestaan en mogen er geen buitenlandse werknemers in één van de twee woningen verblijven. Dit mag wel wanneer één van de woningen gesloopt wordt en er een nieuwe woning wordt gebouwd (dit is pas dan de tweede bedrijfswoning).
34
4 Conclusie In de conclusie wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvragen. De onderzoeksvragen zijn beantwoord aan de hand van de onderzoeksresultaten.
5.1 Antwoord op de onderzoeksvragen Huidig beleid De aanleiding voor het opstellen van het beleid in 2021 is de beleidsevaluatie van Rigo uit 2019. Uit deze evaluatie kwamen een tiental aanbevelingen voor het verbeteren van het beleid. Het beleid voor de huisvesting van buitenlandse werknemers was vóór 2021 verdeeld over verschillende documenten. Met de invoer van het nieuwe beleid werd dit in één overzichtelijk document samengevoegd. Ook werd door gemeenteraadsleden geconstateerd dat er veel huizen in kernen gekocht werden met als doel om er buitenlandse werknemers te huisvesten. Het leek een verdienmodel te worden dat ten koste ging van de leefbaarheid. Na de evaluatie werd het huisvesten van buitenlandse werknemers in kernen niet langer toegestaan. Het beleid richt zich op de tijdelijke buitenlandse werknemer (short- en mid-stay). Buitenlandse werknemers die langer dan 3 jaar woonachtig zijn vallen niet onder de beleidsregels uit het beleid ‘huisvesting buitenlandse werknemers’. In het beleid wordt onderscheid gemaakt tussen short- en mid-stay en wordt geregeld wie waar mag wonen. Daarnaast staan in het beleid ook bouw-, inschrijvings-, beheer- en kwaliteitseisen voor het huisvesten van buitenlandse werknemers. Door de geïnterviewden wordt de basis van het beleid actueel bevonden. Wel zou het beleid beter kunnen inspelen op de wet goed verhuurderschap.
Uitvoering van beleid Er zijn diverse afdelingen verantwoordelijk voor het beleid en de uitvoering daarvan. Afdeling Ruimtelijke Ordening is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het inhoud en uitvoering van het beleid en afdeling Omgevingszaken toetst vergunningen aan de hand van het beleid. Er zijn ook afdelingen die indirect betrokken zijn bij het beleid zoals de afdelingen; handhaving, inschrijvingen en juridische handhaving. Er is gesproken met de betrokken afdelingen om hun ervaring met het beleid in kaart te brengen. Alle afdelingen geven aan dat het beleidsstuk goed werkbaar is, maar dat er altijd verbeterpunten zijn. De verbeterpunten zijn opgenomen in de aanbevelingen van de beleidsevaluatie. Ook voor externe partijen is het beleid werkbaar. Al zou het beleid volgens agrariërs nog wel wat verruimd en geflexibiliseerd worden.
35
Beleidseffecten In 2021 zijn een aantal doelstellingen verbonden aan het beleid. Het beleid is samengevoegd in één beleidsdocument en de beleidsregels zijn verruimd. Hieronder wordt per beleidsdoel weergegeven in hoeverre het beleidsdoel tot op heden behaald is. Doel 1: Een eind maken aan de huidige onoverzichtelijke situatie in het beleid en de procedures (situatie vóór 2021). Intern geïnterviewden geven aan dat het lappendeken van beleid weg is, waardoor het beleid overzichtelijk is geworden. Het beleid is voor alle afdelingen werkbaar, al is er wel een onbedoeld gevolg waar vergunningverleners tegenaan lopen. Wanneer een bedrijf met een bedrijfswoning een ander bedrijf met een bedrijfswoning opkoopt, blijven er twee eerste bedrijfswoningen bestaan en mogen er geen buitenlandse werknemers in één van de twee woningen verblijven. Dit mag wel wanneer één van de woningen gesloopt wordt en er een nieuwe woning wordt gebouwd (dit is pas dan de tweede bedrijfswoning). Dit zorgt ervoor dat er onnodig woningen gesloopt moeten worden om de huisvesting van buitenlandse werknemers te realiseren. Volgens extern geïnterviewden is het beleid overzichtelijk en uitnodigend.
Doel 2: Een inhaalslag maken op het huidige tekort aan kwalitatief goede huisvestingsplekken in de gemeente Medemblik. Tussen 2011 en april 2019 werden er in totaal 817 huisvestingsplekken vergund voor buitenlandse werknemers. In deze periode golden de oude beleidsregels. De nieuwe (verruimde) beleidsregels zijn in 2021 in werking getreden. Er zijn tussen juni 2021 en mei 2024 422 huisvestingsplekken voor buitenlandse werknemers vergund. Dit is met gemiddeld 211 vergunde plekken per jaar hoger dan het gemiddelde van 98 vergunde huisvestingsplekken per jaar van vóór de verruiming van het beleid. Er worden na invoering van het nieuwe beleid meer huisvestingsplekken voor buitenlandse werknemers vergund. Er lijkt een verband te zijn tussen het versoepelen van de beleidsregels en de hoeveelheid vergunde huisvestingsplekken. Dit verband is echter niet per definitie causaal. Er zijn veel andere factoren die ook invloed kunnen hebben gehad op de toename in vergunde huisvestingsplekken. Desalniettemin lijkt het erop dat er een stap in de goede richting is gezet als het gaat om het beleidsdoel om een inhaalslag te maken op het tekort aan huisvestingsplekken. Na invoering van het beleid werd het mogelijk om maximaal 2 grootschalige huisvestingslocaties te realiseren per woonkern. Per grootschalige locatie mogen maximaal 300 buitenlandse werknemers gehuisvest worden.
