CConstaterende datMaassluis
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Samenvatting Inzicht in armoede 2021

Thema-avond 1 8 februari 2022, gemeente MaassluisBij agendapunt: 21.30-22.45 uur: Toelichting Armoedemonitor Kenniscentrum MVS3.673 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inzicht in armoede 2021

Inzicht in armoede 2021: uitgebreide samenvatting Armoede is meer dan geldgebrek of een inkomensgrens. Armoede beïnvloedt alle aspecten van het leven. Wie arm is, kan minder goed meedoen in de samenleving. Armoede gaat vaak samen met sociale uitsluiting, eenzaamheid, stress en gezondheidsproblemen. Mensen die in armoede leven doen dan ook relatief vaak een beroep op Wmo-voorzieningen. Armoede kan ouders onzeker maken over hun rol als opvoeder, wat weer kan leiden tot opvoedingsproblemen. Het is dan ook niet verrassend dat huishoudens met probleemschulden relatief vaak te maken hebben met geestelijke gezondheidszorg en jeugdzorg. Bovendien is armoede tot op zekere hoogte erfelijk: wie als kind in armoede leeft, heeft een grotere kans om later als volwassene ook in armoede te leven. Tot slot hebben concentraties van armoede en andere problemen in de stad hun weerslag op de leefbaarheid in buurten en wijken. Om al deze redenen is het van groot belang om de armoede te monitoren en te bestrijden of, beter nog, te voorkomen. Aanleiding De armoedemonitor is vijf jaar geleden ontstaan vanuit de wens om armoede te bestrijden door slimmer gebruik te maken van data. Door uiteenlopende gegevens te koppelen en te analyseren wordt een veel completer en gedetailleerder beeld verkregen van de omvang van het armoedeprobleem, de mensen die erdoor worden geraakt en de kenmerken van die mensen.

In deze armoedemonitor worden de ontwikkelingen beschreven wat betreft armoede en het gebruik van armoede- en schuldenvoorzieningen (bijstand, bijzondere bijstand, minimaregelingen en schuldhulpverlening). Hierbij wordt kort ingegaan op de nu al zichtbare gevolgen van corona. Daarnaast wordt een beeld geschetst van de effectiviteit van het armoede- en schuldenbeleid. Ontwikkeling van armoede en voorzieningengebruik Volgens de recentste inkomensstatistieken is de armoede in alle drie de gemeenten afgenomen. Het aandeel huishoudens met een laag inkomen (maximaal 110% van het sociaal minimum) is verminderd, en wel in sterkere mate dan landelijk: MVS-breed daalde het van 12,9% in 2017 naar 12,3% in 2018, in heel Nederland van 10,9% naar 10,6%.

Ontwikkeling van het aandeel huishoudens met een laag inkomen (≤ 110% van sociaal minimum) 15% 14%

13,7%

14,0%

13,2%

13%

14,2% 13,0%

12,3%

14,3%

12,9%

14,2% 13,2%

14,1% 13,5% 13,0%

12,9%

12,5%

12,3%

11,9%

12% 11%

11,1% 10,4%

10,8%

10% 9%

11,2%

10,7%

10,3%

11,0%

10,5% 10,1%

11,0%

10,4%

10,9%

10,6%

12,3%

10,4%

10,1%

9,7%

9,7%

9,5%

8% 2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Maassluis

Vlaardingen

Schiedam

Nederland

Maassluis*

Vlaardingen*

Schiedam*

Nederland*

2019

* Op basis van voorlopige cijfers

november 2021

-1-

Inzicht in armoede 2021 Tegelijkertijd is het aandeel langdurig arme huishoudens iets toegenomen, in ongeveer dezelfde mate als landelijk. Meer dan de helft van de arme huishoudens leeft al minstens vier jaar op rij van een laag inkomen. Hoe langer armoede duurt, des te lastiger is het om eruit te raken. Bovendien ligt het aandeel arme huishoudens in Vlaardingen en Schiedam nog altijd ruim boven het landelijk gemiddelde. Het aandeel kinderen dat in armoede opgroeit is in heel de MVS-regio bovengemiddeld. Kinderen leven hier bijna anderhalf keer zo vaak in armoede als volwassenen.

