CConstaterende datMaassluis
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Nota van beantwoording inspraakreacties

gemeenteraad 15 februari 2022, gemeente MaassluisBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststellen evenementenbeleid2.967 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording inspraakreacties Beantwoording van ingekomen reacties op de volgende beleidsstukken: 

concept nota evenementen in Maassluis

concept nadere regels subsidieverstrekking evenementen Maassluis

concept beleid evenementenvergunning Maassluis

1

Inleiding Het college van burgemeester en wethouders is voornemens nieuw beleid vast te stellen c.q. ter vaststelling aan te bieden aan de gemeenteraad rondom het thema evenementen. Dit betref de volgende beleidsstukken: 

Nota evenementen in Maassluis (vast te stellen door de gemeenteraad)

Nadere regels subsidieverstrekking evenementen Maassluis (vast te stellen door het college van burgemeester en wethouder)

Beleid evenementenvergunning Maassluis (vast te stellen door de burgemeester)

Een conceptvoorstel over de invulling van bovengenoemde stukken heeft van 15 november tot en met 26 december 2021 ter inzage gelegen voor inspraak. Er zijn gedurende deze periode 6 inspraakreacties binnengekomen waarbinnen diverse zienswijzen naar voren zijn gebracht. Alle inspraakreacties zijn binnen de wettelijke termijn ingediend en ontvankelijk verklaard. Binnen voorliggende Nota van beantwoording zijn alle ontvangen zienswijzen (samengevat) weergegeven en voorzien van een inhoudelijke reactie. Hierbij is ook aangegeven of, en zo ja, welke wijze zienswijzen hebben geleid tot wijzigingen bij de definitieve besluitvorming. In verband Wet bescherming persoonsgegevens zijn de reacties geanonimiseerd weergegeven. Alle indieners ontvangen een schriftelijke reactie met verwijzing naar deze nota van beantwoording. Tot slot zijn er ook enkele vragen gesteld binnen de inspraakreacties. Deze zijn als zienswijze benaderd en als zodanig opgenomen in deze nota.

2

Inspraakreacties en beantwoording Hieronder treft u in willekeurige volgorde alle ingebrachte inspraakreacties. Binnen al deze inspraakreacties is elke afzonderlijke zienswijze weergegeven. In de meeste gevallen is de zienswijze samengevat weergegeven. Onder elke zienswijze is een beantwoording geformuleerd vanuit het college en is aangegeven of de zienswijze heeft geleid tot een wijziging t.o.v. de inhoud van één of meerdere concept beleidsstukken. In het geval van aangebrachte wijzigingen is ook aangegeven hoe de wijziging luidt.

Zienswijze 1 Samenvatting Waarom kan een 0-evenement niet meerdaags worden aangevraagd? Soms zijn er kleinschalige activiteiten die op meerdere dagen plaatsvinden. Het zou fijn zijn om dat met 1 melding te kunnen afhandelen i.p.v. losse meldingen per afzonderlijke dag. Beantwoording In de Apv is door de gemeenteraad bepaald welke evenementen zijn vrijgesteld van vergunningplicht en slechts een meldingsplicht kennen. Meerdaagse evenementen kennen sowieso een vergunningplicht en kunnen dus niet worden afgedaan met een kosteloze melding. In de praktijk komt het in uitzonderlijke situaties voor dat de afzonderlijke dagen binnen een meerdaags evenement worden beschouwd als losse evenementen. Dit kan er toe leiden dat deze dagen afzonderlijk met een melding kunnen worden afgedaan. Aangezien het hier om een uitzondering gaat, en deze dagen afzonderlijk beoordeeld worden, is het niet mogelijk om een meerdaags evenement te melden. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

Zienswijze 2 Samenvatting Op de locatie Markt is een elektrapunt aanwezig in de steeg. Het verzoek is om dit aan te geven in de beleidsstukken. Beantwoording In de stukken is bij de definitieve versies aangegeven welke nutsvoorzieningen aanwezig zijn op de verschillende locaties inclusief de capaciteit van deze voorzieningen. Conclusie Deze zienswijze leidt wel tot een wijziging.

3

Zienswijze 3 Samenvatting In de beleidsstukken is aangegeven of er elektra aanwezig is op de diverse evenementenlocaties. Verzocht wordt om aan te geven of hier sprake is van krachtstroom, en zo ja, hoeveel ampère. Tevens is het handig om aan te geven met foto’s waar het elektra en water zich bevindt. Beantwoording Zie beantwoording zienswijze 2. De informatie zal ook worden vermeld op de website bij de locatieprofielen waar tevens foto’s worden geplaatst. Conclusie Deze zienswijze leidt wel tot een wijziging: zie zienswijze 2.

