Raadsvoorstel tot gewijzigd vaststellen Wijziging Omgevingsplan Maassluis - St
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Zaaknummer : 1022821 Behandeldatum college : 20-01-2026 Raadsvoorstel tot gewijzigd vaststellen Wijziging Omgevingsplan Maassluis - Station West Inleiding Op 3 december 2024 heeft de raad de gebiedsvisie Station West goedgekeurd. De raad heeft hierin het college opdracht gegeven het omgevingsplan voor te bereiden voor Maassluis Station West en deze aan de raad aan te bieden. De gemeente wenst conform de gebiedsvisie Station West woningbouw en (maatschappelijk) vastgoed, waaronder een sportzaal en bewaakte fietsenstalling op deze locatie te realiseren. De grondexploitatie is reeds geopend en een samenwerkingsovereenkomst met woningbouwcoöperatie Waterweg Wonen is gesloten. De woningcorporatie zal het aandeel sociale- en middenhuurwoningen realiseren en de gronden in erfpacht afnemen. De ontwikkelaar/aannemer zal voor zijn risico de koopwoningen, het openbaar gebied en de sportzaal met fietsenstalling realiseren. Met het aanbieden van het voorstel worden de planologische kaders juridisch geborgd op basis van de uitgangspunten uit de gebiedsvisie Station West. Om het plan te kunnen planologisch mogelijk te maken is een Wijziging Omgevingsplan Maassluis – Station West. Het college stelt de raad voor de wijziging van het Omgevingsplan Maassluis – Station West vast te stellen. Eerder besluiten en coalitieakkoord - Omgevingsvisie 2025 – 2040. Raadsbesluit d.d.
17 december 2024 (Zaak 744090 - Duurzaam beschikbaar houden van betaalbare koopwoningen. Raadsbesluit d.d. 29 september 2020 (Zaak 232457). - Beleidsregels duurzaam betaalbare koopwoningen en vaststellen verordening starterslening 2021. Raadsbesluit d.d. 14 december 2021 (zaak 232457) - Raadsbesluit in te stemmen met het ingevulde format bod Maassluis herijking regioakkoord woningbouw 2022.Raadsbesluit d.d. 27 september 2022. - Nota parkeernormen Maassluis 2022. Raadsbesluit d.d. 18 oktober 2022 (Zaak 252428). - Actualisatie Wegenstructuurvisie Maassluis. Raadsbesluit d.d. 27 september 2022 (Zaak 260407). - Realisatieagenda regio Rotterdam (woningbouw). Collegebesluit d.d. 21 februari 2023. - Programmaboek integrale duurzame stadsontwikkeling. Raadsbesluit d.d. 7 december 2023. (Zaak 590871) - Aanvraag WBI subsidie tranche 6 Station West en intentieovereenkomst Waterweg Wonen, collegebesluit d.d. 30 januari 2024 (Zaak 611596) - Vaststellen ruimtelijke kaders en vrijgeven voor participatie van de concept gebiedsvisie Station West. Raadsbesluit d.d. 5 maart 2024 (Zaak 593742) - Raadsvoorstel tot vaststellen van de gebiedsvisie en beeldkwaliteitsplan Maassluis Station West d.d. 3 december 2024 (Zaak 742110) - Woonvisie Maassluis 2025, Raadsbesluit d.d. 17 december 2024 -
Collegevoorstel tot voorontwerpomgevingsplan Station West, d.d. 15 juli 2025 (Zaak 954861) Collegevoorstel tot vaststellen ontwerpomgevingsplan Station West, ontwerp hogere waardenbesluit Station West en ontwerp m.e.r-beoordeling Station West (Zaak 1021753)
Coalitieakkoord Maassluis 2022 – 2026: 1 Zaaknummer:1022821
-
-
-
Er wordt ingezet op een goede balans in woonruimte voor alle inkomensgroepen- en doelgroepen (jongeren, ouderen, zorgbehoevenden e.d.). Het percentage sociale huurwoningen in de stad zakt niet onder de 33% en er wordt gestreefd naar een percentage van 35%. We koersen hierbij tevens op het realiseren van 15% woningen in de categorie midden huur en 15% in de categorie betaalbare koop. Tegelijkertijd is er oog voor taakstellingen en afspraken die met/vanuit regio, provincie en Rijk worden overeengekomen/gesteld. Voor de zone Haydnlaan, grasveld Chopinstraat en Uiverlaan worden plannen uitgewerkt met prioriteit voor het realiseren van kleinere woningen, seniorenwoningen, woningen voor starters, betaalbare koop en huur. Er wordt ingezet op nieuwe concepten voor passende huisvesting voor jongeren in de nabijheid van de metrostations van de Hoekse Lijn. Hierbij wordt onderzocht of voorrang kan worden gegeven aan de jongeren uit Maassluis.
