Bijlage 4 Verslag tafel Middelen 14 oktober 2021
Tekst van het document
Tafeltjesavond NOTULEN van de Tafeltjesavond Middelen d.d. 14 oktober 2021 Voorzitter: Aanwezig:
Dhr. J. Westhoek Ambtenaren: dhr. E. Sparreboom, dhr. V. Saurin, dhr. R. Godthelp, mw. S. Brons, dhr. J. Berghout en dhr. R. van der Hoek (verslag) (Steun)raadsleden: Dhr. M. Boekestijn (CDA), dhr. D. Snoeck (VVD), dhr. A. Luijendijk (VSP), dhr. J. Keijzer (PvdA), mw. K.R. Oosterman (CU, mede namens MB) en dhr. L. Molmans (FvM)
Opening Dhr. Westhoek geeft de aanwezigen de gelegenheid vragen te stellen over de Begroting 2022 e.v. en dan de onderdelen die betrekking hebben op Middelen/Bedrijfsvoering. •
Dhr. Snoeck vraagt wat de verklaring is voor de structureel aflopende incidentele lasten (tabel blz. 191).
Het aflopen heeft te maken met de stortingen in de reserve. Vooral in de eerste jaren is sprake van flinke mutaties. De specificaties daarvan staan in de tabel op blz. 190. •
Aanvullend vraagt dhr. Boekestijn wat de belangrijkste mutaties zijn.
Dit heeft voor een belangrijk deel te maken met de bedragen die van het rijk worden ontvangen voor jeugdhulp. Deze worden voor een groot deel gestort in de reserve. •
Aanvullend vraagt dhr. Luijendijk dat in 2022 nog sprake is van een negatief resultaat (blz. 11). Hoe kijkt de provincie, die al jaren aandringt op een jaarlijks sluitende begroting, hier tegenaan.
Voorwaarde van de provincie is dat de begroting vanaf 2024 materieel sluitend is. In Maassluis is dat van 2023 t/m 2025 het geval. Eén en ander is mede afhankelijk van de septembercirculaire. Die ziet er positief uit, dus er kan nog verandering komen in het overzicht van lasten en baten. •
Dhr. Keijzer vraagt n.a.v. blz. 143/144 of er iets meer verteld kan worden over de ontwikkelingen op het gebied van ICT zoals de uitwijklocatie Dukdalf en het hybride werken.
De locatie Dukdalf voldoet niet aan de eisen voor een uitwijklocatie datacentre. Er worden momenteel verschillende oplossingsmogelijkheden bekeken. Een optie is om in te huizen bij één van de buurgemeenten.
1
Het hybride werken binnen de gemeente wordt ontwikkeld. De ruimtes in het stadhuis zijn/worden deels aangepast aan de nieuwe situatie. Thuiswerken wordt ook structureel. Er wordt bekeken om dit ook ARBO-technisch goed te regelen. Dit jaar zijn de kosten binnen de beschikbare budgetten opgevangen. De budgetten staan wel onder druk. •
Aanvullend vraagt mw. Oosterman of er de afgelopen periode gebruik is gemaakt van een – voorlopige – thuiswerkregeling en hoe het gaat nu er weer meer op kantoor mag worden gewerkt.
Sinds vorig jaar maart wordt thuisgewerkt. Er zijn wel middelen beschikbaar gesteld om thuis te werken. Nu het hybride werken structureel wordt, wordt beleid verder uitgewerkt o.a. op gebied van ARBO, gezondheid e.d. Sinds kort kan er inderdaad weer meer op kantoor worden gewerkt. Hierover maken medewerkers afspraken met hun leidinggevende. Eind november volgt een eerste evaluatie. •
Dhr. Molmans vraagt wat de verklaring is dat de lasten voor RO, bouwen en wonen (blz. 164) in 2022 op 6 miljoen staan en de jaren daarna heel veel zakken.
Dit wordt veroorzaakt door de grondexploitaties die binnenkort aflopen conform het MPG. •
Dhr. Luijendijk vraagt n.a.v. blz. 58 post ‘Lasten media’ wat onder deze begrotingspost valt en waarom deze de komende jaren afloopt.