Zienswijze 4 Samenvatting In de beleidsstukken is aangegeven bij diverse evenementenlocaties dat basboxen niet zijn toegestaan. Verzocht wordt om dit te verwijderen, omdat in veel gevallen een beetje bas nodig is om een optimaal geluidsresultaat te krijgen. De bastoon is dan niet maatgevend. Voor muzikanten is het heel vervelend als er totaal geen bastonen geproduceerd mogen worden. Beantwoording Het college heeft een onafhankelijk onderzoek laten plaatsvinden naar de effecten van diverse geluidsniveaus op verschillende locaties. Hierbij zijn per locatie maximale geluidsnormen geadviseerd voor zowel dB(A) als dB(C). Op basis van dit rapport is de afweging gemaakt om op bepaalde locaties wel de mogelijkheid te bieden om basmuziek toe te staan en op bepaalde locaties niet. Dit vinden wij gezien de omstandigheden en de onderzoeksresultaten maatschappelijk aanvaardbaar. Voor evenementen waarbij het produceren van bastonen noodzakelijk is bieden wij voldoende locaties aan voor organisaties. Wij streven er naar diverse soorten type evenementen te faciliteren op verschillende locaties. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

Zienswijze 5 Samenvatting In de beleidsstukken is de Algemene plaatselijke verordening telkens afgekort met ‘Apv’. Volgens indiener hoort dit APV te zijn met hoofdletters.

4

Beantwoording De Algemene plaatselijke verordening kan op twee manieren worden afgekort: ‘Apv’ en ‘APV’. Om de eenduidigheid te bewaken in relatie tot andere beleidsstukken wordt inderdaad gekozen om dit met hoofdletter te schrijven. Conclusie Deze zienswijze leidt wel tot een wijziging.

Zienswijze 6 Samenvatting In de concept nadere regel subsidieverstrekking voor evenementen is aangegeven dat een aanvrager uiterlijk 1 december een aanvraag voor een subsidie moet indienen voor het kalenderjaar erop, inclusief een onderbouwing. Om het organisatoren te vergemakkelijken wordt verzocht om op 1 december de mogelijkheid te bieden de aanvraag van het jaar ervoor te gebruiken en een eventueel gedetailleerde begroting na te leveren maximaal 3 maanden voor aanvang van het evenement. Beantwoording In aanloop naar het opstellen van deze nieuwe nadere regels is gesproken met diverse organiserende partijen. Op basis van die gesprekken is de ruimte geboden om, in afwijking van de Algemene subsidieverordening Maassluis, extra ruimte te bieden (namelijk tot 1 december) voor het indienen van een subsidieaanvraag voor jaarlijks terugkerende evenementen. Uit enkele inspraakreacties blijkt nu dat deze extra ruimte nog altijd als onvoldoende wordt ervaren. Het college kan instemmen met de voorgestelde uiterlijke termijn voor het indienen van een subsidieaanvraag van 3 maanden voor aanvang van het betreffende evenement. Wel wordt opgemerkt dat het college in het kader van de jaarlijkse planning & control cyclus direct na de zomerperiode werkt aan het opstellen van de jaarbegroting.

Ook het vaststellen van subsidieplafonds en een (voorlopig) subsidieverdeelplan maken hier onderdeel van uit. Vanuit dit oogpunt is van belang om tijdig, dus voor 1 september, een indicatie mee te geven aan de gemeente voor het subsidiebedrag dat u denkt aan te vragen. De ambtelijke accounthouders zullen in gesprek gaan en blijven met diverse organisaties van evenementen om zo goed mogelijk in beeld te krijgen of, en zo ja, hoeveel subsidie wenst te worden aangevraagd. Op deze manier kan het gewenste bedrag worden meegewogen bij het opstellen van het subsidieverdeelplan en kan worden geanticipeerd op aanvragen die het komende kalenderjaar nog worden ingediend. Conclusie Deze zienswijze leidt wel tot een wijziging.

Zienswijze 7 Samenvatting In de beleidsstukken is de aanvangstijd voor het opbouwen op 08.00 uur gezet. Dit lukt in de praktijk niet altijd. Het verzoek is om in het beleid de mogelijkheid op te nemen hiervan af te wijken.

