CConstaterende datMaassluis
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Plan themawerkgroepen v1.1

Thema-avond 2 29 juni 2021, gemeente MaassluisBij agendapunt: 20.00-21.15 uur: Toelichting op de regiovisie ouderenzorg WSD8.634 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Werkagenda Intramurale Capaciteit Regiovisie WSD Versie 5 februari 2021

Definities & Scope

▪ ▪

Situatieschets Huidige achtergrond bij dit thema

Ontwikkeling zorgvraag ▪ Ouderenzorg in de WSD-regio staat onder druk door een combinatie van: 1) toenemende (dubbele) vergrijzing, 2) toenemende chronische zorgvraag, 3) daling in het aantal mantelzorgers, 4) stijgend tekort aan (m.n. gespecialiseerd) personeel. Vooral de vraag naar dementiezorg stijgt Ontwikkeling zorgaanbod ▪ Huidige wachtlijst (Q3 2020) voor intramurale opname is 1.000 en de wachtlijst loopt op tot 1.900 in 2025 (beleidsarme prognose). Er is gesteld dat de huidige wachtlijst nog acceptabel is. De stijging van de wachtlijst tussen 2020 en 2025 (ca 900 plekken) wordt beschouwd als een tekort aan intramurale capaciteit in de regio (beleidsarme prognose). ▪ Er zijn grote verschillen tussen gemeenten in mate van vergrijzing, stijging van zorgvraag en in uitbreidingsplannen voor intramurale capaciteit ▪ Andere woonvormen, netwerkzorg en preventie voorkomen en vertragen de zorg tot op zekere hoogte, maar desalniettemin zal er bijgebouwd moeten worden ▪ Uitgaande van stijgende zorgvraag en 10% verplaatsing van intramurale zorg, zijn in 2025 300 extra intramurale plekken in de WSD regio nodig bovenop de 200 reeds geplande plekken. Daarbij blijft er nog een wachtlijst bestaan.

Kenmerken van huidige aanpak ▪ Iedere instelling kijkt afzonderlijk met gemeente & DSW wat er mogelijk is ▪ Huidige belemmeringen zijn gebrek aan (of andere prioritering van) grond, personeel en de financiële zekerheid op lange termijn voor investeerders ▪ Directe betrokkenen zien de noodzaak om op te schalen, maar het ontwikkelen en uitvoeren van beleid en het opbouwen van draagvlak is tijdrovend.

Visie & Doel

▪

Gewenste situatie op de langere termijn op dit thema

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Aanpak Concrete plannen en onderlinge afspraken

Intramurale capaciteit waarbij zorg en verblijf gefinancierd vanuit de Wlz en wordt geleverd door VV-instellingen Scope van actieplan zijn gezamenlijke activiteiten om intramurale capaciteit uit te breiden in 8 gemeenten van WSD-regio en de drempels hiervoor te verlagen

In 2025 zijn er (minimaal) ~500 intramurale plekken gerealiseerd/gepland die goed aansluiten bij de behoefte van ouderen en de sociale omgeving. Hiervan staan er al ~190 gepland. De intramurale capaciteit is geschikt voor zorg met behandeling. Zie de bijlage hieronder voor een raming per gemeente. Deze doelstelling is een streven en bedoeld als stimulans voor uitbreiding, niet als mogelijke remming wanneer de doelstelling in zicht komt. De plekken zijn logisch verdeeld over de gemeenten o.b.v. zorgvraag, behoefte en sociale structuren / kernen. Dit heeft geleid tot een hogere kwaliteit van leven en zelfredzaamheid De uitbreiding resulteert in verlaging van druk op de zorg en personeel Er is draagvlak en urgentiebesef bij alle betrokken partijen en in de lokale politiek bij zowel huidige bestuur als oppositie Er liggen afspraken die zorgen voor meerjarig (bestuurlijk) commitment tussen partijen op regionaal niveau, deze laten ruimte voor lokale oplossingen. Iedere partij committeert zich aan het regelen van de benodigde grond, (personele) capaciteit, financiering etc.

Regionaal niveau Commitment en draagvlak ▪ Opstellen format meerjarig woon en zorgpact of convenant dat vervolgens per gemeenten verder uitgewerkt wordt met afspraken tussen (minimaal) gemeente, zorgaanbieder(s) en zorgkantoor over: o Maximale inzet van iedere partij om de capaciteit te realiseren o Consequentie van verschil in tempo of succes: niet benutte uitbreidingsruimte kan worden overgedragen aan een andere locatie/aanbieder o Doorvoering van het pact in beleidsplannen, woonvisies, vastgoedvisies, strategische personeelsvisies etc.

1

▪ ▪ ▪

▪

Informatie uit feitenboek mbt omvang en urgentie van de opgave delen met achterban, o.a. gemeenteraden, colleges en oppositie (bijv. in opstellen verkiezingsprogramma’s), maar ook bij andere zorgaanbieders en investeerders Uitwisseling van inspiratie, bijv. op creatieve oplossingen, inzicht in zorg en woonbehoeften (ook lange termijn) of dementievriendelijk (ver)bouwen Raming /richtlijn van de opgave om capaciteitsuitbreiding te verdelen per gemeente, met daarbij als aandachtspunten voor lokale invulling o Aanwezigheid sociale structuren en aanpalende voorzieningen o Minimaal benodigde volume Periodieke monitoring en evaluatie van vraag en aanbod van intramurale plekken en bijsturen wanneer nodig

Lokaal niveau ▪ Bestuurlijk en lokaal overleg waarin de partijen (gemeente, zorgaanbieder en DSW) periodiek bij elkaar komen om de ontwikkelingen en kansen voor capaciteitsuitbreiding te bespreken en te evalueren. ‘Checklist’ ▪ Grond o

▪

▪

Inzet Rol en gevraagde inspanning per partij

Bij percelen die vrijkomen wordt eerst de overweging gemaakt of dit geschikt is als bouwlocatie voor ouderenzorg, dit geldt ook voor (grootschalige) renovaties o Prijs van grond is acceptabel o Effecten op omgeving van de locatie zijn acceptabel (oa parkeerdruk) o Indien mogelijk is het woon en zorgaanbod geclusterd en de voorzieningen van ondersteunings-, welzijns- of zorgdiensten zijn afgestemd op lokale dienstverlening o Locatie heeft een meervoudige bestemming (wonen, zorg) Ontwerp / Bouw o Er is rekening gehouden met woonbehoefte van oudere/cliënt en sociale structuren o Het gebouw kan ingezet worden voor meerdere functies (wonen, zorg) o Bij nieuwbouw is er een minimaal volume voor optimale inzet van personeel o Bij bestaande bouw is er gekeken naar mogelijke aanpassingen (domotica, dementievriendelijk) Financiering / beheer o Waar nodig is een woningcorporatie of belegger vroegtijdig betrokken voor de financiering van de bouw o DSW garandeert financiering van intramurale zorg

Regionaal niveau ▪ Alle partijen committeren zich op bestuurlijk niveau aan de gezamenlijke opgave in het meerjarig woon en zorgpact ▪ Alle partijen spreken elkaar aan als er onvoldoende voortgang gemaakt wordt ▪ DSW zorgt voor regionale bijeenkomsten en het opstellen van een verdeelsleutel voor regionale capaciteit met lokaal draagvlak ▪ Daarnaast wordt er capaciteit en ondersteuning beschikbaar gesteld om de voortgang te bewaken en wordt er bijgestuurd wanneer nodig Lokaal niveau ▪ Alle partijen spannen zich in binnen hun huidige takenpakket (o.a. financiering intramurale zorg door zorgkantoor, personeelsplanning door aanbieders). ▪ Het onderwerp intramurale capaciteit is intern belegd bij de juiste personen met voldoende mandaat ▪ Regie bij vrijkomen van locaties ligt bij de gemeente om zorgaanbieders te betrekken. Anderzijds wanneer aanbieders (of DSW) een kans zien ligt het initiatief bij hen om de partijen om tafel te krijgen ▪ (Kleine) zorgaanbieders voorzien in een behoefte op kleine schaal of in de kleine kernen ▪ Cliëntgroepen (bestaande cliëntenraden, Wmo adviesraad of ouderenbond) zijn betrokken om het perspectief van de bewoner in te brengen

Organisatie en werkwijze

▪

Regionaal overleg op bestuurlijk niveau o Rol is bekrachtigen van besluiten en bijsturen op voortgang. o Kan wellicht in huidig stuurgroep format

