Bijlage 2 Concept-begroting DCMR 2022
Tekst van het document
Begroting 2022
Begroting 2022
Auteur(s) Documentnummer Datum Versie
DCMR Milieudienst Rijnmond Parallelweg 1 Postbus 843 3100 AV Schiedam T
010 - 246 80 00
F
010 - 246 82 83
E
info@dcmr.nl
W www.dcmr.nl
: Diversen o.l.v. concerncontroller : 22309028 : 31 maart 2021 : 0.1 Concept DB
Het algemeen bestuur van de DCMR Milieudienst Rijnmond, Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur,
Gelet op artikel 28 van de Gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond
BESLUIT Vast te stellen de Begroting 2022.
Vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur d.d. 1 juli 2021,
De voorzitter,
De secretaris,
Mevr. R. M. Thé
Begroting 2022 Blad 3 van 36
Inhoud Voorwoord
6
1
Inleiding
7
1.1 1.2 1.3
Aard begroting Doel Leeswijzer
7 7 7
Deel 1: Beleidsbegroting
9
2
Beleidskader
10
2.1 2.2 2.3
10 10 11
3
4
Inleiding Meerjarenprogramma 2021-2024 Invoering Omgevingswet
Financieel kader
13
3.1 3.2 3.3
Inleiding Financieel kader Uitgangspunten
13 13 13
Programma Milieubeheer
16
4.1 4.2 4.3
16 16 16
Inleiding Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen?
Reguleren, Advies en Omgeving 4.4 4.5 5
6
Kritische proces indicatoren Wat mag het kosten?
16 18 19
Programma Bedrijfsvoering
20
5.1 5.2 5.3
20 20 21
Inleiding Baten en lasten Toelichting
Paragrafen
23
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7
23 23 23 24 27 27 28
Inleiding Lokale heffingen Weerstandsvermogen Risicomanagement Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Verbonden partijen
Begroting 2022
Blad 4 van 36
Deel 2: Financiële begroting
29
7
Overzicht van Baten en Lasten
30
8
Ontwikkeling werkplanbijdragen 2020 – 2022
32
9
Ontwikkeling financiële positie
33
Bijlage 1
Begroting 2022
36
blad 5 van 36
Voorwoord Voor u ligt de begroting voor het jaar 2022 van DCMR. De begroting beschrijft welke rol DCMR in het Rijnmondgebied speelt en welke taken in opdracht van onze participanten worden uitgevoerd, gericht op een schone, gezonde en veilige leefomgeving. Daarnaast vindt u in deze begroting de taken die DCMR bij de grote risicobedrijven uitvoert in de andere delen van ZuidHolland en in de Provincie Zeeland. Het programma Milieubeheer beschrijft in samenhang de kerntaken van DCMR: de bedrijfsgerichte milieutaken (vergunningverlening, toezicht en handhaving), de advisering voor ruimtelijke plannen, de ondersteuning bij beleidsontwikkeling, en databeheer en monitoring. Het Beleidskader dat de inhoudelijke prioriteiten voor ons werk bevat, is gebaseerd op het Meerjarenprogramma 2021-2024. In 2022 zal de Omgevingswet in werking treden. Samen met onze participanten moeten de nieuwe werkwijzen die bij de wet horen in praktijk worden gebracht. Dat vraagt om vernieuwd samenspel tussen alle betrokken partijen en voor iedereen toegankelijke data over de milieukwaliteit in het gebied. Om dit te garanderen én om transparant te zijn in onze bedrijfsvoering, zal DCMR zich steeds meer ontwikkelen tot een datagedreven organisatie. In 2022 bouwen we verder aan informatiegestuurd toezicht en het gebruik van digitale vergunningen waarin altijd de actuele voorschriften te vinden zijn.
De innovatie die met al deze ontwikkelingen zichtbaar wordt én onze in 50 jaar opgebouwde deskundigheid en ervaring, maken dat ik er op vertrouw dat DCMR ook komend jaar weer op een goede manier in uw opdracht kan werken aan een veilige en leefbare regio. Rosita Thé, Directeur
Begroting 2022
Blad 6 van 36
1
Inleiding 1.1
Aard begroting
DCMR is als gemeenschappelijke regeling een samenwerkingsverband van de provincie ZuidHolland, gemeente Rotterdam en veertien regiogemeenten in het Rijnmondgebied. DCMR is één van de vijf regionale uitvoeringsdiensten in Zuid-Holland en verricht zijn taken voornamelijk in het Rijnmondgebied. Voor een aantal taken heeft de DCMR een groter werkgebied, zoals bij de uitvoering van Brzo taken voor de Provincies Zeeland en Zuid-Holland, de meldkamer en bij de landelijke BRZO-coördinatie. In het vervolg van deze begroting wordt echter steeds gesproken over het Rijnmondgebied, wanneer het over het werkgebied gaat. De rol en taakuitvoering van de DCMR wordt bepaald door de opdrachten die door de participanten bij de DCMR zijn belegd. Deze opdrachten hebben betrekking op uitvoering van het door hen vastgestelde milieubeleid, binnen de daartoe beschikbaar gestelde middelen. De DCMR is dan ook vergelijkbaar met een onderdeel van een gemeente of provincie, dat de uitvoering verzorgt van het programma milieu door het leveren van producten en diensten die moeten bijdragen aan het realiseren van vastgestelde milieudoelstellingen. In termen van het Besluit Begroten en Verantwoorden 2004 (hierna: BBV) moet deze begroting van de DCMR daarom worden gezien als informatie voor de sturing van de uitvoering (uitvoeringsinformatie).
1.2
Doel
De begroting biedt inzicht in de werkzaamheden van de DCMR en het financiële kader waarbinnen deze worden verricht. Conform de BBV is deze begroting ingedeeld in de programma’s Milieubeheer en Bedrijfsvoering. Het programma Milieubeheer bevat alle bedrijfsgerichte activiteiten, zoals reguleren, inspecteren en handhaven, maar ook de ruimtelijke adviestaken en de activiteiten voor verbetering en bewaking van leefomgevingskwaliteit. In de dagelijkse uitvoering wordt verbinding gemaakt tussen de activiteiten om ervoor te zorgen dat het "bedrijf in zijn omgeving" wordt benaderd en de gebiedsgerichte kennis en taken worden gecombineerd met de bedrijfsgerichte uitvoering. Het programma Bedrijfsvoering bevat alle activiteiten die het programma Milieubeheer ondersteunen. De begroting heeft ten aanzien van de uit te voeren werkzaamheden een kaderstellend en richtinggevend karakter. De concrete invulling van de uit te voeren werkzaamheden wordt per participant in de werkplannen 2022 vastgelegd.
1.3
Leeswijzer
De begroting is ingedeeld in overeenstemming met de richtlijnen die zijn neergelegd in de artikelen 7 t/m 23 van het BBV. Dit heeft tot gevolg dat deze begroting uit twee delen bestaat; de beleidsbegroting (deel 1) en de financiële begroting (deel 2). Het eerste deel, de beleidsbegroting, bestaat uit de volgende onderdelen: -
Beleidskader (hoofdstuk 2); hierin worden de belangrijkste beleidsmatige ontwikkelingen op het werkterrein van de DCMR geschetst. Financieel kader (hoofdstuk 3); hierin worden de afrekensystematiek en financiële uitgangspunten toegelicht. Programmaplan (hoofdstukken 4 en 5); het programmaplan bevat de te realiseren programma’s (Milieubeheer, Bedrijfsvoering).
Begroting 2022
blad 7 van 36
-
Paragrafen (hoofdstuk 6); dit hoofdstuk geeft onder meer inzicht in de bedrijfsvoering en het weerstandsvermogen van de DCMR.
Het tweede deel, de financiële begroting, bestaat uit de volgende onderdelen: -
Overzicht van baten en lasten 2022 (hoofdstuk 7). Ontwikkeling van de baten 2020 - 2022 (hoofdstuk 8). Ontwikkeling van de financiële positie van de DCMR (hoofdstuk 9).
Begroting 2022
Blad 8 van 36
Deel 1: Beleidsbegroting
Begroting 2022
blad 9 van 36
2
Beleidskader 2.1
Inleiding
Het Rijnmondgebied wordt gekenmerkt door een grote bevolkingsdichtheid en een sterke concentratie van bedrijven en grote industrie. De bestuurlijke ambitie van de regio is erop gericht dat de ontwikkeling als economische topregio hand in hand gaat met behoud en verbetering van de leefkwaliteit en veiligheid. De regio verwacht een consequente en continue aandacht voor een gezond leefklimaat en veilige woon- en werkomgeving. Dat vergt een professioneel toezicht op en regulering van bedrijvigheid in de regio. De DCMR is daar al 50 jaar de uitvoerder van. Om de ambities te verwezenlijken en alle functies in dit drukke gebied te combineren, is een adequate ruimtelijke planvorming cruciaal. De Omgevingswet treedt (naar verwachting) in 2022 in werking en dat stelt nieuwe eisen aan de uitvoering van onze taken.
