Kadernota 2025-2028
Tekst van het document
Inhoudsopgave Voorwoord ...................................................................................................................................................... 5 1. Relevante ontwikkelingen ........................................................................................................................... 7 1.1 Macro economische vooruitzichten ............................................................................................ 7 1.2 Voorjaarsnota 2024 Rijk .............................................................................................................. 7 2. Financieel perspectief ................................................................................................................................. 9 2.1 Onontkoombare ruimtevragers en ruimtescheppers................................................................ 10 2.2 Overige maatschappelijke opgaven........................................................................................... 17 3. Investeringsprogramma ............................................................................................................................ 19 4. Strategische oriëntatie Maassluis in Balans .............................................................................................. 21 5.
Weerstandsvermogen ............................................................................................................................... 23 Bijlagen .......................................................................................................................................................... 25 1. Grondslagen en uitgangspunten 2025.......................................................................................... 25 2. Afwijkingen lopend jaar ................................................................................................................ 28 3. Investeringsplan 2024-2029 ......................................................................................................... 29
Kadernota 2025-2028
3
Voorwoord Voor u ligt de Kadernota 2025-2028. In deze nota kijken wij vooruit naar de toekomst van onze stad en onze inwoners, ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisaties. Aan de basis van de kadernota ligt het coalitieakkoord "Samen betrokken het verschil maken". Met u is afgesproken dat de uitvoering van het coalitieakkoord na twee jaar wordt geëvalueerd want het speelveld van een gemeente is zeer dynamisch. Deze tussentijdse evaluatie kan tot bijstelling van doelen, organisatie en middelen in de begroting leiden. U wordt voor de zomer over de uitkomsten van de evaluatie geïnformeerd. Het financieel meerjarenperspectief is, zoals bij veel gemeente in Nederland, op dit moment somber. Voor 2025 zijn er nog voldoende middelen, daarna slaat het financiële perspectief om. Vanaf 2026 krijgen wij substantieel minder middelen vanuit het Rijk. Recent is dan wel besloten dat er structureel een miljard extra naar gemeenten toekomt, maar daarmee krijgen de gemeenten (en dus ook Maassluis) nog steeds minder dan we nodig hebben voor de uitvoering van onze taken. Daarnaast is er nog geen kabinet gevormd waardoor de onzekerheid over afdoende financiering van gemeenten voortduurt. Onzekerheid neemt ook toe door de snel veranderende wereld om ons heen.
De impact van oorlogen, energietransitie, klimaatverandering en arbeidsmarktkrapte zijn realiteiten waarmee we rekening moeten houden. Tegelijkertijd ontkomen wij er niet aan om voor te stellen budgetten te verhogen om stijgende kosten op te vangen. Zo is de kostprijs van arbeid en materialen substantieel toegenomen. Loonkosten lopen op als gevolg van de nieuwe afgesloten Cao’s, waaronder die voor gemeenten. Daarnaast nemen onze lasten toe door onontkoombare investeringen in de stad. Het dwingt ons tot het maken van scherpe en goed afgewogen keuzes bij het voorleggen van voorstellen in deze nota aan uw raad. Ondanks dat de jaarschijf 2025 structureel sluitend is en het weerstandsratio meer dan afdoende, staan we vanaf 2026 voor een financiële uitdaging. We moeten creatief zijn, slim investeren en onze middelen efficiënt inzetten. Dit vraagt om een gezamenlijke inspanning van alle betrokkenen. In de begroting 2025 worden in grote lijnen de maatregelen gepresenteerd die met de strategische oriëntatie Maassluis in Balans zijn geïnventariseerd. Doel daarbij is een sluitende meerjarenbegroting vanaf 2028. Als gemeente willen we veerkracht tonen en proactief inspelen op deze ontwikkelingen. Basis daarvoor is het coalitieakkoord “Samen betrokken het verschil maken”. We zullen samenwerken met andere diensten en partners om onze stad sterker te maken.
Laten we samen bouwen aan een duurzame toekomst voor onze stad, waarin we trots kunnen zijn op wat we bereiken.
Kadernota 2025-2028
5
Kadernota 2025-2028
6
1. Relevante ontwikkelingen Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de economische vooruitzichten voor Nederland zoals het Centraal Planbureau (CPB) verwacht en in het Centraal Economisch Plan 2024 heeft opgenomen. Het schetst daarmee de mogelijke context van de gemeente Maassluis en niet de economische vooruitzichten van de gemeente. Verder wordt ingegaan op de Voorjaarsnota 2024 van het demissionaire kabinet.
1.1 Macro economische vooruitzichten Kernpunten economische ontwikkeling 2024 en 2025 • Economische groei: na een turbulente periode normaliseert de economische groei met een verwachte toename van 1,1% in 2024 en 1,6% in 2025. • Koopkracht herstel: de koopkracht herstelt in 2024 sterk door stijgende lonen en dalende inflatie, met een verwachte toename van 2,7%. In 2025 is er geen verdere groei. • Armoede: gericht beleid heeft de armoede doen dalen naar 4,7% in 2024, maar zonder aanvullend beleid loopt dit na 2025 weer licht op. • Overheidsfinanciën: er is een koerswijziging nodig voor de overheidsfinanciën, omdat het verwachte tekort vanaf 2028 de 3%-norm overschrijdt (dit geldt niet voor Maassluis). In 2024 neemt de inflatie af terwijl de lonen nog steeds aan het inlopen zijn, waardoor de koopkracht herstelt. Door overheidsmaatregelen gericht op koopkracht zullen huishoudens meer te besteden geven, wat de consumptie en economische groei zal stimuleren. Bovendien dragen overheidsuitgaven aan zorg, defensie en asiel bij aan de economische impuls. Bij ongewijzigd beleid loopt het overheidstekort flink op waardoor de Europese norm van 3% ruim wordt overschreden. In de voorjaarsnota van het Rijk blijft het EMU-saldo vooralsnog op of onder de 3% staan, met uitzondering van 2026. Indexeringen Een aantal uitgangspunten is ontleend aan de prognoses van het Centraal Planbureau (CPB).
In bijlage 1 zijn de uitgangspunten voor Maassluis in 2025 opgenomen.
1.2 Voorjaarsnota 2024 Rijk De vervroegde Voorjaarsnota is 15 april jl. gepubliceerd en geeft een vooruitblik op de rijksbegroting voor de komende jaren. Op het moment van schrijven is de meicirculaire 2024 nog niet bekend. Hieronder volgende de voorlopige uitkomsten voor onze gemeente. BBP-systematiek voor accres gemeentefonds al vanaf 2024 Niet pas per 2027 maar al vanaf 2024 wordt de bbp-systematiek gevolgd voor het accres van het gemeentefonds. Dat betekent dat het volume-accres vanaf 2024 wordt bepaald op basis van de gemiddelde reële bbp-groei van 9 tot 2 jaar geleden, en dat het lpo-accres (loon- en prijsontwikkeling) berekend wordt met de prijsstijging bbp.
Kadernota 2025-2028
7
Voor 2024 wordt dit volledig gecompenseerd en voor 2025 voor ongeveer 50%, zodat een tekort van € 675 miljoen resteert. Voor de jaren 2026 tot en met 2029 vindt compensatie plaats, zodat uiteindelijk voor de gemeenten een positief saldo resulteert van € 675 miljoen, gelijk aan het bedrag van het schrappen van de opschalingskorting. Oploop opschalingskorting afgeschaft Zoals verwacht wordt de oploop van de opschalingskorting van € 675 mln. afgeschaft. Sinds 2015 werden gemeenten geconfronteerd met een oplopende korting tot € 975 miljoen in 2026 wat geraamd is in ons meerjarenperspectief. De korting werd opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling (100.000+ gemeenten) kosten zouden besparen. Deze opschaling is echter nooit doorgevoerd. Sinds 2019 is een stand van de opschalingskorting bereikt van € 300 miljoen (Maassluis: € 550.000). De gemeenten moeten eenmalig die korting wel betalen in 2025. Dat is opvallend omdat de gemeenten voor 2025 zekerheid dachten te hebben over de volumegroei. Voor Maassluis bedraagt € 675 miljoen landelijk, grofweg een voordeel van € 1,2 miljoen. Er blijft voor Maassluis dus wel een korting van € 550.000 overeind. Gedeeltelijke compensatie Wmo-groei De gemeenten krijgen vanaf 2026 gedeeltelijke compensatie voor de extra kosten van de Wmo-groei. Die kosten stijgen immers sneller dan het bbp.
