Transcript commissie 2 d.d. 14 september 2021
Tekst van het document
Bij deze commissie kunt u straks na de toelichting van de heer Van der Lugt vragen stellen aan de rekenkamercommissie over de uitvoering van het onderzoek. Vervolgens kunt u uitspraak geven over de aanbevelingen uit het rapport. Er is ook een conceptraadsvoorstel bijgevoegd. Heeft u ook waarschijnlijk gezien. Moeten we kijken naar aanleiding van die vragen en discussie of de fracties vinden dat er een aanbeveling komt of dat opgenomen moet worden. Ik wil eerst het woord geven aan de heer Van der Lugt. De heer Van der Lugt: Dank u wel mijnheer de voorzitter en goedenavond commissieleden. Fijn om hier vanavond bij jullie aanwezig te zijn en een toelichting te kunnen geven op het rapport van de rekenkamercommissie over duurzaamheidsbeleid. Het afgelopen pak ‘m beet negen maanden zijn we als commissie zijn we druk bezig geweest met de uitvoering van het onderzoek. Daarbij zijn wij ondersteund door het bureau Buck Consultants zoals u heeft kunnen zien in het rekenkamerrapport in de aanhef. En de heer Berry Roelofs, u noemde hem net ook al eventjes voorzitter, is aanwezig namens het onderzoeksbureau om eventueel ook vragen aan jullie te beantwoorden. Ik zie hem nu in mijn schermpje ook verschijnen dus dat gaat helemaal goed. Fijn dat hij erbij is. Ik ga voor jullie niet een hele samenvatting geven van het rapport, want ik ga ervan uit dat jullie het uitgebreid hebben gelezen.
Wat ik nog wel aan jullie mee zou willen geven is eigenlijk een drietrapsraket over de aanbevelingen zoals we ze gegeven hebben, ik denk goed om dat toch nog eventjes te herhalen en goed op een rijtje te zetten. Die aanbevelingen zijn overigens voortgekomen uit de gesprekken die sommige raadsleden hebben gehad binnen de organisatie en met mensen vanuit Maassluis, met bewoners, met ondernemers, en als rekenkamercommissie zijn we iedereen sowieso heel erg dankbaar voor hun bijdrage daarbij. Dus kort nog eventjes over die aanbevelingen voorzitter, als u mij toestaat. Wij bevelen u aan om doelen concreter te maken op het gebied van duurzaamheidsbeleid en de aanpak, de gemeentelijke aanpak op het gebied van duurzaamheid verder uit te werken. Dan denken we aan een visie en uitvoeringsprogramma. Tweede punt is: communiceer als gemeente goed over communicatie, zodat u alle, zodat u iedereen binnen de samenleving, ondernemers maar ook bewoners, meeneemt met het duurzaamheidsbeleid van de gemeente en zodat de personen binnen Maassluis ook geactiveerd worden om zich daaraan te committeren en zelf ook mee te gaan doen. En ten derde: zorg voor een sterk gemeentelijk projectteam die zich met duurzaamheidsbeleid bezig gaat houden en geef dat projectteam ook echt voldoende budget zodat zij ook daadwerkelijk hun werk goed uit kunnen voeren.
Dat was het eventjes als korte introductie voorzitter, dank. Wij zijn als rekenkamercommissie en mijnheer Roelofs als onze onderzoeker graag bereid om uw vragen te beantwoorden.
16 Transcript commissie 2 d.d. 14 september 2021
De voorzitter: Dank u wel de heer Van der Lugt. Dan wil ik met eerste termijn beginnen bij mevrouw Vrolijks. U heeft de aandacht. Mevrouw Vrolijks: Ja voorzitter, dank u wel. Allereerst de heer Lugt en de heer Roelofs bedankt voor het onderzoek wat zij namens ons hebben uitgevoerd. Het was een zeer interessant onderzoek wat weer nieuwe perspectieven gaf. Als grootste perspectief natuurlijk en de grootste aanbeveling om het beleid duidelijker te maken. Ik was daarbij benieuwd: zitten we in de tijdslijn, dus dat we nu pas om het zo maar even te zeggen concrete doelen gaan stellen, naar jullie beeld in vergelijkbare tijdslijnen als andere gemeenten, of lopen we daar zogezegd mee achter? Op de tweede aanbeveling had ik ook een vraag betreffende de communicatie. Jullie hebben natuurlijk ook gesprekken in de stad gevoerd. Hoe zou u daar tendens beschrijven, ik heb natuurlijk daar een stuk over gelezen maar interessant om daar nog even bewoording bij te krijgen, van hoe dat leefde in de stad rondom duurzaamheid en rondom de communicatie daarom? Dat zijn voor nu mijn vragen voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Vrolijks. Ga ik naar de heer Kleijwegt, GroenLinks. De heer Kleijwegt: Ja dank u wel voorzitter. Ja ook inderdaad bedankt voor het onderzoek, het was zeer leuk om te lezen. ‘…’ eigenlijk maar één echte vraag, en dat is eigenlijk over de ambtelijke capaciteit.
Dat was me niet helemaal duidelijk. Hoe kijkt u daar nou precies tegenaan? Dus u zegt wel van die moeten wel budget hebben, maar nou ja goed, is er voldoende mankracht, menskracht, zou ik willen zeggen? Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Reuver, D66. De heer De Reuver: Ja dank u wel voorzitter. Ik ga eigenlijk verder op de vraag van GroenLinks. De rekenkamercommissie zegt dat het moeilijk is om in te schatten wat de kosten zijn van het gemeentelijk apparaat om de doelstellingen te bereiken. Er zijn toch wel voorbeelden van andere steden die dezelfde doelstellingen hebben en waar deze inschatting wel is gemaakt? Is hier ook naar gekeken? En een van de conclusies is dat de gemeente de duurzaamheidslat hoog heeft gelegd. Is de rekenkamer nog steeds van mening dat dat zo is, gezien de laatste klimaatrapporten die zijn verschenen? Er is toch al heel wat gebeurd. En de PvdA heeft het eigenlijk ook al een beetje genoemd, er wordt gesteld dat de samenwerking met bewoners, bedrijven en buurgemeenten moet worden verbeterd. Kunt u nader toelichten hoe u dit ziet c.q. wat er moet gebeuren en wat is in het verleden tot nu toe misgegaan? Dat zijn even mijn drie vragen, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Spijk. Mevrouw Van Spijk: Dank u wel voorzitter. Goede vragen zijn inderdaad al gesteld.
