CConstaterende datMaassluis
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Notitie Aanbod op hoofdlijnen nieuwe Wet Inburgering 15042021

gemeenteraad 18 mei 2021, gemeente MaassluisBij agendapunt: Raadsvoorstel tot instemmen met wijzigingen van de GR Stroomopwaarts MVS als gevolg van de overdracht taken Wet Inburgering3.550 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanbod uitvoering Wet Inburgering op hoofdlijnen

Opdrachtgever

MVS gemeenten

Registratienummer

Opsteller

Projectteam inburgering

Telefoonnummer

Unit

Bedrijfsvoering

Datum

SOW-ADV-2100549

8-4-2021

Bijlage(n)

Onderwerp

Aanbod uitvoering van de nieuwe Wet Inburgering op hoofdlijnen.

Inleiding Per 1 januari 2022 treedt de nieuwe Wet Inburgering in werking. De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam werken gezamenlijk aan de Veranderopgave Inburgering en besloten op 20 oktober 2020 tot het voornemen om de uitvoering van taken (met uitzondering van huisvesting) uit deze wet over te dragen aan Stroomopwaarts. In deze notitie geeft Stroomopwaarts de huidige stand van zaken en informeert zij het MT SOW en de drie gemeenten hoe de projectopdrachten, beleidskaders en ambities vorm krijgen. Allereerst wordt de projectopdracht en -aanpak uitgelegd, waarna de stand van zaken van de projectopdrachten wordt weergegeven. Tot slot wordt stilgestaan bij de wijze waarop Stroomopwaarts de gegeven beleidskaders waarborgt.

De projectopdracht De projectopdracht betreft een overkoepelende programmaopdracht Inburgering met vier onderliggende projectopdrachten, die voorzien in de opzet, implementatie en uitvoering van: 1. De warme overdacht en brede intake 2. Het persoonlijk routeplan, activering, monitoren voortgang en resultaten en bijstelling 3. Maatschappelijke begeleiding, leerroutes en modules 4. De financiële ontzorging De volgende uitgangspunten gelden:  De gemeenten voeren de beleidsregie. Zij geven ‘het wat’ aan, waaronder de doelen, kaders, wensen en te bereiken resultaten.  Stroomopwaarts voert de uitvoeringsregie, zij geeft ‘het hoe’ vorm, waaronder de aanpak, sturing op samenhang in de uitvoering en realisatie van resultaten.  De vestiging van statushouders binnen de gemeenten blijft de verantwoordelijkheid van de MVS-gemeenten. Procesafstemming en verbinding tussen de MVS-gemeenten en Stroomopwaarts vindt plaats.  De gemeenten en Stroomopwaarts werken vooralsnog samen vanuit co-creatie. De verdeling van de beleidsregie en uitvoeringregie krijgt werkende weg vorm.

1

 Er is regionaal en lokaal binnen de MVS-gemeenten een staande werkpraktijk inburgering. Op basis van de Veranderopgave Inburgering en aansluitend bij de nieuwe Wet Inburgering vindt transitie plaats. De transitiestrategie voorziet in het stapsgewijs doorontwikkelen van de huidige werkpraktijk naar een nieuwe werkpraktijk inburgering.

De projectaanpak In de uitwerking startte Stroomopwaarts met ‘een ronde langs de velden’. Zij maakte nader kennis met de relevante regionale netwerkpartners en onderzocht succesfactoren in hun werkpraktijk. Ook legde Stroomopwaarts de verbinding met relevante landelijke ondersteuners van de veranderopdracht inburgering. Stroomopwaarts heeft aan diverse landelijke kennissessies deelgenomen en is betrokken bij de landelijke expertpool VOI van VNG/DIVOSA en is tevens aangesloten op het VNG forum voor Inburgering. Ook binnen de regio is Stroomopwaarts betrokken bij informatiesessies met organisaties zoals bibliotheken, Horizontaal, Vraagraak, Stichting Inclusia, Stichting Meredia. Er werden ervaringen opgehaald bij (ex)inburgeringsplichtigen, bij in- en externe collegae, en bij andere (boven)regionale contacten. Stroomopwaarts kwam mooie praktijkvoorbeelden tegen ter inspiratie voor verdere uitwerking van de uitvoeringspraktijk. Stroomopwaarts heeft een programma- en projectstructuur opgezet en is gestart met de ontwikkeling van het nieuwe stelsel inburgering. Centraal staan vier werkgroepen die de deelopdrachten oppakken. In werkgroepen participeren cruciale partners.

