Transcript commissie 2 1 februari 2022
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSCOMMISSIE VAN GEMEENTE MAASSLUIS d.d. 1 februari 2022
Opening 1.
Raadsvoorstel tot vaststellen adviesrecht gemeenteraad onder de Omgevingswet De voorzitter: Goedenavond allen. Iets over zevenen gaan we starten met de bespreking van het raadsvoorstel tot vaststellen adviesrecht gemeenteraad onder de Omgevingswet. In de eerste termijn heeft u anderhalve minuut per fractie en vijftien minuten daarna voor wethouder Kuiper. Ik ga starten aan de linkerzijde bij mevrouw Vrolijks, PvdA. Mevrouw Vrolijks: Ja, voorzitter dank u wel. Nou, volgens mij ligt er een duidelijk voorstel voor ons waar wij ook niet zo heel veel vragen meer over hadden. Er rest ons eigenlijk nog één vraag en dat is, we zien dat de Omgevingswet mogelijk kortere procedures zou kunnen opleveren en of de wethouder dat kan toelichten vanuit het perspectief van de organisatie. De voorzitter: Dan gaan we door naar de heer De Reuver, D66. De heer De Reuver: Ja, dank u voorzitter.
Mijn, ja, mijn eerste vraag is, we hadden het erover: klopt het dat de Omgevingswet weer is uitgesteld? Conform wat hierin staat dat het niet klopt? Dan een vraagje: wat wordt verstaan onder het buitengebied? En waarom is voor vier woningen gekozen in het buitengebied en niet voor drie, zoals nu het geval is? En waarom is het bouwen in het beschermt Midden-Delflandgebied niet genoemd conform het provinciaal beleid? En mijn laatste vraag is: waarom worden bouwprojecten niet genoemd waar hogere geluidsgrenswaarden moeten worden verleend? Dat zijn de vragen, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Gastel, VVD. De heer Van Gastel: Ja, dank u wel voorzitter. Een helder voorstel, alleen we hebben er toch wel nog een aantal vragen. Op dit moment hebben we het bestemmingsplan en straks zullen we omgevingsplannen moeten hebben die minder gedetailleerd zijn en meer ruimte voor initiatieven zullen inhouden.
Wat wordt dan vanaf 1 juli, of van wanneer het dan ook ingaat, wat is dan de status van de huidige bestemmingsplannen? En is er voldoende capaciteit om ze om te vormen binnen een bepaalde periode? Dat is meteen ook de tweede vraag: wanneer is die uiterlijke termijn waarop de huidige bestemmingsplannen omgevormd moeten zijn tot omgevingsplannen? Derde vraag: hoe voorkomen we dat van rechtswege vergunning wordt verleend voor buitenplanse projecten doordat niet tijdig wordt beslist op een omgevingsvergunning zoals nu recentelijk speelt met de Govert van Wijnkade. En wat gebeurt er als zich zoiets voordoet op een onderwerp die wij op die lijst straks gaan zetten? Wij zijn niet zo gecharmeerd, dat is geen vraag, meer een opmerking, van Duitse teksten in raadsvoorstellen. An sich is goed Duits maar op zich geen goed Nederlands. De laatste: als we vanaf 1 juli 2024 evalueren, dan is de volgende raadsperiode al voor meer dan de helft voorbij. Wij vinden dat eigenlijk te lang duren, vooral omdat het allemaal nieuw is. Wat ons betreft gaat dat naar een jaar. En graag hoor ik ook wat de andere fracties daarvan vinden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ga ik naar de heer Kleijwegt, GroenLinks.
De heer Kleijwegt: Dank u wel voorzitter. Waarom kiest het college voor een advies van de raad vanaf tien woningen? Wij willen over iedere woning mee kunnen praten. Als deze woning namelijk midden in een park komt te staan zien wij hier bijvoorbeeld wel bezwaren, kunnen we er niet blindelings mee akkoord gaan. Dat brengt mij gelijk op mijn volgende vraag: waarop baseert het college dat woningen kleiner als 550 kubieke meter geen dusdanige invloed hebben? We vinden namelijk wel dat het zou kunnen, we willen meedenken over hoe het bijvoorbeeld betaalbaarder en beter kan. Er wordt in het stuk gesproken over gevoelige onderwerpen, wat wordt hier concreet mee bedoeld? Kan de wethouder dat uitleggen aan de hand van voorbeelden? Er staat in het raadsvoorstel dat het stuk over twee jaar wordt geëvalueerd. Ik neem aan dat dat een richtlijn is en dat de evaluatie en eventueel bijstelling ook eerder plaats kan vinden als de gemeenteraad daarom vraagt. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ga ik naar mevrouw Heijboer, CDA. Mevrouw Heijboer: Dank u wel voorzitter. Wij denken dat het na twee jaar evalueren, dat dat prima is omdat het ambtelijk apparaat ook even de gelegenheid moet hebben om, nou ja, met elkaar, met de raad … Wij denken dat twee jaar goed is om dat te doen. Verder hebben wij geen vragen, voorzitter, in de eerste termijn. De voorzitter: Dat is hartstikke mooi.
Gaan we naar mijnheer Molmans, Forum voor Maassluis. De heer Molmans: Dank u wel voorzitter. Ja, de meeste vragen die zijn eigenlijk al gesteld. Ik ga in ieder geval mee met de VVD over het eerder evalueren, of kortere tussenpose. Dan ten tweede: er wordt op het gegeven moment wordt er gesproken op bladzijde vier over de projecten met betrekking tot energieopwekking en dan wordt er gesproken over van biomassacentrale enzovoort. En dan is de uitzondering alleen voor kleinschalig. Maar stel, toevallig bij mij in de buurt op de Merellaan, die flats die hebben daar ook een idee om daar dus ook zelf hun cv-installatie op biobrandstof te zetten. Valt dat onder de grootschalige of onder de kleinschalige, zo’n ding? Want het is iets groter natuurlijk als een privéwoning. Voor de rest geen opmerkingen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Luijendijk, VSP. De heer Luijendijk: Ja, voorzitter dank u wel. De Omgevingswet komt op ons af en wordt intern al een aantal jaren voorbereid. Dat VSP Maassluis niet met warme verwachtingen de invoering tegemoet ziet is al voldoende door ons naar voren gebracht. Er zullen ongetwijfeld verbeteringen en vereenvoudigingen kunnen schuilen in de nieuwe wet. Mogelijk willekeur ligt er ook in besloten en daarover hebben wij onze zorgen reeds meermalen geuit.
Vanavond bespreken we een noodzakelijke reparatie op voorhand van de rol en positie van de raad in de nieuwe constellatie. Het college heeft ons meegenomen en ons er opmerkzaam opgemaakt dat zonder vastlegging vooraf de raad in de toekomst in zaken met betrekking tot ruimtelijke ordening buitenstel zal staan. Je zou zeggen: die bedenkt er zoiets? Het college onderkent dit bezwaar en stelt de raad voor om een paar onderwerpen waar de raad zich het recht voorbehoudt bindend adviesrecht te willen hebben te benoemen en vast te leggen. Wij kunnen ons vinden in het voorgestelde lijstje van onderwerpen waarover dit moet worden vastgelegd. Het raadsvoorstel stelt dat dit besluit twee jaar na inwerking van de Omgevingswet kan worden bijgesteld. Onze vraag is: betekent dit dat we het lijstje tussentijds niet kunnen aanvullen omdat we nog een leemte ontdekken? En twee: waarom zou niet in het besluit kunnen worden opgenomen dat het mogelijk is en blijft om tussentijds onderwerpen aan de lijst toe te voegen? Een evaluatie over twee jaar hoeft toch ook niet noodzakelijk het enige moment te zijn waarop toevoegingen kunnen plaatsvinden? En wat betreft twee of één jaar denken wij ook dat één jaar is helemaal geen verkeerd moment om zo’n eerste evaluatie te doen, ook al is het nog een inwerkperiode, ook al zijn er
nog aanloopproblemen en nog niet alle problemen getackeld, is het toch nuttig om daar met elkaar van gedachten te wisselen en te kijken hoe de temperatuur in de organisatie is op dat punt. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Allereerst mijn excuses voor laat komen, kleine ongelukje, gelukkig is het goed afgelopen. Gaan we verder met de heer Van der Wel. De heer Van der Wel: Ja, dank u wel. Nou ja, over dit overzichtje van opties één vraag en die is ook al door GroenLinks gesteld: wanneer is er sprake van maatschappelijke onrust of anderszins politiek gevoelige initiatieven? Dat is natuurlijk een elastisch begrip. Misschien kunt u aan de hand inderdaad van wat voorbeelden aanduiden waar u dan aan denkt. Verder zou ik adviseren, dat mag ook wel, hè? Ja, dat ga ik morgen doen. Bij puntje twee van de projecten met betrekking tot energieopwekking, de term weiden te vervangen door percelen. Want ik denk dat je anders een risico loopt op semantische heel moeilijke discussies over wat is een weide en wat is geen weide. Maar dat is maar een advies. Alstublieft. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil het woord geven aan de wethouder. Mevrouw Mulder: Voorzitter? Mag ik dan mijn beurt nog? De voorzitter: O, sorry, ja tuurlijk. Mevrouw Mulder, sorry. Mevrouw Mulder: Dank u wel voorzitter. Op zich heb ik ook geen vragen, wij hadden als enige ook het stukje over de evaluatie.