2.2
Meerjarenprogramma 2021-2024
In het Algemeen Bestuur van de DCMR is in december 2020 het Meerjarenprogramma (MJP) 2021-2024 vastgesteld. Hierin is aangegeven op welke wijze de DCMR invulling geeft aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen van de participanten door het inzetten van de VTH- en ruimtelijke en advies- instrumenten. Daarnaast wordt extra focus gelegd op aandachtsgebieden waar dit nodig wordt geacht om doelen te behalen of risico’s te beheersen. Daartoe worden in het MJP 13 focuspunten benoemd waaraan de komende vier jaren extra aandacht wordt besteed, naast de reguliere taakuitvoering. Per focuspunt formuleren we doelen in termen van te bereiken effecten en de activiteiten die bijdragen aan de realisatie van deze doelen. Hiermee is het MJP ook een instrument dat bijdraagt aan een sterke koppeling tussen beleidsvorming en uitvoering. Met dit MJP wordt voldaan aan de regels voor de beleidscyclus uit het Besluit omgevingsrecht. Daarin is vastgelegd dat voor de milieutaken die provincie en gemeenten overdragen een uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid moet worden vastgesteld. Dat beleid moet gebaseerd zijn op een risico- en omgevingsanalyse. Met het MJP wordt daaraan uitvoering gegeven. Het resultaat is een risicogerichte programmering van de basistaken.
De aansluiting tussen de beleidsvorming en de uitvoering is belangrijk om daarmee efficiëntie en slagkracht in de beleidscyclus te borgen. De DCMR gaat effect gestuurd werken aan het realiseren van de doelstellingen. Het eerste MJP beperkte zich tot de bedrijfsgerichte VTH taken. De ruimtelijke instrumenten zijn nu ook onderdeel van het nieuwe MJP. De focuspunten zijn gekozen op grond van de volgende criteria: Ze leveren een bijdrage aan de maatschappelijke doelen: veiligheid, gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid; Ze betreffen het bestuurlijk belang van de participanten; Ze weerspiegelen gezamenlijk de problematiek van meerdere participanten. Op basis van een omgevingsanalyse en een risicoanalyse zijn voor de periode 2021-2024 de volgende focuspunten in het MJP benoemd:
Opgave
Thema
Focuspunt
Veiligheid
Veiligheid
Procesveiligheid in de industrie
Veiligheid
Veiligheid
Beperken gevolgen incidenten bij calamiteiten
Veiligheid
Veiligheid
Veilige opslag en verwerking van gevaarlijke stoffen
Ondermijning
Ondermijning
Crimineel gedrag en ondermijning door bedrijven voorkomen
Leefbaarheid
Geur
Geurhinder voorkomen
Begroting 2022
Blad 10 van 36
Leefbaarheid Gezondheid
Geluid Lucht, afvalwater, afval, bodem
Geluid- en trillinghinder voorkomen Uitstoot van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) verminderen
Gezondheid
Lucht
Uitstoot van fijnstof en stikstof verminderen
Gezondheid
Asbest
Gezondheidsrisico’s m.b.t. asbest voorkomen
Duurzaamheid
Energie
Energieverbruik verminderen
Duurzaamheid
Energie
Duurzaamheid
Bodem
Energietransitie: meer duurzame energie/nieuwe brandstoffen toepassen Aanwezigheid van schadelijke stoffen in de bodem voorkomen
Duurzaamheid
Afval
Circulaire economie
De primaire taak van de DCMR is het werken aan een veilige, gezonde en schone leefomgeving. Dit zie je duidelijk terug in de diverse focuspunten binnen de thema’s veiligheid, gezondheid en leefbaarheid. Nieuw is de nadruk op duurzaamheid. Binnen dit thema zijn vier focuspunten benoemd die vanuit een maatschappelijke en bestuurlijke context belangrijker zijn geworden. De focuspunten betreffen: energiebesparing, energietransitie, schadelijke stoffen in de bodem voorkomen en bijdragen aan een circulaire economie. Door landelijke kaders en interne ambitiedocumenten mee te nemen in de uitwerking van de focuspunten houdt het MJP rekening met landelijke trends en organisatorische aandachtspunten, en is gericht op voorkomen, beheersen, verbeteren en verbinden. De samenwerking met de gemeentelijke en provinciale (duurzaamheids)programma’s is bovendien een accent dat meer aandacht krijgt.
2.3
Invoering Omgevingswet
Beleidsmatige veranderingen De invoering van de Omgevingswet heeft impact op de taken van de DCMR. Om deze veranderingen zo goed mogelijk voor te bereiden is sinds enkele jaren een programmateam Omgevingswet actief. Alle voor de DCMR en haar deelnemers relevante onderdelen uit de Omgevingswet zijn geborgd in vijf deelprogramma’s. Er is een programma ‘inhoud van de wet’ (deelprogramma 1), ‘DSO / processen’ (deelprogramma 2 en 4) ‘producten en diensten’ (deelprogramma 3) en ‘opleidingen en communicatie’ (deelprogramma 5). De belangrijkste (beleidsmatige) veranderingen voor de DCMR betreffen de volgende zaken: de aanpassing van de primaire werkprocessen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het inregelen van de systemen vanwege de nieuwe producten/instrumenten (denk aan de inkorting van de behandelingstermijn van een omgevingsvergunning van 26 naar 8 weken, de inregeling van de (provinciale) omgevingstafel, het aanpassen van alle sjablonen). Verder wordt in 2022 het zaaksysteem ‘RUDIS’ vervangen door nieuw zaaksysteem ‘Mozard- suite’ en ook daar worden de veranderingen vanuit de Omgevingswet in meegenomen. Ook wordt op dit moment gewerkt aan de aanpassing van de producten- en dienstencatalogus, veel producten heten straks immers anders of kennen een andere opzet. Eind 2020 is de nieuwe concept PDC ZH door het directeurenoverleg geaccordeerd.
Deze PDC zal met ingang van 2022 worden gebruikt in de werkplannen. de aanpassing van inhoudelijke kennis en vaardigheden van de medewerkers van de DCMR aan de vereisten van de Omgevingswet. De invoering van de Omgevingswet is een ook belangrijk thema in het nieuwe MJP (zie paragraaf 2.2) en de organisatorische doorontwikkeling van de organisatie in de komende jaren.
Begroting 2022
blad 11 van 36
Omvang financiële consequenties Omgevingswet De DCMR gaat (in principe) uit van een budgetneutrale overgang naar de Omgevingswet. Dit geldt voor de reguliere basis VTH-taken, maar ook de adviesproducten die de DCMR voor haar deelnemers maakt. Er is echter een belangrijke uitzondering op bovengenoemd uitgangspunt. Voor de specifieke advisering op de (milieu-)thema’s bodem, (externe) veiligheid en geluid verwacht DCMR voor haar deelnemers een extra financiële inspanning. Voor wat betreft het onderwerp ‘bodem’ gaat het dan om de zogenaamde ‘warme overdracht’ van de bodemtaken (van provincie naar gemeenten) waartoe ook een aantal VTH-taken behoort. Onduidelijk op dit punt is nog wat de omvang is van de middelen die overkomt van de provincie (en het Rijk) naar de gemeenten (laatstgenoemde worden straks bevoegd gezag voor een aantal bodemtaken). In deze begroting zijn de financiële consequenties hiervan nog niet meegenomen (zie ook hoofdstuk 3). Op dit moment wordt ook nog onderzocht wat de omvang van de verwachte financiële consequenties zijn van de wijzigingen voor de thema’s externe veiligheid en geluid. Verwacht wordt dat de veranderingen in ieder geval beperkter zijn dan voor het thema bodem. Tenslotte wordt rekening gehouden met frictiekosten in de eerste maanden na inwerkingtreding van de wet (wennen aan nieuwe instrumenten, andere werkwijzen etc).
