00 DOC-23-713865 - Raadsvoorstel
Tekst van het document
Raadsvergadering d.d. 28-09-2023 Zaaknummer
Z-23-464710
Documentnummer
DOC-23-713865
Onderwerp
Plan van aanpak transitiefase omgevingsplan Medemblik
Agendapunt Portefeuillehouder(s)
Jeroen Broeders
Besluit De raad van de gemeente Medemblik, gelezen het bijbehorend voorstel van het College van burgermeester en wethouders Medemblik d.d. 29-08-2023; gelet op de invoering van het stelsel van de Omgevingswet ;
besluit in te stemmen met het plan van aanpak transitiefase omgevingsplan Medemblik en daarmee met de richtinggevende keuzes zoals die in het plan van aanpak zijn opgenomen.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Medemblik, gehouden op 28-09-2023;
De griffier,
De voorzitter,
*ZB7E7AABEE5*
Ter besluitvorming Onderwerp Plan van aanpak transitiefase omgevingsplan Medemblik
Aanleiding Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Dit is een nieuwe wet die de regels voor de fysieke leefomgeving samenvoegt en vereenvoudigt. Een van de nieuwe instrumenten van deze wet is het omgevingsplan. Het omgevingsplan ontstaat van rechtswege bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 en bestaat op dat moment uit alle geldende bestemmingsplannen, de beheersverordening Het Grootslag Proefpolder Andijk en de bruidsschat. Dit omgevingsplan is echter nog niet het omgevingsplan zoals bedoeld door de wetgever. Wij als gemeente hebben tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan nieuwe stijl op te stellen. In het omgevingsplan nieuwe stijl moeten we ook de Verordening Fysieke Leefomgeving integreren. In het plan van aanpak dat u hierbij ontvangt wordt nader beschreven langs welke lijnen we tot het uiteindelijke omgevingsplan willen komen. Richtinggevende keuzes Alvorens te komen tot het uiteindelijke gemeentedekkend omgevingsplan, moeten er verschillende richtinggevende keuzes worden gemaakt. Deze richtinggevende keuzes zullen wij hieronder uiteenzetten met voor elk een korte uitweiding voorzien van argumentatie. In het plan van aanpak zelf staat een verdere uitweiding over de keuzes opgenomen. 1.
Als basis voor onze structuur en opbouw van het omgevingsplan hanteren wij de staalkaarten van de VNG De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft staalkaarten ontwikkeld voor de structuur en opzet van het omgevingsplan. Deze staalkaarten bieden inspiratie voor het ontwerpen van het omgevingsplan. Binnen deze structuur maken wij onze eigen inrichtingskeuzes, bijvoorbeeld over de verdeling tussen thema’s, gebieden en activiteiten. 2. Voor het invoegen van de huidige bestemmingsplannen naar het omgevingsplan, kiezen wij als strategie voor implementatie per gebied Er zijn drie implementatiestrategieën mogelijk; per gebied, per gebiedstype of per bestemmingsplan. Wij kiezen voor de eerstgenoemde optie omdat deze keuze als grootste voordeel heeft dat de indeling van de gebieden vanuit de burger gezien logisch is. Deze gebieden omvatten namelijk een geografische samenhang, wat niet het geval is als je per bestemmingsplan een wijzigingsbesluit gaat opstellen. Wij hebben gekozen voor zeven gebieden: Wognum (inclusief Bloesemgaerde Noord), Medemblik binnenstad, bedrijventerreinen, buitengebied, IJsselmeer, Medemblik woongebieden en overige dorpskernen. 3.
Voor de implementatie van de Verordening fysieke leefomgeving kiezen wij ervoor om deze regels in één keer gemeentebreed in te voeren Omdat de regels uit de verordening Fysieke leefomgeving nu ook al gemeentebreed gelden, kiezen wij ervoor om deze regels in één keer thematisch, oftewel gemeentebreed, op te nemen in het omgevingsplan. Dit gebeurt door middel van het eerste wijzigingsbesluit.
4. Voor de regels uit de bruidsschat als het gaat over bouwen en geluid, geur en trillingen kiezen wij voor de voor implementatiestrategie “per gebied” en voor de overige regels uit de bruidsschat voor een implementatie in één keer gemeentebreed. Vanwege de samenhang van de eerstgenoemde regels uit de bruidsschat met de regels uit bestemmingsplannen, ligt een implementatie per gebied het meest voor de hand. Daarbij komt het voordeel dat de lessen die wij opdoen van gebieden die eerder aan de beurt komen, later meegenomen kunnen worden bij de implementatie van de andere gebieden. Voor de regels over andere milieubelastende activiteiten kiezen wij ervoor om deze op korte termijn in één keer gemeentebreed te implementeren. Deze categorie van regels bevat met name de regels die, in ieder geval voorlopig, uniform zullen blijven voor de hele gemeente. Daarom kunnen deze regels, evenals de verordening, in één keer voor het hele gemeentelijk grondgebied worden overgezet. Het voordeel hiervan is dat op alle locaties binnen de gemeente dezelfde regels gelden op hetzelfde moment. 5. We kiezen ervoor om het omgevingsplan dat alle regels over de fysieke leefomgeving van de gehele gemeente omvat, twee jaar eerder af te ronden dan de periode die ons wettelijk is gegeven. De wettelijk vastgelegde transitieperiode loopt tot 1 januari 2032.