Er wordt nog nader overleg gevoerd over de vormgeving hiervan; zo wordt overwogen een deel van het Wmo-budget in een decentralisatie-uitkering uit te keren. In juni moet daar meer duidelijkheid over komen. Dit wordt in de meicirculaire nog niet verwerkt. Effect Maassluis: € 130.000 in 2026 tot € 525.000 in 2029 positief. Overige onderwerpen De afrekening van het BTW-Compensatiefonds 2023 is landelijk € 214 miljoen hoger. Op basis van de ruimte van het jaar 2023 neemt Maassluis structureel 50% hiervan mee in de begroting (voordeel € 2 ton). De geraamde extra besparing van het Rijk van € 500 miljoen voor 2025 in het kader van de hervormingsagenda Jeugd komt te vervallen. Uitgangspunt is, dat het vervallen van de extra korting geen budgettair effect heeft voor gemeenten. Vanaf 2026 is er nog wel een bezuiniging van € 511 miljoen gepland, maar het is aan een nieuw kabinet om dit door te zetten of niet. Totaaleffect In onderstaande tabel worden de voorlopige effecten van alle maatregelen voor Maassluis weergegeven. (bedragen x € 1.000)
Effecten Voorjaarsnota voor Maassluis Schrappen oploop opschalingskorting
2025 1.240 N
Compensatie Wmo-groei
2026
2027
2028
2029
-1.265 V
-1.240 V
-1.235 V
-1.240 V
-130 V
-260 V
-390 V
-530 V
Afrekening Btw-compensatiefonds
-200 V
-200 V
-200 V
-200 V
-200 V
Voorlopig effect Maassluis
1.040 N
-1.595 V
-1.700 V
-1.825 V
-1.970 V
Van het 'ravijn' 2026 van landelijk € 3 miljard blijft in onze optiek zeker € 2 miljard bestaan.
Kadernota 2025-2028
8
2. Financieel perspectief De voorliggende kadernota is het resultaat van het voornemen om tot een sluitende begroting 2025 te komen, rekening houdend met de effecten op de langere termijn. Net als vorig jaar is dit een moeilijke opgave door het (grote) nadelige financiële meerjarenperspectief vanaf 2026 en verder, waarbij wij preventief toezicht door de toezichthouder willen voorkomen. Het nadelige financiële meerjarenperspectief is het gevolg van Rijksingrepen. Sinds kort zijn daar de berichten over Rijksbezuinigingen bijgekomen. Wij verwachten daardoor dat extra middelen voor de gemeente beperkt zijn. De berichten uit de Voorjaarsnota van het Rijk geven enige verlichting in het perspectief, maar bieden nog niet de oplossing. Definitieve zekerheid krijgen we vermoedelijk nog niet met de meicirculaire 2024. Het nieuwe kabinet is immers nog niet gevormd. We streven ernaar u, voor de behandeling van deze nota, over de meicirculaire te informeren. De provincie realiseert zich de uitdagingen waar de gemeente(n) voor staan maar heeft ons onlangs specifiek eraan herinnert dat zij voor de komende begroting het vigerende gemeenschappelijk financieel toezichtkader hanteert.
Die stelt dat “preventief toezicht is aan de orde als de begroting niet structureel en reëel in evenwicht is én het naar het oordeel van GS niet aannemelijk is dat dit evenwicht uiterlijk tot stand kan worden gebracht in het laatste jaar van de meerjarenraming”. Met de uitkomsten van spoor 2, Maassluis in balans, heeft de gemeente Maassluis handvatten om de begroting meerjarig structureel in evenwicht te brengen. Deze kadernota is dan ook weer beperkt tot de onontkoombare en een aantal noodzakelijke ruimtevragers. Niet alle ruimtevragers zijn bekend, waaronder die van jeugdhulp. De overige maatschappelijke opgaven maken onderdeel uit van het eerder genoemde spoor 2. Dit betekent dat deze nu niet financieel zijn meegenomen in de Kadernota 2025. Dit resulteert in de volgende begroting 2025 en meerjarenperspectief: (bedragen x € 1.000)
Saldo na Oktoberbrief 2023, inclusief raadsbesluiten Ruimtevragers onontkoombaar Ruimtevragers noodzakelijk Ruimtescheppers Saldo Kadernota 2025
2025 138 N 4.563 N
2026 2.346 N 2.945 N
2027 2.564 N 3.643 N
2028 1.434 N 3.643 N
292 N
192 N
192 N
192 N
-5.814 V -821 V
-1.088 V 4.395 N
-1.156 V 5.243 N
-1.036 V 4.233 N
Met de begroting 2024 zijn de overschotten van de begrotingssaldi 2024 en 2025 gestort in de algemene reserve. Nu het saldo in 2025 negatief wordt beïnvloed door de mutaties in de kadernota, wordt voorgesteld deze storting ongedaan te maken. Hierdoor is opnieuw sprake van een sluitend begrotingssaldo. In de volgende paragrafen worden de ruimtevragers en -scheppers toegelicht.