Wij van de VVD hadden ook nog wel een vraag over de inderdaad de tijdslijn waar PvdA ook over begon. En nou ja, ook heel fijn dat er nu perspectieven zijn getoond door middel van dit stuk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga het toch nogmaals proberen. De heer Solleveld, die aanwezig? De heer Solleveld: Als u mij kunt horen dan ben ik aanwezig. De voorzitter: Ik hoor u. De heer Solleveld: En zichtbaar ben ik ook, ja. Goed. Ja ik vraag mij af of ik dit soort vragen aan de voorzitter van de rekenkamer moet stellen of aan de wethouder, want dat is toch wel een beetje een puntje. Een aantal vragen die ik … Ja? De voorzitter: Ja, u stelt vragen aan de voorzitter van rekenkamercommissie of aan de onderzoeker. De heer Solleveld: Ja, nee, ja voorzitter dat snap ik. Maar ik bedoel het in overdrachtelijke zin. Kan ik elke, ik moet niet elke vraag aan de voorzitter van de rekenkamer want soms zijn ze een beetje politiek getint. Dan vind ik dat ze daar niet thuishoren. De voorzitter: Klopt. De heer Solleveld: Dus dat bedoel ik. Nee, het is helder dat we een helder leesbaar stuk hebben gekregen met een, waarin we kunnen constateren dat het laaghangend fruit geplukt is. Nou daar mag je de, daar kunnen we de club een pluim voor uitdelen, dat is verder prima. Er komt natuurlijk nog veel, ontzettend veel op ons af.
We zien overal in den lande voorbeelden waarbij dat toch allemaal niet zo voortvarend loopt. Vooral daar waar het gaat om de rechtvaardige verdeling van de kosten en de baten, dat zullen we echt goed in de gaten houden want de burger moet er niet al te veel onder lijden. Ja, een vraag die ik misschien wel zou kunnen stellen, maar laten we zeggen: wij
17 Transcript commissie 2 d.d. 14 september 2021
willen dus in 2040 al een stap verder zijn dan dat het Rijk zou willen. Dan vraag ik me af, voor de muziek uitlopen is natuurlijk niet altijd verstandig en de toekomst zal uitwijzen of dat, of we dat kunnen waarmaken zonder de burger daarbij nodig te belasten. Maar ik vraag mij af, ik kom in het stuk tegen een regierol, en een regierol dat kan dus echt een actieve of een wat volgende rol zijn. Ik vraag me af, die keuze zou dan gemaakt moeten worden door de raad en ik vraag mij af: als je een ambitie hebt voor 2040, dus ver voor de muziek uit lopen, of je dat kan met een reactieve rol. Dus op die manier en nou, de vragen over het ambtelijke, menskracht en dergelijke die een probleem zou kunnen zijn, dat, ja die onderschrijf ik. Maar goed, dat komt, zal vast in de toekomst wel goedkomen. Tot zover voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, precies op tijd. Mevrouw Oosterman. Mevrouw Oosterman-Feenstra: Ja dank u wel voorzitter. Wij hebben in deze termijn geen verdere vragen. De aanbevelingen zijn de ChristenUnie uit het hart gegrepen en we hopen dat hiermee het duurzaamheidsbeleid van de gemeente op een hoger plan komt. In de tweede termijn kom ik nog even terug op het onderwerp lerend vermogen van het college en de raad, waar de rekenkamer ook over sprak. De voorzitter: Dank u wel. De heer Ooms. De heer Ooms: Dank u wel voorzitter.
Ik had ook nog een paar vragen over de duurzaamheid. Men gaat ervan uit dat ze vijfhonderd woningen per jaar doen met het isoleren. Maassluis heeft 15.370 woningen en daarvan zijn er 5306 woningen in de verhuursector. Dus dan zal dit ongeveer elf jaar duren. Maar dan nog, er zijn 10.009 koopwoningen over en dat is in het probleem. Dat ‘…’ woningen die veel zullen kosten om te isoleren of zelf helemaal niet kunnen isoleren. Neem de Jokweg, Pieter Schimstraat, Patijnestraat en het ‘…’ enzovoort, enzovoort. In welke periode moet ik dit ‘…’ zien? Nog één vraag, in Maassluis is de woningvoorraad ouder dan in de andere gemeenten zoals Spijkenisse en Hellevoetsluis. ‘…’ Label D maar … De voorzitter: Mijnheer Ooms. De heer Ooms: Ja, 61 procent. De voorzitter: Kunt u naar aanleiding van het onderzoek uw vragen stellen alstublieft? De heer Ooms: Nou ja, hoe moet dat, hoe gaat dat bekostigd worden? Label D, de huizen ‘…’ 61 procent slechter als in andere gemeentes. Hoe zullen die bekostigd worden? De voorzitter: Dank u wel. De heer Luijendijk. De heer Luijendijk: Ja dank u wel voorzitter. Allereerst ook wil ik dank zeggen voor het rapport. Het college heeft aangegeven de conclusies en de aanbevelingen over te nemen. Ook wij vinden de aanbevelingen een goede aanzet volgend uit de analyse die het onderzoek heeft opgeleverd. We hebben echter nog wel een paar vragen.
Wij zouden wat meer nadruk willen zien, en ik vraag eigenlijk ook een beetje naar de mening van de rekenkamer, op samenwerking met buurgemeenten. Met name op het gebied van overhead en planvorming lijkt het ons niet zinvol als Maassluis het wiel alleen moet uitvinden terwijl een buurgemeente precies hetzelfde aan het doen is. Het rapport stelt dit overigens ook vast, teveel hooi op de vork van de kleinere gemeentes. Onze vraag is dan ook: volgt hieruit niet automatisch volgens de rekenkamer dat Maassluis de ambities beter kan oppakken samen met de buurgemeenten? Dat is de eerste vraag. U stelt terecht in uw rapport dat Maassluis wel de extra ambitie verwoordt om er in 2040 energieneutraal te zijn, maar dat tot op heden ontbreekt aan het visualiseren van dat doel. Het doel is dus niet helder en de stappen en het doel niet geformuleerd. Bent u in uw vaststelling daarover in het rapport niet te voorzichtig? Maassluis is ambitieus, want in twintig jaar moeten er 14.000 woningen aardgasvrij gemaakt. Maassluis heeft tegelijkertijd aangegeven geen windmolens op Maassluis’ grondgebied te kunnen en derhalve te willen plaatsen. Is daarmee deze doelstelling in alle redelijkheid überhaupt nog wel haalbaar? Dan zijn onze vragen. De voorzitter: Dank u wel de heer Luijendijk. De heer Boekestijn. De heer Boekestijn: Dank u wel voorzitter. Natuurlijk, duurzaamheid dat raakt elke bewoner.