Er werden 6 initiatieven ingediend in de gemeente Medemblik. Van deze initiatieven worden er nu twee verder uitgewerkt. Hoewel intern geïnterviewden aangaven niet het idee te hebben dat er meer huisvestingsplekken voor buitenlandse werknemers zijn gerealiseerd na de invoering van het beleid, blijkt dit in de praktijk dus wel het geval te zijn. Er is zelfs sprake van een verdubbeling op jaarlijkse basis. Of we ook daadwerkelijk kunnen spreken van een 36
inhaalslag valt te betwisten. Volgens zowel de intern als extern geïnterviewden is er nog steeds een tekort aan huisvestingsplekken voor buitenlandse werknemers. Dit heeft ook te maken met het feit dat er steeds meer buitenlandse werknemers in de gemeente werken.
DOEL 3: Er moet sprake zijn van een goede en veilige woon- en leefomgeving voor buitenlandse werknemers. Respondenten geven aan dat de kwaliteit van huisvesting goed is bij vergunde huisvestingslocaties, maar dat de kwaliteit vaak slecht is bij illegale huisvestingslocaties. Dit is in lijn met de conclusie van het rapport van de rekenkamercommissie. De SNFnormen waarborgen een goede kwaliteit van huisvesting. Maar over het algemeen is de opvatting dat strengere kwaliteitseisen dan SNF-normen, zoals de normen uit het Roemerrapport, nog meer bijdragen aan de kwaliteit van huisvesting. In principe is het doel dus behaald voor wat betreft de legale huisvesting, maar zo lang er illegale huisvesting bestaat is dit doel niet behaald.
DOEL 4: Een goede ruimtelijke inpassing van huisvestingslocaties in de omgeving. De ruimtelijke inpassing wordt gewaarborgd door medewerkers van de gemeente maar ook door de welstandscommissie. Wel wordt er aangegeven dat het voor de afdeling omgevingszaken fijn zou zijn als de ruimtelijke inpassing te definiëren. Om een goede ruimtelijke inpassing te kunnen waarborgen is de welstandscommissie een essentiële partner.
DOEL 5: Voorkomen dat huisvesting van slechte kwaliteit plaatsvindt op minder gewenste locaties. Om te voorkomen dat er illegale huisvesting plaats vindt moet er adequaat gehandhaafd worden. Momenteel is dit door een capaciteitstekort niet mogelijk. Er is een achterstand die ingehaald moet worden. Om dit proces in kaart te brengen is het project illegale bewoning gestart. Wanneer er gehandhaafd wordt is het van belang dat de overtreders gemotiveerd worden om de situatie te veranderen. Hoewel respondenten aangeven dat de boete voor illegale bewoning te laag is en geen invloed heeft op het gedrag van de verhuurders, geven de handhavingsjuristen aan dat de tweede last er tot nu toe altijd voor heeft zorgt dat de situatie hersteld werd. Daarnaast is het ook van belang dat er alternatieve huisvesting bestaat. Zo lang dit er niet is zullen buitenlandse werknemers van de ene illegale woning naar de andere verhuisd worden. Dit beleidsdoel is nog niet behaald. DOEL 6: Een goede ruimtelijke ordening. Voordat het nieuwe beleid werd ingevoerd was het mogelijk om (short- en mid-stay) met een vergunning te huisvesten in de woonkernen. De huisvesting van buitenlandse werknemers in de woonkernen is geen goede ruimtelijke ordening. De huisvesting van 37
buitenlandse werknemers heeft namelijk een andere impact op de woon- en leefomgeving dan gebruik door een gezamenlijk huishouden. Kort verblijf in woningen door steeds wisselende personen die geen gezamenlijk huishouden vormen, wordt niet als passend gezien in gebieden waar sprake is van een overwegende woonfunctie. De keuze om niet langer tijdelijke buitenlandse werknemers te huisvesten in de kernen heeft bijgedragen aan een goede ruimtelijke ordening. Uit het Sweco onderzoek is gebleken dat men het belangrijk vindt dat buitenlandse werknemers buiten de woonkernen worden gehuisvest, maar wel in de nabijheid van voorzieningen en de werkgever. Voor buitenlandse werknemers die bij de agrariër worden gehuisvest zijn geldt volgens de respondenten vanzelfsprekend een goede ruimtelijke ordening. Dit is lastiger bij grootschalige huisvestingslocaties. De voorkeuren uit het Sweco rapport worden meegenomen bij het beoordelen van de grootschalige locaties. Toch blijft ruimtelijke ordening een subjectief begrip waarover eenieder van mening verschilt. De beleidskeuzes dragen positief bij aan het behalen van dit doel.
DOEL 7: Inspelen op de toekomst. Enerzijds speelt het beleid in op de toekomst en anderzijds niet. Het beleid biedt ruimte vanwege de mogelijkheid om per woonkern twee grootschalige locaties te realiseren. Bij de agrariër is de ruimte wel beperkt. Het Rapport van Roemer was al gepubliceerd ten tijde van het schrijven van het beleid, en toch is dit niet gehele geïmplementeerd in het beleid. Zowel interne als externen onderschrijven het belang van de aanbevelingen uit het rapport van Roemer. In de aanbevelingen van deze evaluatie wordt aangegeven hoe nog beter ingespeeld kan worden op de toekomst. De doelstelling is (op dit moment) nog niet behaald.