Inhoud Deze wijziging van het omgevingsplan bestaat uit het omzetten van het tijdelijk deel van het omgevingsplan (dat is de term voor de bestaande bestemmingsplannen die per 1-1-2023 op basis van de Omgevingswet onderdeel zijn van het Omgevingsplan) naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Dit houdt in dat de bestaande regels uit de geldende bestemmingsplannen worden vervangen voor nieuwe regels. Deze regels zorgen ervoor dat de ontwikkeling Station West voor bouw en gebruik mogelijk wordt gemaakt. De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de realisatie van maximaal 400 woningen, openbaar groen en maatschappelijk vastgoed waaronder een sportzaal met ondergeschikte horeca, kleinschalige voorzieningen en een bewaakte fietsenstalling. Het aantal woningen is verdeeld over meerdere deelgebieden (werkingsgebieden). Argumenten 1.1 Indieners van de zienswijze voldoen aan de daarvoor gestelde wettelijke vereisten. Bij één van de ingediende zienswijzen is aangegeven dat deze pro forma is ingediend. Een pro forma zienswijze bevat een naam en adres, de datum, het kenmerk van het besluit waarop een zienswijze zal worden ingediend en een verzoek voor een datum waarop de zienswijze kan worden ingediend. Het kenmerk van een pro forma zienswijze is dat deze geen inhoud bevat.
De pro forma ingediende zienswijze voldoet niet aan deze kenmerken omdat het een 93 pagina’s tellende inhoudelijke beschouwing met 43 bezwaarpunten is. Indieners van de pro forma zienswijze hebben aangegeven dat de pro forma ziet op het nog kunnen aanvullen van de zienswijze na inwilliging van de diverse verzoeken als genoemd in de zienswijze, zoals nieuwe onderzoeken, aanvulling van bestaande onderzoeken, openbaarmaking van geheime stukken die vallen onder andere raadsbesluiten, etc, etc. Hierdoor is geen sprake van een pro forma zienswijze die later kan worden ingediend en is de naar voren gebrachte zienswijze meegenomen in de belangenafweging van dit raadsbesluit. 2.1 De basis voor de wijziging is de vastgestelde gebiedsvisie en beeldkwaliteitsplan De voorbereiding van het omgevingsplan is begonnen met het opstellen van de gebiedsvisie en het beeldkwaliteitsplan voor het gebied. Het visiedocument ‘Gebiedsvisie Station West’ is tezamen met het Beeldkwaliteitsplan vastgesteld op 3 december 2024 en beschrijft de doelen en relevante beleidskaders voor de ontwikkeling van het gebied en daarmee voor dit ontwerp Omgevingsplan Station West. Deze kaders zijn vertaald naar het voorliggende omgevingsplan.
2.2 De ingediende zienswijzen hebben (deels) aanleiding gegeven tot aanpassing van de Ontwerpwijziging omgevingsplan Maassluis – Station West Tegen het ontwerpbestemmingsplan en zijn drie zienswijzen ingediend. Deze geven deels aanleiding tot aanpassing van de wijziging omgevingsplan Maassluis – Station West. Voor de inhoud van de 2 Zaaknummer:1022821
zienswijzen en de gemeentelijke reactie wordt verwezen naar de Nota zienswijzen Wijziging Omgevingsplan Maassluis – Station West. Daarnaast is een ambtelijke wijziging doorgevoerd in de regels. Ook hiervoor wordt verwezen naar de Nota zienswijzen Wijziging Omgevingsplan – Station West. 2.3 Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies (ETFAL) in het gebied (artikel 4.2, lid 2, Omgevingswet). De wijziging van het omgevingsplan maakt de ontwikkeling van Stationsgebied Maassluis West mogelijk. Deze ontwikkeling komt voort uit de ambities van de gemeente en levert een bijdrage aan maatschappelijke noodzaak voor (betaalbare) woningen voor starters, senioren en zorgbehoevenden. Ook levert het een bijdrage aan de behoefte aan maatschappelijke voorzieningen zoals een sportzaal voor bewegingsonderwijs en binnensport en een bewaakte fietsenstalling belangen. Uit de motivering Omgevingsplan Station West blijkt dat de wijziging van het omgevingsplan in overeenstemming met de visie van het Rijk, provincie en gemeente en dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 2.4 Het maken van een milieueffectrapport bij de voorbereiding van het besluit tot wijziging van het omgevingsplan is niet benodigd.
