CConstaterende datMaassluis
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Ruimtelijke Onderbouwing Geluidsscherm

gemeenteraad 28 september 2021, gemeente MaassluisBij agendapunt: Raadsvoorstel tot afgeven verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van een geluidsscherm Kastanjedal-Doornenbuurt5.316 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Maassluis Geluidscherm Kastanjedal - Doornenbuurt RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Geluidsscherm Kastanjedal-Doornenbuurt

Maassluis

Ruimtelijke onderbouwing

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0556.ntb-0001

06-08-2020 27-01-2021

concept definitief

projectnummer:

055600.20200510 opdrachtleider:

drs. G.M. Boiten

2

Rho adviseurs voor leefruimte

055600.20200510

3

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing Hoofdstuk 1

Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Ligging projectgebied

5

1.3

Geldend bestemmingsplan

6

1.4

Leeswijzer

7

Hoofdstuk 2

Projectbeschrijving

8

2.1

Huidige situatie

8

2.2

Beoogde ontwikkeling

8

Hoofdstuk 3

Beleidskader

9

3.1

Inleiding

9

3.2

Rijksbeleid

9

3.3

Provinciaal beleid

10

3.4

Gemeentelijk beleid

10

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

12

4.1

Bodem

12

4.2

Water

12

4.3

Bedrijven en milieuzonering

15

4.4

Verkeer en parkeren

15

4.5

Geluid

16

4.6

Luchtkwaliteit

16

4.7

Archeologie

17

4.8

Ecologie

17

4.9

Externe veiligheid

19

4.10

Duurzaamheid

19

4.11

Kabels en leidingen

20

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

21

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

21

5.2

Economische uitvoerbaarheid

21

Rho adviseurs voor leefruimte

055600.20200510

4

Ruimtelijke onderbouwing

Rho adviseurs voor leefruimte

055600.20200510

5

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

In juli 2018 is een raadsbesluit genomen om ter hoogte van het Kastanjedal en de Doornenbuurt de bestaande geluidswal op te hogen om geluidsoverlast van de A20 te verminderen. Hierna is een participatietraject gestart voor de omwonenden en andere betrokkenen. Tijdens dit traject is gekozen voor een geluidsscherm op de bestaande wal. Na het besluit van de gemeenteraad op 7 april 2020 voor geluidsschermen bij de A20 is de gemeente gestart met de voorbereiding van de uitvoering. Het plaatsen van een geluidsscherm op de bestaande geluidswal is strijdig met het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, dient met een omgevingsvergunning te worden afgeweken van het bestemmingsplan. Bij de aanvraag omgevingsvergunning moet worden aangetoond dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Deze ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging projectgebied

Het projectgebied betreft de percelen aan de zuidkant van de A20 in Maassluis. Aan de zuidzijde wordt de projectlocatie omgeven door de woonwijken Kastanjedal en Doornenbuurt. Figuur 1.1 geeft de locatie van de totale ontwikkeling weer. Voor de locaties Lely en De Vluchtheuvel is een aparte procedure gevolgd. Deze ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking tot de locatie bestaande geluidswal Kastanjedal en Doornenbuurt, zoals in figuur 1.1 is aangegeven.

Figuur 1.1: Locatie projectgebied (Kanstanjedal-Doornenbuurt) In deze ruimtelijke onderbouwing wordt ingegaan op 1 deelgebied van de totale ontwikkeling. Enkel ter hoogte van het Kastanjedal en Doornenbuurt is de geluidswal en -scherm niet direct toegestaan conform het vigerend beleid.

Rho adviseurs voor leefruimte

055600.20200510

6

1.3

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het projectgebied vigeren meerdere bestemmingsplannen:  Rozenlaan, vastgesteld op 19 januari 2010;  Dijkpolder, vastgesteld op 4 februari 2014;  Buitengebied Gras, vastgesteld op 26 juni 2013 (gemeente Midden-Delfland). In figuur 1.2 is een uitsnede van de vigerende bestemmingsplannen opgenomen.

