Transcript commissie 1 1 februari 2022
Tekst van het document
En inderdaad verder botst het een beetje, dus in hoeverre is dit stuk nu dat u zegt dit stuk kunnen we gewoon uitvoeren als we daar een klap geven of zegt u nee, dit stuk is eigenlijk ambitieuzer dan waarvan ik vind dat we de uitvoering kunnen doen. Mijn collega van het CDA gaf net ook al aan inderdaad, u geeft telkens aan: we hebben voor een projectleider of dat soort zaken, geen financiën. De raad gaat er niet over, geeft u aan op antwoord van de ChristenUnie, terwijl we inderdaad voor de zomer wel een geldvraag hebben gekregen waarin, zover ik weet, in ieder geval dit onderwerp niet bij stond. Dus daar is het wel mijn verbazing dat blijkbaar anderen in het stadhuis wel denken dat de raad daar geld voor beschikbaar kan stellen. En helemaal verbaasd ben ik ook nog wel, dat is eigenlijk de gemeentesecretaris – want daar verwijst u een beetje aan – in de thema-avond naar ons heeft aangegeven dat ambtelijke capaciteit geen probleem is om de doelen te realiseren die wij met elkaar gesteld hebben. Dus dat rijmt ook nog niet helemaal met elkaar. Met betrekking tot de Haydnlaan en De Parkiet vraag ik me een beetje af, er staan nu bedragen in voor die vernieuwing, alleen ze staan er nog wel een aantal jaar, en hoe gaan we ervoor zorgen dat die ook in de komende jaren gewoon op een goede manier gebruikt kunnen worden zodat ze voldoen aan de huidige tijd.
En met De Parkiet zou ik willen zeggen: ik irriteer mij al jaren aan dat je daar niet eens normaal kan douchen. Bent u dat met mij eens? Even kijken, wat had ik nog meer. Ja, u geeft aan met de vrijwilligers. Ik ben met verenigingen in gesprek, en dat is natuurlijk alleen maar goed. Ze bellen de heer Solleveld al, dus wie weet kunnen we dat nog combineren. Maar hoe gaan we nu zorgen dat dat vrijwilligersbeleid ook echt van de grond komt? We kunnen daarmee spreken, we kunnen zeggen we willen ze meer maatschappelijk betrekken, maar dan moeten we ook iets aan de verenigingen kunnen bieden waarop ze dat kunnen realiseren. En dat zijn moeilijke tijden, spraken anderen ook al over, en ik neem ook wel aan dat u met de verenigingen als u in gesprek bent met hen ook bespreekt de terugkoppeling die u geeft op dit stuk, en dat we dat op een betere manier zouden kunnen doen. En naar de heer Solleveld wil ik nog even zeggen dat in de rapporten kun je niet wonen, de Kuiper niet gezegd heeft. Het was daadwerkelijk sporten. Wonen is hij wat later in gaan verdiepen. Toen was het echt nog een sport … De heer Solleveld: Met de jaren komt het inzicht. De heer Keijzer: Precies. En even kijken, voorzitter. Ja, misschien kan de wethouder toch nog … Want ik zit toch nog met die Olympiahal. De voorzitter: Wilt u afronden? De heer Keijzer: Ja, laatste punt over de ambities.
En de Olympiahal is toch wel een beetje mijn grootste zorg. Kunt u aangeven hoe het er nu mee staat, want er staat in de stukken inderdaad we gaan wat ontwikkelen, we zijn in gesprek, maar bent u het daar met mij eens dat die haalbaarheid zoals het in dit stuk staat dat het een hell of a job gaat worden? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer, De Jong. De heer De Jong-Paalvast: Ja, dank u, voorzitter. Ik heb nog vier punten verzameld die ik hopelijk binnen de tijd kan opsommen. Allereerst, ik zei in het in de eerste termijn had ik het over doelstellingen voor kinderen die in een gezin wonen met lage inkomens. En de wethouder zei dat dat in het algemeen wordt meegenomen vanuit het sociaal domein, vanuit het onderwijs. Dat klopt allemaal, maar ik mis daarop de ambitie. En waarom vind ik dat erg? Omdat we nu volgens het stuk geen actuele cijfers hebben in 2020 over hoeveel kinderen er sporten buiten hun schooltijden. In 2013 was het tachtig procent, en ik ben er zo bang voor dat dan die twintig procent daarnaast precies ook de groep is die misschien de middelen niet heeft om het sportlidmaatschap te betalen. Dus ik zou echt willen ambiëren wat dat betreft om te zorgen dat we dat fonds inzetten, dat die kinderen daar gebruik van maken daadwerkelijk zodat iedereen die toegang tot sport heeft.