We gaan eigenlijk bij iedereen achter de voordeur veranderingen toepassen als gemeente. Ben blij met dit rapport, het is een goede samenvatting. Het scheelt in ieder geval een hoop werk om het zelf
18 Transcript commissie 2 d.d. 14 september 2021
binnen de eigen fracties uit te leggen. Ik heb eigenlijk nog één vraag erop over dit rapport. Wordt ingegaan op een regierol of een reactieve rol voor de gemeente. Heeft u ook misschien nog ideeën over een soort samenwerkingsrol voor de gemeente, waarvan bijvoorbeeld een zonnepanelenproject voor de helft door de gemeente gefinancierd wordt en de helft door de direct omwonenden? Dat mis ik eigenlijk nog een beetje in het rapport. Dat waren mijn vragen, bedankt. De voorzitter: Dank u wel. Wil ik het woord geven aan de heer Van der Lugt samen met de heer Roelofs. De heer Van der Lugt: Ja dank u wel voorzitter. Ik wil voorstellen dat ik eerst eventjes de vragen beantwoord die ik zelf kan beantwoorden en een aantal die zal ik, nou niet oneerbiedig gezegd, maar dan over de schutting gooien naar de heer Roelofs, want daar weet ik direct geen antwoord op. Daarmee moet ik ook direct beginnen bij de vragen van mevrouw Vrolijks over hoe wij in vergelijking zitten met andere gemeenten qua tijdslijn. Daar zou ik mijnheer Roelofs willen vragen antwoord op te geven en ook de vraag qua communicatie, wat de tendens is van de gesprekken in de stad en hoe het duurzaamheidsbeleid wordt beleefd in de stad. Dat zijn de gesprekken die door het onderzoeksbureau zijn gevoerd en daar kan ik zelf niet direct antwoord op geven.
Waar ik wel antwoord op ga proberen te geven is de vraag van de heer Kleijwegt van GroenLinks. De heer Kleijwegt, u vroeg de ambtelijke capaciteit hoe wij er nu tegenaan kijken of er voldoende mankracht is. Zoals u in het rapport heeft kunnen zien is er op dit moment, althans op dit moment zelfs eventjes niet of net weer wel maar een persoon binnen de gemeentelijke organisatie die zich echt bezighoudt met duurzaamheidsbeleid, de projectleider daarbij. Naar onze mening dient die ambtelijke capaciteit echt fors vergroot te worden om aan die doelstelling om in 2040 CO2-neutraal te worden, om dat te kunnen behalen. Dus om concreet uw vraag te beantwoorden, is er voldoende mankracht op dit moment? Nee, zeker niet. Dan ging de heer De Reuver van D66 daar verder over in. Zijn er inschattingen te maken vanuit andere steden over de kosten van dat gemeentelijk apparaat, hoeveel extra kosten daar ongeveer mee gemoeid zijn om dat ambtelijk apparaat te vergroten op een manier die recht doet aan de doelstellingen van de gemeente. Daarbij zou ik ook willen vragen of de heer Roelofs daar antwoord op wil geven. Dan de heer De Reuver vroeg u naar de conclusie dat de gemeente de lat te hoog heeft gelegd, nogal hoog heeft gelegd ten aanzien van duurzaamheidsbeleid en of wij het daarover eens zijn. Dat is maar net hoe u het bekijkt.
Kijk, wij geven een aantal aanbevelingen mee waarop wij denken dat die lat behaald kan worden. Daarin zeggen wij wel: kom met extra mankracht, kom met een visie, kom met een uitvoeringsprogramma, kom met extra budget. Dus die zaken zijn wel allemaal nodig om dat duurzaamheidsbeleid daadwerkelijk uit te kunnen voeren. Het is uiteindelijk aan u als raad of u dat duurzaamheidsbeleid dan ook daadwerkelijk helemaal uitgevoerd wil zien worden en daar zullen wel stappen bij moeten worden genomen binnen de gemeentelijke begroting om daar voldoende middelen voor vrij te maken. Dus wij denken als commissie dat het haalbaar is de doelen, maar wel met de aanbevelingen die wij mee hebben gegeven. Dan zei u de samenwerking, de heer De Reuver sorry zit ik nog steeds, de samenwerking moet binnen, moet vanuit de gemeente worden verbeterd met andere personen binnen de gemeente om ervoor te zorgen dat ook extern meer wordt gedaan op het gebied van duurzaamheid. Denk aan bewoners, denk aan bedrijven.
U vroeg daarbij concreet: wat moet er gebeuren en wat is er in het verleden misgegaan? Ik denk niet dat er in het verleden echt daadwerkelijk iets is misgegaan, maar in het verleden heeft de gemeente zich vooral geconcentreerd zoals het rapport ook stelt op het laaghangend fruit, zaken die de gemeente zelf kon gaan doen, en is er nog niet actief, tenminste op sommige plekken wel, maar is die actieve rol qua samenwerking met bewoners, met ondernemers, die is nog niet heel erg concreet opgepakt. Wij denken dat dat veel concreter opgepakt kan worden en dat er dan ook veel meer bewoners en ondernemers mee kunnen gaan helpen aan het duurzaamheidsbeleid. Dus dat moet er concreet gebeuren. Is er dan echt iets misgegaan? Nee, want dat is gewoon op dit moment nog niet zo opgepakt. Dan kom ik bij mevrouw Van Spijk van de VVD en u stelde eigenlijk geen vraag. De heer Solleveld van Maassluis Belang. In 2040 willen we al een stap verder zijn dan dat het Rijk wil. In het stuk staat dat wij, dat de gemeente een regierol of een meer reactieve rol kan oppakken, en uw concrete vraag is: is de ambitie die de
19 Transcript commissie 2 d.d. 14 september 2021
gemeente heeft wel haalbaar met een reactieve rol? Ik denk dat dat heel erg ligt aan de wijze van communicatie met bewoners en ondernemers. Op het moment dat de gemeente het voor elkaar kan krijgen om bewoners en ondernemers heel erg te enthousiasmeren om zich in te zetten op het gebied van duurzaamheid, dan zou het kunnen dat die doelstellingen alleen door middel van een reactieve rol behaald gaan worden. Maar zoals u al zelf terecht stelt een aantal sprekers, is het een forse doelstelling die de gemeente zichzelf heeft opgelegd. Ik denk wel dat zeker een gedeelte proactieve regierol vanuit de gemeente toch wel noodzakelijk is om de doelstellingen te gaan behalen. Dan kom ik bij mevrouw Oosterman, ChristenUnie/SGP. U stelde op dit moment geen vraag maar u komt in de tweede termijn mogelijk nog met een vraag dus die wacht ik met spanning af. Dan kom ik bij de heer Ooms. Ik moet u eerlijk zeggen mijnheer Ooms, uw eerste vraag hoorde ik niet goed, dus die kan ik dan ook niet beantwoorden. Tweede vraag die u stelde hoorde ik wel en dat ging over de woningvoorraad in Maassluis die ouder is dan de woningvoorraad in veel omliggende gemeenten, en op welke wijze de verduurzaming van de woningen dan bekostigd gaat worden in Maassluis.