2

Samenwerking en opvolging van afspraken

▪ ▪

Proces

▪

Vervolgacties op korte termijn

▪

Ondersteuning regionaal overleg dat zorgt voor: o Uitwerking woonzorgpact incl. verdeelsleutel / prestatieafspraken o Voortgangsmonitoring en evaluatie Lokaal overleg met aanbieders, zorgkantoor, gemeenten, investeerders o Rol is o.a. toewijzing capaciteit in verschillende kernen, rekening houdend met lokale sociale structuren en aanpalende voorzieningen o NB: het is niet altijd nodig dat alle partijen aangesloten zijn om capaciteitsuitbreiding te realiseren, bijv. als een aanbieder op eigen grond en met eigen middelen capaciteit kan bouwen Opstellen van een regionaal woon en zorgpact of convenant voor intramurale capaciteit én nieuwe woonoplossingen dat vervolgens per gemeente verder uitgewerkt kan worden NB: De gemeenteraadsverkiezingen in voorjaar 2022 zijn relevant. Als het woon en zorgpact per zomer 2021 gereed is kan deze worden gedeeld met coalitie en oppositiepartijen zodat het waar mogelijk kan worden meegenomen in de verkiezingsprogramma’s. Tussen herfst 2021 en voorjaar 2022 is de kans kleiner dat het gemeenten lukt om lange(re) termijnafspraken te maken

Bijlage: raming benodigde capaciteit, exclusief wat al gepland staat (versie feb ’21)

Delft

2025 160

Al gepland -28*

2030 280

2035 420

2040 540

2025 bij 5% verplaatsing 190

Lansingerland

60

140

230

340

80

Maassluis

50

100

130

150

70

Midden-Delfland

10

20

50

70

10

Pijnacker-Nootdorp

50

+9*

100

180

280

60

Schiedam

60

+75

170

280

390

110

Vlaardingen

40

+40

110

180

250

80

Westland

80

+94

190

310

440

120

Totaal

510

190

1110

1780

2460

720

In Delft staat een uitbreiding van 18 plekken gepland, maar ook een reductie van 46 plekken In Pijnacker-Nootdorp staat een uitbreiding gepland van 21 plekken, maar ook een reductie van 12 plekken

NB: in bovenstaand overzicht wordt uitgegaan van ▪ wachtlijst per gemeente blijft relatief gezien op hetzelfde niveau. We erkennen dat er grote verschillen in wachtlijsten zijn tussen gemeenten. In hoeverre dit gedreven wordt door tekorten of andere factoren is nog onbekend. Hiervoor wordt vooralsnog niet gecorrigeerd. Mocht in een later stadium uit de monitoring blijken dat dit alsnog gewenst is, kan het worden aangepast ▪ een 10% verplaatsing van zorg naar nieuwe woonvormen of de thuissituatie, hierdoor zou de huidige capaciteit in Schiedam, Vlaardingen en Westland voldoen. Gaan we uit van een ingroeimodel waarbij er in 2025 5% zorg is verplaatst en pas per 2030 10%, gelden de cijfers in de laatste kolom.

3

Werkagenda Nieuwe oplossingen Regiovisie WSD Versie 5 februari 2021

Definities & Scope

▪

▪ ▪

Situatieschets Huidige achtergrond bij dit thema

Visie Gewenste situatie op langere termijn m.b.t. dit thema

Nieuwe woonoplossingen omvat alle oplossingen die tussen een zelfstandige woning en het verpleeghuis voorkomen (gezien vanuit bovenstaande figuur) voor zorgbehoevende ouderen die hun eigen woonlasten dragen. Daarmee geen kleine woningaanpassingen (oa inzet van domotica) in huidige woningen om ze geschikt te maken voor ouderen Geleverde zorg kan zowel vanuit de Wlz, Zvw of Wmo gefinancierd zijn, of bestaan uit informele zorg, zoals mantelzorg Doelgroep is de voormalige bewoner van het verzorgingshuis (ZZP 1-3). Deze groep kan zelfstandig blijven met voldoende gezelschap/veilige omgeving en bij deze groep valt door efficiënte levering van zorg de meeste winst (qua arbeidsmarktproblematiek) te halen

Ontwikkeling zorgvraag ▪ Ouderenzorg in de WSD-regio staat onder druk door een combinatie van: 1) toenemende (dubbele) vergrijzing, 2) toenemende chronische zorgvraag, 3) daling in het aantal mantelzorgers, 4) stijgend tekort aan (m.n. gespecialiseerd) personeel. Vooral de vraag naar dementiezorg stijgt ▪ Het verschil in eigen bijdrage tussen de Wmo en Wlz beïnvloedt de (woon)keuzes die ouderen willen maken Ontwikkeling zorgaanbod ▪ Bouw van intramurale plekken is niet voldoende om deze stijging op te vangen ▪ Er zijn grote verschillen tussen gemeenten in zowel de stijging van zorgvraag als de plannen om capaciteit bij te bouwen. Alternatieve woonvormen/oplossingen kunnen een deel van de zorgbehoevende ouderen opvangen Huidige aanpak ▪ In enkele gemeenten zijn al afspraken gemaakt, bijv. Pact Wonen & Zorg in regio Schiedam en de initiatiefnota passende woonvormen in Delft. ▪ Een aantal punten wordt vaak ervaren als belemmering en kan door een aantal gezamenlijke afspraken worden opgelost (zie aanpak - knelpuntenanalyse) Woonoplossing - concepten / woningen ▪ Er is in 2025 een verscheidenheid aan prettige woningen en woonoplossingen voor (dementerende) ouderen in alle gemeenten van de WSD regio ▪ Woonoplossingen zijn bovenal fijn om in te wonen en secundair gericht op de mix van zorgbehoeften (bijv.

somatische en psychogeriatrische grondslagen, maar ook lichtere en zwaardere zorgvraag). ▪ Het sociale contact en de sociale controle is sterk bevorderd waardoor de kwaliteit van leven is gestegen Organisatie/Realisatie ▪ Woonoplossingen staan zo dicht mogelijk bij een intramurale instelling, zodat er efficiënt gebruik gemaakt kan worden van deze voorzieningen en de bewoners zo lang mogelijk zelfstandig blijven ▪ Financieringsschotten zijn geen belemmering voor deze woonoplossingen, de woningen zijn aantrekkelijk voor bewoners en financierders. Het is mogelijk om meerdere financieringsstromen te combineren

4

▪

▪ Doel Beoogde resultaat, concreet en indien mogelijk kwantitatief

Er is rekening gehouden met verschillende inkomensklassen en de effecten die eigen bijdragen in Wmo en Wlz hebben op het succes van de oplossing De voorsprong van enkelen geldt als voorbeeld voor anderen, maar houdt hen niet tegen om te blijven vernieuwen

Hogere doelstelling ▪ Het voorkomen / vertragen van intramurale opname door het stimuleren van passende woonoplossingen voor zorgbehoevende ouderen in de regio □ Ouderen, mantelzorgers en zorgverleners zijn vroegtijdig op de hoogte van de mogelijke alternatieve woonoplossingen □ Verhoging van zelfstandigheid en weerbaarheid van ouderen □ Hogere kwaliteit van leven en minder eenzaamheid ▪ Het aantal woonoplossingen dat per gemeente naar gestreefd wordt is: 2025

2030

2035

2040

Delft

330

390

450

490

Lansingerland

120

140

170

200

Maassluis

130

150

160

170

Midden-Delfland

60

70

90

100

Pijnacker-Nootdorp

120

150

170

210

Schiedam

390

450

510

570

Vlaardingen

270

300

330

340

Westland

430

500

560

640

Totaal

1850

2150

2440

2720

Intramurale capaciteit en deze woningen zijn communicerende vaten: als er minder intramurale capaciteit wordt gebouwd of de verplaatsing van zorg valt hoger uit dan de beoogde 10%, zullen er meer alternatieven gebouwd moeten worden. Als er in een gemeente o.b.v. eigen onderzoek met een mogelijk andere definitie of bredere doelgroep een hoger aantal als doel gesteld wordt, wordt dit aangemoedigd. Doelstelling werkgroep ▪ Opstellen van randvoorwaarden en succesfactoren op regionaal niveau dat op lokaal niveau als handvat kan gelden om samen snel en efficiënt nieuwe woonoplossingen te realiseren