Onder de omgevingswet, evenals onder de oude wetgeving, geldt er voor bepaalde situaties een planm.e.r.-(beoordelings)plicht of een project-m.e.r.-(beoordelings)plicht. Onder de Omgevingswet geldt een plan-m.e.r.-plicht voor plannen of programma’s die kaderstellend zijn voor een m.e.r.(beoordelings)plichtige activiteit of wanneer een plan of programma wordt voorbereid waarvoor een zogenaamde passende beoordeling is vereist. Bij voorliggende omgevingsplanwijziging wordt een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie J11 van Bijlage V bij het Omgevingsbesluit mogelijk gemaakt. In dit geval kan het omgevingsplan niet worden aangemerkt als een plan of programma dat kaderstellend is voor een m.e.r.-beoordelingsplichtig project als bedoeld in artikel 16.43, eerste lid, van de Omgevingswet. De voorliggende omgevingsplanwijziging maakt weliswaar de realisatie van het stedelijk ontwikkelingsproject niet zonder meer bij recht mogelijk, aangezien er verschillende omgevingsvergunningplichten zijn opgenomen in de regels van het plan, maar die vergunningplichten relateren in het bijzonder aan de bouw van de woningen. Die vergunningplicht relateert slechts zeer beperkt aan de milieugevolgen die in het kader van een m.e.r.-beoordeling dienen te worden onderzocht.
Van een groot pakket aan criteria en modaliteiten voor de goedkeuring en de uitvoering van één of meerdere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben, is daarom geen sprake. Daarom is er wel sprake van een project-m.e.r.-(beoordelings)plicht. In dit geval is sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in Kolom 1, categorie J11 van Bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarnaast is het (besluit tot wijziging van het) omgevingsplan een besluit genoemd in Kolom 4 van Bijlage V bij het Omgevingsbesluit waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt op grond van Kolom 3 van Bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In dit geval is daarom een project-m.e.r.beoordeling uitgevoerd. Uit deze mer-beoordeling die is opgenomen in een zogenaamde aanmeldnotitie als bijlage 22 bij de onderbouwing van het omgevingsplan kan worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot aanzienlijke milieueffecten. De effecten op het milieu zullen hooguit in beperkte mate optreden, en kunnen door het stellen van regels en treffen van maatregelen worden voorkomen of beperkt. Om deze reden is het maken van een milieueffectrapport bij de voorbereiding van het besluit tot wijziging van het omgevingsplan niet benodigd.
2.5 Participatie voorontwerp voldoet aan artikel 10.2 lis 2 Omgevingsbesluit Uit artikel 10.2 lid 1 van het Omgevingsbesluit blijkt dat de gemeenteraad in het vaststellingsbesluit van het omgevingsplan aangeeft hoe zij burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere 3 Zaaknummer:1022821
bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken heeft. En ook wat de gemeente met de resultaten heeft gedaan. Op 5 maart 2024 heeft de gemeenteraad de ‘Gebiedsvisie Maassluis West’ vrijgegeven voor participatie volgens het participatieplan. Hiervan is een verslag gemaakt. Het participatieplan en het participatieverslag maken onderdeel uit van het vast te stellen omgevingsplan, zodat wordt voldaan aan artikel 10.2 lid 2 van het Omgevingsbesluit. De opbrengst van de participatieis betrokken bij de besluitvorming van de raad over de vastgestelde gebiedsvisie op 3 december 2024. Bij dat besluit is een aanvullend participatieplan voor de tweede fase vastgesteld. Dat proces is in 2025 doorlopen en ook daarvan is verslag bijgevoegd. De opmerkingen vanuit de participatiewerkgroep zijn verwerkt in de voorliggende wijziging van het omgevingsplan. Zo is de maximale bouwhoogte tegenover de woningen aan de Logger verlaagd en de bouwhoogte langs het spoor wat verhoogd. Kanttekeningen 1. Er is kans op een beroepsprocedure bij de Raad van State De kans is aanwezig dat één van de indieners van een zienswijzen een beroepsprocedure zal starten bij de Raad van State. Financiën Met het plan is sprake van een kostenverhaal plichtige activiteit, namelijk de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie, een sportzaal, etc.
