Transcript commissie 1 16 november 2021
Tekst van het document
En daar hebben ook doelgroepen mee te maken. Maar dat was, dat slaat dan terug op de eerste suggestie waar ik het eerder over had. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar meneer Solleveld. De heer Solleveld: Dank u wel, voorzitter. Nou, ik zal de dilemma’s niet herhalen, want dat staat op een andere bladzijde. Maar bij dilemma één dacht ik bij mezelf: je zou zelfs een nieuwbouwwijk kunnen bouwen waarbij je nul parkeerplaatsen bouwt. Dan kunnen mensen kiezen. Ik ga er wel wonen of ik ga er niet wonen. Dat is wellicht een optie. Maar voor de rest denk ik dat dat een utopie is. Te weinig parkeerplaatsen, dat lijkt me toch dat dat staat of valt met het aanbieden van een redelijk alternatief. Dat deelvervoer, dat lijkt voorlopig niet erg kansrijk. En het OV. Nou ja, als het op loopafstand is. Want het woord last mile is vanavond al een paar keer gevallen. Dat is toch de
15 Transcript commissie 1 d.d. 16 november 2021
achilleshiel van het OV. Dus in die zin leidt het handhaven van de parkeernorm op dit moment het meest voor de hand te liggen. Bij dilemma twee denk ik dat. Flexibiliteit is op zich een goede zaak. Daar kan er vooral veel wat sneller besloten worden. Maar de vraag is: wie gaat er aan de knoppen draaien. Dat is even een dilemma wat ik er tussendoor zou willen gooien. Want wij zijn als Maassluis ooit als voorbeeldgemeente genomen bij verkiezingen. Wij zijn blijkbaar een gemiddelde kleine stad. Maar dat zie je dan ook met het deelvervoer wat niet op gang komt. En we zullen vooral veel moeten communiceren over die gewenste cultuurverandering. En u heeft het in dat dilemma ook over het aanbieden van diensten. Dan vraag ik me af: waar moet ik dan aan denken. Dat is een vraag die zomaar opborrelt. Bij drie, dilemma drie, had ik een beetje, meneer Çiçek vroeg er in de eerste termijn al naar. Ik had ook niet direct een beeld. Maar, goed. Dat is uitgelegd door de wethouder. Dat lijkt me een positieve insteek daar waar het kan. Bij dilemma vier zit ik een beetje met wat meneer Luijendijk net opperde. Ik denk dat het op zich een prima idee is om de ruimte dubbel te gebruiken. Parkeren onder je huis en daarboven. En dan kun je natuurlijk een hele dure parkeergarage voor maken, maar je kan ook gewoon een huis op palen bouwen. Dan kan je je huis onder rijden.
Dus op zich is dat, laten we zeggen, het onderzoeken waard. Want ik heb geen flauw idee wat het nou aan extra kosten voor een appartementsgebouw van bijvoorbeeld zes verdiepingen is. Dilemma vijf. Nou, daar is al veel over gezegd over die garage. Je hebt ze inderdaad. Die inpandige garages worden soms bij de woonruimtes getrokken. Bij losstaande worden ze vaak als schuur gebruikt. Oprijlanen. Dat klinkt wel erg ruim. Of voortuinen. Ja, ik zou ze gewoon mee willen tellen in de parkeerbalans, maar handhaven is inderdaad een probleem. En wellicht heb je juridisch wel of geen poot om op te staan. Dat zal wellicht uitgezocht moeten worden. Dilemma zes, daar kan ik kort over zijn. Ik kan me ongeveer wel aansluiten bij meneer Luijendijk. Ja, in principe wel. Maar het handhavingsprobleem lijkt me vrij groot. Dilemma zeven. Dat zou eigenlijk gepaard moeten gaan met een soort demografisch onderzoek om te bepalen van: hoe ziet zo’n wijk er nou echt uit. Want ik kan me voorstellen dat bij een wijk die volkomen vergrijst is dat daar wat minder parkeerplaatsen gevraagd worden als in een andere wijk. Maar ook hier geldt dat afwaarderen direct de druk kan verhogen, de huidige druk kan verhogen. Dus in die zin lijkt mij dit een uitstekend onderwerp voor burgerparticipatie. En wellicht, alles wat er nu aan parkeerplaatsen is eens goed bekijken.
