CConstaterende datMaassluis
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4c Bodemrapport

gemeenteraad 14 september 2021, gemeente MaassluisBij agendapunt: Raadsvoorstel tot afgeven verklaring van geen bedenkingen aanvraag omgevingsvergunning Marelstraat2.952 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opdrachtgever

:

MaesHuys B.V. Kluishof 1 3155 GG MAASLAND

Rapportnummer

:

VBO.2020.0034

Datum

:

8 juni 2020

Verkennend bodemonderzoek Marelstraat 23-29 Maassluis

BMA Milieu B.V.  Zuidweg 77  2671 MP Naaldwijk Tel. (0174) 63 07 43  E-mail: info@bma-milieu.nl  www.bma-milieu.nl IBAN: NL97 RABO 0342 9797 36  BIC: RABONL2U  BTW nr. NL805523868B01  KvK nr. 272.40.966

BMA Milieu B.V.

Inhoudsopgave

blz.

1.

Inleiding en doel van het onderzoek 1.1 Algemeen 1.2 Aanleiding en doelstelling 1.3 Referentiekader 1.4 Opbouw van het rapport

1 1 1 1 1

2.

Vooronderzoek, onderzoekshypothese en onderzoeksopzet 2.1 Vooronderzoek 2.2 Onderzoekshypothese 2.3 Onderzoeksopzet

2 2 2 2

3.

Veldwerkzaamheden 3.1 Uitgevoerde werkzaamheden 3.2 Samenstelling van de bodem 3.3 Zintuiglijke waarnemingen 3.4 Grondwater 3.5 Afwijkingen BRL 2000, protocol 2001/2002

3 3 3 3 3 4

4.

Laboratoriumonderzoek 4.1 Uitgevoerde analyses 4.2 Toetsingscriteria grond en grondwater 4.3 Interpretatie van de analyseresultaten grond en grondwater

5 5 5 6

5.

Evaluatie 5.1 Algemeen 5.2 Conclusies en aanbevelingen

7 7 7

Literatuurlijst

8

Tabellen Tabel 1 Tabel 2 Tabel 3 Tabel 4 Tabel 5 Tabel 6

Onderzoeksopzet Uitgevoerde werkzaamheden Zintuiglijke waarnemingen Metingen grondwater Samenstelling monsters en uitgevoerde analyses Overzicht gemeten verontreinigingen in grond en grondwater

2 3 3 3 5 6

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

Regionale situatie Locatie en boringen Toetsing analyseresultaten Analysecertificaten Bodemprofielen Fotoblad Procescertificaat protocol 2001, 2002, 2003 en 2018 Functiescheiding Verklarende tekst toetsingscriteria en parameters

BMA Milieu B.V.

1.

Inleiding en doel van het onderzoek

1.1 Algemeen MaesHuys B.V. verzocht aan milieuadviesbureau BMA Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek te verrichten op een locatie gelegen aan de Marelstraat 23-29 te Maassluis. De regionale ligging en een overzicht van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in respectievelijk bijlage 1 en 2. 1.2 Aanleiding en doelstelling Aanleiding tot het uitvoeren van het bodemonderzoek is de bestemmingswijziging in combinatie met de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van (gestapelde) woningen (9 appartementen). Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. 1.3 Referentiekader BMA Milieu B.V. is ISO-9001:2015 gecertificeerd voor bodemonderzoek en milieuadviezen. Het managementsysteem van BMA Milieu B.V. is door Normec Certification geëvalueerd en goedgekeurd volgens de Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek BRL SIKB 2000 (protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018).

Onder de activiteiten van deze procescertificaten vallen het plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen (2001), het nemen van grondwatermonsters (2002) en veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek (2003), de maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem (2018) en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. Het procescertificaat is opgenomen in bijlage 7. Volledigheidshalve moet gemeld worden dat onderhavig bodemonderzoek, zoals ieder milieukundig bodemonderzoek, steekproefsgewijs is uitgevoerd. Dit betekent dat het onderzoek gebaseerd is op het verrichten van een beperkt aantal boringen en het nemen van een beperkt aantal monsters voor onderzoek in het laboratorium. Het is niet uitgesloten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen, welke op de plaats van de uitgevoerde boringen niet zijn waargenomen. Tevens dient opgemerkt te worden dat het bodemonderzoek een momentopname is en derhalve een bepaalde tijd geldig is (afhankelijk van het onderzoek en het bevoegd gezag). Met name op plaatsen waar tijdens bedrijfsactiviteiten verontreinigende stoffen worden gebruikt, gevormd of opgeslagen, kan de bodemkwaliteit worden beïnvloed. Als onafhankelijk adviesbureau is BMA Milieu B.V.