De verwachting is op dit moment dat deze frictiekosten binnen de huidige begroting kunnen worden opgevangen. Invoeringsdatum Op dit moment is er nog geen definitieve zekerheid over het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Indien te lang wordt gewacht met het bieden van zekerheid worden bepaalde investeringen die nu worden gedaan ondoelmatig. Denk in dit geval aan het opleiden van medewerkers die, in het geval van een uitstel van bijvoorbeeld een tot twee jaar, weer opnieuw moeten worden opgeleid ( herhalingstrainingen). Ook moeten het kernteam Omgevingswet en regiowerkgroepen rondom de voorbereiding langer in de lucht worden gehouden. Verder zal het oefenen met de Omgevingswet waarschijnlijk worden herhaald en zullen er opnieuw inspanningen moeten worden gepleegd op de communicatie over de Omgevingswet (intern, maar ook richting de bedrijven). Dit zal tot extra kosten leiden die vooralsnog niet zijn begroot. Op dit moment gaat DCMR nog steeds uit van invoering per 1-1-2022. Hierop wordt vanuit het interne programmateam gestuurd.
Begroting 2022
Blad 12 van 36
3
Financieel kader 3.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt weergegeven binnen welk financieel kader de beleidsinzet uit het vorige hoofdstuk wordt uitgevoerd.
3.2
Financieel kader
In onderstaande tabel 1 wordt inzicht gegeven in de meerjarige financiële kaders van de participanten: Tabel 1 Meerjarenraming
Kader 2022
Kader 2023
Kader 2024
Kader 2025
Gemeente Albrandswaard
€
368.104 €
368.104 €
368.104 €
368.104
Gemeente Barendrecht
€
657.831 €
657.831 €
657.831 €
657.831
Gemeente Brielle
€
601.137 €
601.137 €
601.137 €
601.137
Gemeente Capelle a/d IJssel
€
550.462 €
550.462 €
550.462 €
550.462
Gemeente Goeree-Overflakkee
€
1.504.311 €
1.504.311 €
1.504.311 €
1.504.311
Gemeente Hellevoetsluis
€
593.407 €
593.407 €
593.407 €
593.407
Gemeente Krimpen a/d IJssel
€
521.109 €
521.109 €
521.109 €
521.109
Gemeente Lansingerland
€
1.567.144 €
1.567.144 €
1.567.144 €
1.567.144
Gemeente Maassluis
€
439.480 €
439.480 €
439.480 €
439.480
Gemeente Nissewaard
€
1.112.903 €
1.112.903 €
1.112.903 €
1.112.903
Gemeente Ridderkerk
€
966.779 €
966.779 €
966.779 €
966.779
Gemeente Schiedam
€
1.408.107 €
1.408.107 €
1.408.107 €
1.408.107
Gemeente Vlaardingen
€
1.779.120 €
1.779.120 €
1.779.120 €
1.779.120
Gemeente Westvoorne
€
502.125 €
502.125 €
502.125 €
502.125
Gemeente Rotterdam
€
20.354.525 €
20.354.525 €
20.354.525 €
20.354.525
Provincie Zuid-Holland
€
28.792.209 €
28.792.209 €
28.792.209 €
28.792.209
Provincie Zeeland
€
3.236.975 €
3.236.975 €
3.236.975 €
3.236.975
Projecten
€
7.575.000 €
7.575.000 €
7.575.000 €
7.575.000
Totaal participanten
€
72.530.728 €
72.530.728 €
72.530.728 €
72.530.728
3.3
Uitgangspunten
Bovenstaand financieel overzicht is gebaseerd op de volgende uitgangspunten en aannames:. I.
II.
Voor het structurele financiële kader van de gemeenten wordt rekening gehouden met een indexering van + 1,9 % op de werkplanbijdragen overeenkomstig de indexeringsbrief voor gemeenschappelijke regelingen. Deze indexering wordt door de deelnemende gemeenten vastgesteld op basis van de voorstellen van de Financiële Werkgroep Sturing Gemeenschappelijke Regelingen. Deze werkgroep heeft haar indexeringssystematiek geëvalueerd en aangepast met ingang van 2022. Er wordt nu ook een gewogen indexcijfer afgegeven die voor 80% is gebaseerd op de CPB index: ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’ en voor 20% door de Consumentenprijs index (CPI). De nacalculatie over de eerder afgegeven indices blijft en gaat tot drie jaar terug. De basisindex 2022 bedraagt: 1,4% en de correctie 0,5%. Bij de bepaling van het financieel kader van de provincie wordt rekening gehouden met de uitgangspunten uit de provinciale kaderbrief 2022. In deze brief heeft de provincie aangegeven het kader voor de loonkosten aan te passen op basis van de loonvoetontwikkeling sector overheid (1,5%) en het kader voor de materiële kosten te indexeren aan de hand
Begroting 2022
blad 13 van 36
1
III.
IV.
V.
VI.
VII.
VIII.
IX.
X.
van de nationale consumentenindex CPI (1,6%). Het gewogen gemiddelde van deze twee indices is 1,52%. Deze indexering wordt toegepast op het urendeel van het werkplan PZH. Het materiële deel van het werkplan wordt geïndexeerd met de CPI. De voornoemde indexeringen worden toegepast over de structurele componenten van de gewijzigde begroting 2021 van de participanten. Incidenteel toegekende budgetten en eventuele financieringen vanuit voorschotten worden hierin niet meegenomen. De financiering van de uitvoering van de provinciale VTH-taken wordt mede bepaald op basis van de kostprijssystematiek die in samenwerking tussen de provincie Zuid-Holland en Zuid-Hollandse omgevingsdiensten is ontwikkeld. Prognose en monitoring van het werkpakket en (gewenste) wijzigingen daarin - bijvoorbeeld ten aanzien van het bedrijvenbestand of uitvoeringsniveau - zullen op outputgerichte wijze worden beschreven en onderbouwd. In de gemeentelijke financiële kaders is rekening gehouden met de aanvullende bijdrage voor het realiseren van een robuuste meldkamer, conform de door het AB vastgestelde business case ‘ontwikkeling meldkamer’ op 12 december 2018. Met betrekking tot deze aanvullende bijdrage is afgesproken dat deze gefaseerd plaats vindt in de periode 2020 – 2022 (per jaar een derde van de aanvullende bijdrage erbij).
Voor de gemeenten die de toezichtstaken op asbest(verwijdering) naar de DCMR hebben overgeheveld, is in de kaders rekening gehouden met de financiële consequenties van de overheveling. Bij gemeentes waar de overheveling van deze taak nog niet heeft plaats gevonden, te weten Rotterdam en Goeree-Overflakkee, zitten de financiële consequenties daarom nog niet in het financieel kader. Zodra met de gemeenten Rotterdam en GoereeOverflakkee de samenwerkingsafspraken zijn gemaakt, zullen de financiële consequenties van deze taakuitvoering worden verwerkt via een begrotingswijziging. De DCMR gebruikt bij de gemeenten de basisbudgetsystematiek naar aanleiding van het vastgestelde Uitvoeringsbeleidsplan VTH. Het effect van de gehanteerde systematiek kan per gemeente verschillen, dit wordt dan ook per gemeente afgestemd in het kader van de werkplanvoorbereiding; De financiële consequenties van deze ontwikkelingen zijn alleen dan meegenomen in de begroting, wanneer de financiële kaders zijn aangepast met betrekking tot de systematiek. In de meerjarige financiële kaders van de provincie en gemeenten is (nog) geen rekening gehouden met de (mogelijke) financiële consequenties als gevolg van de invoering van de Omgevingswet aangezien op dit moment hierover nog onvoldoende duidelijkheid is. Zeker nu er wellicht sprake is van opnieuw een vertraagde datum van invoering.
Wanneer over de uitvoering meer duidelijkheid is en er meer concrete afspraken zijn gemaakt over de financiële omvang die gemoeid is met onder andere bijv. de overheveling van een aantal bodemtaken van provinciaal naar gemeentelijk bevoegd gezag, zal dit na afstemming in een begrotingswijziging 2022 worden verwerkt. Hierover zal naar verwachting in de zomer van 2021 meer duidelijkheid zijn. De DCMR gaat er vooralsnog vanuit dat de invoering van de omgevingswet geen nadelig effect op de hoogte van de totale begroting 2022 zal hebben en binnen het totale financieel kader zal kunnen worden ingepast. Wanneer de omgevingswet is ingevoerd zal de DCMR de (financiële) impact hiervan op haar bedrijfsvoering nauwgezet monitoren. Binnen de begroting van de DCMR is een zo efficiënt mogelijk ingerichte bedrijfsvoering een continu aandachtspunt. Dit komt o.a. tot uitdrukking in het aandeel van de kosten van het programma bedrijfsvoering op de totale begroting. Daar waar mogelijk zullen specifieke kostenbesparingen en efficiencyverbeteringen in de begroting worden benoemd.
