Bijlage 3 Governancedocument OL Rogplus
Tekst van het document
GOVERNANCEDOCUMENT OPENBAAR LICHAAM ROGPLUS 1.
Karakter van het governancedocument
Het karakter van dit governancedocument is informerend en betreft een overzicht van eerder vastgestelde kaders. Deze kaders zijn een samenstel van:
Strategische beleidsdocumenten van de raden van de MVS-gemeenten (waaronder Koersdocument MVS Jeugdmodel)
Verordeningen en daaruit voortvloeiende beleidsregels inzake de Wmo 2015 en de Jeugdwet
De gemeenschappelijke regeling openbaar lichaam Rogplus
Reglement van orde van openbaar lichaam Rogplus
Interne regelingen en processen van openbaar lichaam Rogplus, waarbij in eerste aanleg wordt aangesloten bij thans geldende regelingen en processen bij Rogplus. Deze regelingen en processen zijn dynamisch van aard. Als in 2023 Rogplus ook taken op het gebied van de Jeugdwet gaat uitvoeren, zal dat onvermijdelijk leiden tot een aanpassing van bestaande regelingen en processen.
Rogplus opereert in een dynamische omgeving. Dit governancedocument is dan ook een startfoto, een momentopname. Door onvermijdelijke aanpassingen van de bovengenoemde kaders, waaronder de door de raden vast te stellen strategische beleidsdocumenten en verordeningen, zal het governancedocument in de tijd bezien aangepast moeten worden. Het governancedocument is dan ook een dynamisch document. 2.
Governance openbaar lichaam Rogplus
‘Governance is het waarborgen van de onderlinge samenhang van de wijze van sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden van de organisatie, gericht op een efficiënte en effectieve realisatie van de doelstellingen, alsmede het daarover op een open wijze communiceren en verantwoording afleggen ten behoeve van de belanghebbenden’ (Ministerie van Financiën 2001). Het doel van governance is het scheppen van waarborgen voor de realisatie van doelstellingen. Bij openbaar lichaam Rogplus (hierna te noemen ‘OL Rogplus’) zijn dit door de raad vastgestelde strategische beleidsdoelen. OL Rogplus is in termen van de Wgr een gemeenschappelijke regeling in de vorm van een collegeregeling. Een openbaar lichaam als collegeregeling kent een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. Deze drie organen bestaan alle uit wethouders. De leden van het algemeen bestuur van OL Rogplus worden benoemd door de colleges van de MVS-gemeenten: iedere gemeente benoemt twee wethouders als lid van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur benoemt de leden van het dagelijks bestuur dat bestaat uit drie leden (één wethouder per MVS-gemeente). Het algemeen bestuur benoemt de voorzitter. Deze is qualitate qua zowel voorzitter van het algemeen bestuur als het dagelijks bestuur. Bij governance staan vier cyclische activiteiten centraal: 1.
Sturen: de activiteiten die richting geven aan het realiseren van de vastgestelde beleidsdoelstellingen.
2.
Beheersen: het stelsel van maatregelen en procedures waardoor vastgestelde beleidsdoelstellingen worden gerealiseerd
3.
Verantwoorden: over alle opgedragen taken en gedelegeerde bevoegdheden
4.
Toezicht houden: dat de gestelde doelen en resultaten worden behaald
Sturen op strategisch niveau (belangen, doelstellingen, resultaten, randvoorwaarden, middelen op hoofdlijnen) is de taak en verantwoordelijkheid van de raden van de MVS-gemeenten. Sturen op tactisch 1
niveau (inrichting van de werkorganisatie en intern beleid) en operationeel niveau (werkprocessen) is de verantwoordelijkheid van het bestuur van Rogplus, waarbij geldt dat tactisch beleid in samenspraak met de colleges wordt vastgesteld.
Beheersen en verantwoorden is een aangelegenheid van het bestuur van Rogplus
Toezicht houden kent een externe component (toezicht door colleges en raden) en een interne component (door het algemeen en het dagelijks bestuur van Rogplus).
In het vervolg van dit document worden de vier elementen van governance nader beschreven. 3.
Sturen
Kaderstellende en controlerende taak gemeenteraden GR op collegeniveau en uitvoeringstaken OL Rogplus is een gemeenschappelijke regeling van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam (‘de MVS-gemeenten’) in de vorm van een openbaar lichaam. Rogplus is een samenwerkingsverband op collegeniveau en is belast met uitvoeringstaken op het gebied van de Wmo en de Jeugdwet. Gemeenteraden zijn zelf geen partij in een samenwerkingsverband als Rogplus. ‘Raden sturen via kaderstelling en controle op uitvoeringstaken van de colleges. Ook kan een raad een mandaat meegeven aan een wethouder die naar een vergadering van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam gaat. Kaders die raden stellen moeten in principe ook door een gemeenschappelijke regeling gevolgd worden bij de uitoefening van overgedragen bevoegdheden. De controle of dat goed gebeurt is voor raden wel lastiger vorm te geven en het bijsturen zo mogelijk nog lastiger, vanwege de besluitvorming op afstand. Het aangaan van een gemeenschappelijke regeling door colleges zal betekenen dat op deze vlakken de invloed van de raad minder wordt. Zo wordt de controle beperkt tot de inbreng van de eigen vertegenwoordiger. Maar de rol van de raad moet nog wel aanwezig zijn om van verlengd lokaal bestuur te kunnen spreken.
Daarmee is de legitimatie van gemeenschappelijke regelingen direct gekoppeld aan de mogelijkheden die de raden hebben tot het uitoefenen van controle en het stellen van kaders bij samenwerkingsverbanden waaraan de gemeente deelneemt. Het is daarmee van belang dat gemeenteraden voldoende mogelijkheden en informatie hebben om deze rol bij gemeenschappelijke regelingen goed in te kunnen vullen’1. Kaderstelling gemeenteraden OL Rogplus2 De kaderstelling van de gemeenteraden voor OL Rogplus heeft betrekking op het strategisch beleid en omvat de volgende elementen: a.
De belangen van de gemeenten bij de taakuitvoering van Rogplus
b.
De doelstellingen van OL Rogplus
c.
De taken van OL Rogplus
d.
De middelen op hoofdlijnen van OL Rogplus
e.
Inhoudelijke kaders
f.
Informatievoorziening
g.
Financiële kaders
1
Memorie van toelichting, Wetsvoorstel Wet gemeenschappelijke regelingen en democratische legitimiteit’.
2
Voor wat inhoudelijk beleid betreft, gaat het hier vooralsnog om uitvoeringstaken op het gebied van de Wmo. Per 1 januari
2023 gaat Rogplus ook uitvoeringstaken op het gebied van de Jeugdwet verrichten. Inhoudelijke kaderstelling is nog in ontwikkeling. Tegelijkertijd kan worden geconcludeerd dat de inhoudelijke kaderstelling voor de Wmo aanscherping behoeft.