Figuur 1.2: Uitsnede vigerende bestemmingsplannen Ter plaatse van de beoogde geluidswal en geluidsscherm gelden de bestemmingen 'Groen' met de functieaanduiding 'geluidscherm' en 'Verkeer - Rijksweg'. Ter plaatse van het grondgebied van MiddenDelfland geldt tevens de dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 4. Ter plaatse van het grondgebied van de gemeente Maassluis hebben de gronden geen archeologische (verwachtings)waarde. In het bestemmingsplan 'Rozenlaan e.o' is in artikel 7 Groen opgenomen dat er plaatse van de aanduiding 'geluidsscherm'(gs) een geluidswerende wal of scherm is toegestaan. Wel geldt een maximale bouwhoogte van 5 meter voor geluidswerende voorzieningen. Ter plaatse van het bestemmingsplan 'Buitengebied Gras' van de gemeente Midden-Delfland geldt de bestemming ' Verkeer - Rijksweg'. Op deze gronden zijn geluidswerende voorzieningen toegestaan met een maximale bouwhoogte van 3 meter. Omdat de geluidswal en geluidsscherm als 1 bouwwerk wordt gezien en samen een hoogte omvatten van 6,5 meter, wordt de bouwhoogte voor bouwwerken overschreden. Daarom is de ontwikkeling in strijd met de vigerende bestemmingsplannen.

Rho adviseurs voor leefruimte

055600.20200510

7

1.4

Leeswijzer

Deze ruimtelijke onderbouwing bestaat uit: Wettelijke vereisten Een beschrijving van het project De conclusies van het onderzoek naar het beleid en de omgevingsaspecten De maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid

Rho adviseurs voor leefruimte

Waar in dit document? Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 en 4 Hoofdstuk 5

055600.20200510

8

Hoofdstuk 2

2.1

Projectbeschrijving

Huidige situatie

Het projectgebied ligt tussen de Doornenbuurt/het Kastanjedal en de A20 te Maassluis. Het projectgebied bestaat uit een geluidswal met daarop bomen en struiken en twee (voetbal) grasvelden. Rondom de geluidswal is een wandelpad aanwezig. Binnen het projectgebied staan enkele volgroeide bomen.

2.2

Beoogde ontwikkeling

In de toekomst wordt de geluidswal hersteld en vergroot. Het nieuwe voorstel voor het gebied LelyKastanjedal-Doornenbuurt zet in op een topscherm van 3,5 m op de bestaande (circa) 2,5 m hoge geluidswal ter hoogte van het Kastanjedal en de Doornenbuurt. Omdat de maaiveldhoogte verschilt ter plaatse van het geluidsscherm wordt het maaiveld aan de noordelijke kant opgehoogd met 70 centimeter en aan de zuidelijke kant met 20 centimeter. Op deze manier komt er een geluidswering van gelijke hoogte van 6,5 m over de gehele lengte en kan het groen bij de Doornenbuurt, zoals door de bewoners gewenst, zoveel als mogelijk in stand worden gehouden. Met deze hoogte wordt het door de bewoners gewenste 55 dB geluidsniveau behaald. In figuur 2.1 is het projectgebied schematisch weergegeven. Voor de naastgelegen locaties wordt een apart vergunningstraject doorlopen voor de realisatie van de geluidswallen.

Figuur 2.1: Schematische weergave beoogde ontwikkeling

Rho adviseurs voor leefruimte

055600.20200510

9

Hoofdstuk 3

3.1

Beleidskader

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan relevante beleidskaders op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijk ordening (Barro) Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Op rijksniveau zijn op ruimtelijk gebied de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) de meest bepalende beleidsdocumenten. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028):  het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland;  het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;  het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden.