Kadernota 2025-2028
9
2.1 Onontkoombare ruimtevragers en ruimtescheppers Het kadernota proces heeft meer ruimtevragers opgeleverd dan de beschikbare structurele financiële en organisatorische ruimte. In lijn met de kadernota 2024 zijn de ruimtevragers gecategoriseerd naar: • onontkoombaar (geen uitstel mogelijk), • noodzakelijk (uitstel mogelijk); en • wenselijk (afstel mogelijk). De categorie onontkoombaar omvat grotendeels ruimtevragers als gevolg van inflatie, bestuurlijke en private overeenkomsten. Deze paragraaf beschrijft de gehonoreerde onontkoombare - veelal structurele ruimtevragers, de gehonoreerde noodzakelijke ruimtevragers en de beschikbare ruimtescheppers. Van de opgenomen extra investeringsbedragen wordt benadrukt dat deze onder voorbehoud zijn van definitieve besluitvorming in de raad. De al genomen raadsbesluiten betreffen: Beter afval scheiden en Ambtelijke bijstand voor de raad en fractieondersteuning. In onderstaande tabel zijn negatieve bedragen nog steeds voordelen. (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
-
2.512
3.711
3.760
Oktoberbrief
-396
-193
-1.174
-2.353
Reeds genomen raadsbesluiten
535
27
27
27
Begroting voor kadernota
138
2.346
2.564
1.434
Areaalontwikkeling buitenruimte 2024
-
-
-
-
Kademuur Haven M2
-
-
317
317
Vervanging Koepaardbrug
-
-
455
455
IKC Balkon
-
11
11
11
IKC Montessori
-
61
61
61
IKC Vindingrijk
-
-
92
92
Renovatie Regenboog
-
-
34
34
Semipermanente huisvesting onderwijs
170
170
170
170
Correctie begrotingspost Onderwijs
150
150
150
150
Rogplus (Jeugdhulp-) Vervoer
480
480
480
480
Stroomopwaarts
671
671
671
671
Doortrekken structurele subsidieverhoging 2024
500
500
500
500
Jeugdhulp Mevis
pm
pm
pm
pm
GRJR
pm
pm
pm
pm
Onderhoud stadhuis
250
-
-
-
Diverse kosten Stadsbedrijf
35
35
35
35
Softwarelicenties en onderhoud ICT
400
400
400
400
Dividend Evides
67
67
67
67
1.240
-
-
-
600
400
200
200
4.563
2.945
3.643
3.643
Primaire begroting
Onontkoombare ruimtevragers
Voorjaarsnota Opschalingskorting Tekort compensatie meicirculaire lonen en prijzen Subtotaal
Kadernota 2025-2028
10
(bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Onkruidbestrijding verharding
50
50
50
50
Wielerbaan
7
7
7
7
Bruisend huis
35
35
35
35
Ouderenwelzijn
100
100
100
100
Gebiedsdekkend omgevingsplan
100
-
-
-
Cofinanciering WBI Station West
-
-
-
-
292
192
192
192
Langere afschrijvingsduur kadermuren
-30
-30
-30
-30
Stelpost dekking indexatie investeringen
-100
-100
-100
-100
Groei van stad
-200
-63
-26
219
Vrijval kapitaallasten 2024
-500
-
-
-
-3.584
-
-
-
-200
-200
-200
-200
Noodzakelijke ruimtevragers
Subtotaal Ruimtescheppers
Terugdraaien storting resultaat 2025 in Algemene reserve Vrijval stelpost groei van de stad Voorjaarsnota Rijk
-200
-1.595
-1.700
-1.825
Eenmalige dekking 2025 Algemene reserve
-1.000
900
900
900
Subtotaal
-5.814
-1.088
-1.156
-1.036
-821
4.395
5.243
4.233
Begrotingsaldo na kadernota
Toelichting onontkoombare ruimtevragers Areaalontwikkeling buitenruimte 2024 Areaalontwikkeling buitenruimte 2023-2024 (peildatum 31-3-2024). Het is bestaand beleid om bij de kadernota de extra kosten van onderhoud en beheer als gevolg van de groei van de stad te inventariseren. Deze mutatie kan volledig gedekt worden door de stelpost die hiervoor beschikbaar is in de begroting. Kademuur Haven M2 Kademuur Haven M2 verkeert in slechte staat en dient zo spoedig mogelijk hersteld te worden. Eerder is door de raad al € 1 miljoen beschikbaar gesteld voor tijdelijke maatregelen. Er wordt nog onderzocht welke oplossing hier definitief moet worden toegepast. Uitgaande van de oplossing van kademuur Haven M1 kan op basis van nacalculatie de investeringskosten van M2 ca. € 10 miljoen bedragen. Hiervoor is nog geen budget geraamd dus de kapitaallasten van € 10 miljoen moet nog volledig worden opgenomen in de kadernota. Voor de planning van het project wordt als volgt aangehouden: 2024 en 2025 voorbereiding. Uitvoering zal op zijn vroegst eind 2025-2026 kunnen plaatsvinden. De kapitaallasten van € 350.000 worden in de meerjarenbegroting opgenomen vanaf 2027. Vervanging Koepaardbrug Uit nader onderzoek is gebleken dat de beoogde renovatie van de Koepaardbrug geen optie is. De Koepaardbrug dient volledig vervangen te worden.
Welke uitgangspunten de nieuwe brug moet krijgen en welke type brug het meest geschikt is, wordt nog uitgezocht. Daarom is nog geen kostenraming op te stellen, omdat de benodigde investering sterk kan afwijken. Op dit moment houden we rekening met een
Kadernota 2025-2028
11
extra benodigd investeringsbedrag van € 13 miljoen, boven op het bestaande krediet van € 7 miljoen. De kapitaallasten van € 455.000 worden in de meerjarenbegroting opgenomen vanaf 2027. IKC Balkon, IKC Montessori, IKC Vindingrijk, renovatie Regenboog Voor de realisatie van nieuwe scholen zijn in het Meerjaren Onderwijs Huisvestingsplan (MOHP) bedragen geraamd voor de nieuwbouw. In de praktijk blijken deze prijzen sterk te stijgen. Dat houdt in dat als we de uitvoering volgens het MOHP willen uitvoeren er aanvullende middelen nodig zijn. Op basis van de indexering van de normbedragen voor scholenbouw vanuit de VNG moet rekening gehouden met een forse verhoging van de kosten. Semipermanente huisvesting onderwijs Voor de ontwikkeling van onderwijshuisvesting is in het MOHP 2021 de situatie geschetst. Deze situatie is gewijzigd door de komst van een nieuwe school voor Islamitisch onderwijs. Hierdoor is er geen leegstaand onderwijsgebouw meer dat als wissellocatie kan worden gebruikt. Als oplossing is er een tijdelijke voorziening nodig die gedurende langere tijd kan blijven staan zodat afwisselend verschillende scholen voor nieuwbouw- of renovatieactiviteiten daarvan gebruik kunnen maken. Correctie begrotingspost Onderwijs In de totale begroting van onderwijs is in het verleden abusievelijk een verkeerde begrotingswijziging doorgevoerd.
Dit kan niet worden opgelost binnen de begroting. Voorgesteld wordt dit te corrigeren. Rogplus (Jeugdhulp-) Vervoer Deze structurele ruimtevrager vloeit voort uit een begrotingswijziging van Rogplus. Dit betekent een passend aanbod bij de vraag naar het Wmo vervoer voor de Maassluizers. Deze extra lasten zijn noodzakelijk, omdat Rogplus hierdoor haar taken kan blijven uitvoeren. Stroomopwaarts De totale bijdrage in 2025 voor de gemeente Maassluis is begroot op € 28,234 miljoen. De toename van het budget valt toe te rekenen aan zowel de totale omvang van de begroting, de jaarlijkse indexatie en de verhoogde verdeelsleutel in 2025. In de kadernota 2025 wordt een bedrag van € 671.000 opgenomen ten behoeve van de dekking van de verhoging van de verdeelsleutel. De dekking ten behoeve van de indexering á € 728.000 van de kosten voor Stroomopwaarts wordt deels gecompenseerd vanuit het gemeentefonds. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen we naar het Raadsvoorstel tot vaststellen zienswijzen op de ontwerpbegroting 2025 voor de Gemeenschappelijke Regeling Stroomopwaarts MVS (behandeling: 28 mei 2024 in de raad). Doortrekken structurele subsidieverhoging 2024 Eind 2023 heeft de raad ingestemd met een eenmalige overschrijding van het subsidieplafond van € 830.000. Dit betreffen gestegen kosten als gevolg van CAO-ontwikkelingen en energielasten.
Op dit moment is de verwachting de structurele component hiervan € 5 ton bedraagt. Jeugdhulp Mevis Mevis heeft aangegeven dat haar uitgaven hoger uitvallen dan opgenomen in de jaarrekening 2023, de begroting 2024 en de ontwerpbegroting 2025. Rogplus werkt samen met Mevis aan het kwantificeren en specificeren van de verwachte uitgaven en het uitwerken van de mogelijkheden om het voorziene tekort te beheersen en/of financieel te verwerken. In de ontwerpbegroting 2025 van Rogplus is nog geen rekening gehouden met een mogelijke hogere bijdrage aan Mevis. Wel is rekening gehouden met de inverdieneffecten. Deze lopen elk jaar op tot 5% in 2028.
Kadernota 2025-2028
12
Het risico op de uitgaven jeugdhulp is verhoogd door bovenstaande ontwikkelingen. Dit risico wordt aangescherpt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting 2025. GRJR In 2023 was er op de uitgaven van de specialistische hulp van de Landelijke Transitie Arrangementen (LTA) een aanzienlijke overschrijding. Het begrote budget LTA is verhoogd naar € 1.857.000. Hierbij is rekening gehouden met de werkelijke uitgaven 2023 en de trendmatige ontwikkeling. Het is nog niet bekend of het gaat om structureel hoger zorgverbruik of een incidentele piek. Lokaal ligt er een opdracht om dit te onderzoeken. Voorgesteld wordt om de uitkomsten en de realisatie over 2024 af te wachten. Dat betekent dat er geen ruimtevrager wordt aangegeven voor de kadernota 2025. Het risicoprofiel zal op grond van deze ontwikkeling van het LTA worden aangescherpt. Onderhoud wagenpark afvalinzameling Door uitbreiding van de stad worden de inzamelwagens steeds intensiever gebruikt. Daarnaast zijn de kosten voor onderhoud de afgelopen jaren fors gestegen. Verder zijn bij de aanbesteding van nieuwe inzamelwagens vaste onderhoudscontracten afgesloten. Hierdoor wordt het geraamde onderhoudsbudget al een aantal jaren fors overschreden. Om kostendekkend te kunnen opereren, is het noodzakelijk om een bedrag van € 125.000 bij te ramen.
