CConstaterende datMaassluis
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel tot vaststellen tarieven belastingen en heffingen 2022

gemeenteraad 14 december 2021, gemeente MaassluisBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststellen tarieven belastingen en heffingen 20223.819 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Openbaar Bedrijfsvoering zaaknummer

228035

datum advies

20 september 2021

opsteller advies

Holierhoek, H.S.

agendering

Hamerstuk

Clustermanager

Bedrijfsvoering

Portefeuillehouder(s)

Wethouder J.M.H. Evers

Onderwerp

Raadsvoorstel tot vaststellen tarieven belastingen en heffingen 2022

Besluit college van B en W d.d. 30-11-2021 Onderwerp: Raadsvoorstel tot vaststellen tarieven belastingen en heffingen 2022 Registratienummer: 228035 Het college besluit: • de raad voor te stellen de in dit voorstel genoemde verordeningen vast te stellen en de corresponderende reeds bestaande verordeningen in te trekken op de dag dat de in dit voorstel genoemde verordeningen in werking treden. • dit voorstel aan te bieden aan de agendacommissie voor besluitvorming door de gemeenteraad.

Conform besloten d.d. 30-11-2021

Besluit gemeenteraad de bij dit voorstel gevoegde en hieronder genoemde verordeningen vast te stellen en de corresponderende reeds bestaande verordeningen in te trekken op de dag dat de hieronder genoemde verordeningen in werking treden: - Verordening onroerende-zaakbelasting 2022 - Verordening afvalstoffenheffing 2022 - Verordening rioolheffing 2022 - Verordening precariobelasting 2022 en tarieventabel - Legesverordening 2022 en tarieventabel - Verordening lijkbezorgingsrechten 2022 en tarieventabel - Verordening zeehavengeld 2022 - Verordening binnenhavengeld 2022 - Verordening ligplaatsgeld 2022 - Verordening bruggeld 2022 - Verordening marktgeld 2022 - Rechtenverordening 2022 - Verordening toeristenbelasting 2022 - Verordening BI-Zone Stadshart Maassluis 2022 Bestuurssamenvatting 1

Zaak: 228035 Raadvoorstel tot vaststellen tarieven belastingen en heffingen 2022

Na de vaststelling van de Kadernota en Programmabegroting 2022-2025 dienen de tarieven en de verordeningen van de verschillende gemeentelijke belastingen en heffingen te worden aangepast. Gemiddeld genomen gaan woningeigenaren 1,00% meer voor de belangrijkste lokale heffingen betalen. Huurders blijven evenveel betalen als in 2021. Bedrijfseigenaren gaan in 2022, gemiddeld genomen, circa 2,25% meer voor de belangrijkste lokale heffingen betalen. Huurders van bedrijven gaan tenslotte 1,59% meer betalen.

2

Zaak: 228035 Raadvoorstel tot vaststellen tarieven belastingen en heffingen 2022

Coalitieakkoord Deze paragraaf is niet van toepassing. Eerder over dit onderwerp uitgebrachte adviezen Raadsvoorstel tot vaststellen Nota lokale heffingen 2019 - 2022 d.d. 28 mei 2019 (ADV-19-05823, Z19-25432). Inhoud Met de vaststelling van de begroting op 2 november jl. zijn de uitgangspunten voor de tarieven en heffingen vastgesteld. Nu dienen de verschillende verordeningen te worden aangepast. Het gaat hierbij om de volgende verordeningen: 1. onroerende-zaakbelasting (ozb), 2. afvalstoffenheffing, 3. rioolheffing, 4. precariobelasting, 5. leges, 6. lijkbezorgingsrechten, 7. zeehavengeld, 8. binnenhavengeld, 9. ligplaatsgeld, 10. bruggeld, 11. marktgeld 12. rechten 13. toeristenbelasting en 14. BI-Zone Stadshart Maassluis (Bedrijven Investeringszone) Conform de Kadernota 2022 – 2025 en de Programmabegroting 2022 – 2025 wijzigen de verschillende tarieven (of in het geval van de ozb: de opbrengst) met de volgende percentages: 1. opbrengst onroerende-zaakbelasting (ozb) woningen: 2,40% 2. opbrengst onroerende-zaakbelasting (ozb) niet-woningen: 2,40% 3. afvalstoffenheffing (huishoudelijk afval): 0,00% 4. rioolheffing: 2,78% 5. precariobelasting: 1,40% 6. leges burgerzaken: 1,40% 7. leges bouwvergunningen: 0,00% 8. leges ligplaatsen in de vlieten: 1,40% 9. lijkbezorgingsrechten: 1,40% 10. havengeld (zee- en binnenhaven): n.n.b. 11. rechten n.n.b. 12.