Dit zijn het COA, Vluchtelingenwerk, Trefpunt, Maatwerkplaats, Ambtenaren voor vestiging asielstatushouders, accountmanager WSP, consulenten taskforce asielstatushouders, consulenten inkomen, consulent vrijwilligerswerk, beleidsmedewerkers MVS gemeenten en Stroomopwaarts. Ter ondersteuning aan de werkgroepen initieert Stroomopwaarts brainstormsessies en marktconsultaties met onder meer:  Het onderwijsveld;  Werkgevers;  Welzijns- en vrijwilligersorganisaties. Naast de vier werkgroepen zijn er:  Een projectgroep: de projectleider en beleidsmedewerkers van Stroomopwaarts en de beleidsmedewerkers vanuit de MVS-gemeenten nemen hierin deel. Hierin wordt beleid en uitvoering op elkaar afgestemd.  Een regiegroep: de betrokken managers vanuit Stroomopwaarts en de MVS-gemeenten, de projectleider vanuit Stroomopwaarts en om toerbeurt één van de MVSbeleidsmedewerkers nemen hierin deel. Hierin wordt de voortgang van de projectopdrachten gemonitord en organisatie overstijgende vraagstukken worden voorgelegd.  Een werkgroep Bedrijfsvoering: naast het primaire proces krijgt ook de bedrijfsvoering uitwerking. Stroomopwaarts werkt alle PIOFACH- taken voor de inburgering uit in deze werkgroep. Een LEAN deskundige werkt de processen van de inburgering uit aan de hand van de uitkomsten van de vier werkgroepen.  Een werkgroep communicatie.

In deze werkgroep nemen de Communicatieadviseurs van de MVS gemeenten en Stroomopwaarts deel. Er is een communicatieplan in de maak om zowel vanuit de beleidsregie als uitvoeringsregie afspraken te maken wie welke taken uitvoert en op welke wijze de communicatie tot stand gaat komen.  Een expert pool: Stroomopwaarts betrekt (ex-)inburgeraars bij het maken van de uitvoeringsplannen. Aan Open Embassy is de opdracht verstrekt om een expert pool van

2

nieuwkomers en oudkomers in te richten en te begeleiden. Deelnemers denken en werken mee aan de plannen. Hiervoor zijn in eerste instantie vijf bijeenkomsten georganiseerd in de 1e helft van 2021. In deze pool zitten circa 15 mensen uit de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam met verschillende achtergronden. Indien het project voldoet aan de verwachtingen blijft de groep ook tijdens de uitvoeringsperiode actief voor raadpleging en advisering.

De huidige stand van zaken projectopdrachten Hieronder wordt per projectopdracht de huidige stand van zaken weergegeven. Het proces is nog in uitwerking en de werkgroepen zijn nog niet afgerond. Dit betreft daarom een voorlopig aanbod op hoofdlijnen. 1. Projectopdracht 1: Warme overdracht en brede intake. Eerste kennismaking en warme overdracht statushouders De casemanager van Stroomopwaarts legt zo snel mogelijk na koppeling van de statushouder aan een van de MVS- gemeenten contact met de statushouder, eventueel via zijn of haar begeleider in het AZC. De casemanager heet de statushouder welkom en maakt informeel kennis. Ook geeft de casemanager een globale toelichting op wat er verwacht kan worden de komende periode en wat er specifiek wordt verwacht van de statushouder zelf. De statushouder wordt enthousiast gemaakt om te starten met de voorinburgering. Er is voldoende ruimte voor vragen. Vervolgens vindt het officiële overdrachtsmoment plaats (de warme overdracht). Hierin delen de casemanager, de statushouder en de begeleider vanuit het COA alle relevante informatie. Indien de statushouder in een naburig AZC verblijft vinden deze gesprekken fysiek plaats. Doordat er door sluiting geen AZC’s meer (zullen) zijn in Zuid-Holland vinden deze gesprekken voornamelijk digitaal plaats.