Het Barro stelt niet alleen regels omtrent de 13 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, maar stelt ook regels die in bestemmingsplannen moeten worden opgenomen. Toetsing en conclusie De beoogde ontwikkeling raakt geen belangen op Rijksniveau. De realisatie van de geluidswal en het geluidsscherm sluit aan bij het hoofddoel 'waarborgen van een leefbare en veilige omgeving'. 3.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet een beschrijving bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Rho adviseurs voor leefruimte

055600.20200510

10

Toetsing De beoogde ontwikkeling is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. De provincie heeft zes richtinggevende ambities geformuleerd in de fysieke leefomgeving. Door in te zetten op de zes ambities wordt bijgedragen aan het sterker maken van Zuid-Holland. Deze ambities zijn:  Naar een klimaatbestendige delta;  Naar een nieuwe economie: the next level;  Naar een levendige meerkernige metropool;  Energievernieuwing;  Best bereikbare provincie;  Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Deze ambities zijn vertaald in beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Toetsing en conclusie De beoogde ontwikkeling draagt bij aan een gezonde en aantrekkelijker leefomgeving van de bewoners van de Doornenbuurt en het Kastanjedal. De ontwikkeling van de geluidswal sluit hiermee aan bij de ambities van de provincie Zuid-Holland. 3.3.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland De omgevingsvisie Zuid-Holland is vertaald in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Voor de beoogde ontwikkeling is artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit relevant. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit.

De ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. Toetsing en conclusie De ruimtelijke kwaliteit van de woningen gaat door de beoogde ontwikkeling van de geluidswal en het geluidsscherm vooruit. De ontwikkeling is in lijn met het provinciale beleid.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie 2012-2025 De structuurvisie van Maassluis geeft het kader waarbinnen toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen worden aangestuurd en beoordeeld. Het projectgebied ligt naast de A20. Hiermee is dus reeds rekening gehouden met de beoogde ontwikkeling van de geluidswal en het geluidsscherm. De beoogde ontwikkeling is dan ook passend binnen het gemeentelijk beleid.

Rho adviseurs voor leefruimte

055600.20200510

11

Figuur 3.1: Uitsnede structuurvisie Maassluis 3.4.2 Visie geluid 2017 Niet alle geluid is lawaai. Of mensen hinder van geluid hebben en hoe mensen geluid ervaren, is onder andere afhankelijk van het type geluid, van de luidheid van het geluid en van de persoonlijke houding tegenover het geluid. Het is daarom niet duidelijk aan te geven wanneer geluid verandert in lawaai. Het is wel zo hoe hoger de geluidbelasting is, hoe meer mensen gehinderd zullen zijn. Hinder kan al optreden bij een geluidbelasting van 55 dB. In de Visie geluid is de geluidsituatie in Maassluis beschreven. Op basis van deze geluidsituatie is een actieplan geschreven waarin acties zijn benoemd die de gemeente de komende vijf jaar wil uitvoeren om geluidhinder te verminderen. Geluidoverlast afkomstig van de A20 staat hoog op de agenda van het college. Om deze reden heeft de gemeente samen met de betrokken bewonersverenigingen de mogelijkheden op de wal aan te passen verkend. Toetsing en conclusie De beoogde ontwikkeling maakt onderdeel uit van de Visie geluid. Door middel van het ophogen van de geluidswal wordt geluidhinder verminderd.

Rho adviseurs voor leefruimte

055600.20200510

12

Hoofdstuk 4

4.1

Omgevingsaspecten

Bodem

Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient er in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Onderzoek en conclusie In het kader van het ruimtelijke procedure is het aspect bodem niet van belang, omdat geen functiewijziging plaatsvindt. Om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse te bepalen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in de bijlage van de vergunningsaanvraag. De voorgenomen werkzaamheden reiken tot een maximale diepte van 1,0 m-mv. Beperkingen inzake de voorgenomen werkzaamheden worden op basis van de onderzoeksresultaten uit milieuhygiënisch oogpunt niet voorzien.

Uit dit onderzoek blijkt dat aanvullend onderzoek naar het voorkomen van de aangetroffen stoffen in de bodem op het perceel, ingevolge de Wet bodembescherming, niet noodzakelijk is. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.2

Water

Toetsingskader De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk voornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het projectgebied ligt binnen het beheersgebied van het hoogheemraadschap van Delfland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van het project wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de waterparagraaf. De opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf.