op geen enkele juridische, financiële of andere wijze verbonden met de onderzoekslocatie. 1.4 Opbouw van het rapport De resultaten van het vooronderzoek, de onderzoekshypothese en de onderzoeksopzet zijn beschreven in hoofdstuk 2. De veldwerkzaamheden en het laboratoriumonderzoek worden beschreven in hoofdstukken 3 en 4. De evaluatie, alsmede toetsing van de hypothese, is opgenomen in hoofdstuk 5.

VBO.2020.0034 Marelstraat 23-29 te Maassluis 8 juni 2020

1

BMA Milieu B.V.

2.

Vooronderzoek, onderzoekshypothese en onderzoeksopzet

2.1 Vooronderzoek Uit de, door de initiatiefnemer van Studio van Spelden (dhr. M. Dukker), aangeleverde rapportage verkennend bodemonderzoek (kenmerk: C16-063-O, d.d. 13 april 2016) blijkt dat ter plaatse van (rondom) Marelstraat 21-29 (ongeveer 550 m2) onderzoek is verricht. Onderhavige onderzoeklocatie (Marelstraat 23-29) maakt deel uit van de toenmalige onderzoekslocatie. Uit de resultaten van het vooronderzoek blijkt dat de locatie (nagenoeg) geheel met drie panden is bebouwd, welke in gebruik zijn (geweest) als garagebedrijf. De daadwerkelijke garageactiviteiten vonden elders plaats. Op de locatie was voornamelijk sprake van stalling van auto’s. Er is op en nabij de locatie geen sprake (geweest) en (ondergrondse) brandstoftanks. De panden zijn voorzien van betonvloeren. Voor het adres Marelstraat 21 staan op naam van Garagebedrijf W. van der Hoeven drie ondergrondse brandstoftanks geregistreerd (in 1973 geplaatst en in 1998 verwijderd). De tanks bevonden zich niet op de onderzoekslocatie, maar op het aangrenzende adres Marelstraat 19, waar de eigenlijke garageactiviteiten van Van der Hoeven plaatsvonden. Bij de verwijdering van de tanks is geen bodemverontreiniging geconstateerd. Uit de brief ‘Advies Bodem’ (kenmerk: 9999174135_9999778885, d.d.

28 april 2020, opgesteld door DCMR Milieudienst Rijnmond) blijkt dat onvoldoende onderzoek is verricht en alleen onderzoek gedaan rondom de huidige bebouwing. Inpandig is ter plaatse van de bodembedreigende activiteiten geen bodemonderzoek verricht. Bodemonderzoek dient in de kaders Wet bodembescherming, Wet Milieubeheer en NEN 5740 te worden uitgevoerd waarbij dient te voldoen aan de onderzoeksstrategie NUL uit de NEN 5740. In aanvulling hierop dient het grondwateronderzoek plaats te vinden door middel van een snijdend geplaatste peilbuis. Op basis van de hierboven beschreven rapportage verkennend bodemonderzoek en de adviesbrief van DCMR wordt er vanuit gegaan dat het garagebedrijf (stalling van auto’s) als bodembedreigende activiteit dient te worden aangemerkt en dat het onderzoek ter plaatse van de nieuwbouw moet plaatsvinden (met name ter plaatse van de toekomstige tuin moet de bodemkwaliteit worden onderzocht). Aangezien het gebruik van de locatie sinds de uitvoering van het bodemonderzoek in 2016 niet is gewijzigd, wordt te aanzien van het vooronderzoek gebruik gemaakt van het vooronderzoek zoals opgenomen in het bodemonderzoek uit 2016. 2.2 Onderzoekshypothese Voor de uitvoering van het onderzoek wordt, op basis van de door DCMR Milieudienst Rijnmond opgestelde adviesbrief, gebruik gemaakt van de strategie NUL uit de NEN 5740.