Het tweede punt dat gaat over het onderhoud van binnensportaccommodaties, en mijn voorganger had al eventjes over de Parkietstraat. Ja, de wethouder verwees daarin over naar het Koersdocument, en het Koersdocument heeft volgens mij geen officiële status. Het is niet openbaar geplaatst. Het is een keer met ons in de zomer gedeeld, en daarin stond: we zetten in op het behouden, onderhouden van deze zalen, Haydnlaan en Parkietstraat. Nu hebben we dan zicht op de nieuwbouw in 2026. Daar zitten nog een paar jaar tussen, en de inzet dus tot die tijd is in stand houden, onderhouden, van die zaal. Wat betekent dat? Wat gaat er in 2022 tot en met 2026 gebeuren aan het onderhoud in deze twee zalen, want dat zie ik niet terug. Vervolgens, als je hard rondjes rent om in een sportmetafoor, dan gebruik je veel energie, je hebt calorieën verbrand, en je hebt goed gesport. Maar je komt uiteindelijk op hetzelfde punt weer terug als waar je begonnen. En dat is ook mijn eigen samenvatting van deze sportnota. We hebben een hoop werk verzet om deze nota op te stellen, maar het levert geen concrete nieuwe acties op waarop wij nu opeens heel anders naar het sporten gaan kijken, en sporten naar een hoger niveau tillen. En aan de verenigingen ligt dat volgens mij niet. Ik weet nog wel de
avond met het lokale sportakkoord hadden hier in de raad, daar is ook al naar gerefereerd. Zij hadden een belangrijke rol, alle verenigingen, en daaromheen in de samenleving en zij drijven op die geweldige vrijwilligers. En sportverenigingen kunnen ook goed terecht bij de gemeente, als ik de wethouder moet geloven. Het neemt niet weg dat deze sportnota niet nu van de hele stad is. Er is veel inspraak geweest, en ik ben het eens met andere partijen die zeggen daar had, al is het bijna voor de vorm, iets van overgenomen kunnen worden om te zeggen: kijk eens mensen, we hebben met elkaar dit stuk gebouwd, en alstublieft gemeenteraad, hier is het, dit gaan we doen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Oosterman. Mevrouw Oosterman-Feenstra: Ja, dank u wel. De grote vraag wat ons betreft is: is de gemeente in staat om het sportbeleid uit te voeren? De gemeente heeft te weinig mankracht beschikbaar en de ervaringen van de afgelopen tien jaar laat zien dat met name het accommodatiebeleid niet van de grond komt. Maar ook het sportbeleid in het algemeen mag wel wat actiever worden opgepakt. Er is een concreet stappenplan nodig voor de realisatie van de sportaccommodaties, maar ook voor het opknappen en het renoveren waar de heer De Jong het ook al over had. Maar jaartallen zien we al tien jaar, en dat is geen succes gebleken.