Rho adviseurs voor leefruimte

055600.20200510

13

Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het projectgebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap en de gemeente nader wordt behandeld. Europees:  Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal:  Nationaal Waterplan (NW)  Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)  Waterwet Provinciaal:  Provinciaal Waterplan  Provinciale Structuurvisie  Omgevingsverordening Waterschapsbeleid In het Waterbeheerplan 5 (WBP 5) beschrijft het Hoogheemraadschap van Delfland zijn strategie voor de uitvoering van de kerntaken voor de komende jaren. Het is de leidraad voor het handelen van Delfland in de planperiode 2016-2021. Het WBP 5 is tevens een uitnodiging aan private, particuliere en publieke partijen om binnen de uitgezette koers met initiatieven te komen. Bij de uitvoering van het WBP 5 staan de kerntaken vanzelfsprekend voorop, de waterveiligheid, het waterbeheer, de waterkwaliteit en het zuiveren van afvalwater. Delfland zal hierbij nadrukkelijk kijken naar een doelmatige uitvoering daarvan waarbij ambities, kosten en het tempo op een evenwichtige manier zijn afgewogen.

De werkzaamheden en projecten die de komende zes jaar geïnitieerd worden zijn terug te brengen tot de volgende vier speerpunten van het waterschap: 1. In stand houden: Investeringen in de infrastructuur worden op een adequate manier in stand gehouden. 2. Investeren: Veranderende wetgeving en veranderingen in de omgeving vragen om aanpassing en verdere verbetering van ons watersysteem, de waterkeringen en het afvalwatersysteem. 3. Samenwerken: Het waterschap kan en doet het niet alleen, sterker nog, waterbeheer is ook een taak van andere overheden zoals gemeenten en van burgers en bedrijven. 4. Flexibel en duidelijk: Partners komen een flexibel waterschap tegen die rol en houding afstemt op basis van vraagstukken die voorliggen. Huidige situatie Algemeen Het projectgebied ligt langs de A20, ter hoogte van de Doornenbuurt en het Kastanjedal in Maassluis. Bodem en grondwater Volgens de Bodemkaart van Nederland bestaat de bodem ter plaatse uit klei met zware tussenlaag of ondergrond. Er is sprake van grondwatertrap V. Dat wil zeggen dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand op minder 0,4 m beneden maaiveld ligt. De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) ligt dieper dan 120 cm onder maaiveld. Waterkwantiteit Om het projectgebied heen liggen secundaire watergangen. In het zuidwesten van het projectgebied ligt een primaire watergang.

Binnen de beschermingszone worden geen werkzaamheden voorzien.

Rho adviseurs voor leefruimte

055600.20200510

14

Figuur 4.1: Uitsnede legger Hoogheemraadschap van Delfland (projectgebied in groen) Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het projectgebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszones zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het projectgebied. Veiligheid en waterkeringen Het projectgebied is niet gelegen binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering. Afvalwaterketen en riolering Het projectgebied is in de huidige situatie aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel, bestaande uit een gemengd stelsel. Toekomstige situatie De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een geluidsscherm. Bodem en grondwater De beoogde ontwikkeling heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater. Waterkwantiteit Indien sprake is van toename van verhard oppervlakte, dient te worden voorzien in watercompensatie. Omdat er geen toename is aan verhard oppervlak en er geen watergang wordt gedempt hoeft dus niet te worden voorzien in watercompenserende maatregelen. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, nietuitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase.

Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de 'Keur'. Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het

Rho adviseurs voor leefruimte

055600.20200510

15

oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aanof afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de 'Keur'. Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Voor de beoogde ontwikkeling is op basis van de Keur geen vergunning noodzakelijk. Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.

4.3

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen:  ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd;  rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Onderzoek en conclusie Er worden geen milieugevoelige functies gerealiseerd. Omgekeerd vinden er geen bedrijfsmatige activiteiten plaats in het projectgebied. Het aspect bedrijven en milieuzonering is niet relevant voor de beoogde ontwikkeling.

