Transcript commissie 1 d.d. 14 september 2021
Tekst van het document
RAADSCOMMISSIE 1
Transcript van de vergadering d.d. 14 september 2021 Agenda: 19.00 – 20.30 uur: 1. Raadsvoorstel tot vaststellen Mobiliteitsvisie Maassluis 2020-2040 20.30 – 21.30 uur: 2. Raadsvoorstel tot vaststellen beleidsnotitie en handreiking Participatie onder de Omgevingswet Maassluis 2021
Agendapunt 1: Voorzitter: Griffie:
Raadsvoorstel tot vaststellen Mobiliteitsvisie Maassluis 2020-2040 mw. H.H.L. Paalvast dhr. R. van der Hoek (griffier)
Aanwezig zijn de volgende leden: CDA dhr. C.M.P. ’t Hart PvdA dhr. J. Keijzer VVD dhr. J.C. Verhoeven VSP dhr. A. Luijendijk MB dhr. A.J. Solleveld D66 dhr. J.T. de Jong ChristenUnie mw. K.R. Oosterman-Feenstra Forum voor Maassluis dhr. L. Molmans (steunlid) GroenLinks dhr. R. Kleijwegt Verder zijn aanwezig: Dhr. F.A. Voskamp (wethouder). De voorzitter: Goedenavond, dames en heren. Het is precies 19 uur. We gaan weer fris en fruitig van start. We bespreken vanavond de mobiliteitsvisie. Het college heeft het raadsvoorstel tot vaststellen van de Mobiliteitsvisie Maassluis 2020-2040 aan ons aangeboden. We gaan kijken of we daar wat van vinden. Aan het eind van de vergadering gaan we kijken hoe we dat afsluiten. Ik heet u allen hartelijk welkom, ook de wethouder, de heer Voskamp. De andere namen ga ik niet opnoemen, maar daar kom ik vanzelf. U heeft 2,5 minuut in de eerste termijn. De wethouder 22. In de tweede termijn weer 2,5 minuut en de wethouder 12. Dus we gaan beginnen. Ik begin bij mijnheer De Jong van D66. De heer De Jong: De ouderwetse, digitale volgorde. Dank voorzitter. Het is goed dat we vanavond deze definitieve mobiliteitsvisie … Dat die er ligt. Het is jammer dat er nog 2020 in de naam zit. Maar goed, hij is er. Er worden heldere keuzes gemaakt. Ik zie ook de verbinding met veel andere onderwerpen, zoals de inrichting van onze stad en de woningbouw.
Als je naar de inrichting van Maassluis kijkt, dan heeft de stad op dit moment een heuse autocultuur. Dat staat ook in de tekst. Ik ondersteun de ambitie om van de autocultuur naar fietscultuur in 2020 te gaan. Maar wat D66
1 Transcript commissie 1 d.d. 14 september 2021
betreft, mag ook daar het openbaar vervoer niet bij ontbreken. Voor grotere afstanden of voor mensen die minder mobiel zijn, is dat een goede en duurzame vorm van mobiliteit. Wat D66 betreft kiezen we verder voor voorrang voor langzaam verkeer in de stad. Daarbij horen kwalitatief goede paden en wegen. Ik hoop dat uit deze visie ook een hoge standaard volgt voor alle wandel- en fietspaden en oversteekplaatsen. Kan de wethouder hier alvast zijn licht op laten schijnen? Ik zou nog graag een paar voorstellen hier ter tafel willen brengen. Een daarvan is om jaarlijks een schouw te organiseren voor de toegankelijkheid van onze mobiliteit in het algemeen en verkeersknelpunten voor mensen met een handicap en blinden en slechtzienden. Heb ik eerder voorgesteld. Daarnaast zouden we ervoor kunnen kiezen om in deze visie vast te leggen om 30 kilometer per uur de standaard te maken binnen onze bebouwde kom. Ik ben benieuwd hoe andere partijen daar tegenaan kijken. Ik ben gelukkig de eerste spreker. Het fietsgebruik in Maassluis is aan de lage kant, ook vergeleken met de regio. Ziet de wethouder ook campagnes voor zich om, bijvoorbeeld er een punt uit te pikken, het fietsen op de nieuwe Metropolitane Fietsroute te promoten, zodra hij er ligt, om echt dat gebruik te stimuleren. Tot slot, goed terug te zien dat we onze blik ook richting het Westland en Den Haag richten.
De snelle OV-verbinding die kant op, die komt in zicht. Wat D66 betreft, komt hij er snel. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar mijnheer ‘t Hart van het CDA, nog. De heer ‘t Hart: Dank u wel, voorzitter. Ik moest even kijken welk knopje het ook alweer was. Dat is zo lang geleden dat we hier zaten. Dank, voorzitter. Voorzitter, wij hebben de visie nauwkeurig gelezen en naast de nota van inlichtingen met beantwoording gelegd, waarin wij ook twee zaken naar voren hebben gebracht. Mijn initiële vragen gaan over deze twee zaken. Daarnaast hebben we nog een aantal aanvullende vragen. Als eerste punt 23. In onze eerdere inbreng, hebben we aangegeven volgend te willen zijn en niet de trend te willen zetten. Dat is gezien de grootte van Maassluis en de problematiek rondom mobiliteit niet heel gek. We kunnen wel van alles willen en hele grote plannen hebben, maar als niet iedereen in onze omgeving, andere plaatsen dat ook doen, heeft dat weinig effect en hebben we zelfs nadeel van dat soort zaken. Dat hoeft niet altijd zo te zijn, maar de verwijzing naar punt 7 is wat ons betreft wat raar. Want die doet niet echt recht aan onze vraag of de opmerking die we gemaakt hebben de vorige keer. Dan 24. Dat is een vrij citaat. Wat we hier bedoeld hebben, is dat we als gemeente terughoudend moeten zijn met het aanpassen van het parkeerbeleid.
Een verwijzing naar alleen betaald parkeren, is dan wel heel erg marginaal. Voorzitter, in de hele visie wordt heel erg ingezet op het verleiden van de automobilist naar andere mobiliteiten, zoals ook het openbaar vervoer. Dat is een nobel streven. Mijn collega links zei dat ook al. Maar we merken wel op, dat we voor het openbaar vervoer vooral afhankelijk zijn van de MRDH. We hebben als gemeente invloed via de vervoersplannen en kunnen dat inbrengen. Maar de realiteit van de afgelopen zeg tien jaar, is dat we ieder jaar smeken om de huidige lijnen te kunnen behouden en dat alle verzoeken tot intensivering niet zijn gehonoreerd. Terwijl deze visie wel uitgaat van uitbreiden. Hoe rijmt het college dat? Voorzitter, dan voor wat betreft hoogwaardig vervoer. Een term die veelvuldig wordt gebruikt. De metro is weliswaar, die met hoogfrequentie rijdt, hoogwaardig, maar in ons geval gaat hij maar één kant op, namelijk de oostelijke richting naar Rotterdam. De aansluiting op het landelijk treinverkeer is getracht via Schiedam. Over hoogwaardigheid in noordelijke of noordwestelijke richting is absoluut geen sprake. Wat ons betreft is er van volwaardig hoogwaardig openbaar vervoer dan ook geen sprake. De vraag is hoe het college dat ziet. Mijn collega De Jong van D66 daagt mij uit over de … De voorzitter: Wilt u afronden? De heer ’t Hart: Ja.
Ik ben uitgedaagd voor een statement over de 30 kilometer. Ik kan me daar wel in vinden. Maar dat betekent ook dat we alles zo moeten inrichten. Dat heeft ook een behoorlijk prijskaartje. Dus de tegenvraag is hoe dat te financieren? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we verder met mijnheer Keijzer van de PvdA. De heer Keijzer: Voorzitter, dank u wel. Ik kan me aansluiten bij de beginwoorden van D66, dat het goed is dat we de visie vandaag bespreken en dat hij voor ons ligt. Wij kunnen ons in grote mate ook vinden in deze visie. Een aantal vragen nog. Het aantrekkelijk maken van gebruik van fiets- en
2 Transcript commissie 1 d.d. 14 september 2021
wandelroutes staat één en één in relatie met goede, veilige voet- en fietspaden. Wij horen eigenlijk te vaak in de stad, onder andere ook tijdens de wijkbezoeken, dat de tegels losliggen, wat voor gevaarlijke situaties zorgt, zowel binnen de voet- als de fietspaden. Nu zien we bij de Metropolitane Fietsroute dat we de Westlandseweg bijvoorbeeld gaan asfalteren. Onze vraag is eigenlijk, kunt u aangeven of dit ook binnen dit plan de norm wordt dat er zoveel mogelijk fietspaden daar waar mogelijk geasfalteerd gaan worden? Op pagina 33 heeft u aandacht over de sociale veiligheid. Ik vraag me een beetje af, dat is misschien al een beetje vooruitlopend op de toekomstige plannen, hoe u de uitvoering daarvan voor zich ziet? Voorzitter, op pagina 30 heeft u het over inspelen op nieuwe mobiliteitsconcepten en het experimenteren hiermee. We hebben de deelscooters al in de stad. Daar gaan we het volgens mij vanavond ‘…’ uur nog over hebben. Maar in hoeverre bent u ook al proactief bezig om de andere deelmobiliteitsmogelijkheden uit te rollen? Het woord experimenteren komt een aantal keren voor binnen dit stuk.