We hadden met de motie versnelling vernieuwing binnensportaccommodaties een meer concreet actieplan verwacht maar niet gekregen, en we hebben u daar anderhalf jaar de tijd voor gegeven. En misschien liggen er wel wat plannen op het stadhuis, en u noemde al zoiets, maar ook daar maken wij ons zorgen over. Wij willen geen aanpak zoals bij de Sportlaan dat op het stadhuis allerhande plannen worden gemaakt, en pas in een laat stadium de bewoners en betrokkenen worden geïnformeerd. Dat is echt niet meer van deze tijd. Zo vroeg mogelijk in het proces moeten de inwoners van Maassluis en de gemeenteraad op de hoogte zijn van mogelijke varianten in de uitvoering. Maar verder hebben we ook nog wel onze bezwaren over de evaluatie, vier jaar duurt te lang. Maar goed, daar komen we de volgende keer ook wel weer op terug. Verder zien we graag nog de beantwoording van onze vragen vooraf. Die zien we graag ook nog schriftelijk terug. En wat ons betreft is deze nota nog niet voldragen, en ik vind het heel moeilijk om nu te besluiten hoe moeten we hier nu mee omgaan. En wat ons betreft moet er misschien sowieso een aangepast raadsvoorstel komen, omdat er ook een aantal fouten in zaten.
En misschien is het een idee, maar dat leg ik bij de andere fracties neer, om over twee weken een consultatie te doen zodat we nog dingen mee kunnen geven, en dat er dan na de verkiezingen een nieuw plan komt met ook een concreet stappenplan voor realisatie van de sportaccommodaties en het opknappen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we even naar de wethouder, en die heeft vijftien minuten. De heer ‘t Hart: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer ’t Hart? De heer ’t Hart: Mevrouw Oosterman stelt een vraag aan de rest van de commissie, dus ik weet niet of … Wilt u dat nu of na de reactie van de… De voorzitter: Na de reactie van de wethouder. Misschien verandert dat nog iets aan de vraag. De heer Evers: Dank u wel, voorzitter. Ik was te enthousiast over Olympia en Excelsior en woningbouw dat ik meteen aan mijn beantwoording begon. Het lijkt wat tussen mijn oren rondgaat als het gaat over Olympiahal, Excelsior en de woningbouw, maar ik heb daar voor de rest niks aan toe te voegen. Ik hoop zo snel mogelijk nu intern of extern een projectleider te hebben die voortvarend te werk gaat. Garanties kan ik maar beperkt
geven, maar ik kan alleen maar mijn uiterste best doen om het in het tijdframe zoals nu is voorgesteld ook te realiseren. Ik hoor u aan, en ik hou er rekening mee wat er in de afgelopen tien jaar wel of niet is gebeurd. Dat is mijn eer te na om van tien twintig jaar te maken. Ik wil per se realiseren, want het is mijn eer te na, en ik zou me doodschamen als ik naar u toe moet om te zeggen: ja, het kan niet, het lukt niet en het zijn alleen maar papieren tijgers gebleken en geen realisatiegehalte zou hebben. Als de VVD zegt wij kunnen instemmen met de nota, maar hou scherp het oog op het uitvoeren daarvan, zowel met accommodatie als met de communicatie met verenigingen en samen met de verenigingen realiseren van de doelstellingen, zowel van de vereniging als van onze overheid, dan spreek je niet tegen dovemansoren. Dat vind ik ook, en andere fracties hebben dat ook al gezegd, alleen maar positief, en dat zeg ik ook graag toe dat alle capaciteit die nodig is zullen aanwenden. En als dat niet lukt, en ook blijkt in periodieke gesprekken die ik ook met de raad zal hebben over de voortgang van een en ander, aan de orde komen. En VSP constateert het zijn grote uitdagingen. Dan is dat ook zo. Dat steek ik niet onder stoelen of banken, maar het zal mij niet gebeuren dat na tien jaar gezegd moet worden: ja, er is maar bitter weinig gerealiseerd van alle mooie plannen die er waren.