De kostendekkendheid van de afvalinzameling is door de raad vastgesteld op 100%, dus alle extra lasten zullen binnen de heffing opgevangen moeten worden. De afvalstoffenheffing zal hierdoor met ongeveer € 7 à € 8 toenemen. Onderhoud stadhuis In 2022 heeft de raad bij motie het college gevraagd om een integraal voorstel met alternatieven voor de toekomst van het stadhuis. Er zijn globaal drie opties in beeld voor het stadhuis: instandhouding, revitalisatie of nieuwbouw van het stadhuis. In 2024 is door een ingehuurde projectleider gestart met de verkenning. In 2024 wordt een opdrachtvoorstel naar college en raad gebracht. Bij vervanging of grootschalige renovatie van het stadhuis dient op middellange termijn rekening te worden gehouden met kapitaallasten van globaal € 1 miljoen. Totdat een besluit is genomen over de toekomst van het stadhuis, dient rekening te worden gehouden met instandhouding van het stadhuis (wettelijke verplichtingen en noodzakelijke aanpassingen). Het huidige beperkte onderhoudsbudget en de constatering dat de huidige staat van het gebouw meer onderhoudskosten en reparaties noodzakelijk maken, heeft tot gevolg dat rekening moet worden gehouden met een incidente last van € 250.000.
Diverse kosten Stadsbedrijf Al enkele jaren is het beschikbare opleidingsbudget en (arbo) bedrijfskleding van Stadsbedrijf niet afdoende om de verplichte jaarlijkse opleidingen en juiste voorgeschreven kleding van de medewerkers te kunnen dekken. Dit komt mede door het gestegen aantal personeelsleden. Er dient hiervoor een extra budget van € 60.000 toegevoegd te worden. De onderhoudskosten van het wagenpark groen zijn gestegen door prijsstijgingen en uitbreiding personeelsbestand (€ 26.000). Daarnaast is de schoonmaak opnieuw beschouwd en vervolgens inbesteed aan Stroomopwaarts, inclusief begeleiding. Een bedrag van € 50.000 dient toegevoegd te worden. Ongeveer 30% van dit bedrag wordt gedekt vanuit heffingen (afval/riolering). Van bovenstaande zaken kan een aantal zaken worden gerelateerd aan de groei van de stad. Voorgesteld wordt € 81.000 ten laste te brengen van de stelpost die hiervoor is ingesteld. Softwarelicenties en onderhoud ICT In 2024 zijn de kosten voor software licenties met € 350.000 toegenomen, waarbij naar verwachting het totaal van de exploitatiekosten voor 2024 op € 1.200.000 gaat uitkomen. Dit wordt veroorzaakt door
Kadernota 2025-2028
13
contractueel overeengekomen indexeringen. De constatering is dat doorgevoerde indexeringen ruim boven het CPI- percentage liggen. Voor 2025 wordt nog een keer een indexering van de licenties verwacht waarbij het totaal van de exploitatiekosten op € 1.250.000 wordt geraamd. Het betreft in alle gevallen licenties die noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering en dus niet kunnen worden vermeden. Dividend Evides Evides heeft een andere beleidslijn gekozen waarin vanaf 2025 lagere dividenden worden uitgekeerd aan de aandeelhouders. Vanaf 2025 wordt er € 9 miljoen minder dividend uitgekeerd (Maassluis € 67.000). Voorjaarsnota Opschalingskorting De oploop van de opschalingskorting is vanaf 2026 geschrapt door het Rijk. Voor 2025 wordt deze € 675 miljoen echter eenmalig gekort in het gemeentefonds. Tekort compensatie meicirculaire lonen en prijzen Op het moment van schrijven is de meicirculaire nog niet verschenen. Er is wel een redelijke raming te maken van de te verwachten compensatie voor lonen en prijzen. Met de uitgangspunten, die in bijlage 2 zijn opgenomen, en de bekende indexaties van de gemeenschappelijke regelingen verwachten we in 2025 een tekort van € 6 ton en € 2 ton structureel.
Toelichting noodzakelijke ruimtevragers Onkruidbestrijding verharding De uitvoering van onkruidbeheersing op verharding wordt al jarenlang uitbesteed aan aannemers. De methodieken om onkruid op verharding te bestrijden zijn onder andere borstelen, branden, stomen en heet water. Chemisch onkruid bestrijden is niet meer toegestaan. De kosten zijn daardoor al jaren stijgende. Om onkruidbestrijding op de verhardingen uit te kunnen voeren op het afgesproken en gewenste niveau is een budget nodig van ca. € 274.000. Op dit moment is er in de begroting een raming aanwezig van € 224.000, waardoor er structureel € 50.000 extra nodig is. Voorgesteld wordt dit bedrag structureel beschikbaar te stellen. Wielerbaan De Coöperatie beheer Groengebieden Midden Delfland heeft alle natuur-en recreatiegebieden in beheer en onderhoud. Door de oplopende kosten zijn de beheer- en onderhoudskosten gestegen. Het CBG wil deze kosten doorrekenen aan de Wielervereniging De Coureur. Deze kosten neemt de gemeente voor zijn rekening. Bruisend huis In 2023 is de inhoudelijke visie opgesteld voor het Bruisend Huis: een ambitie uit het coalitieakkoord om van theater Koningshof een bruisend cultureel centrum te maken, inclusief de bibliotheek. Een kostenindicatie leidt tot een totaal van € 700.000 voor de verbouwing.
Tot op heden is er door middel van een raadsbesluit alleen een krediet van € 175.000 beschikbaar gesteld. Voorgesteld wordt het benodigde extra bedrag van € 525.000 toe te kennen (kosten € 35.000 per jaar). Ouderenwelzijn In 2023 heeft de Rekenkamer onderzoek gedaan naar het Ouderenwelzijnsbeleid in Maassluis. In haar eindrapport constateert de Rekenkamer dat zowel bij de gemeente als bij Seniorenwelzijn beperkte personele capaciteit beschikbaar is voor verdere beleidsontwikkeling en uitvoering van het welzijnsbeleid voor ouderen.
Kadernota 2025-2028
14
Benodigd budget wordt deels ingezet voor ambtelijke personele capaciteit en deels voor verruiming van subsidiemogelijkheden aan Seniorenwelzijn. Gebiedsdekkend omgevingsplan Het opstellen van het gebiedsdekkend omgevingsplan is een traject dat in 2025 wordt ingezet en uiterlijk voor 1 januari 2032 moet zijn afgerond. Vooralsnog wordt voorgesteld eenmalig € 100.000 beschikbaar gesteld voor 2025. Cofinanciering WBI Station West De gemeente heeft een woningbouw Impuls (WBI) toegekend gekregen voor de gebiedsontwikkeling Station West. Uitgangspunt hierbij dat het Rijk een bijdrage van 50% van het totale tekort levert. De andere 50% dient door de gemeente te worden opgebracht. De komende tijd wordt de gebiedsvisie en de haalbaarheid van het plan nader uitgewerkt. De gemeente zal een grondexploitatie openen en een bestemmingsplan in procedure brengen. Het voorzienbare tekort op de grondexploitatie dient als dekking voor de gemeentelijke bijdrage. Dit tekort is een voorlopige aanname, het uiteindelijke bedrag is mede afhankelijk van de verdere planuitwerking. Toelichting ruimtescheppers Langere afschrijvingsduur kadermuren Gezien de ervaringen van behaalde levensduur van kademuren is in Maassluis een verhoging van de afschrijftermijn voor compleet nieuwe kademuren mogelijk.