2
Binnen de door de raden gestelde kaders geeft Rogplus zelf invulling aan de uitvoering van haar werkzaamheden. De inrichting van de werkorganisatie en de operationele processen is de verantwoordelijkheid van OL Rogplus. Daarbij vergewist het bestuur van Rogplus zich ervan dat daarbij te maken keuzes zullen bijdragen aan de door de raden vastgestelde belangen en doelstellingen van de gemeenten en deze zich verhouden tot de door de raden vastgestelde randvoorwaarden en financiële kaders. Ad a.
De belangen van de gemeenten bij de taakuitvoering van OL Rogplus
De gemeenschappelijke regeling Rogplus ‘is door de colleges getroffen voor een kwalitatief hoogwaardige, effectieve en efficiënte uitvoering van in ieder geval voorzieningen van de Wmo 2015 en de Jeugdwet, dan wel voor andere taken in het sociaal domein die de deelnemende colleges, met instemming van de raden, aan het gemeenschappelijke orgaan op- dan wel overdragen’3. Ad b.
De doelstellingen van OL Rogplus
Wmo 20154 1.
Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en mensen met een psychosociaal probleem;
2.
Het verstrekken van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en aan mensen met een psychosociaal probleem ten behoeve van het behouden en het bevorderen van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijke verkeer;
3.
Het verstrekken van voorzieningen ter compensatie van beperkingen en de inwoner in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel of medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale contacten aan te gaan.
Jeugdwet5 Het gemeentelijke beleid inzake preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering6 en de uitvoering van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering is gericht op: a.
het voorkomen en de vroege signalering van en vroege interventie bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen;
b.
het versterken van het opvoedkundige klimaat in gezinnen, wijken, buurten, scholen en kinderopvang;
c.
het bevorderen van de opvoedvaardigheden van de ouders, opdat zij in staat zijn hun verantwoordelijkheid te dragen voor de opvoeding en het opgroeien van jeugdigen;
d.
het inschakelen, herstellen en versterken van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige, zijn ouders en de personen die tot hun sociale omgeving behoren, waarbij voor zover mogelijk wordt uitgegaan van hun eigen inbreng;
e.
het bevorderen van de veiligheid van de jeugdige in de opvoedsituatie waarin hij opgroeit;
f.
integrale hulp aan de jeugdige en zijn ouders, indien sprake is van multiproblematiek, en
3
Artikel 3 GR OL Rogplus.
4
In de jaarstukken 2020 Rogplus wordt aangegeven dat op basis van de gemeenschappelijke regeling van Rogplus, Wmo,
Verordening 2021 en Beleidsregels 2021 de genoemde doelstellingen zijn geformuleerd 5
Artikel 2.1 Jeugdwet
6
Kinderbescherming en jeugdreclassering vallen buiten de taken die Rogplus uitvoert in opdracht van de MVS-gemeenten.
3
g.
het tot stand brengen en uitvoeren van familiegroepsplannen en het verlenen van hulp op basis van familiegroepsplannen en indien sprake is van vroege signalering van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.
Transformatieopgave Jeugdhulp Vanuit het Koersdocument MVS Jeugdmodel krijgt OL Rogplus niet alleen de uitvoeringstaken betreffende de jeugdhulp, maar wordt Rogplus partner in de transformatie naar integrale, situationele en niet-bureaucratische zorg. Het Koersdocument geeft in deze transformatieopgave een aantal leidende principes: 1.
We gunnen elk kind een goede start en toekomst, gewoon opvoeden is daarbij uitgangspunt.
2.
We gaan uit van het gezin in het dagelijks leven, we werken aan een gezamenlijk doel om te komen tot duurzame oplossingen.
3.
De inhoud is leidend, niet het systeem:
mensen zijn belangijker dan regels, we bieden maatwerk;
ruimte voor professionals en vertrouwen in professionele afwegingen;
zorg en begeleiding tijdig, passend en dichtbij;
transparante en eenvoudige verantwoording.
4.
We praten met kinderen, jongeren en opvoeders/voogden en bepalen samen wat passend en nodig is.
5.
We laten kinderen en jongeren niet los totdat een ander ze vastheeft.
6.
De veiligheid van het kind en de jongere is altijd de ondergrens.
In de tranformatieopgave zijn de gemeenten primair, maar niet alleen, aan zet. Met het anders inrichten en financieren van de jeugdhulp worden alle betrokken partijen, waaronder Rogplus, uitgenodigd om vanuit de gezamenlijkheid te kijken naar de vraagstukken die zich in de samenleving voordoen. Voor de werkzaamheden van Rogplus betekent dit (onder meer):
Handelen vanuit een heldere opdrachtformulering die voortvloeit uit het MVS jeugdmodel
Sturen op het ‘wat’ en minder op het ‘hoe’
Oog hebben voor samenhang met andere contracten of partner
Loslaten van intensieve verantwoording
Het Koersdocument MVS Jeugdmodel is nu onderwerp van operationalisering en vraagt nadere kaderstelling door de raden in de loop van 2022. Ad c.
De taken van Rogplus
Rogplus vervult de volgende taken: a.
Indicatiestelling voor maatwerkvoorzieningen Wmo 2015 en de toegang tot algemene Wmo-voorzieningen, uitgezonderd maatschappelijke opvang.
b.
Inkoop maatwerkvoorzieningen Wmo 2015 en - vanaf 1 januari 2023 - alle vormen van jeugdhulp.
c.
Het contractmanagement voor bovengenoemde voorzieningen.
d.
Het informatiemanagement voor bovengenoemde voorzieningen.
De colleges zijn bevoegd aanvullende bevoegdheden over te dragen aan het algemeen bestuur dan wel het dagelijks bestuur, mits deze passen binnen de in artikel 3 van de GR genoemde belangen (Wmo, Jeugdwet, sociaal domein).
4
Ad d.
De middelen op hoofdlijnen van Rogplus
De middelen van Rogplus bestaan uit:
Gemeentelijke bijdragen voor drie onderscheiden programma’s binnen de Wmo- begroting van Rogplus: Wmo, beschermd wonen, overhead (de kosten van de werkorganisatie)
Gemeentelijke bijdragen voor de twee onderscheiden programma’s binnen de Jeugdwetbegroting van Rogplus: Jeugdwet en overhead (de kosten van de werkorganisatie)
Eigen bijdragen van cliënten
Een personeelsformatie die kwantitatief en kwalitatief toereikend is om de opgedragen taken volgens de daaraan verbonden voorwaarden en vereisten te verrichten
Ondersteunende systemen die nodig zijn om de taken effectief en efficiënt te kunnen uitvoeren
Passende huisvesting voor de uitvoering van taken en werkzaamheden
Ad e.
Inhoudelijke kaders bij de uitvoering van taken door Rogplus
Toegang Wmo 2015 Voor indicatiestelling Wmo-maatwerkvoorzieningen en toegang algemene Wmo-voorzieningen gelden voor OL Rogplus inhoudelijke kaders die zijn vastgesteld door de raden (Wmo-verordening 2021) en de colleges (Beleidsregels Wmo en nadere regel Wmo 2015, versie 2021). In Bijlage 1 zijn deze inhoudelijke kaders opgenomen. Contracteren Wmo-zorgaanbieders Voor het contracteren van Wmo-zorgaanbieders gelden de volgende kaders7:
Contracteren van aanbieders na een aanbestedingsprocedure op basis van de Aanbestedingswet 2012 en het inkoopbeleid van Rogplus.
Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door:
het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt;
het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning;
erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard;
voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken.
Er is een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder.
Er wordt periodiek onderzoek verricht, al dan niet steekproefsgewijs, naar het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan.
Er is een regeling vast voor afhandeling van klachten van cliënten die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen inzake Wmo-maatwerkvoorzieningen als bedoeld in deze verordening. Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten over alle voorzieningen. Er wordt toegezien op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.
7
Ontleend aan de Verordening Wmo 2021 MVS-gemeenten.
5
Contracteren Jeugdhulpaanbieders Voor het contracten van jeugdhulp-aanbieders gelden de volgende kaders
Contracteren van aanbieders na een aanbestedingsprocedure op basis van de Aanbestedingswet 2012 en het inkoopbeleid van Rogplus.
Contracteren van een consortium van jeugdhulpaanbieders op basis van populatiebekostiging
Jeugdhulpaanbieders verlenen verantwoorde hulp, waaronder wordt verstaan hulp van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en die is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige of ouder8.
Jeugdhulpaanbieders organiseren zich op zodanige wijze, voorzien zich kwalitatief en kwantitatief zodanig van personeel en materieel en dragen zorg voor een zodanige verantwoordelijkheidstoedeling, dat een en ander leidt of redelijkerwijs moet leiden tot verantwoorde hulp. De jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling betrekken hierbij de resultaten van overleg tussen jeugdhulpaanbieders, het college en cliëntenorganisaties.
Hulpverlener nemen bij hun werkzaamheden de zorg van een goede hulpverlener in acht en handelen daarbij in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor die hulpverlener geldende professionele standaard.
Jeugdhulpaanbieders zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag van personen die in hun opdracht beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger in contact kunnen komen met jeugdigen of ouders.
Jeugdhulpaanbieder stellen een meldcode vast waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe wordt omgegaan met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling.
Jeugdhulpaanbieder doen aan de ingevolge deze wet met het toezicht belaste ambtenaren onverwijld melding van:
iedere calamiteit die bij de verlening van jeugdhulp of bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering heeft plaatsgevonden, en
geweld bij de verlening van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering.
Jeugdhulpaanbieders informeren jeugdigen, ouders en pleegouders tijdig over de mogelijkheid gebruik te maken van de diensten van een vertrouwenspersoon.
Jeugdhulpaanbieders treffen een regeling voor de behandeling van klachten over gedragingen van hen of van voor hen werkzame personen jegens jeugdigen en ouders.
Ad f.
Informatievoorziening
Het algemeen bestuur van Rogplus dient in ieder geval de volgende informatie aan de gemeenteraden te leveren:
Financieel:
Begroting
Kwartaalrapportages (uitputting beschikbare budgetten in vergelijking met de actuele begroting en de voorgaande jaarrekening) die binnen zes weken na afsluiting van een kwartaal beschikbaar zijn
8
Jaarstukken (jaarverslag en jaarrekening)
Resultaten (opgenomen in het jaarverslag)
Aantal cliënten met een indicatie
Aantal cliënten die hun recht op een maatwerkvoorziening hebben verzilverd
Verder uitgesplitst naar de drie deelnemende gemeenten
Cliënten naar leeftijdscategorieën
Deze bepaling en onderstaande bepalingen zijn ontleend aan de Jeugdwet.
6
Cliënten naar aantal indicaties voor verschillende voorzieningen (variërend van minimaal 1 voorziening tot maximaal 6 of meer voorzieningen)
Kwaliteit (opgenomen in het jaarverslag)
Doorlooptijd beschikkingen
Aantal klachten, onderscheiden in interne en externe klachten. Interne klachten betreffen de eigen organisatie en externe klachten hebben betrekking op producten en dienstverlening van de gecontracteerde aanbieders.
Aantal ingediende bezwaar- en beroepschriften en percentage (gedeeltelijk) gegronde bezwaar- en beroepschriften
Uitkomsten cliëntervaringsonderzoeken (rapportage per gemeente)
Voor wat betreft de Jeugdwet is het mogelijk dat de informatievoorziening inzake resultaten en kwaliteit anders en / of meer uitgebreid dan voor de Wmo 2015. Te denken valt aan:
Tijdige hulp (eerste contact, termijn waarbinnen hulpverleningsplan is opgesteld, start van de jeugdhulp)
Uitval bij jeugdhulp
% jeugdigen die niet opnieuw een beroep doen op jeugdhulp
Doelrealisatie op cliëntniveau
Gegevens met betrekking tot realisatie van de doelen van de transformatieopgave
Ad g. Financiële kaders In geval van een openbaar lichaam stelt het algemeen bestuur van dit openbaar lichaam de begroting vast (artikel 34 Wgr). Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten (artikel 34b Wgr). Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam zendt de concept begroting twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam hun zienswijze over de concept begroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de concept begroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur van het openbaar lichaam, zo nodig, de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten (artikel 35 Wgr). Voor begrotingswijzigingen wordt geen zienswijzenprocedure als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a.
het gaat om staand beleid en
b.
de begrotingswijziging heeft geen gevolgen hebben voor de hoogte van bijdragen van de gemeenten gevolgd of
c.
de begrotingswijziging is uitsluitend het gevolg van een getroffen open einde financiering
Het algemeen bestuur stelt de jaarstukken (waaronder de jaarrekening) van OL Rogplus vast. Daaraan voorafgaand zendt het dagelijks bestuur de jaarrekening met het controlerapport en accountantsverklaring van het openbaar lichaam, ter kennisgeving toe aan de gemeenteraden (artikel 20 vierde lid GR).
7
Begroting en jaarstukken (waaronder de jaarrekening) van OL Rogplus zijn opgesteld volgens het Besluit begroting en verantwoording voor provincies en gemeenten. Voor wat betreft de financiering van zorgaanbieders kennen Wmo 2015 en Jw verschillende regimes:
Wmo 2015: open eindfinanciering waarbij de gemeenten risicodrager zijn;
Jw: populatiebekostiging van een consortium van zorgaanbieders waarbij de hoogte van de gemeentelijke bijdragen vooraf zijn vastgesteld en er een budgetplafond geldt. Populatiebekostiging gaat weliswaar uit van een budgetplafond, maar er kunnen zich feiten en omstandigheden voordoen waarin het vasthouden aan een dergelijk plafond kan leiden tot voor jongeren en hun ouders ongewenste situaties voordoen en aanvullende financiering nodig is. Dat impliceert een begrotingswijziging. Gemeenten maken nadere afspraken over in welke situaties en onder welke condities niet wordt vastgehouden aan een budgetplafond en in hoeverre een begrotingswijziging mag afwijken van het vastgestelde budgetplafond.