5

Beantwoording Het uitgangspunt is om het opbouwen van evenementen zoveel mogelijk vanaf 08.00 uur te laten plaatsvinden om overlast voor de omgeving te beperken. Afhankelijk van omstandigheden kan de burgemeester gemotiveerd afwijken van deze norm (evenals de norm voor afbouwtijd) en dit als maatwerkvoorschrift opnemen in de vergunning. In zijn algemeenheid kan de burgemeester op grond van de Algemene wet bestuursrecht gebruik maken van een inherente afwijkingsbevoegdheid. Dit betekent dat er onze bijzondere omstandigheden, hetzij gemotiveerd, kan worden afgeweken van de normen zoals genoemd in het beleid. Dit geldt dus ook voor het afwijken van de gestelde norm wat betreft het op- en afbouwen van evenementen. Conclusie Deze zienswijze leidt wel tot een wijziging.

Zienswijze 8 Samenvatting Het verzoek is om de Stadhuiskade niet aan te wijzen als evenementenlocatie. Muziekevenementen geven een ontoelaatbare geluidsbelasting op de gevels nabij deze locatie. Zeker met de nu opgenomen maximale geluidsnormen en het maximale aantal dagen. Daarnaast heeft er onvoldoende belangenafweging plaatsgevonden over de nu opgenomen geluidsnormen. Ook is onduidelijk gedefinieerd wat ‘zacht’ volume betekent. Beantwoording Voor het bepalen van o.a. de maximaal toegestane geluidsnormen is de DCMR gevraagd een onafhankelijk onderzoek uit te voeren (zie beantwoording zienswijze 4). Op basis van dit advies is een belangenafweging gemaakt om te bepalen welke normen het college maatschappelijk aanvaardbaar acht op de diverse locaties. Hierbij bestond geen aanleiding om af te wijken van het advies van de DCMR. De locatie Stadhuiskade is opgenomen, omdat in de praktijk hier al succesvolle evenementen plaatsvinden en deze locatie in het centrum is gelegen. Wat betreft het definiëren van ‘zacht’ volume meent het college dat dit inderdaad helder geformuleerd moet worden, zodat er duidelijkheid is voor organisatoren en omwonenden. Voor het zogenoemde ‘uitloopuurtje’ hanteren we een norm van minus 10 dB(A) t.o.v. de reguliere maximale geluidsnorm op de betreffende locatie.

Dit betekent in de praktijk dat tijdens het ‘uitloopuurtje’ er sprake is van duidelijke achtergrondmuziek. Deze verduidelijking is verwerkt in het beleid. Conclusie Deze zienswijze leidt wel tot een wijziging.

Zienswijze 9 Samenvatting Het verzoek is om op Schanseiland het maximale aantal evenementen per jaar niet te verruimen naar 15, maar te houden op het nu geldende aantal van 5. Meer evenementen op deze locatie kan leiden tot onrust bij bewoners in de omgeving.

6

Beantwoording Op basis van het geluidsrapport van de DCMR (zie beantwoording zienswijze 4 en 8) is mede bepaald wat een maatschappelijk aanvaardbaar aantal evenementen op jaarbasis kan zijn per locatie rekening houdend met de geluidsbelasting voor de omgeving. Vanzelfsprekend zijn hierbij ook de adviezen van de veiligheidsdiensten betrokken. Het college heeft evenals bij het bepalen van de geluidsnormen dus ook een belangenafweging gemaakt wat betreft het aantal evenementen dat per locatie maatschappelijk aanvaardbaar wordt geacht. In het bestaande beleid was er ‘grijs’ gebied wat betreft het aantal toegestane evenementen op jaarbasis voor Schanseiland. Diverse evenementen die deels op Schanseiland worden georganiseerd werden niet meegeteld voor het totaal toegestane aantal evenementen op jaarbasis. Door nu aantallen op te nemen voor verschillende categorieën meent het college duidelijkheid te creëren. Op maximaal 5 dagen per jaar mag er sprake zijn (forse) geluidsbelasting. Voor de overige 10 dagen geldt dat er dus uitsluitend sprake zou kunnen zijn van kleinschalige activiteiten met geen tot weinig geluidsbelasting. Het aantal toegestane evenementendagen per locatie is bedoeld om op voorhand duidelijkheid te bieden voor organisatoren en bewoners welke restricties er gelden.