Dat is eigenlijk een vrij diverse vraag, want sommige woningen in Maassluis zijn van woningcorporaties, sommige woningen zijn particulier bezit, en dat ligt er ook aan wat u als gemeenteraad besluit. Besluit u bijvoorbeeld om subsidie te geven aan particulieren voor de verduurzaming van hun woning, doet u dat voor een bepaald percentage of voor een x-hoog bedrag. Dat is daarop allemaal van invloed op wat de kosten voor de gemeente precies gaan zijn. Op het moment dat u besluit op welke manier die dat eventueel zou willen bekostigen, dan kunt u vast, dan kunt u pas zien wat de kosten daarvan gaan zijn. Dus u zal daar als gemeenteraad zelf toch een idee over gaan moeten ventileren en daar een besluit over moeten nemen. Dan kom ik bij de heer Luijendijk van de VSP. U gaf aan, moet ik heel eventjes kijken, u ziet in het rapport staan dat er nadruk wordt gelegd op samenwerking met buurgemeenten, met name onder meer op het gebied van planvorming. En u vraagt aan mij, aan ons, of hieruit niet volgt dat de ambities beter kunnen worden opgepakt met buurgemeenten en je dus eigenlijk compleet moet gaan samenwerken met andere gemeenten op het gebied van duurzaamheidsbeleid als ik u goed interpreteer en ik zie u knikken dus dat geloof ik dat dat het geval is.
Ik denk dat je op sommige gebieden heel erg goed kunt samenwerken op het gebied van duurzaamheidsbeleid en ik denk dat je per beleidsterrein moet kijken met welke gemeente dat goed kan. Het ene zal, is het misschien handig om vooral richting het oosten te kijken naar het Rotterdamse en misschien soms ook meer richting het noorden richting het Westlandse, richting het Haagse. Dus ik denk dat het goed is om per onderwerp te kijken: waar kan ik de samenwerking oppakken? Om bijvoorbeeld alleen te zeggen: we gaan samenwerken met Schiedam en Vlaardingen op dit gebied lijkt mij niet direct aan de orde omdat alle gemeenten weer een eigen duurzaamheidsambitie hebben en dat zorgt ook weer voor afwijkend beleid. Dus volledig samenwerken met een andere gemeente dat lijkt mij niet aan de orde. Dan stelde u nog een vraag. U haalt uit het rapport op dat het doel op het gebied van duurzaamheid op dit moment nog niet helemaal helder is, en u vraagt aan de commissie: bent u in de vaststelling niet te voorzichtig, mede omdat er geen windmolens geplaatst zullen worden of CO2 überhaupt wel, of CO2-neutrale gemeente in 2040 überhaupt wel behaald kan worden? Dan kom ik eigenlijk al terug op de beantwoording die ik eerder, die ik al eerder in een andere, bij een andere collega van u aangaf. Het ligt er denk ik aan wat u als gemeenteraad gaat beslissen.
Gaat u voor een proactieve rol, gaat u voor een reactieve rol? Wat wilt u wel oppakken op het gebied van duurzaamheidsbeleid, wat niet? Dat is echt van invloed op of u die duurzaamheidsambitie voor 2040, die CO2-vrije, neutrale gemeente in 2040 gaat behalen. Dus dat ligt ook echt aan u als gemeenteraad wat u daarbij gaat doen. Kom ik ten slotte bij de heer Boekestijn van het CDA. U gaat ook nog een keertje in op die regierol van die gemeente of die reactieve rol, en u vraagt: is naar uw mening ook een samenwerkingsrol mogelijk? Bijvoorbeeld met een subsidie vanuit de gemeente voor een fiftyfifty-verdeling voor verduurzaming met particulieren. Ja, ik denk dat dat heel wel mogelijk is. Dat zijn natuurlijk mogelijkheden om particulieren te enthousiasmeren om sneller aan een warmtepomp, ik zeg maar wat, te gaan beginnen. En dat is ook weer aan u als gemeenteraad hoe u daar invulling aan wilt geven. De voorzitter: De heer Boekestijn, u wilt reageren hierop?
20 Transcript commissie 2 d.d. 14 september 2021
De heer Boekestijn: Ja, mijn vraag is misschien wat verkeerd begrepen. Bedoel eigenlijk dat bijvoorbeeld een zonnepanelenproject op een school voor de helft wordt gefinancierd door de gemeente en voor de helft door de direct omwonenden, zodat ze, dat we samen kunnen optrekken. Dus niet een subsidie voor een warmtepomp in een woonhuis. De heer Van der Lugt: Mag ik antwoorden voorzitter? De voorzitter: Ja, gaat uw gang. De heer Van der Lugt: Oké, dank u wel. Ja die mogelijkheden zijn er natuurlijk altijd. Een zonneproject op school, dat lijkt mij eerder iets wat wel vanuit de gemeente betaald zou kunnen worden, maar goed dat is ook weer aan u als raad en uiteindelijk wat u voor opdracht geeft aan het college welke uitvoering daaraan wordt gegeven. Dat is een keuze die u kunt maken als raad om voor meer samenwerking te gaan, minder samenwerking, dat zijn die afwegingen die u als raad zelf kunt maken. Ik denk dat het goed is, en dan kijk ik met een schuin oog naar mijnheer Roelofs of hij daar ook nog eventjes wat nader op in kan gaan, want hij kent meerdere voorbeelden vanuit het land. Voorzitter, dat is wat ik graag mee wilde delen vanuit, wilde beantwoorden vanuit de rekenkamercommissie. En dan wilde ik u het woord weer geven en mogelijk kunt u dan mijnheer Roelofs vragen om de andere vragen ook te beantwoorden. De voorzitter: Dank u wel de heer Van der Lugt.