1 op de 8 huishoudens heeft een laag inkomen (Maassluis: 1 op de 10, Vlaardingen: 1 op de 8, Schiedam: 1 op de 7)

Ook het gebruik van armoede- en schuldenvoorzieningen is in alle drie de gemeenten afgenomen. Het aandeel inwoners in een huishouden met één of meer voorzieningen is MVS-breed gedaald van 10,0% in 2018 naar 9,1% in 2020. Onder de drie gemeenten leefden in 2018 alleen in Schiedam meer personen in een huishouden met een laag inkomen dan in een huishouden met één of meer armoedeof schuldenvoorzieningen. Dat kan wijzen op verborgen armoede, dat wil zeggen dat niet iedereen die recht heeft op een armoede- of schuldenvoorziening er gebruik van maakt. Het verschil bedraagt echter slechts 0,1%-punt. Dit betekent dat de verborgen armoede naar alle waarschijnlijkheid ook gering is.

Aandeel personen in huishoudens met armoede-/ schuldenvoorziening(en), resp. aandeel personen in huishoudens met laag inkomen (≤ 110%), naar gemeente 14% 12% 10% 8%

8,5%

10,7% 9,7%10,1%9,5%

11,8% 10,7%10,6% 9,2%

10,8% 9,8% 10,0% 9,1%

Vlaardingen

Schiedam

MVS

7,8% 8,2% 8,0%

6% 4% 2% 0%

Maassluis

Laag inkomen 2016

Laag inkomen 2018

Voorzieningengebruik 2018

Voorzieningengebruik 2020

De afname van het voorzieningengebruik is relatief groot onder kinderen, dertigers en veertigers. In de leeftijdscategorieën 55-64 jaar en 80+ is juist sprake van een lichte toename. Wat betreft de 55-plussers gaat het vermoedelijk om werkloos geworden werknemers en zelfstandigen met omzetverlies, die door de coronacrisis relatief vaak een beroep op armoede- en schuldenvoorzieningen deden. Voor dertigers en veertigers geldt dat minder; zij hebben een sterkere positie op de arbeidsmarkt. Daarnaast vroegen zij minder voorzieningen aan voor zichzelf en/of hun kinderen, omdat veel voorzieningen (zoals sportverenigingen, zwembaden en muzieklessen) tijdens de lockdown niet beschikbaar waren. Ook waren de wijkteams en de Formulierenbrigade (de grootste intermediair voor kindregelingen) tijdelijk alleen op afspraak te bezoeken. Tot slot zijn in 2020 de kindtoeslag op de individuele inkomenstoeslag en de vrijwilligerspremie in Maassluis en Vlaardingen afgeschaft. De vrijgekomen gelden worden nu ingezet voor preventie. november 2021

-2-

Inzicht in armoede 2021

1 op de 8 kinderen groeit op in armoede (Maassluis: 1 op de 10, Vlaardingen en Schiedam: 1 op de 8)