Het college streeft er naar om de diverse evenementen, waar mogelijk, zo veel mogelijk evenwichtig te spreiden over de diverse evenementenlocaties. In de praktijk wordt goed gemonitord wat de impact is van evenementen op de directe omgeving. Indien hiervoor aanleiding bestaat kan het aantal evenementen op jaarbasis worden bijgestuurd. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

Zienswijze 10 Samenvatting Had een bewonersbrief in de omgeving van het Schanseiland niet op zijn plaats geweest nu er voor wordt gekozen om de mogelijkheden voor het organiseren van evenementen te verruimen? Beantwoording Zie mede beantwoording zienswijze 9. In zijn algemeenheid geldt dat bij het bepalen van het maximum aantal evenementen per locatie de geluidsbelasting maatgevend is. Er is geen aanleiding aanwezig geweest om omwonenden van evenementenlocaties specifiek te informeren, omdat het beleid primair een toetsingskader omvat voor het behandelen van vergunningaanvragen van organisatoren. Er is sprake van een aanscherping van bestaand beleid door het verduidelijken van de toegestane geluidsnormen en het maximaal aantal evenementendagen per locatie te benoemen. Hierbij is mede op basis van het rapport van de DCMR een heldere belangenafweging gemaakt. Vanzelfsprekend wordt belanghebbenden de mogelijkheid geboden om per evenement eventuele zienswijzen kenbaar te maken en/of bezwaar in te dienen tegen een eventuele vergunning voor een individueel evenement.

7

Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

Zienswijze 11 Samenvatting Het verzoek is om aan het begin van de Nota een duidelijke definitie te geven van de term ‘evenementen’. Bij de beleidsdoelstellingen is aangegeven dat ‘evenementen van toegevoegde waarde moeten zijn voor de inwoners van Maassluis’. De vraag is hoe zich dit verhoudt tot kleinschalige activiteiten die op een zeer beperkte groep mensen zijn gericht. Beantwoording In de Nota evenementen Maassluis alsmede in de Nadere regels voor subsidieverstrekking is reeds aangegeven dat voor de terminologie aansluiting wordt gezocht bij de APV waar het begrip ‘evenement’ is gedefinieerd. Voor kleinschalige activiteiten zijn in beginsel ook in de nieuwe situatie nog altijd subsidiemogelijkheden. Afhankelijk van het type activiteit moet worden beoordeeld of en welke subsidiemogelijkheden er zijn. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

Zienswijze 12 Samenvatting Binnen de Nota voelt de relatie tussen evenementen en de beleidsdoelstellingen krampachtig aan. Hoe passen bijvoorbeeld een jaarlijkse uitvoering van een koor, muziekgezelschap of een buurtbijeenkomst hier in? Beantwoording Binnen de subsidieaanvraag dient duidelijk te worden gemaakt wat het doel is van het evenement, ook als deze bij de reguliere activiteiten van een organisatie behoort. Voor de subsidiecategorie lokale reguliere evenementen is er relatief veel vrijheid om binnen de beleidsdoelstellingen iets te organiseren. De ambtelijke accounthouders gaan bij vragen het gesprek aan met de aanvragende partij. Hierbij wordt tijdens een gesprek samen met de aanvrager gekeken welke mogelijkheden voor subsidie er zijn. Een gesprek over een (optionele) subsidieaanvraag kan ook door aanvrager zelf vroegtijdig worden geïnitieerd; dit biedt mogelijkheden tot goede afstemming en maatwerk waar nodig. Overigens zijn er naast de gemeentelijke subsidiemogelijkheden ook diverse andere partijen die bepaalde activiteiten kunnen (co)financieren. Cofinanciering (inclusief ondernomen onderzoek naar de (on)mogelijkheden tot cofinanciering) worden standaard meenomen in de afweging van de mogelijkheden voor subsidieverlening vanuit de gemeente. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

8

Zienswijze 13 Samenvatting Het voldoen aan beleidsdoelstellingen om voor subsidie in aanmerking te komen voelt krampachtig aan. Er blijft onvoldoende creatieve ruimte over voor organisatoren die zich niet gebonden willen voelen de beleidsdoelstellingen en themajaren. Beantwoording Het college heeft afgelopen jaar een nieuwe leidraad vastgesteld over de wijze waarop subsidies binnen de gemeente verstrekt worden. Eén van de uitgangspunten is om subsidies te kaderen en gewenste doelen vooraf beter in kaart te brengen. Door het aanbrengen van een categorisering en het koppelen van diverse beleidsdoelstellingen aan de evenementensubsidie wordt invulling gegeven aan dit uitgangspunt. Binnen de brede beleidsdoelstellingen wordt naar mening van het college voldoende ruimte geboden om evenementen te organiseren van diverse aard en omvang. Indien er vragen zijn bij de ambtelijk accounthouder over uw aanvraag zult u hierover in gesprek gaan. Een gesprek over een (optionele) subsidieaanvraag kan ook door aanvrager zelf vroegtijdig worden geïnitieerd; dit biedt mogelijkheden tot goede afstemming en maatwerk waar nodig. Tot slot wijst het college op verschillende andere financieringsmogelijkheden bij zowel de gemeente als andere partijen. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