4.4

Verkeer en parkeren

Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Ontsluiting en verkeersafwikkeling Het projectgebied wordt aan de zuidzijde ontsloten via het Kastanjedal op de Rozenlaan. Het tijdelijke bouwverkeer zal gebruik maken van een eigen in- en uitrit. Het bouwverkeer zal tijdelijk zijn en hierdoor niet tot structurele knelpunten zorgen in de verkeersafwikkeling. Conclusie De ontsluiting van het projectgebied is goed. Op de ontsluitingswegen worden geen knelpunten in de afwikkeling van het verkeer verwacht.

Rho adviseurs voor leefruimte

055600.20200510

16

4.5

Geluid

Toetsingskader Voor de bestaande woningen is het vanuit de gemeente de wens om de geluidsbelasting vanwege de A20 te verlagen. Onderzoek en conclusie Er is onderzoek gedaan naar de behoefte aan en de effecten van de geluidswal en het geluidsscherm (zie de bijlage van de vergunningsaanvraag). Onderzocht zijn een groot aantal varianten met aarden wallen en schermen met diverse hoogtes. Uit de geluidberekeningen blijkt dat de situatie met geluidsschermen langs de Rijksweg A20 uitermate effectief is. De geluidsbelasting voor de woningen in de situatie met een scherm van 3,5 m boven de 3 m hoge geluidswal bedraagt exclusief aftrek ten hoogste 55 dB op een beoordelingshoogte van 6,5 m boven het maaiveld. De beoogde ontwikkeling voorziet in een vermindering van geluidsoverlast ter plaatse van de woningen.

4.6

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:  een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO 2 en PM10 (= 1,2 µg/m³);  een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen.

Onderzoek en conclusie De ontwikkeling leidt niet tot extra verkeersbewegingen. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs de maatgevende wegen Kastanjedal en de A20 ruimschoots onder de grenswaarden lagen. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het projectgebied.

Rho adviseurs voor leefruimte

055600.20200510

17

4.7

Archeologie

Toetsingskader Erfgoedwet Sinds 1 juli 2016 is de Wet op de archeologische monumentenzorg vervangen door de Erfgoedwet. De uitgangspunten uit het 'Verdrag van Malta' blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort. Onderzoek Ter plaatse van het grondgebied Maassluis is geen archeologische dubbelbestemming van toepassing. Ter plaatse van het grondgebied Midden-Delfland geldt de dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 4.

Het geluidscherm ter hoogte van het Kastanjedal en de Doornenbuurt zal op de bestaande geluidswal worden geplaatst en komt uit op 3,5 m. Op deze locatie is archeologisch onderzoek niet aan de orde. Het scherm wordt geplaatst op de bestaande geluidswal. De geluidswal is tientallen jaren geleden opgehoogd met materiaal uit de Vertowijk. Op grond van het voorgaande kan ermee worden volstaan, dat bij de uitvoering van de werkzaamheden extra alert te werk wordt gegaan. De gemeente Maassluis dient erop toe te zien, dat archeologische waarden en eventuele opgravingen tijdig worden gesignaleerd en gedocumenteerd. Mogelijke opgravingen dienen veilig te worden gesteld. In de omgevingsvergunning dient hiervoor de volgende voorwaarde te worden opgenomen:  Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, is de uitvoerder van het grondwerk verplicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Maassluis, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.8

Ecologie

Toetsingskader Bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland de uitvoering van de ruimtelijke ontwikkeling niet in de weg staan. In elk geval moet aannemelijk zijn dat vergunning of ontheffing van de van de bij of krachtens deze wet geldende verbodsbepalingen kan worden verkregen voor de activiteiten die met dit project mogelijk worden gemaakt. Dit is anders indien uit de Wnb voortvloeit dat een passende beoordeling moet worden gemaakt.