Dan ga ik inderdaad richting de heer Roelofs. De heer Roelofs. De heer Roelofs: Ja ik, zal ik de vragen die zijn blijven liggen proberen te beantwoorden. De tijdlijn, dat was zowel een vraag van de VVD als van de PvdA. De tijdlijn, is die vergelijkbaar met andere gemeenten of zijn we achterlopend? Op zich bent u niet achterlopend, maar omdat die doelstelling voor 2040 is weggelegd waar andere gemeenten heel vaak voor 2050 kiezen is er in ieder geval haast bij het doorpakken bij het vervolg. Er zijn natuurlijk gemeenten die echt voorloper zijn en er is een beperkt aantal gemeenten die Nederland die verder zijn dan Maassluis, maar er zijn ook heel veel gemeenten die minder ver zijn of vergelijkbaar zijn. Dus wat dat betreft geen probleem denk ik. En geen, niks ten nadele van Maassluis maar omdat u als raad samen met het college die lat voor uzelf hoog hebt gelegd betekent dat wel dat we fors moeten doorpakken. Dat doorpakken is onder andere, die volgende vraag is over de communicatie, dat doorpakken is onder andere bijvoorbeeld van belang om, een gemeente heeft tal van mogelijkheden en de heer Van der Lugt gaf dat net ook wel aan, kan middelen beschikbaar stellen om zaken van de grond, middelen en mensenkracht. Maar belangrijk is ook dat de burgers en de bedrijven zelf ook aan de slag gaan.
Deels wordt dat opgelegd vanuit de wet- en regelgeving van Rijk en EU en dergelijke, maar daar zal ook ingespeeld moeten worden op initiatieven vanuit de burgers en bedrijven. Er zijn een aantal welwillende initiatieven langsgekomen bij onze ronde in de gesprekken en dergelijke. De kunst is voor de gemeente om die zo goed mogelijk te faciliteren. Dus niet de rol van de gemeente over te nemen, maar dat soort initia… of te sorry, de rol van de inwoners en van de bedrijven overnemen maar dat soort initiatieven faciliteren. Dan kom ik meteen op het voorbeeld wat net gegeven werd. Bijvoorbeeld een school, zou dat ook niet collectief met de omwonenden kunnen worden opgepakt? Wat mij betreft prima. Je ziet in den lande allerlei energiecorporaties die meer collectieve zaken oppakken en soms omdat men bijvoorbeeld wel zonne-energie wil maar niet op het eigen dak daar mogelijkheden zijn, de woning ligt niet op het zuiden of in ieder geval, is de draagkracht voor zonnepanelen is niet voldoende, dan zouden collectieve varianten die her en der in den lande verschijnen een prima oplossing zijn. Nog even over die regierol dan die de heer Boekestijn aangaf. Wij zien die samenwerkingsrol, de samenwerking met andere partijen maar ook met buurgemeenten als onderdeel met name van die regierol.
De reactieve rol is vooral initiatieven vanuit inwoners en bedrijven van onderaf, of vanuit hogere overheden bijvoorbeeld binnen MRDH-verband als dat collectieve initiatieven zijn, die als Maassluis zo veel mogelijk faciliteren. Gezien de ambities die u hebt en ook de noodzaak die er is om verder te verduurzamen ligt een regierol meer voor de hand. Dat betekent inderdaad je eigen huis goed op orde brengen, kijken wat je als gemeente zelf kunt doen, maar ook zeker met buurgemeenten en bedrijven en instellingen, burgers, aan de slag gaan om te kijken van wat, hoe kunnen zaken versneld worden of opgeschaald. Daarbij is communicatie heel belangrijk. We moeten
21 Transcript commissie 2 d.d. 14 september 2021
vooral niet het wiel niet opnieuw uitvinden maar proberen zo veel mogelijk goede voorbeelden die elders in den lande bereik of goed werken, die kunnen vaak niet een op een doorvertaald worden, overgenomen worden, maar er kan wel van geleerd worden en dan toegespitst op de Maassluise situatie kan, kunnen die goede voorbeelden doorgevoerd worden. Dat staat of valt bij toch een stuk trekkracht binnen de gemeente, ambtelijke capaciteit om dat soort initiatieven voldoende ruimte te geven. Dat vergt verschillende disciplines die daarbij een rol spelen. Enerzijds op het gebied van communicatie om goed met de inwoners te kijken van bijvoorbeeld een coöperatie of een buurt opknappen zeg maar, zo’n zonnepanelen voorbeeld. Om die gezamenlijk uit te werken dat vergt gewoon goede communicatie skills. Soms zal dat eerst technische vaardigheden zijn om te kijken van wat kan, is hier een individuele oplossing voor elk bedrijf of elk huis, of kan er een collectieve oplossing van de gemeenschap opgepakt worden. Dat is deels een technische vraag. Die hoeven we niet allemaal zelf in huis te hebben die capaciteit, maar we moeten dat toegankelijk hebben en daar eventueel middelen voor hebben om die heel snel te kunnen benutten wanneer die vraag opspeelt. Even kijken. Ja dan nog over de kosteninschatting. Inderdaad, er zijn benchmarks noemen ze dat, vergelijkingscijfers van allerlei gemeenten.
Die kan ik u ook wel geven. Maar het nadeel van benchmarken of van vergelijken met andere gemeenten is dat het appels en peren zijn, het is allemaal fruit, maar het zijn onvergelijkbare cijfers omdat het, wat dan het voorbeeld wat aan de orde komt, als de woningvoorraad verouderd is, dan is isolatie een ander verhaal dan wanneer we vrij nieuwe woningen hebben. Het geldt ook voor de bedrijven. Als in uw geval bijvoorbeeld warmtemogelijkheden in de omgeving benut kunnen worden, dat is een andere situatie dan wanneer er geen restwarmte van een industrie of een afvalwaterzuiveringsbedrijf beschikbaar is. Dus ja, er zijn vergelijkingscijfers te benoemen, maar u zult daar zelf keuzes in moeten maken, wat is in onze situatie opportuun. Dat hangt sterk af van uiteindelijk die stip op de horizon hoe we dat definiëren om die CO2-neutraliteit in 2040 te bereiken, en de weg ernaartoe die we erbij gezamenlijk, u als raad met het college uitstippelen. Ja, dat is volgens mij een antwoord op alle vragen die nog zijn blijven liggen, maar als u in de tweede ronde daar nog aanvullingen op wenst dan ben ik beschikbaar. De voorzitter: Ja, dank u wel. Beginnen we meteen met de tweede termijn. Kom ik bij mevrouw Vrolijks. Mevrouw Vrolijks: Ja voorzitter, dank u wel. Voorzitter, het rapport verrast ons niet maar baart ons tegelijkertijd ook wel zorgen.