Onbedoelde gevolgen De beleidswijziging zorgde ook voor een tweetal onbedoelde gevolgen. Door meer huisvesting bij de agrariër toe te staan zijn er meer septic tanks bijgekomen die het (gedeeltelijk gereinigde) afvalwater lozen. De waterkwaliteit verslechterd doordat de septic tanks het water niet goed genoeg kunnen reinigen. Doordat het steeds drukker wordt in het buitengebied zal er uiteindelijk een riool aangelegd moeten worden. Het tweede onbedoelde gevolg is dat er onnodig bedrijfswoningen worden gesloopt, doordat een (eerste) bedrijfswoning geen tweede bedrijfswoning kan worden zonder deze te slopen.
38
5 Aanbevelingen Vanuit de data en de ervaringen met het huidige beleid ‘huisvesting buitenlandse werknemers’ volgen aanbevelingen. Deze aanbevelingen dienen onderzocht te worden om te kijken of het mogelijk en wenselijk is om het beleid hiermee te verrijken. Deze aanbevelingen worden onderverdeeld in drie categorieën: 1.
Aanbevelingen binnen de huidige beleidskaders Vanuit de evaluatie volgen er een aantal aanbevelingen die binnen de huidige beleidskaders vallen. Hoewel alle aanbevelingen wenselijk zijn, moet er voor een aantal aanbevelingen onderzocht worden of deze ook haalbaar zijn. Categorie 1 aanbevelingen worden daarom onderverdeeld in: (1.a) deze aanbevelingen worden zo spoedig mogelijk geïmplementeerd. (1.b) deze aanbevelingen worden geïmplementeerd indien haalbaar. 2. Aanbevelingen waarvoor een nota uitgangspunten huisvesting buitenlandse werknemers vereist is Tijdens de interviews met zowel externe als interne belanghebbenden, werd duidelijk dat niet iedereen de toekomst van de buitenlandse werknemer in de gemeente Medemblik hetzelfde voor zich ziet. Zo werd er in een aantal gesprekken gesproken over een ommekeer in het type bedrijven dat we in de gemeente hebben. Ook werd er gesproken over een achterstand in de huisvesting van buitenlandse werknemers, die naar een voorsprong veranderd zou moeten worden. Een nota uitgangspunten huisvesting buitenlandse werknemers onderzoekt de behoefte en schetst hoe de toekomst eruit zou moeten zien. Het wordt met behulp van uitgangspunten gemakkelijker om stappen te zetten op een dossier, omdat de vaststelling van uitgangspunten resulteert in verantwoordelijkheid en standvastigheid. 3.
Aanbevelingen voor het project illegale bewoning In 2024 is de projectgroep 'illegale bewoning’ opgericht. Het doel van dit project is om vanuit de verschillende disciplines tot een integraal plan te komen voor het verminderen van illegale bewoning in de gemeente. Er zijn drie deelprojecten te weten; handhaving en toezicht, heffen en registreren en huisvesting. Het huidige beleid gaat niet over inschrijvingen en handhaving, toch zijn er op basis van het onderzoek aanbevelingen gedaan. De aanbevelingen in deze categorie kunnen bijdragen aan de projectopgave illegale bewoning en worden daar logischerwijs ondergebracht. In het onderstaande overzicht worden de drie categorieën met de corresponderende aanbevelingen weergeven. Deze aanbevelingen worden in de daaropvolgende alinea's uitgewerkt.
39
1)
Aanbevelingen binnen de huidige beleidskaders
1.a) Deze aanbevelingen worden zo spoedig mogelijk geïmplementeerd
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9 1.10 1.11 1.12 1.13
1.b) Deze aanbevelingen worden geïmplementeerd indien haalbaar
1.14 1.15 1.16 1.17
2)
3)
Aanbevelingen waarvoor een nota uitgangspunten huisvesting buitenlandse werknemers vereist is
2.1
Aanbevelingen voor het project illegale bewoning
3.1 3.2 3.3
2.2 2.3 2.4
3.4 3.5
Baken de verschillende termen in het beleid beter af. Pas het beleid aan op de omgevingswet. Werk de bijlage ‘kaart woongebieden en bedrijventerreinen’ bij. Verwijs in het beleid naar het participatieprotocol. Verwijder de overgangsregeling uit het beleid. Benoem spuitzones in het beleid. Neem het werkproces middelgrote/grootschalige huisvestingslocaties op in het beleid. Neem de gezinssituatie mee in het beleid. Verbeter de informatievoorziening naar buitenlandse werknemers toe. Voeg een beleidsdoel toe welke gaat over de vergeten groep buitenlandse werknemers (long-stay). Sta huisvesting van buitenlandse werknemers toe wanneer er twee eerste bedrijfswoningen zijn door een fusie/overname. Verlaag de parkeernorm voor buitenlandse werknemers. Voeg informatie over de nieuwe sanitatiewetgeving toe aan het beleid. Laat tijdelijke huisvesting voldoen aan het Besluit Bouwwerken leefomgeving (BBL). Stel de norm voor woonoppervlakte-eisen uit het Roemerrapport verplicht voor alle huisvestingsvormen. Zorg voor de een scheiding van het huurcontract en de arbeidsovereenkomst. Verplicht werkgevers in de gemeente om alleen samen te werken met SNA-gecertificeerde uitzendbureaus. Verhoog het maximale aantal huisvestingsplekken bij agrarische bedrijven. Pas een groeinorm toe voor de hoeveelheid huisvestingsplekken bij agrarische bedrijven. Herzie short-, mid- en long-stay.
Bevorder de regionale samenwerking.