Andere onderwerpen die binnen de bedrijfsvoering voor 2022 een speerpunt zijn en worden benoemd in de begroting: Digitalisering en datagedreven werken; HRM beleid: strategisch personeelsbeleid en het streven naar een inclusieve organisatie met creëren van participatiebanen en stageplekken; Continu aandacht voor duurzaam inkopen; Beheersing van de kosten externe inhuur voor ondersteunende taken. De DCMR voorziet voortdurende noodzaak tot het uitvoeren van projecten om de bedrijfsvoering up-to-date te houden. In het AB van december 2019 is besloten om hiervoor jaar-
1
Het gewogen gemiddelde voor het urendeel van het werkplan PZH wordt als volgt bepaald: De loonvoetontwikkeling (1,5%) telt voor 76,2% mee en de CPI (1,6) voor 23,8%.
Begroting 2022
Blad 14 van 36
XI. XII. XIII.
XIV.
XV.
XVI.
XVII.
XVIII.
2 3
lijks € 1 mln. in te passen in de exploitatiebegroting. Qua technische verwerking is in het bestuur afgesproken om wel met een bestemmingsreserve te blijven werken. Hoofdzakelijk omdat projecten vaak over jaargrenzen heen lopen en zo een goede sturing en bestuurlijke verantwoording kan worden geborgd. In de begroting wordt een dotatie van € 1 mln. aan de bestemmingsreserve per jaar opgenomen. Op basis van actueel inzicht wordt jaarlijks een onttrekking begroot. Omdat het gaat over bedrijfsvoeringsprojecten en niet over inhoudelijke innovatie/andere taken zal de onttrekking als totaalbedrag worden opgenomen in de begroting. Uiteraard wordt de begrote onttrekking en gerealiseerde onttrekking wel aan het bestuur voorgelegd. De bijdragen voor de overige dienstbrede projecten (I2, Ranomos, SKP, WeNose, Crisisbeheer en MOI) worden geïndexeerd met de verwachte tariefontwikkeling voor 2022. De omvang van de externe projectenportefeuille (additionele projecten) wordt geraamd op het verwachte niveau van 2021. De prijsindexering van de provincie Zeeland voor de uitvoering van de BRZO taken in Zeeland is nog niet bekend. De provincie beslist hier pas in een later stadium over. Vooralsnog wordt de bijdrage van de provincie Zeeland niet geïndexeerd.
Voor de taakuitvoering in Zeeland zal overigens wel de tariefstelling worden gehanteerd die wordt vastgesteld in het AB van de DCMR op 1 juli 2021. De in het AB vastgestelde systematiek voor bepaling van de uurtarieven van de GR/DCMR vormt de basis voor de financiële vertaling van uren naar geld. Een eventuele wijziging in uurtarieven 2022 kan in de werkplannen 2022 tot verschuivingen binnen het programma leiden. Conform de bestuurlijke P&C-kalender zal in het DB van 8 april 2021 de tariefstelling worden gesproken, rekening houdend met de kostenontwikkeling die voor 2022 wordt voorzien. De bijdragen van participanten in de meerjarenraming zijn vanwege onzekere vooruitzichten bij de overheid en overeenkomstig voorgaande jaren geïndexeerd met een percentage van 0%. In de begroting 2022 wordt uitgegaan van een ‘regulier’ begrotingsjaar waarbij eventuele consequenties van de Corona pandemie, zoals het aanpassen van het huisvestingsconcept, binnen de huidige financiële kaders worden opgelost. De begroting is meerjarig in evenwicht waarbij expliciet via de meerjarige VenW inzicht wordt gegeven (meerjarig) in de dotaties en onttrekkingen via de beschikbare bestemmingsreserves. De begroting is opgezet conform de vigerende financiële regelgeving (BBV). Dit betekent concreet: Er is een landelijk vastgestelde uniforme set van taakvelden.
Voor de DCMR is alleen het taakveld ‘ milieubeheer’ relevant; De door de participanten gezamenlijk vastgestelde prestatie-indicatoren worden opgenomen in het programma Milieubeheer; De kosten van de overhead en Vennootschapsbelasting (VPB) worden geraamd in een apart programma Bedrijfsvoering; Er wordt een meerjarig investeringsplan opgenomen; Er wordt een raming van de algemene dekkingsmiddelen opgenomen; Er wordt een raming van de post onvoorzien opgenomen; Er wordt een meerjaren balans en V&W opgenomen; Van de vijf landelijk vastgestelde financiële indicatoren zijn er voor de DCMR slechts 2 drie relevant . Deze worden opgenomen en toegelicht in de paragraaf Risicomanagement en weerstandsvermogen; 3 De vijf verplichte beleidsindicatoren worden opgenomen . De belangrijkste risico’s voor de DCMR zullen in de paragraaf Risicomanagement en weerstandsvermogen worden benoemd. Dit betreft zowel de belangrijkste financiële risico’s als de belangrijkste kwalitatieve risico’s. Voor de financiële risico’s wordt de relatie gelegd met het weerstandsvermogen, conform de uitgangspunten van de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen. De relevante financiële indicatoren zijn: solvabiliteit, netto-schuldquote en structurele exploitatieruimte. De beleidsindicatoren zijn: formatie, bezetting, overhead, inhuur en apparaatskosten per inwoner.
Begroting 2022
blad 15 van 36
4
Programma Milieubeheer 4.1
Inleiding
De DCMR geeft uitvoering aan haar werkzaamheden in een samenhangend programma Milieubeheer, waarin al haar primaire VTH- en advieswerkzaamheden zijn ondergebracht. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke werkzaamheden in 2022 binnen het programma Milieubeheer centraal staan. Dit aan de hand van beantwoording van drie vragen: -
Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Wat mag dat kosten?
4.2
Wat willen we bereiken?
In hoofdstuk 2 is beschreven wat de DCMR wil bereiken. De exacte uitwerking daarvan in 2022 wordt, binnen de kaders van de werkplannen, vertaald in een uitvoeringsprogramma volgens de hoofdlijnen die in de volgende paragraaf worden beschreven.
4.3
Wat gaan we daarvoor doen?
Reguleren en adviseren Vanuit de taken reguleren en advisering over ruimtelijke plannen en omgevingskwaliteit werkt DCMR aan een veilig en leefbaar Rijnmondgebied. Dit gebeurt onder meer door het opstellen van milieuvergunningen voor bedrijven in de Rijnmond. Het Rijnmondgebied kent circa 1000 vergunningplichtige bedrijven. Voor de bedrijven met de grootste risico’s voor milieu en veiligheid (Brzo-bedrijven) doet DCMR dat ook in de andere delen van Zuid-Holland en in Zeeland. Vanuit de taak reguleren zorgt DCMR voor het opstellen van reguleringsproducten die zijn gericht op bedrijven, activiteiten en evenementen, zoals: -
-
De Omgevingsvergunning, onderdeel milieu die tot stand komen met de uitgebreide of de reguliere voorbereidingsprocedure, zoals oprichting, revisie, verandering, wijziging voorschriften, intrekking, beperkte milieutoets (OBM) en Verklaring van geen bedenkingen (VVGB). Overige besluiten, zoals maatwerkvoorschrift, goedkeuringsbesluiten, vuurwerkverkoopvergunning en ontbrandingstoestemming. Meldingen, zoals de melding Activiteitenbesluit en de melding lozen buiten inrichtingen Beoordelen reguleringsproducten, zoals actualisatietoets (elke 5 of 10 jaar), BREF actualisaties en andere BBT actualisaties.
In het werkpakket komen o.a. de volgende bedrijfstakken voor: raffinaderijen, chemische industrie, voedingsmiddelenbedrijven, opslagbedrijven voor natte en droge bulkgoederen, opslagbedrijven met gevaarlijke stoffen, vuurwerkopslag en –evenementen, energieproducenten, metaal-, afval-, en agrarische bedrijven. Voor zowel vergunningverlening, toezicht als ruimtelijke ontwikkeling beschikt DCMR over specifieke expertises, zoals veiligheid, geluid, geurhinder, bodem, luchtkwaliteit, ondergrond, energie, circulaire economie en afvalwater. Vanuit deze kennisvelden wordt geadviseerd bij onder meer het opstellen van adviezen in het kader van Wabo-vergunningverlening, bij toezicht en handhavingsacties en de beleidsadviezen aan gemeenten en provincies. Daarnaast worden specifieke producten geleverd zoals
Begroting 2022
Blad 16 van 36
-
het uitvoeren van complexe modelberekeningen ter simulatie van invloed van activiteiten op de omgevingskwaliteit; het doen van milieumetingen en daarover rapporteren aan opdrachtgevers; het bijeenbrengen van milieu informatie zodat via GIS-kaarten de regio wordt geïnformeerd over de staat van de milieukwaliteit. In samenwerking met collega-omgevingsdiensten en kennisinstituten wordt ervoor gezorgd dat de juiste data en expertise beschikbaar zijn voor de vragen van nu en morgen.