Het bevestigt wat de PvdA en een aantal anderen in de raad ook al een tijd zeggen: we missen concrete doelen. Daarbij moeten we om ons grote doel te halen verder gaan dan laaghangend fruit. Dit wordt ook in het rapport benoemd. Het verraste ons daarbij dat de eerste volggroep duurzaamheid werd afgezegd omdat er geen nieuws was. Dat toont nog weinig ambitie. Gelukkig zijn de, is een van de adviezen van de rekenkamercommissie om daar de raad verder bij te betrekken. Maar zoals de heer Solleveld altijd zo mooi zegt: dat geheel terzijde. Het wiel niet zelf uitvinden lijkt ons evident, en daarbij snap ik wat de heer Van der Lugt zegt over het betrekken van de verschillende gemeentes hierbij. We geven de wethouder die vandaag ook meeluistert dat dan ook graag mee. Zoals de heer Roelofs al zei: er is haast bij en het is tijd om nu door te pakken. Daar past een regierol bij, want samen met de mensen in de stad moeten we ons best doen om dat ambitieuze doel te gaan halen. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Vrolijks. De heer Kleijwegt. De heer Kleijwegt: Ja voorzitter, dank u wel. Ja voorzitter, het zal u niet verbazen maar voor GroenLinks is dat een heel belangrijk punt, klimaatverandering aanpakken, en daar moet Maassluis ook zeker zijn steentje aan bijdragen.
Daarom snap ik de heer, opmerking van de heer Luijendijk ook niet zo goed over windmolens want dan denk ik ja, het is allemaal lekker makkelijk om te zeggen wat je niet wilt, zeg nou eens een keer wat je wel wilt. De wethouder heeft ook de ambtelijke, of heeft het ook gehoord over de ambtelijke capaciteit. Deze moet gewoon vergroot worden, want we moeten ervoor zorgen dat we er als gemeente klaar voor zijn en dat we goed beleid maken. GroenLinks ziet hier dan ook graag concrete actie, wil graag dat er concrete actie wordt ondernomen op dit punt, net als overigens de andere aanbevelingen. Het moet duidelijker en beter
22 Transcript commissie 2 d.d. 14 september 2021
gecommuniceerd worden, want nou ja goed, er is, valt nog een hoop te doen. Er is werk aan de winkel, dus ik zou zeggen: aan de slag en snel. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Reuver. De heer De Reuver: Ja dank u wel voorzitter. Voorzitter, voor de duidelijkheid: D66 vindt de ambitie niet te hoog en we zijn ook blij dat het college deze ambitie ook overneemt. De rekenkamercommissie doet concrete aanbevelingen. Er zal in de toekomst meer geld moeten worden vrijgemaakt om de doelstellingen te halen. Ook moet de gemeenteraad nauwer betrokken worden bij het realiseren van de doelstellingen. Wij hebben al meer gevraagd of er een document kan worden opgesteld met de realisatie van de tussentijdse doelstellingen met een jaarlijkse terugkoppeling naar raad via het monitoren hiervan. Een en ander wordt ook gesteld in de aanbevelingen die de rekenkamer stelt en die het college gelukkig overneemt. Wij als D66 kunnen hierachter staan en zijn tevreden met het rapport en wat het college ook stelt, dat zij erachter gaan staan. Er moet hard gewerkt worden in de toekomst en dat zal de wethouder toch moeten laten zien. Ik ben het toch ook met de PvdA eens dat, dat is toch een opmerking voor naar de wethouder, dat die duurzaamheidswerkgroep niet doorging omdat er te weinig punten waren. Nou, als ik dit rapport lees dan zijn er heel wat punten die we moeten bespreken.
Dus waarom dat nou is uitgesteld dat vraag ik me ook af. Dit is het even, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer, nee. Mevrouw Spijk. Mevrouw Van Spijk: Dank u wel voorzitter, nog steeds mevrouw inderdaad. Wij hebben, de VVD bedankt natuurlijk ook voor het, bedankt voor het rapport. En nou ja, concrete doelen en een goede communicatie daar kunnen we natuurlijk allemaal achter staan. We staan positief, we zijn positief gestemd en dat was het voor vandaag. De voorzitter: Dank u wel. De heer Solleveld. De heer Solleveld: Ja als het goed is staat mijn microfoon weer aan. Voorzitter, dank u. Nou ik ben heel blij met de antwoorden die we gekregen hebben. Het is een, ik heb een aardige middag gehad met het stuk te lezen. Die regierol dat is helder in die zin, het lijkt een beetje een hybride regierol te worden. Een soort, we leven in een poldermaatschappij dus het zou zomaar kunnen dat dat in ieder geval met een stuk maatwerk in een goede communicatie met belanghebbenden, ik wilde bijna zeggen stakeholders maar dat slik ik net op tijd in. Dus die communicatie is van belang. Ik heb nog een vraagje over de SWOT-analyse. Want daar ben ik, die is me net even ontschoten. Ik zie daar bij de zwakte, dan lees ik even voor: verbetering mogelijk in samenwerking coördinatie tussen ambtenaren op duurzaamheidsthema’s en integriteit van rapporten en communiceren over duurzaamheidsthema’s.
Ik snap niet voor mezelf, is dat nou een zwakte of is dat nou een kans? Maar misschien kunt u daar wat over zeggen. En zeker, hoe heet dat, in relatie met laten we zeggen uw eerste bedreiging is dat, goed. Even kijken, wat heb ik nog meer, wat wilde ik nog meer zeggen. Nou, het is goed dat we een volggroep hebben die, mevrouw Vrolijks haalde het al aan, die had wat voortvarender van start kunnen gaan, maar goed ik, eind september gaat dat volgens mij gebeuren want we moeten natuurlijk nog wel een aantal stappen maken. In dat licht gezien ben ik ook blij met de reactie die het college heeft geschreven, want dat lijkt me een uitstekend uitgangspunt in het vervolg van dit traject. De voorzitter: Kan de heer Sol… De heer Solleveld: Tot zover voorzitter. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw Oosterman. Mevrouw Oosterman-Feenstra: Ja dank u wel voorzitter. Laat ik eerst even reageren op de opmerking inderdaad over de volggroep. Als voorzitter van de volggroep ben ik inderdaad blij dat we over twee weken dan inderdaad van start kunnen. Graag onderwerpen inderdaad die u wilt bespreken die eerste vergadering ook graag indienen bij de griffier, want ik denk dat we volgende week, dat ik dan met de griffier ga kijken welke onderwerpen vanuit de raad zijn binnengekomen, zodat we dan inderdaad ook de agenda kunnen maken voor de eerste meeting.