2.3 Onderzoeksopzet In tabel 1 wordt een systematische beschrijving weergegeven van de uit te voeren veldwerkzaamheden en de te verrichten analyses. Tabel 1

Onderzoeksopzet

onderzoekslocatie basispakket grond basispakket grondwater *

veldwerk boring tot 0,5 m-mv boring met peilbuis* 3 2

analyses

1x minerale olie, os (grond) 2x minerale olie, aromaten (grondwater) barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB, minerale olie, lutum en organisch stofgehalte barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, vluchtige aromatische en gehalogeneerde koolwaterstoffen en minerale olie een peilbuis met bovenkant peilfilter onder de grondwaterspiegel en een peilbuis met een snijdende peilfilter

VBO.2020.0034 Marelstraat 23-29 te Maassluis 8 juni 2020

2

BMA Milieu B.V.

3.

Veldwerkzaamheden

3.1 Uitgevoerde werkzaamheden Het veldwerk is op 19 mei 2020 door een gecertificeerde medewerker van BMA Milieu (dhr. J. de Zeeuw) uitgevoerd. In tabel 2 staan de uitgevoerde werkzaamheden vermeld. Voor nadere gegevens over de plaats van de boringen en de peilbuizen wordt verwezen naar bijlage 2. Tabel 2

Uitgevoerde werkzaamheden

onderzoekslocatie

boringen

peilbuizen

01 t/m 05

Pb 3 Pb 4

filterstelling m-mv 1,20 – 2,20 0,20 – 1,20

3.2 Samenstelling van de bodem Voor een indruk van de samenstelling van de bodemopbouw wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen (bijlage 5). Over het algemeen wordt in de boven- en ondergrond klei aangetroffen. Plaatselijk wordt in de bovengrond zand aangetroffen. 3.3 Zintuiglijke waarnemingen De waargenomen afwijkingen aan het bodemmateriaal (antropogene bestanddelen en/of bodemlagen) staan vermeld in tabel 3. Bij de niet in de tabel vermelde boringen zijn geen afwijkingen geconstateerd. Tabel 3 boring 01 02 03 04 05

Zintuiglijke waarnemingen traject ( m-mv) 0,00 – 0,50 0,20 – 0,60 0,10 – 0,50 0,50 – 1,00 0,30 – 0,60 0,20 – 0,50

waargenomen bijzonderheden zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend, matig baksteenhoudend zwak baksteenhoudend

Tijdens de uitvoering van het veldwerk is geen olie (geur of olie-waterreactie) op de bodem en in het monstermateriaal waargenomen. 3.4 Grondwater De grondwatermonsters zijn op 28 mei en 2 juni 2020 door een gecertificeerde medewerker van BMA Milieu (dhr. J. de Zeeuw) genomen. Om representatieve grondwatermonsters te verkrijgen is na het plaatsen van de peilbuizen en voor de monstername een hoeveelheid water afgepompt gelijk aan minimaal vijfmaal de inhoud van het filterdeel van de peilbuis. Tevens wordt hierbij gestreefd naar een stabiel geleidingsvermogen. De grondwatermonsters zijn in voorbehandelde flessen opgeslagen. Van het grondwater is de grondwaterstand (m-mv), de zuurgraad (pH), het geleidingsvermogen (EC) en de troebelheid (NTU) bepaald (tabel 4). Tabel 4 peilbuis

Pb 3 Pb 4

Metingen grondwater grondwaterstand bij plaatsing bij monstername m–mv m–mv 0,70 0,75 0,70 0,50

VBO.2020.0034 Marelstraat 23-29 te Maassluis 8 juni 2020

pH

EC µs/cm

troebelheid NTU

pompdebiet ml/min

6,3 7,3

10.460 6.830

34,4 12,2

200 200

3

BMA Milieu B.V.

Ter plaatse van peilbuis Pb 3 en Pb 4 is geen drijflaag aangetroffen. Het verhoogde EC gehalte (> 10.000 µs/cm) wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een verhoogd gehalte aan zouten in het grondwater. Bij voorkeur dient de troebelheid <10 NTU te bedragen. In onderhavig geval is hier van afgeweken. Er is echter ruimschoots vijfmaal de inhoud van het filterdeel van de peilbuis (circa 3,1 liter) afgepompt (4 liter). 3.5 Afwijkingen BRL 2000, protocol 2001/2002 Ten aanzien van de monsterneming zijn geen afwijkingen ten opzichte van BRL 2000, protocol 2001 en/of 2002, te vermelden.

VBO.2020.0034 Marelstraat 23-29 te Maassluis 8 juni 2020

4

BMA Milieu B.V.

4.