Tussen de initiatiefnemer en de gemeente wordt een anterieure overeenkomst gesloten. Met deze overeenkomst wordt er (anderszins) in het kostenverhaal voorzien. Daardoor is het opstellen van kostenverhaalsregels niet noodzakelijk. De initiatiefnemer zal geheel voor eigen rekening en risico overgaan tot de ontwikkeling en realisatie van het plan. Juridische consequenties Tegen het vaststellingsbesluit kan door belanghebbenden en niet-belanghebbenden direct beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Verder vormt de wijziging omgevingsplan Maassluis – Station West vanaf het moment van inwerkingtreding het juridische toetsingskader voor het verlenen van omgevingsvergunningen en de handhaving. Organisatorische consequenties Deze paragraaf is niet van toepassing. Duurzaamheid De voorgenomen ontwikkeling voldoet in ieder geval aan de wettelijke normen en vereisten op het gebied van duurzaamheid, en geeft waar mogelijk invulling aan de verschillende duurzaamheidskaders. Voor deze fase van het omgevingsplan is de ontwikkeling in lijn met de ambities van de gemeente als vastgelegd in de gebiedsvisie. In het omgevingsplan zijn regels opgenomen die maatregelen beschrijven om dit juridisch te borgen. Dit is onder andere de duurzaamheidsstrategie Maassluis. Deze strategie formuleert 3 richtingen: 1. Groene tuinen 2. Energietransitie doen we samen 3.
Toekomst bestendig bouwen Maassluis Rainproof Door de toename aan extreme regenval door klimaatverandering is het van belang dat regenwater beter wordt afgevoerd en langer wordt vastgehouden in de bodem. Maatregelen hiervoor zijn: • Aanbreng van afvoergoten • Aanleg van wadi’s en verlagen van groenstroken Communicatie en participatie Er heeft een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden op de Gebiedsvisie Maassluis West en het Beeldkwaliteitsplan Maassluis West in voorbereiding op het omgevingsplan. In 2025 heeft een tweede 4 Zaaknummer:1022821
participatietraject plaatsgevonden op basis van het raadsbesluit over de gebiedsvisie en tweede participatieplan. In de bijlage is het verslag daarvan opgenomen. Belanghebbenden zijn tijdig geïnformeerd over het proces en de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Op het moment dat er een overeenkomst is gesloten met een ontwikkelaar en deze ontwikkelaar een bouwplan gaat ontwikkelen zal in voorbereiding op de aanvraag voor een omgevingsvergunning, conform de wet en gemeentelijk beleid, een volgende fase van participatie moeten plaatsvinden oo initiatief van de ontwikkelaar. Het vaststellingsbesluit (incl. beroepstermijn) zal als te doen gebruikelijk bekend worden gemaakt in de Schakel, het Gemeenteblad en de Staatscourant. De stukken zullen gedurende de beroepstermijn ter inzage worden gelegd en elektronisch raadpleegbaar zijn. De indieners van zienswijzen ontvangen een afschrift van de gemeentelijke beantwoording van hun zienswijzen, waarbij zij tevens worden geïnformeerd over de rechtsmiddelen. Vervolgstappen Voor het wijzigen van een omgevingsplan geldt de openbare voorbereidingsprocedure. De wettelijke beroepstermijn bedraagt zes weken. Het omgevingsplan treedt in beginsel in werking met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit tot vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan is bekendgemaakt (art. 16.78 Ow).
Belanghebbenden maar ook niet-belanghebbenden kunnen een beroepschrift indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Wanneer er wel beroep is ingesteld maar geen sprake is van een verzoek om voorlopige voorziening, dan is het pas onherroepelijk als de Raad van State uitspraak heeft gedaan inzake het beroep. Is wel een voorlopige voorziening gevraagd dan moet de voorzieningenrechter op maat besluiten welk deel van het besluit de eventuele schorsing betreft (Kamerstukken II 2013/14, 33 962, nr. 3, p. 234). Het verzoek om voorlopige voorziening heeft niet langer meer automatisch een schorsende werking. De gemeente is eind 2025 gestart met de aanbesteding om een partij te selecteren. Deze zal een plan uitwerken binnen de planologische kaders van het omgevingsplan. De Gebiedsvisie en het Beeldkwaliteitsplan vormen hierbij de ruimtelijke kaders. De aanbesteding bestaat uit drie fasen en mondt uit in privaatrechtelijke contractvorming met de geselecteerde ontwikkelaar. De te selecteren ontwikkelaar zal het winnende plan presenteren aan belangstellenden en voor de aanvraag van een omgevingsvergunning een participatieproces doorlopen. Dit op basis van het gemeentelijke participatiebeleid.
5 Zaaknummer:1022821