In de ontwikkeling van de adviestaken van DCMR wordt een nadrukkelijk accent gelegd bij de aansluiting op de maatschappelijke opgaven van de opdrachtgevende gemeenten en provincies. Dit betreft bijvoorbeeld de opgaven op het gebied van circulaire economie, energietransitie, gezondheid en duurzaam ruimtegebruik. Dat betekent onder meer werken in multidisciplinaire teams en in samenwerking met organisaties binnen en buiten de Rijnmond. Uiteindelijk staat de kwaliteit van het adviesproduct centraal, opdat milieu en duurzaamheidsvraagstukken met technisch, juridisch en maatschappelijk-bestuurlijk adequate inzichten kunnen worden aangepakt in het Rijnmondgebied. Een belangrijk deel van de adviestaken van DCMR is gericht op de ruimtelijke plannen van participanten. Dit betreft bijvoorbeeld de juridische en ruimtelijke adviezen, Mer-adviezen en (hogere waarde) besluiten, die samenhangen met vergunningverlening, bestemmingsplannen en omgevingsplannen. In het Uitvoeringsplan VTH 2019-2022 is vastgelegd hoe het proces van vergunningverlening wordt georganiseerd, hoe wordt omgegaan met periodieke actualisatie van vergunningvoorschriften en met de vernieuwing van het regulerende instrumentarium. Daarbij hoort o.a.
de ontwikkeling van de Altijd actuele digitale vergunning (AADV), waardoor op elk moment voor overheden, inspecteurs en bewoners het actuele overzicht beschikbaar is van de geldende vergunningvoorschriften per bedrijf. De milieu-inhoudelijke prioriteiten in vergunningverlening en adviestaken zijn vastgelegd in het Meerjarenprogramma 2021-2024. Dit MJP bevat focuspunten die betrekking hebben op o.a. de veilige opslag van gevaarlijke stoffen, de emissiereductie van fijnstof en stikstof en de aanpak van Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Zowel in de regulende als adviestaken wordt tevens ingezet op nieuwe thema’s als circulaire economie en energietransitie. Toezicht en handhaving Datagedreven en programmatische aanpak De strategie voor de uitvoering van toezicht en handhaving is vastgelegd in het Uitvoeringsplan VTH, waarin ook de sanctiestrategie is beschreven. Om het niveau van uitvoering zoals bedoeld in het VTH Uitvoeringsplan te kunnen realiseren wordt ingezet op twee sporen: enerzijds het beheren en ontwikkelen van expertise en data en anderzijds het programmatisch organiseren van de VTH-taken. Met deze aanpak zet DCMR de beschikbare capaciteit voor toezicht en handhaving risicogericht in. De inspecties worden programmatisch aangepakt via brancheplannen teneinde vanuit een regionaal gelijk speelveld toe te zien op de naleving bij de 26.000 Rijnmond-bedrijven.
MJP In het Meerjarenprogramma (MJP) 2021-2024 zijn mede op basis van de collegeprioriteiten de prioritaire onderwerpen voor de komende jaren vastgelegd, zoals luchtkwaliteit, veiligheid, klimaat, circulaire economie, gezondheid en energiebesparing. In het MJP zijn ten aanzien van die onderwerpen focuspunten beschreven die leidraad zijn voor de VTH-taken. De aanpak van de maatschappelijke opgave waar we ons met toezicht op richten, werken we uit in de brancheplannen en uiteindelijk ook in de digitale checklisten die bij het toezicht worden gebruikt. DCMR werkt risicogericht wat betekent dat DCMR zich in eerste instantie richt op activiteiten/installaties binnen de inrichting die de grootste risico’s voor milieu en veiligheid met zich meebrengen. Borging van uitvoering van de controle op de focuspunten bij risicovolle bedrijven vindt plaats in een specifiek inspectieplan. Meldkamer Behalve voor het afhandelen van het jaarlijks nog steeds groeiende aantal klachten wordt de Begroting 2022
blad 17 van 36
meldkamer in toenemende mate ingezet voor het monitoren van andere omgevingssignalen, zoals die van e-noses of van geluidsmonitoren. Deze ontwikkeling van “toezicht op afstand” zal ook in 2022 worden doorgezet, en bijdragen aan de vernieuwing van het inspectieinstrumentarium. Het budget voor de meldkamer is hiertoe de afgelopen jaren verruimd naar aanleiding van de business case ‘Doorontwikkeling Meldkamer’ uit 2018. Uitbreiding van het sensornetwerk voor geluid in horecagebieden, zodat klachten en voorvallen voorkomen worden, en het slimmer inzetten van real-time geluidsmonitoring bij evenementen maken onderdeel uit van deze aanpak. Informatie en data-analyse voor toezicht Toezicht en handhaving worden risicogestuurd en datagedreven aangepakt. Onverminderd zal worden ingezet op verbetering van de informatiepositie van DCMR. Bedrijfs-en installatieoverzichten vormen de basis van onze werkzaamheden en dienen op orde te zijn. Hierdoor kan er risicogericht geïnspecteerd worden door bijvoorbeeld een checklist toe te passen op de meest risicovolle installaties. Om de toezichtcapaciteit optimaal in te kunnen zetten, zullen methoden die inzicht geven in de beschikbare data (‘data science’) steeds vaker worden ingezet. Ook specifieke bedrijfsonderzoeken vergen steeds meer inzicht in en analyse van data. DCMR versterkt het data-onderzoek in het toezichtproces.
Ook wordt bij het vergaren van informatie steeds meer gebruik gemaakt van nieuwe technieken als drones, satellietbeelden en directe toegang tot bedrijfsinformatie. De kennis en ervaring die tijdens de Coronatijd is opgedaan met toezicht op afstand, zal worden toegepast om het toezicht efficiënter en effectiever te maken. Uniforme aanpak voor Brzo bedrijven DCMR is als BRZO-OD (Omgevingsdienst voor de risicovolle bedrijven), verantwoordelijk voor de VTH-taken van alle BRZO- en RIE-4 bedrijven in Zuid Holland en Zeeland. Bij deze bedrijven wordt jaarlijks, naast de wabo-inspecties, een BRZO-inspectie uitgevoerd. Landelijk wordt samengewerkt met de andere Brzo-omgevingsdiensten en via Brzo+ met onder meer de veiligheidsregio’s, Inspectie SZW, OM en het Rijk. Vanuit de Brzo+ organisatie en de zes Brzoomgevingsdiensten wordt regie gevoerd op de uitvoering van VTH-taken bij Brzo-bedrijven en worden ontwikkeltrajecten geïnitieerd om de kwaliteit van de uitvoering te verbeteren. DCMR coördineert de uitvoering van een deelprogramma dat gericht is op uitvoering en monitoring van VTH-taken bij BRZO en RIE4 bedrijven. Aan de hand van de focuspunten in het MJP 2021-2024 worden afspraken gemaakt over de ontwikkelingen die de komende jaren moet worden opgepakt.
4.4
Kritische proces indicatoren
Voor het VTH instrumentarium zijn met participanten de kritische proces indicatoren afgesproken, zoals opgenomen in onderstaande tabel. Over deze indicatoren zal gerapporteerd worden in het jaarverslag 2021.
1
2
3
4
Omschrijving
Indicator
Doel
Streefwaarden
Op tijd verlenen van vergunningen reguliere procedures Op tijd verlenen van vergunningen uitgebreide procedures Uitvoeren actualisatieprogramma
% afgeronde besluiten binnen wettelijke termijn % afgeronde besluiten binnen wettelijke / afgesproken termijn % vergunningen geactualiseerd conform programma % uitgevoerde controles conform de jaarlijks bijgestelde planning voor de branches
Voorkomen dat vergunningen van rechtswege worden verleend (Lex Silencio Positivo) Op tijd eisen en maatregelen vastleggen tbv adequaat toezicht Het vergunningenbestand actueel houden
100 %
Programmatisch (preventief) toezicht risicogericht uitgevoerd, gericht op verbeteren naleefgedrag en beperken
100 %
Uitvoeren inspectieprogramma
Begroting 2022
85 %
100 %
Blad 18 van 36
5
Opvolgen sanctiematrix
4.5
% uitgevoerde acties conform de sanctiematrix
ernstige milieuovertredingen Voortvarende aanpak van de handhaving
100 %
Wat mag het kosten?