Betrokkenheid van Rogplus bij strategische beleidsvoorbereiding, signalering en oppakken van knelpunten Het strategisch beleid wordt vastgesteld door de gemeenteraden. Dat laat onverlet dat Rogplus op verzoek van de colleges dan wel van Rogplus zelf bijdragen levert aan strategische beleidsvraagstukken. Het is aan de colleges te bepalen of en op welke wijze Rogplus bijdragen levert. Maar het zijn steeds de gemeenteraden die het strategisch beleid vaststellen. Als de gemeenten de werkorganisatie van Rogplus willen betrekken bij beleidsvoorbereiding doen de colleges daartoe gezamenlijk een verzoek aan het dagelijks bestuur van Rogplus. Als het dagelijks bestuur het verzoek honoreert geeft deze de directeur opdracht uitvoering te geven aan het verzoek. Omgekeerd kan het voorkomen dat de werkorganisatie van Rogplus behoefte heeft aan nieuwe beleidskaders die door de raden dienen te worden vastgesteld. In dat geval kan de directeur het dagelijks bestuur verzoeken hierover in contact te treden met de colleges. Het is dan aan de colleges om al dan niet aan het verzoek tegemoet te treden. Indien Rogplus betrokken wordt bij gemeentelijke beleidsvoorbereiding stellen colleges en het dagelijks bestuur samen vast wat de rol en bijdragen van Rogplus zijn.
In nader overleg wordt bepaald of de bijdragen van Rogplus worden bekostigd uit het programma overhead van Rogplus dan wel dat de gemeente Rogplus van aanvullende middelen voorziet. Daarmee wordt duidelijk dat de verhouding tussen gemeenten en Rogplus er een is van opdrachtgever – opdrachtnemer. Rogplus heeft ook een signalerende functie. Omdat Rogplus dicht op de uitvoering zit vangt deze signalen op. Niet alleen bij meldingen en daaruit voortvloeiende onderzoeken in het kader van indicatiestelling maar ook bij contractmanagement waar Rogplus signalen ontvangt van zorgaanbieders die knelpunten ervaren in de uitvoering. Daarbij kan het gaan om fricties tussen beleid en uitvoering, maar ook om knelpunten als onvoldoende beschikbare woningen of om niet adequate samenwerking met bijvoorbeeld het onderwijs. Om de wederzijdse betrokkenheid van gemeenten en Rogplus op elkaar te versterken wordt een signaleringsnetwerk ingericht waarvan de kern bestaat uit enerzijds ambtelijke vertegenwoordigers van de MVSgemeenten en medewerkers van Rogplus. De kern van het signaleringsnetwerk komt bijeen wanneer gemeenten en / of Rogplus ontwikkelingen signaleren die kunnen leiden tot aanpassingen van beleid of uitvoeringspraktijken.
Zo nodig of wenselijk nodigt de kern andere stakeholders uit om gezamenlijk te bezien of actie ondernemen wenselijk of nodig is en zo ja, wat de inhoud en reikwijdte daarvan is.
8
Specifiek voor de jeugdhulp beschrijft het Koersdocument MVS Jeugdmodel de actieve rol die Rogplus heeft in de transformatieopgave en het nadenken over transformatie in beleid. Het jeugdmodel is erop gericht dat betrokken partijen, waaronder Rogplus, vanuit de gezamenlijkheid kijken naar de vraagstukken die zich in de samenleving voordoen. Invulling geven aan het contractmanagement door Rogplus Contractmanagement is het bewaken van de naleving van de in een contract vastgelegde afspraken. Hierbij wordt zowel de prestatie van de leverancier bewaakt, als de prestatie van de eigen organisatie. Het managen van een contract wordt gedaan aan de hand van het meten van de prestaties (gemaakte afspraken) en het bijsturen van deze prestaties. Het meten van prestaties kan zowel op basis van objectieve aspecten aan de hand van outputgerichte kritische prestatie indicatoren (KPI’s) als op basis van meer subjectieve aspecten als de mate van samenwerking. De doelstellingen van contractmanagement zijn:
Prestaties van leveranciers beheersen en verbeteren (in termen van kwaliteit, tijd en kosten)
Tevredenheid over de geleverde dienst of het geleverde product te verhogen
Ondersteuning bieden aan strategische en tactische besluitvorming over inkoop
Risico’s beheersen die voortvloeien uit de contracten met zorgaanbieders
De effectiviteit en (kosten)efficiëntie van het inkoopproces verbeteren
Beleidsadvisering: innoveren vanuit de dagelijks praktijk en knelpunten signaleren bij domein overstijgende samenwerkingen
Het dagelijks bestuur van Rogplus en de colleges maken samen generieke afspraken over de uitgangspunten voor de uitvoering van het contractmanagement. Rogplus incorporeert de doelen van en de uitgangspunten voor de uitvoering van het contractmanagement in de contracten met aanbieders. Gemeenten hebben geen bemoeienis met individuele casussen, tenzij er incidenten of calamiteiten aan de orde zijn dan wel wijkteams een deel van de hulpverlening verzorgen. Wel legt Rogplus in het jaarverslag verantwoording af over het uitgevoerde contractmanagement. 2.
Beheersen
Financiën
P & C cyclus
Kadernota (februari)
Concept begroting (maart)
Begroting (juli)
Voorlopige jaarstukken (jaarverslag en jaarrekening) (maart)
Jaarstukken (juli)
Eventuele begrotingswijzigingen
Aanbiedingsbrieven gemeenteraden
Financiële kwartaalrapportages)
Administratieve organisatie Met het programma Rogplus Comm’ant legt Rogplus haar Administratieve Organisatie vast. De kwaliteitsmedewerkers van Rogplus voeren procesaudits uit.
Risicomanagement Het weerstandsvermogen en risicobeheersing van Rogplus bestaat uit de relatie tussen: 9
de weerstandscapaciteit: de middelen en mogelijkheden waarover Rogplus beschikt om niet begrote kosten te dekken
alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie
Wanneer blijkt dat de totale kosten een overschrijding te zien geven, wordt eerst bekeken of via besparingen de kostenoverschrijding beperkt kan worden. Wanneer de overschrijding ten opzichte van de begroting substantieel is, wordt in overleg met de gemeenten een begrotingswijziging in procedure gebracht. Per programma en per begrotingsonderdeel zijn mogelijke risico’s geïnventariseerd. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen risico’s op een onvoorziene toename in de aantallen verstrekte voorzieningen en risico’s op een onvoorziene stijging van de prijs van de voorzieningen.
Aantallen: Wanneer er een kans is van minimaal 10% en maximaal 50% dat de actuele begroting significant wordt overschreden als gevolg van een onvoorziene toename van de aantallen voorzieningen is het risico opgenomen in de risicotabel. Als definitie van significant is 20% van het begrote bedrag gehanteerd bij posten van minder dan € 1 miljoen, 10% van de begroting bij posten tussen € 1 miljoen en € 10 miljoen en 5% boven € 10 miljoen. Hierbij is een minimumbedrag van € 50.000 gehanteerd. De ‘kans’ is het percentage dat de mogelijkheid weergeeft dat in het actuele begrotingsjaar het risico zich voordoet. Het risicobedrag is bepaald door het bedrag met de kans te vermenigvuldigen.
Prijs: De risicosom van een onvoorziene toename van de prijs wordt bepaald door de als risico aangemerkte toename van de prijs in procentpunten te vermenigvuldigen met de som van het begrote budget waarop het indexpercentage van toepassing is.
