Bijlage 6 Beantwoording vragen MB commissie Begroting (26-10-2021)
Tekst van het document
In de commissie van 26 oktober is toegezegd dat enkele vragen van Maassluis Belang schriftelijk worden beantwoord.
1.
pagina 113: verder is nieuw het risico op de opgenomen opbrengstenstijging als gevolg van de woningbouw. Tegenvallers op dit gebied geven een direct nadeel op de inkomsten in het gemeentefonds en de OZB. Wij lezen: meer nieuwbouw, is meer OZB inkomsten, echter over de daarbij behorende lasten lezen we niets. Meer kinderen is wellicht meer zorg en meer schoolgebouwen. Hoe moeten we dit zien?
Dit risico is inderdaad nieuw in de top 10 ten opzichte van de begroting 2021. In de rekening 2020 maakten we ook melding van dit risico. Met de Kadernota 2020 zijn voor het eerst de inkomsten én uitgaven die verbonden zijn aan de groei van de woningvoorraad geraamd in de meerjarenbegroting. Op basis van het uitgangspunt dat de groei van het areaal niet direct tot groei van de voorzieningen in de stad leidt, worden de kosten geleidelijk opgenomen. We rekenen met een opbrengst van € 1.824 per woning. Op dit moment staat er een bedrag oplopend tot circa € 5,5 ton in 2025 open voor de voorzieningen in de stad. De budgetten in het sociaal domein zijn de afgelopen jaren verhoogd en met de kadernota van dit jaar zijn voor het Wilgenrijk en het Balkon ook een investering opgenomen voor nieuwbouw en uitbreiding van schoolgebouwen.
2. Pagina 114, risico 10: het renterisico voor vertraging projecten. Wat is de financiële impact van dit risico met een rente die nagenoeg 0% is? Door vertraging van projecten komen opbrengsten later binnen waardoor we moeten voorfinancieren. Nieuwe leningen hebben op het dit moment inderdaad een zeer lage rente. Wij hanteren echter een systematiek van ‘totaalfinanciering’, ook voor de grondexploitaties. Dat rentepercentage (1,5%) is hoger dan de rente die nu op de markt geldt. Dit heeft te maken met de oudere leningen met een hoger rentepercentage. Dit risico zal de komende jaren uit de top 10 verdwijnen omdat de huidige grondexploitaties aflopen binnen nu en een aantal jaar.
3. BV stadsherstel Maassteden: bij de tafeltjes avond werd duidelijk dat wij geen panden hebben aangekocht. Wel is er een potje waar wij al een aantal jaar een bijdrage aanleveren. Hoeveel zit daar in, hoedanig blijven we daar nog aan bijdragen zonder er gebruik van te maken of ziet u dit in de toekomst anders? In 2017 is besloten, na een zienswijze procedure in de raad, om deel te nemen aan Stadsherstel Maassteden BV, middels de aankoop van aandelen voor een bedrag van € 50.000. De aandelen staan als deelneming op de gemeentelijke balans. Er is geen sprake van een jaarlijkse bijdrage. Het doel van de BV is het genereren van eigen vermogen, zodat met sloop en verval bedreigde woningen in de drie gemeenten kunnen worden aangekocht en gerestaureerd. In 2017 zijn voor een totaalbedrag van € 500.000 aandelen uitgegeven aan de drie MVS-gemeenten en het Fonds Schiedam Vlaardingen e.o.. Dit bedrag is de afgelopen jaren ingezet als startkapitaal voor de beheersorganisatie. Recent zijn nieuwe aandelen uitgegeven, onder meer voor de aankoop van panden.
Vanuit Maassluis worden, indien opportuun, panden aangedragen als investeringsmogelijkheid door de BV. De daadwerkelijke keuzes worden gebaseerd op bedrijfseconomische afwegingen. Via de aandeelhoudersvergadering worden de aandeelhouders jaarlijks geïnformeerd.
4. Tijdens de tafeltjesavond kon er nog geen antwoord gegeven worden op de vraag waarom er op pagina 56 bij het punt versterken en bevorderen van het verenigingsleven zomerperiodes wordt ingezoomd op de scouting. Kunt u dit uitleggen? Sport en scouting zijn twee verschillende subsidiestromen met afwijkende voorwaarden. Daarom is de scouting apart benoemd.
5. In dezelfde tabel bij hetzelfde punt, als we de bijna 44.000 euro verdelen over alle verenigingen dan blijft er denk net genoeg over om een middagje pannenkoeken te bakken. Waarop is dit bedrag gebaseerd en levert dit bedrag op wat u hoopt te bereiken? Hier heeft geen wijziging plaats gevonden ten opzichte van andere jaren. Dit betreft een subsidiebeleid wat een aantal jaren geleden is opgesteld. Het bedrag van deze subsidie is vooral bedoeld voor activiteiten die worden georganiseerd voor ledenwerving en -behoud en om kader op te leiden.