Wij kiezen ervoor om de laatste twee jaar van deze transitieperiode niet in onze planning op te nemen. Zodoende hebben wij eind 2029 een gemeentedekkend omgevingsplan nieuwe stijl. Wij verwachten dit te kunnen bewerkstelligen door te werken met een gebiedsgerichte aanpak. Hierdoor kunnen we gaandeweg de transitieperiode ervaringen die zijn opgedaan in het ene gebied gebruiken om voor het volgende gebied efficiënter te kunnen werken. Daarnaast maken we bewust deze keuze qua planning om ruimte te houden om onvoorziene omstandigheden op te vangen. 6. Wij kiezen ervoor om in de eerste vier jaar ieder jaar één wijzigingsbesluit te nemen waarmee het omgevingsplan wordt geïmplementeerd voor een bepaald gedeelte van het gemeentelijk grondgebied, om vervolgens de laatste vier wijzigingsbesluiten in twee jaar tijd te nemen. De delen van het omgevingsplan die niet gebiedsgericht hoeven te worden geïmplementeerd worden meegenomen in het eerste wijzigingsbesluit. Dit eerste wijzigingsbesluit bevat dan de structuur van het omgevingsplan, de regels die afkomstig zijn uit de Verordening fysieke leefomgeving en de eerder genoemde regels uit de categorie ‘andere milieubelastende activiteiten’ uit de bruidsschat. In de overige wijzigingsbesluiten worden de eerder genoemde zeven gebieden als kapstok gebruikt om alle andere regels aan op te hangen.
Daarbij worden er per wijzigingsbesluit één of twee gebieden omgezet. Om vast te stellen welke volgorde van implementatie (per gebied) wij gaan hanteren, zijn de volgende uitgangspunten gebruikt: o Gebieden met verouderde bestemmingsplannen worden eerder opgepakt. o Bestemmingsplannen waarbij meer afwijkvergunningen of activiteiten waarbij meer maatwerkvoorschriften worden verleend, worden eerder opgepakt. o Regelingen die vaker worden geraadpleegd worden eerder opgepakt. o Activiteiten waarvoor veel aanvragen worden gedaan worden eerder opgepakt. o Gebieden waar knelpunten ontstaan vanwege veranderingen in het nieuwe recht worden eerder opgepakt.
Op basis van deze uitgangspunten is de gemeente gekomen tot de volgende volgorde voor implementatie: 1. Wognum (inclusief Bloesemgaerde Noord) 2. Medemblik binnenstad 3. Bedrijventerreinen 4. Buitengebied 5. IJsselmeer 6. Overige dorpskernen 7. Medemblik woongebieden Deze strategie is, weggezet in de transitieperiode, als volgt weer te geven:
Wij verwachten door de ervaring die wordt opgedaan door middel van het proces rondom het nemen van de eerste vier wijzigingsbesluiten, de resterende vier wijzigingsbesluiten voortvarender te kunnen nemen. Aan het einde van de gemeentelijke transitieperiode worden daarom het buitengebied en het IJsselmeer, respectievelijk Medemblik woongebieden en overige dorpskernen, gelijktijdig opgepakt, waardoor in de laatste twee jaar twee wijzigingsbesluiten per jaar worden geïmplementeerd. 7. Ontwikkelingen die zich voordoen na de inwerkingtreding van de Omgevingswet maar niet passen in het tijdelijk omgevingsplan, worden zoveel als mogelijk gemaakt door het verlenen van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. De winkel blijft open tijdens de transitie naar het volwaardig omgevingsplan. Voor ontwikkelingen die zich voordoen na de inwerkingtreding van de omgevingswet en niet passen in het tijdelijk omgevingsplan, wordt zoveel als mogelijk gewerkt met een BOPA (een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit). Deze procedure duurt in principe maximaal 8 weken, terwijl een omzetting van het tijdelijk in het volwaardig omgevingsplan vele maanden zal duren. Dit is de klantvriendelijkste procedure.