Nou wil ik niet eigenlijk eerder dan na twee jaar evalueren want ik ben het met het CDA wel eens dat het ambtelijk apparaat ook de tijd moet krijgen om zich daarin eigen te maken. Maar wellicht kunnen we wel na een jaar een soort terugkoppeling doen van hoe staan we ervoor? En dat er dan nog mogelijkheden zijn om eventueel iets te veranderen aan het lijstje als we dat zouden willen, zonder een hele grote evaluatie op te tuigen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Nu het woord aan de wethouder. De heer Kuiper: Dank u wel voorzitters, allebei. Ik ga het rijtje langs. Partij van de Arbeid vroeg naar: wat is dan de versnelling? Nou ja, we hebben nu toch de nodige verklaring van geen bedenkingen voorbij gehad omdat we alles naar de raad moeten brengen. Dit vergt veel tijd, ook van de raad, tegenwoordig moet je twee keer zelfs erover uitspreken. Dus de achtergrond van de Omgevingswet is om het sneller en beter en integraler te doen, dus daar is dit nadrukkelijk ook een onderdeel van. Omgevingswet, nou ik wist het nog niet, de heer De Reuver die vroeg het net voordat de vergadering begon, snel even gekeken, inderdaad, er is vandaag ik geloof een uur geleden ongeveer een brief uitgegaan dat die nu wordt uitgesteld naar 1 oktober. En we hebben geprobeerd overal in alle stukken te zeggen: de Omgevingswet waarvan de invoering is voorzien op dit moment op 1 juli.
En dat is maar goed ook want dit is volgens mij al uitstel nummer weet ik hoeveel. Het buitengebied, ja, dat is precies eigenlijk waar we mee bedoelen het Midden-Delflandgebied. Wij hebben … Maassluis is bijna helemaal tot aan de bebouwde kom volgebouwd. Althans, er zijn bouwplannen voor. Behalve dan zeg maar bij de Boonervliet waar we het gedeelte in de Zuidbuurt hebben. Dat is eigenlijk het enige gebied wat we bedoelen met buitengebied. De hogere grenswaarden, ja, daar zou ik niet willen zeggen omdat dat is bijna bij ieder bouwproject nodig in Maassluis. En dus vanwege het industrielawaai van de scheepvaart, het havengebied, de snelweg, de spoorlijn, dus bijna voor ieder project wat we hier gaan bouwen hebben we een hogere grenswaardenbesluit nodig en worden er maatregelen aan de gevels genomen. Dus als we dat erin leggen dan haalt u de essentie van het voorstel eronder vandaan en dat is juist dat we proberen sneller te werken voor onze inwoners. VVD vroeg over de bestemmingsplannen omgevingsplannen. Ja, de
huidige bestemmingsplannen die worden automatisch krijgen die de status van omgevingsplan. Dus alle huidige bestemmingsplannen worden automatisch bij ingang van de Omgevingswet krijgen die de status van omgevingsplan. En het is ook niet zo dat de opvolgers daarvan of de ‘…’ per definitie veel losser of vrijer mogen zijn. Dat is echt aan ons als gemeente, aan u als gemeenteraad, om uiteindelijk te bepalen wat er in de omgevingsplannen van de toekomst komt te staan, dat kan precies hetzelfde plan zijn zoals het nu is. Bijvoorbeeld in de bestaande wijk hebben we heel vaak een conserverend bestemmingsplan, daarin zijn gewoon de huidige woningen, de huidige zaken worden opgenomen en geformuleerd. Er zit een bepaalde termijn in, ik heb het een keer geweten, ik heb het nu even niet paraat maar volgens mij is het een jaar of tien, waarbinnen je de reguliere vervanging moet doen en dan pak je het huidige bestemmingsplan en vorm je het om naar een omgevingsplan. En dat hoort gewoon bij de basisdiensten die onze gemeente moet doen, dus ja, dat zal extra werk met zich meebrengen maar de ervaring leert ook dat dat uiteindelijk bestemmingsplannen zijn die worden opgesteld door bureaus voor ons en dat houdt ons en onze medewerkers vervolgens van de straat om dat te doen.
De van rechtswege verleende vergunningen, daar hebben we toevallig vanochtend in het college de beantwoording van vastgesteld, die krijgt u waarschijnlijk dan vrijdag via het griffienieuws. Dat is natuurlijk gewoon niet goed, dat proberen we te voorkomen en daar worden ook maatregelen op genomen. Duits is een mooie taal maar inderdaad, we hebben toch ons best gedaan om te voorkomen dat dat hier wordt gesproken, dus dat ben ik met u eens. Dan de evaluatieperiode, daar spraken verschillende fracties over. We hebben bewust gekozen voor twee jaar, A, omdat er vaak een lange voorgeschiedenis is. Het is zeker aan het begin van deze periode hadden we helemaal niet zoveel verklaringen van geen bedenkingen, dus je moet ook enige ervaring opdoen voordat je het tegen het licht gaat houden. Dat is waarom we op twee jaar, waarom we u voorstellen om het op twee jaar te houden. En wellicht is eigenlijk de laatste bijdrage van mevrouw Mulder nog wel de beste, van nou, we kunnen na een jaar even de thermometer erin steken. Wat ik zou willen voorkomen is dat het onduidelijk blijft en dat we zeggen: nou ja, we kunnen er op ieder moment iets aan toevoegen.
Want onze ambtenaren, die krijgen zo’n stuk binnen en die moeten dan beoordelen: moeten we dit naar de raad brengen of gaan we dit binnenshuis en alleen aan het college bieden of wordt het ambtelijk afgedaan? En als er onduidelijkheid over bestaat, dat is denk ik het slechtste wat we onze mensen kunnen aandoen. Want dan zegt u later: waarom heeft u niet gedaan? Nou ja, en onze ambtenaren worden dan ook gillend gek en terug gevolgd daarop ook de inwoners of organisaties of bedrijven die initiatieven aanreiken bij ons. GroenLinks vroeg waarom die tien woningen, iedere woning meepraten. Nou ja, ik ken de heer Kleijwegt ook als iemand die juist veel woningen wil bouwen, zorgen dat er bijvoorbeeld leegstaande gebouwen worden omgebouwd naar woningen. Ja en als we dus iedere woning hier gaan voorleggen aan de raad, ja, dat betekent dus gewoon keihard vertraging. Dus er zijn een heleboel die we wel willen doen. En ik … Wanneer is gevoelig, stelt u ook de vraag. En dan wil ik hem eigenlijk koppelen aan uw eerste vraag: ja, als die ene woning in het Lepelaarplantsoen en dat zouden we ook niet doen, we zouden gewoon afwijzen, maar stel dat we dat zouden willen doen, ja, dan voelen wij ook wel aan ons theewater aan dat we die eerst eventjes moeten voorleggen aan de raad voordat we daarmee aan de slag zouden gaan.
Die grens van 550 kubieke meter dat is een norm die de provincie ook hanteert. Die komt nog voort eigenlijk, de oude Ruimte voor Ruimte-regeling wordt toch gezien als een niet al te gek grote woning. Nou, twee jaar heb ik al iets over gezegd, het CDA sprak er ook over. Forum sprak ook over de evaluatie en de energieopwekking. En daar gaf hij het voorbeeld van de Merellaanflats onder andere bij. Nou, A, we hebben daar ook, we hebben dat tegengehouden als college, de initiatieven die daar speelden, maar dat voelen wij aan ons theewater aan als iemand daar grote hout gestookte verwarmingscentrales wil gaan aanleggen dat dat iets zou zijn om naar u te brengen. Dan … De heer Luijendijk: Voorzitter? De voorzitter: Ja, de heer Luijendijk.