ligplaatsgeld (haven): 1,40% 13. marktgeld: 1,40% 14. bruggeld: 1,40% 15. toeristenbelasting: 0,00% 16. BIZ: 0,00% Ad. 10. De havengelden worden door het Havenbedrijf Rotterdam bepaald. Zij worden omwille van de concurrentiegevoeligheid pas aan het einde van het jaar bekend gemaakt. 3

Zaak: 228035 Raadvoorstel tot vaststellen tarieven belastingen en heffingen 2022

Ad. 11. In de Rechtenverordening staan tarieven die conform de VNG-richtlijn “Tarieven (graaf)werkzaamheden telecom” worden berekend. Ook deze tarieven zijn nog niet bekend. Zowel de Verordening liggeld pleziervaartuigen (daterend uit 2019) als de Verordening campergeld (daterend uit 2018) wijzigen qua inhoud en tarieven niet. Het is daarom niet nodig nieuwe verordeningen vast te stellen. Verordening onroerende-zaakbelasting (OZB) De begrote opbrengst voor 2022 bedraagt circa € 7.174.000,-. Om deze opbrengst te realiseren, dienen de ozb-tarieven op de waardeontwikkeling te worden gecorrigeerd. De waardeontwikkeling in Maassluis voor woningen bedraagt 8,26%. De waardeontwikkeling voor niet-woningen (bedrijven, winkels, kantoren e.d.) bedraagt 2,32%. Het betreft hier de waardeontwikkeling tussen waardepeildatum 1 januari 2020 (belastingjaar 2021) en waardepeildatum 1 januari 2021 (belastingjaar 2022). De begrote ozb-opbrengst (excl. accres) stijgt in 2022 ten opzichte 2021 met 2,4%. Genoemd percentage is inclusief inflatiecorrectie (1,4%). Omdat de werkelijke ozb-opbrengst van woningen in 2021 hoger lag dan de begrote opbrengst (voornaamste reden: flinke stijging van de prijzen in de woningmarkt tussen het moment waarop de tarieven worden berekend en het einde van het jaar), kan de begrote opbrengst voor 2022 met lagere tarieven worden behaald dan aanvankelijk werd gedacht.

Dit betekent dat een eigenaar van een woning met een gemiddelde waarde 1,32% meer ozb gaat betalen. In feite wordt het tarief voor 2022 gecorrigeerd omdat het tarief voor 2021 iets te hoog was. Gelet op het vorenstaande wordt het ozbtarief voor woningen verlaagd van 0,1252% naar 0,1196% van de WOZ-waarde. Het ozb-tarief voor niet-woningen eigenarengedeelte stijgt van 0,2937% naar 0,2946%. Het tarief nietwoningen gebruikersgedeelte niet-woningen daalt echter van 0,1990% naar 0,1976%. Het verschil tussen deze lichte stijging enerzijds en lichte daling anderzijds is te verklaren door de correcties die op de WOZ-waarde moeten worden toegepast; de WOZ-waarde die wordt gebruikt om het gebruikerstarief te berekenen moet namelijk worden gecorrigeerd met o.a. leegstand en bouwgrond. Bij de bepaling van de tarieven is o.a. rekening gehouden met mutaties (zo kan bijvoorbeeld bouwgrond, waarover op 1 januari 2021 een ozb niet-woningtarief van toepassing is, in de loop van 2021 bebouwd worden met woningen, zodat in 2022 het woningtarief van toepassing wordt; ook kan worden gedacht aan kantoren die worden omgebouwd tot appartementen), leegstand, vrijstellingen en aanpassingen die voortvloeien uit bezwaarschriften. Areaalontwikkeling (sloop en nieuwbouw) is buiten de tariefberekening gehouden, aangezien dit een autonome ontwikkeling betreft.

