CConstaterende datMaassluis
Koppel je AI →
Document · PDF

Legesverordening Maassluis 2022

gemeenteraad 14 december 2021, gemeente MaassluisBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststellen tarieven belastingen en heffingen 20221.386 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De Raad van de gemeente Maassluis;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 30 november 2021 tot het vaststellen van de tarieven belastingen en heffingen 2022, zaaknummer 228035; gelet op op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van leges Maassluis 2022. (Legesverordening Maassluis 2022)

Artikel 1. Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: - dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

- week: een aaneengesloten periode van zeven dagen; - maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; - jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; - kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december. Artikel 2. Belastbaar feit Onder de naam "leges" worden rechten geheven voor: a. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten; b. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse

identiteitskaart of een reisdocument; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3. Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht. Artikel 4. Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. het raadplegen van de bij de gemeente berustende openbare registers door ambtenaren in de uitoefening van hun functie; b. het in behandeling nemen van aanvragen van verklaringen omtrent inkomen en vermogen. c. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een vergunning ten behoeve van kerkelijke, liefdadige of daarmede gelijk te stellen instellingen alsmede voor het maken van propaganda door politieke partijen met uitzondering van de in Titel 2, onderdeel 2.3.6.1 tot en met 2.3.6.4 van de tarieventabel genoemde (omgevings-) vergunningen. Voor het begrip ‘liefdadige of daarmede gelijk te stellen instellingen’ wordt uitgegaan van de door het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) gehanteerde lijst van instellingen; d.

het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover het een activiteit betreft bedoeld in artikel 2.2a van het Besluit omgevingsrecht (omgevingsvergunning beperkte milieutoets); e. het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning indien deze betrekking heeft op het plaatsen van zonnepanelen. f. diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend; g. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:10 van de Algemeen plaatselijke verordening, voor zover deze vergunning betrekking heeft op het plaatsen van een laadpaal ten behoeve van het opladen van elektrische voertuigen; h. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 5:6 lid 3 sub b van de Algemeen Plaatselijke Verordening, die betrekking heeft op het op een door het college aangewezen plaats parkeren van een voertuig dat voor de recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt. Artikel 5. Maatstaven van heffing en tarieven 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, 2

vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet. 3. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6. Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt Artikel 7. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. c.

langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; d. langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8. Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9. Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling. Er vindt geen ambtshalve vermindering of teruggave plaats van onherroepelijk vaststaande aanslagen. Artikel 10. Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een wijziging van het BTW-tarief betreffen, waardoor tarieven moeten worden aangepast. c. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie 3

maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft: 1. hoofdstuk 2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart); 2. hoofdstuk 3 (rijbewijzen); 3. onderdelen 1.4.5 en 1.4.6 (verstrekkingen uit de basisregistratie personen met behulp van alternatieve media of schriftelijk); 4. onderdeel 1.7.1 (verklaring omtrent het gedrag); 5. hoofdstuk 11 (kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel 11. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges. Artikel 12. Overgangsrecht 1. De ‘Verordening op de heffing en de invordering van leges 2021’ van 15 december 2020, laatst gewijzigd op 14 september 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.

Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 13, tweede lid opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt. Artikel 13. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2022. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. Artikel 14. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als 'Legesverordening Maassluis 2022’

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Maassluis, gehouden op 14 december 2021,

de griffier,

de voorzitter,

4

mr. R. van der Hoek

dr. T.J. Haan

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10831802/2