En wellicht op een creatieve manier om te bouwen zoals we bijvoorbeeld ooit eens op de Mozartlaan hebben gezien. Daar worden parkeerplaatsen ineens anders ingericht. En dat geeft een verruiming of een verkleining van de parkeerdruk. Tot zover, voorzitter. Volgens mij heb ik ze allemaal gehad. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar mevrouw Oosterman. Mevrouw Oosterman: Ja, dank u wel. Voorzitter, ik heb eerst meer een algemeen verhaaltje voor de wethouder en daarna loop ik de dilemma’s langs. Eerst algemeen. Tijdens het debat over de mobiliteitsvisie hebben we al aangegeven dat het een realistisch proces moet zijn. Dus niet opeens parkeerplaatsen weghalen terwijl onze inwoners die omslag nog niet hebben gemaakt. Verder stond laatst in het AD een helder artikel dat deelmobiliteit op dit moment vaak nog niet aantrekkelijk is, omdat het in verhouding duur is. Ook het openbaar vervoer, anderen hebben het ook al gezegd, in de regio is nog niet optimaal. Dan kunnen we dus ook niet verwachten dat onze inwoners massaal overstappen op de metro of deelmobiliteit. Een integrale aanpak is nodig. Alleen in Maassluis lossen we dit niet op. Het is een cultuuromslag die tijd nodig heeft. En die tijd willen we onze inwoners ook geven. Maar als je dit niet actief oppakt, dan komt het nooit van de grond. Dus ook een actieve benadering is cruciaal.
Tijdens de thema-avond kwam naar aanleiding van mijn betoog een reactie vanuit Mobycon, volgens mij was dat meneer Schenk, dat we onze inwoners moeten laten inzien dat er meer mogelijkheden zijn. En dat was een goede reactie. Realistisch vooruitkijken wil ik het noemen. En dan de dilemma’s. Dilemma één over de nieuwbouwprojecten. Wij willen alleen meer huizen bouwen als dit goed ingepast kan worden en de omgeving leefbaar blijft. Dus voldoende groen, een goede verkeersstructuur en voldoende parkeerplaatsen. Anders niet meer bouwen. Het aantal parkeerplaatsen moet realistisch zijn. En de huidige norm is realistisch. Wel zou je kunnen besluiten om een aantal parkeerplaatsen naar de grens van de honderd meter te verplaatsen. En dat is de norm die er nu is voor een acceptabele loopafstand. Ik heb de huidige tabel heb ik nog even
16 Transcript commissie 1 d.d. 16 november 2021
meegenomen. Daar staat het ook in. En op dit moment staat ook in onze huidige norm aparte cijfers voor een serviceflat of woning. Volgens mij kan dat ook blijven. Dan dilemma twee. Het introduceren van knoppen. Je kunt bij een metrostation wonen. Maar als je gewoon op een bedrijventerrein in de regio werkt, dan kom je daar echt niet makkelijk met de metro. De metro is voor iedere Maassluiser een verbetering. Niet alleen voor de inwoners die ernaast wonen. En zoals eerder gezegd moet deelmobiliteit zich ook eerst bewijzen. Je zou wel een knop kunnen bedenken waarbij je parkeerplaatsen in de loop van de tijd kunt afschalen. Maar aan de andere kant zijn bij de metro ook parkeerplaatsen nodig omdat sommige mensen, bijvoorbeeld uit de verdere omgeving, eerst met de auto naar de metro rijden om daar dan op te stappen. Dilemma drie. Groene parkeerplaatsen. Eerder andersom. Parkeerplaatsen omzetten in groene buitenruimte wanneer het niet meer nodig is. Dilemma vier. Parkeerplaatsen binnen het bouwplan. Ja, parkeerplaatsen moeten binnen het bouwblok vallen. Als Maassluis zitten we bij de top tien van dichtbebouwde gemeenten. De natuur kan hier niets bij inspreken. En daarom moeten wij ook de stem zijn van de natuur. En de kwaliteit van de buitenruimte is dus cruciaal. Dilemma vijf. Parkeren op eigen terrein. Veel inwoners gebruiken hun garage als opslag.