Verordening afvalstoffenheffing De gemeente heeft de wettelijke plicht om huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. De kosten voor het inzamelen van huishoudelijk afval worden, op grond van artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer, verhaald op de aanbieder van het afval door middel van de afvalstoffenheffing. Een gemeente heeft een grote mate van vrijheid bij de invulling van de afvalstoffenheffing. Het gemeentebestuur mag de heffingsgrondslag en de heffingsmaatstaf bijvoorbeeld zelf bepalen. De inzameling van bedrijfsafval wordt sinds 2021 privaatrechtelijk uitgevoerd (en dus niet meer via een belastingverordening). Voor deze niet verplichte diensten kan geen afvalstoffenheffing worden geheven. In plaats daarvan worden contracten afgesloten met de bestaande relaties. Voor de afvalstoffenheffing geldt dat de geraamde 4

Zaak: 228035 Raadvoorstel tot vaststellen tarieven belastingen en heffingen 2022

baten de geraamde lasten niet mogen overschrijden. Het dekkingspercentage bedraagt 99,4% Op het gebied van de inzameling van huishoudelijk afval nemen de kosten al enige jaren toe. Ook landelijk is dat de trend (landelijke stijging van de afvalstoffenheffing in 2020 8,4% en in 2021 10%). Dit wordt onder meer veroorzaakt door een stijging van de stort- en verwerkingskosten voor onder andere grofvuil, restafval en enkele andere afvalstromen. Daarnaast is sinds 2020 de Rijksheffing op het verbranden van afval flink verhoogd. Ook deze heffing moet worden doorberekend in de gemeentelijke afvalstoffenheffing. Om te voorkomen dat er kosten vanuit andere gemeenten worden neergelegd bij onze inwoners, zijn acties geïmplementeerd om het afvaltoerisme uit te bannen. Daarnaast wordt vol ingezet op het scheiden van afval (onder andere omgekeerd inzamelen) en het efficiënter werken om op die manier de kosten van de afvalinzameling beheersbaar te houden. Al deze maatregelen hebben er mede voor gezorgd dat de tarieven voor 2022 gelijk kunnen blijven aan die van 2021. Dit betekent dat de tarieven voor een eenpersoonshuishouden en een meerpersoonshuishouden gelijk blijven op respectievelijk € 360,00 en € 418,80 per jaar.

Verordening rioolheffing Rioolheffing is een bestemmingsheffing en dient als bekostigingsinstrument van de gemeentelijke watertaken, zoals het inzamelen en transporteren van huishoudelijk en bedrijfsafvalwater en het inzamelen en verwerken van hemelwater. De kosten worden verhaald op de eigenaren van woningen en de eigenaren en/of gebruikers van niet-woningen (verbruik > 1.000 m3). De uitvoering van de gemeentelijke watertaken is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP), zoals dat door de raad in 2019 is vastgesteld. Momenteel is het niet nodig om af te wijken van de voorgestelde tarieven uit het GRP. Rioolheffing wordt geheven van percelen die direct of indirect op het riool zijn aangesloten. Het is dus geen vereiste om een fysieke rioolaansluiting te hebben; voor de toepassing van de heffing is het al voldoende dat hemelwater indirect op het riool wordt geloosd (denk aan regen die via het dak en de grond uiteindelijk in een rioolput verdwijnt). In de loop van dit jaar heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan inzake de vraag of het gerechtvaardigd is om kerken vrij te stellen voor rioolheffing (de verordening rioolheffing van Maassluis kent een dergelijke vrijstelling).

Volgens de Hoge Raad leidt een kerkenvrijstelling niet tot ongelijke behandeling van gelijke gevallen, aangezien kerkgebouwen waarvoor de vrijstelling geldt, openbaar toegankelijk zijn en het gebruik ervan het algemeen belang dient. Kortom, een vrijstelling van kerken is toegestaan. Uit deze uitspraak is echter af te leiden dat de vrijstellingen voor woningen in aanbouw en ongebouwde eigendommen die in de Maassluise verordening worden genoemd juridisch niet langer houdbaar zijn, aangezien voor deze objecten niet is vol te houden dat er een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor ongelijke behandeling is (dus in strijd met het gelijkheidsbeginsel). Zo is het bijvoorbeeld juridisch niet te verdedigen waarom een perceel van 150 m2 waarop een woning wordt gebouwd geen aanslag krijgt, en een perceel van 150 m2 waarop een afgebouwde woning staat, wel. Immers, op beide percelen valt evenveel regen, dat voor beide percelen afgevoerd zal moeten worden via het riool. Daarom zijn de vrijstellingen met betrekking tot woningen in aanbouw en ongebouwde eigendommen (bouwterreinen) uit de verordening verwijderd. Dit betekent dat eigenaren van woningen in aanbouw en bouwterreinen in 2022 een aanslag rioolheffing zullen krijgen. 5