Laboratoriumonderzoek

4.1 Uitgevoerde analyses Ten behoeve van de analyses zijn de monsters bij het laboratorium van Omegam B.V. te Amsterdam aangeleverd. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie conform ISO/IEC 17025:2005 onder nr. L 086. De monsters zijn conform AS3000 voorbehandeld en geanalyseerd. Het mengen van de monsters heeft plaatsgevonden in het laboratorium. De samenstelling van de (meng)monsters en de uitgevoerde analyses staan vermeld in tabel 5. Tabel 5

Samenstelling monsters en uitgevoerde analyses

analysemonsters grond MM1 grondwater Pb 3 Pb 4 basispakket grond basispakket grondwater

deelmonster(s)

analyse

03 (0,10 – 0,50), 04 (0,30 – 0,80)

minerale olie, org. stof

-

minerale olie en aromaten minerale olie en aromaten

barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB, minerale olie, lutum en organisch stofgehalte barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, vluchtige aromatische en gehalogeneerde koolwaterstoffen en minerale olie

De analysemonsters zijn samengesteld op basis van de zintuiglijke waarnemingen. Op basis van deze waarnemingen zijn de meest verdachte monsters geselecteerd en geanalyseerd. In het kader van integriteit en transparantie bieden wij u de mogelijkheid de juistheid en authenticiteit van de analysecertificaten, die in het kader van dit project zijn uitgevoerd, te controleren. U kunt dit doen door met de opdrachtverificatiecode, linksonder op het analysecertificaat van Omegam Laboratoria, via de website www.omegam.nl een verificatie uit te voeren. 4.2 Toetsingscriteria grond en grondwater De analyseresultaten zijn getoetst aan de Circulaire bodemsanering en Besluit Bodemkwaliteit. Om de mate van verontreiniging weer te geven wordt in dit rapport de onderstaande terminologie gebruikt: - Niet verontreinigd: De gemiddelde gehalten van de gemeten stoffen overschrijden niet de bijbehorende achtergrondwaarde voor grond of streefwaarde voor grondwater. - Lichte verontreinigingen zijn verontreinigingen waarbij de gemiddelde gehalten van één of meer stoffen de bijbehorende achtergrondwaarde voor grond of streefwaarde voor grondwater overschrijden. - Matige verontreinigingen zijn verontreinigingen waarbij de gemiddelde gehalten van één of meer stoffen de bijbehorende tussenwaarde overschrijden.

- De tussenwaarde is de helft van de som van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde voor grond of de helft van de som van de streefwaarde en de interventiewaarde voor grondwater. Overschrijding van de tussenwaarde is het criterium voor het uitvoeren van nader onderzoek. - Sterke verontreinigingen zijn verontreinigingen waarbij de gemiddelde gehalten van één of meer stoffen de bijbehorende interventiewaarde overschrijden. - De achtergrond-, streef-, en interventiewaarden zijn opgenomen in Bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. - Er is sprake van een nieuw geval van bodemverontreiniging indien deze is ontstaan na 1 januari 1987. Voor een ‘nieuw’ geval van bodemverontreiniging geldt een saneringsplicht. - Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien meer dan 25 m3 grond en/of het grondwater in een bodemvolume van meer dan 100 m 3 gemiddeld boven de interventiewaarde is verontreinigd. In enkele specifieke situaties, bij gevoelige functies, kan bij gehalten onder de interventiewaarde ook sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging.

VBO.2020.0034 Marelstraat 23-29 te Maassluis 8 juni 2020

5

BMA Milieu B.V.

4.3 Interpretatie van de analyseresultaten grond en grondwater De analyseresultaten van de grond(meng)monsters zijn vergeleken met de berekende bodemspecifieke toetsingswaarden. Voor de gehanteerde lutum- en organische stof percentages wordt verwezen naar de volledige toetsing welke is opgenomen in bijlage 3. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. Een overzicht van de gemeten verontreinigingen is weergegeven in tabel 6. Tabel 6 analysemonsters

Overzicht gemeten verontreinigingen in grond en grondwater  achtergrond-/streefwaarde (AW/S) (licht verontreinigd)

grond MM1 grondwater Pb 3 Pb 4 - : analytisch geen verontreiniging aangetoond

 tussenwaarde (T) (matig verontreinigd)

 interventiewaarde (I) (sterk verontreinigd)

-

-

-

-

Ter plaatse van de onderzoekslocatie wordt, zintuiglijk en analytisch, zowel in grond- als grondwater respectievelijk geen minerale olie en aromaten aangetroffen (boven de detecielimiet).