Eerste kennismaking gezinsmigrant Zo snel mogelijk na vestiging zoekt de casemanager contact met de gezinsmigrant, heet hem of haar welkom en geeft een globale toelichting op wat er verwacht kan worden de komende periode en wat er wordt verwacht van de gezinsmigrant. Er is voldoende ruimte voor vragen. De brede intake De brede intake vindt plaats nadat de inburgeraar is gehuisvest in zijn of haar nieuwe woonplaats. In het begin moeten veel praktische zaken geregeld worden. Na de periode van twee weken ontstaat er iets meer rust en ruimte bij de inburgeraar. De brede intake en het Plan Integratie en Participatie (PIP) dienen binnen een wettelijk termijn van 10 weken na huisvesting afgenomen en opgesteld te worden. De brede intake brengt de startpositie en de ontwikkelmogelijkheden van de inburgeraar in kaart. Hierbij wordt gekeken naar alle leefgebieden, waaronder dus ook de fysieke en mentale gezondheid. De brede intake bestaat uit twee onderdelen:  Het assessment: persoonsprofielscan Vluchtelingen (PPS-V).  Verdiepende gesprekken tussen de inburgeraar en de casemanager n.a.v. de uitslag van de PPS-V. Inburgeraars worden uitgenodigd op basis van de taal die zij spreken. Het assessment kan in vijf talen worden afgenomen (Nederlands, Engels, Arabisch, Farsi en Tigrinya). De afname van de

3

PPS-V duurt gemiddeld 3 uur. Vanwege de totale tijdsduur wordt het assessment opgesplitst in twee dagdelen. Het assessment wordt begeleid door de coach. Hierdoor kan een coach de deelnemers in eigen taal en cultuursensitief ondersteunen tijdens het moment van afname. Het assessment is een tool, niet hét doel. Daarom zullen de verdiepende gesprekken altijd leidend zijn om de situatie van de inburgeraar in kaart te krijgen. Wanneer het assessment niet af te nemen is (bijvoorbeeld bij inburgeraars die analfabeet zijn), worden de startpositie en ontwikkelmogelijkheden in kaart worden gebracht door enkel het voeren van de verdiepende gesprekken. Aandachtspunten bij dit aanbod.  De asielzoekerscentra in Zuid-Holland gaan sluiten. Stroomopwaarts verwacht statushouders vanuit heel Nederland. De verwachting is dat vanwege de fysieke afstand veel communicatie digitaal verloopt. Dit heeft bij de start van het proces effect op het persoonlijke contact met de asielmigrant en is een bedreiging voor de ambitie “dichtbij”.  Het taalonderwijs vanuit het COA is niet toereikend genoeg. De statushouder start met voorinburgering in het asielzoekerscentrum. Hij of zij volgt gemiddeld genomen 14 weken taalles vanuit het COA. Huisvesting in de gemeente duurt gemiddeld 29 weken door de krappe woningmarkt. Hierdoor ontstaat een periode zonder taalonderwijs waardoor opgedane kennis kan wegzakken. 2.

Projectopdracht 2: Persoonlijk routeplan, activering, monitoring voortgang en resultaten, bijstelling Persoonlijk routeplan Naar aanleiding van de brede intake worden in het Plan Inburgering en participatie (PIP) alle afspraken omtrent het inburgeringstraject vastgelegd in de vorm van een beschikking. Het PIP dient binnen een wettelijk termijn van 10 weken na huisvesting afgenomen en opgesteld te worden. Het PIP bevat de inburgeringsafspraken op hoofdlijnen (zoals de te volgen leerroute) en is zo bondig en visueel als mogelijk. Het PIP c.q. de beschikking wordt alleen aangepast wanneer er een grote verandering in de situatie van de inburgeraar plaatsvindt. Een eerste format van het PIP is beschikbaar. Activering Daarnaast is er een dynamisch persoonlijk ontwikkelplan waar op verschillende gebieden doelen, die in het PIP zijn afgesproken met de inburgeraar, worden gemonitord. Voorbeelden vanuit het Trefpunt en de Maatwerkplaats vormden hierbij een basis. De voortgang wordt besproken en er wordt continu gekeken wie of welke instantie de inburgeraar kan ondersteunen en hoe de inburgeraar zijn traject uitvoert. Monitoring voortgang en resultaten bijstelling De casemanager heeft procesregie en houdt de voortgang van het inburgeringstraject nauwlettend in de gaten. De coach ondersteunt de inburgeraar extra en praktisch waar nodig.