Zaak: 228035 Raadvoorstel tot vaststellen tarieven belastingen en heffingen 2022

Tevens is de vrijstelling voor gas- of stroomdistributiestations met een WOZ-waarde van maximaal € 50.000,-, telefooncentrales met een WOZ-waarde van maximaal € 50.000,-, garageboxen, transformatorhuisjes, geldautomaten en zendmasten gewijzigd in een algehele vrijstelling voor percelen die een WOZ-waarde hebben tot en met € 50.000. In de praktijk maakt dit weinig verschil; de vrijstelling zal worden uitgebreid met enkele tientallen objecten. Wel leidt een dergelijke meer algemene vrijstelling tot meer gelijkheid. Onder de vrijstelling vallen nu bijvoorbeeld ook de opslagplaatsen (gelijkend op garageboxen) aan de Zomerdijk. Het tarief van 2021 voor het eigenarendeel (€ 180,-) stijgt met circa 2,78%. Dit resulteert in een tarief van € 185,- voor 2022. De tarieven voor het gebruikersdeel (verbruik vanaf 1.000 kubieke meter; betreft bedrijven met veel waterverbruik) stijgen eveneens met 2,78%. Over circa twee jaar zal aan de raad, na de vaststelling van een nieuw gemeentelijk rioleringsplan (GRP) en ter vervanging van de Verordening rioolheffing, een verordening Riool- en Waterzorgheffing worden voorgelegd. Deze verordening zal meer zijn toegespitst op de gevolgen van wateroverlast en verdroging. Verordening precariobelasting Precariobelasting wordt geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven (voor de openbare dienst bestemde) gemeentegrond. Hierbij valt o.a.

te denken aan terrassen, erkers, markiezen, lichtbakken aan winkels en het tijdelijke gebruik van gemeentegrond voor het plaatsen van containers. Precariobelasting is een ongebonden belasting, waarbij de gemeente de volledige vrijheid heeft in het vaststellen van de tarieven. De precariobelasting voor nutsnetwerken (leidingen en kabels) wordt per 1 januari 2022 wettelijk afgeschaft. Deze tarieven -die in de praktijk betrekking hebben op de netwerken van Evides en Stedinzijn daarom uit de verordening verwijderd. De begrote opbrengst uit de precariobelasting loopt daarmee terug van € 332.000 (2021) naar € 45.000 (2022). De overige tarieven precariobelasting stijgen met 1,40% ten opzichte van de tarieven van 2021. Legesverordening De leges die een gemeente in rekening brengt mogen maximaal kostendekkend zijn: de geraamde baten mogen niet uitgaan boven de geraamde lasten. Deze kostendekkendheid geldt voor alle leges samen; individueel hoeft niet elk tarief kostendekkend te zijn, maar daar wordt wel naar gestreefd. De legestarieven (o.a. leges burgerzaken en ligplaatsen in de vlieten) stijgen in principe met 1,40%. Er zijn echter enkele tarieven die meer dan dit percentage stijgen. Dit zijn tarieven die, na gecontroleerd te zijn door de vakafdeling, niet (meer) kostendekkend bleken.

De tarieven leges omgevingsvergunning (bouwleges) stijgen niet; echter, doordat de bouwsommen gemiddeld zullen toenemen, zal de opbrengst uit bouwleges naar verwachting stijgen. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning (bouwvergunning) is ook een welstandstoets vereist. De -onafhankelijke- welstandstoets wordt verricht door de Vereniging Dorp, Stad en Land (de gemeente Maassluis is, net zoals 58 andere gemeentes, lid van deze vereniging). De Vereniging Dorp, Stad en Land bepaalt ook de tarieven van de welstandstoets. Deze tarieven stijgen voor het eerst sinds 2015. De stijging van de meest gangbare tarieven bedraagt ruim 11%. Het "plafond" is bovendien verhoogd. Voorheen was het tarief € 2.250 indien de bouwkosten € 1.250.000 om meer bedroegen; dit wordt gewijzigd in € 4.000 indien de bouwkosten meer dan € 2.000.000 bedragen. 6

