Bijlage 2b TOELICHTING en REGELS BP Parkeerterrein Schuurkerk (Petrus Kockstraat)
Tekst van het document
2
Boring:
3
Datum:
4-7-2023
Datum:
4-7-2023
Datum:
4-7-2023
X:
77379,00
X:
77347,00
X:
77314,00
Y:
437676,00
Y:
437676,00
Y:
437676,00
Hoogte (m NAP):
-0.23
Hoogte (m NAP):
0.05
Hoogte (m NAP):
0.6
Opmerking: 0
-23
klinker
0
5
Zand uiterst fijn, zwak siltig, zwak schelphoudend, lichtbeige, kalkrijk, Opgebracht, (sub-)rece nt
berm
0
Zand uiterst fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken zand, resten hout, bruingrijs, kalkrijk, Opgebracht, (sub-)rece nt
60 55
50 -83
Zand uiterst fijn, zwak siltig, sporen schelpen, grijs, kalkrijk, Opgebracht, (sub-)rece nt 100
-70
Zand uiterst fijn, zwak siltig, zwak puinhoudend, grijs, geleidelijk, kalkrijk, opgebrachte grond
100 -133
Zand uiterst fijn, zwak siltig, zwak puinhoudend, brokken klei, sporen schelpen, grijs, geleidelijk, kalkrijk, Ophooglagen 150
Klei, zwak zandig, zwak puinhoudend, grijs, Bewerkte kreekoever, scherf rb geglzuurd, hum vlekjes, scherp, kalkrijk, Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren, Aardewerk, Baksteen: spoor
-203
200
-223
50
-10
Zand uiterst fijn, zwak siltig, zwak schelphoudend, lichtgrijs, geleidelijk, roestvlekken, kalkrijk, Opgebracht, (sub-)rece nt
100
-125
150
Klei, zwak zandig, grijs, Kreekoever, hum. Vlekjes, diffuus, kalkrijk, Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren
Zand uiterst fijn, zwak siltig, zwak schelphoudend, lichtgrijs, roestvlekken, kalkrijk, Opgebracht, (sub-)rece nt
Grijs, Bestrating Zand uiterst fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, zwak puinhoudend, beige, scherp, kalkrijk, Opgebracht, (sub-)rece nt
-40
50
tegel
200
-195
150
-120
Zand uiterst fijn, zwak siltig, zwak schelphoudend, donkergrijs, geleidelijk, kalkrijk, opgebrachte grond
200
-170
Projectcode: A4327-01 Projectnaam: Schuurkerk, Maassluis
Pagina 2 / 3 Bijlage 5: Boorbeschrijvingen
0
Boring:
4
Boring:
5
Boring:
6
Datum:
4-7-2023
Datum:
4-7-2023
Datum:
4-7-2023
X:
77331,00
X:
77298,00
X:
77347,00
Y:
437704,00
Y:
437704,01
Y:
437732,00
Hoogte (m NAP):
-0.09
Hoogte (m NAP):
-0.004
Hoogte (m NAP):
0.095
-9
stelcon
0
0
Grijs, scherp, Bestrating
stelcon
0
Grijs, Bestrating
9
tegel
2
Rood, Bestrating
-15 -29
50
-59
Zand uiterst fijn, matig siltig, sterk grindhoudend, grijs, scherp, Opgebracht, (sub-)rece nt, Baksteen: weinig Zand uiterst fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, zwak schelphoudend, grijs, geleidelijk, kalkrijk, Opgebracht, (sub-)rece nt
100
Zand uiterst fijn, matig siltig, zwak grindhoudend, sterk puinhoudend, bruingrijs, scherp, kalkrijk, Opgebracht, (sub-)rece nt
50
Zand uiterst fijn, zwak siltig, zwak puinhoudend, beige, scherp, kalkrijk, Opgebracht, (sub-)rece nt 50 -55
Zand uiterst fijn, sterk siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, zwak houthoudend, zwak houtskoolhoudend, grijsbruin, Rb geglazuurd, glas, scherp, kalkrijk, Ophooglagen, Aardewerk
-75
Zand uiterst fijn, sterk siltig, zwak schelphoudend, donkergrijs, kalkrijk, opgebrachte grond
100
100
-134
150
-159
-179
Zand uiterst fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindhoudend, zwak schelphoudend, zwak puinhoudend, grijsbruin, Hist op?, scherp, kalkrijk, Ophooglagen, Baksteen: weinig Klei, matig zandig, zwak puinhoudend, grijs, scherp, kalkrijk
200
-229
250 -269 -279
-294
150
-150
200
Klei, sterk siltig, grijs, Kreekoever, hum vlek, geleidelijk, kalkloos, Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Klei, sterk siltig, laagjes zand, grijs, Kreek, hum vlekken, geleidelijk, zandlagen, kalkrijk, Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Veen, zwak riethoudend, bruin, zwak amorf, Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren
300
Klei, uiterst siltig, zwak humeus, laagjes zand, laagjes detritus, grijs, Wadgeulafz., diffuus, kalkrijk, Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren
350
-399
150
Klei, uiterst siltig, laagjes zand, grijs, Wadgeulaf. Hum vlekje, geleidelijk, kalkrijk, Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren
Projectcode: A4327-01 Projectnaam: Schuurkerk, Maassluis
-200
200
-190
Klei, sterk siltig, grijs, Kalkconcreties, kreekoever, geleidelijk, roestvlekken, kalkloos, Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren
Pagina 3 / 3 Bijlage 5: Boorbeschrijvingen
0
Boring:
7
Datum:
4-7-2023
X:
77314,00
Y:
437732,00
Hoogte (m NAP):
0.49
49
klinker
42
Rood, Bestrating
9
Zand uiterst fijn, zwak siltig, zwak grindig, beige, kalkrijk, Opgebracht, (sub-)rece nt Zand uiterst fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak puinhoudend, laagjes schelpen, brokken veen, lichtgrijs, scherp, Opgebracht, (sub-)rece nt
50
100
-91