En dat kan je ook niet verbieden, denk ik. En daarom kan ik me voorstellen dat je een garage buiten de parkeerbalans houdt. Ook parkeren op eigen terrein kan je nog niet gemakkelijk meetellen, omdat er bijvoorbeeld wetgeving is waarbij je niet voor een uitrit mag parkeren. We hadden het er al over. Dus dat geeft in de praktijk ook juridisch gedoe. En daarin is dan ook landelijk actie nodig. Nou, dilemma zes. Dat haakt er eigenlijk op aan. Het parkeren op eigen terrein is dus waarschijnlijk een juridisch dingetje. En dan de laatste, de bestaande bouw. In samenwerking met inwoners kunnen parkeerplaatsen omgezet worden in groen wanneer deelmobiliteit aanslaat. Maar volgens mij is juist het probleem in oude wijken dat in de tijd dat die gebouwd werden de parkeernorm nog veel lager was. Dus je zult in die bestaande wijken, daar moet je dus de huidige parkeernorm naast houden. En dan. Je hebt dus gewoon een uitgebreide analyse nodig van de situatie. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar meneer Çelikkaya. De heer Çelikkaya: Dank u wel, voorzitter. Ik begin met dilemma één. Verlaging wel mogelijk. Daar moeten we wel kijken waar welke terreinen en welke wijken. Dus als je bij seniorenwoningen of metrostations, moet je kritisch naar kijken of die norm naar beneden gehaald kan worden. Maar ook met het oogpunt naar groen, hittestress.
Of je dat aantrekkelijk kunt maken. Dus verlaging is wel mogelijk, maar het is maatwerk. Dus je moet kijken naar welk gebied, welke wijk. In die zin is wel participatie belangrijk. Twee is ja. Drie, wel bespreekbaar. Het moet de kwaliteit van het groen niet verzieken. Daar moet je wel. En ook als een ontwikkelaar daar zoiets wilt starten, dan moet het niet een lange discussie worden. Want de ene kant wil wel een parkeerplaats en de andere willen meer groen. Dus het is wel dat er wel creatief gekeken kan worden. Hoe maak je een stukje groene parkeerplaats. Maar wat mijn college ook net zei. Je zou ook in andere wijken kunnen kijken waar veel parkeerplaatsen zijn, om te bouwen naar groen. Dus die balans houden daarin. Vier. Ja, het is wel een voorkeur. Maar daarin willen we wel kritisch ernaar kijken of dat gevolgen heeft voor de prijzen van sociale of koop, betaalbare woningen. Dus dan moet je wel kritisch ernaar kijken of mensen niet afhaken door de prijzen. Wat wel betaalbaar is en door de parkeergelegenheid niet. Vijf. Het is wel meetellen. Maar hoe. Dat is een. En als iedereen op straat parkeert. Ja. Ik vind wel dat je het mee moet tellen. Maar hoe kan je afdwingen. Dus dat is wel een vraag. Want als je niet meetelt, dan gaat ook iedereen op straat parkeren. Zes. Ja, iedereen heeft een vraag daarover. Hoe ga je dat parkeren. Vooral met leaseauto’s of bedrijfsauto’s.
Dus de vraag is: hoe wil je dat bewaken en handhaven. Zeven. Ja, per wijk kijken wat daarin de beste oplossing is. Want de ene wijk is anders dan de anderen. Bij de ene hebben mensen meer overlast van parkeren. En misschien in een andere niet. Dus daarin speelt het participatietraject wel een belangrijke rol. Ja. Handhaven lijkt me wel een primair proces hierin altijd. Maar het moet niet de leefbaarheid ten koste brengen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ga we naar meneer Çiçek. De heer Çiçek: Ja, voorzitter. Dank je wel. Ik begin gelijk bij het eerste dilemma. Verlagen zou voor ons een optie kunnen zijn. Het zou door creativiteit met groen parkeren nog steeds een goede balans
17 Transcript commissie 1 d.d. 16 november 2021
in het leefklimaat kunnen opleveren. Voor senioren en kleine woningen geldt een lagere norm. Wij zullen dit per project kunnen heroverwegen. Dilemma twee. Waar openbaar vervoer een directe oplossing voor het verplaatsen kan zijn, zouden we hierin mee kunnen gaan. De communicatie over parkeerplaatsen en handhaven achteraf aan de hand van vooraf gestelde afspraken is nodig. Als dit mogelijk is, dan zou het een optie kunnen zijn. Deelmobiliteit, daar moeten we nog eerst zien of het goed past bij ons in de gemeente en of dit wel werkt. Dilemma drie. Ik heb dat bij dilemma één genoemd. Waar we met creativiteit groen parkeren een vorm kunnen geven, zijn wij daar wel voorstander van. Dilemma vier. Bij nieuwbouwprojecten waarbij een hoge prijskaartje betaald kan worden door de koper gaat onze voorkeur om dit wel te doen. De koper zou die keuze zelf moeten kunnen maken. Ik hoorde van de VSP, meneer Solleveld, ook een soortgelijke opmerking. Waar mogelijk graag doen. Parkeren op eigen grond deels meetellen, omdat dit ook uit de antwoorden moeilijk handhaafbaar is. Maar om het helemaal uit de berekeningen te halen, daar zijn wij ook voorzichtig in. En over berging of garages. Ik noem dat berging. Je kan daar ook je fiets of je scooter of motor in kwijt. Dat is een keuze die je maakt. Die zou ik dan niet meetellen als volwaardige parkeerplaats. Dilemma zes.