Dat mag niet gebeuren. Ja, als Maassluis Belang met een metafoor begint met een stip op de horizon, daarnaartoe gaat en die stip verschuift, dan is dat een moeilijke zaak. Dat de raad actief het college moet volgen, en het college actief de raad moet informeren, dat ben ik helemaal met u eens. Meetbare KPI’s. Ja, ik ben terughoudend ook in een ander verband met de hoeveelheid van KPI’s, want het geeft de schijn met zich van duidelijkheid, maar hoe meer KPI’s dat je hebt, des te onduidelijker wordt de formulering. Uw invulling van het begrip assumptie dat is een van de dingen waarvan akte. Heeft u al een functie in staan voor een projectleider, een advertentie gezet? We hebben nog geen advertentie gezet, maar ik heb met het college afgesproken dat nu binnen no-time zo’n in huis bestaande projectleider of buitenstaande projectleider moet worden aangetrokken, anders halen we het zeker niet meer. En als u zegt: ja, het is een ambitie. Ja, met alle respect voor … De voorzitter: Mijnheer De Jong. De heer De Jong-Paalvast: Ik heb één praktische vraag. De wethouder geeft aan met spoed een projectleider te gaan zoeken in extern.
Wat is de termijn dat hij terug kan komen naar de raad om te zeggen het is helaas niet gelukt? Dat is een optie, dat het niet lukt , en dat wij dan als raad met een vraag van de wethouder zullen komen: gemeenteraad, wij hebben nu dit of dat nodig voor een projectleider, het zij budget, hetzij iets meer mandaat. Wanneer komt de wethouder daarmee terug? De heer Evers: Ja, het zal mijn eer te na zijn als ik naar de raad moet gaan: ja, het is weer niet gelukt net als in de vorige tien jaar. Dat zal dus niet gebeuren. En nogmaals, of we hem intern hebben of extern, ik weet een adres waar we hem wel zo snel kunnen krijgen, dus ik ben er niet bang voor dat ik niet een echte voortgang kan melden de volgende keer als wij over sport praten. Als we praten over ambitie, ja, ambitie is een mooi woord wat een gevoelsindicatie heeft. Als je kijkt naar de feiten dat we in de komende vier jaar 17,6 miljoen wordt geïnvesteerd op binnensportactiviteit, -accommodaties, sorry, dan kunt u niet zeggen, gezien de rest van de begroting, dat er geen ambitie uitspreekt. Uw wensen en eis realiseer dat ook, dat heb ik goed in mijn oren geknoopt, want daar ben ik het ook van harte mee eens. De vereniging ondersteunen en plannen uitvoeren, dat moeten we zeker doen. En daar zijn we al mee bezig, en dat hadden we alleen wat handiger kunnen formuleren.
Maar de dagelijkse praktijk hier in dit huis en met de verenigingen is heel open en heel ruimhartig, dus daar zit het niet aan. Daarom kan ik het ook makkelijk zo zeggen. De voorzitter: Mijnheer Keijzer.
De heer Keijzer: Met betrekking tot die ambities. Uiteraard ambities is hartstikke mooi. Alleen u geeft in de beantwoording aan we kunnen allemaal ambities hebben maar het moet wel haalbaar zijn, en we moeten elkaar niet voor de gek houden dat we dingen noteren die we niet kunnen realiseren. En in het stuk geeft u, was een reactie, ook aan dat in het stuk ambities staan die we misschien wel weer niet halen, maar dat het altijd goed is om ambities uit te spreken, omdat je ander … U geeft eigenlijk aan in een beleidsstuk of in het stuk mogen ook ambities staan ook al weet je misschien wel dat dat niet altijd helemaal realiseerbaar is. Maar dat komt niet overeen met uw beantwoording van zojuist dat u zegt: ja, we kunnen wel ambities hebben, maar als we er geen geld voor hebben dan kunnen we er niks mee. Dus daar sloeg ik een beetje op aan, is het nu zo dat dit stuk realiseerbaar is of is het zo dat in het stuk ook wel ambities staan waarvan u zegt: nou, we hopen het te realiseren, maar de tijd zal het leren? De heer Evers: Het is mijn plicht om het ook te realiseren waar de zin van in is opgenomen in het raadsvoorstel. Ja, er gebeuren vreemde dingen tegenwoordig. Als je een nieuw coalitieakkoord leest daar wordt het advies van de wijze mannen op het gebied van jeugdhulp niet nagekomen.