Mevrouw Vrolijks van de Partij van de Arbeid die gaf al aan: het rapport verrast ons niet. Ons ook niet inderdaad, want al jarenlang is het duurzaamheidsbeleid een punt van discussie. Dan is het ook niet voor niks dat er
23 Transcript commissie 2 d.d. 14 september 2021
een rekenkamercommissie op dit onderwerp zit. Maar ik wil u nog wel iets meegeven om over na te denken, u allen, want dat houdt mij wel bezig. Want de rekenkamer wil met dit rapport een bijdrage leveren aan het lerend vermogen van de organisatie. Daar ben ik het helemaal mee eens, maar toch denk ik dat het lerend vermogen van het college en de gemeenteraad op dit moment toch op een cijfer 6 blijft hangen naar mijn mening. Ja en waarom zeg ik dat, ik vind het al… ik vind het opvallend dat we toch meestal met elkaar makkelijk eens zijn over aanbevelingen van de rekenkamercommissie of andere externe partijen, maar dat wanneer raadsleden tussentijds met dingen komen, verbeterpunten, dat daar dan niet naar geluisterd wordt of weinig, en dat het dan als het in een rapport staat dat het dan overgenomen wordt. Ik zeg niet dat het, met duurzaamheidsbeleid zijn we het al langer met dingen eens, maar het valt me in z’n algemeen valt het mij dat wel op. En nou, dat vind ik toch lastig, want kennelijk zijn we dan toch met elkaar niet sterk genoeg om signalen uit van andere raadsleden of vanuit inwoners, om die toch actief om te zetten in verbeterpunten.
De voorzitter: Kunt u afronden mevrouw Oosterman? Mevrouw Oosterman-Feenstra: Ja mijn laatste zin, want dat maakt dat ik ook in z’n algemeenheid kritisch ben in de uitvoering van aanbevelingen van de rekenkamercommissie, want gaat het college afhandelen om het afhandelen, of is het bezig zichzelf continu te verbeteren? Nou, ik hoop dat we echt met elkaar toe gaan naar een cijfer 8 voor continu verbeteren binnen onze organisatie. Tot zover voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Ooms. De heer Ooms: Dank u wel voorzitter. Ik had nog twee verschillende vragen, maar die zijn al voor mijn voeten weggehaald hier tijdens de, in de eerdere vragen. Dus ik heb geen vragen meer. Ik wil de heren bedanken voor de voorlichting en de uitleg van het rapport en dat was het voorzitter. De voorzitter: Maar had u nog twee vragen bedoelt u de heer Ooms? De heer Ooms: Ja maar die zijn al gevraagd, over de communicatie en voortzetting. De voorzitter: Prima, oké. De heer Ooms: Nee. De voorzitter: Prima. De heer Luijendijk. De heer Luijendijk: Ja voorzitter, dank u wel. Wij willen de rekenkamer en het onderzoeksbureau ook bedanken voor het rapport en de beantwoording van de vragen. Een paar dingen die nog even denk ik benoemd moeten worden.
Punt 1: er is een volggroep in het leven geroepen op verzoek van het college en ik ga er dus ook van uit, en dit even in de richting van de voorzitter van de volggroep: het college zal hier regie moeten hoeden, oftewel die moet leidend zijn in de te agenderen onderwerpen. Dat punt 1. Dat sluit namelijk naadloos aan bij de opgave, namelijk 2040 moet er een doel bereikt worden. De opgave is ook nu aan het college: formuleer nu eens SMART hoe dat doel eruitziet. Dat weten we tot op heden niet. Kunnen we vervolgens ook, ook daar ligt weer de bal bij het college, kom met milestones, kom het stappen. Hoe gaat u die invullen, wat zijn de plannen, waar kunnen we u op gaan sturen, waar kunnen we u op gaan afrekenen? Dat gaan we in een volggroep bespreken en we gaan geen praatclub maken waarin iedereen wat gaat roepen. Dus dat is eventjes over de volggroep. Ja, ik blijf erbij dat de samenwerking die wij op een aantal terreinen met nabuurgemeenten hebben en die zeer vruchtbaar is, die zullen we ook hier moeten zoeken. Het is onzinnig om allerlei zaken hier ten stadhuize te gaan uitvinden terwijl het gewoon vijf of tien kilometer verderop in een, ook in een stadhuis ook wordt uitgevonden. Dus ik roep toch het college op: zoek op een verstandige en slimme manier die samenwerking.
Het Westland heeft iets heel anders te bieden als de nabuurgemeente in Rijnmond, maar zoek waar mogelijk die samenwerking en die kennis die op dit moment wordt opgebouwd. En dan nog even naar mijnheer Kleijwegt: ik zeg niet er moeten geen windmolens komen, het rapport stelt dat Maassluis geen windmolens wil. En Maassluis wil geen windmolens, nee alle partijen in Maassluis minus GroenLinks willen geen windmolens want we kunnen geen windmolens op ons grondgebied plaatsen. Dat even naar mijnheer Kleijwegt. Dank u. De heer De Reuver: Dat is niet helemaal waar. De voorzitter: De heer Boekestijn.
24 Transcript commissie 2 d.d. 14 september 2021
De heer Boekestijn: Dank u wel voorzitter. Dit rapport is gewoon wat ons betreft duidelijk. Wij zijn van mening dat het raadsvoorstel zoals het nu ligt, dat we dat straks moeten inbrengen en als een hamerstuk kunnen afwikkelen. Wat betreft de volggroep, het is jammer dat het even uitgesteld is maar ik ben eigenlijk wel blij dat het even uitgesteld is. Waren toch een aantal leden die verhinderd waren en ik ga liever goed van start dan half. En de oproep om onderwerpen aan te dragen die zal ik zeker doen, met name ook een volggroep die kan ook benut worden om eventueel te kijken waar de raadsleden gewoon kennis missen op bepaalde onderwerpen, dat we die collectief kunnen verhogen. Is dat wel praktisch. Want ik hoor wel eens wat vragen voorbijkomen dat ik denk van, ja er is wat kennisgebrek. Het is een heel ingewikkeld onderwerp en als we daar met z’n ‘…’ die kennis omhoog weten te krijgen zou dat wel heel prettig zijn. ‘…’ nemen. De voorzitter: Dank u wel, de heer Boekestijn. Dan wil ik de heer Van der Lugt het woord geven. De heer Van der Lugt: Ja dank u wel mijnheer de voorzitter. Ik heb nog één vraag gehoord en dat was van de heer Solleveld. Dat ging over de SWOT-analyse. Ik zou de heer Roelofs willen vragen met uw goedvinden om die vraag te beantwoorden.