Voor bestaande wijken zouden we een balans willen zien van de aantallen beschikbare parkeerplaatsen en hoe dit zich verhoudt tot de aantal woningen. Verder zou een nulmeting in bestaande wijken voor ons een uitgangspunt kunnen zijn. Zo kunnen we de knelpunten beter analyseren. En met deze kennis een betere overweging voor nieuwbouwprojecten kunnen maken. Dilemma zeven. Ja, wij willen eerst een nulmeting zien en kijken waar en of er problemen zijn in bestaande wijken. En over handhaving, daar hebben we een antwoord op gehad. Dat is een lastige kwestie. We willen eerst zien hoe dit gehandhaafd gaat worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we ten slotte naar meneer De Jong. De heer De Jong: Ja, dank u, voorzitter. Ik begin met één algemene opmerking en dan zal ik ze langslopen. Namelijk: ik vind het opmerkelijk dat alle dilemma’s gaan over het parkeren van auto’s. Terwijl we het ook moeten hebben, denk ik, over, en dat is ook een auto hoor, bestelwagens. Die dan wel parkeren, dan wel laden en lossen in woonwijken. Vrachtwagens die laden en lossen binnen het centrum. En natuurlijk het parkeren van fietsen. Want dat staat ook in de parkeernorm, als ik de nota moet geloven. En daar staat geen enkel dilemma over waar we daar dan plek voor zouden moeten bieden. Dan de dilemma’s. Punt één, het verlagen van de bestaande parkeernorm. Verlagen is zeker een optie voor D66.
De ruimtelijke kwaliteit in woonwijken is vaak veel belangrijker dan de mogelijkheid om de auto vlak voor de deur te parkeren. En als het gaat om doelgroepen. Nu wordt er vaak gebaseerd op woonoppervlak en dat is niet altijd logisch. Het is een beetje een ouderwetse gedachte. Een groter huis is een hoger inkomen, dus meer auto’s. Je zou bijvoorbeeld, en dan heb ik één suggestie. Veel verder kom ik op dit moment ook nog niet. Een lagere parkeernorm hebben bij woningen die een lager energielabel hebben. Zeg ik het goed? Mensen die bewust in een duurzame woning gaan wonen, die misschien ook meer willen bijdragen aan het beperken van uitstoot, en dus minder auto’s hebben. Is het wenselijk om binnen de nieuw op te stellen nota knoppen te introduceren. Nou, daar heb ik twee dingen over. Het zou sowieso in nieuwe projecten goed zijn als er ruimte gereserveerd wordt voor deelmobiliteit gecombineerd met een lagere parkeernorm. Dus dat zou een knop zijn van: deze wijk leent zich daarvoor. En dus, wij introduceren gereserveerde plekken voor deelmobiliteit, waardoor we minder of een lagere parkeernorm kunnen hebben. En het tweede is: dichter bij een OV-knooppunt is ook een lagere parkeernorm een prima knop. We faciliteren namelijk vervoer en niet per se één mobiliteit, namelijk de auto. Is het bespreekbaar om binnen projecten een deel van de groene buitenruimte.
Nee, groen moet behouden blijven. Ik kan me wel iets daarvan vinden waar het gaat om een groenstrook buiten een woonwijk die inderdaad als overloopgebied kan worden gebruikt of als evenemententerrein, wat ook al eerder genoemd werd. En het fout parkeren in het groen moet natuurlijk streng gehandhaafd worden. Dan dilemma vier. Binnen het bouwblok. Ja, dit maakt het vaak mogelijk om meer woningen kwijt te kunnen in hetzelfde oppervlak. Dus dat is zeker een optie. Of er moet vooral van worden uitgegaan. En ook daarbij zou je de parkeernorm kritisch kunnen bekijken. Als je op basis van de huidige parkeernorm parkeerplaatsen maakt onder een bouwblok, dan heb je misschien een tijd leegstaande vakken, want
18 Transcript commissie 1 d.d. 16 november 2021
je moet dan ook twee vakken kopen of huren. Dan is het vaak aantrekkelijker om één auto maar op de straat te parkeren, waardoor de helft van de garage leeg staat. Dus als je zoiets zou inrichten, dan zou je vooral een lager aantal parkeerplekken moeten zetten en eventueel overloop aan de rand van de wijk. De grondgebonden woningen. Ja, als het gaat om parkeren op eigen terrein. Ik begreep de tegenstelling niet helemaal. Maar nu horende dit alles wel iets beter. Wat mij betreft moeten garages meegeteld worden in de parkeerbalans. Zeker wanneer een garage een garagedeur heeft. Je hebt natuurlijk verschillende vormen. En in sommige nieuwbouwhuizen wordt gewoon een ruimte parkeergarage neergezet met een oprit, dus dat is zeker voorzien voor auto’s. Het probleem is alleen wel met veel garageblokken die we nu hebben in de stad dat die misschien wel dertig of veertig jaar oud zijn. De auto’s worden eigenlijk steeds breder. Dan is het onmogelijk om je auto nog in die garage te parkeren. Dus daar zit wel een afweging in. Niet elke garage is voor auto’s. Maar wanneer het past zou die zeker moeten worden meegeteld. En dan is het natuurlijk ook. Als jij zelf een garage toevoegt aan jouw perceel. Als jij zelf een huis hebt met een stuk grond en je kan er een parkeerplaats opzetten, dan moet die ook uiteindelijk aan de parkeer. Die moet dan ook worden betrokken bij de parkeerbalans.