Zand uiterst fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, zwak schelphoudend, brokken klei, grijs, kalkrijk, Ophooglagen
150
200 -161
250
-201
Klei, zwak zandig, grijsblauw, Kreekoever, kalkconcreties, geleidelijk, kalkloos, Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren
Projectcode: A4327-01 Projectnaam: Schuurkerk, Maassluis
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
ongeroerd monster volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
Legenda afkortingen Archeologische Boorbeschrijving (conform ASB 2008) Percentages en Mediaan Klasse Zandmediaan Uiterst fijn 63-105 µm Zeer fijn 105-150 µm Matig fijn 150-210 µm Matig grof 210-300 µm Zeer grof 300-420 µm Uiterst grof 420-2000 µm Nieuwvormingen (1=spoor, 2=weinig, 3=veel) Afkorting Nieuwvormingen FEC IJzerconcreties FFC Fosfaatconcreties FOV Fosfaatvlekken MNC Mangaanconcreties ROV Roestvlekken VIV Vivianiet VKZ Verkiezeling ZAV Zandverkittingen Bodemkundige interpretaties Code Bodemkundige interpretaties BOD Bodem BOV Bouwvoor ESG Esgrond GLE Gleyhorizont HIN Humusinspoeling INH Inspoelingshorizont KAT Katteklei KBR Klei, brokkelig LOO Loodzand MOE Moedermateriaal OMG Omgewerkte grond OPG Opgebrachte grond OXR Oxidatie-reductiegrens POD Podzol RYP Gerijpt TKL Top kalkloos TRP Terpaarde UIT Uitspoelingshorizont VEN Vegetatieniveau VNG Gelaagd vegetatieniveau VRG Vergraven
Bodemhorizont Code Bodemhorizont BHA A-horizont BHAB BHAC BHAE BHB BHBC BHC BHE BHEB BHO BHR
AB-horizont AC-horizont AE-horizont B-horizont BH-horizont C-horizont E-horizont EB-horizont O-horizont R-horizont
Omschrijving Minerale bovengrond Overgangshorizont Overgangshorizont Overgangshorizont Inspoelingshorizont Overgangshorizont Uitgangsmateriaal Uitspoelingshorizont Overgangshorizont Strooisellaag Vast gesteente
Sedimentaire karakteristiek, laaggrens Afkorting Afmeting Klasse overgangszone BDI ≥ 3,0 - < 10,0 cm Basis diffuus BGE ≥ 0,3 - < 3,0 cm Basis geleidelijk BSE < 0,3 cm Basis scherp Kalkgehalte Code Kalkgehalte CA1 Kalkloos CA2 Kalkarm CA3 kalkrijk Archeologische indicatoren (1=spoor, 2=weinig, 3=veel) Code Omschrijving AWF Aardewerkfragmenten BST Baksteen GLS Glas HKB Houtskoolbrokken HKS Houtskoolspikkels MXX Metaal OXBO Onverbrand bot OXBV Verbrand bot SGK Gebroken kwarts SLA Slakken/sintels SVU Vuursteen SXX Natuursteen VKL Verbrande klei VSR Visresten
Bijlage 5: Periodentabel
Bijlage 6: Vondstenlijst vondstnummer boring verzamelwijze categorie Verzamel datum opmerking 1 6 BOOR KER 7-7-2023 65-160 cm 2 2 BOOR KER 7-7-2023 130-200
Bijlage 2 Advies Vestigia
Juust
73
Parkeerterrein Schuurkerk (Petrus Kockstraat)
ADVIESMEMO Van Aan Onderwerp
Datum Ons Kenmerk
Beleid -
-
: W.A.M. Hessing (Vestigia) / W.J. Weerheijm : Mevr. H. Bleijs (gemeente Maassluis) : Ransijn, S./A.W.E. Wilbers, 2023: Schuurkerk, Maassluis. Gemeente Maassluis. Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend veldonderzoek, verkennende fase, versie 1.2 d.d. 14-07-2023 : 17 augustus 2023 : 2822-108b / 37906 / WW
Gemeentelijke beleidskaart 2015:1 Archeologisch waardevol gebied 3 (hoge verwachting, mede gebaseerd op cultuurhistorie). Onderzoek noodzakelijk bij ingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 40 cm -mv. Archeologisch waardevol gebied 6 (onbekende verwachting). Onderzoek noodzakelijk bij ingrepen groter dan 200 m2 en dieper dan 100 cm -mv. Huidige bestemmingsplan Binnenstad (vastgesteld 17-12-2013):2 Waarde – Archeologie – 4 : voor bouwwerken/werken onderzoek noodzakelijk bij ingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 40 cm -mv Waarde – Archeologie – 6 : voor bouwwerken onderzoek noodzakelijk bij ingrepen groter dan 200 m2 en dieper dan 200 cm -mv.
Te beoordelen rapport Het te beoordelen document betreft een conceptrapport van een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek d.m.v. een zevental verkennende boringen in het kader van de herinrichting van een parkeerplaats met een oppervlakte van ca. 0,7 ha (10 boringen/ha). Voor de herinrichting zal (volgens aanvullende informatie van de gemeente) over het hele plangebied een verstoring optreden van 0,8 m -mv. In een eerdere fase is reeds het PvA met daarin verwerkt het bureauonderzoek ter goedkeuring voorgelegd (adviesdocument 2822108 d.d. 27 juni 2023. Het volgende kan worden opgemerkt: - Op de recente geologische kaart voor het Westland (Vos 2017) ligt het plangebied niet in de buurt van kreken. - Het plangebied ligt reeds op de kaart van Kruikius (1712), en op de Kadastrale Minuut (1811-1832) in de historische kern/bebouwde kom van Maassluis. In de jaren 50 van de vorige eeuw wordt de bebouwing gesloopt en het parkeerterrein aangelegd. - Conclusie rapport:
1 Visser et al. 2015. 2
NL.IMRO.0556.62BPBinnenstad-0003.
