Bijlage 1 Intrekken verordening Individuele Studietoeslag bijlage wijzigingen
Tekst van het document
Bijlage: Wijzigingen per 1 april 2022 ten opzichte van verordening Herdefiniëring doelgroep De regering ziet de studietoeslag als een algemeen geldende regeling voor studenten die vanwege een structureel aanwezige ziekte of gebrek, niet in staat zijn om naast de tijd die hun studie met zich meebrengt inkomsten te verwerven. De doelgroep betreft dus personen met een structurele medische beperking. Met de tijd die de studie met zich meebrengt wordt ook bedoeld alle voorbereidings- en reistijd die een student met betrekking tot zijn studie heeft. Medische beperking Onder een medische beperking wordt zowel een fysieke als psychische beperking verstaan van de aanvrager in kwestie. Een individuele sociale beperking - zoals het verlenen van mantelzorg - valt niet onder reikwijdte van deze regeling aangezien deze niet voortkomt uit een in de persoon gelegen ziekte of medisch gebrek. Structurele beperking en voldoende ernstig De beperking moet structureel van aard en voldoende ernstig zijn dat er een rechtstreeks verband kan worden gelegd tussen het gebrek en het niet in staat zijn van het verwerven van inkomsten door belanghebbende naast de studie. Het structurele karakter kan worden vastgesteld dat er tot de medische beperking geen verbetering te verwachten valt binnen een afzienbare termijn.
Een gebroken been of een medische ingreep met bijvoorbeeld een hersteltermijn van een half jaar kan in de ogen van de regering niet als structurele medische beperking worden aangemerkt. Tevens zijn er medische beperkingen die wel structureel zijn, maar niet voldoende ernstig zijn dat de betrokkene daardoor niet in staat is naast zijn studie inkomsten te verwerven. Daarbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan (milde en enkelvoudige) dyslexie of andere medische ongemakken die het verwerven van inkomsten niet of beperkt beïnvloeden. Uiteraard zal er altijd in het licht van de omstandigheden van het geval moeten worden bezien of voldaan is aan de wettelijke vereisten. De omstandigheid dat – als gevolg van economische omstandigheden – het niet mogelijk is om inkomsten te verwerven, is daarbij geen relevante omstandigheid. Of sprake is van een structurele medische beperking zal in de meeste gevallen beoordeeld worden door een onafhankelijk medisch advies waarin de structurele medische beperking objectief medisch vastgesteld wordt. Onafhankelijk medisch advies De hoofdregel is dat het college een medisch advies vraagt bij de beoordeling of er recht bestaat op de studietoeslag (nieuwe artikel 36b lid 2 Participatiewet). Het algemene kader van afdeling 3.3 Awb en artikel 3:50 Awb is van toepassing. Het college moet bij de advisering deze zorgvuldigheidsnormen in acht nemen.
Artikel 3:5 Awb is in deze belangrijk. Hierin wordt een adviseur gedefinieerd. Een adviseur is een persoon of college, bij of krachtens wettelijk voorschrift belast met het adviseren inzake een door een bestuursorgaan te nemen besluiten en niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van dat bestuursorgaan. Het staat het college vrij hoe zij tot het medisch advies komen, mits bovenstaande zorgvuldigheidsnormen in acht worden genomen. Het college kan een eigen keuze maken voor een instantie, zoals de GGD of UWV, die het college van een onafhankelijk medisch advies voorziet. Het advies bevat nadrukkelijk geen medische gegevens van belanghebbende maar heeft slechts betrekking op de vraag of de belanghebbende in staat is een eigen inkomen te verwerven naast een voltijd studie, zonder dat dit ten koste gaat van de tijd die benodigd is om de studie met succes af te ronden.
Afzien medisch advies Het nieuwe artikel 36b lid 2 Participatiewet biedt ook de mogelijkheid om af te zien van een medisch advies, als op voorhand duidelijk is dat er recht bestaat op een studietoeslag. Dit wijkt dus af van de hoofdregel en zal in een klein aantal gevallen voorkomen. Het college kan dan op grond van eigen waarnemingen, als bij het college bekende gegeven of door de belanghebbende verstrekte gegevens beoordelen dat iemand in aanmerking komt voor de studietoeslag. Het college blijft gebonden aan de criteria die de wet stelt. Ook moet het de benodigde zorgvuldigheid betrachten bij het nemen van het besluit tot toekenning. Deze uitzondering kan niet ten nadele van belanghebbenden worden aangewend. Daarnaast houdt de aanvrager de mogelijkheid een beroep te doen op een onafhankelijk medisch oordeel. Schrappen van de leeftijdsgrens Alleen personen van 18 jaar of ouder maken aanspraak op de huidige individuele studietoeslag. Deze leeftijdgrens wordt losgelaten bij de nieuwe studietoeslag. Het doel van de regeling is financiële compensatie bieden voor het feit dat de studie niet te combineren is met een bijbaan.
Om deze reden is de leeftijdsgrens losgelaten van wanneer iemand recht heeft op studietoeslag en gaat het erom of iemand studeert met een recht op studiefinanciering of een tegemoetkoming schoolkosten voor scholieren (WTOS) (nieuw artikel 36b lid 3 Participatiewet). Dat betekent dat een student die met studiefinanciering studeert niet ouder dan 30 jaar kan zijn op het moment dat hij zijn studie begint. En bij een tegemoetkoming schoolkosten voor scholieren vervalt het recht op de tegemoetkoming uiterlijk als de leeftijd van 30 jaar wordt bereikt. De regeling is niet van toepassing op mensen die een levenlanglerenkrediet ontvangen of recht hebben op een Wajong-uitkering (nieuw artikel 36b lid 3 onderdeel a en onderdeel b Participatiewet).