De coach is ervaringsdeskundige, spreekt de taal van de inburgeraar en heeft casusregie. Deze twee functies werken als een eenheid samen. Het doel is intensief ondersteunen waar nodig. Er wordt gefaciliteerd, maar niet uit handen genomen. De begeleiding is in de beginfase intensief en naarmate de zelfredzaamheid toeneemt, worden er meer verantwoordelijkheden bij de inburgeraar zelf gelegd.

4

Aandachtspunten bij dit aanbod  Er is nog onvoldoende beeld waaruit de ondersteunings- en begeleidingsbehoeften van gezinsmigranten moet bestaan en wat het passende aanbod is dat hierbij hoort. Nader onderzoek vindt plaats.  Stroomopwaarts werkt momenteel aan verankering van de uitgangspunten en ambities in de functieprofielen van casemanager en coach. Ook de wijze en intensiteit van begeleiding van de inburgeraar is in ontwikkeling. Een en ander hangt ook af van de beschikbare budgettaire ruimte. 3. Projectopdracht 3: Maatschappelijke begeleiding, leerroutes en modules Maatschappelijke begeleiding De gemeenten hebben aangegeven dat maatschappelijke begeleiding voorlopig bij Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) blijft. Momenteel hebben de gemeenten een subsidierelatie met VWN. Onderzocht wordt met welke constructie Stroomopwaarts de samenwerking voort kan zetten en hoe deze er uit ziet. De gemeenten hechten aan het werkmodel van VluchtelingenWerk met de inzet van vrijwilligers en maatjes. Stroomopwaarts brengt, in samenwerking met Vluchtelingenwerk, in kaart waar de maatschappelijke begeleiding momenteel uit bestaat. Ook onderzoekt zij welke taken bij de maatschappelijk begeleider blijven en welke taken naar de casemanager en/of coach gaan.

Leerroutes (Onderwijsroute, B1-route en Z-route) Voor de onderwijsroute is in samenwerking met de arbeidsmarktregio Rijnmond een regio-brede aanbesteding opgestart waaraan Stroomopwaarts deel neemt. Het taalonderwijs in de B1-route en de Z-route worden door Stroomopwaarts zelf voor de MVS gemeenten aanbesteed. Stroomopwaarts heeft een marktconsultatie voor het taalonderwijs georganiseerd. Hierin zijn vijf taalaanbieders benaderd en gevraagd hun visie op taalonderwijs te delen. Ook wordt in de Expertpool besproken waar goed taalonderwijs aan moet voldoen. Al deze inzichten worden meegenomen in de aanbesteding. Stroomopwaarts onderscheidt twee fases voor (arbeids-)participatie. In de eerste fase wordt er geen of nauwelijks Nederlands gesproken. Het gaat in deze fase vooral om structuur, het bekend raken met de Nederlandse werkcultuur, het opdoen van werknemersvaardigheden en het oefenen met taal. Wanneer taal meer gevorderd is en men zich meer verstaanbaar kan maken, wordt de inburgeraar geplaatst op een participatieplek in de richting van werk en gaat hij of zij zich meer gaat richten op het opdoen van vakkennis en het verder ontwikkelen van taal. De toeleiding naar vormen van participatie verzorgt Stroomopwaarts zelf. Stroomopwaarts vindt het belangrijk dat er een divers aanbod is, voor zowel hoog- als laagopgeleiden en in verschillende branches.