Verhoog de dwangsom voor illegale bewoning in kernen. Faciliteer inschrijving tijdens avonduren. Onderzoek de mogelijkheid om in- en uitschrijven door de werkgever te laten doen (o.b.v. het (digitaal) nachtregister). Implementeer een digitaal nachtregister in de gemeente Medemblik. Maak gebruik van het Westlands model.
40
5.1 Aanbevelingen binnen de huidige beleidskaders 1.a) Deze aanbevelingen worden zo spoedig mogelijk geïmplementeerd 1.1
Baken de verschillende termen in het beleid beter af. Het huidige beleid biedt kaders, maar deze kaders zijn niet altijd concreet genoeg en laten veel ruimte over voor speculatie. Vooral in de begrippenlijst zouden bepaalde begrippen beter afgekaderd moeten worden zodat er geen verwarring kan ontstaan wanneer er bijvoorbeeld gehandhaafd wordt. Zo wordt er bij shortmid- en long-stay in het begrippenkader gesproken over een ‘verblijfsperiode’. Het is niet voldoende duidelijk of de verblijfsperiode ingaat vanaf het moment dat een buitenlandse werknemer in Nederland is, of vanaf het moment dat de buitenlandse werknemer in de gemeente Medemblik is. Ook is het niet voldoende duidelijk of het gaat over de periode waarin iemand werkt in de gemeente of wanneer iemand woont in de gemeente. Is een buitenlandse werknemer die al 5 jaar in een buurtgemeente woont opnieuw een short-stay werknemer als deze persoon verhuist naar Medemblik? En is een kennismigrant ook een buitenlandse werknemer? Een afbakening van de termen in het beleid zorgt voor meer duidelijkheid. Deze aanbeveling draagt bij aan doel 1 van het beleid.
1.2
Pas het beleid aan op de omgevingswet. Hoewel er in het beleid wel al gesproken wordt over de omgevingswet, is deze geschreven voordat de omgevingswet in werking trad. Inhoudelijk zal de inwerkingtreding van de omgevingswet niet heel veel invloed hebben op het beleid. Deze aanbeveling draagt bij aan de actualisatie van het beleid.
1.3
Werk de bijlage ‘kaart woongebieden en bedrijventerreinen’ bij. De bijlage 'Kaart woongebieden en bedrijventerreinen’ wordt gebruikt om aan te duiden waar welke regels gelden. Door nieuwe woningbouwprojecten moeten woongebieden uitgebreid worden op de kaart. Deze aanbeveling draagt bij aan de actualisatie van het beleid.
1.4
Verwijs in het beleid naar het participatieprotocol. Met ingang van 1 januari 2023 is de omgevingswet van kracht. De omgevingswet legt de verantwoordelijkheid voor participatie bij de initiatiefnemer. De gemeente Medemblik heeft een participatieprotocol opgesteld waarmee initiatiefnemers op weg worden geholpen met het uit te voeren participatieproces. De huisvesting van buitenlandse werknemers past vaak niet 41
in het omgevingsplan, dit maakt (vroegtijdige) participatie cruciaal. Het is daarom van belang om in het beleid naar het participatieprotocol te verwijzen. Deze aanbeveling draagt bij aan de actualisatie van het beleid.
1.5
Verwijder de overgangsregeling uit het beleid. De overgangsregeling liep tot 01-01-2023 en is dus niet meer van toepassing. Deze aanbeveling draagt bij aan de actualisatie van het beleid.
1.6
Benoem spuitzones in het beleid. Hoewel er in de wet geen regels bestaan die bepalen dat er een bepaalde afstand tussen huisvesting en agrarische grond moet worden aangehouden, wordt er in de rechtspraak een afstand van 50 meter als vuistregel aangehouden. Dit wordt ook wel een spuitzone genoemd. Omdat er in de gemeente Medemblik veel agrarische grond is, zijn spuitzones een veelvoorkomend obstakel bij het realiseren van nieuwe (woning)bouwprojecten. Het is daarom van belang om spuitzones te benoemen in het beleid huisvesting buitenlandse werknemers. Deze aanbeveling draagt bij aan de actualisatie van het beleid.
1.7
Neem het werkproces voor middelgrote/grootschalige huisvestingslocaties op in het beleid. In 2024 zijn er in de gemeente Medemblik voor het eerst van principeverzoeken voor middelgrote huisvestingslocaties (á 300 huisvestingsplekken) in behandeling genomen. Vanwege de politieke gevoeligheid en de impact van deze locaties op de omgeving is er een (gedeeltelijk) afwijkende procedure gevolgd waarin meer ruimte was voor de invloeden vanuit de politiek. In het beleid dienen relevante processen uitgeschreven te worden zodat deze overzichtelijk zijn. In de toekomst zou dezelfde procedure toegepast kunnen worden bij de realisatie van middelgrote huisvestingslocaties. Deze aanbeveling draagt bij aan doel 1 van het beleid.
1.8
Neem de gezinssituatie mee in het beleid. Buitenlandse werknemers mogen volgens het beleid pas in woonkernen wonen wanneer zij langer dan 3 jaar in de gemeente werken. Dit mag alleen onder de voorwaarde dat de bewoners van de woning een gezin vormen. In het beleid 'Huisvesting buitenlandse werknemers’, dat uitsluitend gaat over short- en midstay huisvesting, wordt echter geen rekening gehouden met een gezinssituatie. Voor een gezin waarvan de ouders nog geen drie jaar in Nederland werken is het
42
volgens ons beleid dus niet toegestaan om in de kernen te wonen. De aanbeveling is om een uitzondering in het beleid te maken voor gezinnen. Deze aanbeveling draagt bij aan doel 3 van het beleid.