Aanpak Concrete plannen en onderlinge afspraken

Versnellen ▪ Regionaal □ Opstellen format convenant per gemeente met prestatieafspraken, spelregels en verdeelsleutel (zie bijlage), verder gaand dan bestaande convenanten, o.a.op financiering over schotten heen □ Delen van succesvolle voorbeelden van woonoplossingen (zie onder) ▪ Lokaal: succesfactoren voor lokale gesprekken □ Locaties: grondeigenaren/gemeenten stellen grond beschikbaar als urgentie en voordelen gezien worden o Samenhang met duurzame gebiedsontwikkeling van gemeenten o Continu zoeken naar mogelijke locaties voor verbouw of nieuwbouw o Locatie is in een aantrekkelijke omgeving, bij voorkeur in nabijheid van intramurale instelling (mbt efficiënte inzet personeel) □ Woonbehoefte: woningen zijn prettig om in te wonen en in een prettige omgeving. Het woon- en zorgconcept sluit aan op de behoefte van de doelgroep. Er is aanbod voor lager segment (i.s.m. woningcorporaties) en middensegment (i.s.m. beleggers) □ Vrije keuze van aanbieder is waar nodig beperkt zodat een aanbieder efficiënt kan werken □ Financiering: o Bij realisatie van woningen met lage huur is woningcorporatie aangesloten o Bij realisatie van woningen met midden/hoge huur is er een belegger aangesloten o Gemeenschappelijke ruimtes hebben een ontmoetingsfunctie om te voldoen aan Wmo financiering

5

o

□ □ □

Huurcontract voor lange termijn garandeert rendement voor investeerder o Samenwerking op wachtlijstbemiddeling minimaliseert leegstand en zorgt dat de juiste ouderen in aanmerking komen Er is iemand (projectleider/programmamanager) die zorgt voor blijvende verbinding en motivatie van partijen binnen zijn/of haar gemeente(n) Nieuwe concepten 1x als pilot, daarna als structurele oplossing. We erkennen bewijslast ook als de pilot bijv. in een andere gemeente heeft plaatsgevonden Overall: maak gebruik van bestaande instrumenten, bijv via Platform 31

Verduidelijken ▪ Vergroten urgentie en draagvlak, zowel onderling als naar andere organisaties: □ Breng opgave in beeld per gemeente en voor lange termijn: gebruik o.a. feitenboek regiovisie en deel dit binnen eigen organisatie (bijv. voor gemeente bij gemeenteraden, colleges en opposities) maar ook bij andere zorgaanbieders en investeerders □ Gebruik concrete en succesvolle voorbeelden (zie een aantal voorbeelden hieronder) waaruit de win-win situatie blijkt, waar mogelijk visueel □ Benadruk positieve consequenties als efficiëntere inzet van personeel, bevorderen van doorstroom op de woningmarkt, en versterking van sociale structuren in de wijk. Dit helpt ook in overtuigen van grondeigenaren om het perceel te kunnen gebruiken voor woonoplossingen voor ouderen ▪

Activeren en informeren van ouderen over nieuwe woonoplossingen: □ ‘Positieve’ communicatie: activeer ouderen om eerder na te denken over hun woonsituatie en stimuleer dit, bijv financieel door aanpassingen eigen bijdrage (samen met themawerkgroep preventie en bestaande of nieuwe communicatiecampagnes o.a. Actiz; Link Praat vandaag over morgen; of naar voorbeeld van communicatie gem. Rotterdam a.d.h.v. persona’s) □ ‘Negatieve’ communicatie: medewerkers in zorg en welzijn signaleren tijdig dat een nieuwe woonoplossing nodig is en begeleiden het proces om een nieuwe woning te overwegen incl. concrete voordelen en hoe dit te financieren □ Informeer ouderen over woonmogelijkheden bij wachtlijstbemiddeling (i.s.m. zorgkantoor)

Inzet

▪

Rol en gevraagde inspanning

▪ ▪

Bestuurlijk commitment van alle betrokken partijen, waaronder aanbieders, gemeenten, zorgkantoor en investeerders Alle partijen spreken elkaar aan als er onvoldoende voortgang wordt gemaakt Het onderwerp Nieuwe Woonoplossingen is bij alle organisaties intern belegd bij de juiste persoon met voldoende mandaat

▪ ▪ ▪ ▪

Organisatie en vervolg Vervolgacties op korte termijn

1. 2.

3.

4. 5.

Zorgkantoor: capaciteit voor ondersteuning en monitoring Zorgkantoor: zet zich in zodat de financieringsstromen ondersteunend zijn en waar nodig over de schotten heen Gemeente: Samenwerking tussen gemeentelijke domeinen wonen, zorg en gebiedsontwikkeling, continu identificeren van mogelijke nieuwbouw/verbouw locaties Aanbieders en gemeenten: communiceren wanneer een nieuwe woonoplossing nodig is voor de oudere Doorvertaling doelstelling per gemeente naar doelgroep / woonzorgconcept op korte termijn en vooruitblik op langere termijn (2040) Sluiten van convenant met (prestatie)afspraken op lokaal, bestuurlijk niveau bij alle gemeenten in de WSD regio tussen gemeente, zorgkantoor, VVT-aanbieders en woningcorporaties Toewijzen projectmanager (per gemeente) die de voortgang waarborgt, evalueert en samenwerking faciliteert m.b.v. bovenstaande succesfactoren, waar nodig door stimuleren van andere werkwijzen Laten landen van plannen in afzonderlijke woon/zorg visies van gemeenten en waar mogelijk in afspraken met woningcorporaties Inrichten monitoring van voortgang en doelstellingen in BO kwetsbare ouderen (op regionaal niveau)

6

Ter inspiratie: Voorbeelden Woonoplossingen

Er zijn meerdere goede voorbeelden in de regio die ook elders (in een soortgelijke vorm) gerealiseerd kunnen worden afhankelijk van de doelgroep en locatie. Pluswonen – Frankeland (i.s.m. gemeente en ROGplus) ▪ Voor wie? Zorgbehoevende ouderen (vaak 80+) die voorheen in aanmerking zouden komen voor ZZP 1 t/m 3 ▪ Wat is het? Huurappartementen in voormalig verzorgingshuis van Frankelandgroep in Schiedam en Vlaardingen met extra Wmo-ondersteuning. Inmiddels is ook Argos eenzelfde concept gestart ▪ Succesfactoren? Aandacht voor sociale component en de verhoging van kwaliteit van leven. De nabijheid van een intramurale voorziening zorgt voor efficiënte inzet van zorgvoorzieningen. Mocht nabijheid niet mogelijkzijn is een minimale schaal noodzakelijk voor haalbaarheid. Eigen bijdrage en Wmo-budget zijn niet volledig kostendekkend. Andere succesfactor is mogelijkheid om huurtoeslag aan te vragen wat het voor bewoners financieel aantrekkelijk maakt. ▪ Hoe is het gefinancierd? Vast Wmo budget (dus geen afzonderlijke beschikkingen) en vaste eigen bijdrage van bewoners per week. ▪ Wat levert het op? Het resultaat voor ouderen is een hogere kwaliteit van leven met een positievere gezondheidsbeleving en meer sociale contacten, maar ook een verlaging van druk op andere (zwaardere) zorg en bijv regionale vervoersvoorziening Nieuwbouwproject in Delft (i.s.m.

