CConstaterende datMaassluis
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bij Concept Startnotitie Participatiebeleid

Thema-avond 2 8 februari 2022, gemeente MaassluisBij agendapunt: 20.00-21.00 uur: Concept Startnotitie Participatiebeleid4.684 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 - Inventarisatie voor startnotitie participatie

Wat wordt gevraagd? 1. Algemeen participatiebeleid en participatieverordening Dit verzoek van de gemeenteraad komt mede voort uit de quickscan Lokale Democratie, en aanbevelingen burgerparticipatie Rekenkamer. Ook luidt het verzoek te komen tot verbreden van de huidige inspraakverordening tot een participatieverordening en het daarin verankeren van het uitdaagrecht (wetsvoorstel). De gemeenteraad wil betrokken worden bij het maken van participatiebeleid. Zij vraagt zich hierbij af hoe zij mee kan denken en aansluiten? Samen met het Presidium en de griffier wordt bepaald hoe een en ander in te richten. 2. Motie ‘Right tot Challenge’ (RtC). Op 3 november 2020 ingediend door D66, CDA, CU, MB, PvdA, VVD. Gevraagd is onderzoek te doen naar de mogelijkheden om een uitdaagrecht in Maassluis in te voeren en de gemeenteraad voor de zomer van 2021 op te hoogte te stellen van de uitkomsten van het onderzoek. Voor het afhandelen van de motie is uitstel gevraagd. Voor RtC is het van belang wat de visie is op participatie. Ook is het van belang dat de gemeente organisatorisch is ingericht op het samenwerken met Maassluizers die de gemeente uitdagen. De ervaring bij andere gemeenten leert dat capaciteit en budget nodig is om uitdagers goed te begeleiden.

Advies is een RtC beleid samen met Maassluizers in te richten om een kans van slagen te hebben (bijvoorbeeld door dit als participatietraject in te richten en samen een aantal experimenten te benoemen). 3. Beleid en handreiking participatie onder Omgevingswet. Is 14 september 2021 vastgesteld door de gemeenteraad (voor beleid en handreiking zie blz. 8 t/m 12 van deze inventarisatie). Tevens is vastgesteld dat dit onderdeel wordt van het op te stellen algemene participatiebeleid. En, dat de raad daarbij betrokken wordt.

Bijlage 1 – inventarisatie voor startnotitie participatie – blz. 1

Onderzoeken die mede tot verzoek gemeenteraad hebben geleid: 1. Eindrapport voor bestuurlijke zienswijze – burger- en overheidsparticipatie Maassluis (rekenkamercommissie Maassluis, Partners+Pröpper, 4 juni 2020). Hieruit zijn een aantal aanbevelingen voor burgerparticipatie voortgekomen. De gemeenteraad wenst expliciet een besluit te nemen als aanbevelingen als afgedaan worden beschouwd (o.a. periodiek via de besluitvorming rond de bestuursrapportages). Aanbevelingen: a. Per vraagstuk afstemmen of participatie gewenst is, zo vroeg als mogelijk, voordat een raadsvoorstel voorligt ter besluitvorming. b. Een visie op overheidsparticipatie ontwikkelen. c. Samenhang tussen het democratische proces dat inwoners doorlopen en het proces in de raad (elkaar versterken i.p.v. belemmeren of volledig los staan van elkaar). d. Maak maatschappelijke opgaven die zich lenen voor burgerparticipatie behapbaar voor de samenleving. e. Participatie verder ontwikkelen (naar niveau participatie in dienst van het realiseren van opgaven). f. Aansluiting democratisch proces in de raad met proces in participatietrajecten. 2. Quick Scan Lokale Democratie gemeente Maassluis (Democratie in actie 4 januari 2021) De Quick Scan inventariseert hoe inwoners, raadsleden, ambtenaren en collegeleden nu kijken naar het democratische samenspel in hun gemeente. Meningen en wensen zijn verzameld.

Het is géén meetinstrument dat feiten in kaart brengt en objectief beoordeelt. Eigen inzichten en ervaringen van geïnterviewden zijn vertaald in cijfers. Het is de bedoeling op basis daarvan in gesprek te gaan over het verhaal achter de cijfers. En samen te komen tot wat een passend lokaal democratisch samenspel is tussen representatieve democratie (waarin inwoners via gemeenteraadsverkiezingen bepalen wie hen gaat vertegenwoordigen), participatieve democratie (betrekken inwoners bij het ontwikkelen en uitvoeren van gemeentelijk beleid) en maatschappelijke democratie (inwoners die zichzelf organiseren rond maatschappelijke vragen). In het rapport staan uitkomsten genoemd voor o.a.: duidelijker maken hoe inwoners kunnen meepraten over gemeentebeleid, verbeteren burgerparticipatie, inwoners meer kans geven om zèlf te werken aan de leefbaarheid van hun buurt of wijk, inwoners meer laten meebeslissen over wat de gemeente doet in hun buurt of wijk (bv. buurtplan, buurtpanel, wijkaandelen), meer digitale instrumenten (zoals website, apps, peilingen) inzetten om inwoners te laten meepraten en meebeslissen, hoe omgegaan kan worden met maatschappelijke initiatieven. Stukken met relatie participatiebeleid 1. Discussienota participatie in Maassluis Stappenplan van wat en wanneer, naar hoe (2014).