1.9
Verbeter de informatievoorziening naar buitenlandse werknemers toe. Hoewel informatievoorziening vooral de taak is van de werkgever of het uitzendbureau, kan de gemeente hier ook een actieve rol in gaan spelen. Buitenlandse werknemers zijn vaak niet goed op de hoogte van hun rechten en plichten. Zo weten veel buitenlandse werknemers bijvoorbeeld niet waar en hoe zij zich moeten inschrijven en hoe ze in contact komen met een huisarts. Ook is er een aanzienlijk deel van de werknemers die voor langere tijd in Nederland wilt verblijven (zo'n 20% van de buitenlandse werknemers). Zij moeten op weg geholpen worden in de Nederlandse maatschappij en zich bijvoorbeeld kunnen inschrijven voor een taalcursus. Het is erg belangrijk dat deze groep buitenlandse werknemers goed integreert. De informatievoorziening kan op meerdere manieren geregeld worden. Denk aan: een campagne voeren (met flyers e.d.), samenwerken met apps die informatie bevatten speciaal voor buitenlandse werknemers en meedoen met initiatieven zoals bijvoorbeeld Work In Nederland. Dit is tevens ook een aanbeveling uit het Roemer rapport en de evaluatie van de rekenkamercommissie. Deze aanbeveling draagt bij aan doel 3 van het beleid.
1.10
Voeg een beleidsdoel toe welke gaat over de vergeten groep buitenlandse werknemers (long-stay). Hoewel de beleidsdoelen die in 2021 in het beleid zijn gesteld nog steeds actueel en relevant zijn, is het wel raadzaam om één extra doel toe te voegen: Zorg ervoor dat er aandacht is voor long-stay buitenlandse werknemers. Buitenlandse werknemers die langer dan 3 jaar in de gemeente verblijven, vallen niet onder de beleidsregels uit het beleid ‘huisvesting buitenlandse werknemers’, maar worden ook niet specifiek meegenomen in ander woonbeleid. Toch is het een doelgroep die wel aandacht nodig heeft. Uit gesprekken met handhaving bleek dat handhavers tijdens hun werk regelmatig long-stay buitenlandse werknemers tegenkomen die al jaren op een locatie verblijven die eigenlijk bedoeld is voor tijdelijke huisvesting. Locaties voor tijdelijk verblijf voldoen niet aan dezelfde leefbaarheidseisen als locaties voor langdurig verblijf. Tevens zullen buitenlandse werknemers zich op deze manier niet (goed) integreren in de maatschappij. De gemeente moet zicht krijgen op de grootte van deze groep buitenlandse werknemers en ervoor zorgen dat deze groep op de juiste manier geïnformeerd wordt over rechten en plichten, normen en waarden, gezondheidskwesties et cetera. Dit zal ervoor zorgen dat de buitenlandse werknemers die legaal in de kernen verblijven geen overlast veroorzaken en
43
integreren in de Nederlandse maatschappij. Dit is ook van belang bij buitenlandse werknemers die een gezin stichten in Nederland. Deze aanbeveling draagt bij aan doel 3 van het beleid.
1.11
Sta huisvesting van buitenlandse werknemers toe wanneer er twee eerste bedrijfswoningen zijn door een fusie/overname. In het huidige beleid is het toegestaan om buitenlandse werknemers te huisvesten in de tweede bedrijfswoning. Wanneer er een bedrijf met een bedrijfswoning een ander bedrijf met een bedrijfswoning opkoopt, blijven er twee eerste bedrijfswoningen bestaan en mogen er geen buitenlandse werknemers in één van de twee woningen verblijven. Dit mag wel wanneer één van de woningen gesloopt wordt en er een nieuwe woning wordt gebouwd (dit is pas dan de tweede bedrijfswoning). Dit is volgens de afdeling Omgevingszaken kapitaalvernietiging. Vanuit dit oogpunt wordt er aanbevolen om huisvesting toe te staan wanneer er twee eerste bedrijfswoningen zijn door een fusie/overname. Deze aanbeveling draagt bij aan de actualisatie van het beleid.
1.12
Verlaag de parkeernorm voor buitenlandse werknemers. De parkeernorm voor huisvesting buitenlandse werknemers is momenteel 0,7 volgens de Nota Parkeernormen Gemeente Medemblik 2021. Een parkeernorm van 0,7 is realistisch wanneer het gaat om kleinschalige huisvesting bij agrarische bedrijven, maar is volgens initiatiefnemers en huisvesters erg hoog wanneer het gaat over middelgrote huisvestingslocaties. Ook afdeling Ruimtelijke Ordening vindt de parkeernorm aan de hoge kant. Uit de gesprekken met huisvesters bleek dat slechts 20-25% van de buitenlandse werknemers met de auto komt. Dit is veel minder dan een aantal jaren geleden, wat hoogstwaarschijnlijk te maken heeft met de veranderende nationaliteiten van buitenlandse werknemers. Bovendien wordt het vervoer van huisvestingslocatie naar werklocatie en voorzieningen vaak met bedrijfsbusjes geregeld. Vanuit de evaluatie volgt daarom de aanbeveling om de parkeernorm voor buitenlandse werknemers te verlagen. Deze aanbeveling draagt bij aan de actualisatie van het beleid.
