Kadernota 2022-2025 gemeente Maassluis
Tekst van het document
Kadernota 2022-2025
1
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .................................................................................................................................... 3 Voorwoord .......................................................................................................................................... 5 Externe ontwikkelingen ....................................................................................................................... 7 Macro economische vooruitzichten .................................................................................................. 7 Herverdeling gemeentefonds ............................................................................................................ 9 Algemeen financieel beeld ................................................................................................................. 11 Financiële perspectief...................................................................................................................... 11 Ruimtevragers.................................................................................................................................. 11 Ruimtescheppers .............................................................................................................................
15 Investeringsplan ................................................................................................................................ 17 Weerstandsvermogen ....................................................................................................................... 22 Risico's ............................................................................................................................................. 22 Weerstandsvermogen ..................................................................................................................... 25 Besluiten ........................................................................................................................................... 27 Bijlagen ............................................................................................................................................. 29 Bijlage 1 Tabel Ruimtevragers ......................................................................................................... 29 Bijlage 2 Tabel Ruimtescheppers ..................................................................................................... 31 Bijlage 3 Investeringsplan ................................................................................................................ 32
Kadernota 2022-2025
3
Kadernota 2022-2025
4
Voorwoord Voor u ligt een structureel sluitende Kadernota 2022 - 2025 die in een moeilijke periode is samengesteld. Een kadernota waarmee wij volop investeren in Maassluis en dat zonder (nieuwe) ombuigingen. In de kadernota worden de (financiële) kaders geschetst voor het beleid van de gemeente Maassluis in de komende jaren. Basis daarvoor is het coalitieakkoord “Samen Maassluis - Investeren in een duurzame toekomst”. Samen investeren in de toekomst betekent voor ons dat we tijd, inzet en geld beschikbaar stellen om Maassluis nog mooier en levendiger te maken. De ambities en concrete plannen die we in dat akkoord met u delen, vormen hét kader voor onze inzet in de komende jaren. De nota start met een aantal relevante externe ontwikkelingen die de context van de gemeente schetst. Zo worden de macro economische verkenningen geschetst. Deze zijn van belang voor het (nieuwe) kabinet en uitgangspunt voor de middelen die het Rijk aan gemeenten beschikbaar stelt. Vervolgens worden de (onontkoombare) ruimtevragers benoemd. Een groot deel van de ruimtevragers ligt op het domein van de openbare ruimte, infrastructuur en voorzieningen. Zo investeren we in sober en doelmatig beheer en onderhoud van kades en bruggen, in (bewegings-) onderwijshuisvesting en in de noodzakelijke vervanging van voertuigen voor het groenonderhoud.
Ook op het domein van klimaat en duurzaamheid stellen we budget beschikbaar; evenals voor onder meer de implementatie van het MVS-jeugdmodel. Allemaal investeringen die Maassluis socialer, mooier en veiliger maken. We hebben diverse ruimtescheppers kunnen opvoeren zoals de extra inkomsten door de naar boven bijgestelde verwachte realisatie van woningen. Door deze ruimtescheppers sluiten de jaarschijven 2024 en 2025 met een positief resultaat. Tegelijkertijd blijft de gemeente geconfronteerd worden met diverse risico's, waarvan een groot deel exogeen. Het deel van de kwantificeerbare risico's hebben we met een risico-stelpost afgedekt. Voor deze en de overige risico's biedt de algemene reserve meer dan afdoende zekerheid. Leeswijzer Wij leggen u een kadernota voor waarin: • Het coalitieakkoord onverminderd leidend is voor ons handelen; • Wordt ingegaan op de nu bekende relevante externe ontwikkelingen (H1); • Het financieel meerjarenperspectief wordt geactualiseerd (H2); • Het investeringsprogramma 2022- 2025 is opgenomen (H2); • De belangrijkste risico’s voor de komende jaren zijn opgenomen (H3).
Kadernota 2022-2025
5
Kadernota 2022-2025
6
Externe ontwikkelingen Macro economische vooruitzichten Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de economische vooruitzichten voor Nederland zoals het Centraal Planbureau verwacht en in het Centraal Economisch Plan 2021 heeft opgetekend. Het schetst daarmee de verwachte context van de gemeente Maassluis en niet de economische vooruitzichten van de gemeente. Bruto Binnenlands Product Na de daling van het Bruto Binnenlands Product (BBP) door corona komt het economisch herstel weer op gang. De groei versnelt in 2021 en neemt toe met 3,5% in 2022. Deze raming gaat uit van de huidige beleidsvoornemens van de regering waarin de steunmaatregelen eind juni aflopen. De consumptie zal sterk toenemen zodra winkels en horeca weer helemaal opengaan en besmettingsangst bij consumenten afneemt doordat meer personen gevaccineerd zijn. De tijdens de coronarecessie sterk toegenomen besparingen maken een sterke consumptiegroei mogelijk. Investeringen reageren positief op de toenemende omzet en gunstiger omzetverwachtingen, ondersteund door lage financieringskosten. De investeringsgroei wordt wel geremd door extra faillissementen in sommige sectoren na de afloop van het steunbeleid en door de balansschade die bedrijven hebben opgelopen tijdens de virusuitbraak. De uitvoer loopt op doordat ook elders in Europa restricties zullen worden opgeheven.
De productie en bestedingen in Europa zitten daardoor weer in de lift, met positieve effecten op de vraag naar Nederlandse producten. Overheidsbestedingen spelen een belangrijke rol in de bbp-ontwikkeling. Extra overheidsuitgaven, onder andere intensiveringen voor de testcapaciteit en het beperken van onderwijsachterstanden, zullen bijdragen aan het economisch herstel. Het BBP-niveau in 2025 komt lager uit dan voor de corona-uitbraak werd verwacht. Het BBP-volume in 2025 is 3% lager dan in de verkenning van maart 2020 waar nog geen rekening was gehouden met corona. Dit lagere niveau komt vooral door een lagere trendmatige stijging van de arbeidsproductiviteit als gevolg van gemiste investeringen door de coronarecessie. Het overheidstekort loopt in 2021 op tot 5,9% BBP als gevolg van de zeer omvangrijke steunmaatregelen en de recessie. Door het aflopen van de steunmaatregelen en door het economisch herstel loopt het tekort in 2022 terug tot 1,7% BBP, onder de Europese tekortgrens van 3% BBP. Door deze begrotingstekorten, door verleend belastinguitstel en door extra overheidsleningen aan bedrijven neemt de overheidsschuld toe, tot 59% BBP in 2021, 10%-punt BBP hoger dan in 2019. In 2022 loopt de overheidsschuld terug tot 57% BBP. Het overheidstekort en de (oploop van de) overheidsschuld blijven ruim onder het gemiddelde van het eurogebied.
Werkloosheid De werkloosheid loopt in Nederland op tot 5% van de beroepsbevolking rond de jaarwisseling, om vervolgens af te nemen tot 4,5% eind 2022. Zoals gebruikelijk komt het economisch herstel pas later, in de loop van 2022, tot uitdrukking in een afname van de werkloosheid. De werkloosheid is voor 2022 neerwaarts bijgesteld met 0,7%-punt ten opzichte van de novemberraming, voornamelijk als gevolg van de sterker dan verwachte groei van de werkgelegenheid.
