Bijlage 2 Evaluatie Wmo Maassluis
Tekst van het document
Evaluatie Wmo 2013-2019
1
Inhoud Opbouw van de evaluatie
4
Samenvatting conclusies en aanbevelingen onderzoek rekenkamercommissie
6 7 8
1. Beleidsdocumenten 1.1 Beleidsdocument sociale structuurvisie 1.2 Beleidsdocument “een sterke basis” 1.3 Beleidsdocument aanvulling
9 10 11 12
2. Raamwerk Wmo 2015 2.1 Doelen, nieuwe taken, tijdpad 2.2 Samenhang en verbinding 2.3 Uitgangspunten en overgang van taken 2.4 Voorbereiding Wmo op diverse niveaus
13 13 14 15 16
3. Opgaven en pilots 3.1 Opgave 1 3.2 Opgave 2 3.3 Opgave 3 3.4 Opgave 4 3.5 Opgave 5
17 18 19 20 21 22 2
Inhoud 4. Maatwerk & toegang tot zorg en ondersteuning 4.1 Maatwerk algemeen 4.2 Maatwerk wijzigingen 4.3 Toegang tot zorg en ondersteuning, Vraagraak 4.4 Toegang tot zorg en ondersteuning, ROGplus 4.5 Cliëntervaringsonderzoeken Wmo 4.6 De inwoner / cliënt (organisaties)
23 23 24 25 26 27 28
5. Mantelzorg en vrijwilligers 5.1 Mantelzorgers, ondersteuning 5.2 Mantelzorgers, blijk van waardering 5.3 Vrijwilligers
29 29 30 31
Overig Bronnen Afkortingen
32 33
3
Opbouw van de evaluatie Deze presentatie biedt op hoofdlijnen een evaluatie van de afgelopen jaren Wmo. Daarbij hebben we gekeken naar eerdere beleidsdocumenten, cliëntervaringsonderzoeken en we noemen ook het rekenkamercommissieonderzoek.
De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) bestaat sinds 2007. Het maatschappelijk doel is “meedoen”. De wet moet ervoor zorgen dat mensen zoveel en zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en mee kunnen doen in de samenleving. Al dan niet geholpen door familie, vrienden, bekenden en vrijwilligers en waar nodig ondersteund door de gemeente. Per 1 januari 2015 is de Wmo herzien en is het aantal gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden in het kader van de decentralisaties verder toegenomen. Hieronder valt ook de zorg voor ondersteuning op maat aan onder meer thuiswonende mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische stoornis.
Het doel van deze evaluatie is om terug te blikken op de ontwikkelingen van de afgelopen jaren en hiervan te leren voor de toekomstige stappen die we nemen in relatie tot de Wmo. We gebruiken de aanbevelingen uit deze evaluatie bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma Wmo. We beginnen deze evaluatie met een samenvatting. Daarna komen de hoofdlijnen van de volgende onderwerpen aan de orde: De drie eerder opgestelde beleidsdocumenten in relatie tot Wmo met de daaruit voortkomende ontwikkelingen - Sociale structuurvisie (2013), sociaal domein breed - Een sterke basis, beleidsplan Wmo en Wpg (2013) - Aanvulling op een sterke basis (2014) Drie beleidsplannen; 1 basis De sociale structuurvisie en het beleidsplan “een sterke basis” dienen als basis. “Een aanvulling” is een verdere verdieping hierop, gericht op de transitie van de nieuwe taken waar de gemeente per 1 januari 2015 verantwoordelijk voor werd.
4
Opbouw van de evaluatie (vervolg) Tevredenheidsonderzoeken / cliëntervaringsonderzoeken Wmo In de Wmo 2007 gold een verplichting tot het uitvoeren van een klanttevredenheidsonderzoek. Vanaf 2016 zijn gemeenten vanuit de Wmo 2015 artikel 2.5.1 verplicht om een cliëntervaringsonderzoek (CEO) uit te (laten) voeren. Het onderzoek is niet meer gericht op de tevredenheid van cliënten, maar op hun ervaringen. Rekenkamercommissie In 2019 heeft de rekenkamercommissie een onderzoek gedaan naar de uitvoering van de Wmo in Maassluis. Van evaluatie naar uitvoeringsprogramma We benoemen in deze presentatie de belangrijkste bevindingen, resultaten en conclusies. Daarnaast doen we aanbevelingen voor een eind dit jaar nieuw op te stellen Wmo uitvoeringsprogramma. Onze visie verschilt niet echt van de visie zoals beschreven in de eerdere beleidstukken en is wederom beschreven in Samen Doen. In Samen Doen wordt de integraliteit van het complete sociale domein als raamwerk benaderd. In het nog op te stellen uitvoeringsprogramma Wmo kijken we ook integraal, maar gericht op een nieuw Wmo beleidskader met een praktische inslag. Daarmee valt het uitvoeringsprogramma Wmo straks onder het raamwerk van Samen Doen. De samenvatting van conclusies en aanbevelingen (algemeen) van deze evaluatie staat op pagina 30 en is belangrijke input voor het op te stellen van het uitvoeringsprogramma Wmo
5
Samenvatting ontwikkelingen beleid Wmo Wat is er gebeurd? Bij het opstellen van het beleidsplan “een sterke basis” (2013) en de sociale structuurvisie (2013) was de Wmo 2015 alleen in concept bekend. Na de wetsvaststelling Wmo 2015 is een aanvulling op het beleidsplan vastgesteld (2015). Het aanvullende beleidsplan besteedt aandacht aan onze gemeentelijke visie, de ingrijpende transformatie van het sociale domein en de ontwikkelopgaven in Maassluis.
Wmo 2015 Terugblik en vooruitkijken
Van 2014 – 2016 is prioriteit gegeven aan de voorbereiding en implementatie van de decentralisatie Wmo. Gemeentelijke taken zijn belegd bij wijkteam Vraagraak en ROGplus. In 2019 voerde de rekenkamercommissie onderzoek uit. Dit heeft geleid tot aanbevelingen.
Wat gaat er gebeuren? De Wmo uitvoeringswerkzaamheden gaan onverminderd door. Daarnaast is er aandacht voor de verdere transformatie in het domein en tussen de domeinen Wmo, jeugdhulp en werk en inkomen. We ontwikkelen een koers voor de onderwerpen Jeugd en Wmo. We zien veel raakvlakken in de bevindingen bij Jeugd en Wmo en trekken daarom voor wat betreft de koers waar mogelijk samen op.
Aanbevelingen • De 3 decentralisaties van ondersteuning, werk en jeugdhulp zijn (nog steeds) een kans om aandacht voor kwetsbaren vorm te geven vanuit lokale visie en samenhang. Blijf de verbinding zoeken. • Transitie is afgerond; de transformatie verdient nog aandacht. • Ga aan de slag met de aanbevelingen van het rekenkameronderzoek (blz. 8)
Onderdeel van de koers is dat we goed kijken naar mogelijke beheersmaatregelen en daarvoor een onderzoek naar laten uitvoeren.