Vestigia
Adviesmemo d.d. 17 augustus 2023 BO IVO Schuurkerk Maassluis
1
-
-
“Met betrekking tot de renovatie van het parkeerterrein zijn bodemingrepen gepland die reiken tot circa 0,8 m -mv. Dit houdt in dat het bovenste niveau met de hoge archeologische verwachting op het aantreffen van resten uit de periode vanaf de 17e eeuw in en op het pakket historische ophogingen, dat al aanwezig is vanaf 0,65 - 1,4 - mv (ca. 0,55 - 1,35 -NAP). Diepere bodemingrepen in het kader van bijvoorbeeld de geplande ondergrondse containers kunnen ook het diepere niveau met een hoge archeologische verwachting in de top van de Gantelafzettingen bedreigen, dat is aangetroffen vanaf circa 1,3 tot 1,5 m -mv (ca. -1,3 tot -1,6 m NAP).” “Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat in het plangebied - onder een pakket recent ophoogzand - een pakket historische ophogingen, op een laag bewerkte kreek- of dekafzettingen, op afzettingen van de Gantel aanwezig is. De top van de historische ophogingen is al aanwezig vanaf circa 0,65 m -mv en de geplande bodemingrepen zullen reiken tot circa 0,8 m -mv. Vandaar dat als gevolg van deze bouwplannen archeologische waarden mogelijk verstoord zullen worden. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek adviseert IDDS Archeologie om vervolgonderzoek uit te laten voeren.
Aangezien de parkeerplaats vrij toegankelijk is en de aanwezige oppervlakteverhardingen eenvoudig verwijderd kunnen worden, wordt aangeraden een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Op deze manier kunnen de verwachte resten van muurwerk goed onderzocht worden en in kaart gebracht worden of er sprake is van behoudenswaardige archeologische resten. Ook kan zo worden uitgezocht hoe ver de verstoring aan de westzijde van het plangebied reikt. Mogelijk dient bij dit vervolgonderzoek rekening gehouden te worden met eventuele niet gesprongen explosieven en bodemvervuiling, aangezien deze onderzoeken momenteel nog niet zijn afgerond.”
Het bureauonderzoek is opgesteld conform KNA en navolgbaar, en reeds in het kader van de toetsing van het PvA beoordeeld. De rapportage en advies van het booronderzoek zijn eveneens navolgbaar en conform KNA. Binnen het hele plangebied zullen ontgravingen plaatsvinden tot (in ieder geval plaatselijk) onder het moderne bouwzand, dat een variabele diepte heeft. Daarmee worden mogelijk archeologische waarden bedreigd. Er dient nader onderzoek plaats te vinden om vast te stellen of er sprake is van behoudenswaardige archeologische resten. Advies - Vestigia adviseert het rapport met de bevindingen en het advies goed te keuren. Er dient een vervolgonderzoek uitgevoerd te worden door middel van proefsleuven. Op basis van een karterend/waarderend proefsleuvenonderzoek kan worden bepaald of de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ-cyclus) kan worden afgesloten of dat er (plaatselijk) nog nader onderzoek noodzakelijk is, en zo ja, in welke vorm. Voorafgaand aan een proefsleuvenonderzoek dient eerst een Programma van Eisen te worden opgesteld dat ter goedkeuring dient te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag.
Relevante beleidsdocumenten en rapporten Ransijn, S./A.W.E. Wilbers, 2023: Schuurkerk, Maassluis. Gemeente Maassluis. Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend veldonderzoek, verkennende fase, versie 1.2 d.d. 14-07-2023. VISSER, C.A./R. SCHRIJVERS/R.M. VAN HEERINGEN, 2015: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Maassluis (2014), Amersfoort (Vestigia-rapport V1228; def. versie 11 juni 2015).
Vestigia
Adviesmemo d.d. 17 augustus 2023 BO IVO Schuurkerk Maassluis
2
Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek
Juust
76
Parkeerterrein Schuurkerk (Petrus Kockstraat)
Schuurkerk, Maassluis Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend milieukundig bodemonderzoek Indicatief verhardingsonderzoek
Kenmerk Datum
: :
A4327/JHA/rap1 4 augustus 2023
Opdrachtgever
: : : :
Gemeente Maassluis Dhr. M. Leijtens Postbus 55 3140 AB Maassluis
Goedkeuring
Functie
Datum
Dhr. J. van Haaster (Adviseur milieu)
Opsteller, auteur
04-08-2023
Mevr. B.K.H. Schubert (Projectleider)
2e lezerschap en vrijgave
04-08-2023
Handtekening
BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING ........................................................................................................................................... 4
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK ......................................................................................... 6 2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................................. 6
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED .......................................................................................... 7
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ........................................................ 8
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST.................................................................................................... 9
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................................... 10
2.6
BEÏNVLOEDING ............................................................................................................................ 10
2.7
BODEMVERONTREINIGING ........................................................................................................ 11
2.8
TERREINVERKENNING ............................................................................................................... 11
2.9
BEOORDELING............................................................................................................................. 12
2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING.................................................................................... 12 3.
4.
5.
6.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................................................. 13 3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 13
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 13
3.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 15
3.4
TOETSINGSKADER ...................................................................................................................... 16
3.5
INTERPRETATIE........................................................................................................................... 19
3.6
TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................. 20
INDICATIEF VERHARDINGSONDERZOEK ..................................................................................... 21 4.1
ONDERZOEKSOPZET .................................................................................................................. 21
4.2
VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 21
4.3
LABORATORIUMONDERZOEK.................................................................................................... 21
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .............................................................................................. 23 5.1
CONCLUSIES ............................................................................................................................... 23
5.2
AANBEVELINGEN......................................................................................................................... 24
BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 25
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Schuurkerk, Maassluis Kenmerk rapportage: A4327/JHA/rap1
Pagina 2 van 25
BIJLAGEN 1. 1.1 1.2
Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening
2. 2.1 2.2
Vooronderzoek Rapportage DCMR Milieudienst Rijnmond Fotoreportage
3. 3.1 3.2
Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda
4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Laboratoriumonderzoek Certificaten grond Certificaten grondwater Certificaten asbest (grond) Certificaten asbest (verhardingsmateriaal) Certificaten samenstelling en uitloging (verhardingsmateriaal)
5. 5.1 5.2 5.3 5.4
Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater Toetsingstabellen PFAS Toetsingstabellen samenstelling en uitloging (verhardingsmateriaal)
6. 6.1
Toetsingstabellen Bepaling voorlopige veiligheidsklasse
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Schuurkerk, Maassluis Kenmerk rapportage: A4327/JHA/rap1
Pagina 3 van 25
1.