Rho adviseurs voor leefruimte

055600.20200510

18

Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: a. Natuurnetwerk Nederland (NNN); b. Natura-2000 gebieden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: a. soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; b. soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; en c. de bescherming van overige soorten. Onderzoek Door middel van een quickscan flora en fauna is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de Wet natuurbescherming. Dit onderzoek is toegevoegd in de bijlage van de vergunningsaanvraag. Gebiedsbescherming Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een natuurgebied dat beschermd wordt door de Wet natuurbescherming. Het dichtstbijzijnde beschermde Natura 2000-gebied is Solleveld & Kapittelduinen. Dit natuurgebied ligt op circa 6 km ten noordwesten van het projectgebied. Andere Natura 2000gebieden liggen op (veel) grotere afstand van de locatie. Vanwege deze grote afstand zijn effecten als verstoring, versnippering, verdroging etc. op voorhand uitgesloten.

Effecten als vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie zijn op dergelijke afstanden niet op voorhand uit te sluiten. Daarom zijn de depositie-effecten op Natura 2000 bepaald van de aanlegfase. Voor de gebruiksfase is voor het geluidscherm geen depositie. Voor de aanlegfase blijkt dat er geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jr op Natura 2000. De resultaten zijn opgenomen in de bijlage van de vergunningsaanvraag. Soortenbescherming Uit de ecologische quickscan blijkt dat in het projectgebied mogelijk nesten, voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van vleermuizen, roofvogels en uilen aanwezig zijn. Door de werkzaamheden kunnen eventueel aanwezige nesten, voortplantingsplaatsen en/of rustplaatsen van (beschermde) soorten worden beschadigd of vernield, wat een overtreding van de Wet natuurbescherming betreft. Om uit te sluiten dan wel aan te tonen dat nesten, voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van vleermuizen, roofvogels en uilen aanwezig zijn, is een soortgericht onderzoek uitgevoerd (zie bijlage van de vergunningsaanvraag). In het projectgebied is een nestplaats van de sperwer vastgesteld. Indien de nestboom en/of omliggende bomen binnen een straal van 75 m worden gekapt, dan wordt het nest beschadigd, vernield en/of verstoord. De kapwerkzaamheden betreffen dus mogelijk een overtreding van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming.

Indien te veel bomen rondom een nestplaats gekapt worden kan het nest tevens ongeschikt raken, door een aantasting van de functionele leefomgeving, wat ook een overtreding van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming betreft. Eerst wordt bekeken hoe het nest en de omringende functionele leefomgeving kan worden ingepast in de huidige plannen en/of scenario's. Indien geen andere mogelijkheden bestaan dan de nestboom en/of de omringende functionele leefomgeving te verwijderen, dan dient een ontheffing te worden aangevraagd.

Rho adviseurs voor leefruimte

055600.20200510

19

Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen staat voor kansen pakken in de gebouwde (harde)omgeving om de natuur een handje te helpen. Met relatief eenvoudige en voordelige maatregelen is veel betekenen voor planten en dieren. De gemeente Maassluis is een van meest dicht bebouwde gemeenten van Nederland en daarom is het belangrijk om de natuur die er is, te versterken. Het groen levert daarbij een belangrijke bijdrage aan het wel bevinden van mensen en de leefbaarheid van de stad. Maatregelen die worden toegepast bij de ontwikkeling en versterking van de biodiversiteit:  klimplanten (verschillende soorten geschikt voor standplaats) die uit zichzelf groeien tegen de bedachte constructie.  openingen, faunapassages (minimaal 15-15 cm groot om de 50 m) in de onderzijde van het scherm. Conclusie Er is geen sprake van aantasting van beschermde natuurgebieden. Aantasting van beschermde soorten wordt zoveel mogelijk voorkomen. Zo nodig wordt ontheffing voor de sperwer aangevraagd. Voor de werkzaamheden is een ecologisch werkprotocol opgesteld, zie de bijlage van de vergunningsaanvraag. Samen met de aannemer wordt bekeken welke maatregelen moeten worden genomen om de bomen alsnog te behouden. Het werkprotocol is zo opgesteld dat de eventuele kap het leefgebied van de sperwer niet aantast.