Geen bijstand meer De huidige individuele studietoeslag is een vorm van bijzondere bijstand. Zowel de algemene als bijzondere bijstand wordt verstrekt als inkomensondersteuning die noodzakelijk is om te voorzien in de algemene kosten van het bestaan of de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende kosten van het bestaan. De studietoeslag wordt echter niet met dat doel verstrekt. De regering ziet deze regeling als een compensatie voor het feit dat deze studenten als gevolg van hun vastgestelde structurele medische beperking niet in staat zijn eigen inkomsten te verwerven naast een voltijd studie. Dit in tegenstelling tot hun niet medisch beperkte studiegenoten. Anders dan bij de verstrekking van bijstand staat er tegenover de verstrekking van de studietoeslag geen kosten die van de toeslag geacht worden te betaald. Toekenning Bijstand wordt toegekend vanaf de dag dat het recht op bijstand bestaat voor zover deze dag niet ligt voor de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld om bijstand aan te vragen, artikel 44 Participatiewet. Dit artikel is ook van toepassing op de huidige individuele studietoeslag. Gezien de nieuwe studietoeslag geen bijstand meer is en dit artikel niet van overeenkomstige toepassing is verklaard in het nieuwe artikel 36b lid 6 Participatiewet, gaat deze regel niet op.
Op grond van het nieuwe artikel 36b lid 1 Participatiewet verstrekt het college op het verzoek van een belanghebbende studietoeslag als deze aan de voorwaarde voldoet. Een toekenning met terugwerkende kracht is hiermee niet uitgesloten. Mogelijk zou een belanghebbende een aanvraag voor studietoeslag kunnen doen halverwege zijn opleiding en dient deze te worden toegekend vanaf het begin van de studie. In het bestuursrecht mag echter wel van een belanghebbende in het algemeen verwacht worden dat hij zijn aanspraken jegens de overheid uiterlijk binnen 5 jaar te gelde maakt. Of dit de intentie is van de wetgever is niet duidelijk.
Schrappen vermogenstoets en verrekenen eigen inkomsten Vermogen Omdat de studietoeslag geen vorm van bijstand meer is, is ook geen vermogenstoets van toepassing. Een vermogenstoets is relevant om te beoordelen of de kosten waarvoor bijstand wordt gevraagd uit het vermogen betaald kunnen worden. Ook hiervoor geldt dat de studietoeslag niet verstrekt wordt om kosten te dekken, maar om studenten met een structurele medische beperking zoveel mogelijk in een gelijke positie te brengen als hun niet medisch beperkte studenten. Inkomsten De student moet niet in staat zijn inkomsten te verwerven, nieuw artikel 36b lid 1 Participatiewet. Als een student wel inkomsten heeft uit dienstverband moet het college de studietoeslag stopzetten. Het is dan immers gebleken dat ondanks de aanwezigheid van de beperking iemand wel in staat is naast de studie inkomsten te verwerven. Een eventuele alimentatiebetaling die bedoeld is voor de kosten van levensonderhoud valt niet onder ‘het verwerven van inkomsten’. Het ontvangen van alimentatie staat de aanvraag en het ontvangen van een studietoeslag dus niet in de weg. Stage Inkomsten ontvangen uit een stage tot een maximumbedrag van € 180,00 per maand worden ook vrijgelaten (nieuw artikel 36b lid 5 Participatiewet). Dit bedrag zal worden vastgelegd bij AMvB.
Wanneer een stagevergoeding het bedrag van maximaal € 180,- overschrijdt, wordt deze in mindering gebracht op de studietoeslag. De regering vindt het gerechtvaardigd om deze vrijlating toe te staan. Stage is vaak een verplicht onderdeel van de opleiding en ook al is het niet verplicht, het draagt wel bij aan het vergroten van de toekomstige kansen op de arbeidsmarkt. Onverplichte stages of niet formeel door de onderwijsinstelling erkende stages vallen dus ook onder de vrijlating. Vereist is alleen dat de stage wel plaatsvindt in het kader van de studie.
Aparte inlichtingenplicht De regering vindt het van essentieel belang dat de studietoeslag bij diegene terecht komt die daar recht op heeft en dat er geen oneigenlijk gebruik van wordt gemaakt. De inlichtingenplicht van artikel 17 Participatiewet is niet van toepassing op deze regeling, omdat de studietoeslag geen bijstand is en niet verstrekt wordt in het kader van de arbeidsinschakeling. De regering introduceert daarom een aparte inlichtingenplicht die de belanghebbende verplicht op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alles dat van invloed kan zijn op het recht op studietoeslag, nieuw artikel 36b lid 4 Participatiewet. Bijvoorbeeld: als een student inkomsten uit dienstverband verwerft, moet dit door de student gemeld worden en moet het college de studietoeslag stopzetten. Het is dan immers gebleken dat ondanks de aanwezigheid van de beperking iemand wel in staat is naast de studie inkomsten te verwerven.