Waardoor in de wijk ruimte is voor iets anders. De stelling zes gaat ook over het eigen terrein. Ja. Als iemand zijn eigen parkeerplaats omvormt tot iets anders op eigen grond, dan moet diegene daar wel iets tegenover stellen. Want het is namelijk. Daar belast je dan de rest van de wijk mee. We hebben natuurlijk voor grote projecten die niet genoeg parkeerplekken kunnen doen, die moeten een storting doen in het parkeerfonds. Nou lijkt me niet dat je dat voor individuele huiseigenaren gaat doen. Maar bij projecten zou dat zeker wel meegenomen kunnen worden. En parkeren buiten de vakken in deze moet ook gehandhaafd worden. Dan ten slotte over de huidige situatie. Het verhogen van het aantal parkeerplekken is wat D66 betreft nooit een optie, want het past niet bij de ambities van de gemeente. Wij gaan juist beleid voeren waardoor over een x aantal jaren die plekken dan leeg komen te staan. Als het beleid tenminste slaagt. En het is ook geen recht om een auto voor de deur te parkeren. De parkeernormen die we nu hebben, die zijn al relatief ruim. We zouden moeten streven naar het afwaarderen, natuurlijk in overleg met de wijk, met wijken. Per wijk kan het verschillen. Waardoor je gaat afwaarderen kan je parkeerplaatsen een andere functie geven. Bijvoorbeeld het fiets parkeren, groen of plek voor deelmobiliteit. Dan heb ik ze allemaal gehad. De voorzitter: Dank u wel. De wethouder.
U heeft nog twaalf minuten om te reageren. De heer Voskamp: Ja, voorzitter. Dank u wel. Ik zal natuurlijk niet op alle individuele opmerkingen reageren, want die zullen we meenemen in hoe we dit straks gaan uitwerken. Er zijn wel een paar dingetjes die ik in zijn algemeenheid nog mee wil geven, ook om aan te geven. Vooral ook hebben we de bestaande situatie en we hebben de nieuwbouw situatie. En als we het hebben over meetellen in de parkeerbalans van parkeren op eigen terrein, dan hebben we het over de nieuwbouwsituatie. Dat gaan we niet dus in de bestaande situatie kijken of iemand ooit een garage had of een voortuin had waarin geparkeerd wordt. Dus we hebben een nieuwbouw, rekenen we iets tot de parkeerbalans. En als dat zo is, dan is de vraag: houden we die dan ook? Moeten we die dan beschikbaar houden? Moet de koper die dan beschikbaar houden, de huurder? En moeten we daarop gaan handhaven. Dus daar is wel een verschil tussen de parkeerbalans nieuwbouw en bestaande bouw. De voorzitter: Mijnheer Luijendijk. De heer Luijendijk: Ik kan mij voorstellen hierop aanhakend dat je bij een koper in zo’n wijk in het koopcontract dat ook moet opnemen. Dat een garage niet voor een andere bestemming mag worden aangewend. De heer Voskamp: Daar moeten we dus nadenken over wat er kan. Ik hoorde van meneer De Jong ook nog een andere suggestie.