De financiële omvang van het programma Milieubeheer is bepaald aan de hand van de jaarrekening 2020, de vastgestelde werkplannen 2021 (gewijzigde begroting) en het financieel kader 2022. Het programma Milieubeheer wordt enerzijds ingevuld vanuit de werkplannen en werkplanprojecten van de participanten en anderzijds door additionele projecten, die door participanten en niet-participanten worden gefinancierd. Tabel 2 Programma Milieubeheer
(x € 1.000)
Begroting 2022
Primaire Begroting 2021
1e wijziging Begroting 2021
Jaarverslag 2020
€
48.595
€
50.128
€
48.171
Taakveld: milieubeheer
Resultaat programma Milieubeheer
- Baten €
49.382
- Lasten €
49.382
€
48.795
€
50.237
€
48.408
€
-
€
-200
€
-110
€
-238
De begroting 2022 is een indicatie voor de omvang van het programma. Tijdens de werkplanbesprekingen worden concrete afspraken gemaakt over de invulling en financiële omvang. De daling van de totale begroting 2022 ten opzichte van de gewijzigde begroting 2021 heeft te maken met het feit dat in de begroting 2021 incidentele bijdragen zijn opgenomen, die niet zijn meegenomen in de begroting 2022. Ondanks de indexering van het financieel kader door de gemeenten en provincie en de aanvullende bijdrage voor het realiseren van een robuuste 4 meldkamer , is de totale begroting 2022 lager dan de gewijzigde begroting 2021 (zie ook tabel 11).
4
Conform de door het AB vastgestelde business case ‘ontwikkeling meldkamer’ op 12 december 2018. Met betrekking tot deze aanvullende bijdrage is afgesproken dat deze gefaseerd plaats vindt in de periode 2020 – 2022 (per jaar een derde van de aanvullende bijdrage erbij). Begroting 2022
blad 19 van 36
5
Programma Bedrijfsvoering 5.1
Inleiding
In het programma Bedrijfsvoering zijn onder andere de kosten van de overhead opgenomen. Het BBV heeft overhead als volgt gedefinieerd: “het geheel aan taken en activiteiten gericht op de ondersteuning van medewerkers in het primaire proces”. Meer gespecificeerd betreft het: -
De loonkosten van sturingsfuncties en ondersteuningsfuncties, voor zover ze een indirect karakter hebben. ICT kosten. Huisvestingskosten. Kosten ten behoeve van uitbestede taken bedrijfsvoering
Naast de kosten van de overhead zijn in dit programma ook de (verwachte) omvang van de af te dragen vennootschapsbelasting (VPB), het saldo van de financieringsfunctie, de overige dekkingsmiddelen, de post onvoorzien en de kosten die gedekt worden door onttrekkingen uit de bestemmingsreserves opgenomen. De overige dekkingsmiddelen betreffen inkomsten die niet direct gerelateerd zijn aan een inhoudelijk programma en waarvoor geen bestedingsdoel is bepaald. Rechtmatigheidsverklaring Vanaf 2021 dient het Algemeen Bestuur van de DCMR een rechtmatigheidsverantwoording afgeven in de jaarstukken. De DCMR moet kunnen aantonen dat zij rechtmatig heeft gehandeld, d.w.z. financiële rechtmatigheid van de baten, lasten en balansmutaties van alle transacties. De Verbijzonderde Interne Controlefunctie die in 2021 is vormgegeven, ondersteunt de onderbouwing van de rechtmatigheidsverantwoording door het uitvoeren van interne controles.
5.2
Baten en lasten
In onderstaande tabel wordt inzichtelijk gemaakt wat de voor 2022 geraamde lasten en baten zijn voor het programma Bedrijfsvoering. De kosten van de overhead maken, conform het vernieuwde BBV, onderdeel uit van het taakveld ondersteuning organisatie. Ter vergelijking is de zowel de primaire als de gewijzigde begroting 2021 en de realisatie 2020 opgenomen. Tabel 3: Programma Bedrijfsvoering
(x € 1.000)
Begroting 2022
Primaire Begroting 2021
1e wijziging Begroting 2021
Jaarverslag 2020
Taakveld: ondersteuning organisatie - Baten €
23.148
€
22.062
€
22.755
€
21.807
- Lasten €
23.904
€
22.042
€
23.621
€
20.344
- Onttrekkingen en dotaties bestemmingsreserves
€
656
€
50
€
826
€
471
- Post onvoorzien
€
-
€
-
€
-
€
133
- Saldo financieringsfunctie
€
-
€
-
€
-
- Overige dekkingsmiddelen €
100
€
130
€
150
€
-
€
1
€
-
€
-
€
200
€
110
- Vennootschapsbelasting Resultaat programma Bedrijfsvoering
Begroting 2022
€ € € €
133 1.936
Blad 20 van 36
5.3
Toelichting
Een belangrijke grondslag voor het ramen van de overhead is de vastgestelde formatie voor sturings- en ondersteuningsfuncties door de DCMR. Deze formatie is financieel vertaald op basis van de functiekosten voor betreffende functies. Alleen het deel van de functiekosten, dat niet declarabel is, wordt tot de overhead gerekend. In de begroting is de definitie voor overhead uit het BBV gevolgd. Dit heeft als consequentie dat een aantal kostenposten, dat in ruimere definities ook als overhead gezien kunnen worden, hierin niet zijn verdisconteerd. Voorbeelden hiervan zijn: overige personeelskosten, opleidingen, leasekosten, documentatie en communicatie, dienstkleding en abonnementen. Door de integrale kostprijsbenadering die de DCMR hanteert, is het uitgangspunt dat de kosten van de overhead verdisconteerd zijn in zijn tariefstelling. Door middel van het realiseren van directe, declarabele uren in de primaire processen worden baten gerealiseerd waarmee naast de kosten primair proces ook de kosten van de overhead worden gedekt. Alle baten van de DCMR zijn direct gerelateerd aan het inhoudelijke programma Milieubeheer en er is geen beleidsvrije ruimte voor onvoorziene uitgaven. De DCMR raamt daarom de posten onvoorzien als nihil. De begrote kosten overhead 2022 bedragen k€ 23.148.
De stijging van de kosten ten opzichte van de realisatie 2020 wordt enerzijds veroorzaakt door de prijsindexering, maar vooral door een verwachte stijging van de materiële ICT lasten. Deze stijging heeft te maken met de transitie naar een datagedreven organisatie en de stijgende beheerslasten als gevolgd van de bijbehorende investeringen. In de begroting 2022 wordt geen rekening gehouden met eventuele negatieve financiële effecten als gevolg van de Corona pandemie. Het uitgangspunt is dat 2022 een regulier jaar wordt (zie ook hoofdstuk 3). De realisatie van de meer- en minderkosten van Corona in 2020 heeft ook geleerd dat Corona geen direct negatief heeft gehad op de exploitatie van de DCMR. De minderkosten wogen in 2020 meer dan op tegen de meerkosten dat de pandemie met zich bracht. De DCMR heeft de ambitie om als excellente organisatie voor VTH, advies en omgevingsdata de kwaliteit en het resultaat van haar werkzaamheden te optimaliseren. De ambitie van een datagedreven, excellente DCMR-organisatie vraagt om een professionalisering van de informatiefunctie van de DCMR. De rol van informatie in de primaire processen en de bedrijfsvoering van de DCMR wordt steeds groter. Dit past bij de algemene ontwikkeling in organisaties waarbij informatie steeds meer een integraal en sturend onderdeel wordt van de werkprocessen.