De heer Luijendijk: Ik hoor nu al een paar keer dat het college op zijn theewater aanvoelt maar ik wil toch de wethouder een klein beetje meenemen naar een volgende periode en ook hij kan niet in de glazen bol kijken. Oftewel: we weten niet wat voor soort college er straks zit en het theewater van een volgend college kan wel eens heel anders zijn. Dus daar schuilt ook direct het addertje onder het gras in het hele verhaal, dat er interpretatiemogelijkheden zijn die er nu niet zijn en dat maakt het allemaal toch wel wat riskanter. De heer Kuiper: Ja, maar dan wijs ik er ook direct op, dus volstrekt gelijk, we kunnen niet in de glazen bol kijken van de samenstelling van het volgend college. Punt is wel dat u hier aangeeft, in dit raadsvoorstel vaststelt, dat het college gevoelige onderwerpen naar de raad zal brengen. Kijk, maatschappelijke onrust ontstaat vaak pas daarna maar als college kan je natuurlijk wel zeggen: ja, luister, we hebben afgesproken dat u gevoelige onderwerpen naar ons toe zou brengen. Dus daar zit natuurlijk juist ook een ruimte die de raad ook kan benutten. Ja, de evaluatie, daar heb ik over gesproken. Ja, dus tussentijds zou ik dus niet heen en weer gaan bewegen, we moeten wel duidelijke grenzen hanteren.
En dan de ChristenUnie, wanneer onrust? Nou, ik heb dat Lepelaarplantsoen maar even als voorbeeld gebruikt, ik kan me voorstellen dat toevoegen van één of twee woningen juist wel heel gevoelig ligt maar als dat gebeurt in het leegstaand bankkantoor waar we twee woningen in realiseren vind ik, nou, dat is een goede zaak. Uw opmerking over percelen vind ik een waardevolle. Zouden we eventjes met de pen proberen in de pauze misschien het stuk nog even te amenderen voordat we het in de raad brengen ter besluitvorming. En als laatste denk ik dat ik net al even ben ingegaan op de suggestie die mevrouw Mulder deed om zeg maar na een jaar gewoon een informele evaluatie met elkaar op basis van ambtelijke stukken bijvoorbeeld in presidium of iets dergelijks, dat we gewoon even kijken: nou, hoe is het nu bevallen? Hebben we al voldoende? Maar ik zou daar ook de ruimte willen nemen van dat je wel twee of drie procedures hebt doorlopen voordat je gaat evalueren, want als je er maar één hebt gehad dan is dat denk ik een te kleine steekproef. De voorzitter: Mevrouw Heijboer. Mevrouw Heijboer: Ja, als aanvulling misschien nog een reactie op de wethouder. Misschien is het wel goed om dan gewoon een raadsinformatiebrief te sturen, maar ik zou het niet in het presidium gaan bespreken. Dat lijkt me geen goed plan.
De heer Kuiper: Ik laat het zeg maar natuurlijk aan de raad maar we hebben bewust voorgesteld om twee jaar te doen en we kunnen natuurlijk altijd zeggen: hé luister, we hebben nou dingen voorbij zien komen, daar willen we op terugkomen, dat kan natuurlijk altijd. Maar … En dat krijg ik nog even ambtelijk aangereikt dus ook inderdaad: jaar is te kort, hebben we gewoon te weinig initiatieven voor. Maar let op: ook niet alles wat het college besluit wordt überhaupt voorgelegd, want een heleboel dingen worden gewoon afgewezen omdat we zeggen: dit past niet in het beleid. En sommige dingen worden voorgelegd en die passen gewoon een-opeen in het beleid en dan is het ook geen kwestie van … Dat zijn juiste de zaken waarvan we wel zeggen: dit zou misschien wel moeten mogen maar het past niet in het beleid, dan komt het bij ons op tafel in het college en eventueel daarna door naar u als raad als het een bepaalde omvang of overschrijding van bepaalde gevoeligheid heeft. Voorzitter, daarmee heb ik volgens mij alle vragen beantwoord. De heer Luijendijk: Voorzitter? De voorzitter: De heer Luijendijk. De heer Luijendijk: Staat bij mij nog de vraag open of ook tussentijds het lijstje kan worden aangevuld.
De heer Kuiper: Nou, volgens mij heb ik daar net wat over gezegd. Kijk, uiteindelijk formeel gezien: ja. Want het is een raadsbevoegdheid, de raad kan zich uitspreken en zeggen: nou, we willen X, Y of Z aan ons houden. Dat kan. Tegelijkertijd en daar heb ik voor proberen te waarschuwen eventjes in het evalueren: het moet wel duidelijk zijn voor onze ambtenaren dit valt er wel of niet onder, dat moet niet per week gaan zitten verschillen. Maar als we na een jaar zeggen, joh, we hebben nou een initiatief gehad, ja, dat moeten we de volgende keer echt erop hebben staan, ja, dan kan het natuurlijk altijd want het is een bevoegdheid die de raad aan zich kan houden. De voorzitter: Dank u wel. Ga ik met de tweede termijn beginnen. Mevrouw Vrolijks? Mevrouw Vrolijks: Ja, voorzitter dank u wel. Volgens mij is het voorstel wat voor ons ligt dat gaat laten zien dat we sneller en efficiënter dingen voor elkaar kunnen krijgen voor onze inwoners en dat is natuurlijk uiteindelijk het doel. En wij denken dat dat heel goed is juist omdat we als raad best vaak met elkaar praten over dingen waar we het eigenlijk al wel best over eens zijn en waardoor er zo’n vertraging inzit wat misschien helemaal niet nodig zou zijn.
Wat betrekking met de evaluatie, daar ging het net al even overheen en weer, een informele evaluatie na een jaar, of dat in een raadsinformatiebrief is of een informele commissie, dat moeten we denk ik even zien tegen die tijd. Maar het wat is daarbij minder belangrijk. Dus al met al kunnen wij instemmen en is het wat ons betreft afgedaan. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Reuver. De heer De Reuver: Ja, voorzitter dank u. Twee jaar evalueren is voor ons voldoende. Voorstel van het CDA en Maassluis Belang, terugkoppeling stand van zaken, hoeveel keer wordt er gebruik van gemaakt via een raadsinformatiebrief, niet … gewoon open en duidelijk, vinden wij prima. Het buitengebied, u zegt: het Midden-Delfland gebied wordt daarmee bedoeld. Noem dat dan als Midden-Delflandgebied. Ik heb nog een vraag gesteld: waarom is voor vier woningen gekozen in het buitengebied en niet voor drie zoals nu het geval is? Misschien dat u daar nog antwoord op kan geven. Bouwprojecten niet genoemd waar de hogere geluidsgrenswaarde wordt … Ja, ik … U heeft gelijk: kunnen we heel veel van die bouwplannen hier wel weer gaan bespreken. Maar ik ga met u mee dat dat eigenlijk een beetje overbodig zal zijn dan. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Gastel. De heer Van Gastel: Dank u wel voorzitter. De nieuwe Omgevingswet is voor ons allemaal nieuw.
Het zal voor iedereen wennen zijn aan die nieuwe werkwijze en dan heb ik het niet alleen over de taakverdeling tussen college en raad, waar we het nu over hebben, maar dan doel ik vooral op de organisatie die over zal moeten stappen van de gebruikelijke bestemmingsplannen naar omgevingsplannen en burgerparticipatie aan de voorkant. En de nieuwe omgevingsplannen zullen toch naar ons idee minder gedetailleerd zijn en meer ruimte laten voor zowel binnenplanse als buitenplanse initiatieven. En daarom zal het gehele samenspel, dus de op te stellen omgevingsvisies, de burgerparticipaties, omgevingsplannen, buitenplanse vergunningsaanvragen en tijdige besluitvorming door het college en of advisering door de gemeenteraad goed in balans moeten zijn. En dat moet goed dichtgetimmerd worden om te voorkomen dat er ongewenste ontwikkelingen kunnen plaatsvinden zonder dat we er nog iets aan kunnen doen. We stellen nu dan een lijst van onderwerpen op waarvan de gemeenteraad het bindend adviesrecht naar zich toe wil trekken. En die lijst moet niet te kort maar ook zeker niet te lang zijn, dat snappen we. En daarnaast moet het ook zo goed mogelijk aansluiten bij de huidige werkwijze. De meeste onderwerpen op de lijst zijn min of meer logisch omdat ze kwalitatief van aard zijn.