1.13
Voeg informatie over de nieuwe sanitatiewetgeving toe aan het beleid. Het Hoogheemraadschap heeft in de Waterschapsverordening vastgesteld dat groepsaccomodaties (waaronder de huisvesting van buitenlandse werknemers ) per 01-01-2024 geen afvalwater meer mogen lozen. Dit heeft grote gevolgen voor huisvestingslocaties voor buitenlandse werknemers, omdat deze locaties nu verplicht op het riool aangesloten moeten worden, of per as afvalwater af moeten laten voeren. 44
Deze aanbeveling draagt bij aan de actualisatie van het beleid.
1.b) Deze aanbevelingen worden geïmplementeerd indien haalbaar 1.14
Laat tijdelijke huisvesting voldoen aan het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL). De kwaliteit van huisvesting kan beter worden afgedwongen door dit aan de bouwvergunning te koppelen. Daarnaast is ook de mening dat de gemeente bij de ontwikkeling van een complex beter kan toezien op het bouwbesluit, ook bij complexen die voor slechts 10 à 15 jaar ergens mogen staan. Dit zorgt niet voor substantieel extra kosten, maar de basis kwaliteitsnormen voorzien wel in meer leefcomfort, veiligheid en minder geluidsoverlast. Deze aanbeveling draagt bij aan doel 3 van het beleid.
1.15
Stel de norm voor woonoppervlakte-eisen uit het Roemerrapport verplicht voor alle huisvestingsvormen. In het huidige beleid wordt de SNF-Norm gehanteerd om te bepalen wanneer huisvesting aan de kwaliteitsvereisten voldoet. De SNF-norm heeft als woonoppervlakte-eisen dat de leefoppervlakte minimaal 10 m2 per persoon bedraagt, waarvan minimaal 3,5 m2 slaapvertrek is. In het rapport van Roemer (Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, 30 oktober 2020) worden ruimere normen aanbevolen, namelijk een minimale leefoppervlakte van 15 m2 per persoon, waarvan minimaal 5,5 m2 slaapvertrek is. Alle respondenten vonden dit een goed idee. Een aantal huisvesters gaven zelfs aan de Roemer-norm al te hanteren. Voor bestaande huisvestingslocaties zal deze norm een uitdaging worden, maar voor nieuwe huisvestingslocaties is de norm zeer haalbaar. Deze aanbeveling draagt bij aan doel 3 van het beleid.
1.16
Zorg voor de scheiding van het huurcontract en de arbeidsovereenkomst. Eén van de aanbevelingen uit het Roemerrapport is dat, wanneer het gaat over werknemers, een huurcontract en een arbeidsovereenkomst twee aparte overeenkomsten zouden moeten zijn. Hiermee kan uitbuiting en dakloosheid van buitenlandse werknemers voorkomen worden. De aanbevelingen van Roemer werden door alle respondenten onderschreven. In gesprekken vooral door initiatiefnemers benadrukt dat de huurovereenkomst en de arbeidsovereenkomst gescheiden dienen te zijn. Deze aanbeveling draagt bij aan doel 3 van het beleid.
45
1.17
Verplicht werkgevers in de gemeente om alleen samen te werken met SNAgecertificeerde uitzendbureaus. Het rijk is al enige tijd bezig met het aannemen van de wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA). Met dit wetsvoorstel wordt een toelatingsstelsel ingevoerd voor uitzendbureaus en andere bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen. In het nieuwe stelsel mogen uitleners alleen op de markt opereren als zij daartoe toegelaten zijn. Daarvoor moeten zij onder andere een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) indienen, een waarborgsom van honderdduizend euro overmaken, laten zien dat zij het juiste loon betalen én hun belastingen betalen. Periodiek wordt gecontroleerd of de uitzendbureaus zich aan de regels blijven houden. Bedrijven die gebruik maken van uitzendbureaus, de zogenoemde inleners, mogen alleen zaken doen met uitzendbureaus die toegelaten zijn tot de markt. De Arbeidsinspectie zal toezicht houden op de verplichtingen voor in- en uitleners. Het wetsvoorstel bevat ook overgangsrecht om – in aanloop naar de inwerkingtreding van de toelatingsplicht per 1 januari 2026 – uitleners te stimuleren om vóór 1 juli 2025 een toelating aan te vragen en zich, in aanloop daarnaartoe, vrijwillig te laten certificeren door de Stichting Normering Arbeid (SNA).
Vooruitlopend op deze nieuwe wet is de aanbeveling om werkgevers in de gemeente Medemblik te verplichten om alleen samen te werken met SNA-gecertificeerde bedrijven. Hiermee beschermen we de buitenlandse werknemers tegen malafide praktijken. Deze aanbeveling draagt bij aan doel 3 en doel 7 van het beleid.
5.2 Aanbevelingen waarvoor een nota uitgangspunten vereist is 2.1
Verhoog het maximale aantal huisvestingsplekken bij agrarische bedrijven. Het maximumaantal huisvestingsplekken bij agrarische bedrijven is momenteel 60. Hoewel de agrariërs die wij gesproken hebben aangeven dat dit voor hen voldoende is, zien wij nog steeds fusies van grote agrarische bedrijven in de gemeente. Waar twee losse bedrijven gezamenlijk 120 huisvestingsplekken kunnen hebben, moeten zij na een fusie de helft van de werknemers elders gaan huisvesten terwijl de huisvestingsplekken er wel al zijn. De huisvesting bij agrarische bedrijven wordt door alle respondenten als zeer wenselijk ervaren, met name vanwege de korte reisafstand tot de werkgever en het beheer en toezicht dat goed geregeld is. Daarnaast is ook de kwaliteit van huisvesting bij agrarische bedrijven goed. Agrariërs geven aan dat goede huisvesting zorgt voor goede productiviteit en een goede positie op de arbeidsmarkt. Deze aanbeveling zorgt voor meer huisvestingsplekken voor buitenlandse werknemers en voorkomt dat er slechte huisvesting plaatsvindt op minder gewenste plekken. Deze aanbeveling draagt bij aan doel 2 en doel 5 van het beleid.