Nou kennen we de gemeente een beetje, dat we voornamelijk, recent hebben we de Kwartellaan opgericht, maar als we zien hoe lang dat geduurd heeft met onderzoeken, moties die wij hebben ingediend jaren geleden en wat voor tijd daartussen zit voordat die daadwerkelijk gerealiseerd is, ben ik benieuwd hoe u dat voor zich ziet als we nu opeens experimenteren binnen de gemeente. Volgens mij is de cultuur hier juist dat eerst alles onderbouwd moet worden voordat we iets echt gaan uitrollen. Graag uw reactie hierop. In relatie tot de 30 kilometer de norm te laten zijn van D66, had ik ook inderdaad de vraag daarover, of u heeft overwogen om ook te kijken hoe dit misschien in de stad mogelijk kan zijn, met inderdaad de mitsen en maren over de financiële consequenties daarvan. Voorzitter, de ambities in dit stuk zijn groot. Wij hebben ook al eerder gevraagd om bijvoorbeeld een uitvoeringsdocument, wanneer de gemeente welke stappen wil nemen. U geeft eigenlijk aan in een eerdere beantwoording, dat u dat voornamelijk in de beleidsstukken gaat doen. Maar mijn vraag is eigenlijk ook, op welke manier kunnen we als raad mee worden genomen in de route naar 2040. Vaak hebben we een visiedocument. Die stellen we vast. Die gaat de kast in. Dan denken we na een aantal jaren, nieuwe raad, nieuwe mensen, o ja, verrek, we hebben dat visiedocument nog.
Hoe zorgt u er nou voor dat we ook daadwerkelijk meegenomen worden, zodat we weten dat we op de route liggen. De voorzitter: Wilt u afronden? De heer Keijzer: Ja. Nog een vraag, voorzitter. Op bladzijde 27 heeft u het over de intensivering, samenwerking met de MRDH. Kunt aangeven welke kansen laten we als gemeente dan nu nog liggen in de samenwerking die u denkt met die intensivering wel te behalen? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we verder met de heer Solleveld van Maassluis Belang. De heer Solleveld: Dank u wel, voorzitter. Vele mooie woorden zijn al gesproken. Toekomstbestendige mobiliteit met daarbij behorende netwerken, staat u blijkbaar voor ogen om dat in de komende twintig jaar te verwezenlijken. Dat zal niet meegaan vallen, want er lopen allerlei verstedelijkings- en verdichtingsopgaven hier in Maassluis. Dus de ruimte wordt steeds schaarser. Dus ik ben heel benieuwd hoe u dat gaat doen. Twintig jaar verder kijken, is vrij lastig. Ik lees in vele stukken die we van het college krijgen, dat de wereld razendsnel om ons heen verandert. Dus in die zin denk ik van, kunt u wel twintig jaar vooruitkijken, zeker gezien hoe de wereld de laatste anderhalf jaar veranderd is? Maar goed, dat allemaal terzijde. Het stopprincipe, dat kunnen wij wel onderschrijven. Maar dat vraagt om een cultuuromslag.
Die cultuuromslag is niet alleen bij u bij het maken van plannen, maar u moet de burger meekrijgen. Hoe krijgt u de burger vanuit de auto op de fiets of iets dergelijks? Dus wij zijn wat dat betreft niet zo geïnteresseerd in hoe Maassluis er in 2040 uitziet. Dat is natuurlijk heel prettig als je dat wel weet, maar voor ons gaat het meer om de komende vijf jaar. Heeft u al een prioriteitenlijstje uit deze visie? Gaat dit college er nog mee aan de slag? Het woord MRDH is al een paar keer gevallen, want u richt zich vooral op het OV, de mobiliteit. Als ik de MRDH mag geloven, trouwens in onze stukken kom ik het op veelvuldig tegen, dan wordt steeds de Hoekse Lijn genoemd. Ik vind dat veel te mager, want het gaat hij veel meer om het binnenstedelijk openbaar vervoer. Daarmee worden we door de MRDH, volgens mij, heel matig bediend. Over de deelmobiliteit, want dat vind ik ook wel heel bijzonder van de scooters en dergelijke … Ik zie mijzelf nog niet op een scooter kruipen, maar goed.
3 Transcript commissie 1 d.d. 14 september 2021
De heer …: Scootmobiel. De heer De Jong: Voorzitter. Als ik mag. De voorzitter: Mijnheer De Jong. De heer De Jong: De heer Solleveld valt helemaal stil. U geeft denk ik duidelijk aan … Als u zelf al niet bereid bent om naar andere mobiliteitsvormen te gaan, wat zou er nodig zijn, in uw situatie of voor de gemiddelde Maassluizer, om wel over te stappen? Heeft u daar zelf ideeën over? De heer Solleveld: Ik vind dat u mijn woorden wat verkeerd interpreteert. U zegt dat ik blijkbaar niet bereid ben om naar een ander vervoersmiddel te gaan. Ik stap op de fiets. Dus ik heb dat wel. Die scootervervoermiddelen, dat is mij allemaal te technisch en te lastig en dergelijke en ze staan in de weg, maar dat komt misschien in de loop van de avond nog wat over. Anders kun je op Facebook voldoende berichten van mijn hand lezen over de placering van de scootmobielen. Tot slot, voorzitter, ik vond een interessante opmerking ergens achter in het stuk. Aangezien Maassluis een echte forenzenstad is, zet de gemeente actief in op stimuleren van actieve mobiliteit onder forenzen in samenwerking met bedrijventerreinen en de verkeersonderneming werkgeversaanpak. Nou kan ik denken, wij hebben een prachtig mooi bedrijventerrein tegenwoordig aan de dijk, maar daar ligt de begraafplaats naast en daar kan ik ook niet met het openbaar vervoer komen. Dus ik ben heel benieuwd wat dat is, de werkgeversaanpak.
Bent u daar al actief mee bezig? Wat is het? Hoe gaat dat? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar de heer Verhoeven van de VVD. De heer Verhoeven: Dank je wel, voorzitter. Ook ik had eerst het verkeerde knopje natuurlijk beet. De uiteindelijke richting waarin deze visie ons stuurt, is goed. Al vinden we bij de VVD wel dat twee zaken onderbelicht zijn, zoals al gebleken is uit onze zienswijze. Eerst even wat vragen. Al in onze zienswijze hebben we aangegeven dat onvoldoende visie op laadpalen en parkeren terug is te vinden. U geeft aan dit later in beleid uit te werken op basis van de visie. Hoe gaat u dit realiseren als de visie zo weinig richting geeft? Wanneer verwacht u dan met dat beleid te komen? Net als het CDA en PvdA zijn ook wij wel benieuwd hoe dat u met dat experimenteren om kunt gaan en precies om dezelfde argumenten als mijn collega’s zojuist al hebben aangegeven. Op pagina 10 geeft u aan dat de toename van snelheidsverschillen op fietspaden een negatieve impact heeft op de veiligheid. Met de MFR-route kiest u voor het verminderen van recreatief, plaatselijk en doorgaand verkeer. Is hiermee de keuze voor vermengen niet in strijd met uw eigen mobiliteitsvisie? Op pagina 15 lezen we in het MRDH-deel van de beleidskaders dat woningen bouwen alleen kan waar openbaar vervoer, wegen, fietspaden daar goed op afgestemd zijn.