Kadernota 2022-2025
7
De cao-loonstijging in de marktsector loopt door de coronarecessie terug van 2,7% in 2020 tot 1,5% in 2021 en 2022. De sinds de corona-uitbraak afgesloten cao’s hebben lagere loonstijgingen als gevolg van de onzekere en somberdere vooruitzichten. Door hogere energieprijzen neemt de inflatie (hicp) toe naar 1,9% in 2021, om vervolgens af te zwakken tot 1,4 % in 2022. Deze loon- en prijsontwikkelingen betekenen een daling van de reële cao-lonen in 2021 en stabilisatie in 2022, na de duidelijke stijging van 1,6% in 2020. In 2021 neemt door lastenverlichting de mediane statische koopkracht toch nog toe, met 0,7%, maar voor 2022 zijn er nog nauwelijks positieve koopkrachtrelevante beleidsmaatregelen en daalt de koopkracht met 0,1%. Om leerachterstanden door de sluiting van scholen tijdens de pandemie in te halen, is het kabinet gekomen met het Nationaal Programma Onderwijs, met extra begrotingsruimte van 8,5 mld. euro in 2021-2023. Deze omvangrijke impuls vergt tijd, waarbij uitvoering bemoeilijkt wordt door het gebrek aan beschikbaar extra onderwijspersoneel. Naar verwachting zullen deze extra onderwijsmiddelen eind 2023 niet volledig uitgegeven zijn. Twee scenario's Het verloop van de coronapandemie is ongewis en daarmee blijft de onzekerheid over de economische vooruitzichten groot.
Vanwege de grote onzekerheid zijn naast de basisraming een pessimistisch en een optimistisch scenario in deze raming opgenomen.
In het pessimistische scenario veroorzaken nieuwe coronavarianten, waartegen de huidige vaccinaties onvoldoende blijken te werken, in het najaar opnieuw een corona-uitbraak. Deze nieuwe uitbraak leidt weer tot extra voorzichtigheid bij huishoudens en nieuwe restricties, waardoor het bbp opnieuw afneemt en de werkloosheid verder oploopt. In het optimistische scenario zorgen positieve verwachtingen bij huishoudens en bedrijven voor een krachtiger herstel na het opheffen van de contactbeperkingen. Door groter vertrouwen in de toekomst brengen huishoudens hun overbesparingen sneller tot besteding, met extra consumptie tot gevolg. Bedrijven schalen hun investeringen extra op, mogelijk gemaakt door laag blijvende financieringskosten. Bij vergelijkbare ontwikkelingen elders in het eurogebied, is ook de export uitbundiger.
Kadernota 2022-2025
8
Inflatie Op basis van de prognoses uit het Centraal Economisch Plan zijn de ramingsgrondslagen bepaald. Deze ramingsgrondslagen zijn van belang bij het opstellen van de begroting 2022. Jaarlijks worden de bestaande budgetten opgehoogd met de inflatie en loonstijging. 2022 Indexeringspercentages
2022
2021
2020
2019
salarissen en sociale lasten (incl. CAO)
2,0%
2,0%
3,00%
2,8%
goederen en diensten
1,4%
0,9%
2,0%
1,5%
gesubsidieerde instellingen
1,4%
0,9%
2,0%
p.m.
gemeenschappelijke regelingen
1,9%
1,4%
2,6%
0,1%
belastingen en heffingen
1,4%
0,9%
2,0%
1,5%
omslagrente
1,5%
1,5%
2,0%
2,0%
Herverdeling gemeentefonds Op 2 februari heeft de minister van Binnenlands Zaken ter advisering het voorstel voor de nieuwe integrale verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023 (inclusief het onderdeel Beschermd Wonen) voorgelegd aan de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). Het voorstel gaat in op de aanleiding voor de nieuwe verdeling, de belangrijkste keuzes die gemaakt zijn bij de totstandkoming ervan, de nieuwe verdeling zelf en het gevolgde proces. Met deze verdeling beoogt het ministerie veel van de knelpunten op te lossen die onder meer door de Raad voor het Openbaar Bestuur de afgelopen jaren zijn benoemd. De cijfers in het voorstel zijn gebaseerd op 2017. Nadat de ROB advies heeft uitgebracht worden de cijfers geactualiseerd op basis van de cijfers van 2019 en start de consultatie met de VNG. Een definitief besluit zal pas worden genomen door een nieuw kabinet. Hiervoor is geen datum gegeven maar de verwachting is dat dit, op z’n vroegst, na de zomer zal zijn. Het huidige voorstel laat grote herverdeeleffecten zien. Over het algemeen leidt de herverdeling tot een verschuiving van middelen van de G4 naar (middel)grote gemeenten en de kleinste gemeenten. Er zijn positieve uitschieters tot ruim € 300 per inwoner en negatieve uitschieters tot € 160 per inwoner.
Voor de groottegroep 20.000-50.000 inwoners is sprake van een gemiddeld negatief herverdeeleffect van € 6. Voorlopige uitkomst voor de gemeente Maassluis Voor onze gemeente komt het nadeel per saldo uit op de € 11 per inwoner: per inwoner
aantal inwoners
totaal
Herverdeeleffect sociaal domein
-93
33.550
-3.120.150
Herverdeeleffect klassiek domein
153
33.550
5.133.150
Herverdeeleffect nieuwe aantallen op de maatstaven
-71
33.550
-2.382.050
-11
33.550
-369.050
Kadernota 2022-2025
9
Zoals hiervoor gesteld gaat het om een voorlopige cijfers en moeten zowel de ROB als de VNG hier hun licht nog op laten schijnen. Er is slechts op een abstract niveau zichtbaar welke verschuivingen hieraan ten grondslag liggen. Voor onze gemeente geldt dat we voor de zogenaamde klassieke taken ongeveer € 5 miljoen meer ontvangen, voor het sociaal domein ongeveer € 3 miljoen minder en ook € 2,3 miljoen minder door een verschuiving in en waardering van verschillende maatstaven waarmee het gemeentefonds wordt verdeeld. We gaan ervan uit dat wanneer er een definitief besluit over de herverdeling wordt genomen er via de gemeentefondscirculaire ook meer informatie beschikbaar zal zijn om de oorzaken van deze verschuivingen beter te duiden. Effect op de meerjarenbegroting Zoals bij elke herverdeling is er sprake van voor- en nadeelgemeenten. Om aan het nieuwe uitkeringsbedrag te ‘wennen’ krijgen de nadeelgemeenten een zogenaamde ‘positieve suppletie’ die feitelijk wordt opgebracht door de voordeelgemeenten die dan een ‘negatieve suppletie’ ontvangen. Vanwege de grote uitschieters, hier en daar, stelt het ministerie voor om het effect (zowel positief als negatief) te beperken tot € 15 per inwoner per jaar en na vier jaar te evalueren. Wanneer deze voorlopige uitkomsten ook de definitieve uitkomsten blijken te zijn, ontstaat er vanaf 2023 een nadeel van 370k.
Omdat bij deze voorlopige uitkomst het effect kleiner is dan € 15 per inwoner is vooralsnog geen sprake van een suppletie. Daarnaast kan er ook sprake zijn bijvoorbeeld hogere kosten vanwege aanpassing van het woonplaatsbeginsel, dit is allemaal nog onvoldoende duidelijk. Voorlopige conclusie De voorlopige (negatieve) uitkomst is lager dan waarmee we in de meerjarenbegroting rekening hadden gehouden. Kanttekening is wel dat het om voorlopige cijfers gaat en dat de algemene uitkering ‘slechts’ een van de onderdelen van de meerjarenbegroting is. In de komende jaren zal ongetwijfeld sprake zijn van verschillende mutaties op de posten van de begroting inclusief de omvang en verdeling (op andere gronden) van de algemene uitkering. Wanneer de VNG over de herverdeling geconsulteerd wordt, heeft de VNG aangekondigd het volgende standpunt in te nemen: de omvang van het gemeentefonds moet groter voordat een nieuwe verdeling ingevoerd kan worden. Zonder gelijktijdige vergroting van de omvang dreigt dit een herverdeling van grote tekorten te worden. Definitieve besluitvorming zal naar aller waarschijnlijk nog enige tijd duren, te meer omdat wordt verwacht dat de hoogte van het gemeentefonds onderwerp zal zijn van de coalitieonderhandelingen na de landelijke verkiezingen.