En juist die onderwerpen met een kwantitatief aspect, zoals de aantallen van vier en tien, leveren dan eigenlijk de meeste discussie op. Die genoemde aantallen zijn wat ons betreft arbitrair maar ieder ander
aantal is evenzogoed arbitrair. Daarom kunnen wij ons vinden in de voorliggende lijst. Maar juist omdat die aantallen ook arbitrair zijn, kom ik toch nog even op terug, willen we niet na twee jaar evalueren maar toch na een jaar. En de nuancering is dat dat niet een evaluatie hoeft te zijn van hoe we met de Omgevingswet omgaan, maar dat kan een tussentoets zijn op de compleetheid, de werkbaarheid van het lijstje. Niet meer en niet minder. Op die manier kunnen we toch snel bijsturen, zitten we niet al ver over halverwege de volgende raadsperiode en dan kan je nog ook tijdens die raadsperiode ingrijpen of bijsturen. De voorzitter: Kunt u afronden? De heer Van Gastel: Als laatste … Ja, ik rond af. Tot slot hopen en verwachten we dat het college in twijfelgevallen, er is ook al over gesproken, in gevoelige gevallen ervoor zal kiezen om de gemeenteraad om advies te vragen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kleijwegt. De heer Kleijwegt: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, we zijn toch ook kritisch over dit stuk omdat we toch onze controlerende taak moeten kunnen uitvoeren. Dus, nou, de wethouder gaf aan: dat kan vertraging opleveren. Nou, daar zouden wij natuurlijk uitermate vervelend vinden. Dus de vraag is dan: hoeveel vertraging levert dat dan op? En de wethouder gaf als voorbeeld ombouwen van kantoorgebouwen.
Nou, dat levert inderdaad over het algemeen weinig weerstand op en is iedereen het over het algemeen wel mee eens. Maar het gaat ook, als ik het zo lees in ieder geval, zou het dus zo kunnen dat het gewoon over nieuwe woningen gaat in een bepaald gebied. En ja, dan hebben we weer te maken met dat gevoelig, want u zegt gevoelig is bijvoorbeeld het Lepelaarplantsoen in het groen. Maar, ja, dan zouden wij graag wat meer zien van wat is dan gevoelig inderdaad, want de heer Luijendijk ook al zei. Dat is natuurlijk … Misschien met een ander college is die gevoeligheid weer heel anders. Die zeggen: nou, dat groen, dat maakt ons niet zoveel uit, bouwen, huppakee. Weg met de hele ‘…’. De voorzitter: Mevrouw Heijboer willen interrumperen. Mevrouw Heijboer: Ja, ik heb een vraag aan u. U zegt, u bent kritisch op dit voorstel en de lijst. Wat zou u willen veranderen in de lijst dat u zegt: zo is het wel goed? De heer Kleijwegt: Nou, wat wij … Wij zouden graag willen meepraten over alle plannen die er zijn omtrent nieuwbouw, woningen. Mevrouw Heijboer: Ja, maar dan krijg je juist heel erg vertraging, wat u ook niet wil.
U zegt: ik wil wel snel en we hebben natuurlijk de afgelopen tijd ontzettend veel vertraging gezien met twee keer verklaring van bedenkingen, dus mijn vraag aan u is: wat wilt u anders in het lijstje dat u zegt van, nu ben ik wel tevreden en dan is het helder wanneer het wel en niet naar de raad komt. Want we hebben met elkaar gezegd: wij willen niet elk plan bij de raad hebben want dat is veel te arbeidsintensief voor iedereen. De heer Kleijwegt: Nee, eens. Eens. En daarom vraag ik ook: hoeveel vertraging levert dat dan op? Maar waar het ook ons om gaat is dat wij ook als raad kunnen sturen. Bijvoorbeeld bij de Noorddijk gaan ze nu ook woningen bouwen, nou ja, daar hadden wij toch ook wel andere ideeën voor, voor dat stuk daar. Daar hadden best wel wat meer woningen en wat kleinere woningen en betaalbaardere woningen kunnen komen. Dus daar gaat het ook om. En dat, die kantoorgebouwen, tuurlijk, dat is prima. Maar nu zijn we dus afhankelijk van het gevoel. En ja, dat vinden wij wel een beetje vaag.
De voorzitter: De heer Van Gastel wilde eerst reageren. De heer Van Gastel: Ik wil me toch ook wel mengen in deze discussie want het blijft natuurlijk zo dat de raad aan de voorkant de inhoud en waar het begint en eindigt van de omgevingsplannen bepaalt. Daar sturen we en stellen kaders. In het middengebied beslist het college en wij trekken een aantal dingen naar ons toe. Zo simpel is het op papier. In de praktijk natuurlijk wat lastiger maar waar zou je dan inderdaad willen knippen en plakken om het wel naar jullie wens te krijgen? De heer Kleijwegt: Nou ja, kijk, wat wij zouden willen in ieder geval is dat dat gevoel dan, dat zou voor ons dan in ieder geval beter zijn dat er dan omschreven wordt bijvoorbeeld bouwen in het groen of iets dergelijks. Dat het dan concreet is van dit is een punt wat we gewoon altijd naar de raad toe brengen als we daar iets van plan zijn. Dat zou voor ons wel heel erg schelen. De voorzitter: Mevrouw Heijboer. Wilt u nog … Mevrouw Heijboer: Ja, ik had eigenlijk dezelfde opmerking als de heer Van Gastel. Wij bepalen van tevoren de omgevingsplannen en bij nieuwbouw of nieuwe projecten, wij stellen alle bestemmingsplannen of straks omgevingsplannen vast, dus wij bepalen want erin komt. En het college wil alleen de afwijkingen. Dus in die zin hoeft u niet zoveel zorgen te hebben zou ik bijna zeggen. De voorzitter: Mevrouw Vrolijks wilde ook reageren.
Mevrouw Vrolijks: Ja, voorzitter, als laatste: de heer Kleijwegt noemde bijvoorbeeld de Noorddijk-Geerkade, dat hij daar graag wat anders had gezien maar de Noorddijk-Geerkade was van een particulier, dus daar kun je helemaal niet afdwingen als gemeente, niet als college maar ook niet als gemeenteraad, niet op dezelfde manier waarop we dat bijvoorbeeld kunnen als het onze eigen grond is. Dus ik denk, ik ben het met hem eens dat het belangrijk is om die sturing te hebben, maar die sturing die hebben we inderdaad vooraf en daarna moeten we denk ik ook het college hun werk laten doen. En ik wil ook wel even mee teruggeven dat vaak als wij discussies hebben hier in de gemeenteraad, dan hebben we het er met elkaar over. En, nou, u stemt nog wel eens tegen of heeft een stemverklaring maar de grootste deel van ons stemt allemaal in en dat werkt allemaal vertragend op een proces wat we voor onze inwoners sneller zouden kunnen maken. En ik zou hem ook van die kant bekijken. De voorzitter: De heer Luijendijk, wilde u nog reageren? Anders ga ik door met de heer Kleijwegt. Ja? De heer Kleijwegt. De heer Kleijwegt: Ja, ga ik even reageren op de interrupties.
Nee, natuurlijk, ik begrijp wat u bedoelt en het is, begrijp me goed, het is ook voor ons een dilemma natuurlijk: aan de ene kant die vertraging, dat vinden wij ook zeker voor projecten die we met z’n allen gewoon goed, vinden wij vervelend, dus dat snappen wij ook wel. Maar aan de andere kant willen we ook niet dadelijk allemaal projecten hebben waarvan we zeggen van hm, daar zijn we eigenlijk ook niet heel blij mee. Ik bedoel, ik gaf het groen als voorbeeld, dat is gewoon schaars in Maassluis, laten we daar gewoon eerlijk over zijn. En ik ben het ook niet helemaal eens met mevrouw Vrolijks die dan zegt: ja, we hebben daar helemaal geen invloed op als dan een ander dat ontwikkelt. Nou, we hebben daar als gemeente wel degelijk invloed op natuurlijk. De heer Luijendijk: Voorzitter.