Op het taakveld Media zijn opgenomen: de bibliotheek (inclusief huisvesting), de lokale omroep en salarislasten. De afname van deze post wordt volledig verklaard door lagere kapitaalasten voor de huisvesting van de bibliotheek. •
Mw. Oosterman wijst op blz. 15 waar gesteld wordt dat gestreefd wordt naar proactieve communicatie, die een nieuwe vorm van samenwerking mogelijk maakt tussen de (netwerk)samenleving en de gemeente. Mw. Oosterman vraagt of dit kan worden toegelicht en of er een communicatieplan is of komt om hieraan vorm te geven.
De gemeente wil iedereen zo goed mogelijk informeren over alles wat er in de stad gebeurt. Wij werken omgevingsbewust en richten ons op de leefwereld van de Maassluizer en communiceren begrijpelijk en met respect. Wij informeren niet alleen, maar stimuleren dialoog en participatie. Maassluis doet mee! Wij halen de buitenwereld naar binnen en doen ons best te weten wat er in Maassluis speelt. Wij luisteren naar de stad en houden daar rekening mee in de boodschap die de gemeente naar buiten brengt. De coronacrisis heeft nieuwe communicatievormen opgeleverd die succesvol en tot ieders tevredenheid zijn benut. En die zeker vaker zullen worden ingezet. Algemeen uitgangspunt is het vroegtijdig betrekken van de stad (inwoners, bedrijven, organisaties) bij visies, plannen, projecten en verdere ontwikkelingen. o Dit doen we al in de dagelijkse praktijk. Burgerparticipatie: bij de start wordt gekeken wie wordt betrokken, wat hun rol is, wat het niveau op de participatieladder is waarop kan worden meegedacht. Overheidsparticipatie: ook lopen de wijkdeals waarbij burgers op eigen initiatief een aanvraag kunnen doen. o Voor de omgevingswet ligt er nu een raadsbesluit (waarin ook communicatieparagraaf) en de handreiking. Een uitwerking van de communicatie met initiatiefnemers en populaire versie (print en op website) wordt in het 4e kwartaal 2021 gemaakt.
Vanaf januari 2022 wordt proef gedraaid. o Wat betreft algemeen participatiebeleid en een participatieverordening (zodat voor iedereen in de stad transparant is hoe Maassluis met participatie omgaat). Dit wordt nog opgesteld (werken aan een startnotitie 4e kwartaal 2021/1e kwartaal 2022). 2
o
Daarnaast wordt er momenteel gewerkt aan actualisering van de dienstverleningsvisie. •
Mw. Oosterman vraagt n.a.v. blz. 9 – herverdeling gemeentefonds – waarom rekening wordt gehouden met een negatief effect van € 11,- per inwoner terwijl uit de actuele berekeningen blijkt dat dit nadeel € 22,- per inwoner kan zijn.
De berekeningen rond de herverdeling van het gemeentefonds gaan op dit moment nog verschillende kanten op. Er is dus geen zekerheid. Daar zit wel een financieel risico voor de gemeente. De systematiek wordt in 2023 van kracht. •
Dhr. Boekestijn zegt dat op blz. 114 (risico’s) 3% invloed wordt toegerekend aan failissement/surceance van maatschappelijke instellingen. Hoe moet dit worden gekwalificeerd en om welke instellingen gaat dit.
Dit moet niet worden gezien als een optelsom van instellingen. Het is dus niet per instelling aan te geven welk risico deze vormt, maar het is een inschatting van een algemeen risico. Die inschatting is overigens wel enigszins arbitrair. •
Aanvullend vraagt dhr. Luijendijk of rekening is gehouden met een mogelijk substantieel risico i.v.m. een mogelijke wettelijke opheffing van de vrijwillige brandweer.
Met dit risico is rekening gehouden, maar het valt buiten de in de begroting opgenomen top 10. •
Mw. Oosterman vraagt of verlaging abonnementstarief huishoudelijke hulp nog steeds het hoogste risico blijft
Ja, dat blijft in 2022 ook zo. Andere risico’s, bijvoorbeeld de grondexploitatie’s, nemen af. •
Dhr. Boekestijn zegt dat de gemeente veel heeft geïnvesteerd in zonnepanelen waarmee ook energie wordt geleverd aan andere partijen. Hij vraagt of er een risico is van fiscale naheffing en of overleg met de belastingdienst heeft plaatsgehad over eventueel af te dragen BTW.