Rechtsmatigheidstoets De rechtmatigheidsaspecten monitort Rogplus door interne controles en verbijzonderde interne controles (VIC’s). Een VIC behelst een controle op de werking van de interne controle die medewerkers zelf uitvoeren als onderdeel van hun reguliere werkprocessen. De resultaten van de VIC’s worden gedeeld met de accountant. De accountant toetst mede op basis van de VIC’s of de in de programmarekening opgenomen baten en lasten, de balansmutaties en de vastlegging daarvan in de administraties en de financiële verslaglegging in overeenstemming zijn met de begroting, wetten en verordeningen.
Beheersen administratieve lastendruk Rogplus streeft ernaar om de administratieve druk voor cliënten, zorgaanbieders en medewerkers zoveel mogelijk te beperken. In dit kader worden werkprocessen regelmatig geëvalueerd en aangepast.
Het dagelijks bestuur van Rogplus en de gemeenten organiseren een structureel financieel afstemmingsoverleg waarin onder meer wordt gesproken over financiële ontwikkelingen, mogelijke benodigde begrotingswijzigingen, financiële jaarprognoses en de ontwikkeling van financiële risico’s. In december 2021 wordt een nadere invulling gegeven aan dit afstemmingsoverleg in termen van integrale afstemming of afstemming per beleidsprogramma (eventueel nog verbijzonderd naar taakvelden), deelnemers, frequentie, onderwerpen, verslaglegging en informatieverstrekking aan colleges en raden. Kwaliteit Het team kwaliteit van Rogplus vervult de volgende taken: 1.
Klachten
De kwaliteitsmedewerkers handelen de interne klachten af volgens de wettelijke regels van de Awb. Klachten over gecontracteerde aanbieders worden door de gecontracteerde aanbieders volgens het eigen klachtenprotocol afgehandeld. De kwaliteitsmedewerkers van Rogplus volgen en registreren de klacht; indien nodig wordt er bemiddeld.
10
Rogplus inventariseert en registreert klachten:
gaat het om interne dan wel externe klachten?
bij welke soorten voorzieningen doen zich de meeste klachten voor en is hier een ontwikkeling in de tijd te zien?
in geval van externe klachten:
bij welke aanbieders doen zich de meeste klachten voor en waarop hebben deze betrekking?
In geval van veel voorkomende klachten analyseert Rogplus deze en neemt zo nodig contact op met betrokken aanbieders om te achterhalen wat de oorzaken van de klachten zijn, welke acties aanbieders daarop hebben ondernomen en wat de effecten daarvan waren. Indien aanbieders geen of onvoldoende actie hebben ondernomen dan wel dat de acties onvoldoende effect hebben gesorteerd beziet Rogplus samen met de zorgaanbieder welke acties (nog) kunnen worden ondernomen. Indien blijkt dat (vervolg)acties niet de gewenste effecten hebben en de zorgaanbieder daarvan geen verwijt treft, brengt Rogplus dit in bij het gezamenlijk signaleringsnetwerk van gemeenten en Rogplus.
2.
Mutatis mutandis geldt hetzelfde in geval van interne klachten.
Bemiddelingen Rogplus bemiddelt als een aanbieder of leverancier geen diensten meer wil leveren aan de client, bijvoorbeeld in verband met grensoverschrijdend gedrag. Ook kan het voorkomen dat een client steeds wil wisselen van aanbieder. Rogplus kan dan als intermediair optreden.
3.
Rechtmatigheidscontroles Elk kwartaal wordt een onafhankelijke steekproef getrokken uit het cliëntenbestand (m.b.v. de BI-tool). Rogplus belt deze cliënten met een aantal vragen om te controleren of de leverancier / aanbieder de prestatie levert die Rogplus verwacht. Dit rapporteert Rogplus in Rondom, zodat de accountant dat kan zien. Als er een aanleiding is doet Rogplus nader onderzoek door nazorg in te zetten.
4.
Nazorg, door- en uitstroom Het doel van nazorg, door- en uitstroom is om te onderzoeken of een ingezette maatwerkvoorziening of voorliggende voorziening het gewenste effect heeft. Het initiatief voor nazorg, door- en uitstroom ligt bij Rogplus of Rogplus reageert op een signaal van buitenaf, bijvoorbeeld zorgaanbieders. Bij voorkeur gaat Rogplus op huisbezoek bij de cliënt. Rogplus rapporteert alles, zodat er aan het eind van het jaar een gebundeld overzicht is van de bevindingen. Indien noodzakelijk onderneemt Rogplus actie op individueel niveau. Bijvoorbeeld door contact op te nemen met de aanbieder / leverancier om iets te regelen.
5.
Interne kwaliteitscontroles Rogplus controleert steekproefsgewijs dossiers van cliënten. Hierbij controleert Rogplus of het gespreksverslag duidelijk is en alles erin staat, of het ondertekend is door de cliënt en of de consulent zich houdt aan de mandateringsafspraken.
6.
Externe kwaliteitscontroles Bij externe kwaliteitscontroles controleert Rogplus de kwaliteit van de diensten die de aanbieders / leveranciers leveren aan cliënten aan de hand van vooraf vastgestelde normen. Rogplus vraagt ondersteuningsplannen op en door middel van een vragenlijst die Rogplus afneemt bij de cliënten wordt gecontroleerd op de doelbereiking en tevredenheid van de cliënten. Door dit projectmatig aan te pakken kan Rogplus de bevindingen bundelen in een rapportage, een groep aanbieders met elkaar vergelijken en aanbevelingen doen.
7.
Evaluatie projecten Door middel van een vragenlijst verzamelt Rogplus informatie over bijvoorbeeld de werkafspraken, de indicatie en de facturatie. Daarnaast controleert Rogplus bij de cliënt de inzet van de ondersteuning. De
11
uitkomsten van de vragenlijsten verwerkt Rogplus in een rapportage. (Dit is vergelijkbaar met de kwaliteitscontrole). 8.
Proces audits De werkprocessen van Rogplus zijn vastgelegd in Comm’ant. Bij een (interne) proces audit wordt gecontroleerd of een werkproces wordt uitgevoerd volgens de afspraken. Tevens wordt doormiddel van waarderend evalueren in kaart gebracht met de medewerkers waar eventuele manco’s zitten en verbeteringen mogelijk zijn. Dit is nog in ontwikkeling en wordt nog verder opgepakt.
9.
Cliëntenpanel Meedoen met Rogplus Meedoen met Rogplus is de benaming van de cliëntparticipatie van Rogplus. Het bestaat onder meer uit een panel van cliënten en mantelzorgers die zich hiervoor hebben opgegeven. Het panel kan bevraagd worden over een bepaald onderwerp (bijvoorbeeld: wat vindt u van de nieuwe website). Dit kan digitaal, via een vragenlijst, of door middel van gesprekken. Ook worden in het kader van Meedoen met Rogplus spiegelgesprekken georganiseerd met als doel een aanbieder of leverancier te voorzien van informatie direct van de cliënten. Hiervoor wordt een bijeenkomst georganiseerd met één aanbieder, diverse panelleden en verschillende toehoorders. Van de uitkomsten wordt een verslag gemaakt. Tenslotte worden de contacten met cliëntenraden en adviesraden van de MVS gemeente onderhouden.