Op z’n vroegst in de meerjarenbegroting 2022-2025 in november maar meer waarschijnlijk pas bij het geactualiseerde perspectief 2023-2026 bij de kadernota 2023 (voorjaar 2022) is er een duidelijker beeld te geven. In afwachting hierop nemen we in deze kadernota € 370.000 als structurele ruimtevrager op en het gemeentefonds als risico in het weerstandsvermogen.
Kadernota 2022-2025
10
Algemeen financieel beeld Financiële perspectief Ondanks het feit dat er een aanzienlijk aantal onontkoombare ruimtevragers aan het perspectief zijn toegevoegd, is het toch gelukt om zonder ombuigingsoperatie een sluitende begroting vanaf het begrotingsjaar 2024 te presenteren. Onderstaande tabel toont de ruimtevragers en -scheppers in het algemeen. (bedragen x € 1.000)
Onderwerp
2022
Saldo na oktoberbrief (sept.circulaire 2020)
676
N
-275
V
-108
V
-1.096
V
-1.096
V
Ruimtevragers
1.265
N
1.767
N
1.941 N
1.947
N
1.815
N
Ruimtescheppers
-1.518
V
-968
V
-1.965
V
-941
V
-741
V
423
N
524
N
-132
V
-90
V
-22
V
Geactualiseerd perspectief
2023
2024
2025
2026
In de bijlagen vindt u de gedetailleerde cijfers.
Ruimtevragers Duurzaamheidsroadmap gemeentelijk vastgoed (incidenteel € 100.000 in 2022) Voor het behalen van de doelstellingen op gebied van CO2 besparing is het ook nodig om onze eigen objecten te verduurzamen. De huidige roadmap voor de verduurzaming van onze eigen objecten loopt af en dus moet er een nieuwe geschreven worden. Met deze nieuwe roadmap kunnen we ook aansluiten bij actuele ontwikkelingen zoals Maassluis aardgasvrij. Om de nieuwe roadmap te kunnen schrijven moeten verschillende gebouwen onderzocht worden en specialistische kennis worden ingehuurd. Daarnaast is een deel van het bedrag bedoeld als investeringskrediet om de maatregelen die uit de onderzoeken naar voren komen uit te kunnen voeren. Gemeenteraadsverkiezingen (€ 25.000 in 2022) De budgetten voor het organiseren van verkiezingen zijn te laag. Om verkiezingen op een juiste manier te kunnen organiseren is een aanvullend budget nodig van € 25.000. Inhuur specialistische kennis (€ 125.000 in 2022 en 2023 en € 75.000 structureel vanaf 2024) De begrotingspost juridische advisering veroorzaakt al jaren een structurele overschrijding. Een ophoging van het budget is, gezien alle privaatrechtelijk en bestuursrechtelijke juridische geschillen, noodzakelijk. Ook worden er kosten gemaakt voor advocaten in het kader van de juridische advisering op het gebied van anterieure overeenkomsten (projectontwikkeling).
Daarnaast is in de begroting geen budget opgenomen voor het uitvoeren van verkeersonderzoeken. De laatste jaren overschrijden we structureel door het ontbreken van dit budget. Gelet op onder meer de ruimtelijke ambities van Maassluis zijn verkeerskundige onderzoeken cruciaal. Daarnaast is het nodig om regelmatig parkeeronderzoeken, routestudies en verkeerstellingen te kunnen blijven doen.
Kadernota 2022-2025
11
Buurtbemiddeling (incidenteel € 25.000 in 2022 t/m 2024) Maassluis wil een veilige en leefbare stad zijn voor haar inwoners. In het kader van leefbaarheid spelen met regelmaat klachten en ruzies tussen bewoners van een straat of wijk. De politie wordt dan meestal benaderd en gevraagd hierin te bemiddelen. De gemeente heeft hier echter ook een rol in. Dit is de aanleiding tot het opzetten van Buurtbemiddeling waarmee grote escalaties en ruzies wellicht kunnen worden voorkomen. Woningcorporatie Maasdelta wil hier graag in optrekken en heeft aangeboden de helft van de kosten voor haar rekening te nemen (€ 25.000). Buurtbemiddeling moet in zijn geheel nog wel worden opgezet en begeleid. Polarisatie (incidenteel € 25.000 in 2022 t/m 2024) In het kader van de aanpak Polarisatie zet de gemeente vooral in op het leggen van verbinding tussen de verschillende groepen in Maassluis. Dit doen we onder andere door continuering en uitbreiding van het netwerk van sleutelfiguren. Het netwerk dient als klankbordgroep en heeft een signaleringfunctie op het gebied van polarisatie. Voor de begeleiding, training en verdere uitbreiding van dit netwerk werd tot nu toe een bijdrage van het NCTV ontvangen. Vanaf 2021 ontvangt de gemeente geen middelen meer van het NCTV voor het netwerk.
Beheerplan kunstwerken (€100.000 in 2022 oplopend tot € 350.000 vanaf 2025) Met het nieuwe beheerplan worden alle civiele kunstwerken geïnspecteerd en onderhouden. Hiermee voorkomen we zowel onverwachte stremmingen als onverwachte kosten. Het college kiest met het nieuwe beheerplan voor een scenario van beheerste groei. Door optimaal gebruik te maken van de onderhoudsreserve kan de benodigde stijging van het onderhoudsbudget uitgespreid worden over een langere periode. De benodigde uitbreiding van het budget heeft verschillende oorzaken: • • • •
Het domein van het beheerplan is uitgebreid en compleet gemaakt; zo zijn nu ook trappen, steigers, keringen, geluidschermen en beschoeiingen structureel in het plan opgenomen; Het bereikte areaal van het beheerplan is sterk uitgebreid met de structurele opname van de Vlieten; De komende periode moet fors ingezet worden op onderzoek om de scope van de aanstaande renovaties van de kademuren en de grote bruggen nader vast te stellen; Om de bedrijfszekerheid te verbeteren dient aanvullend onderhoud aan de grote bruggen uitgevoerd te worden.
Areaaluitbreiding openbare ruimte (incidenteel € 7.000 in 2022) Als gevolg van de gebiedsontwikkelingen in Maassluis is het areaal aan te beheren en onderhouden kapitaalgoederen verder toegenomen. Dit heeft gevolgen voor de te leveren onderhoudsinspanningen voor onder andere het groen, wegen, openbare verlichting, straatreiniging en de gladheidsbestrijding. Areaaluitbreidingen hebben voornamelijk plaatsgevonden door het in beheer/onderhoud nemen van Balkon – West, Dirkzwagerstraat en delen van Wilgenrijk (Cornelis van der Lelylaan, Eiland, Blikveld, Kompas). De structurele lasten van de uitbreiding worden gedekt door in de begroting aanwezige stelpost Areaal. Openbaar groen (€ 76.000 in 2022 en vanaf 2023 € 160.000) Groen draagt in belangrijke mate bij aan een leefbare en duurzame stad; draagt bij aan de uitdagingen op het gebied van klimaat en biodiversiteit, waarde vastgoed, milieu (fijnstof, geluid), gezondheid en productiviteit. Verder hebben wij te maken met de wereldwijde opgave vanuit het klimaatakkoord vastgesteld in Parijs, de eisen die de overheid stelt om de CO2-uitstoot geleidelijk aan af te bouwen en
Kadernota 2022-2025
12
rond 2040 meer bomen te planten om de overtollige CO2 uit de atmosfeer te halen. Zo heeft ook Maassluis een verantwoordelijkheid om bijdrage te leveren voor een leefbare stad voor onze kinderen en kleinkinderen. Punten om het openbaar groen technisch te onderhouden en impuls te behouden, vooruitlopend op de visie of beleid groen en groenbeheerplan zijn: • •
• •
De bomenbalans is een belangrijk bestuurlijk doel, het uitgangspunt is het behoud bestaande bomen door doelmatig onderhoud en/of het terugplaatsen van een boom op een goede plek; In 2022 loopt het huidige maai-contract af en daarmee ook het additionele budget dat nodig was om de aan het contract verbonden kosten te dekken. Bij het opnieuw in de markt zetten van het contract verwachten wij het aanvullende budget nodig te hebben; Groenvakken die aan het eind van hun levensduur zijn, opnieuw inrichten zowel het beeld verbeteren en technisch noodzakelijk; Het budget voor wijkdeals in het groen dat met het coalitieakkoord is gevormd, eindigt in 2022. Om de wijkdeals in stand te houden en verder uit te breiden is budget noodzakelijk voor personele inzet en de aanschaf van goederen.