Zaak: 228035 Raadvoorstel tot vaststellen tarieven belastingen en heffingen 2022

Een aantal (maximum)tarieven wordt door de rijksoverheid bepaald. De belangrijkste tarieven zijn die van de reisdocumenten, het rijbewijs en de rechten burgerlijke stand. De tarieven van reisdocumenten stijgen met 1,4%: een paspoort gaat voor een persoon ouder dan 18 jaar € 75,82 kosten (was € 74,77) en een identiteitskaart € 68,53 (was € 67,58). De tarieven van het paspoort en identiteitskaart voor personen onder de 18 jaar (reisdocument 5 jaar geldig) worden respectievelijk € 57,34 (was € 56,55) en € 36,98 (was € 36,46). Het tarief voor een rijbewijs stijgt van € 41,00 naar € 41,60 (1,46%). De Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) heeft het rijbewijs geschikt gemaakt als authenticatiemiddel om online bij overheidsorganisaties en diensten met een publieke taak in te loggen. Vanaf 4 juni 2018 zijn alle rijbewijzen bij afgifte standaard voorzien van een inlogfunctie. Na invoering van de relevante onderdelen van de wet digitale overheid (wDO), voorzien in 2022 (was 2021, maar dit is niet gehaald), worden de kosten van deze nieuwe functionaliteit gefinancierd vanuit een verhoging van de afdracht van de gemeenten aan de RDW. De afdracht van de gemeenten aan de RDW wordt verhoogd met een bedrag van € 3,50. Dit betekent dat het rijbewijstarief in de loop met van 2022 zal stijgen naar € 45,10. Ook het tarief voor spoedafgifte zal stijgen met € 3,50.

Aangezien in de tarieventabel verwezen wordt naar de geldende (maximum)tarieven en deze tarieven door de rijksoverheid worden bepaald, is het niet nodig om deze verhoging in de loop van 2022 als voorstel aan uw raad voor te leggen. De rechten burgerlijke stand stijgen met circa 2,1%. Onder deze rechten vallen o.a. het afschrift akte burgerlijke stand, uittreksels van akten van geboorte, huwelijk, registratie partnerschap of overlijden (€ 14,30, was € 14,00), de verklaring van huwelijksbevoegdheid (€ 25,10, was € 24,60), de attestatie de vita (€ 14,00, was € 13,80) en het meertalig uittreksel uit een akte van de burgerlijke stand (€ 14,30, was € 14,00). De Omgevingswet zorgt o.a. voor wijzigingen bij het heffen van leges. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is (vooralsnog) uitgesteld tot 1 juli 2022. Door het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet adviseert de VNG gemeenten om met ingang van 1 januari 2022 de legesverordening te wijzigen zonder rekening te houden met de Omgevingswet. Dit advies wordt opgevolgd; in de eerste helft van 2022 kan dan de aanpassing aan de Omgevingswet plaatsvinden. Verordening lijkbezorgingsrechten In de verordening lijkbezorgingsrechten worden de tarieven bepaald waarmee de lasten in de exploitatie van de begraafplaatsen gedekt moeten worden. De tarieven zijn marktconform maar niet kostendekkend.

De kostendekkendheid bedraagt 87% (inclusief onttrekking aan de voorziening). De tarieven worden met gemiddeld 1,4% (inflatiecorrectie) verhoogd. Er zijn echter ook een aantal tarieven die niet stijgen. De reden daarvoor kan liggen in het feit dat deze tarieven reeds kostendekkend waren en/of dat tarieven bij verdere stijging niet meer concurrerend zijn met de tarieven van omliggende gemeenten. Tenslotte is de tarieventabel op een enkel punt gewijzigd zodat deze weer up-to-date is. Verordening havengeld (zee- en binnenhaven) Met de andere havengemeenten (Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen) is een samenwerkingsovereenkomst / harmonisatieregeling van kracht om dezelfde tarieven voor havengelden te hanteren. De tarieven worden jaarlijks door het Havenbedrijf Rotterdam vastgesteld. In de verordeningen zee- en binnenhavengeld wordt dan ook naar deze tarieven verwezen. De tarieven voor 2022 zijn op dit moment nog onbekend. In beide verordeningen hebben een klein 7