6
Samenvatting conclusies en aanbevelingen Visie De visie zoals beschreven in de eerdere beleidstukken is nog onverminderd van toepassing (zie blz. 9 t/m 12). Visie en integraliteit van het complete sociale domein zijn in 2019 vastgesteld in Samen Doen, de (raamwerk)nota voor het gehele Sociale Domein.
Pilots De diverse pilots hebben tot belangrijke uitkomsten geleid (zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van het Wijkteam). Het resultaat van de pilots, zoals bijvoorbeeld een betere samenwerking, is echter niet goed in concrete resultaten (getallen) weer te geven.
Verdieping Wmo Vooral vanwege de stijgende kosten is er behoefte aan informatie over (en inzicht in) het onderwerp WMO en in het bijzonder de maatwerkvoorzieningen. We verzamelen informatie vanuit 4 sporen om te komen tot een richtinggevend uitvoeringsprogramma Wmo. De 4 sporen zijn: 1. Deze evaluatie en de uitkomsten van het rekenkamercommissie onderzoek 2. Onderzoek voortvloeiend uit het rekenkamercommissie onderzoek naar oorzaken voor onze aanzienlijke Wmo kosten 3. Actuele ontwikkelingen zoals beheersmaatregelen van ROGplus 4. Participatie
Maatschappelijke kracht In het op te stellen uitvoeringsprogramma Wmo willen we acties beschrijven die nodig zijn voor de (middel) lange termijn om: • Ondersteuning aan onze inwoners te leveren die in basis nodig is om te kunnen meedoen in de samenleving; • binnen de kaders van de (landelijke) wetgeving; • daarbij de kosten beheersbaar te houden. We zien dat de afgelopen jaren een goede professionele ontwikkeling in de 1e en 2e lijns zorg tot stand gekomen is. Het versterken van de maatschappelijke kracht verdient nog aandacht. Hebben mensen zorg nodig of werkt hulp en ondersteuning (vanuit 0e lijn) ook? De “wijk op maat” krijgt steeds meer vorm en kan bijdragen aan het versterken van de maatschappelijke kracht.
Aanbevelingen - Behoud de visie en integraliteit uit de eerdere beleidstukken - Een grotere participatie van de bevolking is wenselijk, maar een langdurig proces. Neem kleine stappen. Betrek bevindingen van de Adviesraad Samenlevingszaken, Raad van Advies Rogplus, Cliëntenraad SOW. - Werk aan preventie en werk proactief. - Versterk de maatschappelijke kracht en algemene voorzieningen zodat maatwerkvoorziening kan worden afgebouwd. Kijk daarbij goed naar de kansen van “de wijk op maat”.
- Ondersteun gewenste richting met subsidiebeleid. - Kijk naar mogelijkheden monitoring (meetbaarheid / KPI’s)
7
Samenvatting onderzoek rekenkamercommissie Wat vertelde het Rekenkamercommisie onderzoek (2019)? 1. Op dit moment is het niet mogelijk om de effectiviteit van het Wmobeleid vast te stellen. 2. Het perspectief van cliënten komt nauwelijks terug in de beoordeling van het Wmo-beleid waardoor onduidelijk is of het Wmo-beleid aansluit bij de behoeften. 3. De informatievoorziening aan de raad is beperkt, maar de raad laat zich ook niet actief informeren.
Welke aanbevelingen gaf de Rekenkamercommissie? Over 1: • Vertaal de beoogde maatschappelijke effecten naar concrete en meetbare beleidsdoelen en verbindt deze aan heldere prestatieindicatoren in de nieuwe beleidsnota en daaruit voortkomende uitvoeringsplannen. • Verken welke oorzaken ten grondslag liggen aan het hoge aantal cliënten met een maatwerkvoorziening in Maassluis. Over 2: • Heb als college meer aandacht voor de uitkomsten van inwoner- en cliëntervaringen in de doorontwikkeling van beleid en uitvoering. • Maak als raad meer gebruik van informatierecht en neem cliëntervaringen als bouwsteen mee in de beoordeling van het Wmo-beleid. Over 3: • Richt een werkgroep in van college- en raadsleden en bepaal hoe een betere monitoring tot stand kan komen. • Maak als college en raad nieuwe afspraken over inhoud en frequentie van verantwoording en monitoring.
Wat gaan we doen? Over 1 • We voeren een onderzoek uit naar: - het hoge gebruik van Wmomaatwerkvoorzieningen en - het formuleren van bruikbare indicatoren. Over 2 • Er is veel informatie. We bekijken of we informatie verwerkt kan worden in de viermaands- en achtmaands rapportages van ROGplus Over 3 • Volggroep Wmo en jeugd is gevormd. • Er zijn nieuwe afspraken met het ROGplus-bestuur gemaakt over het informeren van de raad (vier- en achtmaands rapportage).
8
1. Beleidsdocumenten Drie beleidsplannen; 1 basis De sociale structuurvisie en het beleidsplan “een sterke basis” zijn in dezelfde periode tot stand gekomen en dienen als basis. In “een aanvulling” wordt verder ingegaan op de nieuwe taken voor gemeenten vanuit de Wmo 2015.
Uitgangspunt Wmo Iedereen kan deelnemen aan de samenleving. Inwoners zijn zelf verantwoordelijk, met of zonder hulp van omgeving. Gemeente compenseert beperkingen in zelfredzaamheid en deelname aan de samenleving.
De structuurvisie is sociaal domein breed, waar ook de fysieke omgeving en het veiligheidsdomein deel van uitmaken.
Het beleidsplan “een sterke basis” sluit aan bij de sociale structuurvisie en richt zich vooral op de Wmo.
De aanvulling gaat dieper in op de nieuwe taken.
9
1.1 Beleidsdocument, sociale structuurvisie (essentie)
Structuurvisie, 2013 De basis voor sociale kwaliteit is actief burgerschap. De gemeente wil zich samen met alle inwoners en organisaties inzetten en investeren in de kwaliteit van de samenleving. De gemeente ziet zichzelf als regisseur en toezichthouder. Het belang van informele zorg neemt toe en daarmee ook de noodzaak van goede kwaliteit van ondersteuning aan mantelzorgers en vrijwilligers (organisaties). Samenwerking levert meer integrale en op elkaar afgestemde ondersteuning op. Nieuwe groepen vrijwilligers vragen extra aandacht: Vanwege hun beperkte zelfredzaamheid of omdat zij niet langer deel uitmaken van één vaste vereniging en kortdurende verbanden en projecten ontstaan.
De essentie
.
➢ Maassluis wil een gemeente zijn waar inwoners met plezier leven en wonen. ➢ Waar iedereen de mogelijkheid heeft deel te nemen aan het maatschappelijke, sociale en culturele leven. ➢ Een prettige plek om op te groeien. ➢ Een gemeente waar mensen elkaar helpen en waar mensen zich prettig en veilig voelen in hun buurt. ➢ Wie dat wil, kan zich ontwikkelen en zijn bijdrage leveren aan de stad. ➢ Inwoners en instellingen nemen samen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de samenleving. ➢ Het behouden en versterken van de sociale kwaliteit van Maassluis is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, verenigingen, maatschappelijke organisaties, bedrijven en gemeente.