Is er al meer bekend betreft de ontsluiting van woonwijk De Kade? Kunt u toelichten welke vorm en mate van openbaar vervoervergoedingen u voor ogen heeft, zoals benoemd op pagina 19? Komt dit straks terug in de begroting bij armoedebeleid, of wordt dit een verdere versnippering? Kunt u aangeven waaruit het contact met de fietsersbond heeft bestaan? Op pagina 27 noemt u het fijnmazig OV-netwerk, waar ook door de collega’s al over gesproken is. Is dit een onderdeel van de MRDH-plannen? Met daarbij de vraagtekens of dat wel gaat lukken. Of is het de bedoeling dat we hiervoor op zoek gaan naar eigen budget? Een visie over twintig jaar omvat een lange termijn. Een stappenplan ontbreekt. Ook dat is al in andere woorden door collega’s aangegeven. Kan de wethouder aangeven hoe hij dit voor ogen heeft? Wat voor plan hij voor zich ziet om tot die visie van stop over twintig jaar te komen. Het is immers nogal een ingrijpend verhaal met betrekking tot het gebruik van de auto’s, als je het morgen in zou voeren allemaal. Tot zover mijn eerste termijn, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar de heer Luijendijk van de VSP. De heer Luijendijk: Dank u wel, voorzitter. Vanavond bespreken we dan de slotversie van de mobiliteitsvisie die al op een aantal andere momenten voorbij is gekomen.
Het is wat de VSP betreft een veilige weergave en beschrijving van de mobiliteit zoals die nu is en waarschijnlijk zal worden. Wat wij missen, is een aantal duidelijke stippen en doelen. Wat is waar we vanaf willen? Waar willen we naartoe? We noemen een paar voorbeelden. Pakketbezorging vinden wij in de visie te vaag en niet ambitieus. Er wordt gesproken over hubs aan de rand van de stad en op bedrijventerreinen, maar ook openbaar vervoersknooppunten. Dit komt ons voor als een onvoldragen doelstelling die op
4 Transcript commissie 1 d.d. 14 september 2021
zich nog geen vergezicht opent. Immers, als iedere burger vervolgens zijn of haar pakket met de auto gaat ophalen, zijn we nog geen steek verder. We willen graag een aanvulling die spreekt van collectie en hubs en fijnmazige distributie met elektrisch aangedreven vervoersmiddelen. Dit zal geflankeerd moeten gaan met verbodsmaatregelen om met dieselvoertuigen door de stad te bezorgen. Best practice voorbeelden in het land moeten hierbij worden betrokken. Graag een reactie van de wethouder. De heer Keijzer: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Keijzer. De heer Keijzer: Even voor mijn beeldvorming. Zegt u dan eigenlijk inderdaad van, wel goed om op die bedrijventerreinen een soort collectpunt te hebben, dat daarvandaan die elektrische autootjes de stad ingaan of … De heer Luijendijk: Precies. Een hub is een collectiepunt. Daar moet je er geen twintig van in de stad hebben. Je moet één hub hebben. Vanuit die hub moet je de stad bedienen. Maar dat moet je dus inderdaad op een duurzame manier doen dan. Maar dat moet je flankeren ook met een beleid dat je die vermaledijde dieselbussen niet meer in de stad toelaat. Dus dat is bij deze de uitnodiging aan de wethouder. Ook willen wij ons nadrukkelijk pleidooi herhalen om in de visie de E-ringbus als doel op te nemen. Fijnmazige uitwerking en echt bereikbaar OV kan hierdoor een herkenbaar en nastrevenswaardig perspectief worden.
Wat de VSP betreft kan dit op korte termijn als doel worden uitgewerkt. Dus de lijnbussen voor delen van de stad niet of slecht bereikbaar zijn geworden. Graag horen we van de wethouder of hij bereid is dit in de visie op te nemen en met de uitwerking van dit doel aan de slag te gaan. We zouden meer inzet en ambitie verwoord willen zien om autostops bij scholen drastisch te verminderen en waar mogelijk te beëindigen. Een speerpunt als ambitie hierover in deze visie zou niet misstaan. Gedragsverandering zal onderdeel moeten zijn van deze ambitie. Graag meer beschrijving en uitwerking ten aanzien van deze doelstelling. Is de wethouder bereid hier meer scherpte in de visie aan te brengen? Tenslotte, elektrificeren van de mobiliteit zal een essentieel onderdeel zijn van de toekomstige vervoersbewegingen. Veel inwoners zijn best bereid daar stappen te zetten, maar wachten nog op het wegnemen van belemmeringen. Zo kunnen onder andere E-auto’s nog niet opgeladen worden in parkeergarages. Ook is er op veel plaatsen nog een mijl op zeven om een laadpaal te vinden. Hoort het verwoorden van een bereikbaar perspectief niet thuis in deze visie. Ook hierover graag de visie van de wethouder. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Molmans van Forum voor Maassluis. De heer Molmans: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, er is destijds aan de diverse fracties gevraagd om input.
Deze is er gekomen. Slechts gedeeltelijk zijn er aanbevelingen overgenomen. Onder andere zoals ook onze vraag om stops bij de scholen. Maar goed, we kunnen van mening verschillen. Wel prettig om te zien dat iedereen een breed gedragen oordeel was over het betaald parkeren wat absoluut niet door mocht gaan. We hebben niet zoveel vragen meer. Hebben wel enkele opmerkingen. We lezen op verschillende plekken dat u een voorstander bent van vervoer over water. Maar uw preciseert dat niet precies op pagina 14. Bedoelt u nou een aansluiting op het waternet, waterbusnet naar Rotterdam of bedoelt u de vaste veerboot van Hoek van Holland naar Europoort, maar die is er dus al. Of Maasvlakte is het eigenlijk. Door de opstellers van deze visie wordt in de tekst, maar ook in de waterkaart gesproken van statusverhogend, over het bezitten van een oldtimer. Voorzitter, het tegendeel is waarschijnlijker. Het hebben daarvan is eerder in stand houden van industrieel erfgoed en kost handenvol geld. Hetzelfde geldt voor de populaire kreet: het bezit van een glanzende sportwagen werkt statusverhogend. Ik denk dat dat badinerend bedoeld is. Maar wat ons vooral steekt voorzitter, is dat er nog steeds geen duidelijkheid is over de ontsluiting van De Kade. Wel of geen volwaardige overgang bij het station.
Dat we daar niet de enige in zijn, mag wel blijken uit de ingezonden brief van de toekomstig bewoners van de De Kade die wij hedenmiddag met het griffienieuws hebben ontvangen. Overigens kom ik op deze brief ook nog in de volgende commissie terug. Een ook al nu jaar durende discussie over de Julianalaan. Daarmee samenhangend de Metropolitane Fietsroute en de kruising daarvan bij de spoorwegovergang Julianalaan. Voorzitter,
5 Transcript commissie 1 d.d. 14 september 2021
graag wat nadere toelichting over de verwachte termijnen hierin. Dat was het voor de eerste termijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Oosterman van de ChristenUnie. Mevrouw Oosterman-Feenstra: Dank u wel, voorzitter. Als reactie op onze zienswijze, geeft u aan dat u het stopprincipe, stappers, trappers, OV, personenauto’s wilt gaan doorvoeren bij een nieuwe gebiedsinrichting. Bij bestaande netwerken kijken waar verbetering mogelijk is. Kunt u dat iets concreter maken? Hoe ziet u de uitrol voor zich? Hoe zorgen we ervoor dat we vanaf dag één wel aan de slag gaan met een heldere uitrol over de hele stad? Vraag 2. Volgens mij was het de Partij van de Arbeid die bij de zienswijze iets heeft aangegeven over de uitvoeringsprogramma’s. Daar wil ik graag op inhaken. De heer Keijzer had het er daarnet ook al over. Natuurlijk, dit is een visie. Maar een goed visiedocument geeft helder aan waar je naartoe wilt. Het is niet anders te interpreteren. Het geeft richting aan je werkzaamheden. Het moet dus ook duidelijk richting geven aan de werkzaamheden. Daarom willen wij een toezegging vragen dat u vooraf aan het raadsdebat een bijlage toevoegt met daarin de beleidsnotities en verdere stukken die aan deze visie gaan hangen. Om dan dus inderdaad meer duidelijkheid te geven over de uitwerking.
Aangezien dit een visie op hoofdlijnen is, vind de ChristenUnie het van groot belang dat onderliggende stukken, wanneer ze uitkomen, ter goedkeuring aan de raad worden voorgelegd. Vraag 3. Waarin wordt het voetgangersnetwerk verder uitgewerkt? Komt dat straks terug in de wegenstructuurvisie? Dat in die visie de elementen stapper, trapper, OV en personenauto weer terugkomt. Of heeft u iets anders in gedachten? De zienswijze 42 slaat de spijker op zijn kop. Je kunt prachtige visies schrijven, maar als er geen geld is, zitten we de komende twintig jaar naar een stuk papier te kijken. Eigenlijk net zoals een beetje bij onze fietspaden is gebeurd. Op papier zijn er prachtige plannen, maar de uitvoering duurt heel erg langzaam. Dan nogmaals als aanvulling op onze eerste vraag, kunt u een inkijkje geven hoe snel we in de stad echt het verschil kunnen gaan merken? Graag uitleg over hoe u in grote lijnen de uitvoering van deze visie ziet. Anderen spraken er ook al over. De overstap van auto naar deelvervoer en fiets is een cultuurverandering. Het valt of staat ermee dat de alternatieven gelijkwaardig of beter moeten zijn.