Opschonen archief (incidenteel € 65.000 in 2022) Uit het verslag van de archiefinspectie over de periode 2016-2017 blijkt dat er achterstanden zijn. De kosten voor de noodzakelijke inhaalslag bedragen eenmalig € 65.000. Maritiem historisch Maassluis (incidenteel € 30.000 in 2022 en € 50.000 in 2023) Om uitvoering te geven aan het ontwikkelplan ‘Maritiem Historisch Maassluis’ vinden er in 2022 en 2023 activiteiten plaats en zullen projecten worden uitgevoerd. Voor de begeleiding is specifieke kennis nodig, die extern wordt ingekocht. Met deze externe partij wordt ingezet op het versterken en verder professionaliseren van de samenwerking tussen de verschillende betrokken culturele en maatschappelijke partijen in en rond het havengebied. Daarnaast wordt ingezet op het binnenhalen van externe middelen op grond van bestaande fondsen om hiermee de uitvoering van het 10-jaren ontwikkelplan ook gestalte te geven. De ingekochte deskundige is dermate in deze wereld ingevoerd, dat de kans om voor subsidies/bijdragen in aanmerking te komen via aanvragen bij fondsen reëel is. Combinatiefunctionarissen (incidenteel € 18.000 in 2022 t/m 2024) Vanaf 2022 is er € 18.000 als aanvulling op het reguliere budget nodig om de huidige inzet van de combinatiefunctie sport en cultuur te continueren. Dit bedrag kwam een aantal jaar uit een reserve, maar die is vanaf 2022 leeg.
Het belang van sport en bewegen is groot, dat hebben we in de coronatijd des te meer ervaren. De combinatiefunctionarissen sport hebben ervoor gezorgd dat er tijdens de lockdown door de jeugd wel bewogen kon worden. Daarnaast geven ze kwalitatief bewegingsonderwijs op de scholen en leggen zij daarmee de basis voor een leven lang sporten/ bewegen (een basis voor een goede gezondheid). De inzet van de combinatiefunctionarissen cultuur zorgt ervoor dat kinderen de mogelijkheid krijgen met een cultuur- of theaterdocent meer te leren hierover en er mogelijk zelf ook voor te kiezen. Door de laagdrempelige kennismaking met sport en cultuur kunnen kinderen hun talenten ontdekken en het doorstromen naar een sport- of cultuuraanbieder zorgt voor een zinvolle tijdsbesteding. Continueren impuls Cultuur (structureel € 70.000 vanaf 2023) In het coalitieakkoord was dit budget opgenomen om de uitvoering van cultuurbeleid te versterken en de evenementen in de stad aantrekkelijker te maken voor een breder publiek. Gezien het belang van cultuur
Kadernota 2022-2025
13
voor zelfontplooiing, sociale cohesie en algemene ontwikkeling willen wij deze middelen continueren en structureel doorzetten. MVS-jeugdmodel (incidenteel € 200.000 in 2022) Eind 2020 is het Koersdocument MVS Jeugdmodel vastgesteld en besloten om het MVS Jeugdmodel binnen de constructie van de GRJR te realiseren. De realisatie is hierdoor een jaar verschoven van 2022 naar 2023. Hierdoor liggen de voorbereidingskosten hoger dan eerder verwacht. Hier tegenover staat dat op 1 januari 2023 wel meteen goed van start kan worden gegaan met de uitvoering van het MVS Jeugdmodel. Vooralsnog houden we rekening met kosten op de volgende terreinen: • • • • • •
Specifieke expertises (inhoudelijk, inkoop, juridisch en financieel) die nodig zijn om het MVS Jeugdmodel goed neer te zetten; Communicatie (bv website, nieuwsbrief, bijeenkomsten, inspiratiesessies); Begeleiding van de transformatie/het nieuwe werken (intern en extern); Extra (beleids-)capaciteit; Start opbouw uitvoeringsorganisatie jeugd; Vernieuwingen die in 2022 al vorm kunnen krijgen vooruitlopend op 2023.
Continueren impuls Armoedebeleid (structureel € 75.000 vanaf 2024) In de begroting 2021 - 2024 is als een van de ombuigingen dit budget met € 75.000 verlaagd. Maassluis kent echter sociaal de nodige uitdagingen. Bovendien verwachten wij dat corona op armoede effect heeft. Om die redenen willen wij deze middelen continueren en structureel doorzetten. DCMR-asbesttaken (incidenteel € 25.000 in 2022 t/m 2024) De toezicht en handhaving van asbesttaken is per 1 januari 2020 overgedragen aan de DCMR. Het is een wettelijke verplichting dit onder te brengen bij een Omgevingsdienst. De kosten stijgen hierdoor met ca. € 25.000. Warmtetransitievisie (incidenteel € 100.000 in 2022 t/m 2024) De verwachting is dat na de zomer de Transitievisie warmte door de gemeenteraad kan worden vastgesteld. De uitvoering van de visie start in 2022 en zal zoals het er nu uit naar ziet vooral te maken hebben met kosten voor de voorbereidingen voor de aanleg van een warmtenet voor een deel van Maassluis en de voorbereidingen voor het volledig elektrische alternatief voor een ander deel van Maassluis. Voor wat betreft het Warmtenet moeten de volgende activiteiten worden uitgevoerd: 1. 2. 3. 4.
Aanbod organiseren Vraag organiseren Samenwerking organiseren Aanbestedingsproces doorlopen
Bij wijken met een volledig elektrische oplossing is ook communicatie en participatie van belang. De verwachting is dat het Rijk met een gedeeltelijke vergoeding voor personele capaciteit en voor de uitvoering op basis van het Klimaatakkoord komt. Vergunningen goed verhuurderschap (incidenteel € 40.000 in 2022 en 2023) In Maassluis worden regelmatig bestaande panden verbouwd tot (kamergewijze) woonruimte of gesplitst in meerdere wooneenheden. Wij willen dit kunnen voorkomen en negatieve gevolgen hiervan (aantasting Kadernota 2022-2025
14
van directe leefomgeving, overlast, uitbuiting van huurders) tegengaan. Er is sinds vorig jaar beleid op woonoverlast en sinds heel recent ook een paraplubestemmingsplan overbewoning van kracht. Op basis van externe advisering willen we nu aanvullend inzetten op het instrument “vergunning goed verhuurderschap” op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) inzetten. Bij de geraamde kosten gaat het met name om personeelskosten voor vergunningverlening, handhaving en toezicht. Na twee jaar kan bezien worden of deze instrumenten voldoende effect sorteren/doeltreffend zijn waar het voorkomen of aanpakken van uitbuiting en het waarborgen van de leefbaarheid betreft. Kenniscentrum MVS (incidenteel € 10.000 in 2022 t/m 2024) Naast bestaande producten zoals de website www.mvs.incijfers.nl, de Staat van Maassluis en de monitor leefbaarheid, veiligheid en welzijn (elke 2 jaar grote buurtenquête), neemt de vraag toe naar meer verdiepende statistiek per wijk c.q. per thema. Er zijn voor thema’s zoals veiligheid, economie en voor woningbouw actuele dashboards nodig om beleid en uitvoering accuraat te houden. Daar is echter geen budget voor beschikbaar. Ook voor andere thema's worden dashboards ontwikkeld, zoals voor de verhuursituatie van woningen. Herverdeeleffect Gemeentefonds (€ 370.000 vanaf 2023) Zie hoofdstuk 1 Externe ontwikkelingen.