Niet uit te sluiten is dat voor de uitvoering van de Jeugdwet andere of aanvullende acties worden ingezet ten behoeve van kwaliteitsbewaking. Personeel Het personeelsbeleid van Rogplus is gericht op:
Een kwantitatief en kwalitatief toereikende personeelsformatie
Kwaliteiten van medewerkers die in het verlengde liggen van de doelen en ambities van de werkorganisatie
Versterken van persoonlijke kwaliteiten van medewerkers
Optimaliseren van medewerkerstevredenheid
Ziekteverzuim en natuurlijk verloop te beperken
Daartoe zet Rogplus de volgende personeelsinstrumenten in:
3.
Personeelsformatieplan
Functiebeschrijvingen
Wervings- en selectieprocedure
Inwerken nieuwe medewerkers
Exitgesprekken
Werkbegeleiding
Deskundigheidsbevordering
Ziekteverzuimbegeleiding
Vertrouwenspersonen
Verantwoording afleggen
De Wgr maakt onderscheid tussen: a. 9
Ter verantwoording worden geroepen9
Uit de wettekst van de Wgr vloeit voort dat leden van het algemeen en het dagelijks bestuur niet uit eigener beweging
verantwoording afleggen, maar zij daartoe gehouden zijn als ze ter verantwoording worden geroepen.
12
b.
Inlichtingen geven10
Bij verantwoording afleggen zijn twee niveaus te onderscheiden: a.
Binnen de werkorganisatie
b.
Door de leden van het dagelijks en algemeen bestuur
Ad a.
Binnen de werkorganisatie
Dit is de primair het verstrekken van inlichtingen / rapportages van afdelingen en medewerkers in de richting van afdelingsmanagers en de directie op basis van binnen de werkorganisatie gemaakte afspraken. In de uitvoering van de operationele processen wordt een groot aantal data verzameld om deze processen en de uitkomsten ervan te volgen. Deze data worden – ten dele, afhankelijk van nader gemaakte afspraken - op enig moment verder geaggregeerd om verantwoording af te leggen naar het bestuur en / of de gemeenteraden. Ad b.
Door de leden van het dagelijks en algemeen bestuur
Relevante artikelen uit GR OL Rogplus Artikel 9 Informatie en verantwoording 1.
Een lid van het algemeen bestuur kan door het college en door de raad van zijn gemeente ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.
2.
Een lid van het algemeen bestuur geeft aan het college van zijn gemeente alle inlichtingen die door het college, of één of meer leden daarvan, worden verlangd op de in die gemeente gebruikelijke wijze.
3.
Het algemeen bestuur verstrekt aan de raden van de gemeenten de door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen.
Artikel 13 Informatie en verantwoording 1.
Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur.
2.
Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.
3.
Het reglement van orde voor het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de vorige leden bepaalde.
De (zes) leden van het algemeen bestuur zijn benoemd door de colleges en kunnen door de colleges en in aanvulling daarop ook door de raden ter verantwoording worden geroepen. Een lid van het algemeen bestuur kan uitsluitend door het eigen college of de eigen raad ter verantwoording worden geroepen. Er geldt geen verantwoordingsplicht voor het algemeen bestuur als geheel. De leden van het algemeen bestuur De leden van het algemeen bestuur verstrekken desgevraagd inlichtingen aan hun eigen college en raad. Uitgangspunt is dat de raden in ieder geval van het algemeen bestuur de volgende informatie van het algemeen bestuur ontvangen:
financiële kwartaalrapportages
jaarverslag (resultaten, kwaliteit, personeel, relevante ontwikkelingen)
jaarrekening
De colleges ontvangen daarnaast: 10
Verslagen en besluitenlijsten van de vergaderingen van het dagelijks bestuur
Uit de wettekst van de Wgr vloeit voort dat leden van het algemeen en het dagelijkse bestuur gevraagde inlichtingen
verstrekken. Dat sluit overigens niet uit dat bestuurders ook spontaan inlichtingen mogen / kunnen verstrekken.
13
Documenten die betrekking hebben voornemens en acties van het gezamenlijk signaleringsnetwerk van de MVS-gemeenten en Rogplus
Alle inlichtingen waarvan algemeen en / of dagelijks bestuur van Rogplus het belangrijk vinden dat de colleges daarover beschikken dan wel alle aanvullende inlichtingen waar de colleges om vragen
De drie leden van het dagelijks bestuur (een voorzitter en twee ‘gewone leden’) worden door en uit het algemeen bestuur benoemd. Zij kunnen uitsluitend ter verantwoording worden geroepen door het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur als entiteit verstrekt uit eigener beweging dan wel op verzoek van het algemeen bestuur aan de laatste alle inlichtingen die deze nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Dat zal in zijn algemeenheid minstens gelijk zijn aan de inlichtingen die de colleges ontvangen.
4.
Toezicht
Onder toezicht wordt verstaan het verzamelen van informatie over de vraag of een handeling of een zaak voldoet aan de gestelde eisen, het zich vormen van een oordeel daarover (in het licht van de geldende eisen) en het zo nodig interveniëren naar aanleiding daarvan. Toezicht en verantwoorden zijn twee zijdes van dezelfde medaille. Verantwoorden en gegevens verstrekken zijn nodig om toezicht te kunnen houden. Toezicht is nodig om de kunnen bepalen dat gestelde doelen en resultaten worden behaald en wordt voldaan aan gestelde randvoorwaarden. Bij afwijkingen moeten toezichthouders inzicht krijgen in de oorzaken daarvan en ingrijpen om de feiten te doen aansluiten bij de normen. Toezicht houden op de realisatie van doelen en resultaten, geldende randvoorwaarden en gestelde kaders kent een interne component en een externe component. Intern toezicht heeft betrekking op het toezicht binnen OL Rogplus:
Toezicht van het algemeen bestuur op de uitvoering van de bij het dagelijks bestuur belegde taken. Het gaat met name op de vraag of het dagelijks bestuur voldoende toeziet op het bereiken van doelen en resultaten en daarbij gehandeld wordt in overeenstemming met inhoudelijke en financiële kaders
Toezicht van het dagelijks bestuur op de directeur en de werkorganisatie waaraan de directeur leiding verzorgt. Dit toezicht is grosso modo gelijk aan het toezicht van het algemeen bestuur op het dagelijks bestuur, maar ziet ook toe op:
Ontwikkelingen binnen de context waarin OL Rogplus opereert die mogelijk moeten leiden tot aanpassingen van beleid (strategisch, tactisch en operationeel), budgetten, de uitvoeringspraktijk en het toezicht daarop
Aanbestedingsprocessen
De kwaliteit die de werkorganisatie van OL Rogplus en gecontracteerde zorgaanbieders leveren
Extern toezicht heeft betrekking op toezicht van de MVS-gemeenten op OL Rogplus. Extern toezicht wordt zowel gehouden door de colleges als door de raden. Het toezicht van de colleges is qua reikwijdte vergelijkbaar met dat van het dagelijks bestuur van OL Rogplus, omdat het gaat om toezicht op uitvoeringstaken dat in eerste aanleg is verlegd van de colleges naar het dagelijks bestuur van OL Rogplus, maar de colleges wel politiek verantwoordelijk blijven. Het toezicht van de colleges richt zich vooral op een goede taakvervulling van het dagelijks bestuur van Rogplus. Toezicht oefenen de colleges uit door informatievoorziening vanuit Rogplus dan
14
wel inlichtingen te verlangen en door leden van het algemeen bestuur die vanuit de eigen gemeente zijn benoemd ter verantwoording te roepen. Het toezicht van de raden focus zich op realisatie van doelen en resultaten, kosten en kwaliteit. Raden houden toezicht op basis van begroting, jaarrekening, jaarverslag, kwartaalrapportages en andere inlichtingen en rapportages waar zij om verzoeken, dan wel uit eigenaar beweging door (de leden van) het algemeen bestuur van Rogplus, en colleges worden verstrekt en door het ter verantwoording roepen van leden van het algemeen bestuur die door de eigen gemeente daarin zijn benoemd. Zie hiervoor artikel 9 van de GR.