4.9

Externe veiligheid

Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen wordt ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten gekeken, namelijk:  bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt;  vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of leidingen. Onderzoek en conclusie Er worden geen kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten gerealiseerd. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.10

Duurzaamheid

Gemeente Maassluis heeft in haar inkoop- en aanbestedingsbeleid vastgelegd nadrukkelijker in te zetten op duurzaamheid. Tijdens de aanbesteding van het geluidsscherm Kastanjedal en Doornenbuurt zal hier dan ook invulling aan worden gegeven. De inschrijving zal worden beoordeeld op verschillende duurzaamheidscriteria: 1. Maatregelen ten behoeve van overlast voor de omgeving en de natuur: naast de eisen voor de communicatie met omwonende is de impact op de natuur ook van belang. Het plan van aanpak wordt beoordeeld op de inzet van het soort materieel om de impact te beperken (bijvoorbeeld CO2 reductie op het werk en geluid) en de wijze van hergebruik van de vrijkomende materialen. 2. Natuurinclusief bouwen/biodiversiteit: Inschrijvers geven in hun Plan van Aanpak aan op welke wijze de toe te passen beplanting en materialen bijdragen aan de biodiversiteit en natuurinclusiviteit van het scherm. Tevens dient te worden aangegeven hoe de duurzaamheid en robuustheid van de toe te passen beplanting en materialen bijdragen aan de biodiversiteit van het scherm. Conclusie Bij de aanbesteding worden diverse maatregelen met betrekking tot duurzaamheid verplicht. Wanneer een aanbieder meer duurzaamheidsaspecten opneemt, is de kans groter om de aanbesteding te winnen. Het aspect duurzaamheid is door middel van deze puntentelling gewaarborgd.

Rho adviseurs voor leefruimte

055600.20200510

20

4.11

Kabels en leidingen

Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: 1. gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; 2. aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18 inch; 3. defensiebrandstoffen; 4. warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. Onderzoek en conclusie Ter plaatse van het projectgebied zijn geen planologisch relevante kabels of leidingen aanwezig. Het aspect kabels en leidingen vormt daarom geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Rho adviseurs voor leefruimte

055600.20200510

21

Hoofdstuk 5

5.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat de geplande ontwikkeling maatschappelijk draagvlak heeft en dat de procedures op een goede manier worden doorlopen. Participatie In juli 2018 is een raadsbesluit genomen om ter hoogte van het Kastanjededal en Doornenbuurt de bestaande geluidswal op te hogen om geluidsoverlast van de A20 te verminderen. Inwoners van het Kastanjedal konden zich vinden in dit voorstel. Inwoners van de Doornenbuurt hadden echter sterke bezwaren, met name over het verdwijnen van groen en de overlast van werkzaamheden in de buurt. Dit heeft geleid tot een participatieproces met vertegenwoordigers van meerdere wijken die langs de A20 liggen om te komen tot een kostenneutraal, gedragen alternatief. Tijdens het participatieproces van ruim een jaar is met vertegenwoordigers van het Kastanjedal, Doornenbuurt, Vertowijk, Wipperspark, Boonervliet en volkstuinvereniging de Vluchtheuvel gezocht naar een haalbaar gedragen voorstel voor een geluidswering langs de A20. Uitkomst van het participatieproject is een acceptabel voorstel voor de bewonersvertegenwoordigers van het Kastanjedal, de Doornenbuurt en de volstuinvereniging de Vluchtheuvel voor dat gedeelte van de geluidswering.

5.2

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Deze ruimtelijke onderbouwing vormt het toetsingskader voor de geplande ontwikkeling. De gemeente is de initiatiefnemer en eigenaar van de gronden. Voor de uitvoering van de herinrichting heeft de gemeente budget beschikbaar gesteld. De gronden zijn in eigendom bij de gemeente zodat kostenverhaal zoals bedoeld in artikel 6.12 van de Wro, niet aan de orde is.

Rho adviseurs voor leefruimte

055600.20200510

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10559113/2