De provincies hebben geaccordeerd dat 75 procent structureel mag worden opgenomen, en we moeten maar zien dat we niet onder die 75 procent gaan zakken. Hetzelfde als de herschikking van het gemeentefonds waarbij we raamden en hoopten dat het beperkt zou blijven tot een nadeel van 11, dat na de laatste informatie die we daarop hebben is dat het de 22 of zelfs nog meer gaat worden. Daar zijn de laatste woorden nog niet over gezegd, maar dat soort tegenvallers kunnen ontstaan waardoor er ontzettende druk kan komen te staan op de financiële mogelijkheden. En dan is het aan de raad om te kiezen of dit minder of dat minder, maar daar moeten we met open vizier naar de raad mee komen. De voorzitter: Mijnheer Keijzer. De heer Evers: Maar het uitgangspunt is nog steeds dat de plannen die we hebben gepresenteerd ook in de begrotingen en in de kadernota dat die ook worden gerealiseerd, want anders hoeven we die plannen ook niet te maken. Dan hoeven we mekaar niet voor de gek te houden. De heer Keijzer: Die laatste zinnen ben ik wel blij inderdaad, want het voorverhaal ... Ja, uiteraard als dadelijk de eisen zijn van NRC/NSF dat de volleybal in een zaal moet spelen van 12 meter hoog, dan hebben wij met z’n allen een probleem, want dan komt niks meer overheen.
Maar het gaat erom dit stuk ligt er, deze ambities hebben wij, dit stuk staat er, we hebben daar bedragen voor, waarvan u gewoon zegt: wat we hier hebben staan kunnen we uitvoeren. En uiteraard als de wereld er morgen heel anders uitziet hebben we met z’n allen een probleem, maar zoals het er nu is geeft u aan: ik ga voor de volle honderd procent kan ik garanderen hoe het nu is gaan we dat doen. De heer Evers: Zo is het. Dat u zegt: Olympiahal is mijn grootste zorg. Ja, dat kan ik me voorstellen. Dat zei ik al in de introductie: dat is voor mij ook een zorg. Daarom begon ik spontaan te antwoorden, want dat zou wel een streep door de rekening zijn als we dat niet op tijd … En in de hoedanigheid dat we willen combinatie met Excelsior en woningbouw, als we dat niet zouden kunnen realiseren in het redelijke tempo wat er nu staat en we zitten alleen maar een hoop tijd te verspillen door niet veel eerder, anderhalf jaar eerder, met een projectleider erop te kunnen komen, waren we verder geweest. Daar staat tegenover dat de plannen ook niet zo uniek zijn dat er niet plannen op een plank liggen ergens die snel uitgevoerd kunnen worden. Als D66 zegt: ja, ik hoor wat u zegt over kinderen, en kansarme kinderen, en mis ik geen ambitie. Ja, we kunnen mooie ambities formuleren daarover, maar of dat realiteit is is vers twee. Dat weet ik niet.
We vragen in het verschillende onderwijs, sociaal voorziening, sociale dienst, Stroomopwaarts, aan alle kanten proberen we daar aandacht voor te vragen, en de mensen in de gelegenheid te stellen dat ze in ieder geval niet kunnen
zeggen: dat wist ik niet. Bij het zwembad is daar ook druk mee bezig: je kan tegen gereduceerd tarief kan je zwemmen. Daar zijn allerlei mogelijkheden voor. Wat voor onderhoud doet u aan binnensport? De Haydnlaan en De Parkiet met name. Al het gewone onderhoud, als tegels kapot zijn of als er anders gevaar een minder veilige situatie zou zijn, dan wordt dat acuut gerepareerd, want sporten moet veilig blijven. En de wethouder onderwijs die zegt voor het onderwijs aan kinderen die op scholen zitten is er niks mis mee met die … En dat heeft me ook gebracht om het accent eerder te leggen Olympiahal dan op het vervangen van de Haydnlaan en De Parkiet. Nogmaals gezegd: het moet veilig zijn en het moet hanteerbaar zijn. En als de PvdA zegt: ja, maar die douches doen het niet goed. Ja, dat kan zijn. Als het eenvoudig te verhelpen is wordt het verholpen, maar als het een fundamentele reparatie zou zijn en niet nodig is voor de kindersport dan kunnen ze dadelijk in andere locaties gaan sporten. De voorzitter: Mijnheer Keijzer. De heer Keijzer: Nou ja, de doucheruimte is gewoon een uitbreiding voor de toestellenberging. Dus ik denk best wel dat ze het doen. Ik denk alleen dat een lange mat de kast en de rekstok nat worden als mensen daar gaan douchen, en de tafeltennistafels.
