Bijlage 1 Transitievisie Warmte Maassluis concept 5 oktober
Tekst van het document
Transitievisie Warmte Maassluis
Datum: 5 oktober 2021 Projectnummer: 1888 Status: Concept Auteur(s): Kirsten Spruijt en Menno Schokker
Merosch B.V. Eendrachtsweg 3 2411 VL Bodegraven
T E I
0172 - 65 12 64 info@merosch.nl www.merosch.nl
KVK BTW IBAN
27311612 NL8224.23.066.B01 NL80 TRIO 0197 8235 99
Inhoudsopgave Voorwoord ......................................................................................................................................................... 3 Samenvatting ..................................................................................................................................................... 4 1
Inleiding...................................................................................................................................................... 6
2
Leidende principes en uitgangspunten ...................................................................................................... 8
3
Warmtetransitie Maassluis ......................................................................................................................... 9 3.1
Tot 2050 ........................................................................................................................................... 10
3.2
Tot 2030 ........................................................................................................................................... 12
3.3
Vanaf 2022....................................................................................................................................... 17
3.4
Samengevat vanaf 2022 tot 2050 .................................................................................................... 23
4
Wat betekent dit voor de Maassluizer? ................................................................................................... 24
5
Wat zijn de vragen en zorgen van de Maassluizer? ................................................................................ 25
Bijlagen ............................................................................................................................................................ 29 Bijlage 1: Argumentatie warmtetransitiekaart Maassluis 2050 .................................................................... 30 Bijlage 2: Analyse kenmerken Maassluis (de vraag) ................................................................................... 43 Bijlage 3: Analyse warmte-alternatieven (het aanbod) ................................................................................ 56 Bijlage 4: Vergelijkende analyse warmtetransitie rekenmodellen ............................................................... 67 Bijlage 5: Mate van duurzaamheid warmte-alternatieven ........................................................................... 71 Bijlage 6: Toelichting maatschappelijke kosten ........................................................................................... 73 Bijlage 7: Veel gestelde vragen Maassluizers en antwoorden .................................................................... 79
2
Voorwoord Beste Maassluizer, Voor u ligt onze Transitievisie Warmte, het plan om Maassluis aardgasvrij te maken en tegelijkertijd te kunnen blijven voorzien in een van de meest basale levensbehoeften: een warm thuis. Dit plan hebben we samen met onze partners, woningcorporatie Maasdelta, Stedin en de provincie opgesteld. Via vragenlijsten en digitale bijeenkomsten hebben we ook geprobeerd om zoveel mogelijk vragen, zorgen en ideeën bij u als inwoner van Maassluis op te halen. Deze zijn ook verwerkt in de visie. Maassluis aardgasvrij maken, dat doen we niet in één keer, maar stap voor stap. Belangrijk daarbij is dat het haalbaar en betaalbaar is voor al onze inwoners. Daarvoor zijn we in belangrijke mate afhankelijk van de Rijksoverheid. Zonder extra geld en duidelijke wet- en regelgeving is het niet mogelijk om deze visie volledig uit te voeren. We hopen dat deze visie u inzicht geeft in het te volgen pad naar een aardgasvrij Maassluis zoals wij dit nu voor ons zien. Om aan te sluiten bij de nieuwste technologische ontwikkelingen zal de visie elke 5 jaar geactualiseerd worden. We vinden het belangrijk u te blijven betrekken bij het proces om tot een aardgasvrij Maassluis te komen. Deze transitie doen we samen met u als inwoner, onze bedrijven en andere partijen die actief zijn Maassluis. Iedereen kan bijdragen aan de verduurzaming van Maassluis.
Energie besparen is altijd een goed idee, denk aan het isoleren van uw woning, maar ook aan kleinere maatregelen zoals tochtstrips of radiatorfolie. Ook kunt u alvast overstappen naar elektrisch koken, onafhankelijk van wat het alternatief wordt in uw wijk. Want wat u doet telt. Maassluis, juni 2021 Sjef Evers en Sjoerd Kuiper
3
Samenvatting In het Klimaatakkoord is afgesproken dat onze energievoorziening in 2050 bijna helemaal CO 2-neutraal moet zijn. Daarom gaan we stoppen met het gebruik van aardgas. Alle Nederlandse gemeenten moeten hiervoor een zogenaamde Transitievisie Warmte (TVW) vaststellen. Dit is een beleidsdocument met de eerste plannen om de gebouwde omgeving van Maassluis aardgasvrij te maken. We kijken hierbij vooruit tot het jaar 2050. Deze Transitievisie Warmte is tot stand gekomen door een nauwe samenwerking tussen de gemeente Maassluis, provincie Zuid-Holland, woningcorporatie Maasdelta, netbeheerder Stedin en de adviesbureaus Merosch en BRUIS advies. In ongeveer een jaar tijd is er een technisch-economisch onderzoek uitgevoerd. Ook hebben de inwoners en bedrijven van Maassluis informatie gekregen over de warmtetransitie en konden zij hun ideeën en zorgen delen. De resultaten van dit onderzoek en de samenwerking vormen deze Transitievisie Warmte.
Leidende principes en uitgangspunten Door geen aardgas meer te gebruiken, kunnen we Maassluis toekomstbestendig en duurzamer maken. Dat kan alleen als deze overstap haalbaar en betaalbaar is voor iedereen in Maassluis. Dit is dan ook een belangrijk uitgangspunt voor deze visie. Bij de haalbaarheid en betaalbaarheid speelt de overheid een grote rol. We kunnen deze plannen namelijk alleen uitvoeren met hulp en ondersteunende wet- en regelgeving vanuit de overheid. Hiernaast is het uiteindelijke doel een CO2-neutrale gemeente. Dit is dus ook een belangrijk uitgangspunt. Verder wordt Maassluis niet in één keer aardgasvrij. We doen dit stap voor stap. Het is een proces waarbij we samen optrekken met onze inwoners, bedrijven en andere partners. Tot slot weten we nu al dat deze visie zal veranderen door technische en maatschappelijke ontwikkelingen. Om te zorgen dat de plannen aansluiten bij nieuwe technieken en inzichten, zal deze visie iedere vijf jaar vernieuwd worden.
De route naar een aardgasvrije Maassluis in 2050 Deze route is ingedeeld in drie tijdspaden: • • •
Tot het jaar 2050: we hebben een beeld van de grootte en aanpak van de warmtetransitie-opgave en de mogelijke technieken. Tot het jaar 2030: we hebben een beeld van toekomstige projecten tot 2030 met de meest voor de hand liggende techniek. Vanaf het jaar 2022: we weten wat voor projecten we gaan opstarten in het jaar 2022. Dit kunnen echte projecten worden: de locatie, welke technieken, de aanpak en vervolgstappen zijn bekend en concreet.
Op de volgende bladzijde is de kaart met de warmtetransitie van Maassluis te zien. Deze kaart is een weergave van de uitkomsten in deze Transitievisie Warmte. Hieronder worden per tijdspad (tot 2050, tot 2030 en vanaf 2022) de belangrijkste uitkomsten en uitgangspunten uitgelegd. Tot het jaar 2050 Uit het technisch-economische onderzoek wordt duidelijk dat op dit moment twee technieken de meest voordelig en kansrijk zijn voor Maassluis: een collectief warmtenet (stadsverwarming) en all-electric (warmtepompen). Een vorm van duurzaam gas, zoals waterstof of groen gas, wordt nu niet als kansrijk gezien. Dit soort gas is namelijk niet voldoende beschikbaar en het is nu nog erg kostbaar. Toch wordt het niet uitgesloten voor de toekomst. We houden de ontwikkelingen goed in de gaten. Het grootste gedeelte van Maassluis zal zeer waarschijnlijk overgaan op een collectief warmtenet (stadsverwarming). Dit is mogelijk, omdat er meerdere warmtebronnen in de omgeving aanwezig zijn of nog 4
zullen komen. Bijvoorbeeld geothermie/aardwarmte en restwarmte uit de Rotterdamse haven. Daarnaast zijn de meeste wijken van Maassluis wat betreft type en hoeveelheid gebouwen, goed geschikt voor een collectief warmtenet (stadsverwarming). Met name door deze twee zaken is een collectief warmtenet (stadsverwarming) nu in veel gebieden de meest voordelige en kansrijke techniek. Een collectief warmtenet (stadsverwarming) en all-electric toepassingen (warmtepompen) zijn op dit moment wat betreft CO 2-uitstoot duurzamer voor Maassluis dan de huidige verwarming met behulp van aardgasketels. In de toekomst worden deze bronnen nog wel verder verduurzaamd. Tot slot kan de hybride warmtepomp een rol spelen als tussenoplossing voor met name de gebieden waar all-electric (volledig elektrische warmtepompen) kansrijk is.