INLEIDING
In opdracht van Gemeente Maassluis is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend milieukundig bodemonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Schuurkerk te Maassluis (afbeelding 1).
Afbeelding 1: Onderzoeksgebied (zwart omlijnd)
Aanleiding en doelstelling De aanleiding voor dit onderzoek is de geplande renovatie van het parkeerterrein naast de Schuurkerk. De voorgenomen werkzaamheden reiken tot een diepte van maximaal 0,8 meter minus maaiveld. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Tevens zal op basis van de analyseresultaten de voorlopige veiligheidsklasse conform CROW-publicatie 400 worden bepaald. De doelstelling van het indicatief verhardingsonderzoek is het vaststellen van de indicatieve hergebruiksmogelijkheden van het verhardingsmateriaal. Verklaring onafhankelijkheid IDDS verklaart hierbij onafhankelijk te zijn van de opdrachtgever en geen belang te hebben bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Schuurkerk, Maassluis Kenmerk rapportage: A4327/JHA/rap1
Pagina 4 van 25
Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de onderzoeknorm NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016 gehanteerd.
Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie. Indicatief verhardingsonderzoek Het onderzoek naar het verhardingsmateriaal is uitgevoerd conform een eigen strategie. Indien verhardingsmateriaal aanwezig is, wordt het onderzocht op het voorkomen van asbest en wordt de samenstelling (minerale olie, PAK en PCB) en uitloging bepaald. De onderzoeksresultaten geven een indicatie inzake het voorkomen van asbest en/of een indicatie van de te verwachtten hergebruik- dan wel afzetmogelijkheden van het vrijkomende verhardingsmateriaal. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied.
Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoekaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. In hoofdstuk 4 wordt het indicatief verhardingsonderzoek stapsgewijs besproken. Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten is de onderzochte locatie beoordeeld. Deze beoordeling is samen met de eventuele adviezen ondergebracht in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht. Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Schuurkerk, Maassluis Kenmerk rapportage: A4327/JHA/rap1
Pagina 5 van 25
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK
2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725;2017 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Schuurkerk, Maassluis Kenmerk rapportage: A4327/JHA/rap1
Pagina 6 van 25
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
TABEL 2.2.1: Afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking
Bronnen
Situering
Globale ligging: zie overzichtskaart 1.1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie: zie situatietekening 1.2 in bijlage 1.
Adres
Schuurhof / Petrus Kockstraat (ongenummerd)
Plaats
Capelle aan den IJssel
Projectnaam
Schuurkerk
Gemeente
Maassluis
Provincie
Zuid-Holland
RD-coördinaten
Omschrijving
Globaal middelpunt onderzoekslocatie
X
77.335
Y
437.700
Hoogte maaiveld
Z
+0,5 m NAP tot -0,1 m NAP
Kadastraal
Gemeente
Maassluis
Gemeentecode
MSS00
Sectie
D
Nummers
7709, 10207, 11715, 11830 (allen deels)
Oppervlaktes
Totaal
6.365 m²
Belendingen
Alle richtingen
#1 / #2
Afbeelding 2: Onderzoekslocatie en belendingen (bron: IDDS Projectenkaart) Afbakening VO
25 meter buiten onderzoekgrenzen
-
Conclusie Afbakening voldoende #1: Gemeente Maassluis #2: Kadaster / PDOK-viewer / IDDS Projectenkaart / Google Maps / www.gpscoördinaten.nl
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Schuurkerk, Maassluis Kenmerk rapportage: A4327/JHA/rap1
Pagina 7 van 25
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.3.1: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking Voormalig gebruik
Bronnen Op basis van de oudste geraadpleegde kaart uit 1712 (zie afbeelding 3), blijkt dat aan de noordzijde van het plangebied bebouwing aanwezig was. Rondom deze bebouwing was een weg afgebeeld en aan de zuidzijde van het plangebied bevond zich een tuin. Uit overig historisch kaartmateriaal en historische bronnen is bekend dat deze indeling tot de jaren ’50 van de 20e eeuw onveranderd blijft, waarna de oude bebouwing is gesloopt. Rond de jaren ’70 van de 20e eeuw is er nieuwbouw (kerk, pastorie etc.) gerealiseerd, waarbij ook de P.C. Hooftlaan is aangelegd. De bebouwing blijft tot omstreeks 2005 staan, waarna deze is gesloopt. Vervolgens is het terrein in gebruik genomen als parkeerplaats.
#1 / #2
Afbeelding 3: Uitsnede van de Cruquiuskaart uit 1712 (bron: www.tudelft.nl) Ter plaatse van het westelijk deel van de onderzoekslocatie is in het verleden een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door De Straat, d.d. 14 mei 2002 (kenmerk B02A0171). Uit het onderzoek blijkt dat in de voormalige tuin van de pastorie in het verleden een ondergrondse huisbrandolie tank (6.000 liter) aanwezig was. De tank is in 1992 gereinigd en afgevuld. Tijdens de sanering van de tank is zintuiglijk geen verontreiniging aangetroffen. Potentiële bronnen
Op basis van de (voormalige) situatie zijn geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend. De voormalige ondergrondse tank met huisbrandolie is voldoende gesaneerd in 1992.
Huidig gebruik
Parkeerplaats / openbaar groen
Potentiële bronnen
In de huidige situatie zijn geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend.