Dat er misschien een tegenprestatie is als je het wel onttrekt. Ik zou me voor kunnen stellen als jij een garage onttrekt aan de parkeerbalans maar je hebt geen auto’s, dan zou dat bij wijze van spreken een acceptabel iets kunnen zijn. Maar het gaat er vooral om. Als jij fysiek gewoon echt een parkeerplaats getekend hebt op je terrein, al dan niet in een garage of op een echte oprit, en die zit in de parkeerbalans, en die wordt fysiek onmogelijk gemaakt om daar te parkeren, ja, moeten we daar dan wat mee. Volgens mij moeten we die vraag met elkaar
19 Transcript commissie 1 d.d. 16 november 2021
beantwoorden. Verder triggerde ik eventjes op meneer Snoeck van de VVD over de knoppen en of dat dan onderhandelbaar wordt. Kijk, wat we nu als college hebben is een afwijkingsbevoegdheid die we moeten motiveren als we dat doen. En wat wij eigenlijk zoeken en vragen en dat ook geprobeerd hebben hier om in die stellingen te geven aan de raad. Van: raad, geef ons nou kaders waarin wij binnen moeten opereren. Knoppen, kaders, waar we dan dus afspraken kunnen maken over: als dit, dan mag u dat en voor zoveel. Dus op het moment dat we gaan bouwen bij een metrostation en u heeft gezegd: we gaan een nieuwe omgeving metrostation introduceren als gebied. Dan mag u afwijken van de parkeernorm met maximaal 0,3 auto. Ik noem het maar als voorbeeld. Dat is eigenlijk wat we vragen. We vragen dus aan u: geef ons kaders waarbinnen wij kunnen opereren. En dat wordt dan niet een onderhandeling met de ontwikkelaar. Dat is bij wijze van spreken een onderhandeling tussen ons van: jongens, welke grenzen hebben we waarmee we uiteindelijk een positieve ommekeer kunnen maken in de stad, in nieuwbouwwijken, waarbij groen voldoende gedaan is. Waarbij voldoende woningen gerealiseerd kunnen worden. Waarbij er voldoende parkeren geregeld is, omdat we van te voren afspraken hebben gemaakt. Als dit geregeld is, dan mag u voor zoveel afwaarderen. Dus dat wilde ik nog meegeven. Verder. Even kijken hoor.
De voorzitter: Mijnheer Snoeck. De heer Snoeck: Ja, ik snap uw oproep. Daar kan ik me ook wel in vinden. Maar het onderhandelbaar zit hem erin dat als u het bij het ene wel afwaardeert en het volgende projectontwikkelaar, dan is er een bepaalde jurisprudentie mogelijk. Dat die dan de volgende ontwikkeling daar mogelijk recht aan ontleent. En dat moeten we zien te voorkomen. De heer Voskamp: Nou, volgens mij als die ontwikkelaar vervolgens binnen die kaders opereert. En ik noem maar een voorbeeld. Een metro. Ik wil niet zeggen dat we dat op die manier gaan doen. Maar als wij met elkaar afspreken als we gaan bouwen binnen honderd meter van het metrostation, dan mag u 0,3 auto aan de parkeernorm afwaarderen. Dat betekent dat iedereen die gaat bouwen binnen honderd meter van dat metrostation op 0,3 af kan waarderen. We gaan ervanuit dat niet iedereen dan zijn auto inlevert, maar dat er wel minder autogebruik zal zijn, omdat we in de buurt van het metrostation zitten. Zo zijn er misschien nog een aantal knoppen te bedenken. Een aantal kaders die u kunt meegeven, die we met elkaar kunnen bedenken. Maar als dat geregeld is, dan is er dus geen discussie meer. Dan is er geen onderhandeling meer. Want iedereen die voldoet aan die kaders, die kan die afwaardering dan krijgen of toepassen. Hoe je dat zegt. De voorzitter: Mevrouw Oosterman.
Mevrouw Oosterman: Ja, nog even voor de verduidelijking. Dan komt, zeg maar, in het schema zoals het nu is. Dan komt daar bij wijze van spreken een blokje met woningen naast het metrostation? De heer Voskamp: Ja, bijvoorbeeld. En in die zin, als u de tabel inderdaad die u ziet. Daar staat natuurlijk naast termen over hoe groot een supermarkt is en wat voor type supermarkt het is en of het een landelijke of een discounter is. Daar staan eigenlijk ook gewoon normen beschreven. Dat zijn veel meer projecten en ontwikkelingen die daar beschreven staan. Misschien moeten we met elkaar introduceren dat er een kader is dat als we voornamelijk seniorenwoningen bouwen, dat we dan bijvoorbeeld in het kader van de Vlootschouw. Daar hebben wij nu als college onze afwijkingsbevoegdheid gebruikt om te zeggen van: we doen niet aan afslag. Maar we wisten niet hoe u zou reageren. Het zou best kunnen zijn dat u ons teruggefloten had. Nou, als we nou van te voren afspreken in de kaders dat als er voor een bepaalde doelgroep gebouwd wordt. Senioren. Misschien, u had het over zorgwoningen en dergelijke en andere woningen en combinaties. Als we dat met elkaar als een knop zien. Als u dan zegt: voor 0,3-0,4-0,5 mag u dat doen. Dan helpt ons dat juist om te voorkomen dat we in onderhandeling gaan en dat we het ene wel en het ander niet doen. Maar ook dat wij als college teruggefloten worden.