De voorzitter: De heer Luijendijk. De heer Luijendijk: Ja, hier heb ik toch echt behoefte aan om een keer de vinger bij te leggen. Doorlopend schetst mijnheer Kleijwegt het beeld: we willen meer groen en we willen meer huizen. Dat dilemma, dat gaat u doorlopend uit de weg. Dat is gewoon een dilemma waar wij doorlopend mee hebben te dealen, waar we mee worstelen en u suggereert daar een eenvoud die er niet is. En dat projecteert u nu op dit besluit, waar het helemaal niet over gaat. Het gaat over of dat wij in staat zijn meer de contouren mee te geven middels deze tien punten waar we van tevoren op vastleggen: daar willen wij als raad in geïnformeerd worden. We gaan niet over particuliere initiatieven, daar gaan wij niet over, wij hebben gewoon contouren vast te leggen van tevoren, aan de voorkant, dat de burger weet … De voorzitter: Mijnheer Luijendijk. De heer Luijendijk: Of hij nou een eenvoudige burger is of een projectontwikkelaar, waar hij aan moet voldoen om een project … De voorzitter: De heer Luijendijk, volgens mij is u duidelijk. Wilt u bij deze stuk blijven, de heer Kleijwegt? En niet … De heer Kleijwegt: Ja nee, zeker. Maar als we natuurlijk over projectontwikkelaars, dan ga ik automatisch ook daaropin. Maar goed, ik zal het bij het stuk dan verder blijven.
Ja, ik ga wel inderdaad mee met de heer Van Gastel van over een jaar dan graag evalueren, dat lijkt ons wel goed om dat te doen. Gewoon om te kijken: werkt dit nou dan op deze manier? Want het is allemaal nieuw. De voorzitter: Ja. Mijnheer De Reuver. De heer De Reuver: Ja, er wordt gewoon een beetje op … De heer Kleijwegt krijgt wat kritiek, maar ik ben het toch wel met hem eens. Het groen, hij bedoelt daar ook het Midden-Delflandgebied. Ik ben met hem eens als daar gebouwd gaat worden, nu staan er vier woningen, ik heb al gezegd daar mochten drie woningen … De heer Luijendijk: Voorzitter, ik stel wel voor dat mijnheer Kleijwegt voor zijn eigen woorden ‘…’. De heer De Reuver: Als het in het groengebied wordt gebouwd, dan prima, dan ben ik het met hem eens. De heer Kleijwegt: Ja, ik was klaar, dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Mulder. Mevrouw Mulder: Dank u wel voorzitter. Ja, bijzonder af en toe. Ja. Oké, een voorstel wat ervoor moet gaan zorgen dat wij sneller, beter en integraler kunnen werken. En dat lijkt ons helemaal niets mis mee, sterker nog waar mijnheer Luijendijk nog wat problemen ziet in hoe dat dan met participeren en zo moet gaan, denken wij dat er hele mooie dingen uit voort kunnen komen. Dus wat ons betreft kan het afgehamerd. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Heijboer. Mevrouw Heijboer: Dank u wel voorzitter.
Het is goed om vooraf met elkaar af te spreken over welke situaties de raad een bindend advies gaat geven aan het college bij een plan dat niet in een bestaand omgevingsplan past. De raad blijft op hoofdlijnen maar gebruikt in bepaalde gevallen wel haar bevoegdheden. En de vraag
blijft dan: waar wel en waar niet? CDA Maassluis kan zich vinden in de voorgestelde situaties die in het raadsvoorstel staan en wij verwachten dat het college ook voldoende voeling heeft om de raad tijdig te informeren als er bijzondere zaken spelen. En voor wat betreft de evaluatie vinden wij het prima dat dat na twee jaar is dat u na één jaar een raadsinformatiebrief stuurt, want zo heel veel verklaring van bedenkingen per jaar hebben wij niet. Dus dan kunnen we ook nog niet echt evalueren. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Heijboer: En we stemmen uiteraard in, maar dat had u vast begrepen. De voorzitter: Ja. De heer Molmans. De heer Molmans: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, het mag denk ik eigenlijk wel langzamerhand duidelijk zijn dat wij als raad aan de voorkant en aan de achterkant zowel bij de bestemmingsplannen als bij deze nieuwe Omgevingswet, wij maken de besluiten. Ik hoop dat dat ook duidelijk is voor mijnheer Kleijwegt langzamerhand. Ik ga wel mee met de heer Van Gastel: laten we na één jaar een evaluatie dan en daarna tweejaarlijks. Dan heb je dus de eerste keer is het voor iedereen nieuw en dan is misschien ook de ambtenaren staff misschien ook nog niet helemaal ingespeeld en ook die van onze kant uit wat bijsturing. Verder kunnen wij ons helemaal vinden in dit stuk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Luijendijk.
De heer Luijendijk: Om te beginnen, voorzitter, allereerst bedankt de wethouder voor de beantwoording. Wij stemmen in met de voorgestelde lijst en we hebben uitdrukkelijk benoemd dat wij waar leemtes optreden ons het recht willen voorbehouden als raad om tussentijds een eventuele aanvulling te moeten doen. Dat zo zijnde, ik heb het woord participeren in dit geval helemaal niet genoemd vanavond, dus ik weet niet goed waar de geachte afgevaardigde mevrouw Solleveld, of mevrouw Mulder, daaraan komt. Maar inderdaad, de nieuwe Omgevingswet geeft een risico als het gaat over participeren, dus er zit ook een risico aan op het gebied van rechtsgelijkheid want we willen ook efficiëntie. Dus er zitten een aantal risico’s aan die nieuwe Omgevingswet en daar heb ik meerdere malen heb ik daar de vinger bij gelegd. Hij komt over ons, we hebben daar niet zo vreselijk veel over te zeggen.
Onze vreugde is niet totaal, dat is duidelijk, dus wij blijven heel kritisch daarin om te kijken of dat gaat en daarom willen wij inderdaad die toezegging van één jaar om met elkaar dat eerste moment, dat thermometer moment, ik heb het woord thermometer daar inderdaad voor gebruikt, wethouder, dat willen we graag na een jaar om te kijken: kan de organisatie het aan? Lopen ze tegen dingen aan waar ze misschien toch meer moeilijkheden hebben als dat ze verwacht hadden? Dat evaluatiemoment, dat moeten we zeker met een jaar doen want dan is twee jaar te lang. Voor de rest kunnen wij instemmen met dit voorstel. Mevrouw Heijboer: Voorzitter, mag ik … De voorzitter: Mevrouw Heijboer. Mevrouw Heijboer: Ja, ik heb een vraag aan de heer Luijendijk. Ik word een beetje getriggerd dat u zegt van participeren is een risico. Ik denk juist dat participeren een kans is voor de inwoners. De heer Luijendijk: Mag ik het uitleggen voorzitter? Omdat in de Omgevingswet, er wordt een aantal dingen over participatie gezegd. En één daarvan is dat projectontwikkelaars, ontwikkelaars moeten nu voortaan zelf
hun participatie organiseren. Laat dat goed op je inwerken. Dan weet je al: oeps, dat is een listige. Niet veel verder in het stuk, want we hebben dat wel eens een keer eerder behandeld, staat: participatie is een zeer prudent en omzichtig proces wat met grote zorgvuldigheid moet worden gedaan. Dat leggen we nu eigenlijk in de markt neer. Dan zeg ik: de participatie zoals die in de Omgevingswet wordt bedacht levert grote risico’s en daar moeten wij een fikse vinger in de pap houden anders dan zou het misschien fout kan gaan. Dus participatie zijn wij niet op tegen, participatie zijn we zeer voor, participatie is zelfs een risico als dit goed gaat en dat benoemt ook de wet zelf en daarom moeten wij er heel alert op zijn. De voorzitter: Mevrouw Heijboer. Mevrouw Heijboer: Ja, ik zie dat u een beetje veel leeuwen en beren heeft en dat vind ik eigenlijk jammer, want participatie biedt juist voor inwoners heel veel kansen om bij een bestaand omgevingsplan dan een ontwikkeling te kunnen doen. De grote projectontwikkelaars, dat zijn vaak grote ontwikkelingen die zeker in de raad zijn waarbij een participatieplan ingediend moet worden en dat geeft hele andere dynamiek dan de kleine participatiedingen die ook allemaal onder deze wet zitten. Dus ik ben niet zo beducht als u voor wat betreft de participatie.