De afname van het voorzieningengebruik is onder vrouwen iets sterker dan onder mannen, hoewel vrouwen nog altijd vaker zijn aangewezen op die voorzieningen. De economische positie van vrouwen is gemiddeld genomen slechter dan die van mannen, maar hierin komt wel steeds meer verandering. Verder is de afname relatief groot onder inwoners met een Turkse of Marokkaanse achtergrond en relatief klein onder inwoners met een Nederlandse achtergrond. De verschillen tussen bevolkingsgroepen wat betreft armoede, en als gevolg daarvan ook wat betreft voorzieningengebruik, blijven echter groot: inwoners met een Antilliaanse of Marokkaanse achtergrond zijn het vaakst aangewezen op armoede- en schuldenvoorzieningen, inwoners met een Nederlandse of Midden- of Oost-Europese achtergrond het minst. De oorzaak van de verschillen in welvaart tussen bevolkingsgroepen ligt grotendeels in de arbeidsmarkt. Inwoners met een migratieachtergrond doen vaker laag betaald werk. De belangrijkste verklaring hiervoor is dat inwoners met een migratieachtergrond minder vaak de vereiste opleiding hebben. Echter, ook met een vergelijkbare opleiding hebben zij gemiddeld slechter betaalde banen; zij doen dus ook vaker werk onder hun niveau. Een aanvullende verklaring is dat discriminatie (bewust of onbewust) een rol speelt in werving en selectie.

Sollicitanten met een migratieachtergrond maken pas een even grote kans op een baan als vergelijkbare sollicitanten met een Nederlandse achtergrond, wanneer zij meer ervaring en opleiding hebben of hun betrokkenheid bij de Nederlandse samenleving uitspreken en aantonen met bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. Tot slot verschillen armoede en voorzieningengebruik sterk van buurt tot buurt, vooral in Schiedam. Dit heeft te maken met het woningaanbod, dat in Schiedamse buurten minder gevarieerd is. In de meeste buurten waar de daling van het voorzieningengebruik bovengemiddeld groot is, heeft sloop en/of nieuwbouw van woningen plaatsgevonden in de jaren 2018-2020. Eerste gevolgen van corona

Ontwikkeling Tozo-uitkeringen per gemeente, maart 2020 - september 2021 1400 1200 1000 800 600 400 200 0 nov dec jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt 19 19 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 21 21 21 21 21 21 21 21 21 21 Maassluis

november 2021

Vlaardingen

Schiedam

-3-

Inzicht in armoede 2021 Economische en sociale gevolgen van de coronacrisis in Nederland Begin 2020 zag het ernaar uit dat Nederland in een ongekende economische crisis zou belanden. De coronacrisis zou nog ernstiger worden dan de kredietcrisis, die Nederland in 2009 raakte. Vanaf maart 2020 kromp de economie: huishoudens consumeerden minder (maar spaarden meer), bedrijven investeerden minder en de export daalde sterker dan de import. Anders dan in 2009 bood de overheid uitgebreide financiële steun aan bedrijven, zo’n 30 miljard euro in 2020. Mede dankzij het financiële steunpakket bleef de economische krimp in 2020 beperkt tot 3,7%, hetzelfde als in 2009. Toch zijn er veel verschillen tussen de coronacrisis en de kredietcrisis. In 2009 werden vrijwel alle bedrijfstakken geraakt. Nu zijn sommige sectoren zwaar getroffen – zoals horeca, cultuur, toerisme en detailhandel – terwijl andere bedrijfstakken forse groei doormaken: supermarkten, internetwinkels, bouwmarkten en de ICT-sector. Ook op individueel niveau zijn de verschillen groot: mensen in loondienst met een vast contract ervaren relatief weinig financiële gevolgen, terwijl veel ondernemers en zzp’ers het water aan de lippen staat. De seizoengecorrigeerde werkloosheid liep op van 273.000 in maart 2020 tot 426.000 in augustus 2020; daarna nam ze weer af.