8. Dit najaar ontwikkelen wij een standaardregelset die als basis wordt gebruikt bij gebiedsontwikkelingen die de komende periode worden gefaciliteerd. We willen een standaardregelset ontwikkelen voor gebiedsontwikkelingen, zoals de ontwikkeling van woningbouwlocaties. Deze regelset kan als basis dienen voor gebiedsontwikkelingen die worden gefaciliteerd middels een wijziging van het omgevingsplan. De regels uit de regelset kunnen op dat moment worden gekoppeld aan werkingsgebieden. Op dat moment wordt ook gekeken of de regelset voldoende is, of dat aanvullende regels moeten worden gesteld om lokaal maatwerk te bieden. 9. Bij elke wijziging die invulling geeft aan de gebiedsgerichte opbouw van het omgevingsplan wordt een kaderstellende notitie aan de gemeenteraad voorgelegd met een voorstel over de wijze waarop participatie is vormgegeven. De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie. Voorafgaand aan iedere gebiedsgerichte wijziging van het omgevingsplan die invulling geeft aan de gebiedsgerichte opbouw van het omgevingsplan, wordt een kaderstellende notitie aan de gemeenteraad voorgelegd. In deze notitie wordt onder andere een voorstel gedaan voor de wijze waarop burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het betreffende wijzigingsbesluit worden betrokken.
Voorstel In te stemmen met het plan van aanpak transitiefase omgevingsplan Medemblik en daarmee met de richtinggevende keuzes zoals die in het plan van aanpak zijn opgenomen.
Beoogd resultaat We implementeren de Omgevingswet goed en tijdig. Als onderdeel hiervan stellen wij een Omgevingsvisie en Omgevingsplan voor het gehele grondgebied op. Door in te stemmen met het plan van aanpak en de richtinggevende keuzes, gaan we aan de slag met het opbouwen het omgevingsplan tijdens de transitieperiode. Deze periode loopt van 1 januari 2024 t/m 1 januari 2032. Het beoogde resultaat is dat onze gemeente op 1 januari 2030 het omgevingsplan gereed heeft.
Argumenten 1. Op grond van de Omgevingswet moet de gemeente na het beëindigen van de transitieperiode in 2032 voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan hebben vastgesteld waarin alle regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. 2. De gemeenteraad is bevoegd gezag voor het vaststellen van het omgevingsplan. 3. Door middel van het onderliggende plan van aanpak en de richtinggevende keuzes wordt uw raad in de kaderstellende positie gebracht met betrekking tot deze taakstelling.
Kanttekeningen 1.1 Het is niet duidelijk hoeveel capaciteit en middelen nodig zijn voor de uitvoering van de planning om te komen tot het Omgevingsplan nieuwe stijl. De Omgevingswet is bedoeld om de wet- en regelgeving rondom de fysieke leefomgeving te vereenvoudigen en overzichtelijker te maken. Het nieuwe wettelijk stelsel betekent echter ook systeemwijzigingen op digitaal gebied. De pilot voor het gebied Wognum heeft ons daarnaast al geleerd dat het werken aan het omgevingsplan een andere aanpak vraagt dan we nu gewend zijn. Eén van de lessen is dat er nog veel moet worden ontdekt. Hierdoor is het op dit moment nog niet duidelijk hoeveel middelen en capaciteit nodig zijn voor de wijzigingsbesluiten na de eerste twee wijzigingsbesluiten. Om hiermee om te gaan, zullen wij voorafgaand aan iedere gebiedsgerichte wijziging een kaderstellende notitie aan u voorleggen. In deze notitie zetten wij uiteen hoe wij het betreffende wijzigingsbesluit qua capaciteit en middelen gaan uitvoeren. Daarnaast zullen wij drie jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet een evaluatiemoment laten plaatsvinden om te bezien of bijstelling van dit plan van aanpak nodig of wenselijk is.
Financiën De kosten gemoeid met het laten opstellen van het plan van aanpak zijn gedekt door de gelden in het programma Implementatie Omgevingswet. De verwachte kosten die voortvloeien uit de eerste twee wijzigingsbesluiten, worden ook gedekt uit het budget van het programma Implementatie Omgevingswet.
Uitvoering/evaluatie Zoals opgemerkt, wordt voorafgaand aan iedere gebiedsgerichte wijziging van het omgevingsplan een kaderstellende notitie aan u voorgelegd. Drie jaar na inwerkingtreding wordt in het kader van evaluatie bezien of bijstelling van dit plan van aanpak nodig of wenselijk is. Het college stelt voor om een voorstel hiervoor uit te werken zodat kan worden bezien wat de voortgang is, of alles volgens planning verloopt en of het nodig of wenselijk is om de koers bij te stellen.
Communicatie Voor het plan van aanpak worden geen specifieke communicatielijnen uitgezet. Bij de diverse wijzigingsbesluiten wordt er mogelijkheden voor participatie geboden. In de kaderstellende notities nemen we op hoe daar vorm aan gaan geven.
Bijlagen DOC-23-729002 - Plan van aanpak transitiefase omgevingsplan Medemblik
Commissie d.d. 14-09-2023