Figuur: de drie tijdspaden (tot 2050, tot 2030 en vanaf 2022) van de warmtetransitie Maasluis gecombineerd. Met de iconen van de ‘isolatie en all-electric projecten’ bedoelen we dat er meerdere projecten kunnen starten. Uit de voortgang van dit traject zal blijken hoeveel en waar deze projecten starten.
Tot het jaar 2030 Zoals de kaart hierboven laat zien is er één streefgebied geselecteerd om voor 2030 een warmtenet aan te leggen. De precieze grenzen van het gebied kunnen in de loop van de tijd nog veranderen door nieuwe ontwikkelingen. Er zal een warmteleiding van één of meerdere warmtebronnen buiten Maassluis de stad in moeten naar dit gebied toe. Het is goed mogelijk dat dicht bij de warmteleiding ook stap voor stap gebouwen worden aangesloten. Het aantal aangesloten gebouwen in het jaar 2030 is naar verwachting vergelijkbaar met 2,5 en 4 duizend woningen. Deze kaart is tot stand gekomen door een combinatie van de volgende zaken: • •
Uit technisch-economisch onderzoek blijkt dat voor de aangegeven gebieden het op dit moment de meest voordelige technieken zijn. Om in het jaar 2050 aardgasvrij te kunnen zijn, moeten we direct aan de slag. Door ons te richten op het aangegeven streefgebied van een warmtenet in 2030, lopen we goed op schema.
5
•
In het gebied waar we naar streven om te starten met de aanleg van een warmtenet, zijn veel hoge gebouwen in het bezit van de woningcorporatie Maasdelta. Dit maakt het makkelijker om snel veel woningen aan te sluiten, waardoor het nog voordeliger wordt.
Vanaf het jaar 2022 Vanaf 2022 gaat de gemeente drie trajecten opstarten: 1. Het aanjagen van het isoleren van gebouwen. 2. Een haalbaarheidsonderzoek voor één of meerdere collectieve warmtenetten. 3. Het aanjagen van all-electric demonstratieprojecten. Deze trajecten kunnen we alleen opstarten als er vanuit de landelijke overheid en/of Provincie voldoende middelen beschikbaar worden gesteld. Hiernaast zal ook aanvullend beleid van de landelijke overheid nodig zijn om de financiële kant van isolatie, warmtenetten en all-electric toepassingen sterk te verbeteren. Deze voorwaarden stellen we vooral om de overstap op duurzame warmtebronnen haalbaar en betaalbaar te maken voor onze inwoners en ondernemers. Voor de trajecten ‘het aanjagen van het isoleren van gebouwen’ en ‘het aanjagen van all-electric demonstratieprojecten’ wil gemeente Maassluis graag haar inwoners en ondernemers aanmoedigen hun woning of pand te isoleren en aardgasvrij te maken. We gaan op verschillende manieren inwoners en ondernemers actief informeren en ondersteunen. Voor het traject ‘haalbaarheidsonderzoek voor één of meerdere collectieve warmtenetten’ is het doel om: 1. een startgebied te bepalen voor een haalbaarheidsonderzoek en aanleg van één of meerdere warmtenetten, gedragen door bewoners/vastgoedeigenaren en andere betrokkenen; 2.
één of meerdere warmteleveranciers geselecteerd hebben voor één of meerdere warmtenetgebieden. Als voorbereiding op de aanleg van één of meerdere warmtenetten, zal de gemeente verder onderzoek doen in samenwerking met alle betrokken betrokkenen uit het startgebied. Om dit goed uit te voeren is de verwachting dat dit ongeveer 2 tot 3 jaar zal duren. Als alles meezit en er een financieel positief resultaat bereikt wordt voor de belanghebbenden, dan kan hierna de uitvoering van het warmtenet beginnen.
Wat betekent dit voor de Maassluizer? Of in de wijk nu een warmtenet wordt uitgevoerd, er ingezet wordt op all-electric (warmtepompen) of er nog gewacht wordt op toekomstige technieken; in alle gevallen is isoleren goed en nodig. Isolatie verhoogt het comfort en verlaagt de energierekening. Ook is het noodzakelijk dat iedereen overstapt op elektrisch koken. Hiernaast zullen naar verwachting de komende jaren vanuit de overheid programma’s worden opgestart om isolatie aan te moedigen en daarbij te helpen. Met name Maassluizers die wonen in een gebied dat valt onder een ‘all-electric gebied’, kunnen al zelf aan de slag. Zij hoeven zeker niet te wachten totdat ze iets horen van de gemeente. Bij de WoonWijzerWinkel kunnen zij terecht voor persoonlijk advies, bijvoorbeeld via de website van de WoonWijzerWinkel (www.woonwijkwinkel.nl). In het geval van een huurwoning is de verhuurder verantwoordelijk voor de aanpassing van de woning. De huurder kan wel zelf het energieverbruik (en daarmee kosten) verlagen door kleine energiebesparende maatregelen, zoals bijvoorbeeld LED-verlichting, radiatorfolie en tochtstrips. Hiernaast wil de gemeente dus een project opstarten vanaf 2022, om de haalbaarheid van een warmtenet in Maassluis te onderzoeken. Daarvoor zal er, vanaf 2022, eerst veel uitgezocht moeten worden. We verwachten dat dit 2 tot 3 jaar duurt.
Dit gaan we samen met de inwoners en andere betrokken partijen uit dat gebied doen.
6
1 Inleiding Alle Nederlandse gemeenten dienen conform het Klimaatakkoord voor einde jaar 2021 een zogenaamde Transitievisie Warmte (TVW) te hebben vastgesteld. Kortweg gezegd is de Transitievisie Warmte een beleidsdocument dat een eerste richting geeft aan de aanpak van het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving van Maassluis tot het jaar 2050. Op basis van de deze Transitievisie Warmte hebben de gemeente Maasluis en andere belanghebbenden: • zicht op de omvang en aanpak van de warmtetransitie-opgave tot 2050; • een beeld van toekomstige projecten tot 2030 met de meest voor de hand liggende warmteinfrastructuur; • enkele concrete projecten gedefinieerd waar direct gestart kan worden aan de warmtetransitie. Deze Transitievisie Warmte is tot stand gekomen door een nauw samenwerkingsproces tussen de provincie Zuid-Holland, gemeente Maassluis, woningcorporatie Maasdelta, netbeheerder Stedin en de adviesbureau Merosch en Bruis advies. Gedurende circa een jaar tijd is er een technisch-economisch onderzoek uitgevoerd en zijn inwoners en bedrijven van Maassluis geïnformeerd over de warmtetransitie en bevraagd naar hun wensen en zorgen. De resultaten van dit onderzoek en samenwerkingsproces vormt deze Transitievisie Warmte. De opbouw is als volgt. Hoofdstuk 2 beschrijft de overkoepelende ambities en uitgangspunten van gemeente Maassluis.
Hierna wordt de route naar een aardgasvrije gemeente in 2050 beschreven in hoofdstuk 3. Afgesloten wordt met een beschrijving van wat deze Transitievisie Warmte concreet betekent voor de Maassluizer in hoofdstuk 4, plus welke vragen en zorgen er zijn aangegeven door de Maassluizer in hoofdstuk 5.
7
2 Leidende principes en uitgangspunten De overstap naar een aardgasvrij Maassluis is een kans voor een toekomstbestendig en duurzamer Maassluis. Dat kan alleen als deze overstap haalbaar en betaalbaar is voor iedereen in Maassluis. Betaalbaarheid is dan ook een van de belangrijkste uitgangspunten geweest voor deze visie en zal ook in het vervolgproces een belangrijke rol spelen. Bij de haalbaarheid en betaalbaarheid speelt het Rijk een grote rol. De uitvoering van deze visie is alleen mogelijk door extra middelen en capaciteit en ondersteunende wet- en regelgeving vanuit het Rijk. Naast betaalbaarheid en haalbaarheid is duurzaamheid een belangrijk uitgangspunt. Deze visie is een stap in de richting van ons uiteindelijke doel: een CO2-neutraal Maassluis. Alle alternatieven om te verwarmen in deze Transitie Visie Warmte zorgen voor minder uitstoot van CO2. In de loop van de tijd moeten ze nog meer verduurzaamd worden. Denk bijvoorbeeld aan het installeren van zonnepanelen zodat de warmtepompen werken op groene stroom of het verduurzamen van de industrie waardoor de restwarmte die zij levert om onze huizen te verwarmen ook duurzamer is. Daarbij past dat we goed kijken naar de mogelijkheden van onze regio.