Het uitgangspunt van de Belastingdienst is dat BTW uitsluitend in de aangifte kan worden verrekend wanneer sprake is van belaste activiteiten. Het is juist dat dit aan de orde is bij het (terug-)leveren van energie aan het elektranet. Voor de gebouwen in het onderliggende advies geldt echter dat geen sprake is van ‘belaste activiteiten’; de opgewekte stroom wordt namelijk naar verwachting volledig (zelf) verbruikt en niet opgewekt om aan het elektranet terug te leveren. Afhankelijk van hoeveel energie de zonnepanelen opleveren, kan er wel teruglevering ontstaan. De gemeente stelt zich voorlopig op bovenstaand standpunt, waardoor we niet als ondernemer optreden en geen aftrek van btw op de aankoopkosten verrichten. Uiteraard zullen we de opwekking van stroom en het verbruik monitoren. Wanneer er in de loop van de tijd sprake is van (terug)levering zullen we ons standpunt heroverwegen en kunnen we bij de Belastingdienst verzoeken om een herziening, waardoor we een stuk(je) van de betaalde btw op de aankoopkosten kunnen terugkrijgen. •
De heer Boekestijn stelt dat sommige risico’s structureel zijn en anderen incidenteel. Hoe werkt dat precies?
Als een risico zich eenmalig voordoet is de algemene reserve een risicobuffer. Als een risico zich structureel voordoet, wordt dat bedrag 2 tot 3 keer wordt opgenomen als maximaal risico, ervan uitgaan dat dit risico binnen deze termijn binnen de begroting wordt opgelost. 3
•
Dhr. Snoeck zegt dat in 2018 is afgesproken om de OZB jaarlijks met maximaal 1% te verhogen bovenop de infatiecorrectie. Het lijkt er op dat deze stijging doorgaat t/m 2023. Klopt dat?
Die constatering is juist. De stijging is ingegaan in 2020 en loopt door t/m 2023. Een periode van vier jaar dus. •
Dhr. Keijzer vraagt n.a.v. het overzicht baten en lasten (blz. 164) wat de reden is dat de post economie en citymarketing flink afloopt.
Dit houdt verband met het feit dat de grondexploitaties bedrijventerreinen aflopen. •
Dhr. Molmans vraagt n.a.v. blz. 226 – Reserve onderhoud gemeentelijke gebouwen – waarom de kunst- en cultuuracademie daar nog steeds wordt genoemd. Deze wordt immers ondergebracht in de Koningshof.
Inderdaad zal de kunst- en cultuuracademie verhuizen naar de Koningshof Als dat voltooid is wordt dit verwijderd uit het hier genoemde overzicht van gemeentelijke gebouwen en komt het onder de Koningshof te vallen. Wanneer dit gerealiseerd is, zullen wij dit meenemen bij het betreffende planning & control document. •
Dhr. Luijendijk vraagt onder verwijzing naar blz. 92 of er wat betreft de overheadkosten per uur een vergelijking/benchmark beschikbaar is met andere vergelijkbare gemeenten.
Het uurtarief voor overhead wordt berekend door de netto kosten van het overzicht Overhead te delen door het totaal aantal direct productieve uren. Voor zover bekend loopt Maassluis niet uit de pas met andere gemeenten. Zoals aangegeven tijdens de tafel Middelen zijn er geen recente gegevens (www.waarstaatjegemeente.nl) van Nederland of vergelijkbare gemeenten bekend. •
Dhr. Boekestijn vraagt wat het verschil is tussen formatie en bezetting.
Formatie is het aantal fte is de capaciteit die kan worden ingezet. De bezetting heeft betrekking op het daadwerkelijke aantal beschikbare medewerkers. Het verschil daartussen is de vacatureruimte. •
Aanvullend vraagt dhr. Keijzer n.a.v. blz. 141 of het realistisch is dat de budgetten voor externe inhuur naar beneden worden bijgesteld.
Het college gaat er vanuit dat de feitelijke bezetting zal verbeteren. Ook heeft dit mogelijk te maken met de grondexploitaties waarvan de projecten eindig zijn en dus met externe inhuur wordt gewerkt. •
Aanvullend vraagt dhr. Luijendijk of het juist is dat het stadsbedrijf is overgegaan van het inhuren van mensen van Stroomopwaarts naar het in dienst nemen van deze mensen via een arbeidsovereenkomst.