10
1.2 Beleidsdocument, Wmo 2013-2016 ‘Een sterke basis’ (essentie)
Beleidsplan Wmo 2013-2016 ‘Een sterke basis’ Het beleidsplan is geschreven in een overgangsfase, waarin slechts de contouren van de nieuwe wet Wmo 2015 bekend waren en de decentralisatie nog in voorbereiding was. Prioriteit lag bij de voorbereiding en zorgvuldige invoering van de decentralisatie van AWBZ naar Wmo per 1-1-2015 en bij de Participatiewet, zowel bij de beleidsontwikkeling (o.a. cliëntondersteuning vormgeven) als in de uitvoering (afspraken maken met wijkteam Vraagraak en ROGplus).
De essentie Het accent voor de gemeente komt door alle verschuivingen steeds nadrukkelijker te liggen op het realiseren van een professionele regierol met een heldere visie, duidelijke taken en verantwoordelijkheden en goed zicht op de maatschappelijke vraagstukken en de behoefte van de inwoners.
.
De eigen verantwoordelijkheid van inwoners staat voorop. Inwoners krijgen meer mogelijkheden om hun eigen kwaliteiten te benutten en de regie over hun eigen leven te behouden. Bij maatschappelijke organisaties verschuift het accent van concurrentie naar samenwerking. Het maatschappelijk belang komt voorop te staan. Verenigingen krijgen een grotere rol in de samenleving dan zij op dit moment al invullen. Verenigingen kunnen nog meer bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Ook van bedrijven verwacht de samenleving een grotere maatschappelijke verantwoordelijkheid. De diverse partijen hebben verschillende kwaliteiten en kunnen elkaar versterken bij een gezamenlijke aanpak door het delen van expertise en ervaringen en het inzetten van hun beschikbare middelen.
11
1.3 Beleidsdocument, aanvulling (essentie)
Aanvulling op ‘Een sterke basis’, 2015 Met de decentralisatie kwam er een nieuwe voorziening erbij: Ondersteuning (inclusief begeleiding, dagbesteding en respijtzorg). Dit betekende een uitbreiding met een nieuwe cliëntengroep en ook nieuwe zorgaanbieders. De inkoop maatwerk Wmo werd regionaal via een bestuurlijk ingerichte aanbesteding uitgevoerd. Doordat de inkoop ook aan kleine zorgaanbieders ruimte biedt, nam het aantal PGB’s af. Het beleid huishoudelijke hulp (HH) werd aangepast en een nieuwe visie op collectief vervoer ontwikkeld.
De essentie Inwoners moeten zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen in hun eigen leefomgeving en deelnemen aan de samenleving. Dat is de kern van de Wmo. De gemeente draagt zorg voor maatschappelijke ondersteuning en de kwaliteit en continuïteit van voorzieningen. Het compensatiebeginsel is uit de wet (Wmo 2015) verdwenen. Er is vastgelegd dat wanneer een inwoner een hulpvraag heeft, er onderzoek gedaan moet worden naar een passende oplossing. Het recht op een voorziening vervalt. De piramide in de afbeelding illustreert de gedachte dat de meeste mensen zelfredzaam zijn (de basis) en dat slechts een klein deel van de inwoners professionele zorg en ondersteuning nodig hebben (top piramide)
12
2. Raamwerk Wmo 2015 2.1 Doelen, nieuwe taken en tijdpad De Wmo 2015 kent 3 doelen: 1.
2.
3.
Bevorderen van sociale samenhang, veiligheid en leefbaarheid, mantelzorg en vrijwilligerswerk, toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, alsmede voorkomen van huiselijk geweld. Ondersteunen van zelfredzaamheid en participatie van inwoners met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in eigen leefomgeving. Bieden van beschermd wonen en opvang.
Tijdpad 2014 Voorbereiden decentralisatie 2015 Overgangssituatie
Wat veranderde er in de Wmo? Onderscheid in algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen: • Algemene voorzieningen, deze voorzieningen zijn algemeen toegankelijk. • Maatwerkvoorzieningen, hieraan ligt een besluit ten grondslag.
De gemeente krijgt de volgende nieuwe taken: • Individuele begeleiding, dagbesteding, vervoer en kortdurend verblijf; • Beschermd wonen (via centrumgemeente) en inloopvoorziening GGZ; • Tegemoetkoming meerkosten chronisch zieken en gehandicapten; • Cliëntondersteuning, 24-uurs hulpdienst en doventolk; • Waardering en ondersteuning mantelzorgers; • Advies & Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling.
2015 en 2016 Ontwikkelopgaven, integrale benadering en innovatie 2017 Verwachting dat centrumgemeentefunctie zou verdwijnen
13
2.2 Samenhang en verbinding Samenhang en verbinding • De transities AWBZ, jeugdzorg en Participatiewet (3 decentralisaties) maken integrale benadering noodzakelijk. • De 3 decentralisaties bieden een kans om de zorg voor kwetsbaren vanuit 1 visie en in samenhang uitvoeren. • Professionele regierol voor gemeente.
Waarom? Jeugdwet De Jeugdwet en de Wmo liggen in elkaars verlengde. Als jongeren na hun 18e nog ondersteuning nodig hebben vallen zij onder de Wmo. Met name voor de groep 18 tot 23 jarigen is het belangrijk om goede aansluiting te zoeken bij de sociale infrastructuur die er op het terrein van jeugd is. Passend Onderwijs Het doel van de Wet passend onderwijs is dat alle kinderen een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden. Ook als zij extra ondersteuning nodig hebben. Vanuit voortgezet speciaal onderwijs bestaat een doorgaande lijn (doelgroep verklaring) naar beschut werken (Participatiewet) of dagbesteding (Wmo). Participatiewet Er bestaan raakvlakken tussen de Participatiewet en de Wmo 2015. De dagbesteding die vanuit de Wmo geregeld wordt en het beschut werken dat onder de Participatiewet valt zullen goed op elkaar afgestemd moeten worden om een logische doorgaande lijn te realiseren. ZvW en WLZ (toen AWBZ) Op het terrein van welzijn en zorg zijn zorgverzekeraars (Zvw en Wlz/AWBZ) en gemeenten (Wmo, Jeugdwet, Wet Publieke Gezondheid) de belangrijkste opdrachtgevers en financiers. Zorg en ondersteuning lopen vaak in elkaar over. De gemeenten MVS hebben een convenant gesloten met DSW om gezamenlijk afspraken te maken over : meervoudige zorg in de thuissituatie, preventieve aanpak, zorgvernieuwing en overdracht van taken.
Bevindingen De Jeugdwet en de Wmo kennen in de basis dezelfde uitgangspunten en de ontwikkelde structuren kunnen elkaar goed versterken.