46
2.2
Pas een groeinorm toe voor de hoeveelheid huisvestingsplekken bij agrarische bedrijven. Momenteel wordt de huisvestingsbehoefte bij agrarische bedrijven beoordeeld door de ABC (Agrarische beoordelingscommissie). De respondenten zijn het er mee eens dat deze beoordeling een goede manier is om ervoor te zorgen dat er alleen gehuisvest wordt voor de eigen arbeidsbehoefte. Wel geven agrariërs aan dat hun arbeidsbehoefte groeit en dat het met het huidige beleid niet mogelijk is om hierop in te spelen. Bij het aanvragen van een vergunning geldt dat het maximale aantal huisvestingsplekken gelijk staat aan de arbeidsbehoefte op dat moment. Door een groeinorm van 25% toe te passen kan een agrariër inspelen op de toekomst, waarmee voorkomen wordt dat huisvesting op minder gewenste plekken plaatsvindt. De huisvestingsplekken zullen niet leeg zijn, omdat er ook (tijdelijk) buitenlandse werknemers van andere bedrijven op deze plekken mogen verblijven die tijdens een seizoenspiek nodig zijn. Deze aanbeveling zorgt voor meer huisvestingsplekken, voorkomt dat er slechte huisvesting plaatsvindt op minder gewenste plekken en speelt in op de toekomst. Deze aanbeveling draagt bij aan doel 2, doel 5 en doel 7 van het beleid.
2.3
Herzie short- mid- en long-stay. In het huidige beleid wordt er een onderscheid gemaakt tussen groepen buitenlandse werknemers op basis van verblijfsduur. Het beleid gaat hoofdzakelijk over tijdelijke huisvesting, dus short- en mid-stay. Tijdens de interviews werd echter meermaals aangegeven dat er in het beleid niet alleen naar de verblijfsduur gekeken zou moeten worden, maar dat er ook onderscheid gemaakt zou moeten worden tussen de verschillende sectoren waarin de buitenlandse werknemers werken, denk hierbij aan de agrarische sector, de zorg sector of in de techniek. Daarnaast veranderd ook het land van afkomst van de buitenlandse werknemers, dit heeft ook invloed op de verblijfsduur. Er wordt dus aanbevolen om het onderscheid van de buitenlandse werknemers op basis van short-, mid- en long-stay te herzien. Deze aanbeveling draagt bij aan doel 2 van het beleid.
2.4
Bevorder de regionale samenwerking. Uit de interviews met internen werd duidelijk dat er te weinig wordt samengewerkt met de regio. Hoewel de regio gezamenlijk op zoek is gegaan naar voorkeurszoekgebieden voor middelgrote huisvestingslocaties (Sweco rapport), zijn er geen afspraken gemaakt over de hoeveelheid locaties die per gemeente gerealiseerd zouden moeten worden. Het maken van prestatieafspraken zorgt ervoor dat gemeenten in de regio hun verantwoordelijkheid nemen. Extern werd er aangegeven dat het soms best ingewikkeld is dat in elke gemeente in de regio andere beleidsregels gelden. Soepel beleid in de ene gemeente zorgt ervoor dat ook buitenlandse werknemers uit de regio in deze gemeente gehuisvest worden, terwijl het juist wenselijk is dat buitenlandse werknemers dicht bij de werkgever gehuisvest worden. Het bevorderen van regionale samenwerking is daarom van belang.
47
Deze aanbeveling draagt bij aan doel 2 van het beleid.
5.3 Aanbevelingen voor het project illegale bewoning 3.1
Verhoog de dwangsom voor illegale bewoning in kernen. In de gemeente Medemblik worden buitenlandse werknemers regelmatig illegaal gehuisvest in de woonkernen. Wanneer een overtreding geconstateerd wordt, volgt de mogelijkheid om de situatie te herstellen. Wanneer na de afgesproken periode de situatie niet hersteld is, wordt er een dwangsom opgelegd aan de woningeigenaar. Deze dwangsom is volgens de handhavers niet hoog genoeg. Huurbazen rekenen de kosten door aan de buitenlandse werknemers waardoor het hen financieel niet schaadt. Een hogere dwangsom heeft een afschrikkende werking. Deze aanbeveling draagt bij aan projectdoelen van het project illegale bewoning.
3.2
Faciliteer inschrijving tijdens avonduren. Momenteel is het slechts mogelijk om doordeweeks in te schrijven tussen 9 en 12 uur in de ochtend. Tijdens de focusgroep met agrariërs en de LTO werd aangegeven dat dit tijdstip onpraktisch is omdat het tijdens werktijd is. Zij gaven aan dat andere gemeenten een inschrijfmoment faciliteren op een doordeweekse avond. Daarnaast werd aangegeven dat het invullen van alle gegevens op het gemeentehuis erg veel tijd kost. Het zou beter zijn als bepaalde gegevens al online en voorafgaand aan het bezoek aan het gemeentehuis ingevuld kunnen worden. Door het inschrijven zo laagdrempelig en gemakkelijk mogelijk te maken is de kans groter dat werkgevers hun buitenlandse werknemers komen inschrijven in he BRP. Deze aanbeveling draagt bij aan projectdoelen van het project illegale bewoning.