Uit de onderzoeken die gedaan zijn voor de Regionale Energie Strategie blijkt dat in onze regio weinig ruimte is voor extra zonnevelden en windmolens, maar dat er wel veel restwarmte van de industrie en potentie voor aardwarmte aanwezig is. De keuze voor wat lokaal voor handen is, draagt ook weer bij aan de betaalbaarheid en haalbaarheid van de alternatieven. Maassluis wordt niet in één keer aardgasvrij, we doen dit stap voor stap. Het is een proces waarbij we samen optrekken met onze inwoners, bedrijven en andere partners. Ook weten we nu al dat deze visie zal veranderen. Zo zullen de huidige technieken zich verder ontwikkelen en er ook nieuwe technieken bij komen als alternatief voor aardgas. Om te zorgen dat de visie aansluit bij nieuwe technieken en inzichten zal de visie iedere vijf jaar geactualiseerd worden. Hiernaast heeft Maasdelta het document ‘Uitgangspunten voorverkenning warmtenet Maassluis’ op laten stellen door Atriensis.
Op hoofdlijnen zijn dit de volgende acht uitgangspunten: • selecteer een zo’n groot mogelijke businesscase voor het warmtenet; • het temperatuurregime is niet lager dan 70 graden aanvoer en 40 graden retour; • kostenniveau voor huurders ‘niet meer dan voorheen’; • de aansluitbijdrage (BAK) is gemaximeerd; • optimale afstemming op geplande vastgoedingrepen; • bij ‘gespikkeld’ bezit doet iedereen mee aan het warmtenet; • zo lang mogelijk hybride als een warmtenet (nog) niet mogelijk is; • de governance bij het warmtenet moet goed geregeld worden.
8
3 Warmtetransitie Maassluis De route naar een aardgasvrije Maassluis is ingedeeld in 3 tijdspaden: •
Tot het jaar 2050: we hebben zicht op de omvang en aanpak van de warmtetransitie-opgave en de mogelijke warmtealternatieven.
•
Tot het jaar 2030: we hebben een beeld van toekomstige projecten tot 2030 met de meest voor de hand liggende warmte-infrastructuur.
•
Vanaf 2022: we weten wat voor projecten we gaan opstarten in het jaar 2022. Dit kunnen daadwerkelijke projecten worden: de gebiedsafbakening, het warmtealternatief, de aanpak en vervolgstappen, etc., zijn bekend en concreet.
Dit hoofdstuk geeft samengevat de resultaten weer langs deze drie tijdspaden. Dit is gebaseerd op een technische-economische analyse. Gedetailleerde duiding en onderbouwing hiervan is te zien in de bijlagen.
9
3.1
Tot 2050
Voor de warmtetransitie tot het jaartal 2050 hebben we zicht op de omvang en aanpak van de warmtetransitie-opgave en de mogelijke warmtealternatieven. In onderstaande transitiekaart is aangegeven wat momenteel de meest kansrijke warmte-infrastructuren zijn voor Maassluis in 2050, en wat hier de locatie van is. Deze kaart, de transitiekaart 2050, is een visuele weergave van de uitkomsten in deze transitievisie warmte.
Aantal woningen m2 utiliteit Woningequivalenten
Meest kansrijk warmtenet
Kansrijk warmtenet (incl. ‘onzeker, neigend naar warmtenet’)
Kansrijk all-electric
Meest kansrijk all-electric
Totaal
3.000 – 3.400
10.900 – 11.500
100 - 200
1.100 - 1.400
15.600
20 - 25K
340 – 380K
110 – 130K
7 - 9K
512K
3.200 – 3.600
13.500 – 12.500
1.000 – 1.200
1.200 – 1.400
19.535
Hieronder worden de belangrijkste uitgangspunten en nuances voor de totstandkoming van deze transitiekaart 2050 toegelicht. • De totstandkoming van de demarcatie van de warmte-alternatieven. De toewijzing en demarcatie van de gebieden ‘meest kansrijk warmtenet’ tot en met ‘onzeker – neigend naar warmtenet’ is tot stand gekomen door een kwalitatieve weging van een zestal criteria zoals de 10
maatschappelijke kosten van de warmte-alternatieven, bouwdichtheid, eigendom, koppelkansen, etc. Voor een uitgebreidere argumentatie wordt verwezen naar bijlage 1. •
Isolatie gebouwen. Aangenomen is dat parallel aan de uitfasering van het aardgas, Maassluis de landelijke ontwikkelingen en richtlijnen rondom de isolatie van gebouwen volgt. Dit betekent dat alle woningen de komende decennia geïsoleerd worden naar de nog definitief te worden Standaard en Streefwaarden conform Klimaatakkoord. De verwachting is dat dit vergelijkbaar zal worden met energielabel A tot B niveau. Kantoren dienen in 2023 minimaal energielabel C te worden. Hier zullen conform het Klimaatakkoord de komende jaren nationale isolatieprogramma’s voor worden opgestart.
•
Het zal veranderen. Binnen alle onzekerheden kunnen we zeker zijn van het volgende: door technologische en maatschappelijke ontwikkelingen zal de exacte aanwijzing en verdeling tussen energie-infrastructuren veranderen. De benoemde warmtealternatieven voor Maassluis 2050 zijn niet absoluut en sluiten elkaar niet uit. Afhankelijk van de ontwikkelingen zou het kunnen dat bijvoorbeeld binnen het aangewezen gedeelte ‘warmtenet’, bepaalde (clusters van) gebouwen gebruik gaan maken van ‘all-electric’ varianten, waterstof ketels of technologieën die nu nog niet bekend zijn. Om deze reden spreken we van ‘kansrijkheid’, zijn de randen van de gebieden in de warmtetransitie kaart vervaagd en zijn de hoeveelheden aangegeven in bandbreedtes. Dit betekent echter niet dat we voorlopig moeten wachten en niets doen, met name omdat de opgave hiervoor te groot is en er zeer waarschijnlijk nooit een ‘one-size-fits-all’ oplossing zal komen.
•
De Transitievisie Warmte wordt elke vijf jaar herijkt. Deze transitievisie warmte geeft een eerste richting aan de warmtetransitie voor Maassluis. De benoemde warmtealternatieven zijn gebaseerd op een analyse anno 2021. In lijn met de notie ‘het zal veranderen’ zal de TVW elke vijf jaar herijkt worden aan de nieuwste maatschappelijke en technologische ontwikkelingen, en de voortgang van de warmtetransitie in Maassluis zelf.
•
Mogelijke warmte-infrastructuren: collectief warmtenet en all-electric. Uit de technischeconomische analyse wordt duidelijk dat momenteel twee warmte-infrastructuren het meest voordelig en kansrijk zijn voor Maassluis: een collectief warmtenet en all-electric. Een vorm van duurzaam gas zoals waterstof of groen gas wordt om uiteenlopende redenen vooralsnog niet als kansrijk gezien. Het wordt echter ook niet uitgesloten voor de toekomst, eventueel in combinatie met een hybride warmtepomp. Voor meer informatie wordt verwezen naar bijlage 3.
•
De toepassing van een collectief warmtenet zal voor Maassluis de boventoon voeren. Maassluis bevindt zich in de vrij unieke en kansrijke situatie dat er meerdere (hoog temperatuur) warmtebronnen reeds aanwezig zijn, of op relatief korte termijn (voor 2030) beschikbaar zullen komen. Dit betreft de huidige geothermiebron in exploitatie van GEOpower voor de glastuinbouw net ten noordoosten van Maassluis, de huidige ‘Leiding over Noord’ vanuit Vlaardingen, het toekomstige warmtenet obv. geothermie in het Westland en Maasdijk van Energie Transitie partners (ETP) en de toekomstige warmteleiding langs Rozenburg. De huidige verwarming in gebouwen (op basis van gasketels) zijn ook ‘hoog temperatuur’ systemen, wat de overschakeling op warmtenetten vergemakkelijkt in het gebouw. Voor meer informatie wordt verwezen naar bijlage 3.