Gemeenten en DSW werken nog steeds vanuit een convenant.
14
2.3 Uitgangspunten en overgang van taken De vijf uitgangspunten in Maassluis 1. 2. 3. 4. 5.
Duurzaamheid Benutten van eigen kracht Actief burgerschap De vraag centraal Gebiedsgericht werken
Andere inzet op de onderwerpen: • Zelfredzame inwoners zijn leidend • Investeren in vrijwilligers • Subsidiebeleid herijken • Integrale gebiedsaanpak
D.m.v. samenhangende inzet streven naar (zie ook dia 16,17,18): • Verbetering van gezondheid van inwoners t.o.v. 2012 • Meer mensen doen mee in de samenleving • Inwoners wonen graag in Maassluis vanwege de kwaliteit van de woonomgeving
Overgang taken naar gemeente met korting Toekomstverwachting was toenemende vraag, en afnemend budget: • Afbouw huishoudelijk hulp tot 40 % van het volume van 2014 (Deze korting is later verzacht). • Taak begeleiding vanuit AWBZ naar gemeente. Dit betreft • Begeleiding individueel • Dagbesteding • Kortdurend verblijf • Vervoer (in 2013 korting van 50% op vervoer naar dagbesteding) • Bij decentralisatie “eficiëntiekorting” van 25% op AWBZ begeleiding. • Taak persoonlijke verzorging vanuit AWBZ naar gemeente (Bezuiniging: pas toekennen bij indicatie van 6 maanden of langer). • Scheiden van wonen en zorg: Gemeente werd verantwoordelijk voor ondersteuning, begeleiding en verzorging van zelfstandig wonende inwoners die het zelfstandig niet redden. Beroep op eigen kracht neemt toe.
Bevindingen • De vijf uitgangspunten zijn onverminderd actueel. • De samenhangende inzet kent uitdagingen (wordt verderop toegelicht) • De veranderingen in wetgeving en taken waren aanzienlijk. We zijn gestart met de transitie en transformatie. Focus lag eerst op transitie: deze is goed verlopen. De transformatie vraagt nog steeds aandacht. • Voorspelling toenemende vraag, afnemend budget is helaas realiteit geworden. Of eigen kracht is vergroot en meer beroep wordt gedaan op netwerk, is niet helemaal duidelijk. Jurisprudentie beperkt de mogelijkheden van gemeenten op inzet van eigen kracht en netwerk.
15
2.4 Voorbereiding Wmo op diverse niveaus, 2014 Wat wilden we bereiken? Voorbereiding op diverse niveaus: • Lokaal • Regionaal MVS • Regionaal Rijnmond GR GGD RR • Landelijk
Wat is er bereikt? Lokaal Drie ontwikkeltrajecten in Proeftuin Maassluis: • Integrale aanpak (wijkteams & loketten), preventieve aanpak (eenzaamheid & depressiviteit) en een maatschappelijke businesscase. • Cliëntondersteuning: Belegd bij MEE • Inloop GGZ: De Hooftaak Regionaal MVS • Verordening, besluit en beleidsregels Wmo evenals inkoop maatwerkvoorzieningen worden MVS breed door ROGplus uitgevoerd. • Beschermd wonen en maatschappelijke opvang (centrumgemeente Vlaardingen). • Tegemoetkoming meerkosten mensen met een beperking of chronische ziekte, uitgevoerd door ROGplus. • Mantelzorgondersteuning • Samenwerking DSW Regio Rijnmond – GR GGD RR • Sinds 2015: Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (Eerder: Advies- en meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling) • Toezicht Wmo Landelijk • Luisterend oor en advies • Doventolk en opvang
Bevindingen Vanuit de proeftuin is de ontwikkeling van het wijkteam vormgegeven. Daarnaast genoemde taken en samenwerkingsverbanden zijn van start gegaan en nog steeds functionerend.
16
3. Opgaven en pilots 5 opgaven Vanuit wettelijke kaders zijn in Maassluis opgaven geformuleerd: 1. Gezondheid als basis voor meedoen 2. Inwoners van Maassluis nemen deel aan de samenleving 3. In Maassluis is het goed wonen 4. Voorbereiden nieuwe taken en proeftuinen 5. Nieuwe werkwijzen In de volgende pagina’s melden we meer over uitwerking van de opgaven.
Bevindingen
Pilot projecten i.r.t. integraliteit en ketensamenwerking •
•
•
•
Proeftuin Maassluis: In de Proeftuin lag het accent op nieuwe ondersteunings-vormen bij een integrale benadering en een betere benutting van het eigen systeem. Werk is de beste zorg: Dukdalf verkende in verschillende projecten waar kansen voor haar doelgroepen lagen (integrale benadering van AWBZ arbeidsmatige dagbesteding en de arbeidsgerichte aanpak vanuit SW-bedrijven.) Ketensamenwerking dementie: Een nauwere samenwerking tussen huisartsen, wijkverpleegkundigen en ouderenadviseurs. Dit was een voorbeeld van een versterkende positie van de eerste lijn (met name wijkverpleegkundige en huisarts). Betrokken stad: In het kader van maatschappelijk aanbesteden werd gezocht naar een nieuwe manier van werken en financieren. De essentie van de opgave was om te komen tot een integrale toegang, een gekantelde werkwijze en gecoördineerde uitvoering (1 systeem, 1 plan, 1 regisseur).
• (Ook) met komst Jeugdwet en Participatiewet en vanuit de leefwereld van inwoners blijft integratie noodzakelijk. • De pilot projecten hebben laten zien dat verbinden en samenwerken preventief kan werken en opschaling van zorg kan verminderen.
17
3.1 Opgave 1, Gezondheid als basis voor meedoen Wat wilden we bereiken? Gezondheid als basis voor meedoen a. Preventie en vroegsignalering gezondheidsproblemen b. Bieden van Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) c. Accent op sport en bewegen d. Ondersteunen vrijwilligers en mantelzorgers
Aanbevelingen
Wat is er gebeurd? a. Preventie en vroegsignalering gezondheidsproblemen • Project dementievriendelijk • Deelname aan de activiteiten van de GGD en het CJG • Momenteel is ouderenagenda in ontwikkeling • Welzijn op recept • Aanpak eenzaamheid b. Bieden van Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) • Daklozenopvang in De Elementen en Beschermd wonen • Begeleiding Wmo • Wijkteam Vraagraak (waaronder bemoeizorg) • Uitvoeringsagenda ketensamenwerking personen verward gedrag c. Accent op sport en bewegen • Sportnota en Sportakkoord • Ondersteunen sportverenigingen en organisaties • Buurtsportcoach en sportbuurtwerk • Avonturis d. Ondersteunen vrijwilligers en mantelzorgers • Aandacht voor mantelzorgers (zie blz. 29 en 30) • Ondersteuning van vrijwilligers (zie blz. 31) e. Cultuur • Bibliotheek, theater en museumfaciliteiten • cultuurmenu
•
Verbeter de meetbaarheid o.b.v. indicatoren. De Monitor Sociaal Domein is een kans.