Binnen vele overheidsorganisaties is dit zichtbaar door een toenemende inzet op het gebied van ICT. Met ingang van 2022 wordt digitalisering en informatievoorziening geheel gefinancierd binnen de exploitatie, conform het besluit van het algemeen bestuur in december 2019. De randvoorwaarden waarbinnen de financiering uit eigen exploitatie plaats vindt zijn; de tariefsontwikkeling loopt gelijk op met de kostenontwikkeling, scherpe sturing op de exploitatie en de mogelijkheid om binnen de VTH-uitvoering ruimte vrij te spelen voor investering in VTH-digitalisering. Qua technische verwerking wordt met een bestemmingsreserve gewerkt om fluctuaties in de behoefte en jaargrensoverschrijdende uitvoering van projecten gemakkelijker te kunnen verwerken. Jaarlijks begroot de DCMR €1 mln als dotatie aan de bestemmingsreserve modernisering bedrijfsvoering. Op basis van actueel inzicht wordt jaarlijks een onttrekking begroot en als totaal bedrag opgenomen in de begroting. Voor 2022 wordt uitgegaan van een begrote onttrekking van €1 mln. De voorziene projecten en ontwikkelingen in 2022 zijn: vervanging van het zaaksysteem, de afronding van de implementatie van Office 365, ontwikkeling van de website, de Begroting 2022
blad 21 van 36
afronding van de implementatie Omgevingswet (technische aanpassingen via de bestemmingsreserve) en implementatieactiviteiten ten aanzien van datakwaliteit en digitale gegevensuitwisseling. De implementatie van de Altijd Actuele Digitale Vergunning loopt door in 2022. Door data-analyse en gebruik van ICT-mogelijkheden is het mogelijk om in de VTH-uitvoering meer risicogericht te werken en daarmee met dezelfde inzet een groter resultaat en meer kwaliteit te realiseren. Ook voor de uitvoering van adviestaken kan met een verbeterde informatiepositie de kwaliteit en snelheid van de adviesproducten worden vergroot. Daarnaast biedt de investering in datagedreven uitvoering ook efficiencymogelijkheden: de beschikbare inzet kan immers scherper worden geprioriteerd. Tot slot wordt met het verbeteren van het applicatielandschap ook ingezet op het gemakkelijk en veilig uitwisselen van gegevens met bedrijven, participanten en andere omgevingsdiensten en een transparante en betrouwbare presentatie van openbare informatie. De DCMR is in gesprek met de belastingdienst over haar status als ‘VPB ondernemer’. De afgelopen jaren is gebleken dat de DCMR structureel fiscaal gezien geen winst maakt op haar VPB belaste activiteiten. Hierdoor is telkens een nul aangifte gedaan.
Door voortschrijdend inzicht heeft de DCMR het standpunt dat ze niet (meer) voldoet aan de criteria voor VPB ondernemer en dat vanaf begrotingsjaar 2022 afgezien kan worden van aangifte. Als omgevingsdienst hecht DCMR veel belang aan duurzaamheid ook in de eigen bedrijfsvoering en in de contacten met externe organisaties. DCMR vindt het belangrijk dat in inhuur- en offerte-trajecten de inschrijvers in hun bedrijfsvoering rekening houden met maatschappelijk verantwoord ondernemen, duurzaamheid en milieu. DCMR houdt daarom bij inkopen van producten en diensten zoveel als mogelijk rekening met duurzaamheidsaspecten als onderdeel van de kwaliteit van het in te kopen product of dienst. In 2020 zijn bij vier Europese aanbestedingen deze kwaliteitseisen meegewogen, te weten levering dienstkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen, lease en beheer van de voertuigen, onderhoud van de gebouwgebonden technische installaties en de schoonmaak en glasbewassing. Deze aanbestedingen zijn facilitair van aard. DCMR onderzoekt hoe deze kwaliteitseisen in de toekomst ook verwerkt kunnen worden in aanbestedingen met betrekking op bijvoorbeeld ICT. HR draagt bij aan een proactieve, wendbare DCMR. Onze medewerkers zijn de spil en de kracht van onze organisatie en daarom investeren wij nog meer in de (kennis) ontwikkeling en het werkgeluk van de medewerkers.
We leggen de verantwoordelijkheden laag in de organisatie en dit vraagt leiderschap van medewerkers én management. Het DCMR leiderschapstraject “verbindend leiderschap in beweging” is ontwikkeld en wordt de aankomende periode breed uitgerold. Daarnaast ligt er een focus op het ontwikkelen van onze medewerkers door het vergroten van kennis en kunde door middel van (online) trainingen, workshops en intervisie. In het aankomende jaar ligt daarbij de nadruk op datagedreven werken en opgavegericht samenwerken. We zijn daarnaast intensief bezig met werkgeversmerk. We willen de juiste talenten binnenhalen en deze talenten blijven binden en boeien. Zo gaan wij studenten actief benaderen via scholen om stage bij DCMR te gaan lopen. DCMR heeft aandacht voor inclusiviteit. Wij maken optimaal gebruik van de diversiteit van talenten en vermogens zowel binnen DCMR als op de arbeidsmarkt en streven er naar om mensen met arbeidsbeperkingen op te nemen bij DCMR. Wij zorgen ervoor dat onze medewerkers duurzaam en vitaal bij ons werken. Duurzame inzetbaarheid en vitaliteit staan naast werkgeluk voorop bij DCMR. Door de covid-19 periode heeft DCMR gezien dat zij een flexibele organisatie is. Binnen DCMR gaan we aan de slag met de “lessons-learned”. Er wordt een nieuw werk(plek) concept ontwikkeld waarin plaats- en tijdbewust werken en digitaal (samen) werken uitganspunten zijn.
HR zal de organisatie adviseren en ondersteunen in deze ontwikkeling.
Begroting 2022
Blad 22 van 36
6
Paragrafen 6.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat een aantal paragrafen, dat op grond van het BBV moeten worden opgenomen. Achtereenvolgens worden in deze paragrafen de volgende onderwerpen behandeld: 6.2
Lokale heffingen Weerstandsvermogen Risicomanagement Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Verbonden partijen
Lokale heffingen
De DCMR legt in principe geen lokale heffingen op. 6.3 6.3.1
Weerstandsvermogen Algemeen
De paragraaf weerstandsvermogen geeft een beschouwing over de kwaliteit van de vermogenspositie van de DCMR op lange termijn. Het weerstandsvermogen is het vermogen om financiële tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat de doelrealisatie in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen geeft samen met het begrotingsresultaat, het verloop van de investeringen, financiering, reserves en voorzieningen en de uitkomsten van de meerjarenraming een indicatie van de financiële positie van de DCMR. De paragraaf weerstandsvermogen bevat volgens de voorschriften vanuit het BBV tenminste: a. b. c. d.
een inventarisatie van de (beschikbare) weerstandscapaciteit het beleid over de weerstandscapaciteit en de risico’s een inventarisatie van de risico’s een aantal gedefinieerde financiële indicatoren
6.3.2
Weerstandsvermogen DCMR
Weerstandsvermogen Om het weerstandsvermogen te kunnen bepalen is inzicht nodig in de feitelijk aanwezige weerstandscapaciteit (‘de reserves’) en in de omvang van de risico’s; de benodigde weerstandscapaciteit. De verhouding tussen benodigde en aanwezige middelen heet de ratio van het weerstandsvermogen. In een formule: (Ratio) Weerstandvermogen =
Weerstandscapaciteit (reserves) Benodigde weerstandscapaciteit
Met deze ratio wordt helder gemaakt in welke mate de DCMR beschikt over een financiële buffer om financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Het Algemeen Bestuur heeft een bandbreedte voor deze ratio vastgesteld van 1,0<x<1,4. De aan te houden weerstandscapaciteit is dan tenminste net zo groot als de benodigde weerstandscapaciteit. In risicomanagementmodellen wordt deze bandbreedte als ‘voldoende’ geclassificeerd.
Begroting 2022
blad 23 van 36
Weerstandscapaciteit (beschikbaar) Voor het bepalen van de beschikbare weerstandscapaciteit wordt meegenomen: -
De algemene reserve. Het vrij besteedbare deel van de bestemmingsreserves. Het deel van de bestemmingsreserves dat via meerjarenplannen al bestemd is, wordt niet meegenomen. De post onvoorzien.
Daar waar deze buffer geen uitsluitsel biedt, voorziet artikel 34 van de Gemeenschappelijke Regeling, waarin de financiële verantwoordelijkheid van de gezamenlijke participanten is vastgelegd. De ontwikkeling van de beschikbare weerstandscapaciteit is in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 4: Ontwikkeling beschikbare weerstandcapaciteit (x € 1.000)
Stand
Stand per 1 januari 2022
€
1.926
Mutatie Algemene reserve 2022 vanuit bestemmingsreserves 2021 Mutatie Algemene reserve 2022 vanuit bestemming resultaat 2021 Begroting post Onvoorzien Mutatie vrij besteedbaar deel bestemmingsreserves 2022
€
-
€
-
€ €
-
Stand per 31 december 2022
€
1.926
Voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit worden de risico’s geclassificeerd conform een vastgestelde classificatiemethodiek. De risico’s met een (zeer) hoge financiële impact, risicocategorie Hoog en Zeer Hoog vormen onderdeel van het benodigd weerstandsvermogen, zij worden beschouwd als risico’s van materieel belang. Er wordt daarbij uitgegaan van het netto risico, dus het resterend risico als de aanwezige beheersmaatregelen in beschouwing worden genomen. De classificatie van de kans leidt tot een wegingsfactor; een percentage van het bedrag dat wordt aangehouden in de weerstandscapaciteit. 6.4 6.4.1
Risicomanagement Algemeen
Om de doelstellingen van de DCMR ook in de toekomst te kunnen realiseren en de gewenste kwaliteit te kunnen blijven leveren treft de DCMR maatregelen ter behoud van een goede reputatie en een duurzaam gezonde financiële situatie. Eén van deze maatregelen is de risicomanagementcyclus. Risico’s worden binnen de DCMR opgehaald in risicogesprekken van het management. Risico’s zijn onzekere gebeurtenissen met oorzaken, een kans van optreden en gevolgen voor doelstellingen. Er is sprake van een menselijke, organisatorische of technische/juridische oorzaak of een ontwikkeling van buitenaf waardoor de onzekere gebeurtenis zich kan voordoen. Het voordoen van de gebeurtenis kan gevolgen hebben voor geld, tijd, kwaliteit, veiligheid of reputatie. Niet elk risico heeft een financieel gevolg. De risicomanagementcyclus is gebaseerd op de theorie van Risicoleiderschap. Risicomanagement is niet bedoeld om alle onzekerheid over doelrealisatie weg te nemen, maar om de weerbaarheid van de organisatie te vergroten. De gekozen methodiek is praktisch toepasbaar en geïntegreerd in de reguliere managementtaken.