15
Bijlage 1.
Inhoudelijke kaders toegang Wmo 2015
Verordening Wmo 2015
Als een burger die een melding heeft gedaan inzake de aanvraag voor een Wmo-maatwerking stelt Rogplus een onderzoek in waarin in ieder geval het volgende wordt verkend:
de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt
het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning
de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening
de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening
de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt
de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, , of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening
de mogelijkheden om door middel van voorliggende voorzieningen of door samen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en andere partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdzorg, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te voorzien in de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning
de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken
welke eigen bijdragen in de kosten de cliënt verschuldigd zal zijn, en
de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze
of en hoe nazorg moet worden geleverd
Een cliënt komt voor een maatwerkvoorziening in aanmerking indien deze noodzakelijk is:
ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het verrichte onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven; of,
ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het verrichte onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van
16
de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
Voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie komt een cliënt in aanmerking indien:
de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was
de voorziening voorzienbaar was, maar van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt
Een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie wordt geweigerd indien:
aan de zijde van cliënt geen sprake is van aantoonbare extra kosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen in zelfredzaamheid en participatie
de voorziening betrekking heeft op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw
de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van beperkingen in zelfredzaamheid en participatie geen aanleiding bestond, tenzij een wijziging van leefsituatie een verhuizing dringend noodzakelijk maakte en hiervoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend
de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend
reeds een huurcontract of (voorlopig) koopcontract is getekend voorafgaand aan de datum waarop beschikt is op de aanvraag, tenzij hiervoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend
deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen;
de ondervonden beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, het gevolg zijn van achterstallig onderhoud of opgelost kunnen worden door algemeen gebruikelijk onderhoud
Beleidsregels en nadere regel Wmo 2015, versie 2021 1.
Voorliggende en algemene voorzieningen
Een maatwerkvoorziening moet gericht zijn op het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van een cliënt met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen.
Voor een cliënt die zelf in staat is om zijn beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie op te lossen of zich op eigen kracht kan handhaven in de samenleving, bestaat geen noodzaak tot ondersteuning middels een maatwerkvoorziening.
Een cliënt kan geen beroep doen op een maatwerkvoorziening indien hulp, die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot/partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten, aanwezig is.
Een cliënt kan geen beroep doen op een maatwerkvoorziening indien hulp van mantelzorg of hulp van andere personen uit het sociale netwerk resulteert in voldoende zelfredzaamheid en participatie van de cliënt.
Een cliënt kan geen beroep doen op een maatwerkvoorziening indien een algemene voorziening of een algemeen beschikbare/gebruikelijke voorziening aanwezig is en resulteert in voldoende zelfredzaamheid en participatie van de cliënt.
Een maatwerkvoorziening wordt geweigerd indien de cliënt aanspraak heeft op verblijf in een instelling op grond van de Wlz of er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarop een aanspraak kan doen maar weigert om hieraan mee te werken.
17
Indien de zorgverzekeringswet mogelijkheden biedt, waarmee een cliënt voldoende in staat is tot zelfredzaamheid en participatie, is er geen noodzaak voor een maatwerkvoorziening.
Het gebruik van kinderopvang (kinderdagverblijf/crèche en voor-, tussen- en naschoolse opvang) voor gezonde kinderen tot 5 dagen per week is voorliggend op kindverzorging als maatwerkvoorziening.
Voor kinderen/jeugd tot 18 jaar geldt dat de Jeugdwet voorliggend is op de Wmo voor meedoen in de stad met ondersteuning op maat.
Indien een cliënt aanspraak heeft of zou kunnen maken op een vervoersvoorziening via het UWV en deze biedt voldoende mogelijkheid tot participatie, is hiervoor geen noodzaak voor een maatwerkvoorziening.
Ondersteuning in en om de Fokuswoning maakt onderdeel uit van de aanspraak op ADL-assistentie middels een subsidieregeling, zodat maaltijdverzorging als maatwerkvoorziening niet noodzakelijk is en meedoen in de stad met ondersteuning op maat alleen aanvullend op de ADL-assistentie kan worden toegekend.
Een maatwerkvoorziening wordt geweigerd indien deze voorziening voor de cliënt algemeen gebruikelijk is.
Een cliënt kan geen beroep doen op een maatwerkvoorziening indien een algemeen gebruikelijke voorziening resulteert in voldoende zelfredzaamheid en participatie van de cliënt.
Een cliënt komt niet in aanmerking voor een maatwerkvoorziening indien de (gevraagde) voorziening of ondersteuning al behoort tot zijn leef- dan wel bestedingspatroon.
2.
Maatwerkvoorzieningen
Als een maatwerkvoorziening voor een cliënt noodzakelijk is wordt slechts de goedkoopst adequate voorziening verstrekt.
Een maatwerkvoorziening wordt geweigerd indien de voorziening betrekking heeft op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw.
Vervanging van een eerdere verstrekte maatwerkvoorziening wordt slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven of de eerder verstrekte voorziening niet meer adequaat is voor de cliënt.
Een maatwerkvoorziening schoon huis, maaltijdverzorging en kindverzorging, is noodzakelijk wanneer een cliënt (en diens huisgenoten) beperkingen ondervindt bij het verrichten (van een deel) van deze taken.
De mate van de ondersteuning voor de maatwerkvoorziening schoon huis, voor maaltijdverzorging en voor kindverzorging wordt berekend op basis van uren per kalenderjaar.
Ondersteuning op maat om mee te kunnen doen in de stad wordt slechts verstrekt voor het behouden dan wel bevorderen van de zelfredzaamheid van de cliënt opdat hij in zijn eigen leefomgeving kan blijven wonen en verwaarlozing wordt voorkomen. Hierbij geldt als uitgangspunt dat slechts de voor de cliënt, of bij respijtzorg de voor de overbelaste mantelzorger van de cliënt, noodzakelijke ondersteuning kan worden toegekend.