Risicostelpost (€ 250.000 tot € 280.000 in 2024 en vanaf 2025 € 205.000) In de begroting 2021-2024 is in 2024 eenmalig een risico-stelpost opgenomen van € 1,3 miljoen. Deze stelpost was bedoeld om met name de herverdeeleffecten algemene uitkering te kunnen opvangen. Omdat in deze kadernota de verwachte herverdeeleffecten algemene uitkering als ruimtevrager is opgenomen (zie hierboven), kan deze specifieke risicostelpost vervallen. Een ander deel van de risico's, die zeer waarschijnlijk zullen optreden, is ook begroot. Dat vormt deze post. De overige risico's worden gedekt door de weerstandscapaciteit (zie hoofdstuk Weerstandsvermogen). Investeringsplan 2021-2026 (oplopend van € 44.000 in 2022 tot € 642.000 in 2025) Zie paragraaf Investeringen.
Ruimtescheppers Internationale samenwerking (structureel € 5.000 vanaf 2025) Het budget voor de internationale samenwerking kan na jarenlange inspanning en het bereiken van de doelen voor en met een van de partnersteden worden afgeraamd. Bouwleges (incidenteel € 350.000 in 2022) De verwachte opbrengsten bouwleges 2022 worden op basis van de verwachte bouwactiviteiten naar boven bijgesteld. Vrijval risicostelpost (incidenteel € 1.264.000 in 2024) In de begroting 2021-2024 is in 2024 eenmalig een risicostelpost opgenomen van € 1,3 miljoen. Deze stelpost was bedoeld om met name de herverdeeleffecten algemene uitkering te kunnen opvangen. Omdat in deze kadernota de verwachte herverdeeleffecten als ruimtevrager zijn opgenomen, kan deze
Kadernota 2022-2025
15
specifieke risico-stelpost vervallen. Het uiteindelijke herverdeeleffect kan lager of hoger dan de verwachting uitvallen. Dit risico wordt door de weerstandscapaciteit opgevangen. Actualisatie Investeringsplan (IP)/Treasury (€ 450.000 in 2022 t/m 2024 en € 200.000 in 2025) Het voordeel vanuit het investeringsprogramma wordt veroorzaakt door: • Het doorschuiven van investeringen door het realisatiepercentage 2020 van 46%. Dit leidt tot voordelen in de kapitaallasten 2021 en 2022; • Het naar achteren schuiven van twee grote investeringen; onderwijshuisvesting € 3 miljoen (incidenteel voordeel € 120.000 in 2022 en 2023) en Olympiahal (incidenteel voordeel € 200.000 in 2023 en 2024); • Doordat de rentestanden nog steeds zeer laag zijn, kan de rente 2021 worden doorgerekend met 0,5% in plaats van de omslagrente van 1,5%. Vanuit het oude IP namen de kapitaallasten 2026 al toe ten opzichte van 2025. Deze toename wordt nu gecompenseerd door de lagere rente. Per saldo is het effect in 2026 nihil. Onderbesteding BTW-compensatiefonds (structureel € 100.000 vanaf 2022) Gemeenten declareren hun btw op overheidstaken bij het BTW-compensatiefonds (BCF). Om te voorkomen dat er een openeinderegeling ontstaat, heeft de rijksoverheid een plafond aangebracht in de declaraties.
Blijven gemeenten onder het plafond dan wordt het verschil aan het gemeentefonds toegevoegd en volgt een stijging van de algemene uitkering, wordt het plafond overschreden dan wordt het verschil uit het gemeentefonds genomen en daalt de algemene uitkering. In de meicirculaire 2019 is een richtlijn opgenomen dat de meest recente afrekening de basis is van de maximale raming. Die richtlijn is onderschreven door de provinciaal toezichthouders. Op basis van dit uitgangspunt kan de raming van de algemene uitkering worden opgehoogd met € 100.000. Algemene uitkering - reëel accres (structureel € 420.000 vanaf 2025) Het reële accres is het bedrag dat overblijft nadat van het nominale accres de inflatie wordt afgetrokken. Het reëel accres is in feite hetgeen we netto meer of minder te besteden hebben. In deze kadernota wordt de stijging van het reëel accres van de jaarschijven 2025 en 2026 geactualiseerd op basis van de prognoses in de septembercirculaire 2020. Areaaluitbreiding - Groei van de stad (€ 493.000 in 2022 en € 91.000 structureel vanaf 2025) Uit de actualisatie van de woningbouwprognoses blijkt dat de realisatie van nieuwe woningen vooruitloopt op eerdere ramingen. Hierdoor neemt de netto-opbrengst toe. Actualisatie OZB (structureel € 125.000 vanaf 2022) Uit de analyse van de rekeningcijfers blijkt dat de gerealiseerde OZB-opbrengsten hoger zijn dan begroot.
De opbrengsten kunnen structureel worden opgehoogd met € 125.000.
Kadernota 2022-2025
16
Investeringsplan Het investeringsplan is geactualiseerd. Bij deze actualisatie zijn de volgende aanpassingen doorgevoerd: • Niet uitgevoerde investeringen 2020 zijn afgesloten of doorgeschoven; • De uitvoeringsplanning van de investeringen is beoordeeld. Zo nodig zijn investeringen anders gefaseerd; • Investeringen die zijn vastgesteld via separate raadsbesluiten worden toegevoegd aan het investeringsplan; • Nieuwe investeringen, zowel uitbreidings- als vervangingsinvesteringen, zijn opgenomen. Het volledige investeringsplan is bijgesloten als bijlage bij deze kadernota. Afsluiten investeringen jaarrekening 2020 In de jaarrekening 2020 worden 58 investeringen afgesloten. Als gevolg van het afsluiten kan er een investeringsbedrag van € 649.000 worden afgeraamd. Een investeringsbedrag van € 8,7 miljoen schuift door naar volgende jaren. Wijzigingen in fasering Vervanging Olympiahal Op basis van de huidige planningen is het niet realistisch om de nieuwe Olympiahal in 2022 op te leveren. De opleverdatum is doorgeschoven naar 2024. Onderwijshuisvesting In het oude Investeringsplan was voor het jaar 2021 een stelpost opgenomen voor de realisatie van onderwijshuisvesting. Deze stelpost wordt in deze kadernota nader ingevuld, waardoor deze doorschuift naar 2022/2023.
Investeringen kunstwerken De Lijndraaiersbrug, Koepaardbrug en Schansbrug moeten we in de komende 5 jaar renoveren of vervangen. Deze investeringen zijn nog niet in het investeringsplan opgenomen. De Lijndraaiersbrug is qua scope en kosten helder. Voor de overige bruggen wordt eerst onderzoek gedaan. Hiervoor is diepgaand onderzoek nodig. Als dekking voor deze investeringen wordt onderzocht hoeveel investeringsbudget kademuren kan worden vrijgemaakt. De investeringen in de kademuren worden dan doorgeschoven naar de volgende beheerplanperiode. Het verschuiven van de investeringen beperkt de risico’s voor de gemeente ten opzichte van de huidige situatie. Het risico dat er iets misgaat bij een van de beweegbare bruggen is veel groter dan met een kademuur. Het blijft echter wel een risico dat we bewust nemen. Voorgesteld wordt om nu geen extra investeringsbudgetten op te nemen. In de Kadernota 2023 wordt op basis van de onderzoeken een definitief voorstel voorgelegd. Investeringen meerjarenonderhoudsplannen gebouwen (MOP) De benodigde investeringen in de gemeentelijke gebouwen worden gebaseerd op meerjarenonderhoudsplannen. In afwijking van voorgaande jaren is op basis van al deze plannen het jaarlijks benodigd gemiddeld investeringsbedrag berekend om de gebouwen in goede staat te houden. Ieder jaar wordt beoordeeld welke werkzaamheden voor het komend jaar noodzakelijk zijn.
