Bijlage 2a Reactie op Wensen en Bedenkingen vanuit de regio
Tekst van het document
Concept Nota van beantwoording – Wensen en bedenkingen Concept RES 28 januari 2021
Nr
Organisati e
Toelichting
Reactie
35
Maassluis
Van belang is dat men zoekt naar een goede balans tussen een passend tempo om natuur en groen te sparen en tevens de investeringen niet uit de pas te laten lopen. Verder vinden wij dat Maassluis niet voorop hoeft te lopen in de transitie omdat we 1. Niet een oneindig budget hebben en 2. nog niet alle technische mogelijkheden zijn uitgekristalliseerd. Verder baart het ons zorgen dat er nog veel onduidelijk is omtrent de praktische invoering van een warmtenet. Financieel en juridisch zijn de zaken nog niet geregeld en er is binnen de raad geen beeld van de zienswijze die onze gemeente zal indienen op de warmtenet 2.0. Als laatste willen wij met klem vragen om in de RES 1.0 duidelijk aan te geven dat de oplossing omtrent een warmtenet in een model gevat moet worden, waarbij voor de consument de kosten van het verwarmen van een woning niet hoger zal zijn, liefst lager ten opzichte van het verwarmen middels aardgas.
In de RES 1.0 is nadrukkelijk aandacht voor het kostenaspect van warmteopties. Dit komt terug in de Regionale Structuur Warmte (RSW), als onderdeel van de RES 1.0.. Daarbij is het belangrijk om de kosten van verschillende alternatieven per wijk te bezien en daarop keuzen te maken. Bij een groot aantal wijken blijkt dat collectieve warmte dan het minst dure alternatief is, voor andere wijken zal dat niet het geval zijn. In de vergelijking met de bestaande lage gasprijzen zal collectieve warmte, en ook de alternatieven veelal duurder uitvallen, het publieke belang 'betaalbaarheid' is om die reden ook in het RES als randvoorwaarde geformuleerd en is bij de opbouw van de RSW mede rekening gehouden met de keuze voor een regionale warmtestructuur met in totaal de relarief laagste totale kosten.
37
Maassluis
In ons dichtbevolkte gebied is het in onze optiek hard nodig dat de open ruimte beschikbaar blijft voor mens en dier.
In de zoektocht naar zoekgebieden zal altijd vanuit de draagkracht van het landschap worden bezien of locaties ruimtelijk acceptabel zijn. Dit betekent dat het behouden/versterken van open landschap wordt meegenomen bij de nadere concretisering van zoekgebieden voor opwekking van duurzame energie. Deze zoektocht vindt plaats onder regie van de gemeente en m.n. na vaststelling van de RES 1.0
39
Maassluis
In de RES zoeken we landelijk naar inpassing van duurzame vormen van energieopwekking. De decentralisatie van deze opwek, verandering van bron, de veranderende vraag naar elektriciteit etc. vragen om een aanpassing van de energieinfrastructuur/het energiesysteem. De impact van deze veranderingen inzichtelijk maken is onderdeel van de netimpact analyse en de systeemanalyse. Dit wordt onderkend en wordt besproken; deze vraag is een doorlopende vraag die gedurende het gehele proces aandacht vraagt. Beprijzing, netcapaciteit, 'afvlakken' vraagt regelgeving op landelijk niveau. Daarin speelt de RES geen rol.
41
Maassluis
43
Maassluis
Naast de inpassing voor grootschalige elektriciteitsvragers in het net dient er ook aandacht te zijn voor de stimulering van technische mogelijkheden om per gebruiker, per toepassing of als geografisch gebied de capaciteitsvraag af te vlakken. Dat kan enerzijds door techniek en andere toepassingen, maar ook met een per uur wisselende prijs die afhankelijk is van vraag en aanbod. In de concept-RES valt te lezen dat we 'warmtekansen moeten benutten'. In de regio is veel restwarmte aanwezig en wij zien ook dat we daar goed gebruik van kunnen maken voor het verwarmen van huizen. Een punt van zorg daarbij is echter dat de kosten voor de infrastructuur en de aansluitingen van een dergelijk restwarmtenet hoog of anders onduidelijk zijn, waardoor de aanleg ervan niet wordt doorgezet. De vooruitgang op het gebied van waterstof en groen gas gaat sneller dan te lezen valt in de concept-RES. Wij geven als bedenking mee dat er te voorzichtig wordt ingezet op het gebruik van waterstof en groengas voor 2030.