De voorzitter: Discussie bij laten, of wilt u heel kort? De heer Luijendijk: Nou, heel kort, heel kort. Ik heb geen seconde bedoeld dat participatie op zich een risico is, nee, participatie omdat het een prudent en proces is wat voorzichtig doorlopen moet worden is inderdaad iets waar we heel erg alert op moeten zijn, zeker als we dat voor een deel aan de markt gaan overlaten en dat is wat de Omgevingswet namelijk ook zegt. En daar zit onze zorg. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Vrolijks: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Vrolijks. Mevrouw Vrolijks: Excuus. Volgens mij hebben we wat discussie over die één of twee jaar omdat het misschien niet helemaal duidelijk is om hoeveel zaken het nou gaat. Dus ik dacht even tussendoor misschien zou de wethouder daar ook nog even op kunnen reflecteren. Om hoeveel zaken per jaar nou ongeveer? De voorzitter: De heer Van der Wel. De heer Van der Wel: Dank voor uw toelichting. Wij kunnen instemmen met dit voorstel. Een informele evaluatie over een jaar vinden wij wel oké. En als er niets te evalueren is, dan is er niets te evalueren. Dat is dan maar zo. En verder ben ik natuurlijk heel blij dat er in het Lepelaarplantsoen in ieder geval geen extra woningen worden gebouwd. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ga ik naar de wethouder. De heer Kuiper: Ja, voorzitter. Het was een interessant debat om gade te slaan.
En het ging heel erg over andere elementen van de Omgevingswet zoals de participatie die we hier ook apart hebben besproken. En ik denk dat het ook wel een mooi bruggetje is naar wat we hier vanavond hebben voorliggen. We hebben hier voorliggen één van de belangrijke besluiten om de invoering goed voor elkaar te hebben. Bij de invoering van de Wabo, een jaar of tien elf geleden, was er een regeling waarbij soortgelijke manier werd gehandeld. Toen
hebben we in Maassluis daar ook over gesteggeld, had het college een lijst bedacht, moeilijk. Toen hebben we een afspraak gemaakt dat bij dit soort gevallen dat het college een zogenaamde tiendagenbrief zou sturen, dus een brief met een bijlage erachter: hè, beste raad, dit is bij ons binnengekomen, wij gaan daarover aan de bak, tenzij u binnen tien werkdagen zegt wij willen dit bespreken als raad. En als u dat niet doet, dan wordt u geacht een verklaring van geen bedenkingen te hebben afgegeven. Dat ging jarenlang goed totdat we uiteindelijk bij een rechter bij een bepaalde zaak heeft gezegd: ja, we snappen het wel, maar dat moet u anders doen. En omdat de Omgevingswet toen al nog eerder werd verwacht, gezegd: nou, voor dat laatste jaar gaan we dan maar alles netjes voorleggen aan de raad. Maar het gaat over die balans tussen werkbare afspraken, dat ook onze ambtenaren en de initiatiefnemers snel aan de slag kunnen gaan, en de bevoegdhedenverdeling. En omdat we die dus in Maassluis niet hebben vastgelegd, eerst op een praktische manier, een piepsysteem, rechterlijke uitspraak, toen de Omgevingswet over een jaar, nou, dat werd langer en langer en langer. Dus hebben we nu drie jaar lang moeten werken met de VVGB. Dat is wat we nu proberen goed te regelen.
Want denk natuurlijk maar niet dat we in een gemeente als Rotterdam of zelfs maar iets groter, dat daar al dit soort dingen worden voorgelegd aan de raad. Nee, de raad stelt de bestemmingsplannen vast of grote projecten maar overal waar het enigszins normaal is of kleinschalig niveau, is dat gewoon gemandateerd aan het college. Dat is waar we nu een balans in proberen te vinden en dat is ook, en ik ben het met iedereen eens die zegt die thema-avond was misschien niet van dat niveau wat we optimaal zouden willen, maar wat we hebben geprobeerd neer te leggen: wat zijn de dilemma’s? Ik bedoel, ik denk dat je de initiatiefnemers in onze stad en of het nou bouwbedrijven of particulieren zijn waar ook onze ambtenaren geen grotere dienst kan bewijzen dan die lijst wat de raad aan zich wil houden zo klein mogelijk te laten. Maar zo werken we niet, dus ik probeer een balans te vinden, dus wat gaan we voorleggen aan de raad en wat mandateren we gewoon aan het, of laten we het college gewoon bevoegd? Dat is de kern waar we het vanavond over hebben. Een verklaring van geen bedenkingen heeft nu een doorlooptijd van 26 weken, dat is net zo lang als een bestemmingsplan. En we moeten er twee keer voor naar de raad, we moeten er zienswijzeprocedures overvoeren, allemaal onderbouwingen moeten worden aangeleverd. Een initiatiefnemer is bijna een jaar bezig voordat je verder bent.
En dan kom je terug bij wat is nou de kern van de Omgevingswet? Ja, die is ook met meer bewoners betrekken, meer participatie, maar ook meer denken van ja mits in plaats van nee tenzij. Een van de raadsleden vatte dat de vorige keer heel goed samen. Daar wordt verschillend over gedacht en het college wil ook het strak in regelen, dus ik wil nogmaals zeggen dat, de heer Van Gastel kan het wel vaak zeggen, maar het is niet zo dat bestemmingsplannen straks opeens veel meer ruimte moeten bieden. Dat is echt iets wat wij moeten bepalen. U mag dat vinden maar het is aan de raad uiteindelijk wat er in de omgevingsplannen komt te staan en welke vrijheidsgraden daarin zitten. Maar de kerngedachte is wel dat we proberen te versnellen. Straks is het acht weken is de normale aanvraagtermijn. Nou, als u ziet dat we voor dat we een stuk op de college-agenda hebben zijn we al twee weken verder. Voordat we dan vanuit de agendacommissie iets bij u aan de raad aan de orde hebben, dan is bijna de helft van de proceduretijd al doorlopen en dan zit al het werk daar voorafgaand nog. Dus kortom: dat wordt erg moeilijk. Die mag je wel verdagen maar dan heb je zestien weken, dat is nog steeds veel minder dan die half jaar wat er nu voor staat. De voorzitter: De heer Luijendijk. De heer Luijendijk: Overigens staat er dan bij: mits er een half jaar wordt voorgewerkt. De heer Kuiper: Ja, nou ja, …
De heer Luijendijk: Ja goed, op die manier kun je natuurlijk wel met tijd gaan goochelen. Maar goed als je dus een half jaar voorwerk en dan hebben we straks een doorlooptijd van zes weken. Acht weken. De heer Kuiper: Ja. Maar, ja precies. Dus het is best nog wel … Dus daarom probeer ik zeg waar komen we nou vandaan? Waartoe dient deze lijst? En wat is de intentie en de achtergrond? En dan denk ik dat het door sommigen heel helder is aangegeven: de gemeenteraad die bepaalt de hoofdlijnen, ook de woonvisie, de grote ruimtelijke kaders, de bestemmings… straks de omgevingsplannen als ze dan, wanner die ook een keertje ingaat. De omgevingsplannen worden vastgesteld en uiteindelijk zijn er dus initiatieven waarover volgens deze lijst het college kan gaan beslissen of waarvan de raad het adviesrecht opeist. Nou, ik denk dat dat goed is om het nog even terug te pakken: waar gaat het nou over en wat gaan we doen? Term van evaluatie komt regelmatig voorbij, we hebben hier nu twee, maximaal drie, zaken per jaar. Dat is ook waarom het voorstel is om na twee jaar te evalueren. Ik heb gezegd: nou, ik hoor een paar fracties daar, die willen per se naar één jaar. Anderen zeggen: nou, twee jaar is goed. Anderen zeggen: nou, laten we na een jaar een raadsinformatiebrief sturen En ik denk dat dat een hele mooie toezegging is om toe te voegen aan dit besluit.
Na een jaar en als we er dan nog maar eentje hebben gehad dan is misschien anderhalf jaar, maar als we er al vijf hebben gehad dan doen we het gewoon na een jaar en dan leggen we dat netjes vast en dan kunnen we hier eventueel bespreken in welk gremium u dat dan ook wil. En dan kan je altijd nog weer de lijst veranderen. Maar laten we het nou eerst even een kans geven, want ik denk dat de grootste risico dat er schuilt is eigenlijk dat de raad alles aan zich wil houden want dan maken we het niet alleen heel moeilijk voor onze initiatiefnemers maar ook voor onze ambtelijke medewerkers. De voorzitter: Dank u wel. Kan ik concluderen met de toezegging van de wethouder het stuk doorgeleid kan worden als hamerstuk? De heer Van Gastel: Nou, ik ben er over begonnen over een eerdere evaluatie. Het is inmiddels geëvolueerd naar meer genuanceerde opstelling richting raadsinformatiebrief na ongeveer een jaar, hoeveel zaken het dan ook zijn. Het lijkt mij prima om te doen, dus dank voor die toezegging. En dat komt toch wel in de buurt van mijn nuancering in de tweede termijn, een soort van tussentoets aan de hand van de zaken die zich voor hebben gedaan, is het lijstje compleet of niet of is er aanleiding om daar iets in aan te passen? Dat is precies wat we wilden, volgens mij. Dus dank. De voorzitter: Dank u wel.