Maar los daarvan, voorzitter, en ik snap het allemaal en die plannen duren allemaal eeuwig, maar we hebben toch ook een bepaalde standaard die we gewoon willen in de stad? En als het nu nog vijf jaar duurt kan ik hier vijf jaar tegen elk volgende wethouder sport of wethouder onderwijs zeggen: hoe kan het nu zijn dat wij in zusterstad een hand van hebben die een betere douchegelegenheid hebben dan wij in de Parkietzaal hebben, bij wijze van spreken? Wij hebben toch ook nog een soort eer voor onszelf dat we zeggen dat willen we gewoon niet in de stad. We gaan toch niet mensen van buitenaf laten tafeltennissen in een stad waarbij ze zien er is één douche, die hangt half scheef, en dan moet ik tussen een balk en een tafeltennistafel staan? Dáár zit een beetje mijn zorg in. En elke keer als ik daarom heb gevraagd de afgelopen jaren werd gezegd: maar we gaan wat met De Parkiet doen, dus het is nog maar voor een half jaar, het is toch maar voor een jaar, en mag het langer duren dan gaan we kijken naar een wat betere oplossing. Dit duurt nog minimaal vier, vijf jaar voordat we daar wat gaan doen. De heer Evers: Je moet veilig kunnen sporten daar. Als de sanitaire voorziening wordt gebruikt als opslagplaats voor gymtoestellen en zo dan moet daar een andere oplossing voor gevonden worden, dat er wel gedoucht kan worden.
Maar je kan aan de andere kant kan je aan die oude gymzalen niet dezelfde eisen stellen dan de gymzalen die we nu op basis van de eisen van 2022 normaal zijn gaan vinden. Ja, de hartelijkheid van de ChristenUnie, daar neem ik nota van. Het accommodatiebeleid in de laatste tien jaar daar heb ik geen verantwoordelijkheid voor. Ik kan alleen zeggen: ik doe mijn uiterste best om wel te realiseren dat ik u voorstel. Ja, als u zegt: ik wil een nieuw plan en een stappenplan en dat soort dingen. Ja, dat laat ik graag aan de raad over, maar ik heb hiermee alle dingen gezegd. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Dan gaan we nu naar de afronding. Mevrouw Oosterman, de agendacommissie had als voorstel om er een debat van te gaan maken over veertien dagen, maar daar komt tussendoor nu dat mevrouw Oosterman aan ons vraag of aan u vraagt of het eventueel toch anders kan en dan via een consultatie. Dus dat wil ik even bij iedereen ‘…’ (buiten microfoon). Mevrouw Oosterman die gaat voor een consultatie. Mijnheer De Jong? ‘…’ (buiten microfoon). De heer De Jong-Paalvast: Ja, ik denk dat het op hetzelfde neerkomt. Ik zie wat in een consultatie. Dat is het idee waar ik voor kies. De heer Evers: Mijnheer de voorzitter, wat wordt verstaan onder een consultatie?