•
Mogelijk warmte-alternatief: all-electric. Uit de technisch-economische analyse wordt tevens duidelijk dat er in en rondom Maasluis relatief veel warmteaanbod is voor all-electric toepassingen. De bodem is doorgaans geschikt voor gesloten bodemlussen en/of warmte-koudeopslag (WKO) systemen. Daarnaast biedt de Maas veel warmte-koude potentie voor aquathermie (TEO) systemen. Voor meer informatie wordt verwezen naar bijlage 3. De hybride warmtepomp kan een rol spelen als tussenoplossing voor met name de gebieden waar all-electric (volledig elektrische warmtepompen) kansrijk is.
11
•
3.2
Duurzaamheid van de warmte-alternatieven in beeld. Beide warmte-alternatieven zijn wat betreft CO2-uitstoot duurzamer dan de huidige verwarming met behulp van aardgasketels. Momenteel is de CO2-uitstoot voor all-electric toepassingen doorgaans iets duurzamer dan de mogelijke warmtenetten voor Maassluis. Aandachtspunt hierbij is de toekomstige CO 2-uitstoot van beide gevallen. Dit met name omdat de verduurzaming van het elektriciteitsnet (voor all-electric) zekerder is dan bij warmtenetten. Als gekozen wordt voor een warmtenet, dan hoort daarbij een afspraak over de CO2-uitstoot van de bronnen in 2050. Voor meer informatie over de duurzaamheid van de warmte-alternatieven wordt verwezen naar bijlage 5.
Tot 2030
Voor de warmtetransitie tot het jaartal 2030 hebben we een beeld van toekomstige projecten tot 2030 met de meest voor de hand liggende warmte-infrastructuur. Dit is in feite een (na te streven) opschaling van de projecten die opgestart worden in 2022. Zoals eerder aangegeven zijn er momenteel twee kansrijke warmte-infrastructuren in beeld: (1) één of meerdere collectieve warmtenetten en (2) all-electric. All-electric varianten vergen een meer ‘bottom-up’ aanpak door het individu, burgers en bedrijven. Collectieve warmtenetten vergen een meer ‘top-down’ aanpak door professionele belanghebbenden. Dit zijn twee zeer verschillende aanpakken en bijbehorende doelgroepen. Deze twee kansrijke warmte-infrastructuren gecombineerd met het feit dat alle woningen geïsoleerd zullen moeten worden, maakt dat we drie trajecten voor de aanpak van de warmtetransitie in Maassluis onderscheiden: 1. Het aanjagen van het isoleren van gebouwen. 2. Een haalbaarheidsonderzoek voor één of meerdere collectieve warmtenetten. 3. Het aanjagen van all-electric demonstratieprojecten. Op de volgende bladzijden wordt op hoofdlijnen toegelicht wat de trajecten behelzen en wat de na te streven omvang van de trajecten zou moeten zijn in 2030, met het oog op een aardgasvrije gemeente in 2050.
12
Omvang warmtetransitie Maassluis 2030 Voor de beoogde planning van de warmtetransitie voor Maassluis, en daarmee de benodigde omvang van de infrastructuurtrajecten in 2030, wordt deels de innovatietheorie van Rogers gebruikt. Deze theorie onderscheidt vijf fases met vijf verschillende groepen die een nieuw product of idee accepteren. Zie de figuur hieronder. De onderstaande vijf fasen zijn ook uit te drukken in mate van volwassenheid van een product: introductie, groei, volwassenheid, verzadiging en teruggang. Dit laatste heeft dan meer betrekking op de intrede van één of meerdere collectieve warmtenetten in Maassluis, van 2022 tot 2050.
Jaar Traject warmtenet(ten) (cumulatief) Traject all-electric (cumulatief)
2026
2032
2038
2044
2050
+/- 360
+/- 2.300
+/- 7100
+/- 12.000
14238
+/- 35
+/- 220
+/- 700
+/- 1.200
1362
Figuur: deze hoeveelheden geven enkel ter beeldvorming aan wat de doorlooptijd zou moeten zijn volgens de innovatietheorie van Rogers. Deze hoeveelheden staan niet vast en representeren niet de planning van de warmtetransitie van Maassluis.
Op de afbeelding hierboven zijn de twee voorziene warmte-infrastructuren en de hoeveelheid aardgasvrij te maken woningen gekoppeld aan de innovatiecurve van Rogers. Als vervolgens de een aardgasvrije gemeente in 2050 en het startjaar 2022 als uitgangspunt gehanteerd worden, dan ontstaat op hoofdlijnen het bovenstaand tempo van de warmtetransitie van Maassluis. Deze hoeveelheden staan niet vast; het geeft een eerste beeld van (benodigde) snelheden en planning om een antwoord te kunnen geven op de warmtetransitie en de nationale doelstelling om 2050 aardgasvrij te zijn. Daarnaast gaat dit uit van toekomstig flankerend Rijksbeleid waardoor de business case van warmtenetten en all-electric toepassingen voor individuele bewoners sterk verbetert. De afbeelding laat zien dat rond 2030 minimaal circa 1.800 - 2.000 woningen aangesloten dienen te zijn op één of meerdere collectieve warmtenetten. Dit is grofweg het gemiddelde tussen de jaren 2028 en 2032 uit de bovenstaande figuur. Dit betreft enkel de woningen; indien utiliteit wordt meegenomen dan komen hier nog circa 200 woningequivalenten bij. Dit beschouwt hebbende gaan we over op de beschrijving van de drie trajecten voor 2030: 1. Het aanjagen van het isoleren van gebouwen. 2. Een haalbaarheidsonderzoek voor één of meerdere collectieve warmtenetten. 3. Het aanjagen van all-electric demonstratieprojecten.
13
Traject 1: het aanjagen van het isoleren van gebouwen Of in de wijk nu een warmtenet wordt gerealiseerd, er ingezet wordt op all-electric (warmtepompen) of gewacht wordt op toekomstige alternatieven, in alle gevallen is het isoleren van gebouwen goed. Isolatie verhoogt namelijk het comfort en verlaagt de energierekening en CO2-uitstoot. Hiernaast is het Rijk als onderdeel van de uitvoering van het Klimaatakkoord bezig met de ontwikkeling van een ‘Standaard voor woningisolatie’. De bedoeling is dat alle woningen de komende decennia geïsoleerd worden naar de nog definitief te worden Standaard en Streefwaarden conform Klimaatakkoord. Huidig uitgangspunt is dat het isolatieniveau van de Standaard ‘laag temperatuur verwarming’ mogelijk maakt, en daarmee vergelijkbaar zal worden met circa energielabel A tot B niveau. Kantoren dienen in 2023 minimaal energielabel C te worden. De mate van isolatie van de Standaard en bijbehorende hoogte van de Streefwaarden lijken vrij zeker te zijn. In te zetten beleidsinstrumenten en subsidieregelingen moeten echter nog onderzocht worden. De verwachting is wel dat de Standaard een belangrijke rol gaat spelen bij zaken als taxaties, koop en verkoop, en afwegingen omtrent uit te voeren onderhoud. De koppeling van subsidieregelingen aan de Standaard moet nog onderzocht worden.
Er kan verwacht worden dat de komende jaren vanuit Rijksbeleid isolatieprogramma’s worden opgestart met daarbij horende stimulatie en/of ondersteuning. De mate en snelheid hiervan is op moment van schrijven nog niet helemaal duidelijk, maar dat het gaat komen en gekoppeld wordt aan de Standaard en Streefwaarden is wel zeker. Voor de warmtetransitie van Maassluis is het dan ook zaak dat begonnen wordt met het isoleren van gebouwen, met het oog op de (nog definitief te worden) Standaard en Streefwaarden. Zoals gezegd staat dit los van of er een warmtenet of all-electric toepassing is voorzien; isoleren is in beide gevallen goed. Het isoleren van gebouwen kan dus overal in de gemeente gedaan worden. Het is lastig te voorspellen wat de te verwachten hoeveelheid gerealiseerde geïsoleerde gebouwen zal zijn in 2030. Zo zijn een groot gedeelte van de woningen van Maassluis in eigendom van particuliere eigenaren en/of VvE’s (circa 59 %). De particuliere woningeigenaar en VvE’s is dan ook een belangrijke doelgroep voor het isolatie traject van de warmtetransitie in Maassluis. De aanpak hiervan, dat in de volgende paragraaf wordt toegelicht, is veelal ‘bottom-up’ en het tempo hiervan is sterk afhankelijk van de beleidsmatige, maatschappelijke en lokale ontwikkelingen en initiatieven.