Voor nieuwe kademuren adviseren wij vanwege de situatie en omstandigheden in Maassluis onderscheid te maken in ‘kademuren Haven’ en ‘kademuren Vlieten’. Vooralsnog denken we hierbij aan een afschrijvingsduur van 60 respectievelijk 70 jaar. Stelpost dekking indexatie investeringen In de begroting is een stelpost opgenomen voor de indexering van investeringen. Veel van de ruimtevragers worden veroorzaakt door prijsstijgingen. Deze stelpost biedt deels dekking voor deze investeringen. Groei van stad In 2023 is de woningvoorraad meer toegenomen dan geraamd. Dit betekent dat er ook meer inwoners zijn bijgekomen. Dit geeft eenmalig een voordeel in 2024 en 2025. De actualisatie van de prognose (inclusief sloop) resulteert in 2027 echter tot een lager aantal woningen. Hier wordt toegewerkt naar het uitgangspunt in het programmaboek Integrale duurzame stadsontwikkeling met een groei temp van 100 à 300 woningen per jaar. Vanuit de gedachte van integrale duurzame stadsontwikkeling past een gebalanceerde groei van bevolking, wonen, werken en voorzieningen, mede in relatie tot infrastructuur, groen en klimaatadaptatie. In 2028 geeft dit lagere opbrengsten in de algemene uitkering en de ozb. Vrijval kapitaallasten 2024 Met het vaststellen van de investeringskredieten voor jaarschijf 2024 schuift een groot deel van het investeringsvolume door naar 2025 en verder.
Voor 2025 geeft dit een incidenteel voordeel van € 5 ton. Terugdraaien storting resultaat 2025 in Algemene reserve Met de begroting 2024 is besloten om de positieve resultaten van 2024 en 2025 te storten in de algemene reserve, mede met het oog op het voornemen om een kapitaallastenreserve in te stellen. Gezien de vele ruimtevragers die ook al in 2025 zijn opgevoerd, wordt nu voorgesteld om deze storting terug te draaien.
Kadernota 2025-2028
15
Vrijval stelpost groei van de stad In de meerjarenbegroting wordt rekening gehouden met de groei van de stad. Dit levert extra opbrengsten op in het gemeentefonds en de OZB. Tegelijk begroten we ook de extra lasten voor beheer en onderhoud voor nieuwe wijken (areaaluitbreiding). Met de kadernota worden deze extra kosten geïnventariseerd en valt de hiervoor opgenomen stelpost (deels) vrij (budget neutraal). Voor 2024 resteert er nog een bedrag van 2 ton dat structureel kan vrijvallen en dat deels dekking biedt voor ruimtevragers die gerelateerd zijn aan de groei van de stad. Voorjaarsnota Rijk Voor een toelichting verwijzen we naar het hoofdstuk relevante ontwikkelingen. Eenmalige dekking 2025 Algemene reserve Dankzij een nieuwe maatregel kunnen gemeenten vanaf 2024 een deel van hun reserves en overschotten inzetten voor het dekken van structurele lasten. Deze maatregel komt voort uit het overleg tussen de fondsbeheerders, de VNG, IPO en de financieel toezichthouders. Voorgesteld wordt om naast de structureel inzet van deze maatregeling, in plaats van een kapitaallastenreserve, eenmalig € 1 miljoen van het vrij besteedbare deel van de algemene reserve in 2025 vrij te laten vallen. Omdat deze maatregel geen oplossing biedt voor de structurele tekorten, stellen wij voor deze alleen voor 2025 in te zetten om actuele knelpunten op te lossen.
Daarmee wordt de eerder opgenomen structurele ruimteschepper van 9 ton geschrapt vanaf 2026. Op deze manier ontstaat er een realistisch beeld van de financiële opdracht die we met spoor 2 moeten oplossen. Gewijzigd voorstel kapitaallasten reserve Dankzij een nieuwe maatregel kunnen gemeenten vanaf 2024 een deel van hun reserves en overschotten inzetten voor het dekken van structurele lasten. Gemeenten bepalen zelf of ze hiervan gebruikmaken. Ons voorstel is om deze mogelijkheid in te zetten en de kapitaallastenreserve niet meer in te zetten als maatregel voor het meerjarenperspectief. Voor een kapitaallastenreserve is een veel groter bedrag nodig (ongeveer € 20 mln.) om de al geraamde ruimteschepper van 9 ton vanaf 2026 te realiseren dan de nieuwe maatregel. Dit geeft ons de tijd om een structurele oplossing te vinden. De maatregel komt voort uit het overleg tussen de fondsbeheerders, de VNG, het IPO en de financieel toezichthouders. Gemeenten kunnen vanaf volgend jaar het surplus in de algemene reserve (de reserve waar geen bestemming aan is gegeven) aanwenden voor het dekken van structurele exploitatielasten. Van dit vrij besteedbare deel, het surplus, mogen gemeenten 10% inzetten voor structurele lasten. Voor Maassluis gaat het om jaarlijks potentieel bedrag van € 2 miljoen.
Voorgesteld wordt om alleen voor 2025 € 1 miljoen extra te laten vrijvallen van de algemene reserve ter dekking van de extra ruimtevragers. Voor 2026 en later wordt deze mogelijkheid uiteindelijk in een integraal voorstel opgenomen in de begroting 2025. De voorwaarde voor deze maatregel is dat de solvabiliteit van de gemeente groter of gelijk aan 20% is en blijft. Dit deel wordt dan tot ‘structurele baat’ bestempeld. Ook moet het weerstandsvermogen naar het oordeel van de toezichthouder (de provincie) voldoende zijn, gebaseerd op een adequate risicoinventarisatie. Deze inzet van de algemene reserve en eventuele andere onttrekkingen, zoals voor de Integrale duurzame stadsontwikkeling, mogen niet leiden tot een lager weerstandsratio dan 1,5. Dit zorgt voor de nodige marge boven de benodigde weerstandscapaciteit, die afgeleid is van de hoogte van het risicoprofiel.
Kadernota 2025-2028
16
2.2 Overige maatschappelijke opgaven De onderstaande ruimtevragers zijn in deze kadernota niet gehonoreerd, maar worden bij de begroting 2025 nader bekeken, mede in relatie tot spoor 2, Maassluis in Balans. Beleidsmedewerker cultuur (€ 1 ton incidenteel) In het coalitieakkoord zijn de ambities benoemd op het culturele gebied, zoals: • Bruisend Huis • Museum Maassluis (ook 1900-collectie) Om de huidige inhuur voort te kunnen zetten, is aanvullend € 1 ton nodig. Hiermee zouden we het Bruisend Huis in theater Koningshof, als cultureel hart van Maassluis en het raadsbesluit over toekomst 1900-collectie van museum Maassluis kunnen realiseren. Loods M Eind januari is door betrokken partijen in de stad de intentieovereenkomst Loods M ondertekend. Direct daarna zijn de bijeenkomsten gestart om samen met de ondertekenaars en experts de plannen voor Loods M uit te werken. Rond de zomer is het eerste go-no go besluit van de betrokken partijen gepland, waarin partijen concluderen of de uitgewerkte plannen voor Loods M dermate interessant en haalbaar lijken dat fondsenwerving zinvol is. Het definitieve “go/no-go-besluit” volgt als toezeggingen van sponsors en subsidieverstrekkers naar de mening van alle partijen voldoende garanties bieden en de gemeenteraad hiermee heeft ingestemd.