Zaak: 228035 Raadvoorstel tot vaststellen tarieven belastingen en heffingen 2022

aantal redactionele aanpassingen plaatsgevonden. Verordening ligplaatsgeld (haven) De tarieven ligplaatsgeld stijgen met gemiddeld 1,40% (inflatiecorrectie) ten opzichte van de tarieven van 2021. Verordening bruggeld De tarieven bruggeld stijgen met 1,40% ten opzichte van 2021. Verordening marktgeld De heffing van marktgeld geschiedt op basis van kostendekkendheid. Met andere woorden: de kosten van markten worden door de marktkooplieden gedragen en niet door de gemeente c.q. de burger. Op dit moment is de kostendekkendheid echter 86%. De oplossing ligt echter niet direct in de verhoging van de tarieven (om tot 100% kostendekkendheid te komen, zouden de tarieven exorbitant moeten worden verhoogd), maar in het aantrekken van meer marktkooplieden. De tarieven stijgen met gemiddeld 1,40% ten opzichte van de tarieven van 2021. Rechtenverordening In de Rechtenverordening wordt enkel nog verwezen naar de VNG richtlijn ‘Tarieven ‐ (graaf)werkzaamheden telecom’. De tarieven worden door de VNG vastgesteld, en zijn nog onbekend. Ten slotte zijn vrijwel alle verordeningen redactioneel aangepast. Hierdoor zijn zij weer in overeenstemming met de meest recente modelverordeningen van de VNG. Verordening toeristenbelasting De verordening toeristenbelasting is op enkele punten redactioneel aangepast. Zowel de strekking van de verordening als de tarieven wijzigen echter niet.

Verordening Bedrijveninvesteringszone (BIZ) Met een BIZ betalen alle ondernemers en/of eigenaren mee aan de kosten van het verbeteren van een winkelgebied of bedrijventerrein. Voorwaarde is wel dat een ruime meerderheid van degenen die moeten betalen, ermee instemt. Uit de draagvlakmeting die onder de ondernemers en/of eigenaren is gehouden blijkt dat er voldoende draagvlak is om de huidige bedrijveninvesteringszone Stadshart Maassluis voort te zetten. De gemeente faciliteert de BIZ-organisatie door de BIZ-bijdragen te innen en daarna over te dragen en controleert de gang van zaken. De Verordening BI-Zone Stadshart Maassluis 2022 heeft een looptijd van vijf jaar (2022-2026). Deze verordening is de opvolger van de Verordening BI-Zone Stadshart Maassluis 2017 (looptijd 20172021). De verordening gaat uit van een te hanteren tarief van 0,12% van de WOZ-waarde. Voor een gemiddeld pand met een WOZ-waarde van € 250.000,-, komt dit neer op een BIZ-bijdrage van € 25,per maand. Het tarief van de BIZ-bijdrage wordt niet door de gemeente, maar door de Vereniging BIZ Stadshart Maassluis bepaald. Het gebied waarvoor de BIZ geldt wordt gedefinieerd door middel van een kaart en een adressenlijst zoals die zijn opgenomen in het “BIZ-plan Stadshart Maassluis 2022-2026". De uitvoeringsovereenkomst is reeds op 23 november 2021 door het college van B en W getekend.

Huren en pachten (geen aparte verordening) 8

Zaak: 228035 Raadvoorstel tot vaststellen tarieven belastingen en heffingen 2022

De bestendige beleidslijn is dat de jaarlijkse huurstijging van verhuurde gemeentelijke eigendommen (gebouwen, complexen en gronden) in de pas moet lopen met de prijsstijging waarmee de gemeente wordt geconfronteerd. In bijna alle huurcontracten is deze bepaling opgenomen. Voorgesteld wordt uit te gaan van een huurverhoging van 1,40%. Dit laat algemene verhogingen, in het kader van aanpassing van lopende verhuringen naar aanleiding van ontwikkelingen in de markt, onverlet. Lastenontwikkeling inwoners en bedrijven In de bijlage "Lastenontwikkeling inwoners en bedrijven" is weergegeven wat een eigenaar en een huurder van een woning c.q. een bedrijf naar verwachting op jaarbasis aan gemeentelijke lasten zullen gaan betalen, en hoe deze lasten zich verhouden tot een jaar eerder. Duurzaamheid Deze paragraaf is niet van toepassing. Financiële consequenties Met de financiële consequenties van deze aanpassing van de tarieven van belastingen en heffingen is bij het opstellen van de Programmabegroting 2022-2025 reeds rekening gehouden. Voor wat betreft de kostendekkende tarieven, verlopen de wijzigingen budgettair neutraal. Op dit moment zijn of worden er veel niet-woningen opgeleverd. Dit zijn vaak nieuwe objecten, zoals Lely en de bedrijven op De Dijk. Deze uitbreiding beschouwen we ook als areaal-uitbreiding.