•
Blijf verbinding zoeken tussen de onderwerpen gezondheid en meedoen.
18
3.2 Opgave 2, deelnemen aan de samenleving Wat wilden we bereiken? Inwoners van Maassluis nemen deel aan de samenleving e. Stimuleren actief burgerschap f. Inwoners beschikken over kennis en vaardigheden om deel te nemen aan de samenleving g. Innovatieve ondersteuningsarrangementen h. Ondersteunen (sport)verenigingen
Wat is er gebeurd? e. Stimuleren actief burgerschap • Initiatieven zoals een ‘Marktplaats” en een ambassadeursnetwerk in de wijken zijn onvoldoende van de grond gekomen. • Vrijwilligerswerk wordt door veel organisaties gestimuleerd omdat het mensen de kans biedt tot ontwikkeling. • Middels Taalhuis en andere organisaties stimuleren van taal, rekenen en digitale vaardigheden. • Wijk op maat (ook blz. 20) f. Inwoners beschikken over kennis en vaardigheden om deel te nemen aan de samenleving • Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) programma loopt goed • Doorontwikkeling Kwaliteit voor Ieder kind door Effectief en Efficiënt noodzakelijke jeugdgezondheidszorg (methode KIEN van CJG Rijnmond) • Actieplan laaggeletterdheid is vastgesteld evenals aanvalsplan • Veel organisaties dragen bij (o.a. bibliotheek, StOED, Voedselbank) • Vrijwilligerssteunpunt en ondersteuning mantelzorg g. Innovatieve ondersteuningsarrangementen • De was- en strijkservice werkt • Scootmobielproject De Vloot (niet structureel geworden) • Argos vertrouwd en zeker (geclusterd wonen voor ouderen) • Welzijn op recept h. Ondersteunen (sport)verenigingen • Maatschappelijk Verantwoord Verenigen traject • Sportservicepunt en vrijwilligerssteunpunt zijn actief i. Faciliteren aanbod Cultuur Bibliotheek, theater en museumfaciliteiten, cultuurmenu
Aanbevelingen Verbeter de meetbaarheid o.b.v. indicatoren. De Monitor Sociaal Domein is hierbij een kans. Verbinding blijven zoeken tussen de onderwerpen
19
3.3 Opgave 3, goed wonen Wat wilden we bereiken? In Maassluis is het goed wonen i. Realiseren drie woonservicezones j. Wijkgerichte aanpak k. Vroegsignalering anti-sociaal gedrag bij jongeren
Bevindingen
Wat is er gebeurd? i. Realiseren drie woonservicezones Tijdens twee bewonersavonden in 2019 hebben 170 ouderen meegedacht over de doorontwikkeling van de woonservicezones. De uitkomsten zijn vastgelegd in de brochure Met elkaar, voor elkaar! In mei 2018 is een behoefteraming Wonen met zorg opgesteld waaraan ROGplus, Maasdelta en DSW een bijdrage hebben geleverd. West: Uitbreiding van Driemaashave met een brasserie waar ook inwoners uit de omgeving terecht kunnen Midden: In de inmiddels gerealiseerde woonservicezone De Vloot bieden acht organisaties een pakket van wonen, zorg, welzijn en dienstverlening. Oost: Medio 2019 is gestart met de pilot geclusterd wonen plus in Zonneburcht. De bouw van de nieuwe woonlocatie en het nieuwe ontmoetingscentrum aan de PC Hooftlaan is eind 2019 gestart. j. Wijkgerichte aanpak Eind 2017 is gestart met een integrale wijkaanpak in de Burgemeesterswijk. Hiervoor is ingezet op vier pijlers. De basis van deze aanpak is doorgevoerd in het programma ‘de wijk op maat’ dat medio 2019 is vastgesteld. Voor de Taanschuurpolder loopt een pilot. K. Vroegsignalering anti-sociaal gedrag bij jongeren Vroegsignalering was een pijler in de wijkgerichte aanpak Burgemeesterswijk.
De preventie door vroegsignalering is met de groepsaanpak gestart en is geborgd in het lokale overleg waaraan door verschillende partners wordt deelgenomen en casussen worden ingebracht, de veiligheidstafel. Een bredere mogelijkheid van vroegsignalering heeft nog geen invulling gekregen, mede door de beperkingen die de AVG met zich meebrengt.
• Wonen is een basisbehoefte waaraan leefbaarheid en welzijn zijn verbonden. • Het combineren van sociaal domein en geografisch / fysiek geeft mogelijkheden om in gesprek te raken met de samenleving. Door bijvoorbeeld bij “de wijk op maat” met inwoners over de buitenruimte in gesprek te gaan, krijgen we ook de kans om onderwerpen als sociale cohesie te bespreken.
20
3.4 Opgave 4, voorbereiden nieuwe taken en proeftuinen Wat wilden we bereiken? Voorbereiden nieuwe taken en proeftuinen l. Decentralisatie AWBZ Begeleiding & Persoonlijke verzorging m.Decentralisatie Jeugdzorg / invoering Jeugdwet n. Invoering Participatiewet o. Proeftuin NWN Jeugdzorg p. Proeftuin Maassluis
Bevindingen Wat is er gebeurd? l. Decentralisatie AWBZ Begeleiding & Persoonlijke verzorging Betreft de transitie. ROGplus indiceert en voert uit. m. .Decentralisatie Jeugdzorg / invoering Jeugdwet Samenwerking GRJR opgezet. CJG voert in opdracht van gemeente het wijkteam jeugd uit. Inmiddels wordt een nieuwe Koers Jeugd in MVSverband uitgewerkt. n. Invoering Participatiewet Oprichting Stroomopwaarts; samenvoeging sociale diensten en sociale werkplaatsen in MVS verband. Beleidsvorming van de participatiewet wordt door
• De transitie is geslaagd. • Er zijn stappen gemaakt in de transformatie. De transformatie behoeft nog aandacht en doorontwikkeling.
o. Proeftuin Jeugdzorg NWN Heeft geleid tot beleggen van taken bij GRJR jeugdzorg RotterdamRijnmond en wijkteam jeugd. p. Proeftuin Maassluis Welke signalen kunnen vroegtijdig worden opgepakt, waardoor inwoners geen zwaardere zorg nodig hebben? De bevindingen zijn verwerkt in de werkprocessen bij VraagRaak.
