00 DOC-23-749377 - Raadsvoorstel Instellen gemeenschappelijke regeling ‘Rekenkamer gemeenteraad Medemblik-Opmeer’
Tekst van het document
Raadsvergadering d.d. 30 november 2023 Zaaknummer
Z-23-474721
Documentnummer
DOC-23-749377
Onderwerp
Instellen gemeenschappelijke regeling ‘Rekenkamer Medemblik-Opmeer’
Agendapunt Portefeuillehouder(s)
Besluit De raad van de gemeente Medemblik, gelezen het bijbehorend voorstel van het presidium d.d. 31 oktober 2023; gelet op de Wet versterking decentrale rekenkamers en de hoofdstukken IVa en XIa van de Gemeentewet; overwegende dat alle gemeenten uiterlijk op 1 januari 2024 een onafhankelijke rekenkamer moeten hebben;
besluit 1. Met ingang van 1 januari 2024 de gemeenschappelijke regeling ‘Rekenkamer MedemblikOpmeer’ in te stellen. 2. De ‘Verordening rekenkamercommissie gemeente Medemblik 2021’ per 1 januari 2024 in te trekken. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Medemblik, gehouden op 30 november 2023
De griffier,
De voorzitter,
*ZB87C47EAC1*
Voorstel van het presidium d.d. 31 oktober 2023 Ter besluitvorming Onderwerp Instellen gemeenschappelijke regeling ‘Rekenkamer Medemblik-Opmeer’
Aanleiding Op 1 januari 2023 is de Wet versterking decentrale rekenkamers in werking getreden. De wet kent een overgangstermijn van een jaar. Dit betekent dat alle gemeenten uiterlijk op 1 januari 2024 een onafhankelijke rekenkamer moeten hebben. Dit mag ook een gemeenschappelijke rekenkamer zijn. Een rekenkamerfunctie of -commissie is niet meer mogelijk. Daarnaast zullen raadsleden en externe leden die de rekenkamerfunctie uitoefenen, na intrekking van de verordening dan wel uiterlijk op 1 januari 2024 van rechtswege het lidmaatschap van de rekenkamerfunctie verliezen. De raad kan deze externe leden wel benoemen als lid van de onafhankelijke rekenkamer, voor de wettelijke termijn van 6 jaar. Uw raad zal in de raadsvergadering van 21 december 2023 een besluit nemen over de benoeming van de leden van de rekenkamer. De Gemeentewet geeft in de hoofdstukken IVa en XIa een regeling voor de decentrale rekenkamer. Op grond van artikel 81k van de Gemeentewet moet de raad een verordening opstellen voor een vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de rekenkamer en een tegemoetkoming in hun kosten. Voorts mag de raad op grond van artikel 149 van de Gemeentewet aanvullende regelingen stellen in het belang van de gemeente en met inachtneming van de wet.
Voorstel 1. Met ingang van 1 januari 2024 de gemeenschappelijke regeling ‘Rekenkamer MedemblikOpmeer’ in te stellen. 2. De ‘Verordening rekenkamercommissie gemeente Medemblik 2021’ per 1 januari 2024 in te trekken.
Beoogd resultaat Alle gemeenten moeten uiterlijk op 1 januari 2024 een onafhankelijke rekenkamer hebben. Met dit voorstel wordt beoogd dit te realiseren voor de gemeenschappelijke rekenkamer van de gemeenteraden van Medemblik en Opmeer.
Argumenten 1.1 Uiterlijk 1 januari 2024 moet de gemeente Medemblik een onafhankelijke rekenkamer hebben. 1.2 De huidige werkwijze van de rekenkamercommissie wordt zoveel mogelijk voortgezet in de rekenkamer. 1.3 Het oprichten van een gemeenschappelijke regeling, waarbij er één gemeenschappelijke rekenkamer wordt opgericht door beide gemeenteraden, zorgt ervoor dat er niks verandert ten opzichte van de huidige werkwijze. Bovendien wordt er één regeling opgesteld in plaats van dat er twee aparte verordeningen zijn. 1.4 De nieuwe wet heeft als doel de onafhankelijkheid van de rekenkamer te vergroten, en de samenwerking met de raden te versterken.
Om die reden wordt voorgesteld een klankbordgroep in te stellen, waar leden van de auditcommissie van Medemblik en Opmeer aan deelnemen. Deze klankbordgroep komt minimaal één keer per jaar samen om overleg te plegen met de rekenkamer over bedrijfsvoering en organisatorische zaken en om de onderzoeksonderwerpen op elkaar af te stemmen. 1.5 De rekenkamer behoudt haar eigen onafhankelijke externe ondersteuning. 1.6 In de regeling zijn specifieke termijnen van wederhoor opgenomen. Er ontstaat duidelijkheid over binnen welke termijn de rekenkamer een bestuurlijke en ambtelijke reactie kan verwachten op het onderzoek. Het beoogde doel is dat er minder vertraging ontstaat in de oplevering van onderzoeken. 1.7 Zowel het college als de griffie dienen jaarlijks vóór 1 april een overzicht van de opvolging van aanbevelingen te verstrekken aan de gemeenteraad. 1.8 De raden worden in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen over de begroting en de toelichting op de begroting. Op die manier worden de gemeenteraden van Medemblik en Opmeer in de gelegenheid gesteld hun kaderstellende rol uit te oefenen. 2.1 Vanwege het instellen van de gemeenschappelijke regeling ‘Rekenkamer Medemblik-Opmeer’ dient de Verordening rekenkamercommissie Medemblik 2021 te worden ingetrokken.
Kanttekeningen Met het instellen van een gemeenschappelijke regeling ontstaan er een aantal nieuwe werkwijzen, zoals het afgeven van een zienswijze op de begroting en het instellen van de klankbordgroep. Deze nieuwe processen worden tussentijds geëvalueerd en besproken, onder andere met de griffiers en de klankbordgroep. Daarnaast kan de rekenkamer het presidium raadplegen op het moment dat er zaken spelen.
Financiën Het budget van de rekenkamer wordt per 1 januari 2024 verhoogd van € 1,00 naar € 1,33 per inwoner. Dit is in overeenstemming met landelijke richtlijnen. Deze verhoging zal worden verwerkt in de lentenota 2024.
Uitvoering/evaluatie De regeling wordt op de gebruikelijke wijze gepubliceerd.
Communicatie Er zal via de gebruikelijke mediakanalen bekendheid worden gegeven aan het besluit.
Bijlagen Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Medemblik-Opmeer
Commissie d.d. 16 november 2023