Toekomstig gebruik
Ongewijzigd
-
Conclusie Er is geen sprake van specifieke verdachte locaties en specifieke verdachte parameters. #1: DCMR Milieudienst Rijnmond; rapportage (opgenomen in bijlage 2.1) #2: Topotijdreis / Google Maps / informatie opdrachtgever #3: Verkennend bodemonderzoek P.C. Hooftlaan 7-9 te Maassluis, De Straat, d.d. 14 mei 2002 (kenmerk B02A0171) Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Schuurkerk, Maassluis Kenmerk rapportage: A4327/JHA/rap1
Pagina 8 van 25
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST
TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Uitwerking Asbest
Bronnen Ter plaatse van het westelijk deel van de onderzoekslocatie is in het verleden een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door De Straat, d.d. 14 mei 2002 (kenmerk B02A0171). Uit het onderzoek blijkt dat in de bovengrond plaatselijk bijmengingen met kolengruis- en puin waren waargenomen. Onder en naast de (voormalige) bebouwing was een verhardingslaag aangetroffen. Mogelijk was deze puinlaag onder het gehele voormalige pand aanwezig en betreft dit een oude funderingslaag. Voor zover bekend heeft nog geen analytisch onderzoek naar asbest plaatsgevonden.
#1
Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Bodemkwaliteit
Explosieven
Bodemfunctieklasse
Wonen
Bodemkwaliteitszone 0,0 – 1,0 m-mv
Kern, 1e fase (centrum)
Bodemkwaliteitszone 1,0 – 2,0 m-mv
Kern, 1e fase (centrum)
Ontgravingskaart 0,0 – 1,0 m-mv
Industrie
Ontgravingskaart 1,0 – 2,0 m-mv
Industrie
#2
Het oostelijke deel van het plangebied is gelegen in een op afwerpmunitie verdacht gebied (zie afbeelding 4). De veldwerkzaamheden worden derhalve uitgevoerd net buiten de verdachte zone op het voorkomen van ontplofbare oorlogsresten.
#3
Afbeelding 4: Verdachte zone op afwerpmunitie (bron: IDDS Explosieven) Conclusie Informatie omtrent het voorkomen van asbest in de bodem is onbekend. Vooralsnog wordt de locatie als niet asbestverdacht beschouwd. Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van bijmengingen met puin, de locatie als asbestverdacht wordt aangemerkt. Op basis van de Nota bodembeheer van gemeente Maassluis kunnen in de bodem licht tot matig verhoogde gehalten met zware metalen, PAK en/of minerale olie verwacht worden. #1: Verkennend bodemonderzoek P.C. Hooftlaan 7-9 te Maassluis, De Straat, d.d. 14 mei 2002 (kenmerk B02A0171) #2: Nota bodembeheer gemeente Maassluis #3: Bodemarchieven IDDS Explosieven
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Schuurkerk, Maassluis Kenmerk rapportage: A4327/JHA/rap1
Pagina 9 van 25
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
TABEL 2.5.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Uitwerking
Bronnen
Bodemopbouw (lokaal)
0,0 – 2,5m-mv
Zand en onderliggende kleilagen
Grondwater (lokaal)
Grondwaterstand freatisch
Circa 0,5 à 1,0 m-mv
#1
Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend. Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen. De onderzoekslocatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Geohydrologie
Bodemvreemde lagen
0,0 - 18,6 m-mv
Deklaag
15,0 – 31,4 m-mv
1e watervoerend pakket
31,4 - 34,9 m-mv
1e afsluitende laag
Kwel / infiltratie
Op de locatie is vermoedelijk sprake van een kwelsituatie.
Onder de stelconverharding ter plaatse van de parkeerplaats is vermoedelijk verhardingsmateriaal aanwezig.
Conclusie Onder de stelconverharding ter plaatse van de parkeerplaats is vermoedelijk verhardingsmateriaal (fundering) aanwezig. Verder worden geen bijzonderheden verwacht met betrekking tot de bodemopbouw en geohydrologie. #1: DINOloket / Bodematlas provincie Zuid-Holland / Archief IDDS
2.6
BEÏNVLOEDING
TABEL 2.6.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding
Bronnen Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht.
#1
Conclusie Er is voor zover bekend geen sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit en/of de kwaliteit van het grondwater. #1: DCMR Milieudienst Rijnmond; rapportage (opgenomen in bijlage 2.1)
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Schuurkerk, Maassluis Kenmerk rapportage: A4327/JHA/rap1
Pagina 10 van 25
2.7
BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.7.1: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking
Bronnen
Onderzoek ter plaatse van de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Ter plaatse van het westelijk deel van de onderzoekslocatie is in het verleden een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door De Straat, d.d. 14 mei 2002 (kenmerk B02A0171).
#1 / #2
In betreffend onderzoek wordt geconcludeerd dat plaatselijk bijmengingen met kolengruis- en puin zijn aangetroffen. Onder en naast de bebouwing is in de ondergrond plaatselijk een puinlaag aangetroffen. De grond was licht verontreinigd met zware metalen, PAK en EOX. Het grondwater was licht verontreinigd met xylenen. Onderzoek nabij de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
In de nabije omgeving van de onderzoekslocatie zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. De beschikbare onderzoeken zijn aangegeven in de rapportage van de DCMR Milieudienst Rijnmond, zie bijlage 2.1.
#1 / #2
Conclusie Op de locatie is geen vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De bodem is naar verwachting hooguit licht tot matig verontreinigd. #1: DCMR Milieudienst Rijnmond; rapportage (opgenomen in bijlage 2.1)
2.8
TERREINVERKENNING
De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is voorafgaand aan de werkzaamheden op 4 juli 2023 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt geen sprake te zijn van aanvullende bijzonderheden en hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens. Ter illustratie is in bijlage 2.2 een fotoreportage opgenomen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Schuurkerk, Maassluis Kenmerk rapportage: A4327/JHA/rap1
Pagina 11 van 25
2.9
BEOORDELING
Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.9.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.9.1: Beoordeling Onderzoeksvraag Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Beantwoording Omschrijving
Reden afwijking
Afwijking
Geen
-
Gevolgen betrouwbaarheid
-
-
Beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen
-
-
Conclusie De milieuhygiënische bodemkwaliteit is niet afdoende bekend. Er is geen (actuele) informatie beschikbaar omtrent de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.