We koersen op besluitvorming over dit definitieve besluit in december 2024, maar is wel afhankelijk van het tempo waarin sponsors en fondsen toezeggingen kunnen doen over bijdrages aan Loods M. In de intentieovereenkomst hebben we afgesproken dat de gemeente dit jaar de kosten voor de directeur (voor 1 jaar) en voor de in te huren experts (die de partijen begeleiden bij het uitwerken van de plannen) voor haar rekening neemt. Voor 2025 is geen budget meer beschikbaar voor Loods M. Afhankelijk wanneer we het definitieve “go/no go besluit” kunnen voorleggen voor besluitvorming is mogelijk nog een (financiële) overbrugging nodig. Vergunningverlening huisvestingswet (€ 2 ton incidenteel, € 1 ton structureel) Met de wijziging van de Huisvestingswet per 1 januari 2024 wordt de invoering van een vergunningstelsel heroverwogen. Het gaat om de toewijzing van sociale en middeldure particuliere huurwoningen en betaalbare nieuwbouw koopwoningen, naast de bestaande toewijzing van sociale huurwoningen van corporaties. In het najaar van 2024 volgt een raadsvoorstel met die strekking. In dat licht dient rekening gehouden te worden met voldoende capaciteit voor de invoering en uitvoering van deze taak vanaf 2025. Vitaliteit (in relatie tot het generatiepact, € 60.000 structureel) De besteding van het IKB budget in het kader van vitaliteit is beperkt tot alleen bedrijfsfitness.
Een voorstel was dit te verruimen naar een breder gebied voor individuele vitaliteit tot maximaal € 200 per werknemer per jaar. Dit leidt tot een groter bereik maar ook tot hogere uitgaven. Indexeringen binnensportaccommodaties (€ 622.000 structureel) Voor de realisatie van nieuwe binnensportaccommodaties zijn in het verleden bedragen geraamd voor de nieuwbouw. In de praktijk blijken de kosten voor de nieuwbouw te stijgen. Op basis van het oorspronkelijke prijspeil worden de bedragen nu geïndexeerd op basis van de bouwkostenindex. Het gaat hierbij om modernisering Wethouder Smithal, Olympiahal, sportzaal Koningshoek, sportzaal Sportlaan en sportzaal Wilgenrijk. Voor de Olympiahal dient er ook geld vrijgemaakt te worden voor de herinrichting van het Excelsior terrein en de buitenruimte. Kadernota 2025-2028
17
Kunstgrasveld VDL (€ 30.000 structureel) Vanwege uitbreiding van het ledenaantal bij VDL is er onvoldoende capaciteit aan sportvelden bij voetbalvereniging VDL. Dit kan opgevangen worden door een natuurgrasveld om te zetten naar een kunstgrasveld. Huisvesting SOW (€ 800.000 structureel) Stroomopwaarts is gehuisvest op zeven verschillende locaties binnen de MVS-gemeenten: drie kantoorlocaties en vier werkleerbedrijf-locaties. De gebouwen zijn verouderd en voldoen niet meer aan de huidige uitgangspunten voor kantoor en een goede leer- en werkplek. In 2023 is door de MVSgemeenten besloten om samen te zoeken naar goede vervangende huisvesting voor het kantoorfuncties van SOW. Het uitgangspunt is dat alle drie gemeenten hun eigen werkleerbedrijf behouden. In Q2 van 2024 wordt het Programma van Eisen met ruimtebehoefte en investering voor het project opgesteld. Op termijn heeft de vervangende nieuwbouw van het werkleerbedrijf in Maassluis financiële implicaties (kapitaallasten). Op dit moment zijn deze nog niet duidelijk in te schatten. In een eerdere verkenning uit 2022 door de externe adviseur HEVO zijn kapitaallasten begroot in orde van € 700.000 tot € 800.000 per jaar. De maatschappelijke opgaven uit de kadernota van vorig jaar zijn opnieuw tegen het licht gehouden en waar relevant verwerkt in deze kadernota. Er blijven echter zaken over die niet financieel zijn verwerkt.
De risico's hiervan zijn geïnventariseerd en zullen wij scherp blijven volgen.
Kadernota 2025-2028
18
3. Investeringsprogramma De investeringen 2024 zijn geactualiseerd. Daarbij is in eerste instantie gekeken naar een reële raming van de fasering van de investeringen. Een van de consequenties van de strategische heroriëntatie in spoor 2 kan zijn het instellen van een plafond voor de investeringen. Dit levert in dat geval aanzienlijk lagere afschrijvingskosten en een besparing van financieringsrente op. De huidige stand van de investeringen is in bijlage 3 opgenomen. Dit is nog exclusief onderstaande extra investeringen. In deze kadernota zijn er nieuwe investeringen opgevoerd of aanvullingen op bestaande investeringen opgevoerd. Deze investeringen zijn als onontkoombaar aangewezen en zorgen voor extra kapitaallasten in de meerjarenbegroting. In de paragraaf 2.1 Onontkoombare ruimtevragers worden deze toegelicht.
Kadernota 2025-2028
19
4. Strategische oriëntatie Maassluis in Balans Inleiding Om de meerjarenbegroting structureel sluitend te krijgen is in de Kadernota 2024 aangegeven dat we een “strategische oriëntatie” uitvoeren. Dit spoor hebben we doorlopen met een adviesbureau en de start van dit traject is besproken tijdens de thema-avond van 5 september 2023. Op de thema-avond van 14 mei is het eindrapport van het adviesbureau samen met de beschrijving van de koers die het college voor zich ziet toegelicht. Samen thuis in Maassluis Op basis van dit rapport hebben we een koers opgesteld die wat ons betreft richting moet geven aan het maatregelenpakket dat we verder gaan uitwerken richting de begroting. Onze koers is gebaseerd op scenario 3, waarin enkele elementen van scenario 1 worden meegenomen. Dit leidt tot een koers onder de titel ‘Samen thuis in Maassluis’. We zien hierbij een stad voor ons, die het meest passend is bij de stad die we zijn, waar we al jaren aan werken en waar we aan vast willen houden. Een aantrekkelijke woonstad, met goede voorzieningen en een stad waar we echt naar elkaar omzien. Uitwerking van de maatregelen Deze koers zal richtinggevend zijn voor de te nemen maatregelen. Op basis van deze koers zal er in eerste aanleg gekeken worden naar de genoemde maatregelen uit scenario 3 met aangevuld enkele maatregelen uit scenario 1.
Deze maatregelen gaan we richting de begroting verder oppakken en uitwerken. Dit betekent niet dat er nu al definitieve keuzes gemaakt zijn over de maatregelen. We gaan nu eerst deze maatregelen o.a. toetsen op haalbaarheid, effecten scherper in beeld brengen (waar mogelijk en haalbaar doen we dit samen met betrokken partijen), in planning zetten en in samenhang met elkaar bezien. Waar de voorgestelde maatregelen haalbaar en voldoende uitgewerkt zijn, verwerken we deze in de begroting 2025-2028. Doel is een sluitende begroting van 2028 Daarbij moet nog nadrukkelijk opgemerkt worden dat we gelet op de ontwikkeling van het financiële meerjarenperspectief, we de maatregelen inzetten om de jaren vanaf 2028 structureel sluitend te krijgen. Dat betekent dus ook dat we niet per direct gedwongen zijn om de maatregelen te effectueren. Er kunnen uiteraard al wel eerder maatregelen ingezet worden.