Vidomes en Pieter van Foreest) - onderdeel van Langer en Weer Thuis ▪ Voor wie? Zelfstandige oudere met een lichte zorgvraag en een behoefte voor een sterker sociaal netwerk ▪ Wat is het? 15 zorgappartementen in een groter complex met focus op ’community vorming’, waarmee de sociale verbinding wordt gezocht met de inwoners van het complex. De locatie sluit goed aan bij de doelgroep met veel winkels nabij en een ontmoetingscentrum. ▪ Succesfactoren? Start met bestuurlijk convenant met alle partijen. Veel aandacht voor sociale binding en veiligheid. Keuze voor bewoners wiens motivatie past bij het concept. Aantrekkelijke locatie. Geen gemeenschappelijke ruimte wat financiering versimpelt. Actieve rol van Pieter van Foreest in zorgvoorziening. Geen nachtzorg wat efficiëntie ten goede komt. Actieve rol van verbinder om alle partijen gemotiveerd en betrokken te houden ▪ Hoe is het gefinancierd? Woningcorporatie investeert in bouw en exploiteert. Zo’n woonoplossing is interessant voor woningcorporaties aangezien er niet geïnvesteerd hoeft te worden in gemeenschappelijke ruimtes ▪

Voor andere voorbeelden zie: Platform 31 project Woonvarianten voor Senioren

7

Werkagenda Netwerkzorg Regiovisie WSD Versie 5 februari 2021

Situatieschets

▪

Huidige achtergrond bij dit thema ▪

▪

▪

▪

▪

▪

Definities & Scope

Huidige wachtlijst (Q3 2020) voor intramurale opname is 1.000 en de wachtlijst loopt op tot 1.900 in 2025 (beleidsarme prognose). Er is gesteld dat de huidige wachtlijst nog acceptabel is. De stijging van de wachtlijst tussen 2020 en 2025 (ca 900 plekken) wordt beschouwd als een tekort aan intramurale capaciteit in de regio (beleidsarme prognose). De belangrijkste oorzaken van dit oplopende tekort in de intramurale zorg zijn onder andere 1) de toenemende (dubbele) vergrijzing, 2) de toenemende chronische zorgvraag (m.n. dementie), 3) de daling in het aantal mantelzorgers en 4) het stijgende tekort aan (m.n. gespecialiseerd) personeel. Deze problematiek is niet uniek voor de WSD-regio, maar speelt ook elders in het land De grondslagen van een intramurale opname onder 80+’ers zijn met name psychogeriatrische en somatische aandoeningen, die gepaard gaan met (chronische) aandoeningen als diabetes, copd en kanker. Er is verdiepend onderzoek nodig naar de medische en niet-medische oorzaken die een rol spelen in de intramurale opname (zoals het wegvallen van mantelzorgers) Door de financiële schotten, benodigde informatievoorziening, vraagstukken over de verantwoordelijkheid over de kwaliteit van zorg én benodigde samenwerking is dit geen gemakkelijke opgave. Dit blijkt ook uit het REIS-advies van VWS, waarin Wouter Bos c.s.

oproept om juist op transitiemomenten actief voorlichting en ondersteuning te geven aan ouderen (inclusief mantelzorgers) en concrete regionale samenwerkingsafspraken te maken over zorg en ondersteuning voor kwetsbare ouderen In de WSD-regio kennen we een hechte onderlinge samenwerking met korte lijnen tussen alle partijen. Niet alleen tussen de zorgaanbieders onderling, maar zeker ook met de gemeenten, het zorgkantoor en de zorgverzekeraar DSW. Iedere subregio heeft een eigen zorgvraag en vraagt om een zorgaanbod op maat, maar ook op de schaal van de zorgkantoorregio en in aansluiting op het ROAZ.

Mede door de nauwe samenwerking is de regio goed in staat om de behoefte van de inwoners in kaart brengen en het zorgaanbod daarop (sub)regionaal vorm te geven In de WSD-regio zijn de afgelopen jaren verschillende samenwerkingsverbanden ontwikkeld, waardoor de kwaliteit, toegankelijkheid en/of betaalbaarheid van de ouderenzorg is verbeterd, zoals betere doorstroom in de keten met transmurale bureaus, een coördinatiepunt voor acute ondersteuning al het thuis niet meer gaat, vroegsignalering van kwetsbaarheid door onderlinge procesafspraken, directe doorstroom vanaf de SEH naar de VVT en tenslotte het experiment met extra opvang van ouderen op de locatie Voorburg en intensieve samenwerking in de keten in tijden van corona Er zijn genoeg kansen om de huidige regionale samenwerking tussen zorgaanbieders onderling en met gemeenten nog verder te verbeteren. Verschillende groepen ouderen leggen -naar het lijkt- onnodig extra druk op de zorg (bijvoorbeeld de SEH), de onderlinge uitwisseling en inzicht in vraag en aanbod van ouderenzorg is beperkt en heeft een risico op onnodig veel oponthoud. Zo bleek ook tijdens de Covidpandemie dat alleen al het inzicht in elkaars capaciteit de zorg in korte tijd veel samenhangender kan maken

Het zorgstelstel loopt tegen haar grenzen aan in termen van betaalbaarheid van zorg en personeelstekorten. Dit komt onder andere omdat de zorg vooral aanbodgericht is georganiseerd vanuit een eerste, tweede en derde lijn met verschillende financieringen, te veel gericht is op productie en te weinig op toegevoegde waarde voor de patiënt/ cliënt. Met netwerkzorg worden de schotten in de zorg doorbroken en wordt de zorg vraaggericht georganiseerd. Onder netwerkzorg verstaan we “het zo goed als mogelijk laten bewegen van de cliënt in een netwerk van zorgverleners door de zorg rondom de cliënt te organiseren waarin de behoefte van de patiënt als uitgangspunt geldt”, zowel wat betreft zorg, welzijn als het sociale domein. Om tot meer netwerkzorg in de regio te komen zijn over het algemeen een viertal stappen belangrijk: 1) een gezamenlijk beeld maken van de regio opgave (zie: het feitenboek), 2)

8

een herontwerp van de zorg rondom de patiënt, 3) het regionaal samenwerken, 4) de onderlinge uitwisseling van informatie en/of introduceren van digitale zorg (aan huis)

Visie Gewenste situatie op de langere termijn op dit thema

In onze aanpak zijn er een zestal uitgangspunten die voor de themawerkgroep belangrijk zijn. 1. We zien de waarde in van netwerkzorg. Intensieve(re) ketensamenwerking, onderlinge afspraken en een andere organisatie van zorg kan de kwaliteit van ouderenzorg verbeteren en de druk op intramurale zorg verlagen 2. We richten ons vooral op ouderen, die nog in bepaalde mate zelfredzaam zijn en/of (enigszins) kwetsbaar. Zorg wordt verleend vanuit het belang en de behoefte van de ouderen en niet primair vanuit eigen organisatiebelangen of belemmeringen in het stelsel. In de praktijk moeten organisaties het urgentiegevoel wel delen en helpt het niet wanneer belangen tegenstrijdig zijn. Het gezamenlijke streven is het zo lang mogelijk behouden van de zelfredzaamheid van deze ouderen, mede door het sociale en zorgdomein nog nadrukkelijker te verbinden. In de basis zijn vier typen ouderen te onderscheiden. We richten ons vooral op ouderen, die nog in bepaalde mate zelfredzaam zijn en/of (enigszins) kwetsbaar (groepen 2 en 3)

3.

4.

5.

6.

Doel Beoogde resultaat, concreet en indien mogelijk kwantitatief

Aanpak Mogelijke oplossingsrichtingen

We maken zoveel mogelijk gebruik van bestaande, succesvolle initiatieven. Er wordt zoveel mogelijk voortgebouwd op bestaande projecten die al lopen en maken gebruik van bestaande overlegstructuren/ samenwerkingsverbanden (bijv. stuurgroep ICT) die hun effectiviteit bewezen hebben of als zeer nuttig worden ervaren door de doelgroep en zorgverleners We betrekken zorgprofessionals én ouderen in het ontwikkelproces. Deze werkagenda is pas succesvol als het gedrag beïnvloedt. Inzicht in wat het gedrag van patiënten, mantelzorger maar ook medewerkers beïnvloedt is daarom essentieel. Daarnaast is het belangrijk om zorgprofessionals (bijv. huisarts, geriater, specialist ouderengeneeskunde, wijkverpleegkundige, paramedici en welzijnsmedewerkers uit het sociale domein) vanaf het eerste moment te betrekken omdat zij kunnen goed de haalbaarheid en effectiviteit kunnen inschatten vanuit hun ervaringen We maken vooraf prestatieafspraken en houden ons hieraan. Het werkt goed als er vooraf commitment op bestuurlijk niveau is afgeven en afspraken zijn gemaakt, zodat men elkaar daarop kan aanspreken wanneer nodig. Belangrijk dat je kan sturen en evalueren op KPI’s die voor iedereen inzichtelijk en helder zijn, dit geeft ook energie’ We zorgen voor inbedding van reguliere financiering. De financiering is volgend en niet leidend.