Want uiteindelijk, en daarmee wil ik afsluiten, hebben we met elkaar wel een opdracht. En die opdracht is, één, meegegeven uit de mobiliteitsvisie. Dat we een mobiliteitstransitie in willen zetten, zodat we straks van andere manieren van vervoer gaan gebruikmaken. Kenbaar te maken welke opties er zijn, zodat mensen bewuster kiezen voor welk vervoersmiddel we kiezen. Dat we daarmee ook in het kader van parkeren rekening gaan houden met de inrichting van de buitenruimte. Nou, ik hoorde wat over groen. Eerst wel als groen en daarna
20 Transcript commissie 1 d.d. 16 november 2021
als parkeerplaats. Of juist misschien eerst als parkeerplaats en daarna maar afwaarderen als groen. Daar moeten we gaan zoeken hoe we dat ook kunnen gaan inzetten. Zodat die leefkwaliteit verbeterd wordt. Daar zoeken we naar, naar die mobiliteitstransitie. Maar ook omdat als we dit doen en we zorgen voor een goede leefomgeving, dat we dan ook meer kunnen bouwen voor meer mensen, voor bepaalde doelgroepen, die van te voren weten: als ik hier ga wonen. En meneer Solleveld zei het al. Als we daar een parkeernorm nul hebben. En in sommige plekken in grote steden kom je bijna op een parkeernorm van nul. Als ik daar ga wonen, dan kan ik niet drie auto’s voor de deur parkeren. En niet twee. En waarschijnlijk ook niet één. En als we dat met elkaar maar doen en beseffen, dan kunnen we die transitie inzetten, die mobiliteitstransitie inzetten. En dan kunnen we uiteindelijk ook nog steeds kwalitatief bouwen voor de inwoners van onze stad en voor onze toekomstige inwoners van de stad. Die oproep leg ik nog eventjes bij u neer, omdat als wij straks met die parkeernota komen, dan gaan we natuurlijk zoveel mogelijk rekening houden met de dingen die u gezegd heeft. Maar misschien dat we op sommige plekken wat scherper aan de wind zullen gaan proberen te zeilen om juist die verandering te weeg te brengen en die mensen over te halen en te laten zien wat er mogelijk is.
En ook een beetje te triggeren om die mobiliteitstransitie in te zetten. Voorzitter, dank u wel. De heer Kleijwegt: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Kleijwegt. De heer Kleijwegt: Ja, ik hoor wat de wethouder zegt. Dat stemt mij op zich wel positief. Bent u ook bereid dan om die, Oosterman had het erover van de CU, om dan die loopafstand, om dat dan te verruimen. Bent u daar ook toe bereid? Om bijvoorbeeld een bepaalde plek levendiger te maken of groener te maken. De heer Voskamp: Nou ja, je ziet bijvoorbeeld als in zo’n centrumgebied, dat een afstand zich automatisch al wat verlengt. Of verlengd heeft in het verleden. En misschien, ik weet het niet uit mijn hoofd, hebben we ook wel andere loopafstanden. Ik kijk eventjes naar mevrouw Oosterman, of u dat kan opzoeken voor me. Maar hebben we misschien al andere loopafstanden voor het centrum. Maar dat zou best prima kunnen zijn. Als u tegen mij zegt, als u tegen het college zegt, van: ga dat gebruiken. Ja, dan moeten we even nadenken wat voor effecten dat heeft. Maar we kunnen zeker nadenken over wat voor effect dat heeft als we met elkaar die loopafstanden groter accepteren. Maar ik zeg er ook wel bij, en dat is deels natuurlijk in de bestaande wijken zal dat discussie opleveren. Want mensen willen natuurlijk wel zo graag mogelijk in de buurt parkeren.