In aanloop naar de kadernota 2023 zal worden geanalyseerd welke effecten hieruit te verwachten zijn. Hierbij zal ook rekening worden gehouden met de extra kosten voor onderhoud en beheer van openbaar gebied. Juridische consequenties De diverse verordeningen dienen vóór 1 januari 2022 door de raad te worden vastgesteld. De verordeningen moeten eveneens vóór 1 januari 2022 op www.overheid.nl gepubliceerd worden. Te late vaststelling c.q. publicatie heeft tot gevolg dat de verordeningen geen rechtskracht hebben met betrekking tot het jaar 2022. Personele- of organisatorische consequenties Deze paragraaf is niet van toepassing. Inkoop en aanbesteding Deze paragraaf is niet van toepassing. Communicatieparagraaf De diverse verordeningen zullen gepubliceerd worden op www.overheid.nl.

Voorstel aan de gemeenteraad de bij dit voorstel gevoegde en hieronder genoemde verordeningen vast te stellen en de corresponderende reeds bestaande verordeningen in te trekken op de dag dat de hieronder genoemde verordeningen in werking treden: - Verordening onroerende-zaakbelasting 2022 - Verordening afvalstoffenheffing 2022 9

Zaak: 228035 Raadvoorstel tot vaststellen tarieven belastingen en heffingen 2022

- Verordening rioolheffing 2022 - Verordening precariobelasting 2022 en tarieventabel - Legesverordening 2022 en tarieventabel - Verordening lijkbezorgingsrechten 2022 en tarieventabel - Verordening zeehavengeld 2022 - Verordening binnenhavengeld 2022 - Verordening ligplaatsgeld 2022 - Verordening bruggeld 2022 - Verordening marktgeld 2022 - Rechtenverordening 2022 - Verordening toeristenbelasting 2022 - Verordening BI-Zone Stadshart Maassluis 2022 Bijlagen • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

Verordening onroerende-zaakbelasting 2022 Verordening afvalstoffenheffing 2022 Verordening rioolheffing 2022 Verordening precariobelasting 2022 Tarieventabel behorende bij de Verordening precariobelasting 2022 Legesverordening 2022 Tarieventabel behorende bij de Legesverordening 2022 Verordening lijkbezorgingsrechten 2022 Tarieventabel behorende bij de Verordening lijkbezorgingsrechten 2022 Verordening zeehavengeld 2022 Verordening binnenhavengeld 2022 Verordening ligplaatsgeld 2022 Verordening bruggeld 2022 Verordening marktgeld 2022 Rechtenverordening 2022 Verordening BI-Zone Stadshart Maassluis 2022 BIZ-plan Stadshart Maassluis 2022-2026 Verordening toeristenbelasting 2022 Lastenontwikkeling inwoners en bedrijven 2022

10

Zaak: 228035 Raadvoorstel tot vaststellen tarieven belastingen en heffingen 2022

Raadsbesluit De raad van de gemeente Maassluis; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 30 november 2021 besluit de bij dit voorstel gevoegde en hieronder genoemde verordeningen vast te stellen en de corresponderende reeds bestaande verordeningen in te trekken op de dag dat de hieronder genoemde verordeningen in werking treden: - Verordening onroerende-zaakbelasting 2022 - Verordening afvalstoffenheffing 2022 - Verordening rioolheffing 2022 - Verordening precariobelasting 2022 en tarieventabel - Legesverordening 2022 en tarieventabel - Verordening lijkbezorgingsrechten 2022 en tarieventabel - Verordening zeehavengeld 2022 - Verordening binnenhavengeld 2022 - Verordening ligplaatsgeld 2022 - Verordening bruggeld 2022 - Verordening marktgeld 2022 - Rechtenverordening 2022 - Verordening toeristenbelasting 2022 - Verordening BI-Zone Stadshart Maassluis 2022 Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Maassluis van d.d. 14 december 2021. De griffier,

De voorzitter,

11

Zaak: 228035 Raadvoorstel tot vaststellen tarieven belastingen en heffingen 2022

mr. R. van der Hoek

dr. T.J. Haan

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10863934/1