Maasdelta, met circa 41 % van de woningen in Maassluis in haar bezit, hanteert haar eigen uitgangspunten en aanpak omtrent de isolatie van woningen.
14
Traject 2: haalbaarheidsonderzoek één of meerdere collectieve warmtenetten Voor 2030 is er in de basis één streefgebied geselecteerd dat het meest voor de hand ligt om er naar te streven rond het jaar 2030 hier een warmtenet gerealiseerd te hebben. Zie de kaart hieronder voor het gebied. Hierbij dient aangetekend te worden dat dit een indicatief gebied is, waarbij de precieze demarcatie tijdens de voortgang van de warmtetransitie op basis van voortschrijdend inzicht kan veranderen. Om deze reden is het gebied aangegeven met twee stippellijnen om de bandbreedte weer te geven. Ook zal er een warmteleiding van één of meerdere warmtebronnen buiten de stad, de stad in moeten naar dit gebied toe. Het is goed mogelijk dat nabij het tracé van deze warmteleiding incrementeel gebouwen worden aangesloten. De aantal aangesloten woningequivalenten in het jaar 2030 ligt naar streven tussen de 2,5 en 4 duizend woningequivalenten.
Dit streefgebied is gebaseerd op de onderstaande aspecten. • Benodigde schaalgrootte vanuit rentabiliteit/betaalbaarheid. Om de exploitatie van een warmtenet financieel te laten renderen en daarmee betaalbaar te kunnen houden is er doorgaans een minimale schaalgrootte benodigd van enkele duizenden woningequivalenten. •
Laagste maatschappelijke kosten. De beschikbare warmtetransitie rekenmodellen laten momenteel zien dat een warmtenet in dit gebied tot de laagste maatschappelijke kosten zal lijden. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar bijlage 4. 15
•
Hoge bouwdichtheid en eigenaarschap. De demarcatie van het gebied is mede geselecteerd vanwege de hoge bouwdichtheid (> 50 woningequivalenten / hectare) en omdat hier veel woningen in het bezit zijn van Maasdelta. Dit maakt de organisatie van een warmtenet kansrijker, doordat veel van de woningen in het bezit zijn van één professionele partij.
•
Benodigde snelheid conform de innovatietheorie van Rogers. Eerder is ter beeldvorming de benodigde snelheid en planning van de warmtetransitie weergegeven aan de hand van de innovatiecurve. Door dit streefgebied te hanteren lopen we goed op schema in relatie tot de benodigde snelheid conform deze innovatietheorie.
•
Aansluiten van het gemeentehuis. Links bovenin het streefgebied ligt het gemeentehuis. We streven ernaar het gemeentehuis onderdeel te laten worden van het startgebied voor het warmtenet. Dit om de ontwikkeling van het warmtenet te stimuleren en als voorbeeldfunctie te fungeren.
Traject 3: het aanjagen van all-electric demonstratieprojecten Momenteel vallen circa 1.300 tot 1.400 woningen binnen gebieden waar een all-electric infrastructuur kansrijker is dan een warmtenet. Van deze woningen zijn circa 1.200 in eigendom van particulieren woningeigenaren en/of VvE’s. De particuliere woningeigenaar en VvE’s is dan ook een belangrijke doelgroep voor het all-electric traject van de warmtetransitie in Maassluis. Het is lastig te voorspellen wat de te verwachten hoeveelheid gerealiseerde aardgasvrije woningen op basis van all-electric in 2030 zal zijn. De aanpak hiervan, dat in de volgende paragraaf wordt toegelicht, is veelal ‘bottom-up’ en het tempo hiervan is sterk afhankelijk van de technologische, maatschappelijk en lokale ontwikkelingen en initiatieven. Gegeven de nationale doelstelling aardgasvrij in 2050 zetten we in op het actief aanjagen van lokale aanbodpartijen (installateurs, aannemers, etc.) en bundelen van particuliere woningeigenaren voor de vraag. De precieze aanpak hiervan volgt in de volgende paragraaf. Tot slot is het noemenswaardig dat Maasdelta op moment van schrijven al ruim 200 woningen in diverse wijken aardgasvrij heeft gemaakt met behulp van all-electric toepassingen (warmtepompen).
16
3.3
Vanaf 2022
Vanaf 2022 weten we wat voor concrete projecten we gaan opstarten. Dit kunnen daadwerkelijke projecten worden: de gebiedsdemarcatie, het warmtealternatief, de aanpak en vervolgstappen, etc., zijn bekend en concreet. Voor de toelichting van de op te starten projecten in 2022 hanteren we de drie trajecten: 1. Het aanjagen van het isoleren van gebouwen. 2. Een haalbaarheidsonderzoek voor één of meerdere collectieve warmtenetten. 3. Het aanjagen van all-electric demonstratieprojecten. Belangrijke kanttekening hierbij is dat deze trajecten alleen opgestart kunnen worden indien er vanuit hogere overheden zoals het Rijk en/of de Provincie voldoende middelen beschikbaar worden gesteld om deze trajecten uit te kunnen voeren. Naast beschikbare middelen voor het opstarten van de trajecten zal ook flankerend Rijksbeleid nodig zijn om de business case van isolatie, warmtenetten en all-electric toepassingen sterk te verbeteren. Deze voorwaarden stellen we met name met het oog op realisme en betaalbaarheid. Verder is het wenselijk dat er een overkoepelend gemeentelijk communicatie- en participatieplan voor de komende 5 jaar van de warmtetransitie wordt opgesteld. Hier kan invulling aan worden gegeven langs de drie trajecten.
Het doel hiervan is dat er uniformiteit ontstaat in de communicatie en participatie aangaande de warmtetransitie en dat de inwoners en bedrijven actief worden geïnformeerd, betrokken en aangejaagd tot actie. In feite is het wenselijk een gecoördineerde ‘warmtetransitie-campagne’ te starten en uit te zetten elke 5 jaar. Afhankelijk van de voortgang van de warmtetransitie met de drie trajecten de komende 5 jaar, kan er worden geschoven in de intensiteit van communicatie en participatie van de drie trajecten.
Traject 1: het aanjagen van het isoleren van gebouwen De nut en noodzaak van het isoleren van gebouwen is al een vrij geaccepteerd gemeengoed. Refererende naar de innovatiecurve van Rogers, dan kan gezegd worden dat de ontwikkeling van het isoleren van gebouwen intussen op einde ‘voorlopers’ / begin ‘achterlopers’ zit. Daar waar de toepassing van warmtenetten en all-electric toepassingen in de bestaande bouw nog bij de ‘innovatoren’ zit. Hiernaast is duidelijk dat het Rijk ook meer en meer gaat sturen op en stimuleren tot het isoleren van gebouwen. Het aanjagen van het isoleren van gebouwen vraagt daarom een meer generieke en ‘massalere’ aanpak dan de andere trajecten. De gemeente zou voor dit traject vooral moeten dienen als ‘megafoon’ van het landelijk beleid en om zo veel mogelijk belemmeringen voor gebouweigenaren om te gaan isoleren weg te nemen. Dit door haar burgers, bedrijven en organisaties actief te informeren over de voordelen, aandachtspunten, financiële mogelijkheden zoals subsidies, en de voortgang van het landelijk beleid zoals de Standaard en Streefwaarden, nationale isolatieprogramma en het Warmtefonds. Het is namelijk zaak dat zowel de vraag (gebouweigenaren/gebruikers) als het aanbod (leveranciers, bouwkundige aannemers) van Maassluis hun acties aan het Rijksbeleid koppelen.