Mevrouw Oosterman-Feenstra: Nou, ik heb bijvoorbeeld nog heel veel dingen gehoord ook hier die ik graag mee zou willen geven. En zelf denk ik als ik volgende week een debat zou willen dan zou ik met heel veel moties willen komen, en ik vind het ook geen recht doen aan dit stuk. Ik vind het ook geen recht doen aan wat anderen ook zeggen over de sportverenigingen die die inspraak hebben gedaan. Het lijkt mij verstandig om daar eerst nog een keer over te praten en nog dingen mee te geven. Nou, ik verwacht dat er nog wat dingen verbeterd kunnen worden aan dit plan, en dat wij dingen aan u meegeven en dat u dan in de komende tijd tijd heeft om daarmee aan de slag te gaan en dan na de verkiezingen terugkomt met een nieuwe versie. Dat zou mijn voorstel zijn. Dus de raadsconsultatie is dat wij dingen aan u meegeven de volgende keer. De voorzitter: Ik maak even het rondje af. Mijnheer Keijzer? De heer Keijzer: Eigenlijk heb ik maar een vraag aan mevrouw Oosterman daarover, maar dat kan ik ook in mijn redenatie doen.
Ik denk dat een debat de voorkeur heeft omdat mijn vrees is als we een consultatie doen … Kijk, we moeten ook gewoon aan de slag, en mijn vrees is een beetje van een consultatie doen, dan geven we dingen mee, dan gaat dat terug, we krijgen verkiezingen, er komt een nieuw college en dan gaan we echt richting de zomer of na de zomer voordat we stappen gaan maken, omdat het nieuwe college zegt: ja, er is een consultatie, we zijn nog niet benoemd, we passen op de winkel, we komen in de problemen daarin. Ik denk dat het goed is dat we een aantal vragen die nog liggen beantwoord worden. Misschien nog wat uitgebreider op basis van die versnelling motie binnensportaccommodatie, dat daar misschien een uitgebreider antwoord kan komen dat de wethouder misschien gaf, en dat we dan in het debat uiteindelijk met elkaar zien of dat misschien nog met moties moet of dat we daar op die manier uitkomen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer ’t Hart? De heer ‘t Hart: Ja, eigenlijk in de lijn van de heer Keijzer. Het punt is een beetje dat op het moment dat we nu vragen om een consultatie dan krijgen we een nieuw rapport waar we weer niet in gaan sporten, zeg maar even. Dat ligt weer alles stil, en dan gaat de energie in het rapport zitten en niet in de voorbereiding van de Olympiahal.
Dus ik zou willen voorstellen wel het debat voeren en daarin aansturen om nog een consultatie te doen in een verdere verfijning van de planvorming. De voorzitter: De heer Solleveld? De heer Solleveld: Ja, ik zit een beetje met die vertraging waar mijn twee buurmannen het over hebben. We wachten nu al zo lang, en de vraag is of dat die paar maanden die daar dan bijkomen of dat zo erg is, vooral daar waar het gaat om het idee dat dat die gevoelens wat ik algemeen voelde dat die inspraak toch onvoldoende terug is gekomen hierin. En dan kunnen wij tijdens een debat, als je dat wilt doen, dan met allerlei moties komen. De vraag is of die weer twee jaar in de la blijven liggen? Met amendementen zou het misschien wat sneller kunnen, maar die moet je nog maar gaan zitten verzinnen. Dus op die manier denk ik, zeker kijkend naar die inspraak en die maatschappelijke doelen die u voor ogen heeft, waar je de verenigingen zeker bij nodig hebt met hun vrijwilligers, en dat gaat allemaal niet zo meevallen. Dus in die zin zou ik er geen bezwaar tegen hebben als we niet debatteren maar eens gewoon even consulteren en dingen meegeven aan de wethouder: zet dat er nu eens een. En via een stappenplannetje of een tijdlijn, weet ik veel wat, aan de toekomst kunnen werken. De voorzitter: Mijnheer Van der Burg?