De eerste fase van netwerkzorgprojecten financieren vanuit een gezamenlijke ‘pot’. In de loop van tijd gezamenlijk tot een structurele financieringsstroom komen wanneer blijkt dat het initiatief succesvol is. Daarnaast is een vergoeding voor de extra inzet op netwerkzorg mogelijk gepast

In deze themawerkgroep richten we ons op het vergemakkelijken van de doorstroom van patiënten/cliënten of het eerder/anders ingrijpen in het zorgproces/zorgcarrière van ouderen. De uiteindelijke ambitie is om waar mogelijk intramurale zorg of een (grote) toename in het zorggebruik te voorkomen en/of uit te stellen en de periode dat iemand veilig en met behoud van kwaliteit van leven in de thuissituatie (mogelijk in een andere woning) kan blijven wonen wordt verlengd, met minimaal behoud van kwaliteit en toegankelijkheid van zorg A. Inzicht in & koppelen van vraag en aanbod wijkverpleging Digitaal inzicht in het aanbod van wijkverpleging (voor nu geen focus hierop) Als zorgaanbieders willen we nog veel beter van elkaar weten “wanneer we waar aan het beste adres zijn bij welke problematiek” door inzicht te hebben in elkaars (on)mogelijkheden op het gebied van ouderenzorg binnen de regio. Voor huisartsen is vooral het verkrijgen van inzicht in het actuele aanbod van wijkzorg een zeer tijdrovende zoektocht, met name als het gaat om acute situaties kunnen zij soms uren bezig zijn met

9

uitzoeken welke zorgaanbieders ruimte hebben om bepaalde typen wijkzorg te verlenen in een bepaalde wijk. Dit inzicht is niet gemakkelijk te ontwikkelen, omdat het afhankelijk is van veel factoren of een oudere (doelgroep 3) aangenomen kan worden, zoals de intensiteit van de zorg en het deskundigheidsniveau. Bovendien verandert de beschikbaarheid snel. Daarom stellen we voor om te beginnen met één centraal online portaal waar de beschikbaarheid van wijkzorg in de regio op hoofdlijnen op staat, zodat huisartsen kunnen inzien of het in ieder geval zin heeft om te bellen of niet. Het grote voordeel voor de patiënt is dat deze sneller op de juiste plek terecht komt en het risico op ernstigere gevolgen en een acute opname in het ziekenhuis wordt verkleind. Voor huisartsen betekent dit dat zij meer tijd over houden voor andere zaken en voor het ziekenhuis betekent dit minder onnodige acute opnames. Ook voor de wijkzorgaanbieders kan het tijd schelen en zorgt voor het voor een betere benutting van de capaciteit. Koppelen van wijkverpleging in acute situaties (bemiddelen van vraag en aanbod) Daarnaast is het wenselijk om niet alleen inzicht te geven, maar om ook een centrale regionale functie te hebben voor de koppeling van de vraag van de cliënt en het aanbod van de wijkzorgaanbieders in de acute situatie.

Ons idee hierbij is dat transferverpleegkundige dit werk uit handen kunnen nemen van de huisartsen. Dit bespaart de drukbezette huisartsen tijd en vergroot bovendien het werkplezier. De cliënt zal nog sneller terecht kunnen op de meest geschikte plek. Voor wijkzorgaanbieders is de inspanning kleiner dan wanneer er een hele nieuwe oplossing wordt ontwikkeld. Dit initiatief voor de coördinatie van wijkzorg in acute situaties kan gefaseerd worden uitgerold. Op korte termijn kan het starten met een pilot bij de transferafdelingen van de ziekenhuizen, zoals ook vergelijkbare bemiddeling bij andere ziekenhuizen in het land is georganiseerd. De transferverpleegkundigen beschikken immers al over de juiste expertise, het juiste netwerk binnen de subregio’s, de juiste informatie en de juiste ondersteuning (POINT). Hierdoor kunnen zij de bemiddeling relatief snel in een pilot uitproberen, mits hier genoeg extra capaciteit van transferverpleegkundigen voor is. Er is bewust gekozen om dit initiatief op de kortere termijn nog niet onder te brengen in het huidige coördinatiepunt (UTED – voor de bemiddeling van tijdelijke bedden in urgente situaties), aangezien het relatief kort in de lucht is en het in de huidige vorm nog niet kan brengen wat nodig is.

Op de langere termijn, willen we het coördinatiepunt door ontwikkelen waarin meerdere partijen zijn aangesloten van de VVT, thuiszorg en ziekenhuiszorg en een gezamenlijke verantwoordelijkheid voelen voor de coördinatie van wijkzorg in acute situaties.

B.

Multidisciplinaire ouderenbenadering bij kwetsbare ouderen, bijvoorbeeld met verminderend geheugen Als zorgaanbieders willen we een zorgcarrière van ouderen vanaf een vroeg stadium goed begeleiden door een goede samenwerking op te zetten tussen gemeente, VVT, ziekenhuis, huisarts met passende interventies bij een volgende fase. Bij veel ouderen kan een incident of verminderend geheugen een belangrijke oorzaak zijn van algehele achteruitgang (doelgroep 2). De diagnostiek ervan is complex. Met name in de avond/nacht/weekend is de huisartsenpost of SEH een vindplek, waarbij de huisarts of behandeld arts een ‘niet-pluis’ gevoel kan hebben bij bepaalde ouderen. Het is gebruikelijk om in zo’n geval een APOP (Acuut Presenterende Oudere Patiënt) screening af te nemen die de kwetsbaarheid en geheugenproblemen van ouderen toetst. Ons voorstel is dat in zo’n geval bij bepaalde uitkomsten van de screening de huisarts bepaald om zelf op huisbezoek te gaan bij de desbetreffende ouderen of een eerstelijns SO hiervoor inschakelt, wanneer dat volgens de huisarts nodig is. De huisarts en/of de SO na een huisbezoek kan besluiten om een multidisciplinair overleg (mdo) op te zetten voor de triage bestaande uit bijvoorbeeld een SO, de huisarts, een wijkverpleegkundige, maatschappelijk werker. Mogelijk aangevuld met een geriater, welzijnsadviseur en paramedicus.

Het mdo heeft een medische, welzijns en sociale insteek en kent bij voorkeur een breed deelnemersveld mits dit wel meerwaarde heeft voor alle betrokkenen. Het kan fysiek op één locatie in de wijk plaatsvinden of bij de huisarts maar nog efficiënter is om een online videocall te organiseren.

10

In samenspraak met de huisarts, patiënt én de mantelzorger kan vervolgens een integraal behandelplan worden opgesteld, waarbij ook een casemanager ingeschakeld kan worden. Dit om verdere achteruitgang zoveel mogelijk te voorkomen en ouderen extra ondersteuning in zorg en welzijn op de juiste plek te kunnen bieden op langere termijn, bij voorkeur thuis en zonder te hoeven insturen. De huisarts blijft hoofdbehandelaar. Inzicht in elkaars dossiers (mits hiervoor toestemming is van de cliënt) en (on)mogelijkheden is dan zeer nuttig. Het voordeel van een dergelijke regionale multidisciplinaire aanpak is dat hiermee erger wordt voorkomen, het risico op acute (ziekenhuis)opvang wordt verkleind en ouderen mogelijk langer zelfstandig thuis kunnen wonen. De uitkomst kan echter ook zijn dat er juist in een eerder stadium wordt gekozen voor intramurale zorg wanneer het thuis voor ouderen echt niet meer gaat. Nu leidt een kwetsbare situatie thuis nog te vaak tot incidenten met geriatrische revalidatiezorg, eerstelijnsverblijf of ziekenhuisopname, terwijl intramurale opvang in sommige gevallen passender is (mits hiervoor capaciteit is).

De netwerkpartijen hebben baat bij deze aanpak (mits goed georganiseerd) waarin zij beter zicht hebben op de problematiek, van elkaar leren en elkaars (on)mogelijkheden beter kennen, meer begrip te hebben voor elkaar en tenslotte ook efficiënter werken dan nu het geval is. Het heeft de voorkeur om klein te beginnen met een pilot bij één HAP of SEH waar dit vaak voorkomt en de huisartsen en zorgverleners in de wijk gemotiveerd zijn om hier iets aan te doen. Wanneer het werkt in de praktijk, kan worden opgeschaald naar andere HAP’s en/of SEH’s.