Begroting 2022
Blad 24 van 36
Volledigheid is niet het streven, doel is het identificeren en adresseren van de meest relevante en actuele risico’s t.a.v. de doelrealisatie, waaronder de risico’s met grote financiële impact. De DCMR hanteert conform de nota risicomanagement en weerstandsvermogen DCMR 20202023, een opslag van 20% op het benodigd weerstandsvermogen. 6.4.2
Inventarisatie risico’s
Ook In 2022 zullen de eerder geïdentificeerde risico’s worden geactualiseerd en aangevuld.. Gedurende het jaar zullen deze risico’s worden gemonitord en gestuurd op de beheersing hiervan door middel van het toepassen van reducerende maatregelen. Hoge risico’s (materieel belang) Er zijn drie hoge risico’s met financiële gevolgschade van materieel belang geïdentificeerd. Deze hebben gevolgen voor de weerstandscapaciteit. Omschrijving
Kans
Risico categorie
Financieel gevolg bedrag x €1000
1. Overschrijding I-projecten.
70%
Hoog
€ 263
2. Bedreiging continuïteit bedrijfsprocessen door verouderde soft- en hardware.
70%
Hoog
€ 263
3. Te lage gerealiseerde declarabiliteit.
70%
Hoog
€ 711
Totaal benodigde weerstandscapaciteit
x 1,2
€ 1.483
Toelichting: - ad 1: de afgelopen jaren zijn al diverse risico reducerende maatregelen genomen (bijv. aanpassingen in de governance, het aanstellen van een portfoliomanager en betere forecasting. Tegelijk lopen er nog veel projecten op een kritisch tijdpad en in afhankelijkheid met elkaar. In 2022 wordt verder geïnvesteerd in de doorontwikkeling van het portfoliomanagement en de borging van projectbeheersing. - ad 2: door Corona is een aantal prioriteiten verschoven, waardoor een aantal belangrijke automatiseringsprojecten zijn uitgesteld naar 2021 en verder. In 2021 wordt met de roadmap automatisering systematisch gewerkt aan het op orde brengen van de basis dat ook in 2022 nog zijn beslag zal hebben. - ad 3: de onzekerheid van de declarabiliteit is bepaald op 1,5%, met een kansklasse IV (hoog). Oorzaken die aan deze onzekerheid ten grondslag liggen, zijn de organisatieontwikkeling met nieuwe (programma)managementfuncties en aangepaste productiviteitsnormen; een verhoogde opleidingsdruk als gevolg van POB, de invoering van de Omgevingswet en de introductie van nieuwe systemen; mogelijk minder fysiek toezicht als gevolg van COVID; het opnemen van bovenmatig verlof i.v.m. de afbouwafspraken. Hoge risico’s (niet-materieel) Eén risico met andere dan financieel-materiële gevolgen, staat als Hoog geclassificeerd. Omschrijving
Kans
Risico categorie
Gevolg
De aantasting van de fysieke en mentale gezondheid van medewerkers als gevolg van de COVID-maatregelen.
70%
Hoog
Kwaliteit Veiligheid (van de werkomstandigheden) Directe financiële gevolgschade is beperkt.
Toelichting: Dit risico neemt toe naarmate de COVID-maatregelen langer aanhouden. Hoewel het uitgangspunt is dat 2022 een regulier jaar qua uitvoering van taken zal zijn, zullen de effecten van de pandemie naar verwachting nog doorwerken in de fysieke en mentale gezondheid nog doorwerken. De DCMR acteert door te sturen op persoonlijke aandacht voor het welzijn Begroting 2022
blad 25 van 36
van de medewerkers, ruimte voor maatwerkafspraken, het delen van best practices, het faciliteren van Arboverantwoord materiaal, aandacht voor thuiswerkomstandigheden en vitaliteit. Bedrijfsmaatschappelijk werk is betrokken.
Ratio weerstandsvermogen Op basis van de benodigde weerstandscapaciteit en de aanwezige weerstandscapaciteit wordt de ratio weerstandsvermogen berekend. Ratio weerstandsvermogen = 1.926 k€ = 1,3 1.483 k€
De ratio blijft hiermee binnen de norm van 1,0<x<1,4. 6.4.3
Financiële en beleidsindicatoren
De indicatoren in onderstaande tabellen 5 en 6 zijn overeenkomstig de voorschriften van BBV berekend: Tabel 7:
Netto schuldquote: De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de DCMR ten opzichte van het eigen vermogen en geeft een indicatie van de druk van rentelast en aflossingen op de exploitatie. Ten opzichte van de 2019 (-4.4%) blijft de netto schuldquote in Jaarverslag 2020 (4.5%) ongeveer gelijk. In 2019 en 2020 was de omvang van de uitzettingen dusdanig hoog dat dit kengetal zelfs negatief was. Solvabiliteitratio: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de DCMR in staat is aan haar schulden te voldoen. De verwachting in dat de omvang van het eigen vermogen ten opzichte van 2020 zal afnemen door daling van de omvang van de bestemmingsreserves in 2021. Hierdoor daalt de solvabiliteit enigszins. Voor de jaren 2022 en verder wordt een gelijke dotatie en onttrekking begroot waardoor de solvabiliteit niet verder zal dalen. De beschikbare weerstandscapaciteit valt echter nog binnen de bandbreedte van de benodigde weerstandscapaciteit (zie 6.3.2). Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de structurele baten en lasten in evenwicht zijn. De verwachting voor 2022 is dat er de structurele baten en lasten in evenwicht zijn en er geen incidenteel resultaat zal zijn, waardoor ratio nul is. In het jaarverslag 2020 was de ruimte positief door het gerealiseerde exploitatieresultaat van ruim € 1,9 miljoen.
Begroting 2022
Blad 26 van 36
5
Tabel 8 :
Beleidsindicatoren Formatie (FTE per 1.000 inwoners) Bezetting (FTE per 1.000 inwoners) Apparaatskostenn per inwoner Externe inhuur Overhead
Jaarverslag Begroting Begroting 2022 2020 2021 0,15 0,14 0,16 0,14 0,13 0,14 € 17,00 € 16,31 € 18,19 14,7% 16,2% 14,7% 31,9% 31,1% 31,9%
In bovenstaande tabel is ter informatie de ontwikkeling van de voor gemeenten en provincies verplichte beleidsindicatoren uit het taakveld bestuur en ondersteuning opgenomen. Aangezien het werkveld van de DCMR geen directe relatie heeft met de omvang van inwoneraantal van de provincie Zuid Holland hebben deze indicatoren een beperktere toegevoegde waarden dan bij gemeenten. Externe inhuur De beheersing van de omvang van de externe inhuur is ook in 2022 een nadrukkelijk punt van aandacht. De verwachting is dat deze indicator wat lager zal zijn dan de begroting 2021 omdat naar verwachting veel vacatures bij de afdeling Bedrijfsvoering in 2022 zullen zijn ingevuld, waardoor minder behoefte aan (duurdere) inhuur zal ontstaan. De afgelopen jaren is veel tijdelijke dure expertise ingehuurd om de basis voor de datagedreven organisatie in te richten. De DCMR is in 2022 zo ver dat de volgende fasen met steeds meer eigen personeel kan worden ingevuld. De verwachte daling van het overheadpercentage (t.o.v. de totale exploitatie) in 2021 zal naar verwachting in 2022 niet gehandhaafd kunnen worden. Dit komt vooral door de stijging van met name de ICT kosten (zie ook hoofdstuk 5). Het overheadpercentage zal op het niveau van 2020 uitkomen. 6.5