Kadernota 2022-2025
17
Het voordeel ten opzichte van de oude ramingssystematiek, waarbij voor alle jaren per pand in detail de werkzaamheden werden geraamd, is dat er meer flexibiliteit ontstaat in het prioriteren en faseren van de werkzaamheden. Werkzaamheden die nog niet nodig zijn, kunnen worden uitgesteld en werkzaamheden die vervroegd moeten worden uitgevoerd, kunnen eerder worden uitgevoerd, zonder dat er extra budget moet worden aangevraagd. In de bestuursrapportages en de jaarrekening wordt in de paragraaf kapitaalgoederen verantwoord welke vervangingsinvesteringen zijn uitgevoerd. Nieuwe investeringen Ten opzichte van het Investeringsplan 2020-2024 zijn de volgende investeringen toegevoegd. (bedragen x € 1.000)
Nieuwe investeringen
IP2021
IP2022
IP2023
IP2024
IP2025
IP2026
Totaal
Onderwijshuisvesting
0
1.004
4.294
2.612
2.670
3.004
13.584
Bewegingsonderwijs
0
0
1.500
1.000
0
0
2.500
Sporthuisvesting
0
0
0
0
0
3.240
3.240
Vervangingsinvesteringen sportvelden
0
200
200
200
200
200
1.000
Vervangingsinvesteringen voertuigen
0
139
0
105
100
570
914
Inhuizing VraagRaak
0
1.000
0
0
0
0
1.000
ICT uitwijklokatie/backup-storage
90
0
0
0
0
90
90
Huisvesting Heldringstraat
0
221
0
0
0
0
221
Diverse aanpassingen milieustraat
0
40
0
0
0
0
40
Stationaire perscontainers
0
65
0
0
0
0
65
Tweede hoofdaansluiting Wilgenrijk
0
750
750
0
0
0
1.500
Afrit 6, A20
0
250
0
0
0
0
250
90
3.669
6.744
3.917
2.970
7.104
24.404
Onderwijshuisvesting Met het Meerjarenonderwijshuisvestingsplan (MOHP) worden de contouren geschetst voor de onderwijshuisvesting voor de komende jaren. In het MOHP wordt rekening gehouden met de toename van het aantal inwoners en dus ook het aantal leerlingen. Dat heeft als consequentie dat er meer onderwijshuisvesting nodig is en dat vraagt ook om meer middelen. Bewegingsonderwijs/sporthuisvesting Sinds 2013 wordt er gewerkt aan de kwalitatieve verbetering van de binnensportaccommodaties. Er zijn onvoldoende middelen om de verbetering te kunnen uitvoeren zoals die zijn opgenomen in de Sportnota 2013. Daarnaast zijn er ontwikkelingen waardoor er een grotere capaciteit aan binnensportaccommodaties nodig is. Dat heeft te maken met de woningbouwintensivering, waardoor er meer inwoners komen en met de wettelijke verplichting voor meer uren bewegingsonderwijs. In het koersdocument binnensportaccommodaties wordt dit onderdeel nader toegelicht. Als de nieuwe sportzalen niet wordt gerealiseerd, zullen de verouderde gymzalen moeten blijven bestaan. Deze sportzalen benaderen het einde van de technische levensduur (uit de jaren 70). Om deze zaaltjes veilig beschikbaar te houden voor bewegingsonderwijs en sport kunnen dan onverwachte uitgaven noodzakelijk zijn. De hoogte van deze uitgaven kunnen wij nu niet inschatten. Kadernota 2022-2025
18
Een ander risico is dat we het aantal verplichte uren voor het bewegingsonderwijs niet aan kunnen bieden. Als wij de stad willen laten groeien door middel van intensivering van woningbouw en rekenen op meer inwoners, dan moeten wij ervoor zorgen dat de voorzieningen voor deze extra inwoners ook aanwezig zijn. Vervangingsinvesteringen sportvelden Uit kwaliteitsinspecties en specifieke onderzoeken is gebleken dat een aantal sportvelden het eind van hun technische levensduur bereikt. Ook wordt geïnvesteerd in duurzame LED-verlichting rond sportvelden. We gaan de benodigde investeringsbedragen nog scherper tegen het licht houden en komen in de begroting 2022 met een nadere onderbouwing. Vervangingsinvesteringen voertuigen/machines De economische levensduur van de voertuigen is ingeschat op 7 jaar. Na 7 jaar dienen de voertuigen te worden vervangen. Het betreft de vervanging van 15 voertuigen. Naast de vervangingen worden twee uitbreidingsinvesteringen opgevoerd. Het betreft een kraan met gesloten knijper (€ 52.000) en een sneeuwschuiver (€ 17.000). Deze materialen worden momenteel voor een hoger bedrag gehuurd. Per saldo leidt deze investering tot een lagere kostentoerekening naar de heffingen. Inhuizing VraakRaak De inrichting en de beschikbare ruimte van het huidige pand voldoet niet meer aan de behoefte van VraagRaak.
Bovendien vergt dit pand investeringen om aan de Arbonormen te voldoen. Met het vrijkomen van het oude bedrijfsrestaurant in het stadhuis is er om die reden voor gekozen om VraagRaak in te huizen in het stadhuis. Er ligt inmiddels een programma van eisen voor de huisvesting in het stadhuis. Hiervoor zal een verbouwing op de begane grond van het stadhuis noodzakelijk zijn. Gelet op eerdere verbouwingen (zoals de realisatie van de Politiepost en het werkrestaurant) en rekening houdend met de noodzakelijke aanpassingen van diverse installaties (onder meer ten behoeve van ventilatie) wordt uitgegaan van een investering van € 1 miljoen. We kijken eveneens naar de vergaderzalen op de begane grond. Door het vrijvallen van de huidige exploitatielasten op de oude locatie is de inhuizing van Vraagraak in het stadhuis budgettair neutraal. Hiermee worden de kosten voor de renovatie van het huidige pand voorkomen. Na de inhuizing wordt het pand gesloopt en kan de grond voor herontwikkeling beschikbaar komen. De voorbereiding start in 2021 en de uitvoering vindt in 2022 plaats. ICT De huidige uitwijklocatie (Dukdalf) voldoet niet en moet opnieuw extern worden opgebouwd. Aangezien we hier een bedrijfsrisico lopen, wordt de investering opgenomen in 2021. De huidige back-up/storage voorziening is aan het eind van zijn levensduur en benadert de grenzen van zijn capaciteit.
Kadernota 2022-2025
19
Huisvesting Heldringstraat De volgende investeringen zijn vanwege storingen en/of Arbo-eisen noodzakelijk. Heldringstraat
IP2022
Slagbomen
35.000
Toegangspoort hek
34.000
Nieuwe meterkast Heldringstraat
75.000
Warmte terugwininstallatie Heldringstraat
47.000
Airco installatie kantoren Heldringstraat
30.000 221.000
Diverse aanpassingen milieustraat Als gevolg van een afkeur van een rioolput op het terrein en het opnieuw aanbrengen van kitten om alles weer vloeistof dicht te hebben moet de milieustraat gedeeltelijk ‘op de schop’. Als het toch open moet willen wij graag van de gelegenheid gebruik maken om 3 extra opstelplaatsen aan de leggen voor 3 hoofdstromen, zijnde restafval, hout en puin. Wij kunnen dan beter inspelen op piekmomenten en bewoners beter van dienst zijn door een en ander anders op te stellen. Ook zijn mogelijke calamiteiten hierdoor beter op te vangen. Het belang om eenmalig de milieustraat te belasten en noodzakelijk onderhoud te combineren, hierdoor zijn de kosten beter verdeeld en de dienstverlening gewaarborgd. Stationaire perscontainer Op dit moment worst EPS (piepschuim) nog niet separaat ingezameld op de milieustraat terwijl deze wel op de lijst van verplicht gescheiden te houden stromen staat. Om hier invulling aan te geven is naast een papierperscontainer (staat er al) een 2e perscontainer nodig voor de inzameling van piepschuim. Tweede hoofdaansluiting Wilgenrijk De 2e hoofdaansluiting wordt gerealiseerd op kosten van Wilgenrijk en moet gereed zijn wanneer de 900e woning wordt opgeleverd. De voorbereidingen worden nu getroffen. Uit onderzoek blijkt dat de autonome verkeersgroei dusdanig is dat we niet kunnen volstaan met een ‘normale’ rotonde.