Organisatie en vervolg

Voor de nadere uitwerking van de twee oplossingsrichtingen voorzien we verschillende vervolgstappen:

Samenwerking en vervolgacties op korte termijn

A. Pilot coördinatie van wijkverpleging door transferverpleegkundigen 1. Leren van de ervaringen in andere regio’s waar vergelijkbare initiatieven zijn uitgerold, zoals het st. Antonius - en Catharina ziekenhuis. In een kleiner comité gaan we met hen in gesprek om te verkennen of hetgeen wat deze ziekenhuizen doen goed aansluit bij onze oplossingsrichting en of het nuttig is om hen uitnodigen in één van onze themawerkgroep bijeenkomsten 2. Mede op basis van deze ervaringen gaan we de waarde van de oplossingen onderbouwen in een business / value case; o Wat levert het op? Hoe vaak kan een ziekenhuis- of verpleeghuisopname hiermee worden voorkomen? Wat levert het op voor de toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg in de regio (niet alleen in de Zvw, maar ook in de Wlz en het sociale domein)? Denk bijvoorbeeld aan de verhouding in tijdswinst voor de huisarts (assistent) t.o.v. de tijdsinvestering van de transferverpleegkundigen o Wat is er nodig? Hoeveel extra tijd en capaciteit vergt het voor het aanstellen en opleiden van transferverpleegkundigen? Hoe is het geïntegreerd in bestaande zorgprocessen etc.? B. Multidisciplinaire ouderenbenadering bij kwetsbare ouderen, bijvoorbeeld met verminderend geheugen 1. In een kleinere subgroep gaan we het concept en de pilot verder uitwerken en ook zorgen dat de plannen goed integreren met de huidige zorgprocessen 2.

Daarnaast gaan we ook de rol van de gemeente verkennen en de samenwerking zoeken met het sociale domein (het pre-medische deel). Hierbij zoeken we ook de aansluiting bij de aanpak van themawerkgroep preventie die vanuit een sociaal benaderingsteam in een vroeg stadium zorg en ondersteuning biedt vanuit alle domeinen 3. Ook in deze oplossingsrichting kunnen we leren van de ervaringen in andere regio’s waar vergelijkbare initiatieven zijn uitgerold. Daarom gaan we MESO Tiel uitnodigen zodat de subgroep kan leren van hun ervaringen Daarnaast nog nader te verkennen/bepalen ▪ Mogelijkheden voor financiering verkennen om budgetten als transitie / transformatiegelden vrij te maken voor de bekostiging van deze initiatieven ▪ Mogelijkheden voor digitale ondersteuning bepalen, zoals uitbreiding met vroegsignalering met digitale hulpmiddelen zoals domotica in de thuissituatie of initiatieven als Seintje

11

Werkagenda Preventie Regiovisie WSD Versie 5 februari 2021

Situatieschets Huidige achtergrond bij dit thema

▪

▪ ▪

▪

▪

▪

▪ ▪

Huidige wachtlijst (Q3 2020) voor intramurale opname is 1.000 en de wachtlijst loopt op tot 1.900 in 2025 (beleidsarme prognose). Er is gesteld dat de huidige wachtlijst nog acceptabel is. De stijging van de wachtlijst tussen 2020 en 2025 (ca 900 plekken) wordt beschouwd als een tekort aan intramurale capaciteit in de regio (beleidsarme prognose). De belangrijkste oorzaken hiervan zijn 1) toenemende (dubbele) vergrijzing, 2) toenemende chronische zorgvraag (m.n. dementie), 3) daling in het aantal mantelzorgers, 4) stijgend tekort aan personeel (m.n. gespecialiseerd) ¹ De grondslag van een intramurale opname onder 80+’ers ligt vooral in psychogeriatrische en somatische aandoeningen, die gepaard gaan met (chronische) aandoeningen als diabetes, copd en kanker1. Daarnaast zijn ook niet-medische oorzaken een belangrijke reden voor intramurale opname, zoals het wegvallen van de mantelzorger. In de WSD-regio ligt vooral in de MVS-gemeenten het huidige aantal ouderen met dementie boven het landelijk gemiddelde, en in de DWO-gemeenten gaat het aantal ouderen met dementie de komende jaren sterker dan gemiddeld toenemen. Dit blijkt ook uit het verschil in leefstijl. In de MVS-gemeenten is de leefstijl van ouderen in termen van voeding, bewegen en roken in het geheel genomen ongezonder dan van ouderen in de DWO-gemeenten.

Inwoners van de WSD-regio hebben landelijk gezien een relatief gezonde leefstijl. Echter, inwoners van de MVS-gemeenten en de ouderen van Delft hebben een ongezondere leefstijl en hoger aandeel chronisch zieken dan de andere gemeenten. Het percentage inwoners dat de eigen gezondheid ervaart als goed/zeer goed is dan ook het laagst voor deze gemeenten¹ De aandacht voor preventie neemt landelijk toe, omdat de zorg tegen de grenzen van het stelstel aanloopt in met name betaalbaarheid van zorg en beschikbaarheid van personeel. Zo zijn er nieuwe gezondheidsbewegingen ontstaan als positieve gezondheid, worden zorguitkomsten alsmaar belangrijker gevonden (waardegedreven zorg), is er door Covid-19 extra aandacht voor preventie en ontstaan nieuwe samenwerkingsverbanden zoals het Kavelmodel2 en betaaltitels zoals de GLI (gecombineerde leefstijlinterventie dat zich richt op een combinatie van gezonder eten, meer bewegen en gedragsverandering) Met deze werkagenda geven we invulling aan de landelijke initiatieven zoals de VNGnota gezondheidsbeleid, Langer Thuis en het preventieakkoord Toch komt preventie nog beperkt van de grond, omdat de financier vaak niet de baten ontvangt (wrong pocket), initiatieven vanuit partijen onvoldoende op elkaar aansluiten, niemand echt verantwoordelijk is (zwevend onderwerp), de financiële prikkel ontbreekt of cofinanciering vanuit verschillende domeinen

(bijv. Wmo en Zvw) moeilijk van de grond komt3.

Bestaande initiatieven

Op het gebied van preventie zijn in de WSD-regio al verschillende projecten: ▪ Vroegsignalering van kwetsbaarheid door onderlinge procesafspraken (ZEL) ▪ Zo-dichtbij als digitaal kluisje en plek voor het vinden van producten, diensten, activiteiten en contacten in de directe omgeving ▪ Welzijn op Recept met focus op welbevinden door een welzijnscoach

Visie

We onderscheiden onderstaande vier typen ouderen (in de leeftijd vanaf 65 jaar) en deze themawerkgroep richt zich vooral op de doelgroepen één en twee, waardoor wij ons bewust niet direct bezig houden met zorg en ziektebeelden.

1

CBS: indicatie zorg met verblijf, grondslag, DSW Marktanalyse mei 2020 en ZorgCijfers Monitor Op de drempel van het verpleeghuis (2019) 2kic.nl/wat-is-kic/het-kavelmodel 3 Guusschriijvers.nl 12

Onder preventie verstaan wij “alle activiteiten in zorg en welzijn die gericht zijn op het voorkomen, uitstellen of verlichten van de zorgvraag en het vergroten van zelfredzaamheid.” In onze preventiebenadering leggen we de volgende accenten; We gaan uit van positieve gezondheid en richten ons op wat iemand nog wel kan en niet op de negatieve gevolgen van het ouder worden. De veerkracht van ouderen staat centraal en van daaruit willen we met oplossingen in het gewone leven de kwaliteit van leven verbeteren op basis van de behoefte van ouderen. Gezondheid is meer dan lichaamsfuncties (normaliseren in plaats van medicaliseren). Het dagelijks functioneren, participatie, welbevinden en zingeving is evengoed belangrijk voor de gezondheidsbeleving van ouderen4. Dit betekent dat we op zoek zijn naar oplossingen die een combinatie bevatten van welzijn, Wmo en Zvw en integrale samenwerking vereisen.