Bijvoorbeeld dat lokale aannemers van Maassluis standaard aanbiedingen samenstellen om daken te isoleren tot ‘het nieuwe Streefwaarden niveau’, en/of dat een woningeigenaar hier naar vraagt, en/of dat de WoonwijzerWinkel van Maassluis dit aan hun klanten adviseert. Zoals gezegd is de particuliere woningeigenaar en VvE een belangrijke doelgroep voor dit traject. Maasdelta hanteert haar eigen uitgangspunten en aanpak omtrent de isolatie van woningen. Het is wel van belang dat hun aanpak wordt afgestemd met de aanpak van de gemeente. De aanpak van dit traject is dan ook veelal ‘bottom-up’ en het tempo hiervan is sterk afhankelijk van de beleidsmatige, maatschappelijke en lokale ontwikkelingen en initiatieven. 17
Traject 2: haalbaarheidsonderzoek één of meerdere collectieve warmtenetten Het doel van dit project is om: 1. tot een nadere selectie te komen van een startgebied/warmtekavel voor de realisatie c.q. haalbaarheid van één of meerdere warmtenetten, gedragen door alle belanghebbenden en bewoners/vastgoedeigenaren; 2. één of meerdere warmteleveranciers geselecteerd hebben voor één of meerdere warmtenetgebieden. Op hoofdlijnen zal hier uitwerking voor plaats dienen te vinden langs drie sporen/expertises: • technisch-financieel; • juridisch en aanbesteding; • participatie en communicatie. Een voor de hand liggende aanpak wordt hieronder op hoofdlijnen toegelicht. Belangrijke kanttekening hierbij is dat onderstaand een mogelijke (en vrij volledige) aanpak is, maar dat de precieze aanpak/wijze van aanbesteden kan variëren door voortschrijdend inzicht en wensen en eisen van de belanghebbenden. Alle sporen dienen parallel aan elkaar in gang te worden gezet. Voor het juridisch/aanbesteding spoor dient bijvoorbeeld gekeken te worden naar de wijze van aanbesteden en het anticiperen op de Warmtewet 2.0. Voor wat betreft het communicatie en participatie gedeelte, dit project is de start en daarmee de basis van de warmtetransitie in Maassluis. Het is dan ook van belang dat het een succes wordt en als zodanig gecommuniceerd wordt.
Binnen het startgebied zijn naast professionele vastgoedpartijen zoals Maasdelta ook gebouwen in eigendom van particuliere woningeigenaren, VvE’s, ondernemers en maatschappelijk vastgoed. Het is wenselijk tot een gedegen aanpak te komen om alle belanghebbenden in het startgebied in meer of mindere mate te laten participeren in dit traject en hiertoe de juiste middelen voor in te zetten. De aanpak bestaat uit vier onderdelen: 1. aanbod organiseren; 2. vraag organiseren; 3. samenwerkingsovereenkomst vraagkant; 4. aanbestedingsproces. Ten eerste het organiseren van het aanbod. Voor deze TVW zijn verkennende gesprekken gevoerd met enkele partijen zoals ETP, GeoPower en Eneco om een beeld te krijgen van het warmte-aanbod. Voor een wijkuitvoeringsplan is echter een meer gedegen en gestructureerde marktverkenning wenselijk, in elk geval in samenwerking met de gemeente en Maasdelta. Gedachtegang is om de markt de resultaten inclusief het startgebied van het warmtenet van de TVW voor te leggen en hen te bevragen over diverse technische, financiële en organisatorische aspecten. Hiermee krijgen we een scherper beeld van de mogelijke warmtebronnen, mogelijke marktpartijen en aandachtspunten voor de aanbesteding van één of meerdere warmtenetten in Maassluis. Ten tweede het organiseren van de vraag.
Voor deze TVW is de vraag (gebouwkenmerken, gebouweigenaren, koppelkansen) tot op een bepaald niveau geanalyseerd voor de gehele stad. Voor het wijkuitvoeringsplan is het wenselijk ‘de vraag’ voor het startgebied te verfijnen. Bijvoorbeeld inzichtelijk krijgen welke gebouweigenaren precies naast Maasdelta nog meer aanwezig zijn, collectief versus individuele warmtesystemen per gebouw, koppelkansen met investeringsagenda’s vastgoedeigenaren, infrastructuur, netverzwaring, laadvoorzieningen, openbare ruimte en klimaatadaptatie, etc. Uiteindelijk leidt deze extra informatie tot een duidelijke demarcatie van het eerste warmtenetgebied. Dit wordt, in combinatie met de uitkomsten van de marktverkenning, als uitgangspunt gebruikt voor het opstellen van een technisch schetsontwerp en business case van de realisatie van een warmtenet in dit gebied. Hiermee krijgen we inzicht in of er sprake is van een onrendabele top, de wijze waarop dit gefinancierd kan/dient te worden en aan welke knoppen (volloopsnelheid, warmtetarieven, welke gebouwtypes niet of wel meenemen, etc.) gedraaid kan worden ten goede of slechte van de business case. 18
Ten derde de samenwerkingsovereenkomst vraagkant. Op basis van voorgaande is het wenselijk dat de professionele partijen zoals de gemeente, Maasdelta en eventueel andere grote gebouweigenaren tot een samenwerkingsovereenkomst komen. Hiernaast is het zaak dat (vertegenwoordigers van) andere gebouweigenaren zoals VvE’s en particuliere woningeigenaren aangehaakt worden in dit proces, bijvoorbeeld middels klankboordgroepen, werkgroepen, etc. Het eindproduct van deze fase is in feite een gedragen besluit wel (of niet) door te gaan met de aanbesteding, plus een aanbesteding gereed plan. Voorwaarde voor overgaan tot het aanbestedingsproces is dan ook dat er op basis van bovenstaand onderzoek een positief resultaat voor alle betrokken partijen. Tot slot het aanbestedingsproces. Voorafgaand aan het opstellen van de aanbestedingsdocumenten (programma van eisen, gunningscriteria, etc.) kan een marktconsultatie wenselijk zijn. Hierbij wordt de markt geconsulteerd over de inhoud van de aanbestedingsstukken. Dit om de wensen en eisen van de aanbesteding zo scherp mogelijk te laten aansluiten op wat wenselijk vanuit de markt en wat zij kan bieden.
Traject 3: het aanjagen van all-electric demonstratieprojecten Het doel van dit project is: 1. om succesvolle (all-electric) demonstratieprojecten gerealiseerd te hebben en tijdens dit traject geleerd te hebben van inhoud en proces. 2. dat het een succes geworden is en hier lessen uit gehaald zijn voor de opschaling van demonstratieprojecten naar ‘een beweging van de burger van Maassluis’ Op hoofdlijnen zal ook hier uitwerking voor plaats dienen te vinden langs drie sporen: • het organiseren van de vraag; • het organiseren van het aanbod; • het organiseren van financiën. Verbonden aan deze doelen en lijnen is één overkoepelende gedachtegang: we organiseren hier met elkaar het begin van een ‘Coalition of the willing’. Een lokale Coalition of the willing, gestoeld op zowel inhoudelijke als gedreven professionals en overheden met mandaat, als welwillende burgers die hier gezamenlijk van willen leren, een succes van willen maken en willen bijdragen aan het verduurzamen en aardgasvrij maken van gemeente Maassluis. We spreken over ‘het begin’ van de coalition, omdat centraal staat dat dit een beweging van de burger wordt, ondersteund door de (lokale) markt en overheid. De gemeente initieert en trek nu de kar, maar willen we opschalen dan dient dit nadrukkelijk een beweging van de (lokale) samenleving te worden, gefaciliteerd door de gemeente.
De Coalition bestaat in beginsel uit de ‘innovatoren’ en ‘pioniers’, maar we willen ontwikkelen naar de ‘voorlopers’ en verder. Ter indicatie is op de volgende bladzijde een organogram weergegeven van het beoogd project, waarna de toelichting volgt.
19
Het organiseren van de vraag. Doel van dit spoor is het binden van, voor nu, ongeveer 10 woningeigenaren aan de Coalition. Er wordt klein begonnen, maar afhankelijk van de mate van beschikbare financiële middelen en mate van succes kan worden opgeschaald. Met de vraag wordt de vraag van de particuliere woningeigenaar in Maassluis bedoeld. Met het oog op succes is het wenselijk de complexiteit zo laag mogelijk te houden. Qua doelgroep kan gedacht worden aan (1) welwillende eigenaren van grondgebonden woningen die betrekkelijk eenvoudig aardgasvrij te maken zijn (bijv. al vloerverwarming en goede isolatie) en/of (2) eigenaren die al van plan zijn hun woning re renoveren.