Kunt u toezeggen dat er als uitvoering van deze visie ook een communicatie- en actieplan komt, waarbij de gemeente samen met haar inwoners continu en zichtbaar bezig is met het testen van ketenmobiliteit, zodat we met elkaar in dat proces kunnen groeien? De voorzitter: Wilt u afronden? Mevrouw Oosterman-Feenstra: Dan pak ik eventjes twee punten van D66. De jaarlijkse schouw, goed idee. 30 kilometer als standaard, u weet dat wij daar een voorstander van zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we tenslotte naar de heer Kleijwegt van GroenLinks. De heer Kleijwegt: Voorzitter, dank u wel. Allereerst, ik doe het even andersom, ik begin bij het punt van de heer De Jong. 30 kilometer in de bebouwde kom, dat zal geen verrassing zijn, wij zien dat graag zitten. Dan hadden wij nog een vraag over de MFR. Wat is nou precies de planning daarvan, over de fietsroute? Dat is ons onduidelijk. De snelle OV-verbinding naar het Westland. Verheugd om te lezen natuurlijk. Wanneer kunnen we concrete plannen verwachten? Krijgen we het allemaal ambtelijk wel voor elkaar? Dat is eigenlijk de belangrijkste vraag vanuit de visie. Omdat er toch vaak best wel veel vertraging zit. Dus we hopen dat het wel … Dat deze prachtige visie, het is best een mooie visie wel, uitvoering krijgt. Stopprincipe zijn we natuurlijk groot voorstander van.
Maar we vragen ons af van, hoe ziet dit er dan precies in Maassluis uit concreet? Wat zijn concrete acties? Hoe pakken we lastige punten, zoals de Uiverlaan, bijvoorbeeld aan? Want dat is nu inderdaad echt een autowalhalla. Maar als fietser ben je niet echt op je gemak daar. Met het stopprincipe gaan we ervanuit dat er ook flinke investeringen komen voor goede, veilige en brede fietspaden. Dus dat is mooi. Maar mijn vraag aan het college is dan ook, moeten we daar ook extra geld voor uittrekken? Hoe bent u dat van plan? De ontsluiting van De Kade. Dat is al gevraagd. Hoe zit het hiermee? Verder daar zijn wij ook wel benieuwd, met het stopprincipe in ons achterhoofd. Er wordt binnenkort een hele grote tunnel … Die wordt nu al aangelegd, maar geopend. Het zou toch mooi zijn als er dan ook een fietstunnel bijkomt, zodat ook mensen met de fiets naar de overkant kunnen. Juist als we het
6 Transcript commissie 1 d.d. 14 september 2021
fietsgebruik willen stimuleren. Dus gaat het college daarvoor lobbyen, of is het college daar nog iets mee van plan? De heer Luijendijk: Voorzitter. De voorzitter: De heer Luijendijk. De heer Luijendijk: Denkt de heer Kleijwegt nou in ernst dat we hierover kunnen praten hier in dit gremium? Ik bedoel, dit is een tunnel met een plantijd van, ik denk dat er ongeveer vijftien jaar aan gewerkt is. Nu wordt er door het Rijk een tunnel aangelegd. Nu gaat u hier opperen dat we er een fietstunnel naast moeten leggen. Ik wil graag wel een beetje serieus debatteren, als u het niet erg vindt. De heer Kleijwegt: Voorzitter, dat is niet nieuw dat wij dat roepen. Maar wij vinden het nog steeds een gemiste kans. Overigens ook opmerkelijk, want het havenbedrijf zegt ook dat ze willen verduurzamen. Maar wel een autotunnel aanleggen, geen fietstunnel, het roept bij ons toch vragen op. De heer Luijendijk: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Luijendijk. De heer Luijendijk: Blijft overeind dat het een onzindiscussie is om hier te voeren. Dus ik vind het echt … De heer Kleijwegt: Voorzitter, het spreekt voor zich, ik ben het daar uiteraard niet mee eens. Ik vind het ook geen onzindiscussie, want in de tijd dat … U zegt, u bent er een beetje laat mee. Dat klopt. Wij zaten toen nog niet in de raad. De heer Luijendijk: Sorry, dat zei ik niet. Ik zeg dat u op de verkeerde plek bent.
De heer Kleijwegt: Goed, ik denk daar anders over. Mensen die op GroenLinks stemmen, denken daar ook zeker anders over. Want wij vinden dat gewoon heel belangrijk dat mensen op een duurzame manier naar hun werk kunnen. Dat kan nu niet. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Kleijwegt: Dat was mijn inbreng voor de eerste termijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu naar de wethouder. Zoals gezegd, u heeft 22 minuten. De heer Voskamp: Voorzitter, dank u wel. Ik ga proberen op volgorde het een en ander uitgebreid te beantwoorden, zodat ik achteraf, aan het einde, misschien een aantal vragen over kan slaan, omdat ze al beantwoord zijn. D66 heeft het over de autocultuur naar fietscultuur. Daar mag het OV niet in ontbreken. Volgens mij geven wij dat ook aan, dat dat een belangrijke schakel is. In die zin kunnen we daar helemaal mee instemmen. Verder geeft u voorrang voor langzaam verkeer aan in de stad, hoogstandaard voor fietspaden en oversteekplaatsen. Heel concreet zijn we recentelijk, eigenlijk dit jaar, begonnen met een aantal oversteekplaatsen met hulp van de MRDH, ook al ergens genoemd, te verbeteren. Daar hebben we ook voor dit jaar weer een aantal subsidies voor aangevraagd om dat voort te zetten. Dat zijn wel de manieren waarop we dat nu al vorm willen geven, eigenlijk vooruitlopend op die visie.
Ook voor het aanleggen van geasfalteerde fietspaden op het hoofdroutenet van de stad, van de regio krijgen wij subsidie van de MRDH. Wij zijn drukdoende bij de MRDH op dit moment, om dat hoofdroutenet uit te breiden, zodat we op meer plekken aanspraak kunnen maken voor subsidie. Als we 50 procent subsidie krijgen, kunnen we voor hetzelfde geld twee keer zoveel asfalteren. U geeft aan, suggestie voor een jaarlijkse schouw in het kader van onder andere gehandicapten bereikbaarheid van de stad. Het lijkt mij een heel goed idee. Deels wordt dit al gedaan, maar het lijkt mij zeker goed om dat wat concreter te maken. Daar ook gelijk aan mee te nemen dat we daarmee een aantal actiepunten per keer eruit halen die we kunnen aanpakken. Vooralsnog zal dat wat mij betreft moeten binnen de budgetten die we daarvoor hebben, gezien de perspectieven die we hebben voor de komende jaren. Maar waar mogelijk zullen we daar extra op inzetten en misschien ook kijken of we met de MRDH gezamenlijk daar een speerpunt of een aantal concrete punten kunnen aanpakken. U heeft het over de 30 kilometer per uur als standaard in de bebouwde kom. Daar hebben we het al eens eerder over gehad. Op dit moment ligt bij de VNG een uitwerking van de motie die in de Tweede Kamer is aangenomen. Als we kijken naar onze 50 kilometerwegen in de stad, dan is het grootste gedeelte echt een typische ontsluitingsweg die ook in
7 Transcript commissie 1 d.d. 14 september 2021
die scenario’s waarschijnlijk 50i kilometer per uur blijven. Er zijn een aantal plekken die mogelijk 30 kilometer per uur zouden kunnen worden. We zien nu reacties van verschillende partijen dat het bijvoorbeeld liever fietspaden die vrijliggend zijn langs een 50 kilometerweg, dan een 30 kilometerweg die volgens de inrichtingsnormen zoals ze nu zijn dan vervolgens gemengde fietsers en auto’s met zich meebrengen. Dus de inrichting zoals het nu is, gaat veel geld vragen om dat aan te passen. Terwijl de experts zeggen dat het daarmee niet veel veiliger zal worden. Als er straks blijkt dat we bijvoorbeeld in de uitwerking van die motie af kunnen stappen van het standaard 30 en 50 kilometer per uur inrichting, wel of geen vrijliggende fietspaden, wel of niet mengen van verkeersstromen, dan zouden we daarin kunnen kijken of dat voor ons een interessante weg is. De voorzitter: Mijnheer De Jong. De heer De Jong: Een korte vraag. Ik snap inderdaad de bezwaren en dat is ook in de uitvoering die ik van andere partijen al had gehoord over 30 of 50 kilometerwegen. Maar wat zou nou het effect zijn als wij in deze verre, grote visie opschrijven dat 30 de standaard is en dat we daar beargumenteerd van af kunnen wijken voor andere wegen? De voorzitter: De wethouder. De heer Voskamp: Omdat ik nu niet kan overzien wat dat dus voor aanpassingen gaat vragen.