Het aanbod wordt zo veel mogelijk extern gecreëerd. Voor invulling van de B1- en Z-route betrekt Stroomopwaarts werkgevers en vrijwilligersorganisaties in de voorbereidingen. Voor invulling van de B1-route worden werkgevers uit de regio uitgenodigd om deel te nemen in een brainstormsessie. Het doel is om werkgevers vroegtijdig mee te nemen in de ontwikkelingen en uitdagingen van de nieuwe Wet Inburgering, hen te enthousiasmeren en in kaart te brengen welke ondersteuning deze organisaties nodig hebben om inburgering middels participatie te kunnen laten slagen. De vrijwilligerssteunpunten hebben aangegeven een rol te willen spelen bij invulling van de Z-route. Momenteel wordt in kaart gebracht welke

5

vrijwilligersplekken beschikbaar zijn voor deze doelgroep. Stroomopwaarts gaat ook brainstormsessies organiseren met maatschappelijke ondersteuning en welzijnspartners om de juiste verbindingen te leggen. Vrijwilligersorganisaties hebben aangegeven graag mee te doen. Modules PVT en MAP Een eerste opzet van het Participatieverklaringstraject (PVT) en de module Arbeidsmarkt & Participatie (MAP) is gemaakt. Stroomopwaarts gaat ook in gesprek met de huidige aanbieders van de PVT. Daarnaast onderzoekt zij in hoeverre deze modules intern georganiseerd kunnen worden met behulp van het eigen trainersteam. Dit in verband met mogelijke kostenbesparing. Aandachtspunten bij dit aanbod  Nog onvoldoende is in beeld waaruit de ondersteunings- en begeleidingsbehoeften van gezinsmigranten bestaan en wat het passende aanbod is dat hierbij hoort. Nader onderzoek vindt plaats.  Nog onduidelijk is in hoeverre werkgevers bereid zijn om deel te nemen in de duale trajecten met name op het gebied van taalstagetrajecten.  Nadere oriëntatie vindt nog plaats op de wijze van door-ontwikkelen van de huidige subsidierelaties van MVS-gemeenten bij maatschappelijke begeleiding en inzet van welzijnspartners bij inburgering na invoering van de nieuwe wet Inburgering. 4. Projectopdracht 4: Financiële ontzorging.

De financiële ontzorging vindt voor de asielstatushouders plaats in de eerste 6 maanden na huisvesting. De vaste lasten worden door Stroomopwaarts doorbetaald en de statushouder werkt in deze periode aan zijn of haar financiële zelfredzaamheid door middel van maatschappelijke begeleiding en het volgen van trainingen bij Vluchtelingenwerk. Indien de statushouder voldoende financieel zelfredzaam is, eindigt de financiële ontzorging na 6 maanden. Wanneer de statushouder onvoldoende financieel zelfredzaam is, kan de periode van financiële ontzorging verlengd worden. Stroomopwaarts ontwikkelde samen met VluchtelingenWerk een pilot financiële ontzorging waarin ook de training Eurowijzer aangeboden wordt om de financiële zelfredzaamheid te vergroten. Aandachtspunten bij dit aanbod  De training is nog niet van start gegaan omdat onvoldoende inburgeraars vrijwillig deel wilden nemen. Daarnaast mogen er geen fysieke trainingen georganiseerd worden vanwege de coronamaatregelen. Zodra dit mogelijk is start deze training zo spoedig mogelijk.

Overige lopende zaken Steunpunt inburgering Stroomopwaarts werkt in samenwerking met de MVS-gemeenten aan een Steunpunt Inburgering. Deze steunpunten zijn lokaal fysiek (lokaal) en telefonisch en digitaal (regionaal) bereikbaar. Inburgeraars kunnen hier al hun vragen stellen, passende ondersteuning krijgen en een mogelijkheden tot ontmoeting hebben. Ondersteuners vinden hier een netwerkomgeving waarin onderling contact en afstemming ‘als vanzelf’ plaats vindt (samenhangend werkproces) en maximaal onderling aangesloten kunnen opereren naar de inburgeraar (één loket). De rol en taakverdeling tussen de MVS-gemeenten en Stroomopwaarts bij dit steunpunt is nog in onderzoek.