Bij begeleiding en persoonlijke verzorging geldt dat slechts de voor cliënt noodzakelijke ondersteuning kan worden toegekend.
Uit oogpunt van goedkoopst adequaat is bij ondersteuning bij begeleiding categorie basis voorliggend op categorie speciaal.
Uit oogpunt van goedkoopst adequaat is dagbesteding voorliggend op individuele begeleiding als hetzelfde doel wordt beoogd.
Uit oogpunt van goedkoopst adequaat wordt de laagste, voor de cliënt nog geschikte, categorie dagbesteding toegekend.
Bij dagbesteding geldt als uitgangspunt dat het voor de cliënt, of bij respijtzorg het voor de overbelaste mantelzorger van de cliënt, noodzakelijke aantal dagdelen per week kan worden toegekend tot een maximum van 9 dagdelen per week. 18
(Rolstoel)vervoer van en naar de dagbesteding wordt verstrekt indien de cliënt niet in staat is om de dagbesteding zelfstandig te bereiken met regulier openbaar vervoer, algemene vervoersinitiatieven, collectief vervoer, lopend, per fiets of met een Wmo-hulpmiddel en huisgenoten, mantelzorg of personen uit het sociale netwerk niet in staat zijn om de cliënt te begeleiden danwel te brengen en te halen.
Het logeren in een instelling wordt slechts toegekend indien er een noodzaak is voor ontlasting van de persoon die gebruikelijke zorg of mantelzorg levert aan de cliënt en de cliënt behoefte heeft aan ongeplande zorgmomenten.
Opvang wordt slechts geboden indien er een noodzaak is voor onderdak en begeleiding voor een meerderjarige cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat is zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving.
Beschermd wonen wordt slechts geboden indien er voor een meerderjarige cliënt met psychische of psychosociale problematiek een noodzaak is voor verblijf in een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding en de cliënt niet in staat is zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving.
Bij beschermd wonen geldt uit oogpunt van goedkoopst adequaat dat uitsluitend de voor de cliënt noodzakelijke bouwstenen voor beschermd wonen worden toegekend.
Als de kosten van een woningaanpassing hoger zijn dan € 4.000,00 en er bestaan voor de cliënt geen zwaarwegende redenen die zich verzetten tegen een verhuizing, dan is uit oogpunt van de goedkoopst adequate voorziening, verhuizen voorliggend aan het aanpassen van de woning (primaat verhuizen).
Een verhuiskostenvoucher wordt slechts verstrekt indien verhuizen naar een andere woning noodzakelijk is vanwege beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie en het woonprobleem niet op een eenvoudigere/ goedkopere wijze is op te lossen.
Een woningaanpassing moet gericht zijn op de toegankelijkheid van de woning, de doorgankelijkheid van de woning en/of de bruikbaarheid van de woning voor de cliënt en moet betrekking hebben op de elementaire woonfuncties.
Een woningaanpassing wordt niet verstrekt indien het woonprobleem voortvloeit uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, het gevolg zijn van achterstallig onderhoud of opgelost kunnen worden door algemeen gebruikelijk onderhoud.
Een woningaanpassing wordt geweigerd indien de noodzaak van deze aanpassing het gevolg is van een voor de cliënt niet noodzakelijke verhuizing en/of indien de cliënt is verhuisd naar een voor hem ongeschikte woning.
In ADL-clusterwoningen en MIVA-woningen worden uitsluitend woningaanpassingen met een individueel karakter verstrekt. Aanpassingen die in het algemeen gelden voor mensen met een (zware) lichamelijke beperking, zoals de rolstoeltoe- en doorgankelijkheid van de woning, worden niet verstrekt.
Indien een woningaanpassing bestaat uit een aanbouw aan of een aanzienlijke verbouwing van een woning, die niet het eigendom is van een verhuurder die bereid is de aangepaste woning blijvend ter beschikking te stellen aan gehandicapten, is het plaatsen van een herplaatsbare losse woonunit voorliggend aan een aanpassing.
In gemeenschappelijke ruimten worden ten behoeve van de toegankelijkheid van de woning voor een cliënt uitsluitend automatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen verstrekt.
Voor een cliënt kan slechts één woonruimte van een familielid bezoekbaar gemaakt worden tot een vastgesteld drempelbedrag, waarbij de bezoekbaarheid zich beperkt tot het bereiken van de woonkamer en het toilet.
19
Een woningaanpassing ten behoeve van het stallen van een scootermobiel of het plaatsen van een scootersafe bij de woning vindt uitsluitend plaats indien de woning voor de cliënt langdurig geschikt is en er geen goedkoper alternatief is voor het stallen van de scootermobiel.
Een cliënt kan voor een collectieve vervoersvoorziening in aanmerking worden gebracht indien beperkingen het gebruik van het reguliere openbaar vervoer of het bereiken van het reguliere openbaar vervoer onmogelijk maken en de cliënt een regionale vervoersbehoefte heeft.
Een cliënt komt in aanmerking voor een pas met begeleiding bij het reizen met een collectieve vervoersvoorziening, indien vervoer zonder begeleiding tijdens de rit niet verantwoord is.
Een cliënt kan voor een individuele vervoersvoorziening (taxi of rolstoeltaxi) in aanmerking worden gebracht indien hij niet in staat is om het collectief vervoer te gebruiken en een (eigen) auto niet beschikbaar is of niet bruikbaar is voor de cliënt.
Bij vervoersvoorzieningen geldt als uitgangspunt lokale bestemmingen (tot circa 15-20 km vanaf het woonadres) met een vervoersbehoefte tot maximaal 1500 km per jaar.
Een fietsvoorziening kan worden verstrekt indien de cliënt geen gebruik kan maken van een reguliere, algemeen gebruikelijke fiets.
Een scootermobiel wordt slechts verstrekt als het voor de cliënt een noodzakelijk vervoermiddel in het dagelijks leven is ten behoeve van het voeren van een zelfstandig huishouden.
Een cliënt kan voor een autoaanpassing in aanmerking komen indien hij niet in staat is om het collectief vervoer te gebruiken, het gebruik van de auto voor hem noodzakelijk is vanwege beperkingen bij participatie en een autoaanpassing de goedkoopst adequate oplossing is.
Wanneer het collectief vervoer, een (rolstoel)taxi en/of andere vervoers/verplaatsingsvoorzieningen (aangepaste fiets, scootermobiel, elektrische rolstoel) niet bruikbaar zijn voor een cliënt en de cliënt beschikt niet over een (aan te passen) auto, kan een leaseauto of een gesloten buitenwagen worden verstrekt.
Een cliënt kan voor een rolstoel in aanmerking komen indien beperkingen dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning noodzakelijk maken en andere (loop)hulpmiddelen geen adequate oplossing bieden.
Een elektrische binnenrolstoel of een elektrische binnen-/buitenrolstoel kan worden verstrekt indien de cliënt volledig rolstoelafhankelijk is en onvoldoende in staat is om zich functioneel voort te bewegen in een handbewogen rolstoel. Een elektrische buitenrolstoel wordt verstrekt indien de cliënt geen gebruik kan maken van een scootermobiel.