20
Deze eigenaren krijgen (1) professionele begeleiding en (2) een bijdrage om hun woning te verduurzamen en aardgasvrij te maken. In ruil hiervoor worden zij actieve ambassadeurs voor de gemeente, waar afspraken over gemaakt worden (x-aantal lezingen, artikelen, rondleidingen, etc.). Dit traject wordt begonnen met het optuigen van een communicatie- en campagneplan. Doel is een beweging en reuring te creëren en aanmeldingen te krijgen voor de Coalition. Op basis van de aanmeldingen organiseren we een brainstorm met de gemeente en aanmelders. Hier wordt behandeld welke eigenaar wat wil halen en brengen en hoe het verdere proces eruit ziet. De gemeente kiest uiteindelijk obv. nader op te stellen criteria welke eigenaren in aanmerking komen voor de ondersteuning, plus watvoor bijdrage elke eigenaar krijgt. Dit laatste omdat de benodigde bijdrage per woning sterk uiteen kan lopen. Voor lijn 3 ‘organiseren van financiën’ zal een bepaald gemiddelde per woning aangehouden moeten worden. Hierover later meer. Resultaat van deze fase is dat we circa 10 welwillende ambassadeurs hebben inclusief een inventarisatie van hun woning en hun wensen. Dit laatste wordt gebruikt voor het op te stellen bidbook voor de aanbodzijde. Organiseren van het aanbod.
Doel van dit spoor is het komen tot een klein aantal (bijvoorbeeld twee of drie) consortia die op basis van de vraag van de eigenaren een totaalconcept aanbieden om hun woning te verduurzamen en aardgasvrij te maken. De consortia worden daarmee onderdeel van de Coalition. Met het aanbod wordt de lokale aanbiedende markt voor het verduurzamen en aardgasvrij maken van woningen bedoeld. Gedacht wordt aan consortia bestaande uit een lokale installateur, een lokale bouwkundige aannemer, een grotere productleverancier van warmte installaties en eventueel een grotere productleverancier van bouwproducten. Een warmtepompconcept ligt het meest voor hand, met eventueel als tussenstap een hybride warmtepomp. De partijen die deel worden van de Coalition krijgen: 1. professionele begeleiding, 2. een podium/publiciteit als koploper van de markt, 3. kennis en ervaring in een opkomende markt, 4. de kostprijs wordt vergoed. In ruil hiervoor bieden de partijen het volgende aan. Ze benaderen dit project als een strategisch waardevol project dat een investering in kennisontwikkeling vraagt. Dit betekent concreet twee zaken: 1. Ze nemen het project serieus en zetten goed en adequaat personeel op het project. We willen voorkomen dat de partijen ‘de kat uit de boom kijken’ en er bijvoorbeeld enkel stagiaires en junior medewerkers op zetten. 2. Werk wordt tegen kostprijs aangeboden.
Bijvoorbeeld installatie van de warmtepomp en eventueel benodigde isolatie en/of aanpassingen aan het warmteafgiftesysteem. Voor dit spoor wordt begonnen met het opstellen van een beschrijving van dit project. Dit wordt publiekelijk openbaar gesteld en opgestuurd naar de betreffende partijen, waarbij vermeld wordt dat ze binnenkort een bidbook ontvangen. Hiermee stellen we de partijen op de hoogte van de plannen, maar willen we juist ook een competitie effect in gang zetten. Men dient het gevoel te krijgen ‘hier bij te moeten zijn’. Wanneer spoor één en drie (de vraag en financiële middelen) volledig doorlopen zijn dan wordt het bidbook opgesteld en opgestuurd naar de partijen. Op basis van een eerste selectie komen we tot een klein aantal consortia (bijvoorbeeld twee of drie) waarmee we een pitch voorbereiden voor de circa 10 eigenaren. Vervolgens kunnen de consortia hun concept pitchen aan de eigenaren en kunnen de eigenaren in samenwerking met de gemeente en andere coalitionleden ‘hun consortium’ kiezen. Tot slot gaan we over op nader ontwerp en realisatie.
21
Organiseren van financiële middelen. Doel van dit spoor is de benodigde financiering van het project te organiseren. Gedacht wordt aan de onderstaande partijen: 1. het rijk; 2. de provincie; 3. de gemeente. Er zal een rondgang plaatsvinden langs deze partijen om de mogelijkheden te bespreken. Waarbij ingezet wordt op financiering voor een eerste kleinere hoeveelheid demonstratiewoningen, met een harde toezegging voor financiering voor een grotere hoeveelheid woningen wanneer de eerste demonstratiewoningen een ‘succes’ blijken. De eerste demonstratiewoningen krijgen een hoger bedrag dan de woningen hierna. Hiermee creëren enerzijds een ‘gevoel van verlies’ bij de vraagzijde als ze er niet snel bij zijn en anderzijds creëren we genoeg vraag om het interessant te maken voor de aanbodzijde. Naast de investeringsbijdrage per woning zullen er additionele middelen georganiseerd dienen te worden voor algemene projectkosten zoals de marketing en communicatie, een inhoudelijk en procesmatige adviseur en de inzet van één of meerdere gemeentelijke ambtenaar(s). Het is aan de gemeente om de financiering te organiseren. Waarbij gedacht wordt aan dat de gemeente langs het Rijk en de provincie gaat om tot een verdeling van de kosten te komen. De start en locatie(s) van dit traject is geheel afhankelijk van het voorliggende proces.
Kansrijk zijn wel de CBS-wijken Wilgenrijk en Het Balkon vanwege de zeer lage bouwdichtheden en nieuwe staat van de woningen waardoor een all-electric warmtevoorziening relatief eenvoudig is.
22
3.4
Samengevat vanaf 2022 tot 2050
De combinatie van de drie tijdspaden 2022, 2030 en 2050 wordt in de onderstaande routekaart weergegeven. Deze routekaart is een visuele weergave van de uitkomsten in deze transitievisie warmte.
Figuur: de drie tijdspaden 2022-2030-2050 van de warmtetransitie Maasluis gecombineerd. De locaties van de iconen van de isolatie en all-electric projecten zijn indicatief om aan te geven dat er meerdere projecten kunnen starten; uit de voortgang van dit traject zal blijken hoeveel en waar demonstratieprojecten starten.
23
4 Wat betekent dit voor de Maassluizer? In de voorgaande hoofdstukken is een beeld gegeven van de transitie naar een aardgasvrij Maassluis in 2050, en is uitgelegd hoe dit beeld tot stand gekomen is. Maar wat betekent dit concreet voor de Maassluizer, wat kan zij nu al doen en welke dilemma’s moeten nog opgelost worden naar een aardgasvrij Maassluis in 2050? Aan de hand van drie zaken lichten we dit toe. Isoleren is altijd goed. Of in de wijk nu een warmtenet wordt gerealiseerd, er ingezet wordt op all-electric (warmtepompen) of gewacht wordt op toekomstige alternatieven, in alle gevallen is isoleren goed en nodig. Hiernaast zal de komende jaren vanuit Rijksbeleid isolatieprogramma’s worden opgestart met daarbij horende stimulatie en/of ondersteuning. Isolatie verhoogt het comfort en verlaagt de energierekening, in alle gevallen. Indien de gemeente Maassluis voldoende middelen beschikbaar krijgt van bijvoorbeeld de provincie en het Rijk, dan gaat de gemeente vanaf het jaar 2022 actief het isoleren van gebouwen aanjagen. Hier krijgt de Maassluizer ter zijner tijd meer over te horen. Voor de Maassluizers die nu al aan de slag willen: zij kunnen bij de WoonWijzerWinkel terecht voor persoonlijk advies. Kijk voor meer informatie op de website van de WoonWijzerWinkel en op de website van RVO voor de ISDE subsidie.