Zienswijze 14 Samenvatting Graag een nadere omschrijving van de rol van de Culturele Raad Maassluis binnen de Nota aan de hand van artikel 5 uit het reglement Culturele Raad Maassluis. Beantwoording Met inachtneming van dit verzoek is de rol van de Culturele Raad Maassluis verduidelijkt in de Nota evenementen Maassluis. Conclusie Deze zienswijze leidt wel tot een wijziging.

Zienswijze 15 Samenvatting Het verzoek is om in overleg organisaties te treden over een voor hen haalbare indieningsdatum of andere wijze van indienen voor subsidieaanvragen. Beantwoording Zie beantwoording zienswijze 6. Conclusie Deze zienswijze leidt wel tot een wijziging.

9

Zienswijze 16 Samenvatting Het verzoek is om een mogelijkheid in te bouwen dat er onderbouwd van de geadviseerde tijden mag worden afgeweken bij de tijdslimiet van opbouw en afbouw van evenementen. Beantwoording Zie beantwoording zienswijze 7. Conclusie Deze zienswijze leidt wel tot een wijziging.

Zienswijze 17 Samenvatting Het verzoek is om in het geval dat een vergunning en/of subsidie op grond van het geldende beleid geweigerd moet worden er altijd een gesprek plaats kan vinden met de indiener. Insteek van een dergelijk gesprek zou moeten zijn om te kijken hoe een aanvraag, gemotiveerd, toch kan worden gehonoreerd. Beantwoording Vanzelfsprekend zal (en blijft) in de uitvoering van het beleid altijd voldoende communicatie plaatsvinden tussen organisator en medewerkers van de gemeente om er naar te streven een evenement binnen de kaders van het gestelde beleid te laten plaatsvinden. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

10

Wijzigingen per beleidsdocument Op basis van de ingekomen inspraakreacties en een (technische) aanvulling door de Veiligheidsregio zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd in de diverse beleidsstukken: Nota evenementen Maassluis o

In paragraaf 2.2 is de rol van de Culturele Raad Maassluis nader gedefinieerd.

Beleid evenementenvergunning Maassluis o o

o o o

o

o o o o

De Algemene plaatselijke verordening is in het gehele document afgekort als: ‘APV’. In hoofdstuk 2 is verduidelijkt dat de geadviseerde uiterlijke aanvraagtermijn voor vergunningaanvragen voor een B en C evenement minimaal 12 weken voor aanvang van het evenement is. In hoofdstuk 2 is de uiterlijke aanvraagtermijn voor een A evenement verkort naar 6 weken. In paragraaf 5.3 zijn de regels rondom het afsteken van vuurwerk bij evenementen iets anders geformuleerd. In paragraaf 5.3, alsmede in de locatieprofielen in hoofdstuk 6, is aangegeven dat tijdens het uitloopuurtje (tussen 23 uur en 24 uur) er een lagere geluidsnorm van 10 dB(A) geldt t.o.v. de maximale norm op de locaties. In paragraaf 5.3 is verduidelijkt dat de maximaal toegestane geluidsnormen zijn gebaseerd op het onderzoek van de DCMR en dat op basis hiervan een belangenafweging is gemaakt. Aan het eind van hoofdstuk 5 is een kader een verwijzing gemaakt naar de afwijkingsbevoegdheid uit de Awb met een korte toelichting. Bij alle locatieprofielen (hoofdstuk 6) aangegeven aanwezige gemeentelijke nutsvoorzieningen en capaciteit hiervan. In paragraaf 7.2 ook aangegeven dat een schouw optioneel kan plaatsvinden bij A evenementen. In bijlage 3 aanvullende eisen voor de plattegrond van de evenementenlocatie.

Nadere subsidieregel evenementen Maassluis o

In artikel 5 is geduid dat een aanvraag voor het indienen van een subsidie voor een jaarlijks terugkerend evenement tot uiterlijk 3 maanden voor aanvang van het evenement kan worden ingediend.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11087629/3