Dan zou bij wijze van spreken mijn eerste reactie zijn, dat we de huidige 50 kilometerwegen als eerste als afwijking op de standaard gaan benoemen. Volgens mij zijn we dan met elkaar geen stap verder gekomen. Dus ik zou zeggen, laten we even afwachten wat de VNG nu als voorstel gaat doen in het kader van, hoe gaan we die motie uitleggen en uitwerken? Komt er een aanpassing van de normering, van de eisen van de inrichting uit? Nogmaals, ik denk dat een groot deel van de wegen die bij ons nu 50 kilometer per uur zijn ook gewoon 50 kilometer per uur zouden blijven, ook gewoon als ze die motie één op één zouden uitvoeren. Maar het zou best kunnen zijn dat er een combinatie komt, zoals we bijvoorbeeld ook rond de centrumroute gekozen hebben voor een 50 kilometerweg met een inrichting van een 40 kilometer snelheid. Zo’n variant zou ook hier uit kunnen komen. Als dat zo is, dan ben ik daar, wat mij betreft, voorstander van. Maar het moet echt wel inpasbaar zijn, zowel fysiek als financieel. Voorzitter, u vraagt om campagnes in het kader van het promoten van het fietsgebruik, ook op de MFR. Ik denk als we straks de MFR hebben liggen, dat die 1 zichzelf zal promoten, maar 2 dat er uiteraard ook vanuit de MRDH en zo hebben we al een keer een filmpje opgenomen als de wethouders die daar aanliggend zijn die promotie zullen doen.
Dus ik denk zeker dat we daar campagnes voor het promoten van het fietsgebruik aan zullen koppelen. Dan heeft u het over de snelle OV-verbinding die richting Den Haag geprojecteerd staat. Die staat in deze visie genoemd. We zijn er op de achtergrond als college al een tijdje mee bezig, samen met onder andere Westland en Den Haag. Er is nu een rapport wat daaruit gekomen is wat op dit moment de laatste hand aan gelegd wordt. De eerste pitches zullen plaats gaan vinden aan een aantal potentiële financierders. Dat is heel snel. Dat is ook, als we daarop mee kunnen liften, dan zou dat zeer welkom en zeer mooi zijn. Na die pitches zullen wij als college onze toekomstvisie op deze verbinding met u gaan delen en u ook de uitkomsten van dat rapport laten zien. Daarmee kunnen we dan ook gelijk inspelen of we wel of niet aan kunnen sluiten bij die mogelijke financiering. Als dat niet is of als dat wel is, hoe dan het tijdspad er verder uit komt te zien. Dus ik verwacht daar in de loop van oktober, eind oktober wat meer duidelijkheid over richting u als raad en het stappenplan die daarna gaat volgen. Voorzitter, dan het CDA. U had het over volgend zijn en niet de trend zetten. Andere partijen hebben het ook gehad over experimenteren.
Voorzitter, wat ik merk, is dat juist ook als we het hebben over allerlei zaken in de fysieke ruimte, als je het hebt over verkeer en mobiliteit, dat er veel onderzocht wordt. Dat werd daarnet ook al gezegd, ik ga daar nog straks wel op in, maar … Dat komt ook wel een beetje in een soort kramp zou ik bijna zeggen, van dat we het van tevoren allemaal helemaal doordacht moeten hebben voordat we het gaan uitvoeren. Mijn voorstel zou zijn om op een aantal zaken die gewoon binnen bereik liggen en die niet een enorme impact hebben, om daar toch gewoon wat meer te durven experimenteren. Ik wil als voorbeeld geven, we hebben voor de Kwartellaan gekeken of we het fietspad in plastic konden uitvoeren. Dat was een experiment waar wij zoveel risico zouden lopen, dat we gezegd hebben, dat gaan we gewoon niet doen. Als ik heel
8 Transcript commissie 1 d.d. 14 september 2021
concreet kijk naar het VRI op de Maasdijk en de Albert Schweitzerdreef, dan liggen daar een aantal vernieuwende technieken in de weg, waar we gewoon gezamenlijk met de leverancier hebben gezegd van, wij zijn de eerste die dit echt gaan toepassen. Maar de risico’s hebben we zodanig afgedekt, dat als het niet mocht blijken te werken, dat dan de leverancier op hun kosten de aanpassingen alsnog doet. Dus dat soort experimenten zou ik heel graag willen doen. Ik zou ook gewoon af en toe eens wat willen proberen, om eens te kijken wat voor effect dat heeft. Ik merk dat dat soms lastig is, omdat er toch inderdaad gevraagd wordt van, kunt u het onderbouwen hoe dat verder is? Nogmaals, dus met relatief kleine financiële bijdrages en kleine risico’s. De heer Luijendijk: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Luijendijk. De heer Luijendijk: Wethouder, mag ik aannemen dat we niet gaan experimenteren met eenrichtingverkeer op bepaalde wegen? De heer Voskamp: Voorzitter, volgens mij heb ik over risico’s in kleine risico’s en kleine financiële risico’s. We zullen sommige dingen nog steeds moeten onderbouwen. Ik denk dat ik weet welke eenrichtingsverkeer u het over heeft. Daar hebben we gewoon een onderbouwing voor. Daar weten we straks exact wat de effecten zijn. Ik zou bijna zeggen, het is maar goed dat we die onderbouwing gezocht hebben.
Dus in die zin wil ik gewoon aangeven dat we echt niet over één nacht ijs gaan. Maar ik zou graag wel met kleinere impact wat meer willen kunnen experimenteren. Ik zie dat bijvoorbeeld ook op deelvervoer. Waar je gewoon eens een keer een auto op een plek zou willen zetten en zeggen van, joh, laat maar eens kijken wat hij doet voor een half jaar. Voorzitter, het verleiden van de automobilist naar andere mobiliteiten, dat vraagt ook goed OV. Daarvan zijn we afhankelijk van de MRDH. Hoe ziet het college dat, was de vraag. Meerdere partijen hadden het daarover. Voorzitter, we hebben met zowel de metrolijn, de Hoekse Lijn, als een busverbinding die over de snelweg loopt mogelijkheden om langere afstanden op zich in een goede vorm te doen. Maar met name dat begin- en dat eindstuk, daar moet meer aandacht aan gegeven worden. Meerdere partijen spraken daarover. Daar willen we inderdaad op gaan inzetten. Dat voor- en natransport kan net zo goed lopend en met de fiets afgelegd worden. Wij zijn aan het kijken hoe we de bestaande bussen die er zijn, hoe we daar een combinatie van kunnen maken met doelgroepenvervoer, WMO-vervoer. Daar wordt samen met de MRDH en ook de WMO-kant naar gekeken. Daar zijn we echt al een aantal stappen in aan het maken.
Dat zou zomaar eens kunnen resulteren in een variant, zoals de 526, de belbus, waarbij je kan bellen om ergens opgehaald te worden of afgezet te worden. Vooraf reserveren. Dat we dat dus kunnen uitbreiden naar plekken zoals de nieuwe begraafplaats, zoals bijvoorbeeld naar de Koningshoek voor winkelen en niet per definitie om naar een metrostation te gaan om daarvandaan verder te reizen. Die combinatie zoeken we. Ik denk dat we daar de MRDH gevonden hebben om dat samen te doen. De voorzitter: De heer Luijendijk. De heer Luijendijk: Voorzitter, ik merk dat u toch wel omzichtig rond het begrip ringbus heen laveert. Dat zou natuurlijk eigenlijk een integrale oplossing zijn. Zeker als je dat ook duurzaam gaat doen met een E-bus. De heer Voskamp: Voorzitter, er werd ook gevraagd in hoeverre de MRDH en hoe ver we de bijdrages en dergelijke daarmee doen. Wat we zien, is dat een echte ringbus niet kansrijk lijkt te zijn. Dat heeft puur te maken met het feit dat de bus dan vooral op veel momenten een lege bus is e niet komt op de plekken waar je eigenlijk naartoe zou willen. Wat ons betreft is juist die combinatie van het mogelijk hebben van misschien een bus die wel een aantal haltes aandoet, standaard, in combinatie met het kunnen reserveren zoals we dat nu ook in andere voorzieningen hebben zitten, de mogelijkheid biedt om gewoon een soort regiotaxi, Argos vervoer en een 526.