En ik zou toch nog graag één opmerking willen maken, want ik werd toch nog getriggerd door een opmerking van de heer Kleijwegt van GroenLinks. U zei, u maakte een opmerking over de ambtelijke capaciteit richting uw wethouder die op dit moment ook aanwezig is tijdens die commissievergadering, maar ik wil u toch nog meegeven als raad: u bent zelf ook in staat om tijdens een begrotingsbehandeling om allerlei voorstellen in te dienen om middelen binnen de gemeente anders in te zetten. Dus u bent daar als raad ook echt in staat om zaken te wijzigen, althans, daar voorstellen toe te doen en uw mederaadsleden daarop mee te nemen. Dus ik zou ook zeggen van kijk niet altijd te veel naar het college maar neem ook echt die regierol. Een andere rol dan de regierol zoals we net bespraken bij duurzaamheidsbeleid, maar neem de regie in dit geval ook als raad zelf als u dat wenst, want u bent inmiddels, tenminste, u bent immers het orgaan dat de kaders stelt en de middelen uiteindelijk vrijgeeft. Dus dat wilde ik toch nog eventjes meegeven voorzitter. Dank. De voorzitter: Dank u wel. De heer Roelofs. De heer Roelofs: Ja. De vraag was of de opmerking in de sterkte-zwakteanalyse, SWOT-analyse van de verbetering mogelijk in samenwerking coördinatie tussen ambtenaren en duurzaamheidthema’s en integraliteit van rapporten.
We hebben dat, ja en is dat een zwakte of is dat een kans? Natuurlijk is dat meteen een kans als we dat goed oppakken als binnen de ambtelijke organisatie, maar we hebben het bij zwakte gezet omdat we, technisch is bij sterkte-zwakteanalyse en kansenbedreigingen dat de sterkte en zwakte betrekking hebben op integrale zaak, het integrale beleid, dus in dit geval u als gemeente en toekomstige bedreigingen op de buitenwacht. Wat komt u op u als gemeente af. Vandaar dat we het bij de zwakte hebben gezet. En de heer Van der Lugt gaf al eerder aan: er is één ambtenaar, is één persoon die als projectleider duurzaamheid fungeert, maar duurzaamheid is natuurlijk een thema wat in allerlei andere domeinen van de gemeente, mobiliteit, bouwen en wonen en dergelijke terugkomt. En die contacten, die wisselwerking, ook binnen bij integrale planvorming en dergelijke, gebiedsontwikkeling, daar missen we voor een stuk die integraliteit en dat is een punt wat zeker, via die aanbeveling van een projectteam duurzaamheid waar die verschillende disciplines bij elkaar komen proberen we dat via die aanbevelingen proberen we dat aan te pakken. Dat was volgens mij de enige vraag die we hadden. Ik wil nog wel even op mevrouw Oosterman aansluiten met de lerende organisatie, continu leren.
En het was geen vraag, maar ik nodig u inderdaad uit om te streven naar die 8 zoals dat genoemd werd, omdat het juist interessant is ook voor het draagvlak in de samenleving, bij burgers en bedrijven, als we als gemeente vrij consistent afspraken maken en duidelijk maken wat we willen. Dan kunnen we dat ook van anderen gaan vragen en daarmee zal het beleid, en duurzaamheidsbeleid is niet alleen het beleid van de gemeente, ik heb het straks ook gezegd, maar juist van gemeentes samen met burgers en bedrijven. Daar kunnen we die andere partijen ook veel makkelijker in mobiliseren en enthousiast maken. Dus wat dat betreft continu verbeteren en dat hangt ook samen met kennisuitwisseling. Niet iedereen kan evenveel kennis hebben want het is een heel complex onderwerp. Maar daarbinnen is zo’n volggroep zal daarbinnen ook nog een taakverdeling kunnen hebben en bepaalde domeinen of bepaalde
25 Transcript commissie 2 d.d. 14 september 2021
onderdelen van die duurzaamheidsambitie daar juist wel de kennis ophalen dus. En dan is de kunst natuurlijk om dat goed met de rest van de raad en de rest van de volggroep te communiceren. Maar daar liggen zeker kansen omdat continue verbeteringen ‘…’ genoemd werd om dat op die manier te bereiken. Ik hoop hiermee de vraag voldoende te beantwoord hebben voorzitter. De voorzitter: Dank u wel de heer Roelofs en u ook bedankt de heer Van der Lugt voor de beantwoording. Kan ik concluderen dat het raadsvoorstel met de aanbevelingen die opgenomen zijn doorgeleid … De heer Solleveld wil nog reageren. De heer Solleveld: Nou ik wil, u mag wel even uitspreken want ik denk misschien doet u even een ronde om te vragen wat wij willen met dit stuk, maar voordat ik dat wil gaan zeggen wilde ik een aan de heer Van der Lugt melden dat 9 oktober speelt Excelsior Maassluis uit, dus ik denk dat ik dan maar bij HVC kom kijken en wellicht kunnen we dan op minder dan anderhalve meter een biertje nemen. De voorzitter: Oké. Dat wilde ik inderdaad vragen. Kan ik concluderen dat het raadsvoorstel met aanbevelingen doorgeleid wordt naar de gemeenteraad vanavond? Indien u anders denkt graag uw hand opsteken. Zo niet ga ik van uit dat iedereen akkoord gaat. De heer De Reuver: Prima. De heer Luijendijk: Akkoord. De heer Ooms: Oké.
Sluiting De voorzitter: Dan wil ik iedereen bedanken en wens u een fijne avond verder.
Conclusie: De commissie concludeert dat het raadsvoorstel voldoende besproken is en als hamerstuk kan worden doorgeleid naar de raadsvergadering van hedenavond.
26 Transcript commissie 2 d.d. 14 september 2021