Inderdaad waren enkele mensen aanvankelijk via SOW bij het stadsbedrijf gedetacheerd en is een tiental medewerkers per 1 januari 2021 in dienst gekomen van de gemeente. •
Mw. Oosterman zegt n.a.v. blz. 168 – bezuinigingen – dat o.a. het verhogen van de huur van sportaccommodaties niet is geëffectueerd. Hoe wordt daar in 2022 mee omgegaan en wat zijn de effecten als deze bezuinigingen niet worden gerealiseerd.
4
Als bezuinigingen niet gerealiseerd kunnen worden, dan is het standpunt van het college dat daarvoor alternatieven bedacht moeten worden. De bezuinigingen zijn meegenomen in het saldo, dus als ze niet worden gerealiseerd levert dat een nadelig effect op. •
Dhr. Keijzer vraagt aanvullend of de aanslagen toeristenbelasting niet alleen zijn opgelegd voor de camperplaatsen, maar ook voor overnachtingen in hotels e.d.
Inderdaad zijn er ook aanslagen verstuurd baar hotels, bed&breakfasts etc. •
Aanvullend vraagt dhr. Luijendijk of de gemeente voldoende zicht heeft op de panden waar arbeidsmigranten overnachten.
Daar wordt door burgerzaken en handhaving onderzoek naar gedaan. Die bevindingen worden naast de leegstandslijsten gemeentelijke belastingen gelegd en overzichten Evides. Gegevens worden dus gedeeld. •
Mw. Oosterman zegt n.a.v. blz. 117 dat het doel van social media is om het vertrouwen in de gemeente te versterken. Hierbij wordt gekeken naar het aantal volgers. Vindt hier nog een verdere analyse plaats?
Het is de bedoeling om nog meer aandacht te gaan besteden aan social media. De beschikbare capaciteit is echter nog een knelpunt omdat daarvoor gekwalificeerde medewerkers nodig zijn. De gemeente beschikt over een programma waarmee geanalyseerd wordt wat er rond de gemeente Maassluis speelt binnen social media. •
Dhr. Boekestijn vraagt n.a.v. blz. 175 in hoeverre de gemeente kiest voor langere rentevaste perioden bij het aangaan van leningen.
Ieder jaar wordt afgewogen wat de behoefte is aan financiering en wat voor soort leningen daarvoor worden afgesloten. De materiele vaste activa nemen toe en dat levert op de lange termijn risico’s op als de rente omhoog gaat. De effecten daarvan zullen na een jaar of vijf zichtbaar zijn. Overigens is het niet mogelijk om de volledige leningportefeuille te herfinancieren d.m.v. leningen met een lage rente. •
Dhr. Snoeck wijst op bLz. 28 waar wordt gesproken een voordeel van € 147.000 op de personeelsbegroting veiligheid en op blz. 82 waar sprake is van een voordeel van € 162.000 op de personeelsbegroting duurzaamheid. Waar komt dit voordeel vandaan? Is er sprake van minder personeel? In de toelichting op blz. 28 wordt overigens gesproken van een nadeel, dat lijkt niet te kloppen.
De tekst in de toelichting op blz. 28 is inderdaad niet correct. In plaats van nadeel had daar voordeel moeten staan. In de paragraaf bedrijfsvoering (blz. 139) wordt toegelicht hoe de totale personele lasten zich ten opzichte van 2021 ontwikkelen als gevolg van indexering en formatiewijzigingen. De apparaatslasten worden verdeeld op de diverse taakvelden over de verschillende programma’s. Voor programma 1. Veiligheid en handhaving werden in 2021 de apparaatslasten van Publiekszaken doorbelast op dit programma en dit is vanaf 2022 in mindere mate het geval. In programma 7. Volksgezondheid, milieu en duurzaamheid worden in 2022 minder apparaatskosten toegerekend op met name het taakveld Milieu. •
Dhr. Keijzer zegt dat in het investeringsprogramma nog steeds onderhoudsbedragen worden genoemd voor Vraagraak, maar het is de bedoeling om Vraagraak naar het stadhuis te 5
verhuizen. In het verlengde daarvan staat er ook een bedrag van 2,4 miljoen voor 2021 voor de sportzaal aan de Sportlaan. Die gaat niet gerealiseerd worden in 2021. Waarom worden investeringen die niet gerealiseerd worden toch opgenomen? De investeringen voor Vraagraak zijn nog niet geschrapt, omdat ook de inhuizing van Vraagraak zal leiden tot (onderhouds)investeringen. Met het schrappen van de investeringen zouden we derhalve ook een deel van de dekking voor de inhuizing schrappen (zoals bijv. de investeringen die in het stadhuis moeten plaatsvinden i.v.m. de inhuizing). Wat betreft de Sportlaan is het krediet door de raad beschikbaar gesteld in enig jaar en nog niet doorgeschoven naar een ander jaar. Bij een volgende actualisatie zal de fasering nogmaals worden bekeken. Overigens houden we in de begroting altijd rekening met een stelpost voor onderuitputting, waardoor de huidige fasering niet zal leiden tot te extra lasten in de begroting. •
Dhr. Luijendijk vraagt n.a.v. blz. 142 wat het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording door het college vanaf het verslagjaar 2022 betekent voor de positie van de individuele wethouders. Zijn zij persoonlijk aansprakelijk? En als dat zo is, moet daar dan een verzekering voor worden afgesloten.