Doel

▪

Beoogde resultaat, concreet en indien mogelijk kwantitatief

▪

▪

Aanpak Concrete plannen en onderlinge afspraken

Onze focus ligt op gerichte interventies die substantieel bijdragen aan het vroegtijdig vergroten van zelfredzaamheid en weerbaarheid van ouderen en mantelzorgers om daarmee uiteindelijk de druk op de intramurale zorgvraag in de verpleeghuizen (zie feitenboek) te voorkomen, uitstellen of verlichten en ook andere zorg zoals acute ziekenhuisopnames te voorkomen De bijdrage van deze interventie moet ook aantoonbaar zijn. We evalueren de effecten van de interventie op o.a. de volgende uitkomstindicatoren5:

Daarnaast evalueren we ook het effect op mantelzorgers door te kijken naar het aantal mantelzorgers dat aangeeft het nog één jaar over langer vol kan houden als de situatie zo blijft zoals deze is

1. Sociale benadering bij ouderen met dementie (gericht op doelgroep 2) Als zorgaanbieders willen we in de regio ouderen met dementie in een eerder stadium ondersteunen om zelfredzaam te blijven en weerbaarder te worden. Dit door in de ondersteuning beter in te spelen op de domeinen die naast het medische domein ook van grote invloed zijn op de kwaliteit van leven. Zo zijn het psychologische domein (o.a. omgaan met verandering, zingeving van het leven) en het sociale domein (de sociale rol die iemand vervult en de interactie met anderen) van grote invloed op de kwaliteit van leven (zie bijlage). Mensen met dementie hebben vaak onderliggende sociaal maatschappelijke of mentale problemen die niet uitsluitend een medische maar vaak ook sociale oorzaak hebben. Op dit moment bestaat de neiging om mensen met dementie pas laat naar bijvoorbeeld een ontmoetingscentrumcentrum te verwijzen, terwijl juist in een vroeg stadium van de dementie ouderen gebaat zijn bij sociale ondersteuning. Dit is mogelijk door vroegtijdig psychosociale ondersteuning te bieden aan thuiswonende ouderen met dementie en hun naaste familieleden door een integrale aanpak van een team bestaande met medische, psychologische en sociale expertise.

Het team van 5 á 6 mensen ondersteunt samen met de mantelzorger(s) ouderen op maat en speelt in op de gevolgen van dementie op het dagelijks leven en niet op de aandoening zelf. Bijvoorbeeld door een ondernemer te helpen bij taken waar diegene steeds meer moeite mee krijgt, of door ervoor te zorgen dat iemand ondanks de achteruitgang van het geheugen actief kan blijven bij een vereniging.

4 5

iph.nl/positieve-gezondheid/wat-is-het/ alzheimer-nederland.nl/sites/default/files/directupload/zorgstandaard-dementie.pdf 13

Het is belangrijk om de doelgroep goed in beeld te krijgen. Een integrale (vroeg)signalering met samenwerkingsafspraken (ZEL) tussen zorgprofessionals als huisartsen, wijkverpleegkundigen, buurtteams, huishoudelijke hulpen draagt hieraan bij. Maar ook andere partijen als woningcoöperaties, vervoersbedrijven, hulp- en dienstverlening kunnen helpen om de doelgroep te identificeren6. Het team brengt naast ouderen ook het sociale netwerk in kaart inclusief de behoeften van naasten en mantelzorgen. Zo helpt de ondersteuning ook om mantelzorgers tijd en ruimte te geven voor zichzelf, zodat zij de zorg langer kunnen volhouden. Het team kan hierbij online worden georganiseerd en contact houden, mogelijk ondersteund door domotica (thuismonitoring). Bij voorkeur organiseren we dit in de wijk of eventueel vanuit een ontmoetingscentrum (zoals een Odenshuis, wanneer dit aanwezig is). Dit is vergelijkbaar met de ‘social trials’ van Anne-Mei The7 in Den Bosch, Amsterdam, Amstelveen en Rotterdam die zijn gestart in 2018 vanuit het programma Langer Thuis8. De eerste tussentijdse evaluatie laat zeer positieve resultaten zien; ▪ Zorggebruik: mensen leven prettiger en daardoor langer thuis en gaan gemiddeld 6,5 maand later naar het verpleeghuis.

Dit leidt tot een besparing in de Wlz (totaal 560 duizend voor 38 casussen), maar ook tot lagere zorgconsumptie in de Zvw voor de cliënt (€1.600 p/m in Den Bosch9) en voor de mantelzorger(s) ▪ Mensen met dementie en hun naasten: verbetering in kwaliteit van leven, toename zingeving, beter omgaan met verandering, meer vertrouwen in eigen kunnen en toename welzijn van naasten ▪ Arbeidsmarkt: dit initiatief draagt bij aan de oplossing voor arbeidsproblematiek in de zorg. Een deel van de medewerkers heeft geen zorgachtergrond nodig en de casemanager en praktijkondersteuner kunnen vaak een stapje terug doen waardoor ze meer tijd over hebben voor complexere cliënten 9 Randvoorwaardelijk is dat er aandacht nodig voor de gezamenlijk financiering. Aangezien de investeerder (vaak de gemeente) niet altijd dezelfde is als degene waar de baten vallen. Daarom is het te onderzoeken of financiering onderschot kan worden en budgetten kunnen worden verschuiven. Mogelijk dat een shared-savings principe opgezet kan worden. 2.

Idee voor de langere termijn: Levensloopplanning gericht op de vitale oudere zonder gezondheidsklachten (gericht op doelgroep 1) Op de langere termijn is er behoefte vanuit de werkgroep om vitale ouderen zonder gezondheidsklachten (doelgroep 1) vroegtijdig te stimuleren om bewust na te denken over vragen als “Hoe voorkom je dat je minder gezond wordt? Wat kun je doen wanneer je te maken krijgt met de meest stressvolle gebeurtenissen in het leven als wegvallen van de partner, verhuizing, stoppen met werken, een valincident of bepaalde aandoeningen? Dit met als doel dat ouderen zo lang mogelijk zelfredzaam en weerbaar blijven. In een ideale wereld is het een vanzelfsprekendheid dat wanneer je ouder wordt, je tijdig zorg- en gezondheidsgesprekken voert (met personeel vanuit het zorg- welzijn- en sociale domein, maar ook tussen inwoners onderling), waardoor het bewustzijn toeneemt en je nadenkt over positieve gezondheidskeuzes. Zorgprofessionals zijn in zo’n geval ook op de hoogte van de wensen van ouderen en kunnen tijdig starten met relevante interventies o.b.v. de levensfase of -gebeurtenis. Wanneer iemand bijvoorbeeld met pensioen gaat, kan het gesprek gevoerd worden om samen passende mogelijkheden te vinden actief en sociaal bezig te blijven.

Ondanks dat we geloven in dit idee, en dat het op den duur zeker kan bijdragen aan onze doelstelling, zien we een grote uitdaging in de uitvoerbaarheid en haalbaarheid. Vragen als: welke specifieke doelgroep heeft hier het meest baat bij? Hoe zorg je ervoor dat deze doelgroep vroegtijdig intrinsiek gemotiveerd wordt en actie onderneemt? Wie voert de gezondheidsgesprekken en wat kun je vervolgens aanbieden? Daarom hebben we er nu voor gekozen om in deze themawerkgroep te focussen op oplossingsrichting 1 ‘sociale benadering bij dementie’.

Inzet

▪ ▪

Huisarts: doelgroep vroegtijdig signaleren en behoefte van de cliënt m.b.t. de sociale benadering in kaart brengen en het gedachtegoed van de sociale benadering uitdragen VVT: stimuleren en informeren van het personeel op dit initiatief en een team samenstellen van personeel met de juiste motivatie en competenties

6

dementiezorgvoorelkaar.nl/actueel/nieuws/sociale-benadering-dementie-amsterdam/ tao-of-care.nl/sociale-benadering-dementie 8 programmalangerthuis.nl/actielijnen/mantelzorgers-en-vrijwilligers/sociale-benadering-dementie 7

14

Rol en gevraagde inspanning per partij

▪ ▪

Organisatie en vervolg

1. 2.

Samenwerking en vervolgacties op korte termijn

3. 4. 5. 6.

7.

8.