Volgens het SCP lopen het grootste risico om hun baan te verliezen: mensen met een flexibel dienstverband (1) in een sector die krimpt (2). Relatief veel werknemers met een migratieachtergrond, laag opgeleide mensen en mensen met een arbeidsbeperking voldoen aan beide criteria. Werkverlies bij deze groepen brengt een groot risico op armoede met zich mee. Wanneer mensen langer dan een jaar in armoede leven, neemt de kans dat zij hier ooit nog uit komen in sterke mate af. Het SCP ziet omscholing als belangrijkste oplossing voor het werkverlies. Het CPB wijst erop dat de armoede, ook los van de coronacrisis, zal groeien. Door reeds ingezet beleid neemt het aantal personen in armoede na 2021 met ruim een kwart toe. Dit komt door de jaarlijkse verlaging van de bijstandsuitkeringen, die doorloopt tot en met 2035. Het gaat om de afbouw van de dubbele heffingskorting in het referentieminimumloon voor de bijstand. Hierdoor neemt de kans op armoede onder bijstandsgerechtigden fors toe. Eind maart 2021 telde Nederland 433.000 personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd met een algemene bijstandsuitkering. Vooral onder jongeren en mensen met een migratieachtergrond is het aandeel bijstandsgerechtigden toegenomen.

Hoewel tijdens de lockdown het aantal aanmeldingen voor schuldhulpverlening tijdelijk iets lager was, waarschuwde de NVVK (de branchevereniging voor schuldhulpverlening, sociaal bankieren en bewindvoering) halverwege 2020 dat het aantal hulpvragen met zo’n 30% zou stijgen. Het CPB stelde in haar juniraming 2021 dat de economie zich snel herstelt (toen het aantal besmettingen afnam en de vaccinatiegraad toenam). De verwachting is dat de economie in 2021 en 2022 groeit met ruim 3% per jaar. De werkloosheid blijft in 2021 beperkt tot 4,1%, vrijwel gelijk aan het gemiddelde in 2017-2019, voor de crisis. Het bruto binnenlands product komt in 2025 weliswaar 1,5% lager uit dan voor de coronacrisis werd voorzien, maar dat is gunstiger dan het negatieve effect van 3% waar eerder van werd uitgegaan. Het CBS stelt echter dat pas wanneer de financiële steun ten einde is zal blijken hoe groot de schade van corona echt is. Het is onmogelijk om de gevolgen van corona uitputtend te beschrijven, ook omdat de pandemie nog altijd gaande is, sommige beperkingen nog van kracht zijn en het Rijk tot 1 oktober 2021 nog financiële steun verleende. Pas wanneer deze steun enige tijd ten einde is, zal blijken hoe groot de schade van corona echt is, ook ‘achter de voordeur’.

Het aantal uitkeringen op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) piekte direct na ingang van de eerste lockdown, in de periode van maart tot en met juni 2020. Er volgde een kleinere piek rond februari 2021. Daarna daalde het aantal Tozo-uitkeringen geleidelijk en per 1 oktober 2021 is de regeling beëindigd. In november 2021

-4-

Inzicht in armoede 2021 tegenstelling tot de Tozo, vertoont het aantal bijstandsuitkeringen (PW, IOAW, IOAZ, Bbz) weinig fluctuatie sinds de coronacrisis. Vanaf maart 2017 was de trend wat betreft het aantal lopende bijstandsuitkeringen in alle drie de gemeenten dalend: in Maassluis licht, in Vlaardingen iets sterker en in Schiedam nog sterker. Sinds eind 2019 is het aantal bijstandsuitkeringen in alle drie de gemeenten vrijwel stabiel. Effectiviteit van het armoede- en schuldenbeleid Zowel in Maassluis als in Schiedam zijn in de afgelopen jaren meer inwoners met een laag inkomen hun gezondheid als (zeer) goed gaan ervaren. Dit aandeel steeg in Maassluis van 53,5% in 2018 naar 56,8% in 2020, in Schiedam van 47,9% in 2017 naar 51,9% in 2019. Dit is des te belangrijker omdat arme inwoners relatief vaak gezondheidsproblemen hebben. Ter vergelijking: van de inwoners met een midden- of hoog inkomen ervaart in Maassluis 81,6% de eigen gezondheid als (zeer) goed en in Schiedam 83,7%. Ruim 50% van de inwoners met een laag inkomen ervaart de gezondheid als (zeer) goed, van de overige inwoners ruim 80% (Maassluis: 56,8%, Vlaardingen: 47,9%, Schiedam: 51,9%)