21
3.5 Opgave 5, Nieuwe werkwijzen Wat wilden we bereiken? Nieuwe werkwijzen q. Toeleiding naar participatie r. Verkennen van de vraag s. Verbeteren aanpak 'De Betrokken Stad’ t. Gemeentelijke sturing door wijze van financieren u. Regionale samenwerking
Bevindingen Wat is er gebeurd? q. Toeleiding naar participatie Vanuit de behoefte om toegang naar zorg en ondersteuning meer eenduidig organiseren, wilden we experimenteren en verkennen in de diverse projecten; wijkgericht werken en uitgaan van versterken eigen kracht. r. Verkennen van de vraag Vraagformulering gebaseerd op werkelijke behoefte in de stad. Organisaties, professionals en inwoners staan in verbinding met elkaar en komen elkaar tegen in het dagelijks leven en op netwerkbijeenkomsten. We hebben diverse netwerkbijeenkomsten georganiseerd. s. Verbeteren aanpak 'De Betrokken Stad’ Betreft verbeterde werkwijze maatschappelijke aanbesteding. De lessen die hieruit zijn geleerd, worden waar mogelijk gebruikt voor de doorontwikkeling van de subsidie aanpak in 2020 e.v.. t. Gemeentelijke sturing door wijze van financieren De instrumenten subsidie en inkoop hebben ieder voor- en nadelen. Een helder financieringsbeleid vraagt (nog) meer inzet. u. Regionale samenwerking We werken regionaal in MVS verband samen middels ROGplus en Stroomopwaarts. Voor Jeugd werken we samen op niveau RotterdamRijnmond en MVS. Momenteel wordt een MVS jeugdmodel ontwikkeld.
• Gecoördineerde inzet van eigen kracht, eigen netwerk, informele hulp, collectieve en individuele voorzieningen is niet geheel. • In aanpak subsidie kunnen enkele ervaringen uit De Betrokken Stad worden verwerkt. • Binnen het sociaal domein is de samenwerking op MVSniveau van groot belang.
22
4. Maatwerk & toegang tot zorg en ondersteuning 4.1 Maatwerk algemeen Individuele voorzieningen Wmo Met de inwerkingtreding van de Wmo 2015 is een belangrijk onderdeel naar de gemeente gekomen: de begeleiding. In de Wmo 2015 wordt er niet meer gesproken van individuele voorzieningen, maar van maatwerkvoorzieningen. Bij het (regionaal) organiseren van de inkoop per 2015 golden als leidende principes: keuzevrijheid voor cliënten, ruimte voor kleinere aanbieders en gelijke inkoopvoorwaarden en tarieven voor alle aanbieders. Ontwikkelingen - Zachte landing: De besparingen Huishoudelijke Hulp (HH) is deels opgevangen met behulp van Huishoudelijke Hulp Toelage (HHT) - Diverse aanbestedingen - Van uren naar resultaten met Resultaatgericht indiceren (RGI) - Sinds 2020 Ondersteuning voor huishoudelijke hulp via algemene voorziening Schoon huis. - Inkoop Ondersteuning voor dagbesteding en begeleiding onder één noemer: Meedoen in de Stad Met de inkoop voor Meedoen in de Stad waren kostenbeheersing en een integrale benadering een van de belangrijkste uitgangspunten.
Aanbevelingen • Onderzoek als gemeente besparingsmogelijkhed en. • ROGplus onderzoekt momenteel besparingsmogelijkhed en: Neem als gemeente inhoudelijk deel aan het proces.
Maatwerkvoorzieningen We werken met de volgende categorieën maatwerkvoorziening: - Huishoudelijke Hulp - Voorzieningen - Wmo-vervoer - Ondersteuning - Zorg in natura of PGB - Beschermd Wonen
23
4.2 Maatwerk, wijzigingen in de praktijk Wat veranderde er in de Wmo? De groep inwoners waaraan gemeente ondersteuning moet bieden nam toe door: • Bezuinigingsopgave huishoudelijke hulp (HH) • Het scheiden van wonen en zorg, het afschaffen van de lagere zorgzwaartepakketten en het sluiten van verzorgingshuizen dragen er toe bij dat inwoners langer thuis blijven wonen. • De vergrijzing en de dubbele vergrijzing zorgen er in Maassluis voor dat de doelgroep die ondersteuning nodig heeft om zelfstandig te kunnen blijven wonen toeneemt. • Binnen de klinische GGZ (Geestelijke Gezondheidszorg) is een beweging ingezet om minder mensen in klinieken op te vangen en meer mensen thuis te laten wonen met ambulante behandeling, zorg en ondersteuning. Een deel van deze hulp valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente (bv huishoudelijk hulp, woonbegeleiding of dagbesteding).
Wat is er bereikt? • In 2015 zijn overgangscliënten opnieuw geïndiceerd • Beschermd wonen is meegenomen in het inkooptraject 2015 en de indicatiestelling door ROGplus • Sociaal wijkteam en wijkteam jeugd zijn geïntegreerd • Invoeging van diverse organisaties in het wijkteam • Doorontwikkeling samenwerking met zorgverzekeraar DSW • Gezond in de Stad (GIDS) • Welzijn op recept • Respijtzorg • De Hooftzaak met integraal GGZ in de wijk • Wonen plus in Zonneburcht
Bevindingen Er was sprake van een korting van 40% op de huishoudelijke hulp.
In 2015 en 2016 is een zachte landing gemaakt met gereserveerde overschotten. Versterken van de basis van de piramide (eigen kracht en eigen netwerk, steunstructuren in de buurt, de 0-de lijn) blijkt in de praktijk een uitdaging Innovatie en stimuleren van individuele begeleiding naar groepsgerichte begeleiding zijn nog niet (geheel) doorontwikkeld. Met de nieuwe Wmo-contracten voor begeleiding per 2020 wordt hier actief op ingezet. De kosten van de Wmo zijn fors gestegen. De landelijke invoering van het vaste abonnementstarief, de AmvB ‘reële tarieven’ en de verminderde doorstroom naar de WLZ (hogere eigen bijdrage dan voor Wmo voorzieningen) hebben daaraan bijgedragen.
24
4.3 Toegang tot zorg en ondersteuning, VraagRaak Wijkteam VraagRaak Het Wmo beleidsplan noemt als basisgedachte een integrale toegang voor inwoners met een ondersteuningsvraag op het gebied van zorg en ondersteuning en opvoeden en doorgroeien. Gekozen is voor een team van professionals, onder de verantwoordelijkheid van de gemeente: Een sterke eerstelijn dichtbij de inwoners, voldoende algemene voorzieningen en een goede toegang (waaronder een loket) tot de verschillende meer gespecialiseerde zorg. Vanwege verschil in doelgroep (qua vindplaats, netwerk, oriëntatie) is gekozen voor twee teams onder één aansturing, namelijk team jeugd & gezin en een team volwassenen.
Aanbevelingen • Blijven communiceren over de (on)mogelijkheden van het wijkteam.
Wijkteam VraagRaak werkt goed samen met ROGplus. ROGplus richt zich namens de gemeente op ondersteuning uitvoering Wmomaatwerkvoorzieningen.
• De bekendheid van de onafhankelijke cliëntondersteuner vergroten.
Doorontwikkeling
Overig: • (Blijven) investeren in ketensamenwerking.