Deze kosten kunnen we niet of zeer beperkt verhalen op Wilgenrijk. De middelen worden uitgegeven verdeeld over voorbereiding 2022 en uitvoering 2023. Afrit 6 A20 Uit de studie afrit 6/7 zijn voorstellen naar voren gekomen om de doorstroming op afrit 6 te verbeteren. Om stagnatie in de toekomst te voorkomen, zal een reconstructie van het kruispunt moeten plaatsvinden. De totale kosten bedragen € 1,5 miljoen waaraan wij een bijdrage leveren van € 250.000.
Kadernota 2022-2025
20
Budgettaire effecten Naast de extra kapitaallasten van bovengenoemde nieuwe investeringen leidt de herfasering van investeringen en het afsluiten van investeringen bij de jaarrekening 2020 tot een voordelig budgettair effect. Bij de berekening van dit voordeel is ook rekening gehouden met het rentevoordeel als gevolg van de aanhoudende lage rentestanden. (bedragen x € 1.000)
Kapitaallasten
2022
2023
2024
2025
2026
Actualisatie investeringsplan/treasury
-450
-450
-450
-200
0
44
269
408
642
510
-406
-181
-42
442
510
Nieuwe investeringen Toename kapitaallasten perspectief
Kadernota 2022-2025
21
Weerstandsvermogen Risico's In het onderstaande overzicht worden de tien risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben op de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Belangrijk is om te weten dat het risicoprofiel een momentopname is. Via de planning- en control documenten, waaronder jaarstukken, wordt gerapporteerd over de wijzigingen. Positie project/gebied K'nota '22 1 Projecten
Risico De opbrengst die geraamd is, wordt niet of met vertraging gerealiseerd Verlagen van het abonnementstarief heeft een aanzuigende werking op de aanvragen van de voorzieningen huishoudelijke hulp
Invloed
5,2%
2
Wmo
3
Kunstwerken
Calamiteit civiele kunstwerken
4,1%
4
Vastgoed
Het gemeentehuis voldoet niet geheel meer aan de eisen en moet mogelijk vervangen of gerenoveerd worden
4,1%
5
Gemeentefonds
Lagere uitkering gemeentefonds door herverdeling gemeentefonds
4,1%
6
Gemeentefonds
Negatieve afwijkingen gemeentefonds
3,9%
7
Corona
8
Algemene middelen
9
Woningbouw
10
Jeugdhulp
Faillissement/surseance maatschappelijke instellingen (bijv. sport of culturele sector) Ombuigingen in de meerjarenbegroting worden (deels) niet gerealiseerd Tegenvallende groei inwoners als gevolg van stagnerende bouwvolumes Groei van volume in aantallen jeugdigen o.a. door toepassing woonplaatsbeginsel (jeugdzorg)
4,6%
3,4% 3,4% 3,4% 3,4%
Wmo Vooruitlopend op beheersmaatregelen hebben we niet de door ROGplus geadviseerde meerjarige prognoses in de meerjarenbegroting opgenomen. Met extra stortingen als gevolg onderuitputting op de Wmo-gelden over 2020 wordt de Wmo-reserve op een zodanig niveau gebracht dat we verwachten dat het tekort tot ongeveer 2025 kan worden opgevangen. Toch bestaat er nog steeds het risico dat nadelige effecten structureel niet opgevangen kunnen worden in de meerjarenbegroting. De komende jaren zal verder invulling worden gegeven aan de beheersmaatregelen die zijn opgenomen in het uitvoeringsplan Wmo. Daarbij wordt vanuit gegaan dat de genomen maatregelen naast de kwaliteitsverbetering ook een dempend effect zullen hebben op het uitgavenpatroon. Calamiteit civiele kunstwerken De calamiteit aan Lijndraaiersbrug in 2020 laat zien dat dit risico actueel is. Het nieuwe beheerplan civiele kunstwerken heeft als thema beheerste groei. In het verleden is het merendeel van de vervangingswaarde van 108 miljoen betaald uit gebiedsontwikkeling of anderszins direct afgeschreven. Op de lange termijn (75 jaar) zullen de kapitaallasten en de reguliere onderhoudskosten enorm toenemen. In welk tempo deze kosten zullen stijgen is nog niet bekend. Duidelijk is wel dat de grote bruggen (Lijndraaiersbrug, Koepaardbrug en Schansbrug) het einde van hun levensduur naderen.
Voor een aantal kademuren geldt hetzelfde. Het naderen van het einde van hun levensduur betekent niet dat de kunstwerken direct vervangen/gerenoveerd moeten worden. Door onderzoek en modellering Kadernota 2022-2025
22
proberen we zowel de timing als de vorm van de renovatie te optimaliseren en zo de groei van de uitgaven te beheersen zonder dit risico te laten toenemen. Stadhuis Een aantal gemeentelijke gebouwen is onderzocht op bestendige bruikbaarheid. Het risico is aanwezig dat het stadhuis niet meer aan de wettelijke eisen voldoet. In 2021 wordt er gestart met een nader onderzoek. Herverdeling gemeentefonds De voorlopige uitkomst voor Maassluis is negatief herverdeeleffect van 11 euro per inwoner (€ 370.000). Het maximale risico is verlaagd; met deze kadernota is vooralsnog rekening gehouden met een structureel nadeel van € 370.000 vanaf 2023. Daarnaast resteert nog altijd een risico dat het nadeel voor Maassluis uiteindelijk groter is dan dit bedrag. Als kleinere gemeente hebben wij weinig directe invloed op de uitwerking van het gemeentefonds. Bij onderwerpen die voor Maassluis van belang zijn, trekken wij actief op met andere gemeenten en nemen we gezamenlijk initiatief richting de fondsbeheerders. Corona De directe en indirecte gevolgen van de coronacrisis voor inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen en gemeenten eindigen niet als er grootschalig gevaccineerd is. De ernst van de economische en maatschappelijke gevolgen en de blijvende schade is moeilijk in te schatten maar de kans is aanwezig dat herstel lang duurt.
Voor de aanpak van de lange termijneffecten zal een plan worden opgesteld. Jaarstukken 2020 gemeente Maassluis 125 Inkomsten woningbouw In de begroting wordt rekening gehouden met de mutaties per jaar met een aanname dat ieder jaar 50% wordt doorgeschoven. Het risico is verhoogd omdat met name de komende jaren veel woningen opgeleverd zouden moeten worden. Dat kan betekenen dat Maassluis niet meer sneller groeit dan de rest van Nederland en als gevolg daarvan minder dan begrote opbrengsten in de algemene uitkering van het gemeentefonds te verwachten zijn. Ombuigingen (deels) niet gerealiseerd Knelpunten liggen bij ombuigingen op het gebied van gemeentelijke leges, basisbanen, bedrijfsvoering. Hierover zijn nadere afspraken over de timing en aanpak gemaakt. Jeugdhulp De risico’s op de tekorten op de jeugdhulp is met de inzet van de reserve jeugd gemitigeerd. De reserve is vanaf 2021 ingesteld ter dekking van niet begrote lastenstijgingen. Voor 2021 zijn er incidenteel extra rijksgelden beschikbaar gesteld voor de acute problematiek in de jeugdzorg. Besluiten over fundamentele aanpassingen worden overgelaten aan het volgend kabinet. De aanbesteding van het nieuwe MVS-jeugdmodel volgt in 2021-2022 en de nieuwe contracten gaan in 2023 in.