Eenzaamheid en sociaal isolement zijn echter toegenomen onder inwoners met een laag inkomen, in Maassluis in lichte mate en in Schiedam iets sterker. Omgerekend naar een rapportcijfer daalde de score voor het sociale leven in Maassluis van 7,1 in 2018 naar 7,0 in 2020 en in Schiedam van 6,9 in 2017 naar 6,6 in 2019. Ter vergelijking: inwoners met een midden- of hoog inkomen scoren in Maassluis een 8,1 en in Schiedam een 8,0. Het vinden van betaald werk is niet alleen de belangrijkste reden voor het beëindigen van bijstand, maar ook de reden die het meest in belang is toegenomen: in 2018 werd 24,5% van de bijstandsuitkeringen beëindigd vanwege arbeid in loondienst, in 2020 29,7%. In 2018 was bij 47,2% van de beëindigingen van schuldhulpverlening de reden dat de cliënt niet voldeed aan de verplichtingen, zoals het leveren van gegevens over de schulden en schuldeisers of het verschijnen op de informatiebijeenkomst. Bijna de helft van de cliënten viel dus voortijdig uit. In 2020 is deze uitval gehalveerd, tot 23,4%. Ook als wordt gekeken naar de uiteindelijke afloop van alle trajecten – dus inclusief hulpverlening door derden en zelfstandig aflossen – is een groter aandeel succesvol.

1 op de 8 huishoudens heeft probleemschulden (Maassluis: 1 op de 11, Vlaardingen: 1 op de 8, Schiedam: 1 op de 7)

Het bereik van schuldhulpverlening is iets vergroot: in 2018 kreeg MVS-breed 13,1% van de huishoudens met probleemschulden schuldhulpverlening, in 2020 ongeveer 14%. Tegelijkertijd is de problematiek van de cliënten ernstiger: hogere schulden, meer schuldeisers en langere looptijden. De vroegsignalering, die door een wijziging in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) sinds 1 januari 2021 van kracht is, zal naar alle waarschijnlijkheid helpen het bereik verder te vergroten en de uitval te beperken. Het aandeel cliënten schuldhulpverlening met betaald werk is flink gestegen. De oorzaak is waarschijnlijk drieledig. Ten eerste zijn er meer mensen met betaald werk in de schulden geraakt. Het november 2021

-5-

Inzicht in armoede 2021 aantal deeltijdwerkers en zelfstandigen zonder personeel neemt gestaag toe en juist deze groepen lopen een relatief hoog risico op armoede en schulden. Ten tweede hebben de laatste jaren steeds meer bijstandsgerechtigden, waaronder mensen met een schuldenregeling, betaald deeltijdwerk gevonden. Tot slot kan de zogenoemde armoedeval een rol spelen: mensen met laag betaald werk hebben netto soms minder te besteden dan bijstandsgerechtigden, waardoor ze sneller in de financiële problemen kunnen komen. Bij een saneringskrediet neemt de Kredietbank de schulden over en lost de cliënt drie jaar op maximale capaciteit af aan de Kredietbank, met kwijtschelding van de restschuld. Het voordeel hiervan is voor schuldeisers dat zij direct worden afbetaald en voor cliënten dat zij met nog maar één schuldeiser te maken hebben, de Kredietbank. Saneringskrediet wordt nog altijd weinig ingezet, terwijl het bij andere sociale diensten vaker dan schuldbemiddeling slaagt (het contract met de schuldeisers komt tot stand) en ongeveer even vaak succesvol is (de cliënt lost drie jaar lang op maximale capaciteit af). In 2018 ging het om 0,6% van de schuldenregelingen (drie gevallen) en in 2020 om 2,1% (dertien gevallen). Overigens is Stroomopwaarts eind 2020 begonnen saneringskrediet vaker in te zetten.