• De term VraagRaak werd gebruikt voor het meldpunt bij Maasdelta die bij problemen samenwerkte met diverse organisaties. Vanwege de ontwikkelingen in het sociaal domein ontstond de behoefte tot een algemener meldpunt voor volwassenen. In 2014 ging een pilot van start bij de gemeente onder dezelfde naam: VraagRaak. In diezelfde tijd startte de pilot voor een jeugdteam. • In juni 2014 is gestart met een eerste sociaal wijkteam, naast het wijkteam jeugd dat in februari 2014 is gestart. Beide teams zijn gestart als pilot (Proeftuin Jeugd, Proeftuin Maassluis). • Het college heeft de organisatorische positionering van de twee pilots in 2015 geëvalueerd en besloten om het wijkteam, als één team, onder te brengen bij de gemeente.
• De ontwikkeling van de basisdienstverlening in het wijkteam voor lichte zorg, is bedoeld als een tussenvariant om zwaardere zorg te voorkomen. Dit (blijven) monitoren.
25
4.4 Toegang tot zorg en ondersteuning, ROGplus ROGplus ROGplus is een gemeentelijke uitvoeringsorganisatie die de Wmomaatwerkvoorzieningen uitvoert. De MVS-gemeenten zijn beleidsmatig verantwoordelijk voor de Wmo. Taken op het gebied van indicatiestelling, inkoop en contractbeheer van de Wmomaatwerkvoorzieningen zijn gedelegeerd aan ROGplus. ROGplus geeft informatie en advies aan cliënten met een hulpvraag en besluit of iemand in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening. ROGplus heeft professionele aanbieders gecontracteerd. Met de invoering van de Wmo 2015 is het takenpakket van ROGplus aangevuld met: Individuele Begeleiding (dagbesteding, logeren, meerkostenregeling) en Beschermd Wonen, het faciliteren, beheren en doorontwikkelen van het ICT-systeem van de wijkteams, backoffice-taken i.h.k.v.d. Jeugdwet en de uitvoering van verschillende gemeentelijke regelingen
Doorontwikkeling De decentralisatie is in 2015 gestart. De feitelijke transformatie gaat nu echt beginnen. ROGplus heeft hierin een belangrijke taak voor de MVS- gemeenten. In de afgelopen jaren heeft ROGplus zich laten zien als een betrouwbare organisatie met een eigen identiteit, open communicatie, een solide bedrijfsvoering en met oog voor de zorgvrager. Er wordt strak gemonitord op de inspanningen van de organisatie. De zichtbaarheid van ROGplus als organisatie kan beter. Ook mag ROGplus meer aanhaken bij activiteiten die in de MVS-steden worden georganiseerd.
Aanbevelingen • ROGplus is een belangrijke partner bij het maken van gemeentelijk beleid. Maak gebruik van haar expertise. • ROGplus blijft actief in de samenwerking met de wijkteams en positie nemen in regionale netwerken. • Betrek ROGplus bij het ontschotten van de wetgeving. Zij is daarbij een belangrijke partner.
26
4.5 Cliëntervaringsonderzoeken Wmo Van tevredenheidsonderzoeken naar cliëntervaringsonderzoeken Vanaf 2016 zijn gemeenten vanuit de Wmo 2015 artikel 2.5.1 verplicht om een cliëntervaringsonderzoek (CEO) uit te (laten) voeren. Het onderzoek is niet meer gericht op de tevredenheid van cliënten, maar op hun ervaringen.
Cliëntervaringsonderzoeken Het onderzoek dat wordt uitgevoerd onder de cliënten van ROGplus is gericht op de ervaringen van cliënten. Gemeente Maassluis koos ervoor om naast de set van tien verplichte (landelijke standaard) vragen ook aanvullende vragen op te nemen. De respons in 2019 was 43% (181 bruikbare ingevulde vragenlijsten).
Wat vindt men ervan? (2019)
Aanbevelingen Cliëntondersteuner • Aandacht besteden aan de bekendheid van de onafhankelijke cliëntondersteuner. Clientervaringen • Het landelijk gemiddelde als referentiekader hanteren.
De uitkomsten van het cliëntervaringsonderzoek (CEO) bij de Wmo-cliënten laten over het algemeen een positief beeld zien. Verbeteringen zijn vooral gewenst op gebied van communicatie (bekendheid onafhankelijk cliëntondersteuner).
Vinden onze cliënten dat de Wmo doelstelling wordt behaald door de ondersteuning die men ontvangt? Het ervaren effect is gemeten aan de hand van drie stellingen: • Cliënten geven in reactie op de stelling “door de ondersteuning die ik krijg, kan ik beter de dingen doen die ik wil” een rapportcijfer 7,3. • De stelling “door de ondersteuning die ik krijg, kan ik mij beter redden” een rapportcijfer 7,4. • Cliënten geven in reactie op de stelling “door de ondersteuning die ik krijg, heb ik een betere kwaliteit van leven” een rapportcijfer 7,2
27
4.6 De inwoner / cliënt (organisaties) Beleid i.r.t. de cliënt Meedoen in Maassluis betekent ruimte voor keuzevrijheid en eigen regie, een sociaal netwerk/informele steunsystemen nabij en een ruim aanbod aan algemene voorzieningen. Zelf- en samenredzaamheid in onze lokale samenleving, gestimuleerd en ondersteund door maatschappelijke partijen en gemeenten en via belangenbehartiging.
Aanbevelingen
Wat is er gebeurd? • Cliëntondersteuning is georganiseerd via MEE en de stichting Vriendendiensten • De Adviesraad Samenlevingszaken speelt sinds 2011 een actieve rol bij (mede)advisering aan B&W en gemeenteraad. • Cliëntparticipatie: • ROGplus heeft eigen Raad van Advies • Stroomopwaarts heeft eigen cliëntenraad ingesteld
Wat vindt men ervan? (2019) Vinden onze cliënten dat de Wmo doelstelling wordt behaald door de ondersteuning die men ontvangt? Het ervaren effect is in de cliëntervaringsonderzoeken gemeten aan de hand van drie stellingen: • Cliënten geven in reactie op de stelling “door de ondersteuning die ik krijg, kan ik beter de dingen doen die ik wil” een rapportcijfer 7,3. • De stelling “door de ondersteuning die ik krijg, kan ik mij beter redden” een rapportcijfer 7,4. • Cliënten geven in reactie op de stelling “door de ondersteuning die ik krijg, heb ik een betere kwaliteit van leven” een rapportcijfer 7,2
• Rapportcijfer i.r.t. mening van cliënten over behalen Wmo doelstelling door ondersteuning is goed. Inzetten op het behouden van deze score. • We hebben nu alleen de cliëntervaringsonderzoeken ter beschikking. Zoek verbinding met cliëntenraden van zorgorganisaties. • Blijf de Adviesraad samenlevingszaken betrekken bij beleid sociaal domein.