2.10
CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij eventueel bodemonderzoek dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar. TABEL 2.10.1: Conclusie en hypothese Hypothese Algemeen Locatie
Gehele terrein (6.365 m²)
Conclusie
Er is geen informatie beschikbaar omtrent de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit van de locatie. Op basis van de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek worden in de bodem hooguit lichte tot matige verontreinigingen met zware metalen, PAK en/of minerale olie verwacht.
Hypothese
Verdacht Als kritische parameters worden aangemerkt: Grond: zware metalen, PAK en minerale olie
Opmerking
Ingeval sprake blijkt te zijn van een puinbijmenging in de bodem dient de locatie, ongeacht de gradatie aan bijmengingen, formeel als verdacht op asbest te worden aangemerkt.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Schuurkerk, Maassluis Kenmerk rapportage: A4327/JHA/rap1
Pagina 12 van 25
3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE
De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1.1. TABEL 3.1.1: Onderzoeksstrategie Locatie Onderzoeksstrategie Gehele terrein (6.365 m²)
3.2
NEN 5740;2009+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigde stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL).
UITVOERING VELDONDERZOEK
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De voorgenomen herinrichtingswerkzaamheden reiken tot maximaal 0,8 m-mv, derhalve zijn alle boringen minimaal doorgezet tot 1,0 m-mv. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op de situatietekening, welke in bijlage 1.2 is opgenomen. TABEL 3.2.1: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode Uitvoering veldwerkzaamheden: 04-07-2023 Uitvoering watermonstername: 11-07-2023 Uitvoerende partij
IDDS Milieu
BRL SIKB / protocol
BRL SIKB 2000 Protocol 2001, 2002
Onderzoekaspect
Meetpunten
Gehele terrein (6.365 m²)
Type
Diepte [m-mv]
Aantal
Codering
Boring
1,0 à 1,3
10
08, 10, 11, 12, 14, 15, 16, 17, 18, 19
Boring
1,5 à 1,9
2
09, 13
Boring
2,0 à 2,1
6
02, 03, 04, 05, 06, 07
Boring met peilbuis
2,6
1
01
Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3.1. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven. Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3.2. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, bestaat vanaf het maaiveld / onderzijde verharding tot de geboorde dieptes van max. 2,6 m-mv uit zand en onderliggende kleilagen. Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Schuurkerk, Maassluis Kenmerk rapportage: A4327/JHA/rap1
Pagina 13 van 25
Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3.2. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -
In de grond is plaatselijk sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen (baksteen, metselpuin, aardewerk, houtskool en/of sintels); Onder de stelconverharding ter hoogte van de parkeerplaats is plaatselijk verhardingsmateriaal (fundering) aanwezig. Het verhardingsmateriaal bestaat uit beton, repac en grind en is aangetroffen tot een diepte van maximaal 0,8 m-mv. De verhardingslagen zijn niet onderzocht als bodem. Betreffende verhardingslagen vallen buiten de invloedsfeer van de Wet bodembescherming. Voor meer informatie verwijzen wij u naar het indicatief verhardingsonderzoek, welke is weergegeven in hoofdstuk 4.
Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Op het maaiveld en in de opgeboorde grond is visueel geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen. In de bovengrond ter plaatse van boring 18 en in de ondergrond ter plaatse van boringen 02 en 03 zijn bijmengingen met metselpuin aangetroffen. De bijmengingen met metselpuin worden conform de NEN 5725 formeel als asbestverdacht beschouwd. Van de boven- en ondergrond zijn mengmonsters samengesteld, welke (op indicatieve basis) zijn onderzocht op de aanwezigheid van asbest. Gezien de sporadische bijmenging met metselpuin wordt deze inspanning afdoende geacht. Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging.
In de navolgende tabel zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen. TABEL 3.2.2: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis
01
Filterstelling
Grondwaterstand
pH
EC
Troebelheid
Monstername
[m-mv]
[m-mv]
[–]
[S/cm]
[NTU]
d.d.
1,60 – 2,60
0,77
6,8
2734
59
11-07-2023
Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden Geen bijzonderheden
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Schuurkerk, Maassluis Kenmerk rapportage: A4327/JHA/rap1
Pagina 14 van 25
Op basis van de veldwaarnemingen en metingen blijkt het navolgende: -
3.3
Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging; De gemeten waarden voor de zuurgraad duidt niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater; Opgemerkt wordt dat de gemeten waarden voor het elektrisch geleidingsvermogen en de troebelheid enigszins verhoogd zijn ten opzichte van de natuurlijke waarden van 2000 (EC) en 10 (NTU). Naar onze mening heeft dit geen negatieve invloed op de representativiteit van het onderzoek.
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK
Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 4 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimtedekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.4.1 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. De boven- en ondergrond waarin asbestverdachte bijmengingen (metselpuin) zijn aangetroffen zijn geanalyseerd op het voorkomen van asbest (indicatief). De boven- en ondergrond zijn aanvullend geanalyseerd op PFAS. Samenstelling analysepakketten In het standaardpakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Minerale olie (GC). PCB (PolyChloorBifenylen).
Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald. In het standaardpakket voor grondwater zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Minerale olie.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Schuurkerk, Maassluis Kenmerk rapportage: A4327/JHA/rap1
Pagina 15 van 25
3.4
TOETSINGSKADER
De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 4 zijn opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (HandhavingUitvoeringsMethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk.