De uitgaven aan beschermingsbewind (inkomensbeheer op aanwijzing van de rechter) zijn aan de lage kant en ook iets gezakt ten opzichte van het voorgaande jaar. Stroomopwaarts geeft dus niet extreem veel uit aan dit relatief zware en dure instrument. Toch is het aantal vergoedingen voor beschermingsbewind ten laste van het minimabeleid sinds 2018 toegenomen met 13,7% en het aantal vergoedingen voor budgetbeheer (een vrijwillige vorm van inkomensbeheer) met 9,7%. Budgetcoaching (het ondersteunen en stimuleren van personen om de financiële zelfredzaamheid te vergroten) wordt bij ongeveer 5% van de cliënten schuldhulpverlening ingezet. Dit is vergelijkbaar met andere sociale diensten, maar wel minder dan in het voorgaande jaar. Stroomopwaarts biedt vrij veel cliënten nazorg: zo’n 15%, tegenover gemiddeld 12% binnen de benchmark. Toch komt recidive (binnen vijf jaar opnieuw schuldhulpverlening aanvragen) relatief vaak voor: bij zo’n 10% van de cliënten, tegenover 6% in de hele benchmark. Stroomopwaarts doet relatief veel aan maatschappelijke participatie van minderjarigen. De uitgaven per kind aan regelingen voor kinderen bedragen bijna het dubbele van het benchmarkgemiddelde. De uitgaven per kind aan particuliere initiatieven en fondsen voor kinderen (Stichting Leergeld, Jeugdfonds Sport en Cultuur) bedragen bijna het drievoudige van het benchmarkgemiddelde.

De tabel hierna vat de uitkomsten van de evaluatievragen samen en geeft daarbij een indicatie van de mate waarin de ontwikkelingen positief zijn, zowel in woorden als met een kleur.

november 2021

-6-

Inzicht in armoede 2021 Concluderende uitspraken over effectiviteit armoede- en schuldenbeleid Evaluatievraag Ontwikkeling Toelichting In welke mate is het Grotendeels Het aandeel huishoudens met een laag inkomen is aandeel huishoudens met positief in alle drie de gemeenten sterker afgenomen dan een laag inkomen toe- of landelijk, vooral in Vlaardingen en Schiedam afgenomen? (MVS: van 12,9% in 2017 naar 12,3% in 2018; landelijk: van 10,9% naar 10,6%). NB 1: De inkomensstatistieken zijn van vóór de coronacrisis. NB 2: Het aandeel langdurig arme huishoudens is juist toegenomen in Vlaardingen en Schiedam, in dezelfde mate als landelijk. In welke mate is het Grotendeels Het voorzieningengebruik is afgenomen: het voorzieningengebruik toepositief aandeel inwoners in de MVS-gemeenten dat deel of afgenomen? uitmaakt van een huishouden met één of meer armoede- en schuldenvoorzieningen is gedaald van 10,0% van de bevolking in 2018 naar 9,1% in 2020. NB: In de leeftijdsgroepen 55-64 jaar en 80+ is het voorzieningengebruik juist toegenomen. In welke mate is het Grotendeels Het aandeel kinderen dat deel uitmaakt van een aandeel kinderen dat positief huishouden met een laag inkomen is in alle drie de opgroeit in armoede toegemeenten gedaald, in sterkere mate dan landelijk of afgenomen? (MVS: van 13,9% in 2017 naar 12,8% in 2018, landelijk: van 8,5% naar 8,2%).