6

Monitoring Stroomopwaarts werkt samen met de MVS-gemeenten aan de Monitor Inburgering. Deze monitor combineert: 1. MVS-breed zicht op de doorontwikkeling en prestaties van het stelsel Inburgering. 2. Verantwoording van Stroomopwaarts op resultaten van de overdracht van taken. 3. Landelijke monitoringsvereisten De monitor bevat meetpunten op de perspectieven van de inburgeraar, de samenleving, de innovatie en de (financiële) continuïteit. Governance Stroomopwaarts werkt samen met de MVS-gemeenten aan een set met governance afspraken. Naast de juridische vormgeving van de overdracht van taken is ook de governance een punt van uitwerking. De huidige Gemeenschappelijke Regeling tussen SOW en de MVS-gemeenten behelst o.a. de beleids- en uitvoeringsregie van de Participatiewet en Wet Schuldhulpverlening. Vooruitlopend op de uitvoering van de Wet Inburgering zijn aanpassingen in de Gemeenschappelijke Regeling, het mandaat besluit en de mandaatregeling noodzakelijk. Netwerkoverleg Stroomopwaarts bouwt voort op bestaande netwerkstructuren. Zo vindt netwerkoverleg plaats in elke gemeente om met de inburgeringspartners in verbinding te blijven.

Invulling van de beleidskaders door Stroomopwaarts De gemeenten hebben beleidsregie. Zij hebben Stroomopwaarts beleidskaders meegegeven voor de uitwerking van de nieuwe Wet Inburgering. Deze beleidskaders betreffen twee aspecten. Enerzijds kaders voor optimale ondersteuning aan de inburgeraar en anderzijds om een optimale werking van het nieuwe stelsel te realiseren. Optimale ondersteuning inburgeraar 1. Inburgeraar centraal, dichtbij, op maat Stroomopwaarts ziet hier een belangrijke rol weggelegd voor de casemanager en coach. Waar de casemanager procesregie heeft en de voortgang van het inburgeringstraject bewaakt, heeft de coach casusregie. De coach is ervaringsdeskundige, spreekt (mogelijk) de taal van de inburgeraar en kent de cultuur. De coach staat naast de inburgeraar en faciliteert hem of haar waar nodig. Stroomopwaarts hanteert hierbij een cultuurs- en gendersensitieve benadering die middels training, intervisie, multidisciplinaire overleggen en netwerkoverleggen wordt geborgd. Bij het uitwerken van de werkprocessen wordt de klantbeleving expliciet meegenomen. Bij elke stap wordt concreet gemaakt wat voor klantbeleving wij willen realiseren. 2. Basis op orde De brede intake brengt de startpositie en de ontwikkelmogelijkheden van de inburgeraar in kaart. Hierbij wordt gekeken naar alle leefgebieden, waaronder de fysieke en mentale gezondheid.

De brede intake vindt plaats nadat de inburgeraar is gehuisvest in zijn nieuwe woonplaats. De eerste twee weken gelden als rustperiode. In het begin moeten veel praktische zaken geregeld worden. Na de rustperiode van twee weken ontstaat er iets meer rust en ruimte bij de inburgeraar. Het in beeld brengen en het maken van afspraken met de inburgeraar moet

7

er toe leiden dat de basis op alle leefgebieden op orde is of (zo optimaal mogelijk) wordt gemaakt, zodat de inburgeraar kan starten met zijn of haar inburgeringstraject. 3. Zelfredzaamheid groeit, steun neemt af Stroomopwaarts heeft aandacht voor een groeipad, waarbij de inburgeraar eerst meer begeleiding en minder verantwoordelijkheden heeft. Hoe verder de inburgeraar is gevorderd in het inburgeringstraject en meer zelfredzaam wordt, hoe minder begeleiding nodig is en hoe meer verantwoordelijkheden bij de inburgeraar zelf gelegd worden. Hierbij is van belang dat (met herhaling) te communiceren wat de bedoeling is. Door middel van afspraken over maatschappelijke begeleiding, financiële ontzorging en de leerroute en de modules (Module Arbeidsmarkt & Participatie en het Participatieverklaringstraject) kunnen we de inburgeraar optimaal ondersteunen in zijn of haar traject. De casemanager houdt hierbij de voortgang van het inburgeringstraject nauwlettend in de gaten. De coach ondersteunt de inburgeraar extra en praktisch waar nodig.