De onduidelijkheid is over de kosten van warmtenetten is een van de redenen geweest om ter voorbereiding van de RES 1.0. nader onderzoek te doen. In een aantal scenario's voor een regionale warmtestructuur zijn de mogelijkheden van aansluiting van (delen van) gemeenten onderzocht. Voor deze scenario's zijn tevens de kosten van de warmtenetten en andere kosten in kaart gebracht, op basis van de ervaring van (private en publieke) partijen. Daarbij is inzicht gebracht in welke instrumenten er nodig zijn om het betaalbaar te maken. Daarbij is ook vertrouwen een belangrijk (benoemd) belang. Dit vraagt (o.a.) transparantie in bijvoorbeeld de kosten voor een bewoner, maar ook hoe de kosten tot stand zijn gekomen. Deze afwegingen zijn onderdeel van de Regionale Structuur Warmte (RSW) in de RES 1.0. .
Om de Energietransitie te doen slagen is het inderdaad nodig om innovaties op een goede wijze mee te nemen. In de uitvoeringslijn brandstoffen van de Concept-RES wordt terdege rekening gehouden met de mogelijkheid dat de ontwikkelingen sneller kunnen gaan dan nu verwacht. Dit is weergegeven door gebruik te maken van potentiele reikwijdtes. Toekomstige ontwikkelingen zullen meer duidelijkheid geven of de ontwikkelingen aan de onder of bovenzijde van de reikwijdtes zal uitkomen. De RES wordt iedere
twee jaar geactualiseerd om innovaties mee te kunnen nemen.
45
Maassluis
Het realiseren van een warmtenet levert nu al de nodige (politieke) onrust op. Ik denk hier bijvoorbeeld aan het getouwtrek rond de leiding Rotterdam-Leiden. De kosten voor gemeenten en consumenten lopen torenhoog op. Het is de vraag of dit realistische oplossingen zijn.
46
Maassluis
Windmolens en zonnepanelen zorgen voor overlast en horizonvervuiling. Een ongebreidelde uitbreiding hiervan, zowel in de stedelijke gebieden als op het platteland, gaat uiteindelijke ten koste van de leefbaarheid (rust en ruimte).
In de RES 1.0 is nadrukkelijk aandacht voor het kostenaspect van warmteopties. Dit komt terug in de Regionale Strategie Warmte (RSW). Daarbij is het belangrijk om de kosten van verschillende alternatieven per wijk te bezien en daarop keuzen te maken. Bij een groot aantal wijken blijkt dat collectieve warmte dan het minst dure alternatief is, voor andere wijken zal dat niet het geval zijn. In de vergelijking met de bestaande lage gasprijzen zal collectieve warmte, en ook de alternatieven veelal duurder uitvallen, het publieke belang 'betaalbaarheid' is om die reden ook in het RES als randvoorwaarde geformuleerd en is bij de opbouw van de RSW mede rekening gehouden met nivellering van kosten. Met het ondertekenen van het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt hoe we de klimaatdoelstellingen van Parijs vertalen naar Nederlands beleid en uitvoeringsafspraken. Onderdeel daarvan is de doelstelling om in 30 RES regio's te onderzoeken op welke wijze minimaal 35 TWh duurzame energie op land kan worden opgewekt. Als RES-regio Rotterdam Den Haag dragen wij hier aan bij, om vanuit de draagkracht van het landschap geschikte zoekgebieden nader te concretiseren waar inpassing van die opwekking plaats kan vinden. In de RES 1.0 worden weloverwogen richtingen bepaald t.a.v. de realisatie van de regionale ambitie.
Daarop volgend zal onder regie van gemeenten gewerkt worden om de beoogde productie te realiseren in samenwerking met de omgeving en de regio. Daarbij spelen ruimtelijke afwegingen de meest belangrijke rol. De RES is een proces, wanneer er in de loop van tijd betere technieken of technieken die minder ruimte innemen technisch haalbaar zijn worden deze ook meegenomen in het traject.