Kadernota 2022-2025
23
Verder zijn er met deze kadernota ook nieuwe risico's onderkend die niet tot de top 10 behoren: Omgevingswet/bodemtaken In 2022 treedt de Omgevingswet in werking. De decentralisatie is dan een feit en elke gemeente is dan bevoegd gezag voor de bodem. Dit betekent onder meer dat de gemeente er een nieuw takenpakket bij krijgt. Het ministerie van I&W stelt hiervoor een bijdrage beschikbaar. Omdat er nog geen landelijke verdeling van het budget beschikbaar is, is het ook onduidelijk of dit voldoende is om de organisatie voldoende robuust neer te zetten. Bevoegd gezag voor het grondwater blijft de provincie. Wijkteam Binnen het wijkteam VraagRaak zijn er het afgelopen jaar 2 pilots gestart, ‘geweld hoort nergens thuis (intensieve casus regie)’ en de overname gezinsspecialisten in het wijkteam. Beide sloten aan op de visie van de herijking. Na positieve bevindingen en de investering die is gedaan in de nieuwe werkvormen is besloten deze pilots over te nemen en te implementeren binnen VraagRaak. Daarnaast gaan de drangtrajecten vanuit GI (gecertificeerde instellingen) over naar het lokale veld en lopen vooruit op ontwikkelingen rond herijking jeugdhulp. Hiervoor is financieel ruimte beschikbaar gesteld. Al deze ontwikkelingen hebben effect op de caseload van medewerkers, de organisatie van het werk en dat heeft uiteindelijk effect op de wachtlijsten bij VraagRaak.
We gaan er op dit moment vanuit dat de begroting voldoende is om het werk te kunnen leveren. Lukt dit niet en ontstaan hier knelpunten dan nemen we dit mee in de begroting van 2022. VRR Door ontwikkelingen in de samenleving zijn naast de klassieke rampen nieuwe vormen van crises ontstaan. Denk daarbij aan klimaatverandering, energietransitie, digitale verstoringen en wereldwijde virussen, maar ook aan de invoering van de Omgevingswet. De VRR speelt hierop in, maar daarnaast blijven de traditionele activiteiten ook bestaan. Extern onderzoek laat zien dat het verruimen van het takenpakket sluipenderwijs ten koste is gegaan van de kwaliteit van een aantal basistaken. Deze discrepantie wordt incidenteel zoveel mogelijk opgelost, maar is niet structureel vol te houden. Dit is het meest zichtbaar bij de pikettaken en de vakbekwaamheid. De piketorganisatie heeft met steeds meer complexe incidenten te maken, waardoor er meer inzet en deskundigheid is vereist. Deze functie wordt naast de niet-repressieve taak wordt gedaan, dit gaat ten koste van de capaciteit van de niet-repressieve taak. In de VRR-begroting 2022-2025 is een risico opgenomen op het gebied van vakbekwaamheid van de brandweerorganisatie. Oorzaak is, onder meer, het grotere verloop van het brandweerpersoneel, waaronder vrijwilligers.
Deze landelijke trend betekent dat men na de opleiding korter dan voorheen als brandweerman/-vrouw werkzaam blijft. Hierdoor moeten meer mensen worden opgeleid en getraind, waardoor deze kosten stijgen. Daarnaast is er steeds meer sprake van complexe incidenten waarvoor specifiekere kennis benodigd is. Dit alles leg een grote druk op de vakbekwaamheid. Ook de Europese richtlijn deeltijdregeling brandweervrijwilligers vormt een risico. Vanuit de landelijke discussies rondom de Wnra is gebleken dat de huidige rechtspositie op grond van de Europese deeltijdrichtlijn juridisch niet meer houdbaar is. De brandweervrijwilliger kan in zijn huidige functie niet meer blijven bestaan. In de loop van 2021 wordt verwacht dat er meer duidelijkheid komt met betrekking tot mogelijke oplossingen.
Kadernota 2022-2025
24
De combinatie van het inspelen op nieuwe ontwikkelingen en het versterken van bestaande taken kunnen miljoenen euro's aan lasten per jaar met zich meebrengen; daarmee voor Maassluis mogelijk tonnen.
Weerstandsvermogen Uitgaande van een zekerheidspercentage van 90% bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 8,8 miljoen. De totale weerstandscapaciteit bedraagt € 28 miljoen en daarmee komt de weerstandsratio op 3,2 en dat ligt ruimschoots boven de norm van 1.
Kadernota 2022-2025
25
Kadernota 2022-2025
26
Besluiten De raad van de gemeente Maassluis, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 mei 2021, neemt kennis van de in de Kadernota 2022-2025 gepresenteerde: • ruimtevragers en -scheppers • investeringsvoorstellen; en • risico's, en besluit: •
Kadernota 2022-2025 vast te stellen en de daarin opgenomen wijzigingen als kader te hanteren bij de uitwerking van de begroting 2022-2025.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Maassluis van 22 juni 2021.
de griffier,
de voorzitter,
mr. R. van der Hoek
dr. T.J. Haan
Kadernota 2022-2025
27
Kadernota 2022-2025
28
Bijlagen Bijlage 1 Tabel Ruimtevragers (bedragen x € 1.000)
Onontkoombare ruimtevragers
2022
2023
2024
2025
2026
Programma 0 Duurzaamheidsroadmap gem. vastgoed
100
N
Gemeenteraadsverkiezingen
25
N
Inhuur specialistische kennis
125
N
125
N
75
N
Buurtbemiddeling
25
N
25
N
25
N
Polarisatie
25
N
25
N
25
N
100
N
200
N
300
7
N
Openbaar groen
76
N
160
N
Opschonen archief
65
N
Maritiem historisch Maassluis
30
N
50
N
Combinatiefunctionarissen
18
N
18 70
75 N
75
N
N
350 N
350
N
160
N
160 N
160
N
N
18
N
N
70
N
70 N
70
N
75
N
75 N
75
N
N
Programma 1
Programma 2 Beheerplan kunstwerken Areaaluitbreiding openbare ruimte Programma 5
Continueren impuls cultuur Programma 6 Voorbereiding MVS jeugdmodel
200
N
Continueren impuls armoedebeleid Programma 7 DCMR asbesttaken
25
N
25
N
25
N
Uitvoeren warmtetransitievisie
100
N
100
N
100
N
40
N
40
N
N
Programma 8 Vergunningen goed verhuurderschap
Kadernota 2022-2025
29
Onontkoombare ruimtevragers
2022
2023
2024
2025
2026
Overhead Kenniscentrum MVS
10
N
10
N
10
N
370
N
370
N
370 N
370
N
Algemene dekkingsmiddelen Herverdeling gemeentefonds Risicostelpost
250
N
280
N
280
N
205 N
205
N
44
N
269
N
408
N
642 N
510
N
1.265
N
1.767
N
1.941
N
1.815
N
Diverse programma's Investeringsprogramma 2021-2026
Kadernota 2022-2025
1.947
N
30
Bijlage 2 Tabel Ruimtescheppers (bedragen x € 1.000)
Ruimtescheppers
2022
2023
2024
2025
2026
Programma 0 Internationale samenwerking
-5 V
-5 V
Programma 8 Bouwleges
-350 V
Algemene dekkingsmiddelen Vrijval risicostelpost herverdeling GF
-1.264 V
Actualisatie IP/Treasury
-450 V
-450 V
-450 V
-200 V
Onderbesteding BTW-compensatiefonds
-100 V
-100 V
-100 V
-100 V
-100 V
-420 V
-420 V
Algemene uitkering- reëel accres Areaaluitbreiding-groei van de stad
-493 V
-293 V
-26 V
-91 V
-91 V
Actualisatie OZB
-125 V
-125 V
-125 V
-125 V
-125 V
-1.518 V
-968 V
-1.965 V
-941 V
-741 V
Kadernota 2022-2025
31
Bijlage 3 Investeringsplan Is separaat bijgesloten.
Kadernota 2022-2025
32
Kadernota 2022-2025
33
Kadernota 2022-2025
34