En we hebben misschien ook met invalide mensen te maken die ook een stukje minder kunnen lopen. Dus we moeten daar heel bewust mee omgaan. En nogmaals, ik doe wel een pleidooi om te kijken hoe we tot die mobiliteitstransitie kunnen komen. En misschien moeten we daar met elkaar toch wat scherper op zijn. Dat bijvoorbeeld het vergroten van zo’n loopafstand ook een optie zou kunnen zijn om net even ietsje meer te triggeren om mensen te verleiden om een andere mobiliteit te kiezen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Oosterman. Mevrouw Oosterman: Ja, ik ga geen debat aan, maar ik wil nog wel één ding meegeven. Want u had het er inderdaad even over, scherp aan de wind zeilen met die normen. Houdt u daar. Ik wil u meegeven om wel rekening te houden met zo’n soort waterbedeffect. Nou ja, u begrijpt wel wat ik bedoel, denk ik. De heer Voskamp: Ja, voorzitter. Tuurlijk. En omdat wij geen vorm van gereguleerd parkeren hebben, lees betaald parkeren of vergunning parkeren, moeten we daar sowieso rekening mee houden. Want dat betekent dus dat we ook niet kunnen controleren of echt meenemen hoe zo’n waterbedeffect dan plaats gaat vinden. Dus daar zullen we zeker rekening mee moeten houden. De heer Çelikkaya: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Çelikkaya.
De heer Çelikkaya: Ja, mag ik de wethouder vragen of hij ons een memo kan opsturen met gemeentes waar met vergelijkbare metrostations en een vergelijkbare situatie, of wij dan kunnen zien hoe de parkeernormen daar zijn.
21 Transcript commissie 1 d.d. 16 november 2021
De heer Voskamp: Het makkelijke antwoord is natuurlijk ja. Ja. Zo is het gewoon. Maar ik wil even nadenken hoe ik daar mee om ga. En misschien ook eventjes navragen ook ambtelijk wat nou slim is daarin. Want ik kan u natuurlijk toesturen wat er in omliggende gemeentes gebeurt. Alleen wat we zien is dat er heel veel verschillende varianten zijn. En ieder zijn eigen uitleg heeft. Of ieder zijn eigen parkeerbeleid erachter nodig heeft om uit te leggen waarom die cijfers zo zijn als ze zijn. Volgens mij is wat u vraagt is van: laat zien hoe wij van de andere steden in de omgeving leren en hoe we dat gaan toepassen in ons parkeerbeleid. En volgens mij volmondig ja op het feit dat we dat dus straks terug moeten laten komen in de parkeernota. Waarbij we laten zien van: wij gaan dit zo doen. En in andere gemeentes doen ze het als volgt, maar daar doen ze dit zus. Zodat we uit kunnen leggen hoe we hiertoe gekomen zijn. Dat kan sowieso. Of we op voorhand al de cijfers moeten toesturen die we dan of niet kunnen uitleggen of niet de achterliggende parkeernota’s erbij hebben zitten, dat vraag ik mij even af. Of dat nou waarde voor u heeft. De voorzitter: Mijnheer Luijendijk. De heer Luijendijk: Ja, in dit verband wil ik toch nog een suggestie meegeven. We hebben dat in het verleden al eens een keer eerder gesuggereerd.
Dat kwam ook door berichten of signalen die ons bereikte vanuit de Vloot. Mensen die daar wonen en zeggen: ik heb mijn auto nog. Maar als ik een verleidelijk alternatief zou weten dat ik makkelijk bij de metro kan komen en als mij dat niet teveel kost, dan zou ik met liefde mijn auto opgeven. Dus ik denk ook daar nog eens met elkaar creatief over nadenken, want er zijn echt wel bewoners die te verleiden zijn met niet al te zware middelen om hun auto op te geven en gewoon die stap te gaan zetten. Dus ook dat is denk ik een suggestie die ik graag mee wil geven. De heer Voskamp: Ja, sorry. Dank u wel. Dat lijkt mij een goed idee om daar ook over na te denken hoe we die hele specifieke doelgroep of misschien dit hele specifieke gebied zodanig mee kunnen nemen dat we daar ook een mobiliteitstransitie voor kunnen toepassen. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat ik namens de wethouder mag zeggen: alle fracties bedankt voor de inbreng. En we gaan in de toekomst zien en horen hoe dit uitgewerkt wordt in de nieuwe parkeernota. Sluiting De voorzitter: Dank u wel.
Conclusie: De commissie concludeert dat de raadsinformatiebrief voldoende is besproken en op dit moment geen verdere behandeling behoeft. De reacties op de gestelde vragen zal wethouder Voskamp betrekken bij de op te stellen Nota Parkeren. Toezeggingen: Er zijn geen toezeggingen gedaan.
22 Transcript commissie 1 d.d. 16 november 2021