28
5. Mantelzorg en vrijwilligerswerk 5.1 Mantelzorgers, ondersteuning Beleid voor ondersteuning van mantelzorgers Ondersteuning van en door mantelzorgers (en vrijwilligers) is een terugkerend aandachtspunt in de voorgaande beleidsnotities Wmo. De speerpunten waren en zijn het vergroten van de bewustwording omtrent mantelzorg, bij inwoners én zorgverleners, het vergroten van het bereik van de dienstverlening aan mantelzorgers en de verbetering van de samenwerking tussen informele en formele zorg. De aandacht voor mantelzorg hangt sterk samen met de nadruk op preventieve (algemene) voorzieningen om het gebruik van duurdere maatwerkvoorzieningen te verminderen. Daarnaast is het voorkomen van overbelasting bij mantelzorgers een belangrijk punt op de politieke agenda. We noemen specifiek de jonge mantelzorger.
Wat vindt men ervan? De meeste mantelzorgers zijn niet goed in beeld bij de gemeente en zoeken ook geen ondersteuning om hun taken te verlichten. Schattingen van het aantal mantelzorgers in Maassluis lopen uiteen van 21% volgens de Leefbaarheidsmonitor 2018, 13% volgens de Gezondheidsmonitor Rotterdam Rijnmond tot bijna 1/3 van de volwassen bevolking, volgens SCP en MantelzorgNL (2017). Hoe dan ook gaat het om vele duizenden inwoners waarvan slechts een fractie (255 in 2018) zich bij Minters Mantelzorg meldde voor informatie of ondersteuning. Van deze cliënten gaf een kwart aan zich overbelast te voelen. Hoewel de meeste mantelzorgers geen behoefte aan ondersteuning lijken te hebben, blijft het vroegtijdig bereiken van hen die dat wél hebben, heel belangrijk. Hoe eerder de mantelzorger bereikt wordt, hoe kleiner de kans op overbelasting. Daarom blijft het vergroten van het bereik van de voorlichting een aandachtspunt. Ook uit landelijke cijfers blijkt dat veel mantelzorgers zichzelf niet als zodanig beschouwen. Daarom lanceert het Ministerie van VWS in het voorjaar van 2020 een bewustwordingscampagne over mantelzorg.
Aanbevelingen • Bevorder de aandacht voor de mantelzorger bij eerstelijns zorg en hulpverleners. Laat de mantelzorger onderdeel uitmaken van het gesprek bij iedere hulpvraag. • Zorg voor toegankelijke voorlichting over mantelzorg en het ondersteuningsaanbod en regelingen in Maassluis. Sluit hiermee ook aan bij de landelijke campagne van VWS. • Zorg voor (cijfermatig) inzicht in de doelgroep en de resultaten van voorlichting en ondersteuning.
29
Mantelzorgers, blijk van waardering
Blijk van Waardering Mantelzorgers De Wmo 2015 regelt specifiek dat gemeenten zorgdragen voor een jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers. De wijze waarop dat gebeurt staat gemeenten vrij. Voor deze waardering van mantelzorgers ontvangen gemeenten een bijdrage vanuit het Rijk, gebaseerd op de voormalige landelijke uitgaven aan het voormalige “mantelzorgcompliment”. In Maassluis is de waardering van mantelzorgers toevertrouwd aan Minters Mantelzorg. In de Week van de Mantelzorger organiseert Minters jaarlijks een evenement om mantelzorgers in de MVS-gemeenten te bedanken en te waarderen. Daarnaast worden in die week ook lokale (kleinere) activiteiten georganiseerd. In december ontvangen alle ingeschreven mantelzorgers een cadeaubon als blijk van waardering.
Wat vindt men ervan? Er is geen tevredenheidsonderzoek gehouden naar aanleiding van de waardering van mantelzorgers in Maassluis. Uit de grote belangstelling voor het jaarlijkse evenement blijkt wel dat dit erg op prijs gesteld wordt. Ook op de cadeaubonnen zegt Minters Mantelzorg vaak dankbare reacties te ontvangen. De bekendheid van de waardering van mantelzorgers door Minters kan wellicht wel verbeterd worden. Het aantal gewaardeerde (ingeschreven) mantelzorgers is nu immers slechts een zeer klein deel van de grote groep mantelzorgers.
Aanbevelingen • Vergroot in één klap het bereik van de mantelzorgondersteuning én de waardering door meer bekendheid te geven aan het ‘mantelzorgcompliment nieuwe stijl’ voor alle mantelzorgers. • Richt het aanmeldproces voor de waardering zo in dat het eenvoudig is voor de gebruiker, maar misbruik beperkt wordt. • Evalueer de doelmatigheid van de mantelzorgwaardering op basis van tevredenheidsonderzoek. Op basis van die gegevens kan de waardering mogelijk beter aansluiten op de behoeften van mantelzorgers.
30
Vrijwilligers Vrijwilligers Het Steunpunt Vrijwilligerswerk zet zich in om het vrijwilligerswerk in Maassluis te ondersteunen en stimuleren
Wat is er zoal gebeurd? matchen van vraag en aanbod voor vrijwilligers • Dagelijks werk (steunpunt, website) • Specifieke matching voor mensen van Stroomopwaarts en vluchtelingen Ondersteunen van netwerken • Het organiseren van een beursvloer in MVS verband. Bedrijven en vrijwilligersorganisaties keken wat zij voor elkaar konden betekenen. • Ieder jaar werd een netwerkcafé / netwerkontbijt georganiseerd rondom een specifiek thema. • Het organiseren van een regulier netwerkoverleg voor vrijwilligerscoördinatoren. Organiseren van trainingen • EHBO • fondsenwerving en • coaching van vrijwilligers. Positieve aandacht voor vrijwilligerswerk online én offline. • Van vrijwilligers voor vrijwilligers en bij verschillende evenementen, bijvoorbeeld bij een theatervoorstelling. • Vrijwillierskrant samen sterk met vrijwilligerswerk
Aanbevelingen • Vrijwilligers dragen op belangrijke wijze bij aan saamhorigheid, sociale betrokkenheid en ondersteuning van stadgenoten. Blijf als gemeente vrijwilligers ondersteunen. • Vrijwilligersorganisaties hebben vooral een ondersteuningsvraag m.b.t. het werven van fondsen en vrijwilligers. Blijf daarin trainingen en workshops aanbieden evenals de mogelijkheid tot netwerken.
Wat vindt men ervan? Men heeft een steuntje in de rug nodig om het netwerken op gang te brengen. Dat wordt gewaardeerd.
31
Bronnen • • • • • •
Beleidsplan een sterke basis Aanvulling Sociale toekomstvisie Samen Doen Cliëntondersteuningsonderzoeken (ook; waarstaatjegemeente.nl) Onderzoek rekenkamercommissie
32
Afkortingen AWBZ CEO GGZ HH HHT
PGB Wmo Wlz Zvw
Algemene wet bijzondere Ziektekosten clientervaringsonderzoek (Wmo) Geestelijke Gezondheidszorg huishoudelijke hulp huishoudelijke hulp toeslag, waardoor Wmo-cliënten huishoudelijke hulp kunnen laten inkopen tegen een lagere eigen bijdrage dan de werkelijke kostprijs. persoonsgebonden budget Wet maatschappelijke ondersteuning Wet langdurige zorg Zorgverzekeringswet
33