NB: Het aandeel arme kinderen is nog altijd hoog, vooral in Vlaardingen en Schiedam. Hoe heeft de ervaren Positief In zowel Maassluis als Schiedam is het aandeel gezondheid onder inwoners met een laag inkomen dat de eigen inwoners met een laag gezondheid als (zeer) goed ervaart toegenomen inkomen zich ontwikkeld? (Maassluis: van 53,5% in 2018 naar 56,8% in 2020; Schiedam: van 47,9% in 2017 naar 51,9% in 2019; over Vlaardingen zijn geen nieuwe cijfers beschikbaar). Hoe hebben eenzaamheid Negatief Het aandeel inwoners met een laag inkomen dat en sociaal isolement onder zich eenzaam voelt is toegenomen, in Maassluis in inwoners met een laag lichte mate gestegen en in Schiedam iets sterker inkomen zich ontwikkeld? (omgerekend naar een rapportcijfer in Maassluis van 7,1 in 2018 naar 7,0 in 2020, in Schiedam van 6,9 in 2017 naar 6,6 in 2019; over Vlaardingen zijn geen nieuwe cijfers beschikbaar). Hoe groot is de rol van Positief Inkomen uit arbeid is niet alleen de belangrijkste betaald werk bij het reden voor beëindiging van bijstand, maar het uitstromen uit de bijstand? belang ervan is ook flink toegenomen (van 24,5% van de beëindigingen in 2018 naar 29,7% in 2020, exclusief Tozo). Hoeveel bedraagt de uitval Positief Het aandeel beëindigingen schuldhulpverlening bij schuldhulpverlening? wegens het niet voldoen aan de verplichtingen is gedaald van 47,2% naar 23,4%.

De per 1-1-2021 geïntroduceerde vroegsignalering zal vermoedelijk helpen de uitval verder terug te brengen en het bereik te vergroten.

november 2021

-7-

Inzicht in armoede 2021 Concluderende uitspraken over effectiviteit armoede- en schuldenbeleid (vervolg) Evaluatievraag Ontwikkeling Toelichting Hoe hebben de Deels positief, Het bereik van schuldhulpverlening is iets schuldhulpverlening en de deels negatief toegenomen (in 2018 kreeg MVS-breed 13,1% van schuldenproblematiek zich de huishoudens met probleemschulden verder ontwikkeld? schuldhulpverlening, in 2020 zo’n 14%). Tegelijkertijd is de problematiek van de cliënten ernstiger geworden: hogere schulden, meer schuldeisers en langere looptijden. In welke mate wordt In geringe Het gaat om 0,6% van de schuldenregelingen (drie saneringskrediet vaker mate positief gevallen) in 2018 en om 2,1% (dertien gevallen) in ingezet? 2020. Hoewel er dus sprake is van een toename, is het aantal nog altijd zeer klein. Stroomopwaarts is inmiddels begonnen sanering vaker in te zetten. In welke mate komt Enigszins Hoewel de uitgaven aan beschermingsbewind in onderbewindstelling negatief 2019 relatief laag waren, is het aantal betalingen minder vaak voor? beschermingsbewind in 2020 toegenomen met 13,7% ten opzichte van 2018 en het aantal betalingen budgetbeheer met 9,7%. In welke mate wordt er iets Enigszins Ongeveer 5% van de cliënten schuldhulpverlening gedaan aan financiële negatief krijgt budgetcoaching.

Dit is vergelijkbaar met educatie? andere sociale diensten, maar wel minder dan in het voorgaande jaar. Verder zijn er de training ‘Omgaan met geld’, het budgetgesprek en de online geldplannen. In welke mate wordt er iets Deels positief, Stroomopwaarts biedt zo’n 15% van de cliënten aan nazorg? deels negatief schuldhulpverlening nazorg. In vergelijking met andere sociale diensten is dit vrij veel. Toch komt recidive bovengemiddeld vaak voor: ongeveer 10% van de cliënten vraagt binnen vijf jaar opnieuw schuldhulpverlening aan. In welke mate wordt er iets Positief In vergelijking met andere sociale diensten doet gedaan voor kinderen? Stroomopwaarts veel aan maatschappelijke participatie van minderjarigen, via het minimabeleid (kindregelingen) en vooral via steun aan particuliere initiatieven en fondsen (Stichting Leergeld, Jeugdfonds Sport en Cultuur).

november 2021

-8-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11038919/1