47
Maassluis
Het gebruik van biomassa is in de ogen van Forum voor Maassluis niet duurzaam en het gebruik daarvan moet daarom niet worden gestimuleerd.
In het klimaatakkoord is vastgelegd dat Nederland zich zal inzetten om de uitstoot van broeikasgassen te verlagen. Hiervoor dienen fossiele brandstoffen, die momenteel nog het overgrote deel van de energie leveren, vervangen te worden. In het klimaatakkoord worden verschillende alternatieve energiebronnen genoemd die een oplossing kunnen bieden. Aangezien er niet direct een volledig doeltreffende oplossing voorhanden is, zal het toekomstige energiesysteem gebruik moeten maken van verschillende alternatieve energiebronnen (en dragers). Zowel het Nederlandse klimaatakkoord als verschillende Europese en internationale klimaatafspraken wijzen biobrandstoffen uitdrukkelijk aan als zijnde een deel van de oplossing. Uw zorgen over de duurzaamheid van deze biobrandstoffen zijn terecht. De Rijksoverheid werkt hierom met een duurzaamheidskader voor de inzet van biomassa.
Zij hanteren hierbij de volgende inzet: Het kabinet kiest voor een verantwoorde inzet van biogrondstoffen met een voortvarende aanpak voor tijdige afbouw van de stimulering van laagwaardige toepassingen zoals het verbranden van hout voor de opwekking van elektriciteit en warmte, met een focus op toepassing in sectoren waar op middellange termijn geen alternatieven beschikbaar zijn zoals lucht- en scheepvaart, en voor opschaling van hoogwaardige toepassingen zoals de chemie (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerst ukken/2020/10/16/duurzaamheidskaderbiogrondstoffen). Deze volgorde komt overeen met de ladder van inzet zoals opgenomen in de RES 1.0. De RES regio stimuleert momenteel de ontwikkeling van deze biogrondstoffen niet actief. De belangrijkste instrumenten hiervoor zijn de landelijke rijksregelgevingen zoals de SDE+. Het duurzaamheidskader zal ook van toepassing zijn om in aanmerking te komen voor deze financieringsinstrumenten.
384
Maassluis
D66 Maassluis vindt dat er moet worden afgezien van het gebruik van biobrandstoffen, gezien de milieuconsequenties hiervan en een aankomend mogelijk verbod.
In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat Nederland zich zal inzetten om de uitstoot van broeikasgassen te verlagen. Hiervoor dienen fossiele brandstoffen, die momenteel nog het overgrote deel van de energie leveren, vervangen te worden. In het Klimaatakkoord worden verschillende alternatieve energiebronnen genoemd die een oplossing kunnen bieden. Aangezien er niet direct een volledig doeltreffende oplossing voorhanden is, zal het toekomstige energiesysteem gebruik moeten maken van verschillende alternatieve energiebronnen (en dragers). Zowel het Nederlandse Klimaatakkoord als verschillende Europese en internationale klimaatafspraken wijzen biobrandstoffen uitdrukkelijk aan als zijnde een deel van de oplossing. De zorgen over de duurzaamheid zijn terecht. De Rijksoverheid werkt hierom met een duurzaamheidskader voor de inzet van biomassa.
Zij hanteren hierbij de volgende inzet: Het kabinet kiest voor een verantwoorde inzet van biogrondstoffen met een voortvarende aanpak voor tijdige afbouw van de stimulering van laagwaardige toepassingen zoals het verbranden van hout voor de opwekking van elektriciteit en warmte, met een focus op toepassing in sectoren waar op middellange termijn geen alternatieven beschikbaar zijn zoals lucht- en scheepvaart, en voor opschaling van hoogwaardige toepassingen zoals de chemie (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerst ukken/2020/10/16/duurzaamheidskaderbiogrondstoffen). Deze volgorde komt overeen met de ladder van inzet zoals opgenomen in de concept RES (deel A, P33). Een verbod op de inzet van biogrondstoffen is momenteel nog niet aan de orde