Als we daar een combinatie van hebben, dan is dat misschien niet de ringbus die u voor ogen heeft, maar dat is ook wel waarom de vervoerswaarde die de MRDH niet ziet op een aantal plekken, maar gewoon te veel lege bussen zijn om de kosten te kunnen betalen, daarvan willen we kijken hoe we dat kunnen inrichten. Dat zal dus, denk ik, uiteindelijk geen ringbus zijn zoals u dat voorziet, maar wel zodanig
9 Transcript commissie 1 d.d. 14 september 2021
makkelijk bereikbaar dat het voor iedereen, inclusief het doelgroepenvervoer, maar ook de first en last mile voor, tussen haakjes, normale OV-reizigers geschikt is. De heer Luijendijk: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Luijendijk. De heer Luijendijk: Want het zou natuurlijk heel goed kunnen zijn, een beetje een analogie van de metro, dat de aanwezigheid van zo’n ringbus ook vervoersbewegingen aantrekt. De heer Voskamp: Voorzitter, dat ben ik helemaal met u eens. We hebben het er in het kader van de HOV-verbinding niet over gehad, maar soms moet je ook wel … We moeten wel een basis hebben waarop we kunnen beginnen. Als ik nu kijk naar bijvoorbeeld hoe de 526 in het kader van de 126, het zijn allemaal technische buslijnen die ik noem, maar waar gewoon duidelijk zichtbaar was dat er geen vraag was of weinig gebruik van gemaakt werd, dan zakken we eerder af dan dat we een toename zien. Ik denk dat we zullen moeten laten zien dat er weldegelijk vraag is, maar dat zullen we wel in de praktijk moeten laten zien. Dat is misschien het kip en het ei verhaal. Ik ben het helemaal met u eens. Zeker ook in het kader van het HOV, wil ik dat ook wel als waarschuwing meegeven. Het is soms tegen de klippen op met de MRDH aan tafel. Maar we zullen moeten zoeken hoe we dit kunnen laten werken. Dit geeft nu een kans.
Die kans komt mede door corona voorbij, mede doordat de vervoersbedrijven ook mee willen doen. Dus we gaan daarnaar kijken of we daar een goede invulling aan kunnen geven. Het CDA had het over hoogwaardig vervoer, maar één kant op en getrapt via Schiedam de treinreizigers. Dat klopt. Dus in die zin zou het natuurlijk heel mooi zijn als we die andere kant op ook kunnen gaan realiseren. Aan de andere kant, als we zien hoe vaak hij rijdt en hoe makkelijk je op het één en ander bent, dan is het misschien met een omweg, maar het is weldegelijk een hoogwaardig openbaar vervoer. Dat je daarmee niet op iedere plek binnen de gestelde termijnen kan zijn, daar heeft u helemaal gelijk in. De voorzitter: Mijnheer ’t Hart. De heer ’t Hart: Voorzitter, het is inderdaad hoogwaardig, maar niet volwaardig. Dus misschien is de term hoogwaardig dan beter. Want ik kan wel heel snel ergens heen, maar als ik daar niet heen hoef, dan is het wel de verkeerde kant op. De heer Voskamp: Goed, volgens mij is dat ook de reden waarom we heel erg inzetten op die HOVverbinding ook de andere kant op. Maar nogmaals, ik gebruik daar altijd het voorbeeld van twee kinderen van mij die naar Den Haag en naar Leiden te moeten. Dus nu inderdaad via Schiedam moeten. Maar die komen daar wel. Door de metro is de snelheid via Schiedam wel zodanig hoog, dat het nog steeds interessanter is dan met de bus via Westland.
Dus in die zin denk ik dat met een HOVverbinding over Westland, dat dat interessanter wordt, maar dat we op dit moment ook weldegelijk een HOV-verbinding hebben die hoogwaardig is. Voorzitter, 30 kilometerzone, heb ik het over gehad. De Partij van de Arbeid. Veiliger voetpaden en fietspaden. Ik denk dat die schouw daarin gaat helpen. U vraagt ook of de norm wordt voor het geasfalteerde fietspaden. U zei daar uiteindelijk, daar waar mogelijk. Ik denk dat dat zeker een goede voorwaarde is. We waren daar in het verleden wat, krampachtig is misschien niet het goede woord, maar voorzichtig mee, omdat we ook kabels en leidingen onder die dan asfaltfietspaden hebben liggen. We zijn daar ietsje makkelijker in geworden. Juist ook omdat we daar vele jaren comfort voor terugkrijgen. Maar het zou ook af en toe betekenen dat we moeten snijden in het asfalt. De voorzitter: Mijnheer Keijzer. De heer Keijzer: Voorzitter, kijk, ik praat met name in relatie met wat ook in de stukken staat, dat natuurlijk het fietsgebruik in de stad, in Maassluis ten opzichte van omliggende gemeenten achterblijft.
Ik denk, als we daar natuurlijk inderdaad volwaardig gebruik van willen maken, zeker ook met de elektrische fietsen waardoor de snelheid ook wat sneller is, we hebben dan natuurlijk te maken met tegelfietspaden die losliggen of voetpaden die losliggen, dat die stimulans daarbij natuurlijk klein is als je de eerste tegel raakt en de komende zeshonderd tegels mist, omdat je dan weer ergens terecht komt. Dus met name het asfalteren is goed. Maar met name gewoon volwaardiger, goed aangelegde fietspaden die ook gewoon veilig zijn in het gebruik, zullen zeker een verbetering zijn of een stimulans zijn voor het fietsgebruik in de stad.
10 Transcript commissie 1 d.d. 14 september 2021
De heer Voskamp: Voorzitter, ik snap hoe u uw punt misschien ietsje zwaarder aan zet dan dat ik zelf ervaar. Ik fiets door heel de stad heen. Er ligt weleens een tegel los. Dat is niet zoals ik het zou willen. Maar ik wil wel verre van mij werpen dat wij alleen maar onveilige fietspaden hebben en dat het onmogelijk is om je op een andere manier dan via asfalt te verplaatsen met de fiets. Voorzitter, sociale veiligheid. U vraagt hoe u daar de uitvoering voor u ziet. Een van de dingen, bijvoorbeeld de MFR, daar zit ook gewoon, hoe zit de verlichting van zo’n fietspad in elkaar en is dat voldoende? Als ik nu kijk naar de Kwartellaan, dan hebben we ook gewoon aan de fietspadkant daar uitsteeksels gemaakt om lantaarnpalen te doen. Als je het hebt over sociale veiligheid, dan betekent dat dus ook de plek waar je je fiets neerzet en waar je hem weer ophaalt, dat daar voldoende verlichting is, veilige stalling en een goede manier om dat te doen. In die zin moeten we daar gewoon mee aan de slag. Zijn we volgens mij ook hele goede dingen aan het doen. Proactief bezig zijn met deelmobiliteit. We hebben een auto staan, die staat. Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet helemaal zicht heb op het gebruik, maar ik zie hem vooral daar staan. Die staat bij station West. Dat is zo’n experiment die we gedaan hebben.
We zijn ook in een aantal projecten nu aan het kijken of de ontwikkelaar daar wat kan doen. Hij wil graag een aantal van die deelauto’s neerzetten. Hij wil misschien ook wel kijken of hij het deelfietsen niet kan doen. Ik ben in gesprek met de RET om te kijken of we de deelfietsen weer terug kunnen brengen, zoals die ook van de NS mogelijk waren. Dus in die zin zijn we daar zeker mee bezig. Dat roept dan altijd weer wat probleempjes op. Volgens mij moeten we sommige dingen gewoon gaan doen en eens kijken wat dat dan voor effect heeft. Dan heeft u het over experimenteren aan de Kwartellaan. Die link snap ik niet. We hebben de Kwartellaan aangepakt, zodra de Burgemeesterswijk aan die kant klaar was. Dat hebben we gedaan conform de motie zoals die is ingediend. Het moment dat we wisten wat we gingen doen en daar moesten doen, ik zie daar geen moment van experimenteren bij en hebben we volgens mij vol gas door gepakt om hem daar aan te leggen. De voorzitter: Mijnheer Keijzer. De heer Keijzer: Vol gas willen we juist voorkomen met die nieuwe Kwartellaan dus ik hoop niet dat dat gaat gebeuren. U zegt, vol gas doorgepakt, maar volgens mij was die motie, ik denk, 2014, misschien nog wel wat eerder … Hebben we het daar al wat langer over.