Het opstellen/ afgeven van de rechtmatigheidsverantwoording is een verantwoordelijkheid van het college als geheel. Het is natuurlijk mogelijk dat een individuele wethouder politiek erop wordt aangesproken wanneer er binnen zijn/haar portefeuille onrechtmatigheden worden geconstateerd. In het kader van de rechtmatigheidsverantwoording zijn de wethouders niet persoonlijk aansprakelijk: met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording wijzigt de persoonlijke aansprakelijkheid niet. •
Mw. Oosterman vraagt n.a.v. blz. 57 of er aandacht is voor het actualiseren het Tarievenbeleid Sport zoals dat in 2017 is vastgesteld.
Het tarievenbeleid wordt meegenomen in de nieuwe sportnota. •
N.a.v. de tabel op blz. 187 (netto schuldquote) vraagt mw. Oosterman of kan worden uitgelegd waarom de bedragen in een aantal regels voor ieder jaar hetzelfde zijn (netto vlottende schuld, overlopende passiva en activa e.d.).
Dit komt omdat er op begrotingsbasis geen inschatting te maken is van de ontwikkeling van het netto werk kapitaal. Er kan niet vooraf worden bepaald hoe de crediteurenstand en de overige overlopende passiva (nog te betalen etc.) zich ontwikkelen. Omdat dit niet is te voorspellen, in combinatie met het feit dat de jaarlijkse mutaties in het netto werkkapitaal niet erg groot zijn, leidt dit ertoe dat we het uitgangspunt hanteren dat deze posten constant zijn. Omdat de vlottende schulden constant worden geacht, leidt de cashflowbehoefte tot een mutatie van je vaste schuld. De vlottende activa, die tot netto werk kapitaal behoren, worden overigens ook constant gehouden. De mutaties bij de vlottende activa hebben alleen betrekking op de mutaties van de grondexploitaties (balanspost voorraad) en de passieve grondbeleid-complexen (uitzettingen < 1 jaar). De debiteuren en nog te ontvangen-posten worden net als vlottende passiva constant gehouden.
6
•
Dhr. Boekestijn stelt n.a.v. blz. 183 dat de rente voor het parkeerfonds is aangepast naar de juiste rente. Als de voorziening niet binnen 10 jaar wordt ingezet moet het bedrag worden teruggestort naar degene die het bedrag gestort heeft. Dat is in 2023 het geval. Waarom blijft het bedrag in 2024 en 2025 dan toch staan.
Dit is een terecht punt. Dat klopt niet in het overzicht op blz. 183. •
Dhr. Snoeck vraagt waarom het bedrag in de verschillenanalyse op blz. 19 – post overige mutaties (€ 470.000) – niet aan de algemene reserve wordt toegevoegd.
Op deze vraag is de volgende schriftelijke reactie ontvangen: De accountant heeft aangegeven dat er onvoldoende onderbouwing is om een voorziening aan te houden voor onderhoud gebouwen. Daarom is met de jaarrekening 2020 de voorziening omgezet in een reserve. De mutaties die eerste via de voorziening liepen, moeten daardoor worden omgezet in reservemutaties. Deze mutatie is hier zichtbaar en is budget neutraal voor de begroting. Er worden geen bedragen aan de algemene reserve toegevoegd. •
Dhr. Luijendijk wijst op blz. 167 waar t/m 2024 € 100.000 is gereserveerd voor de warmtetransitie. Daarna verdwijnt het. Wat is daarvoor de verklaring?