4. Duale en integrale aanpak Stroomopwaarts hecht veel waarde aan praktijkgericht leren. Taal leert men niet alleen in de schoolbanken, maar juist door het te gebruiken in de praktijk. Taalonderwijs kan het beste gecombineerd worden met het opdoen van werkervaring, maar ook met oriëntatie op de samenleving, contact met zorgverleners en ontmoeting in de buurt. 5. Zet voorveld in, waaronder vrijwilligers Stroomopwaarts heeft intensief contact met vrijwilligersorganisaties en andere welzijnsinstellingen die een rol kunnen en willen spelen in het inburgeringtraject van de inburgeraar. Middels (bestaande) netwerken gaat Stroomopwaarts een samenwerking opzetten om de inburgeraar optimaal te kunnen ondersteunen. Met alle partijen maken wij de inburgeraar wegwijs in de gemeenten en stimuleren wij ontmoeting. Optimale werking stelsel: 1. Combineer sterkte kanten W&I en Z&W De casemanager en coach spelen hierin een belangrijke rol. De houding van medewerkers is essentieel. Stroomopwaarts traint personeel in cultuursensitief werken en er komt een separaat team inburgering binnen de organisatie. Ondersteuning bieden aan de onmachtige of onwetende inburgeraar maar ook handhaven bij onwillende inburgeraars zijn afwegingen die in multidisciplinaire teams worden besproken en waar de casemanager een doorzettingsmacht heeft en kan escaleren waar dat nodig is. 2.

Samenhangend lokaal netwerk, formeel en non-formeel Stroomopwaarts bouwt voort op bestaande netwerkstructuren. Zo vindt netwerkoverleg plaats in elke gemeente om met elkaar in verbinding te blijven en worden in multidisciplinaire overleggen individuele casussen besproken met betrokken netwerkpartners. De casemanager heeft procesregie en houdt de voortgang van het inburgeringstraject in de gaten. De steunpunten inburgering in de gemeenten dragen ook in belangrijke mate bij aan deze ambitie. 3. Onafhankelijke cultuur-sensitieve casemanager In het functieprofiel wordt de onafhankelijkheid van de casemanager gewaarborgd en de bevoegdheid om te escaleren waar mogelijk. De casemanagers en coaches worden daarnaast

8

ook aanvullend getraind in het cultuursensitief werken. De coach is ervaringsdeskundige, spreekt zoveel mogelijk de taal van de inburgeraar en begrijpt de cultuur. 4. Centraal informatie-adviespunt Dit is momenteel in samenwerking met de gemeenten in voorbereiding. Voorkeur van de MVS gemeenten is om in iedere gemeente en dergelijk steunpunt in te richten. 5. Vorm van resultaatbekostiging Dit is nog niet vastgesteld door het Rijk en mogelijk ook enigszins achterhaald. Nadere regelgeving hieromtrent volgt nog alsmede ook het budget voor uitvoering van deze Wet. 6. Beheerste werkpraktijk, binnen budget De werkgroep bedrijfsvoering bereidt alle PIOFACH- taken m.b.t. de inburgering voor. De processen van de inburgering worden door een LEAN deskundige opgesteld aan de hand van de uitkomsten van de werkgroepen.

7. Cyclisch leren We hanteren hierbij de PDCA cyclus. Vanaf 1 juli 2021 (streefdatum) willen we het procesontwerp gaan toepassen op de huidige doelgroep van inburgeraars die vanaf 1 januari 2021 instromen (e.e.a. onder voorbehoud van een definitieve opdrachtverstrekking aan Stroomopwaarts, landelijke budgetten en nadere regelgeving die nog moet komen). In die periode zullen we waar nodig processen aanpassen/bijstellen. Vanaf 1 januari 2022 kunnen we middels monitoring, voortgangsevaluaties (middels onder meer de netwerkoverleggen) de processen verder optimaliseren.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10097513/3