In tabel 3.4.1 zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen. <AW / <S niet verontreinigd: het gehalte / de concentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater), dan wel de rapportagegrens; >AW / >S licht verontreinigd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en is lager dan of gelijk aan de tussenwaarde, zijnde licht verontreinigd; >T matig verontreinigd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; >I sterk verontreinigd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Schuurkerk, Maassluis Kenmerk rapportage: A4327/JHA/rap1
Pagina 16 van 25
TABEL 3.4.1: Overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Monstercode
Deelmonsters en traject (m-mv)
Matrix en eventuele bijzonderheden
Analyse
Toetsingsresultaten Wbb > AW / S (licht verhoogd)
>T (matig verhoogd)
>I (sterk verhoogd)
Grond MM01
04 (0,08 - 0,58) 07 (0,05 - 0,50) 08 (0,16 - 0,66)
Zand, resten baksteen
#1
-
-
-
M02
18 (0,08 - 0,50)
Zand, matig baksteen- en metselpuinhoudend, zwak sintelhoudend
#1
Zink (0,01) Kwik (-) Lood (0,16)
-
-
MM03
02 (0,50 - 1,00) 03 (0,70 - 1,10)
Zand, zwak tot matig baksteenhoudend, zwak metselpuinhoudend
#1
Lood (0,05)
-
-
M04
04 (0,70 - 1,20)
Klei, resten houtskool, aardewerk en baksteen
#1
Kwik (0,01) Lood (0,41)
-
-
MM05
14 (0,05 - 0,55) 15 (0,08 - 0,58) 16 (0,08 - 0,58) 19 (0,06 - 0,56)
Zand, geen bijzonderheden
#1
PCB (som 7) (0,06)
-
-
Grondwater, geen #2 Kobalt (0,1) bijzonderheden Barium (0,16) : Standaard analysepakket grond : Standaard analysepakket grondwater : > Achtergrondwaarde (grond) / streefwaarde (grondwater) : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW). De index is weergegeven achter de betreffende verhoogde parameters.
-
Grondwater 01-1-1
01 (1,60 - 2,60) #1 #2 > AW / S >T >I Index
Asbest Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten, welke in bijlage 4.3 zijn opgenomen. In tabel 3.4.2 zijn de resultaten beknopt weergegeven. Opgemerkt wordt dat het asbestonderzoek een indicatief karakter heeft. De geanalyseerde monsterhoeveelheid voldoet niet aan de eis conform de NEN 5898. Derhalve kan geen gewogen asbestconcentratie worden bepaald en kan enkel een uitspraak worden gedaan over de aan- of afwezigheid van asbest in de aangeleverde monsters. TABEL 3.4.2: overzicht resultaten laboratoriumonderzoek Onderzoeksaspect
Monstercode
(deel)monsters en traject (m-mv)
Bodemtype en bijzonderheden
Opmerking
Gehalte asbest*
Indicatief asbestonderzoek grond
Asbest-01(ind)
18 (0,08 - 0,50)
Zand, matig baksteen- en metselpuinhoudend, zwak sintelhoudend
Fijne fractie
< 2,8 mg/kg d.s.
Asbest-02(ind)
02 (0,50 - 1,00) 03 (0,70 - 1,60)
Fijne fractie
< 0,9 mg/kg d.s.
Zand, zwak tot matig baksteenhoudend, zwak metselpuinhoudend # : de serpentijn-asbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolconcentraties asbest.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Schuurkerk, Maassluis Kenmerk rapportage: A4327/JHA/rap1
Pagina 17 van 25
PFAS Voor PFAS zijn landelijk beleidsregels opgesteld en zijn toepassingsnormen opgenomen in het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie van december 2021), Bij een gemeten percentage organisch stof tussen 10% en 30% zijn de gemeten gehalten PFAS gecorrigeerd, waarna deze zijn vergeleken met de toetsingswaarden uit het Tijdelijk handelingskader. De toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage 5.3. In tabel 3.4.2 zijn de resultaten beknopt weergegeven. TABEL 3.4.2 overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten (PFAS) Monstercode
(deel)monsters en traject (m-mv)
Matrix
Analyse
SOM PFOA
SOM PFOS
Toetsing
MM01
04 (0,08 - 0,58) 07 (0,05 - 0,50) 08 (0,16 - 0,66)
Grond
PFAS (advieslijst 28 verbindingen)
0,1
0,7
Landbouw en natuur
MM03
02 (0,50 - 1,00) 03 (0,70 - 1,10)
Grond
PFAS (advieslijst 28 verbindingen)
0,1
0,1
Landbouw en natuur
MM05
14 (0,05 - 0,55) 15 (0,08 - 0,58) 16 (0,08 - 0,58) 19 (0,06 - 0,56)
Grond
PFAS (advieslijst 28 verbindingen)
0,1
0,5
Landbouw en natuur
Op basis van de uitgevoerde PFAS-toetsing aan het landelijk beleid blijkt dat de boven- en ondergrond zijn ingedeeld als zijnde ‘klasse landbouw en natuur’. Bepaling voorlopige veiligheidsklasse Indien werkzaamheden worden verricht, waarbij de grond wordt verplaatst of afgevoerd, moet mogelijk rekening gehouden worden met een pakket aan maatregelen om veilig te kunnen werken. Welke maatregelen nodig zijn hangt samen met de voorlopige veiligheidsklasse, die wordt bepaald aan de hand van de CROW publicatie 400. De bepaling van de voorlopige veiligheidsklasse is opgenomen in bijlage 6.1. Op basis van de resultaten van onderhavig onderzoek, is geen veiligheidsklasse van toepassing. Indien werkzaamheden worden verricht, wordt geadviseerd deze uit te voeren conform de klasse ‘‘Basis-hygiëne’’.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Schuurkerk, Maassluis Kenmerk rapportage: A4327/JHA/rap1
Pagina 18 van 25
3.5
INTERPRETATIE
Grond De bodem bestaat vanaf het maaiveld tot een diepte van 2,6 m-mv uit zand en onderliggende kleilagen. In de grond is plaatselijk sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen (baksteen, metselpuin, aardewerk, houtskool en/of sintels). Op het maaiveld en in de opgeboorde grond is visueel geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen. Onder de stelconverharding ter hoogte van de parkeerplaats is plaatselijk verhardingsmateriaal (fundering) aanwezig. Het verhardingsmateriaal bestaat uit beton, repac en grind en is aangetroffen tot een diepte van maximaal 0,8 m-mv. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt de bovengrond niet tot licht verontreinigd te zijn met enkele zware metalen (zink, kwik, lood) en/of PCB’s. De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met lood en/of kwik. Grondwater Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad duidt niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. Opgemerkt wordt dat de gemeten waarden voor het elektrisch geleidingsvermogen en de troebelheid enigszins verhoogd zijn ten opzichte van de natuurlijke waarden van 2000 (EC) en 10 (NTU). Naar onze mening heeft dit geen invloed op de representativiteit van het onderzoek.
Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt het grondwater licht verontreinigd te zijn met kobalt en barium. Asbest De boven- en ondergrond waarin asbestverdachte bijmengingen (metselpuin) zijn aangetroffen is geanalyseerd op het voorkomen van asbest (indicatief). Uit de resultaten blijkt dat in de boven- en ondergrond analytisch geen asbest is aangetoond. PFAS Op basis van de uitgevoerde PFAS-toetsing aan het landelijk beleid blijkt dat de boven- en ondergrond zijn ingedeeld als zijnde ‘klasse landbouw en natuur’. Bespreking Middels onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater afdoende mate vastgelegd. De grond en het grondwater zijn maximaal licht verontreinigd. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek. Bepaling voorlopige veiligheidsklasse Op basis van de resultaten van onderhavig onderzoek, is geen veiligheidsklasse van toepassing. Indien werkzaamheden worden verricht, wordt geadviseerd deze uit te voeren conform de klasse ‘‘Basis-hygiëne’’.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Schuurkerk, Maassluis Kenmerk rapportage: A4327/JHA/rap1
Pagina 19 van 25
3.6
TOETSING HYPOTHESE
De op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek vastgestelde onderzoekshypothese is getoetst aan de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. De toetsing van de hypothese is in onderstaande tabel opgenomen. Indien van toepassing is, bij een (gedeeltelijk) onjuiste hypothese de invloed op representativiteit van het onderzoek in relatie met de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven. TABEL 3.6.1: Hypothese en onderzoeksstrategie Algemeen Hypothese
Verdacht Als kritische parameters worden aangemerkt: Grond: zware metalen, PAK en minerale olie
Toetsing
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Aangenomen Reden: in de grond en het grondwater komen lichte verontreinigingen voor.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Schuurkerk, Maassluis Kenmerk rapportage: A4327/JHA/rap1
Pagina 20 van 25
4.
INDICATIEF VERHARDINGSONDERZOEK
4.1
ONDERZOEKSOPZET
Onder de stelconverharding ter hoogte van de parkeerplaats is plaatselijk verhardingsmateriaal aanwezig. Het onderzoek naar het verhardingsmateriaal is uitgevoerd conform een eigen strategie. Indien verhardingsmateriaal aanwezig is, wordt het onderzocht op het voorkomen van asbest en wordt de samenstelling (minerale olie, PAK en PCB) en uitloging bepaald. De onderzoeksresultaten geven een indicatie inzake het voorkomen van asbest en/of een indicatie van de te verwachtten hergebruik- dan wel afzetmogelijkheden van het vrijkomende verhardingsmateriaal.
4.2
VELDONDERZOEK
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in tabel 4.2.1. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op de situatietekening, welke is opgenomen in bijlage 1.2. TABEL 4.2.1: samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode 04-07-2023 Uitvoerende partij
IDDS Milieu
Onderzoeksaspect
Meetpunten
Verhardingsmateriaal
Oppervlakte
Type
Aantal
Codering
6.365 m²
Boring
6
01, 09, 10, 11, 12, 13
Onder de stelconverharding ter plaatse van de parkeerplaats is plaatselijk verhardingsmateriaal (fundering) aanwezig. Het verhardingsmateriaal bestaat uit beton, repac en grind en is aangetroffen tot een diepte van maximaal 0,8 m-mv. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3.2. Het opgeboorde materiaal is visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen (grove fractie). In het vrijgegraven en geïnspecteerde materiaal uit de boringen is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Op basis van de resultaten van de visuele inspectie en de ruimtelijke verdeling van de boringen zijn in het veld diverse mengmonsters samengesteld van het opgeboorde verhardingsmateriaal.
4.3
LABORATORIUMONDERZOEK
Voor de verrichting van het laboratoriumonderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn, welke in bijlage 4 zijn opgenomen. Bij het laboratoriumonderzoek zijn de navolgende bepalingen en/of analyses uitgevoerd: • • •
Asbestonderzoek; conform NEN 5898; Samenstellingsonderzoek; minerale olie, PAK (10) en PCB (7); Uitlogingsonderzoek; cascadeproef 15/4.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Schuurkerk, Maassluis Kenmerk rapportage: A4327/JHA/rap1
Pagina 21 van 25
Asbestonderzoek Van het opgeboorde verhardingsmateriaal is één mengmonster samengesteld ten behoeve van het asbestonderzoek. Betreffend mengmonster is geanalyseerd op asbest. De resultaten van het laboratoriumonderzoek zijn weergegeven op het analysecertificaat, welke is weergegeven in bijlage 4.4. In tabel 4.3.1 zijn de resultaten beknopt weergegeven. Samenstelling- en uitlogingsonderzoek In het veld is één mengmonster samengesteld van het opgeboorde verhardingsmateriaal. Betreffende mengmonster is geanalyseerd op samenstelling (minerale olie, PAK en PCB) en emissie van zware metalen en anionen middels een schudproef. De analyseresultaten zijn getoetst aan de maximale samenstellingswaarden en emissiewaarden zoals verwoord in het Besluit bodemkwaliteit. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4.5. De toetsingsresultaten zijn opgenomen in bijlage 5.4. In tabel 4.3.1 zijn de resultaten beknopt weergegeven. Opgemerkt dient te worden dat de monsterhoeveelheid ten behoeve van het onderzoek van het verhardingsmateriaal in mengmonster FUND-asbest01 niet voldoet aan de eis conform NEN 5898 (minimaal 25 kg drooggewicht). Op basis van de uitgevoerde boringen is onvoldoende materiaal beschikbaar. Echter, worden de resultaten als voldoende representatief geacht. Wel is de rapportagegrens iets verhoogd.
TABEL 4.3.1: Samenvatting onderzoek verhardingsmateriaal Veldonderzoek Onderzoeksaspect