De heer Van der Burg: Ja, dank u wel. Ja, ik had ook een probleem om echt te begrijpen in deze context consulteren, consultatie. Wie consulteert wie of wat en waarvoor? Als we uitgaan van een rapport wat er nu voorligt, stel dat 70 procent daarvan goed is waar je mee aan de slag kan, ga dan aan de slag. Maar ikzelf heb er toch een beetje een probleem mee, in die zin dat als je zegt: ja, gaat uw gang. En wat dan? Geen debat? Maar wat dan? Dus dan gaat het, dan wordt het afgehamerd op het moment. Ik kijk even naar de heer Solleveld, want … De heer Solleveld: Nee, dan wordt het niet afgehamerd, want het voorstel van mevrouw Oosterman is: we gaan consulteren en we gaan na de verkiezingen … Dan zit hier een hele nieuwe raad, en om dan met een aangepaste sportnota te komen. De heer Van der Burg: Maar dan komen we dus in het risico wat dus de heer ’t Hart net aangaf dat je dan toch verder weg en dan eindig je verder in het jaar. En ik neem toch aan iedereen wil aan de slag? Mevrouw Oosterman-Feenstra: Mag ik daarop reageren, voorzitter? Ik denk dat de boodschap is sowieso klip en klaar, en dat geef je ook mee in de consultatie: nou, zorg ervoor dat het zo snel mogelijk na de zomervakantie dat stappenplan ligt. Dat stappenplan ligt er over twee weken ook nog niet. En dat stappenplan moet wat mij betreft er zo snel mogelijk komen dat we precies weten wat gaat wanneer gebeuren.
Nou ja, goed. Weet je, dan is het een beetje: we kunnen volgende week een motie indienen dat er een stappenplan moet komen of we zeggen het tegen de wethouder. Ik denk die boodschap, die is wel duidelijk, alleen we moeten zo snel mogelijk echt een goed plan hebben wat echt staat als een huis. En dit doet mij een beetje denken aan het stuk meedoen in Maassluis. Dat liep ook nog niet lekker, en dat gevoel heb ik ook met dit stuk om het dan volgende week of twee weken van toch debat en dan afhameren met eventueel amendementen of moties. Ik vind het aan het stuk te kort doen. Dat is wel mijn moeite. De voorzitter: Mijnheer Van der Burg, wat is uw eindconclusie? De heer Van der Burg: Ja, ik ben hier toch wat terughoudend in, in die zin dat ik vind dat we wel zo snel mogelijk aan de slag moeten gaan hier, en dan kijk ik naar het college uiteraard. En je kunt het niet … Dat kan natuurlijk. Je kunt het over de verkiezingen heen tillen, maar wat is erop tegen? En als mevrouw Oosterman zegt: ja, binnen twee weken dan heb je die stappen er niet in. Maar dat weet u niet, dat weet de wethouder. De voorzitter: Ik concludeer dat u voor een debat … De heer Van der Burg: Ja. De voorzitter: Mevrouw Van Spijk? Mevrouw Van Spijk: Dank u wel, voorzitter. Ja, ambitie is ernaar streven om iets tot stand te brengen. Wij kiezen ervoor om uit te voeren en niet om er eindeloos over te praten.
Dat betekent dat mochten wij moeten kiezen dan kiezen wij voor een debat. De voorzitter: Mijnheer Ooms? De heer Ooms: Ja, voorzitter, na alles wat ik gehoord heb en deze discussies hier, denk ik dat wij ook gaan voor een debat.
De voorzitter: Nou, dan moet ik aan de agendacommissie denk ik mededelen dat we hierover gesproken hebben, en dat vijf fracties voor een debat zijn en drie fracties voor een consultatie. Dat nemen we dus mee naar de agendacommissie. De heer ‘t Hart: Nou, voorzitter, ik weet niet hoe het procedureel zit, maar volgens mij als er een partij een debat wil over een stuk dan is het toch een debat? En als iemand an sich iets wil met het stuk, ja, dat kan, maar dat stuk ligt er voor aan de raad, en dan staat het die partij natuurlijk vrij om tegen te zijn. De voorzitter: Ja, dank u wel. Dan ronden we het zo af. Dan ga ik naar de agendacommissie en dan wordt het een debat. Sluiting De voorzitter: Dank u wel.