3.3
Onderzoek de mogelijkheid om in- en uitschrijven in het RNI door de werkgever te laten doen (o.b.v. het (digitaal) nachtregister). Werkgevers gaven aan dat het inschrijven van tijdelijke werknemers voor hen een tijdrovende taak is en dat buitenlandse werknemers weinig baat hebben bij inschrijving. Tijdelijke werknemers (short-stay) moeten ingeschreven worden in de RNI (Registratie Niet-Ingezetenen), hiervoor moeten zij persoonlijk naar het loket in Alkmaar. In de gemeente Medemblik wordt een deel van de tijdelijke buitenlandse werknemers niet ingeschreven in het RNI. Hierdoor is er geen zicht op de kwantiteit en de kwaliteit van huisvesting van deze groep buitenlandse werknemers. Tevens loopt de gemeente hierdoor verblijfsbelasting mis. Door het inschrijven gemakkelijker te maken zullen werkgevers waarschijnlijk vaker hun buitenlandse werknemers inschrijven. Agrarische bedrijven met huisvesting voor buitenlandse werknemers houden een (verplicht) nachtregister bij. Het nachtregister geeft inzicht in de aanwezige gasten op een verblijfslocatie. Agrariërs zouden het fijn vinden als het nachtregister gekoppeld kan worden aan het RNI. Ook het uitschrijven van buitenlandse werknemers is een knelpunt. Soms gaan buitenlandse werknemers plots terug naar het land van herkomst, zij schrijven zich dan niet uit. Als gevolg 48
hiervan moet er een onderzoek worden uitgevoerd om te controleren of de buitenlandse werknemer nog aanwezig is, terwijl de werkgever dit in principe ook zou kunnen doorgeven aan de gemeente. Deze aanbeveling draagt bij aan projectdoelen van het project illegale bewoning. 3.4
Implementeer een digitaal nachtregister in de gemeente Medemblik. Er bestaat er ook de mogelijkheid om een digitaal nachtregister te implementeren. Diverse gemeentes, waaronder buurtgemeente Koggenland, maken hier al gebruik van. In het digitaal nachtregister kunnen werkgevers op een snelle en gemakkelijke manier hun nachtregister bijhouden. Deze informatie is toegankelijk voor de gemeente en kan worden gebruikt voor het juist organiseren en in kaart brengen van toeristenbelasting en het actueel in beeld hebben van buitenlandse werknemers die verblijven binnen de gemeentegrenzen. Dit heeft als bijkomend voordeel dat de gemeente ook altijd een actuele verblijfsstatus heeft tijdens controles en handhaving. Bij calamiteiten kunnen hulpdiensten direct van actuele informatie over het aantal personen in een park of verblijf worden voorzien. Deze aanbeveling draagt bij aan projectdoelen van het project illegale bewoning.
3.5
Maak gebruik van het Westlands model. De meest effectieve manier om ervoor te zorgen dat buitenlandse werknemers worden ingeschreven is om als gemeente zelf het initiatief te nemen. Het Westlands model voorziet in groepsgewijze inschrijving, op uitnodiging en op afspraak, alles in overleg met de huisvester en/of werkgever. De personen die niet op de uitnodiging ingaan, worden gecontroleerd. Wanneer de buitenlandse werknemers ingeschreven zijn heeft de gemeente inzichtelijk waar zij verblijven en zorgt dit voor een stijging van het aantal ingezetenen van de gemeente en daarmee de inkomsten uit het gemeentefonds. Deze aanbeveling draagt bij aan projectdoelen van het project illegale bewoning.
49
Bronnen Decisio, rapport “Actualisatie cijfers arbeidsmigranten Noord-Holland Noord”, 21 april 2021. Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, ''Geen tweederangs burgers'', 30 oktober 2020. Gemeente Medemblik, Beleidsregels Huisvesting Buitenlandse Werknemers, 11 mei 2021. Gemeente Medemblik, Beleidsregels Huisvesting Buitenlandse Werknemers, brochure. Gemeente Medemblik, Collegevoorstel Vaststellen buitenlandse werknemers, DOC-21-358439.
beleidsregels
huisvesting
Gemeente Medemblik, Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen ‘Beleidsregels huisvesting buitenlandse werknemers gemeente Medemblik’ Gemeente Medemblik, Informatienota, Actualisatie onderzoek arbeidsmigranten Noord-Holland Noord van Decisio, 20 december 2022. Gemeente Medemblik, Informatienota, Locatieonderzoek huisvesting buitenlandse werknemers, 20 december 2022. Rigo Research en Advies, rapport ‘Huisvesting van buitenlandse werknemers in Medemblik’, 10 september 2019. Stec Groep , rapport “Behoefteraming Werklocaties Noord-Holland Noord” , 14 januari 2021. Sweco, Locatieonderzoek naar middelgrote locaties voor de huisvesting van buitenlandse werknemers, 20 december 2022.
50
Bijlagen Bijlage 1: respondentenlijst Intern 1.
Ruimtelijke Ordening
2.
Wonen
3.
Economische Zaken
4.
Handhaving
5.
Omgevingszaken
6.
Juridische Handhaving Extern
7.
Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO) Noord afdeling Westfriesland
8.
Huisvester
9.
Initiatiefnemers van middelgrote huisvestingslocaties
10. Agrariërs
51
Bijlage 2: Stroomschema vergunningsproces
52
53
Bijlage 3: Stroomschema handhavingsproces
54
55