Mijn relatie met experimenteren is juist dat als ik zie hoe lang … Als we zeggen, we gaan wat doen of we overwegen wat totdat we het gaan doen binnen de gemeente, dat daar juist zo lang over gedaan wordt. Ik bedoel juist daarvan, als we opeens … Dus dat experimenteren is natuurlijk op zich prima. Alleen mijn vraag is, hebben we daar de cultuur voor binnen de organisatie, omdat ik juist zie dat als we wat willen, als u de Kwartellaan niet als voorbeeld wilt, wil ik best wel zeggen, de sporttoestellen langs Het Scheur, dat vraag ik in november ’20 om dat voor de zomer te doen en het komt in het voorjaar ’22, omdat we daar allemaal onderzoeken, subsidies naar moeten kijken. Terwijl ik denk, zit er drie neer en we zijn klaar binnen een half jaar. Dus in die relatie wil ik dat meer zien. Zijn we hier nou wel als organisatie toe in staat? De heer Voskamp: Voorzitter, als u hem zo … Ik zou bijna zeggen, als u de Kwartellaan eruit schrapt, dan denk ik dat ik snap wat u probeert te zeggen. Ik merk dat. Dat is ook zo. We moeten ook gewoon als we dingen uit gaan voeren … Moet er gekeken worden of dat past op de bestemming en of dat allemaal kan, of we dat kunnen financieren. Dat vraagt soms tijd. Dat vraagt soms ook over de seizoenen heen om dingen te doen. In dit geval hebben we geprobeerd om het betaalbaar te maken door een subsidie aan te vragen.
Als die dan wat later aangevraagd kan worden en beschikt wordt, dan zitten we dus weer een stapje verder. Ik snap uw zorgen en ik merk dat het ook moeilijk is, maar nogmaals, ik denk dat daar ook wel mijn wens en mijn vraag zit van, durven wij nou ook gewoon dan die toestellen, in dit geval maar eventjes als voorbeeld te nemen, aan te schaffen en neer te zetten en er dan achter te komen dat het niet op de juiste plek is. Dat daar de inwoners die eromheen wonen wat minder tevreden over zijn. Dat het misschien wat duurder is geworden als dat we van tevoren gedacht hadden. Volgens mij merk ik gewoon dat daar nog weleens een drempel ligt, ook vanuit de raad, ook vanuit de samenleving, dat we het dan niet goed genoeg onderzocht hebben, dat
11 Transcript commissie 1 d.d. 14 september 2021
we toch van tevoren hadden moeten weten hoeveel dit ging kosten. Ik probeer daarmee wel wat ruimte te vragen. De voorzitter: Wethouder. De heer Voskamp: Ja, voorzitter? De voorzitter: Uw antwoorden zijn allemaal geweldig hoor, daar gaat het niet om, maar qua tijd gaat het helemaal fout. De heer Voskamp: Voorzitter, volgens mij ga ik straks een heleboel fracties heel snel kunnen beantwoorden, omdat er heel veel vragen al genoemd zijn. Maar ik ga mijn best doen om ietsje te versnellen. Veilig verplaatsen door de stad. Die 30 kilometer heb ik benoemd. U vraagt om een uitvoeringsdocument. Ook de ChristenUnie vroeg daar om. Voorzitter, de Wegenstructuurvisie, beheerplan Wegen komt eraan, we komen met een parkeerbeleid, we komen met een laadpalenverhaal. Zijn allemaal zaken die daar heel concreet invulling aan kunnen en gaan geven. Ik vind het heel lastig om vooraf nu een aantal zaken op te noemen waarbij dit allemaal gaan toepassen. Ik wil voorkomen dat deze visie in de la terechtkomt. Dat ben ik helemaal met u eens.
Maar ik zou ook willen kijken naar gewoon een pragmatische aanpak over, wanneer komen we nou dingen tegen? Als dat DNA van zo’n stopprincipe nou echt in ons … Als dat echt in ons DNA komt, dan hebben we dat dus ook op het moment dat iemand een kleine aanpassing in de buitenruimte vraagt en dat we zeggen van, maar dat past niet of dat past wel, of als we het doen, dan moeten we het gelijk zo doen. Volgens mij is dat in die uitvoering belangrijker dan dat we nu al vooraf gaan zeggen van, dat gaat dan en dan terugkomen. Ik denk dat met name over de toezegging … Tenminste, daar zou ik een toezegging op willen doen, over die jaarlijkse schouw. Dat we dat in eerste instantie eens gaan gebruiken van, joh, waar staan we nu en waar zouden we de komende jaren naartoe willen om een aantal knelpunten op te lossen? Mevrouw Oosterman-Feenstra: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Oosterman. Mevrouw Oosterman-Feenstra: Ik wilde u eigenlijk ook vragen om hier pragmatisch mee om te gaan. Want u noemt nou heel wat kleine dingetjes, want we kunnen niet alles noemen. Maar als u nou gewoon de hoofddossiers pakt, waarvan u weet van, dat wordt echt onder deze mobiliteitsvisie, dan zou dat echt … Dan is dat echt wel belangrijk om meer structuur te geven aan dit document. De heer Voskamp: Voorzitter, volgens mij heb ik een aantal belangrijke genoemd.
De Wegenstructuurvisie komt daarbij, het laadpalenbeleid, het parkeerbeleid en het uitvoeringsprogramma beheerplan Wegen, maar dus ook het uitvoeringsprogramma van de buitenruimte, zijn denk ik de documenten waarin we dit gewoon direct in kunnen terug laten komen. In combinatie met een schouw van de buitenruimte denk ik dat we een aantal documenten hebben waar we prima mee uit de voeten kunnen. Even kijken hoor. De vraag over de intensivering met de samenwerking met de MRDH. Dat zien we dus onder andere op dat openbaar vervoer nu gebeuren. We zien dat op een aantal subsidieaanvragen die lopen, die gebeuren. Maar ook het aantal subsidievoorwaarden waar we gewoon gezegd hebben van, dat basisnetwerk fiets dat zouden we gewoon uitgebreid willen zien, want dat geeft ons meer mogelijkheden om subsidies aan te vragen. Maassluis Belang. Lastig om vooruit te kijken. Dat ben ik helemaal met u eens. De stopcultuur, die omslag. Hoe krijgen we de inwoner uit de auto en hun prioriteitenlijstje. Ik denk dat we … Dat is lastig om aan te geven wat het prioriteitenlijstje daarbij is. Het zal nog moeten inzakken hoe dat is. We hebben een aantal hele concrete zaken die we komende tijd gaan doen, waar we dit in kunnen opnemen. Ik denk dat dat het prioriteitenlijstje zal zijn. Dat heeft onder andere te maken met een aantal asfaltleringen van de fietspaden waren al mee begonnen zijn.
De oversteekplaatsen die we aan het aanpakken zijn. Ik denk dat we daar de eerste winst op kunnen hebben. Uiteindelijk moet het natuurlijk zo zijn, dat was nog op een antwoord van een andere vraag … Het zou natuurlijk van de zotte dat we elkaar zodanig met de auto kinderen naar school brengen, omdat het zo gevaarlijk is dat er zoveel auto’s zijn waarmee kinderen gebracht worden. Als we dat nou kunnen voorkomen, dan denk ik dat we een aardige stap aan het zetten zijn. Dat betekent veilig verplaatsen voor voetgangers, fietsers, zodat je de auto niet meer pakt. Werkgeversaanpak. Ik sla er een paar over.
12 Transcript commissie 1 d.d. 14 september 2021
Maar de werkgeversaanpak waar u het over had, dat heeft te maken met overleg over de werkgevers, bijvoorbeeld over het spreiden van starttijden van werken, zodat je niet allemaal in de spits rijdt. Dat heeft te maken met het beschikbaar stellen van een fiets van de werkgever, zodat de werknemer het laatste stukje met de fiets kan doen, al dan niet met een deelfiets. We zien dat zo’n werkgeversaanpak vooral bij grote projecten ter mitigeren van risico’s en problemen helpt. Maar dat werkt natuurlijk ook gewoon in de dagelijkse praktijk. Daar wordt flink op ingezet door de MRDH. Even kijken hoor. Laadpalen en parkeren, dat komt er dus aan. Parkeren zelfs was de bedoeling volgende week, maar ik begreep net dat dat iets opgeschoven is. Experimenteren, VVD, gehad. Snelheidsverschil. Het snelheidsverschil wat we hebben, u doet nu voorkomen alsof recreatief, plaatselijk en doorgaand verkeer de snelheid bepaalt waar iemand mee zich verplaatst. Volgens mij is dat het niet, want je kan best je heel snel op een heel kort stukje verplaatsen. Het idee van die MFR is vooral dat er ruimte is voor alle mobiliteiten, ook voor wat sneller. Dus die brede MFR zorgt voor een breed fietspad, waar ruimte is voor snelheidsverschillen.