De middelen voor warmtetransitie zijn opgenomen in de kadernota 2022. Met de kadernota was er geen ruimte om deze middelen structureel door te trekken. Daarnaast verwachten wij dat het Rijk nog met een gedeeltelijke vergoeding voor personele capaciteit en voor de uitvoering op basis van het Klimaatakkoord komt. •
Mw. Oosterman vraagt n.a.v. blz. 145 – gegevensbescherming/informatieveiligheid – of daar vaak problemen mee zijn en of er sprake is van meer bewustwording onder de medewerkers.
Tot op heden zijn er weinig datalekken geweest. Doet het zich voor dan is de gemeente daar heel actief in. Medewerkers worden structureel geïnformeerd over de risico’s en hoe met gegevens moet worden omgegaan. Binnenkort wordt er een ‘e-learning portal’ beschikbaar gesteld. Recent is sprake geweest van een phishingmail. Of daarmee documenten gelekt zijn wordt onderzocht. Hiervoor is een voorlopige melding gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens. •
Dhr. Boekestijn vraagt n.a.v. blz. 105 of ondernemers die nu maandelijks een rekening krijgen voor bedrijfsafval dit kunnen omzetten naar bijvoorbeeld een jaarlijkse rekening of een rekening per kwartaal. Verder doet dhr. Boekestijn de suggestie om een automatische incasso mogelijk te maken.
Momenteel loopt de facturering door het stadsbedrijf inderdaad per kwartaal (per e-mail). Er zal worden overgegaan tot maatwerk waarbij de keuze is om per maand, kwartaal of jaar te betalen. De suggestie om een automatische incasso mogelijk te maken wordt meegenomen. •
Dhr. Snoeck vraagt n.a.v. blz. 167 waar het voordeel ‘Algemene uitkering-reëel accres’ van € 420.00,- in 2025 vandaan komt.
Met de meicirculaire worden de ramingen bepaald voor de daarop volgende begroting. In tegenstelling tot voorgaande (meerjaren)begrotingen is het reële accres dit keer als mutatie meegenomen in de laatste jaarschijf. T/m 2024 is het reële accres al verwerkt in de ramingen. •
Dhr. Luijendijk vraagt of er met de geraamde investeringen voor telefonie wordt afgestapt van het algemene telefoonnummer 14010. 7
De investering heeft betrekking op het vervangen van de telefooncentrale. Dit heeft geen consequenties voor het algemene telefoonnummer. •
Dhr. Boekestijn vraagt of er naast de in de begroting opgenomen ranglijst woonlasten voor huiseigenaren ook een woonlastenlijst voor huurders is.
De cijfers komen uit de COELA-atlas. Daar zijn ook de woonlastencijfers voor huurders te vinden. Tijdens de vergaderingen worden deze gegevens gedeeld (lokale lastencalculator www.coelo.nl). •
Dhr. Snoeck vraagt waarom bij de ene voorziening wel rente wordt toegevoegd (bijvoorbeeld parkeervoorziening), maar dat dit bij andere voorzieningen niet het geval is.
Dat houdt verband met de (wettelijke) verplichtingen die per voorziening verschillen. Bij de meeste voorzieningen wordt overigens geen rente toegevoegd. •
Dhr. Snoeck vraagt of er een einddatum is gekoppeld aan het coronafonds (blz. 225).
Met de laatste begrotingswijziging 2020 heeft de raad ingestemd met het instellen van de reserve Corona noodfonds. Daarbij is opgenomen dat er een looptijd is tot en met 31 december 2022.
•
Dhr. Boekestijn vraagt n.a.v. de tabel op blz. 129 (gepland onderhoud gebouwen) wat bedoeld wordt met de activiteit transport Museum Maassluis.
Met transport bedoelen we onder andere liften.
Sluiting Dhr. Westhoek sluit de vergaderingen. Afgesproken wordt om de antwoorden op de nog niet beantwoorde vragen uiterlijk 21 oktober bij de griffier worden ingediend.
8