Kadernota 2025-2028
21
5. Weerstandsvermogen Risico's In het onderstaande overzicht worden de tien risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben op de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Belangrijk is om te weten dat het risicoprofiel een momentopname is. Via de planning- en control documenten, waaronder jaarstukken, wordt gerapporteerd over de wijzigingen. Positie KN 2024
project/gebied
Risico
Invloed
1
Vastgoed
Huisvesting SOW: vorming centrale kantooromgeving in combinatie met WL-bedrijven
7,3%
2
Vastgoed
Het gemeentehuis vergt meer investeringen dan geraamd om aan de zwaardere wettelijke eisen te voldoen
6,6%
3
Jeugdhulp
De kosten van jeugdhulp stijgen
5,4%
4
Algemene middelen
Niet ingevulde maatschappelijke opgaven
3,6%
5
ICT
Onvoldoende kennis om ICT te waarborgen en beveiligen
3,4%
6
Civiele kunstwerken
Calamiteit civiele kunstwerken
3,2%
7
Inkoop en aanbesteding
Volgen van verkeerde procedure inkoop- en aanbesteding
3,0%
8
Bedrijfsvoering
Inzet externen
2,9%
9
Omgevingswet
Effecten inwerkingtreding omgevingswet en Wkb
2,5%
10
Bedrijfsvoering
Langdurige ziekte boven de prognose
2,3%
De hoogte van het risicoprofiel is, op basis van 90 % zekerheid, ongeveer aan begroting 2024. Het grootste deel van de mutaties is al meegenomen bij de begroting 2024. Hieronder volgen toelichtingen op de belangrijkste risico's. Twee risico's die sinds de begroting 2023 prominent in de top 10 staan, zijn vastgoed gerelateerd. Een aantal gemeentelijke gebouwen is onderzocht op bestendige bruikbaarheid. Er is een aantal noodzakelijke investeringen in het stadhuis en in de panden op de Industrieweg nodig om de gebouwen te revitaliseren en/of te vervangen om duurzaam te kunnen gebruiken. Het risico op het gebied van jeugdzorg is verhoogd ten opzichte van de begroting 2024. Aanpassing van het budget voor de uitvoering van de integrale jeugdhulpopdracht door Mevis maakt onderdeel van de aanbestedingsafspraken. Wanneer blijkt dat Mevis niet binnen het budget de zorg kan leveren, kunnen zij een beroep doen op het veiligheidsventiel. Het risico van het gemeentefonds verdwijnt uit de top 10. In ons meerjarenperspectief houden wij rekening met de € 3 miljard korting voor alle gemeenten. Met eventuele bezuinigingen van een nieuwe te vormen kabinet is dit risico overigens nog wel aanwezig. Het risico van de marktrente is uit de top 10. Met het huidige investeringsvolume zou er ook meer geld moeten worden aangetrokken tegen een hoge Kadernota 2025-2028
23
marktrente. Door het instellen van een investeringsplafond kunnen deze extra lasten worden beperkt. Wij zullen de ontwikkeling van de marktrente uiteraard scherp blijven volgen in het kader van treasury. Het risico van tegenvallende opbrengsten als gevolg van vertraagde woningbouw wordt nu lager geraamd. Met de laatste woningbouwprognose (MPG 2024) en de actualisatie in de kadernota is het aantal woningen met name voor de komende jaren naar beneden bijgesteld. Het risico is nog niet verdwenen gezien de huidige woningmarkt. Verder uit de top 10 verdwenen zijn: risico's op het gebied van Corona, ombuigingen en renterisico projecten. Weerstandsvermogen Uitgaande van een zekerheidspercentage van 90% bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 9,7 miljoen. De totale weerstandscapaciteit bedraagt € 28,6 miljoen en daarmee komt de weerstandsratio op 2,9 en dat ligt ruimschoots boven de norm van 1.
Kadernota 2025-2028
24
Bijlagen Bijlage 1 Grondslagen en uitgangspunten 2025 De meerjarenbegroting wordt opgesteld in constante prijzen. Dat wil zeggen dat het loon- en prijspeilniveau van 2025 voor de navolgende jaren constant wordt gehouden. Dit geldt ook voor de baten uit het gemeentefonds en de belastingen. Een aantal uitgangspunten is ontleend aan de prognoses van het Centraal Planbureau (CPB). Het CPB heeft in februari 2024 geactualiseerde kerngegevens vrijgegeven. Omschrijving Salarissen en sociale lasten Goederen en diensten Gemeenschappelijke regelingen GR'en MVS Subsidies Energie-en brandstofkosten Belastingen en heffingen Omslagrente Rente grondexploitaties
Uitgangspunten 2024 7,1% 3,7% 8,4% 3,6% 3,7% 3,7% 3,7% 1,5% 1,0%
Uitgangspunten 2025 4,4% 2,8% 6,8% 4,44% 2,8% 2,8% 2,8% 1,5% 1,0%
Bij het uitvoeren van de kostenindexatie gelden de volgende bijzonderheden: • Budgetten waarvoor specifieke afspraken gelden, zoals de begroting Stroomopwaarts, Rogplus en GRJR, worden geïndexeerd volgens die specifieke afspraken; • Grondexploitaties worden gebudgetteerd volgens de specifieke uitgangspunten voor de grondexploitatie (MPG). Indexatie salarissen en sociale lasten De indexatie van de salarissen en sociale lasten wordt gebaseerd op de prognose van de loonvoet sector overheid in de februari-raming (CEP 2024) van het CPB. Voor 2025 is deze geprognosticeerd op 4,4%. In 2024 is er een nieuwe CAO afgesloten voor de periode 1 januari 2024 tot en met 31 maart 2025 met een loonstijging van 6% over 15 maanden (5,08% gemiddeld over 2024). Indexatie goederen en diensten De indexatie van de goederen en diensten wordt gebaseerd op de prognose van de Inflatie, nationale consumentenprijsindex (cpi, %) in de februari-raming (CEP 2024) van het CPB. Voor 2025 is deze geprognosticeerd op 2,8%. De actuele consumentenprijsindex 2024 komt redelijk in de buurt van de indexering die voor de begroting 2024 is meegenomen. Hier vindt dus geen correctie op plaats.
Indexatie gemeenschappelijke regelingen Jaarlijks stelt de werkgroep financiële sturing gemeenschappelijke regelingen het indexeringspercentage (bij ongewijzigd beleid) voor het volgende begrotingsjaar vast, voor vier grote gemeenschappelijke regelingen waaraan het merendeel van de gemeenten in deze regio deelneemt. Het betreft de VRR, de DCMR, de GGD en de GRJR (voor wat betreft de uitvoeringskosten). De werkgroep is ingesteld door de kring van regiogemeentesecretarissen, hierin hebben ambtenaren uit verschillende regiogemeenten zitting. Voor 2025 is het indexeringspercentage inclusief correcties door de werkgroep bepaald op 6,8%. Het college heeft dit voorstel overgenomen op 6 december 2023. Zoals eerder
Kadernota 2025-2028
25
aangegeven, wordt de indexering van Rogplus, Stroomopwaarts en GRJR (overig) apart meegenomen in de cijfers. Indexatie GR'en MVS De MVS-gemeenten stellen een indexpercentage van 4,44% voor. Dit is exclusief eventuele correcties voor 2024. Dit leidt dus mogelijk nog tot een extra ruimtevrager in de kadernota. Indexatie subsidies De gemeenteraad besluit met het vaststellen van de begroting over de hoogte van de subsidieplafonds. Het college beslist over de besteding van deze budgetten. De toegepaste indexatie op de plafonds houdt derhalve niet in dat de te verstrekken subsidies automatisch worden verhoogd met dit percentage. Indexatie energie- en brandstofkosten De prijzen stabiliseren met het normale indexpercentage van 2,8%. Indexatie investeringen Investeringen worden normaal gesproken niet individueel geïndexeerd. Bijstellingen van investeringsbedragen als gevolg van prijsstijgingen worden via de bestuursrapportages aan uw raad voorgelegd. Met deze kadernota op met name voor sportaccommodaties en onderwijsvoorzieningen de prijzen naar boven bijgesteld.