Dan wil ik de wethouder … De heer Kleijwegt: Voorzitter? De voorzitter: De heer Kleijwegt. De heer Kleijwegt: Ja, ik wil een stemverklaring afgeven in de raad. De voorzitter: Wilt u … Mevrouw Heijboer: Bent u voor of tegen het plan, mijnheer Kleijwegt? De heer Kleijwegt: Nou, volgens mij zit de voorzitter daar. Maar ik ben … Mevrouw Heijboer: Ja, maar goed. De voorzitter: Dat is ook mijn vraag. Kunt u het toelichten?
De heer Kleijwegt: Jazeker, ja, ik wil een stemverklaring afgeven omdat we nog steeds het, nou ja, we het niet goed geborgd vinden dat dat groen voldoende beschermd wordt of in ieder geval besproken. De voorzitter: Mijnheer Kleijwegt, het gaat niet over dat stuk wat u beweert, over groen. Wat bedoelt u precies … Mevrouw Mulder: Nou, voorzitter, dat ben ik niet helemaal met u eens. De heer Kleijwegt: Nou, dat … Over dat stuk over gevoeligheid. De wethouder die zei van, dan gaf hij als voorbeeld: we gaan het Lepelaarplantsoen, als we daar woningen zouden komen bijvoorbeeld. Nou dat, hij zegt dan: dat is een gevoelsding dus dat gaat niet gebeuren. Nou, dat geloof ik, ik wil u best daarop vertrouwen, maar de verkiezingen komen eraan, dadelijk krijgen we een ander college en is het iemand die misschien wat minder heeft het groen en hij zegt dan: nou, hup, plat ermee. Daar zijn we dan bang voor, daar zit onze angst. Daar willen wij een stemverklaring. Mevrouw Mulder: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Mulder. Mevrouw Mulder: Mijnheer Kleijwegt, kunt u dan niet een voorstel doen, een tekstueel voorstel hoe u dat hierin geborgd zou willen hebben? Want volgens mij als er ergens in het gevoelige onderwerp een stukje wordt toegevoegd dat als er heel veel groen verdwijnt of als er zoveel procent van het groen, weet ik het, dan bent u het er wel mee eens.
De voorzitter: Ik wil … Mevrouw Vrolijks: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Vrolijks even kort, ja. Mevrouw Vrolijks: Maar bent u nu voor, gaat u straks dan tegen stemmen of gaat u straks … De heer Kleijwegt: Nou ja, iets in de trant van wat mevrouw Mulder voorstelde vind ik wel een mooie van dat we dan borgen dat dat groen gewoon als … Stelt dat er zo’n plan komt, dat dat gewoon besproken gaat worden dan. Dus mocht er dus groen verloren gaan, dat dat dan wel besproken wordt. De voorzitter: Dat is toegezegd met evaluatie, neem ik aan als het gevoelig onderwerp is, na één jaar met de raadsinformatiebrief. Dat is volgens mij heb ik wel met evaluatie kun je, ja, moment om daarop terug te komen. Of is dat voor u niet voldoende? De heer Kleijwegt: Ja, met een evaluatie ga je natuurlijk evalueren hoe het is gegaan de afgelopen tijd dus dan, natuurlijk, dan kunnen we het wel weer aanpassen maar dan blijft het … Dus, ja. De heer Kuiper: Voorzitter, ik wil nog een poging doen. Het moet een helder lijstje zijn anders is het onwerkbaar. En ik heb het net in vriendelijke bewoordingen proberen te schetsen, maar ik denk dat de grootste ramp die u kunt aandoen is om als raad niet op de stoel van het college te willen gaan zitten maar op de stoel van de ambtenaren, nota bene.
Dus laat nou deze lijst deze lijst, dat is helder, want als we allemaal andere criteria gaan opleggen dan ga je de facto alles naar de raad tillen. Geef de lijst een kans, de raad is de
raad, die is altijd het hoogste gezag. En als er uiteindelijk iets passeert dan tikt u als u dat vindt het volgende college op de vingers. Maar het moet duidelijk zijn en als er nu, tussen nu en de hamerslag straks nog extra dingen ertussen gaan frommelen, dan maak ik me daar grote zorgen om. Deze lijst is doordacht opgesteld naar aanleiding van de thema-avond die we hebben gehad, naar modellen ook van andere gemeenten en de VNG, dus hier is over nagedacht, hier is over precedenten gekeken. En als we dat soort zachte dingen ertussen gaan doen dan krijgen we volgens mij een heel slechte start van de Omgevingswet. De voorzitter: Ja. De heer Kleijwegt, stemt u nu tegen of? De heer Kleijwegt: Nou, ik heb nog één vraag en aan de hand daarvan kan ik dan beslissen of ik voor of tegen stem. Want is het dan ook zo dat als er dus een plan is wat dus door het college bijvoorbeeld, dat het college daar toestemming voor geeft, wat dus niet in de raad komt en wij vinden daar wat van, bijvoorbeeld wij zijn daar heel erg zwaar op tegen, kunnen wij dat dan alsnog wel in de raad bespreken of in een commissie, of niet? De voorzitter: Nee. Even een korte reactie, wethouder. De heer Kuiper: Nee. Dus als wij iets mandateren dan leg je dat daar neer.
Dus het … Als we dat namelijk zouden doen, dan zouden we altijd moeten zeggen: ja nou ja, ik krijg nu een vergunning maar nog maar even afwachten of de raad … Nee, je moet die dingen vooraf doen dus daarom leggen we dit lijstje vooraf vast. Volgens mij is dit een heldere lijst en biedt hij duidelijkheid zowel aan initiatiefnemers als naar de ambtelijke organisatie als naar het college en de volgende raad toe. En uiteindelijk moet je volgens mij niet als gemeenteraad op de stoel van onze ambtenaren willen zitten. En zeker niet moeten. Mevrouw Heijboer: Voorzitter, mag ik? De voorzitter: Volgens mij is het duidelijk, ik wil toch afronden. Als het heel korte reactie is. Mevrouw Heijboer: Ik wil ook net als de wethouder nog één poging wagen. Alles staat vast in bestemmingsplannen, alle stukken groen staan vast in de bestemmingsplannen. Dus in het bestemmingsplan is er ruimte van als je groen gaat veranderen naar wat anders moet er een bestemmingsplanwijziging komen. Dus in die zin wordt uw angst dan weggenomen, denk ik. Mevrouw Mulder: ‘…’ Mevrouw Heijboer: Ja, maar dan moet je het omgevingsplan wijzigen. De voorzitter: De heer Kleijwegt, is het zo duidelijk en kunt u aangeven of u voor of tegen gaat stemmen? De heer Kleijwegt: Ja, ik vind het lastig. Maar alsnog kunnen wij niet instemmen met dat zinnetje over gevoelig, dus vandaar.
De voorzitter: U stemt tegen? De heer Kleijwegt: Ja. Stemverklaring tegen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De rest is voor, ja, klopt. Dank u wel.
2.
Raadsinformatiebrief besluit variantkeuze 2e ontsluitingsweg Wilgenrijk De voorzitter: Goedenavond allen. Vanavond bespreken we de raadsinformatiebrief besluit variantkeuze 2e ontsluitingsweg Wilgenrijk. Deze is op aanvraag van de VVD op de agenda gekomen, dus die zal ik straks als eerste het woord geven. In de eerste termijn heeft u anderhalve minuut per fractie en daarna heeft de wethouder Voskamp twaalf minuten voor de beantwoording van uw vragen. Ik start bij de VVD, de heer Snoeck. De heer Snoeck: Dank u wel voorzitter. De tunnelvariant is nu gepland aan de zijde van de Grondzeiler, precies op de plek waar nu een speeltuin en een trapveldje is. Heeft u hier voorafgaand van het schrijven van de RIB met bewoners over gesproken en waar komt in het geval dat daar komt de compensatie voor eventuele speelgelegenheid in de wijk? Waarom projecteert u de uitgang van de tunnel niet in de laatste fase van de herontwikkeling van de Burgemeesterswijk? Dan kan die ingepast worden zonder impact op een bestaande leefomgeving en tevens een onderdeel zijn van benodigde infrastructuur in de herontwikkeling. Een andere vraag: welke andere alternatieven zijn er in dit gebied onderzocht waarbij fiets- en voetgangers volledig gescheiden van autoverkeer de Westlandseweg zouden kunnen oversteken? Vraag over de verbreding van het talud.