VBO.2020.0034 Marelstraat 23-29 te Maassluis 8 juni 2020

6

BMA Milieu B.V.

5.

Evaluatie

5.1 Algemeen MaesHuys B.V. verzocht aan milieuadviesbureau BMA Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek te verrichten op een locatie gelegen aan de Marelstraat 23-29 te Maassluis. De regionale ligging en een overzicht van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in respectievelijk bijlage 1 en 2. Aanleiding tot het uitvoeren van het bodemonderzoek is de bestemmingswijziging in combinatie met de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van (gestapelde) woningen (9 appartementen). Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De werkzaamheden uit onderhavig onderzoek zijn door BMA Milieu B.V. uitgevoerd onder het procescertificaat ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ BRL SIKB 2000 en bijbehorend protocol 2001 ‘het plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen’ en protocol 2002 ‘het nemen van grondwatermonsters’. 5.2 Conclusies en aanbevelingen Gezien de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de opgestelde hypothese ‘verdacht’ niet juist is. Ter plaatse zijn in de grond en grondwater geen overschrijdingen van de achtergrondwaarde vastgesteld.

Op basis van onderhavig onderzoek is de bodemkwaliteit, ter plaatse van de (voormalige) bodembedreigende bedrijfsactiviteiten en ter plaatse van de nieuwbouw (met name de toekomstige tuin) conform de onderzoeksstrategie NUL onderzocht. Ons inziens vormen de resultaten van onderhavig onderzoek geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijziging en aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van woningen. Aanbevolen wordt onderhavige rapportage af te stemmen met het bevoegd gezag, DCMR Milieudienst Rijnmond, namens gemeente Maassluis. De mogelijk bij bouwactiviteiten vrijkomende of aan te voeren grond is voor hergebruik onderhevig aan wettelijke bepalingen (Besluit Bodemkwaliteit). De gemeente waar de grond wordt toegepast is in dergelijke gevallen het bevoegd gezag. functie

naam

auteur

R. de Leeuw

projectleider

M. van der Knaap

handtekening

versie

definitief

VBO.2020.0034 Marelstraat 23-29 te Maassluis 8 juni 2020

7

BMA Milieu B.V.

Literatuurlijst 1.

NEN 5725:2017, Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, Nederland Normalisatie-instituut, oktober 2017.

2.

NEN 5740:2009+A1:2016, Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, Nederland Normalisatie-instituut, 1 april 2016.

3.

NEN 5707+C2:2017, Protocol voor onderzoek naar asbest in bodem, Nederland Normalisatie-instituut, december 2017.

4.

NEN 5897+C2:2017, Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, Nederland Normalisatie-instituut, december 2017

5.

NEN 5898+C1:2016, Bepaling van het gehalte aan asbest in grond, waterbodem, bouw- en sloopafval en granulaat, Nederland Normalisatie-instituut, 1 augustus 2016.

6.

NTA 5755:2010, Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, Nederland Normalisatie-instituut, 1 juli 2010.

7.

Besluit bodemkwaliteit (Bbk), 22 november 2007, versie per 24 mei 2016.

8.

Regeling bodemkwaliteit (Rbk), 13 december 2007, versie per 30 november 2018.

9.

Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013.

10. Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2018-2021, kenmerk: PZH-2017-630244766, d.d. 19 december 2017, opgesteld door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. 11. Provinciale milieuverordening Zuid-Holland (negende tranche), Provincie Zuid-Holland, 2014. 12. SIKB BRL 2000: Veldwerk milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek, versie 5, 12 december 2013. 13. Wijzigingsblad bij BRL 2000, versie 3, 10 maart 2016. 14. Protocol 2001, 'Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen', versie 3.2, 12 december 2013. 15. Protocol 2002, 'Het nemen van grondwatermonsters', versie 4, 12 december 2013. 16. Protocol 2003, ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek’, versie 2.2, 10 maart 2016. 17. Protocol 2018, 'Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem', versie 3.2, 10 maart 2016. 18. Wet houdende regelen inzake bescherming van de bodem (Wet bodembescherming – Wbb), 3 juli 1986 en Wet houdende wijziging van de Wet bodembescherming en enkele andere wetten in verband met wijzigingen in het beleid inzake bodemsaneringen, 15 december 2005.

VBO.2020.0034 Marelstraat 23-29 te Maassluis 8 juni 2020

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10491299/1