Bent u van plan om onderhoud te plegen aan uw woning of bedrijfspand? Kijk dan ook eens of u dit kunt combineren met duurzame maatregelen. Wilt u een nieuwe keuken? Stap dan meteen over op elektrisch koken. Of wilt u uw vloer vervangen? Misschien kunt u dit combineren met de aanleg van vloerverwarming. Zo zorgt u ervoor dat uw woning of bedrijfspand stap voor stap duurzamer en comfortabeler wordt. U hoeft dan niet alles tegelijkertijd te doen. Als u uw woning huurt is de huurbaas verantwoordelijk voor de aanpassing van de woning. U kunt zelf uw energieverbruik verlagen door kleine energiebesparende maatregelen zoals LED-verlichting, radiatorfolie, tochtstrips, etc. De gemeente gaat een project opstarten vanaf 2022, om de haalbaarheid van een warmtenet in Maassluis te onderzoeken. Maassluis zal zeer waarschijnlijk de komende decennia voor het grootste gedeelte overgaan op een warmtenet. Hiertoe zal er, vanaf 2022, eerst veel uitgezocht moeten worden, waar we zomaar 2 tot 3 jaar mee bezig zullen zijn. Denk aan zaken zoals welk gebied precies gestart wordt, draagvlak creëren onder belanghebbenden en bewoners, ophalen van hun wensen, signaleren koppelkansen met andere werkzaamheden aan de infrastructuur en vastgoed, hoe snel het moet gaan lopen, afspraken over duurzaamheid, welke warmtebronnen gebruikt worden, betaalbaarheid, hoe de leidingen gaan lopen, etc.
Dit wordt in 2022 in gang gezet indien de gemeente Maassluis voldoende middelen beschikbaar krijgt van bijvoorbeeld de provincie en het Rijk. We weten niet precies hoe snel dit allemaal zal gaan lopen, maar er wordt wel ingezet op dat er enkele duizenden gebouwen in 2030 zijn aangesloten op dit warmtenet. Het start(streef)gebied hiervan is aangegeven in voorgaande hoofdstukken. Dit project zal samen met de betreffende inwoners, bedrijven en organisaties uit het gebied worden uitgevoerd. Aanjagen all-electric demonstratieprojecten. Indien de gemeente Maassluis voldoende middelen beschikbaar krijgt van bijvoorbeeld de provincie en het Rijk, dan gaat de gemeente vanaf het jaar 2022 all-electric demonstratieprojecten aanjagen. Hier krijgt de Maassluizer ter zijner tijd meer over te horen.
24
5 Vragen en zorgen van de Maassluizer Iedere inwoner en elk bedrijf dat gebruik maakt van aardgas in de gemeente Maassluis krijgt te maken met de warmtetransitie. Niet gelijk vandaag of morgen, maar wel in de komende jaren tot aan 2050. Begin 2021 startte de gemeente Maassluis de campagne ‘Maasluis aardgasvrij’. In deze campagne lag de focus op het informeren van de inwoners en bedrijven. We inventariseerden de belangrijkste vragen en zorgen die Maassluizers hebben en gaven tegelijk een handelingsperspectief: wat kunnen inwoners en bedrijven nu (in kleine stappen) al doen om hun woning of bedrijfspand te verduurzamen richting een aardgasvrije toekomst? In dit hoofdstuk leest u wanneer en op welke manier inwoners, bedrijven en organisaties betrokken zijn en een samenvatting van de uitkomsten. De campagne ‘Maassluis aardgasvrij’ Om inwoners en bedrijven te informeren, organiseerden we een tweetal informatiebijeenkomsten; één voor inwoners en één voor bedrijven. Alle inwoners en bedrijven van Maasluis ontvingen per post een uitnodiging. Hierin vroegen we hen ook een online enquête in te vullen. De website www.maassluis.nl/aardgasvrij werd ingericht met belangrijke achtergrondinformatie en wordt gedurende het proces aangevuld met nieuwe informatie.
Wethouders Sjef Evers en Sjoerd Kuiper maakten een wervende uitnodigingsvideo die via de sociale mediakanalen van de gemeente werd verspreid. Op verschillende plekken in de stad vulden we driehoeksborden met posters. Daarnaast werden artikels in De Schakel geplaatst en verschillende oproepen gedaan via Facebook, LinkedIn en de website van de gemeente om deel te nemen aan de informatiebijeenkomsten en de enquête in te vullen. Enquêteresultaten De enquête gebruikten we om inzicht te krijgen in welke vragen en zorgen inwoners en bedrijven hebben over een aardgasvrije toekomst van Maassluis. De resultaten gebruikten we in de voorbereiding van de informatiebijeenkomsten. De enquête werd in totaal 335 keer ingevuld. Hieronder staan de belangrijkste uitkomsten. De leeftijd van de respondenten: 13.5% Tussen de 18 - 40 jaar. 47% Tussen de 40 - 66 jaar. 39.5% Ouder dan 66 jaar. Het kennisniveau van de respondenten over een aardgasvrije toekomst: 60% Ik heb er over gehoord, maar heb me er nog niet in verdiept. 33% Ik weet al vrij veel over de overstap naar een aardgasvrije toekomst. 7% Ik weet (nog) vrijwel niets van dit onderwerp. Hoe belangrijk vinden de respondenten dat Maassluis aardgasvrij wordt?: 43.6% Ik ben neutraal. 29% Ik ben een tegenstander. 27.4% Ik ben een voorstander. Hoe wonen de respondenten? 65.7% Ik ben woningeigenaar. 18.8% Ik huur via een woningcorporatie.
16.6% Ik ben een woningeigenaar en lid van VVE. Ambassadeurs en duurzame maatregelen Een ander doel van deze enquête was om ambassadeurs te werven die mogelijk in een later stadium andere mensen willen inspireren om duurzame maatregelen te nemen aan hun woning. 47 respondenten gaven aan hiertoe bereid te zijn. Daarnaast vroegen we in de enquête welke duurzame maatregelen inwoners en bedrijven al getroffen hebben en welke maatregelen zij in de toekomst van plan zijn om te treffen. 93% van 25
de respondenten gaf aan dat zij zelf al duurzame maatregelen hebben getroffen. De respondenten die (nog) niets hebben gedaan of willen doen wonen voornamelijk in een nieuwbouwwoning. Welke maatregelen hebben de respondenten zelf al getroffen om hun woning te verduurzamen?: 86% Gloei- en halogeenlampen vervangen door led-lampen. 65% Tochtbestrijding (bijv.: tochtstrips, brievenbusborstel, etc.). 60% Isolatieglas. 40% Dakisolatie. 36% Gasfornuis vervangen door elektrische kookplaat. 34% Gevelisolatie. 33% Vloerisolatie. 24% Het plaatsen van zonnepanelen. 22% Het aanbrengen van radiatorfolie. 13% Aanpassen van het verwarmingssysteem. De respondenten konden ook aangeven met welke reden(en) zij al duurzame maatregelen hebben getroffen. De belangrijkste reden (62%) die respondenten opgeven is voor comfortverbetering en om de energierekening betaalbaar te houden (61%). Bijna de helft (49%) geeft aan dat zij hiermee een bijdrage willen leveren aan het milieu. Ongeveer een vijfde (21%) van de respondenten gaf aan dat zij duurzame maatregelen hebben getroffen in combinatie met onderhoud dat toch al noodzakelijk was aan de woning. Tot slot zegt 15% maatregelen te hebben genomen om de verkoopbaarheid van hun woning te verbeteren en 11% om de uitstraling van de woning te verbeteren.
Belangrijkste vragen en zorgen Aan de respondenten is gevraagd wat hun belangrijkste vragen of zorgen zijn over een aardgasvrij Maassluis. De grootste zorg is uiteraard de betaalbaarheid van de warmtetransitie. Daarbij gaat het vooral om de kosten voor inwoners en bedrijven zelf. Er zijn veel twijfels of het financieel haalbaar is, zeker voor mensen met een kleine portemonnee. In de fase waarin we deze enquête afnamen, was nog niet duidelijke welke mogelijke alternatieven voor aardgas er zijn in Maassluis. Er werden dan ook veel vragen gesteld over mogelijke duurzame warmtebronnen en -oplossingen. Veel vragen gingen over het gebruik van waterstof of de aanleg van een warmtenet. Er is een grote behoefte aan informatie over mogelijke duurzame warmtebronnen. De enquêteresultaten geven een eerste beeld welke vragen er leven en welke (indirecte) eisen de respondenten stellen aan duurzame warmtebronnen. Denk aan de technische betrouwbaarheid, veiligheid, impact op het milieu en de gezondheid, leveringszekerheid en een keuze wat betreft leveranciers. De respondenten vragen zich ook af of het elektriciteitsnet in Maassluis voldoende is toegerust op een wereld waarin we meer duurzame energie gaan opwekken (o.a. zonnepanelen) en gebruiken voor de verwarming van woningen en panden. Daarnaast is er behoefte aan duidelijke informatievoorziening over het proces.