Moet ten behoeve van de tunnelvariant de dijk ook niet verbreed worden, omdat u spreekt over een dubbele rotonde en dan moeten we ook dubbel aan komen rijden. Dus daar nog even een vraag en de toelichting op. En we zijn benieuwd naar welke richting van budgetoverschrijding u denkt voor de variant die u nu gaat onderzoeken. En u komt daarmee naar de kadernota, dus ook daar graag nog even een toelichting op. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Heijboer, CDA. Mevrouw Heijboer: Dank u wel voorzitter. We hebben een deel dezelfde vraag als de VVD, dus die zal ik niet herhalen. Aanvullend willen wij graag ook nog weten: hoe is de bereikbaarheid van de school meegenomen in de verkeersstudie? En ook welke verkeersstromen te verwachten zijn door de gesitueerde tunnel in variant twee. En verder, nou, bent u natuurlijk dat verder aan het uitwerken, maar kunt u ons nog globaal een tijdsplanning geven over het vervolg, dat we een beetje een idee hebben van hoe gaat dat? Tot zover onze vragen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ga ik door met Forum voor Maassluis, de heer Molmans. De heer Molmans: Ja, dank u wel voorzitter. Ten eerste: er wordt een tunnel gemaakt en de gaat wel door een dijk heen. Het mocht dan wel een secundaire dijk zijn maar het is … We gaan door een dijk. Is er dus al contact geweest met Delfland hierover? Dat is één.
Dan neem ik aan dat u ook van Delfland hoort, we horen dus als je een dijk door gaat doorboren, dan horen daar ook dus op een gegeven moment zal dat afgesloten moeten kunnen worden, hetzij met vloedbanken, hetzij met een schuif. Een mooi voorbeeld is de dijk verderop, diezelfde dijk is dat, bij de Westerlee bij het tolhuisje. Dat is daar een prachtig voorbeeld van, hoe dat eigenlijk uitgevoerd zou moeten worden, want om het een kanteldijk te maken zal hier niet lukken. En dan had ik nog een vraag of eigenlijk een voorstel, of daarnaar gekeken is: er wordt dus nu een dijk gemaakt en daar moet een fietspad, dat moet dus over dat speelveldje zoals al door de heer van de VVD, de heer Snoeck, moet een speelveldje door. Waarom wordt het dus daar ter plekke dus dat bestaande fietspad niet verlaagd tot hetzelfde niveau als waar dus de tunnel uit de dijk komt zetten zodat het weer één doorgaande route wordt en dat we geen rare slingers hoeven te maken. Dat was eigenlijk in het kort mijn eerste vragen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Luijendijk, VSP.
De heer Luijendijk: Voorzitter, dank u wel. Ik wil toch mijn vragen stellen, een beetje voor een deel in lijn liggen met wat de heer Snoeck zegt en toch ook net een beetje anders, dus daarom wil ik toch even helemaal stellen zoals ik ze heb bedacht van tevoren. Allereerst dank dus aan de VVD die het onderwerp heeft laten agenderen. Ook VSP Maassluis heeft over de voorgestelde variant nogal wat bedenkingen. Allereerst hebben we met aandacht informatie bekeken van de groep bewoners van de Grondzeiler, liggend direct aan de dijkzijde waar de fietstunnel is geprojecteerd. Wij vinden het zeer redelijk dat deze groep bewoners zich zorgen maken als het speeltuintje dat daar nu ligt en mooi ingesloten is door het talud van de dijk wordt opgeofferd. Een fietspad en een tunnel die mogelijk ook een aantrekking uitgeoefend om mee te hangen verstoort het woongenot van deze bewoners en hun kinderen. Dan de variant als geheel. VSP Maassluis heeft geen moeite met de keuze voor een rotonde maar voor de fietsers ziet mijn fractie liever een andere oplossing. Is het college bereid om de mogelijkheid te bekijken om het fietsverkeer van en naar Wilgenrijk af te wikkelen via verplaatsing oostwaarts? Dus dat komt in lijn met wat de VVD wil.
Dan kunnen de fietsers vanaf de Weverskade via de oprit bijvoorbeeld naar de, die vanaf nu, die daar nu al ligt, waar die woning gesloopt is, via diezelfde oprit kunnen de fietsers naar de dijk toe en dan eenmaal op de dijk naar de nieuwe rotonde worden geleid. Dat lijkt een veel logischer een minder ingrijpende. Het moet toch mogelijk zijn om hier nog een keer naar te kijken en daar een variant uit te werken zodat we daar nog een keer met elkaar een oordeel over kunnen vormen? Is de wethouder bereid om dat onderzoek te laten uitvoeren en daarmee de raad nog een keer te informeren? Dank u. De voorzitter: Dank u wel. De heer Çelikkaya, PvdA. De heer Çelikkaya: Dank u wel voorzitter. Ik wil ook de VVD-fractie bedanken voor het agenderen. We hebben volgende vragen: in de raadsinformatiebrief wordt aangegeven dat de sociale veiligheid van fietsers en voetgangers een extra aandachtspunt is. Hoe denkt u dat te gaan oplossen en uiteindelijk zo te garanderen dat er niet dezelfde situatie gaat ontstaan zoals bij andere fietstunnels, bij de Kwartellaan.
Vraag twee: welke garanties zijn er dat een fietstunnel daar kan worden aangelegd en dat de kosten daarvan niet vele malen hoger worden? Volgende vraag: wat zijn de mogelijkheden, dat is eigenlijk wat voorgaande vragen zijn gesteld maar ik wilde toch met andere worden stellen, wat zijn de mogelijkheden om de variant met de rotonde te combineren met de variant van de kruising wat betreft de afwikkeling daar voor fietsers, dus via de nu al bestaande toegang tussen Weverskade 98 en 97? Laatste vraag: waarom wordt er nu al een voorschot genomen op het voteren van extra krediet voordat er duidelijkheid is over de werkelijke kosten? Dat zijn onze vragen. De voorzitter: Dank u wel. Ga ik door naar de ChristenUnie, de heer Dolstra. De heer Dolstra: Ja, dank u wel mevrouw de voorzitter. Misschien ook wel een herhaling van vragen en ook dank aan de VVD voor het agenderen van dit punt. U geeft aan dat bij beide varianten de ramingen te laag zijn. Waarom heeft u maar voor één variant voorkeurkeuze gemaakt en wanneer krijgt de raad inzicht in de kosten voor beide varianten? Dit moet toch wel bij u bekend zijn als u voor één van deze varianten kiest. Is al onderzocht hoe doelmatig en wat de meerwaarde van deze fietstunnel is ten opzichte van de andere variant? Waarom is de keuze niet gemaakt om deze fietstunnel aan te laten sluiten op de Dr.
Jan Schoutenlaan? En tot slotte: hoe heeft u de aantrekking van criminaliteit zoals dealen en andere criminele praktijken ingeschat met een fietstunnel en welke maatregelen kunnen hier vooraf in worden meegenomen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we door met de heer De Reuver van D66.
De heer De Reuver: Ja, dank u wel voorzitter. Voorzitter, in deze proces is het natuurlijk belangrijk dat je de bewoners erbij betrekt, van tevoren ook. En als we dan deze mails die we hebben gehad van tweetal bewoners begrijp ik dat ze onvoldoende zijn betrokken. Hoe zit dat nou precies? Zijn de bewoners erbij betrokken van tevoren? Is de fietsverbond erbij betrokken? Enzovoort, enzovoort. Eigenlijk aanvullend wat de VVD naar voren brengt. En wij vragen ons af op welke manier komen voetgangers veilig aan de andere kant van de dijk? Hoe werkt dat? En hoe sluit de voorliggende optie die u aangeeft op het tracé van de Metropool Route aan? Kunt u daar ook iets over zeggen? Waarom is er geen optie waarbij het bestaande fietspad eerder omlaag loopt met een haakse tunnel iets verder van de rotonde? Zo zijn er nog heel wat vragen. En ik denk ook dat er, ja, dat het toch wel nuttig is om toch meer zaken uit te werken dat we hier over kunnen praten en zelfs een thema-avond erover te houden want voor de kleinste dingen worden een thema-avond gehouden maar dit is toch wel voor de omgeving heel erg belangrijk en wij als raad hebben daar ook vragen over. Dit is het, dank u wel. De voorzitter: De heer Kleijwegt, GroenLinks. De heer Kleijwegt: Ja, dank u wel voorzitter. Dat is het nadeel als je als laatste bent, dat zijn heel veel vragen al gesteld. Of een voordeel, dan heb je meer tijd.