Dat betekent dat als we onze infrastructuur goed op orde hebben, dat mensen misschien kiezen om niet de MFR te gebruiken, maar een andere route door de stad, omdat dat korter en sneller is of misschien rustiger. In die zin denk ik dat het niet bijt met onze mobiliteitsvisie. De voorzitter: Mijnheer Verhoeven. De heer Verhoeven: Voorzitter, dank je wel. Op de website van de MRDH staat een andere omschrijving van waar een Metropolitane Fietsroute voor is. Die is daar niet bedoeld voor het lokale verkeer, maar voor het doorgaande verkeer. Dat bedoel ik met de verschillende snelheden die u nu op één fietspad gaat plaatsen, terwijl dat juist de onveiligheid vergroot, ook op de brede. Dat. Nog even terugkomen op het overheen stappen op mijn vraag over het parkeren. Dat was niet alleen over, wanneer komt u met een parkeervisie, maar er zat ook een vraag in en die was misschien nog wel belangrijker, hoe kunt u parkeerbeleid op een visie baseren waar bijna niets staat over wat voor visie u heeft over parkeerbeleid? De heer Voskamp: Voorzitter, volgens mij in de visie dat parkeren in de openbare ruimte een ruimtebeslag heeft waarvan wij zeggen met elkaar, als je de kwaliteit van de buitenruimte wilt verbeteren, dan zou je die ruimtebeslag moeten verminderen.
Dat betekent dat deze visie ervan uitgaat dat we met elkaar moeten kijken hoe we het autobezit moeten kunnen terugdringen, zodat het ruimtebeslag van parkeren op de buitenruimte omlaaggaat en de kwaliteit omhoog kan. De voorzitter: De heer Verhoeven. De heer Verhoeven: Voorzitter, dan zegt hij dus niks over hoe dat we dan wel kunnen parkeren totdat het zover is dat het autogebruik is teruggebracht. Misschien dat dat ook een beetje een weerslag is op de vraag om wat meer planning in het stuk aan te brengen. De heer Voskamp: Voorzitter, volgens mij is dat een visie wat we zien. Het parkeerbeleid zal straks laten zien waar we op dit moment staan en welke keuzes we hebben. Ik snap helemaal waarom u aangeeft, niet alleen nu, maar ook andere partijen, dat betaald parkeren geen optie is. Maar we moeten met elkaar wel gaan kijken hoe we deze parkeerbehoefte zodanig kunnen inrichten dat het dus niet zo’n grote kwaliteitsvraag en ruimtebeslag heeft als dat we nu hebben. Dat wil niet zeggen dat we morgen parkeerplaatsen weg gaan halen. Maar het wil wel betekenen, dat we met elkaar in het nieuwe beleid afspraken maken over hoe we tot die kwaliteitsverbetering van de omgeving kunnen komen en op welk tempo en welke wijze. Even kijken hoor. Meerdere mensen hebben gevraagd over de ontsluiting van de woonwijk De Kade.
Wij hebben daar u een tussenrapportage gegeven dat de eerste quickscan lijkt dat verplaatsing mogelijk is, maar in welke mate en onder welke voorwaarden dat dat nog niet helemaal duidelijk is. Daar zijn we nu met de gesprekken mee bezig. Dat zijn gewoon hele lastige en ingewikkelde gesprekken. Die vragen wat meer tijd. We proberen daar zo snel als mogelijk dingen te doen, maar wel zorgvuldig. Die quickscan laat zien dat het kan. Maar we moeten dus nu wel gaan invullen onder welke voorwaarden en hoe. De heer Luijendijk: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Luijendijk.
13 Transcript commissie 1 d.d. 14 september 2021
De heer Luijendijk: Quickscan laat zien dat het kan. We hebben, geloof ik, twee bureaus die hebben onderzoek gedaan. Die zijn met rapporten gekomen. Die hebben varianten neergelegd. We hebben gekozen voor een variant. Hoe komt u er nu bij om te zeggen, we hebben een quickscan gedaan, het blijkt dat het kan? Die fase waren we toch al lang voorbij? De heer Voskamp: Nee voorzitter, in die raadsinformatiebrief die we u gedeeld hebben over dat eerste onderzoek, hebben wij gewoon met een aantal partijen aan tafel gezeten. Hebben wij gezegd, wij zouden graag op deze manier de overweg verplaatsen. Zou dat wat u betreft kunnen? Waar ziet u problemen? Waar zullen we met elkaar afspraken over moeten maken, om dit te kunnen doen? Daar hebben een aantal partijen heel positief op gereageerd. Die zien dat zeker zitten. Er zijn ook een paar partijen, die hebben gezegd van, dan moeten we wel voldoen aan een veilige overweg. Het verplaatsen en een extra overweg is niet zomaar geregeld. Hoe dichter bij het perron die overweg komt, hoe minder enthousiast ik erover word. Dat waren een aantal partijen die dat gezegd hebben. Dus wat we nu aan het kijken zijn, is op welke wijze krijgen we deze partijen nu mee? Waar komt dan die overweg? Onder welke voorwaarden? Voorzitter, even kijken. OV. Fijnmazig. Heb ik over gehad. Stappenplan, heb ik het over gehad.
VSP had het over pakketbezorging te vragen, niet te ambitieus? Ik snap wat u zegt. Ik zou heel graag zoiets ook gewoon willen gaan doen om eens te kijken. U heeft het over ophalen met de auto, dan zijn we geen steek verder. Als je dit natuurlijk op een plek doet bij een ingang van een wijk, op het moment dat mensen thuiskomen, of bij een OV-knooppunt, dan komen mensen die het OV gebruikt hebben ... Kunnen hun pakketje meenemen op het moment dat ze onderweg gaan naar huis. Dus in die zin denk ik dat het zeker kansen biedt. Wie heeft het verder over collectie en hubs en fijnmazige bediening. Daar moet je natuurlijk wel met elkaar en met alle partijen iets vinden. Want we zien nu dat een, ik ga maar een paar partijen noemen, Albert Heijn, een Bol.com en een Jumbo inderdaad in drie busjes door de straat heen rijden. Krijg ze maar eens in één busje. Dat wordt echt nog wel iets waar we denk ik ook, in het kader van praten met elkaar, de MRDH nodig hebben om gewoon een iets wat grotere schaalslag te hebben. De voorzitter: Mijnheer Verhoeven. De heer Verhoeven: Voorzitter, dank je wel. De wethouder vergeet mijn vraag te beantwoorden over de openbaar vervoervergoedingen. Hoe dat hij dat voor zich ziet en of dat in armoedebeleid terecht gaat komen? De heer Voskamp: Voorzitter, in de begroting hebben we dit bedrag opgenomen naar aanleiding van het coalitieakkoord.
Er staat een bedrag gereserveerd. Dat is inmiddels al wat afgeraamd. Dat is een bedrag wat we in willen gaan zetten. Kijken of we dat nodig hebben om in te zetten. Onder andere bij het realiseren van zo’n openbaar vervoer, doelgroepenvervoer combinatie. De heer Luijendijk: Voorzitter. De voorzitter: De heer Luijendijk. De heer Luijendijk: Ik wil graag nog even aanhaken op die beantwoording van de pakketbezorging en die hubs. Het wordt dus genoemd in het stuk, alleen het gaat natuurlijk niet met veel ambitie gepaard. Onze oproep is, kijk nou eens in den lande welke best practices er op dit moment al zijn. Dat is 1. Punt 2, we praten ook over, wat willen we? Wat willen we nou bereiken? Daar is een visie voor. Praten over 2040. In die tussentijd willen we gewoon dat die vermaledijde pakketbezorgers de stenen niet uit de stoep rijden. Dus we moeten niets. Dus die ambitie moet verwoord worden. Ik vind wat er nu staat, is te flauw. Ik denk dat je gewoon het lef en de ballen moet hebben om te zeggen, dit moeten we niet meer willen. Dit is qua duurzaamheid slecht. Dit is voor de veiligheid slecht. Mensen worden gewoon letterlijk uit hun woning gereden. Dit moeten we niet willen, dus we gaan voor een ander perspectief. Dat perspectief is ambitieus. Dat moet je neer durven zetten. De heer Voskamp: Voorzitter, ik denk dat ik onderschrijf wat u zegt.