Indexatie eigen inkomsten en kaders raming lokale lasten Voor de belastingen en algemene baten (huren, pachten etc.) wordt het inflatiepercentage aangehouden dat gelijk is aan die van de materiële kostencompensatie (2,8%), daarbij worden de baten geïndexeerd, waarbij de volgende uitzonderingen gelden: • Huren, pachten en leges worden verhoogd voor zover juridisch toegestaan (contracten, wetgeving, maximum Rijkstarieven); • Afval-en rioolheffing worden niet geïndexeerd. De baten worden in verband met 100% kostendekkendheid berekend aan de hand van de ontwikkeling van de lasten (per saldo budget neutraal); • De OZB worden geïndexeerd met de prijsstijging van goederen en diensten. Overige kengetallen en parameters Bij het opstellen van de begroting wordt uitgegaan van de volgende kengetallen per 1 januari: Kengetallen Aantal inwoners waarvan: 0-18 jaar 18-64 jaar 65 en ouder
Begroting 2024 35.388
Begroting 2025 *) 36.150
7.000 20.320 8.068
7.170 20.680 8.300
* stand begin maart 2024 Kostenverdeling De personeelskosten worden verdeeld over de programma’s en taakvelden. Een belangrijk onderscheid hierbij is de verdeling tussen overhead- en lijnfuncties; met de verdeling wordt het totaal aantal uren voor lijnfuncties inzichtelijk. Door de totale overhead te delen op het totale aantal uren voor lijnfuncties wordt
Kadernota 2025-2028
26
de overheadopslag per (lijn)uur bepaald. Deze opslag wordt gebruikt bij de activering van investeringsuren, alsmede bij de berekening van de kostendekkendheid van belastingen en leges. Algemene uitkering In de meerjarenraming 2025-2028 is de algemene uitkering vanaf 2025 in constante prijzen geraamd. Omdat 2025 de primaire begrotingsschijf wordt, zal de algemene uitkering herrekend moeten worden in lopende prijzen voor 2025. Dat wil zeggen dat de algemene uitkering dan opgehoogd wordt met het gestegen loon-en prijsniveau, prijspeil 1 januari 2025. Daarnaast wordt de algemene uitkering geactualiseerd aan de hand van de meicirculaire 2024. Voor de groei van het aantal woningen in Maassluis ramen we extra opbrengsten in de algemene uitkering en de ozb. Tegelijk wordt er voor een deel van deze extra opbrengsten budget gereserveerd voor onderhoud- en beheerkosten van de buitenruimte, openbare orde en veiligheid en onderwijsvoorzieningen. De actualisatie van de prognose van het aantal nieuwbouwwoningen en sloop zal in de begroting 2025 worden meegenomen.
Kadernota 2025-2028
27
Bijlage 2 Afwijkingen lopend jaar Als onderdeel van de nieuwe P&C cyclus is afgesproken dat grote eenmalige en structurele afwijkingen in het lopende jaar in de kadernota worden gerapporteerd en dat de structurele afwijkingen in de prognose van het meerjarenperspectief worden verwerkt. Hieronder worden de afwijkingen boven de rapportagegrens van € 50.000 genoemd: Beter afval scheiden Om een vervolg te geven aan het project Beter Afval Scheiden heeft de Raad besloten een nieuwe aanbestedingsprocedure te starten en daarvoor het vereiste budget (eenmalig en structureel) beschikbaar te stellen. Voor 2024 en 2025 is het incidentele nadeel respectievelijk € 550.000 en € 508.000. Bij de aanbesteding gaan we uit van het gescheiden inzamelen van grondstoffen en restafval. Subsidieverdeling 2024 In december 2023 is er een voorstel gedaan aan de gemeenteraad om het subsidieplafond eenmalig te verhogen met € 828.000 in verband met onvermijdelijke stijgingen in de lasten voor maatschappelijke organisatie. Dit komt onder andere door de CAO stijgingen van de lonen. Kademuur M2 Op 23 januari 2024 heeft de raad ingestemd met het voorstel om € 1.000.000 beschikbaar gesteld voor het treffen van voorbereiding om snel tijdelijke maatregelen te nemen de kademuur langs de Haven vak M2 te stabiliseren als uit de metingen blijkt dat dit nodig is.
Deze voorziening is in de (concept-) rekening 2023 opgenomen. Overige < 50.000 (100k) Er is een aantal wijzigingen die onder de (nieuwe) rapportgrens valt. Het gaat onder andere om de volgende onderwerpen: sleutelkast Stadsbedrijf, capaciteitsonderzoek sportaccommodaties, externe ondersteuning sollicitatieprocedure burgemeester en sanering schoollocatie Sluispolder-west. De geconstateerde structurele ruimtevragers zijn opgenomen in deze kadernota.
Kadernota 2025-2028
28
Huisvesting Gemeentewerf
Kadernota 2025-2028 220.000
Straatreiniging
Eindtotaal
VO 1
Totaal P 8
P8
Totaal P 7
Totaal Overhead
Overhead
Ruimtelijke ordening, bouwen en wonen
69.391
Facilitair kosten
23.536.615
477.146
407.755
6.475.461
Automatisering
Ruimtelijke ordening
1.754.760
Verwijderen huishoudelijk afval
101.738
Milieu en duurzaamheid 4.345.697
273.266
Riolering
100.000 Begraafplaats
Volksgezondheid en milieu
P7
100.000
3.098.525
247.500
Zwembad Wijkteams
112.997
Welzijnsaccommodaties
Totaal P 6
P6
Sociaal Domein
553.000
Overig cultureel erfgoed
Totaal P 5
536.950
Openbaar groen 46.865
562.600
Buitensportaccommodaties
Speelgelegenheden
1.038.613
Binnensportaccommodaties
Sport, cultuur en recreatie
P5
500.000 4.264.195
Totaal P 4
Onderwijs
3.764.195
Huisvesting basisonderwijs
6.767.607
115.762
Openbare verlichting en VRI's Wegen, straten en pleinen
519.554
Havens en watergangen
Gladheidbestrijding
P4
Onderwijs
815.789
58.637.750
130.000
55.000
75.000
9.437.284
5.548.761
2.423.000
1.465.523
900.000
900.000
11.841.112
162.030
3.050.000
450.400
200.000
7.978.682
15.793.500
2.000.000
13.793.500
16.872.150
9.894.000
400.000
199.650
138.500
6.240.000
33.000
18.000
Bruggen, tunnels en viaducten
15.000
Integrale veiligheid en openbare orde
3.579.704
75.000
3.504.704
51.000
51.000
IP2025
Veiligheid
8.438.712
Verkeer, vervoer en waterstaat
Veiligheid
39.280 557.507
Totaal P 2
P2
Totaal P 1
P1
Publieksdienstverlening
518.227
Totaal P 0
125.069 Bezittingen en ov. financiële middelen
18.109
P0
Bestuur en ondersteuning
IP2024 106.960
Totaal HK
Multifunctionele accommodaties
Omschrijving
HK
Hulpkostenplaatsen
Programma Naam
IP2026
30.878.974
400.500
55.000
345.500
22.300
22.300
2.608.000
135.000
2.473.000
10.766.239
232.500
200.000
10.333.739
1.000.000
1.000.000
5.770.280
5.570.630
199.650
2.811.655
2.811.655
7.500.000
7.500.000
6.058.072
161.500
55.000
106.500
2.423.000
2.423.000
781.125
37.400
620.000
123.725
345.000
345.000
1.999.650
1.800.000
199.650
80.000
80.000
267.797
267.797
IP2027
6.192.568
212.500
55.000
157.500
2.423.000
2.423.000
333.000
133.000
200.000
1.999.650
1.800.000
199.650
1.224.418
1.224.418
IP2028
5.667.637
161.500
55.000
106.500
2.423.000
2.423.000
215.000
15.000
200.000
2.012.650
1.813.000
199.650
765.487
14.280
751.207
90.000
90.000
IP2029
Bijlage 3 Investeringsplan 2024-2029
29
Kadernota 2025-2028
30
Kadernota 2025-2028
31
Kadernota 2025-2028
32