Gemeente: het aanbod in het sociale domein (dat ingezet kan worden in de sociale benadering bij dementie) inzichtelijk maken en Wmo-uitvoerders informeren en stimuleren Verzekeraar/zorgkantoor: waarborgen van gebundelde financiering door hierover afspraken te maken met de gemeente Meer (kwalitatief) onderzoek uitvoeren naar de aanleiding van intramurale opname Bepalen hoe dit traject kan aansluiten bij de lopende en nieuwe projecten, zodat het inhoudelijk complementair is (zoals de multidisciplinaire aanpak van de themawerkgroep netwerkzorg en de ontmoetingscentra)? Organisatievorm nader uitwerken, bijvoorbeeld binnen de pilot Casemanagement Dementie die onder regie H3/Pijnacker-Nootdorp-DSW wordt georganiseerd Leren van de ervaringen van de ‘social trials’ in Amsterdam, Rotterdam, Amstelveen of Den Bosch voor wat betreft knelpunten, succesvoorwaarden en randvoorwaarden Financiering regelen binnen de wettelijke kaders waarbij we gebruik van wat er al bekend is bij de social trials Het gedachtegoed van positieve gezondheid en een sociale benadering breed gedragen maken, beginnend met bestuurlijk commitment van alle partijen (zie ook ‘Gezond en Gelukkig Den Haag’9) Klein beginnen in een pilot: in kaart brengen welke gemeente(n) en zorgaanbieder(s) zich lenen voor een pilot , rekening houdend met o.a.

de huidige projecten, een geschikte doelgroep en de welwillendheid van zorgverleners Scholen van medewerkers, bijvoorbeeld door het volgen van trainingen bij Anne-Mei (Tao of care)

Bijlage Kloof tussen de behoefte en aanbod indicatief en visueel weergeven op de drie relevante domeinen voor mensen met dementie gedurende verschillende fases. Bron: dementieweb.nl/social-trials/

9

gezondengelukkigdenhaag.nl/ 15

Werkagenda Personeel Regiovisie WSD Versie 22 februari 2021

Definitie & Scope

▪

▪ ▪

Situatieschets Huidige achtergrond bij dit thema

▪

▪ ▪

▪

Visie

▪

Gewenste situatie op de lange termijn op dit thema

▪ ▪ ▪ ▪

Doel Beoogde resultaat, concreet en indien mogelijk kwantitatief

Aanpak Concrete plannen en onderlinge afspraken

Scope van actieplan zijn gezamenlijke activiteiten gericht op het zorgen voor voldoende personeel met de juiste competenties en het leren van elkaar door delen kennis en innovaties te delen. Focus hierbij ligt op benodigd personeel voor werkagenda’s van de overige werkgroepen NB: dit is in aanvulling op de RAAT plannen van ZorgZijnWerkt en deRotterdamseZorg, de focus daar ligt m.n. op de kwantiteit van personeel We zijn ons ervan bewust dat hiermee niet het volledige personeelstekort wordt opgelost. Hiervoor zijn zowel de initiatieven van ZorgZijnWerkt en deRotterdamseZorg nodig, maar ook activiteiten die organisaties afzonderlijk (kunnen) uitvoeren mbt verhogen van instroom, verlagen van uitstroom en behoud van personeel. Deze zijn niet in scope van deze werkagenda Ouderenzorg in de WSD-regio staat onder druk door een combinatie van: 1) toenemende (dubbele) vergrijzing, 2) toenemende chronische zorgvraag, 3) daling in het aantal mantelzorgers, 4) stijgend tekort aan (m.n. gespecialiseerd en verplegend) personeel Tov landelijk is er meer instroom (~1%-punt) maar ook meer uitstroom (~1%-punt) van personeel.

Hoewel creatieve aanpakken leiden tot meer instroom, is het rendement van deze acties minder (meer uitstroom tijdens / na opleiding) Actieplan regio WSD focust zich op verlichten van het tekort aan intramurale capaciteit door inzet op capaciteitsuitbreiding voor hogere ZZP’s (5+), uitbreiden van nieuwe woonoplossingen voor lagere ZZP’s, bevorderen van netwerkzorg en inzetten op preventie van intramurale opname Innovaties rondom dit onderwerp zijn vaak belegd bij verschillende innovatieteams/afdelingen van de zorgpartijen. Nu heerst het gevoel dat ieder zijn eigen wiel aan het uitvinden is De komende jaren hebben we voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar voor de ouderenzorg in de WSD-regio. Er is niet alleen veel onderlinge uitwisseling van kennis en kunde, maar vooral veel regionale samenwerking op behoud en inzet van personeel Door als organisaties door de lijnen heen samen te werken, zijn we in staat om preventie, netwerkzorg en de extramuralisering van de zorg met het juiste personeel te ondersteunen We hebben samen innovatieve manieren gevonden om de zorg met dezelfde kwaliteit te blijven leveren, maar met minder personeel Er is weer balans in de belastbaarheid en belasting van personeel

Delen van kennis en innovaties tussen en over de lijnen heen rondom arbeidsbesparing en ontwikkeling: ▪ Optimalere inzet van huidig personeel door meer te doen met minder beschikbaar personeel ▪ Behoud van personeel in de zorgsector en regio door plezierig werken en brede ontwikkeling ▪ De verbinding en samenwerking tussen en over de lijnen heen ▪ Kennisdeling wat betreft andere thema’s zal plaatsvinden in bestaande overlegstructuren Randvoorwaardelijk is behoud of verbetering van kwaliteit van zorg, niveau van medewerker tevredenheid en cliënt/patiënttevredenheid en de kosten moeten zich verhouden tot de toegevoegde waarde Uitwisseling op arbeidsbesparing en ontwikkeling ▪ De werkhypothese is dat een digitaal platform kan dienen als middel om de doelstelling te bereiken In overleg met gebruikers wordt getoetst of dit ook de juiste route is ▪ De focus van de oplossing ligt op: o Informatie te delen over bestaande innovaties die ten opzichte van de verwachtte effort een relatief hoge opbrengst hebben (denk aan lijst met innovaties van Frankeland), maar ook sneller komen tot nieuwe innovaties

16

o o

Expertise te delen over aanpassen van zorgproces (bijv uitwisseling projectleiders) Meerwaarde aantoonbaar te maken en onderling te delen (tussen professionals). Focus op urgentie en/of aantoonbare verbetering om draagvlak te creëren bij professionals

Er zijn een aantal randvoorwaarden of (succes)factoren dat kans op een werkende oplossing vergroot: ▪ Inhoudelijke factoren o De oplossing faciliteert kennisdeling én samenwerking tussen zorgaanbieders o Gedeelde content gaat primair over arbeidsbesparende innovaties en efficiënter en duurzamer inzetten van zorgpersoneel o Kennis vanuit verschillende samenwerkingsverbanden komt hier samen (projecten/best practices) o De oplossing biedt ruimte voor gezamenlijke ontwikkeling van nieuwe innovaties ▪ Procesmatige/organisatorische factoren o Er is een dedicated projectgroep voor de stapsgewijze uitwerking van de oplossing en een opdrachtgever met commitment en beschikbare capaciteit o Er is tijdens het ontwikkelproces continue afstemming met de doelgroep / gebruikersgroep en de oplossing wordt stapsgewijs opgebouwd o Innovatiedeling vindt stapsgewijs plaats en sluit aan op bestaande processen en werkwijze ▪ Factoren die leiden tot acceptatie o Er is (per thema) een eigenaar met verantwoordelijkheid dat inhoud up to date is.

Voorbeelden van thema’s op arbeidsbesparing: verhogen van zelfmanagement van patiënten/cliënten, zorg op afstand, verminderen van administratielast of evidence based werken/beter laten o De oplossing sluit aan op bestaande werkwijze en is makkelijk te gebruiken (kost geen extra energie) o De meerwaarde van de innovaties zijn duidelijk en worden erkend o De oplossing helpt bestaande netwerken en overlegstructuren om kennis op te halen en te bespreken o Er is (bestuurlijk) vertrouwen op onderlinge samenwerking en kennisuitwisseling

Inzet

▪

Rol en gevraagde inspanning per partij

▪ ▪

Organisatie en vervolg

1. 2.

Samenwerking en opvolging van afspraken

3.

Delen van kennis en expertise (en eventueel personeel) aan elkaar vergt vertrouwen, duidelijke werkafspraken en bestuurlijk commitment van de deelnemende partijen Stuurgroep maakt de afweging voor welke doelgroep en welke doeleinde DSW stelt indien gewenst ondersteuning beschikbaar om het platform te bouwen Eén (gedelegeerd) opdrachtgever Gebruikerssessie met innovatiemanagers/P&O functionarissen van zorgpartijen met als doel: a. Draagvlak creëren voor doelstelling en werkagenda b. Toetsen behoefte aan kennisdeling en samenwerking op bestaande processen c. Identificeren welk(e) proces(stappen) baat hebben bij de beoogde oplossing d. Specificeren van vervolgstappen om te komen tot beoogde oplossing/middel die aansluit bij de bestaande werkwijze en behoefte van de gebruikers Start projectgroep die zich bezighoudt met de uitwerking en stapsgewijs de oplossing vormgeeft. Waar mogelijk verankeren in de bestaande/lopende projecten

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10305317/2