Een beschrijving van waarom nodig, theorie, een planning en een plan van aanpak (aantal concrete stappen die genomen kunnen worden bij de opzet van een participatietraject). 2. Bewonersparticipatie – Verbetering bewonersparticipatie in Maassluis (22-06-2017). Is gemaakt als antwoord op de wens van de gemeenteraad om geïnformeerd te worden over de voortgang en de ervaringen met de nieuwe werkwijze over maatschappelijke initiatieven (mede n.a.v. van de discussienota participatie in Maassluis, genoemd onder punt 1.). Ook worden een aantal knelpunten benoemd (structuur, coördinatie en Bijlage 1 – inventarisatie voor startnotitie participatie – blz. 2

communicatie/experimenteren, leren en reflecteren/ontbreken medewerkers ‘ogen en oren’ in de wijk/budget/diffuus en versnipperd landschap/gebiedsoverleg/peilen meningen Maassluizers/delen successen) en een aantal aanbevelingen gedaan (projectteam /participatieparagraaf/eenduidige processtructuren/medewerkers in de wijk/bewonerspanel en digitale omgeving/wijkcomités/bewonerskringen/communicatiecampagne). Het belang van integraal werken wordt benadrukt. 3. Meedoen in Maassluis ‘van zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’ (beleid sociaal domein 2018 – 2022). In de nota wordt beschreven dat meedoen aan de maatschappij voor iedereen wat anders kan betekenen. Het bijdragen aan de samenleving is er daar een van, mede noodzakelijk omdat de zogenoemde ‘verzorgingsstaat’ aan het verdwijnen is. De nota gaat meer over participatie in de zin van integratie: meedoen voor en door iedereen en minder over participatie in de zin van het betrekken inwoners bij het ontwikkelen en uitvoeren van gemeentelijk beleid. Maar er wordt ook aandacht besteed aan de noodzaak van een ‘Actieve Stad’: betrokken inwoners, initiatieven van uit de samenleving en maatschappelijke organisaties om in te spelen op de ontwikkelingen in de samenleving. Uitspraak op blz. 4: “het netwerk met inwoners, organisaties, vrijwilligers, (informele) zorg verleners en vele anderen gaan we verder versterken”.

Ook wordt op pagina 9 gesproken over het stimuleren om met eigen initiatieven te komen. Op blz. 11 wordt bewonersparticipatie genoemd voor kleine burgerinitiatieven en het vormgeven van nieuwe zorg en welzijnsconcepten. Op blz. 13 wordt een stadsgesprek over burgerschap en diversiteit voorgesteld. Ten slotte wordt op blz. 23 genoemd dat burgerinitiatieven worden ondersteund. 4. Ambitiedocument Omgevingswet Maassluis (18 juni 2018). In dit document is ook de ambitie voor participatie opgenomen. Namelijk, dat participatie maatwerk is en dat per traject wordt bepaald hoe we participatie willen zetten en op welke trede van de participatieladder dit gebeurt. Ook is benoemd dat bij het maatwerk juist verwachtingenmanagement nodig is, dat duidelijk aangegeven wordt binnen welke kaders wordt geparticipeerd. Verder is in de ambitie opgenomen dat participatie zowel bij projecten als bij beleidsvorming wordt toegepast, participatie ook een instrument is om betrokkenen te laten wennen aan nieuwe ideeën, nog uitgewerkt wordt waar de omgevingsdialoog aan moet voldoen, dat het participatieproces vraagt om goede voorbereiding, die start met een doelgroepenanalyse, dat het betrekken van doelgroepen bij het inrichten van participatieprocessen inzicht geeft in effectiviteit van participatie en zo de kans op succes vergroot.

Bovendien wordt genoemd dat het opzetten van een goed participatieproces een kwestie van ervaring is en experimenteren en dat hiervan leren daarbij helpt. Ook is inmiddels het beleid en handreiking participatie onder de Omgevingswet vastgesteld door de gemeenteraad (zie blz. 8 t/m 12 van deze inventarisatie). Dit beleid wordt toegepast vanaf 1 januari 2022. 5. Programma ‘de wijk op maat’ – duurzaam investeren in een sterke sociale basis (16 juli 2019). Gaat met name over een Maassluis waarin we omzien naar elkaar, waarin we elkaar kennen en elkaar helpen als het nodig is en sociale cohesie. Burgerparticipatie in de zin van deelname aan de maatschappij en hoe inwoners daarin kunnen bijdragen. En overheidsparticipatie in de zin van samenwerken met inwoners die initiatieven ontwikkelen om daarbij te helpen. Bijvoorbeeld vrijwilligers en (minder zichtbare) netwerken ondersteunen en verbinden. In het plan wordt een voorbeeld organisatiestructuur genoemd waarin ook dialoogtafels in de wijk/buurt worden genoemd.

Bijlage 1 – inventarisatie voor startnotitie participatie – blz. 3

6. Wetsvoorstel versterking participatie op decentraal niveau kamerbrief-over-versterking-en-vernieuwing-lokale-democratie.pdf (binnenlandsbestuur.nl) 22 maart 2021 - kamerbrief van minister Ollongron – paragraaf: representatieve democratie als vertrekpunt De representatieve democratie blijft het vertrekpunt, en kan beter functioneren met de aanvullende inbreng van inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en groepen. Kennis uit de samenleving verhoogt de kwaliteit van besluitvorming en beleid, en brengt nieuwe perspectieven, creatieve en praktische oplossingen in. Vanuit de gedachte dat het betrekken van inwoners, inclusief het uitdaagrecht, beter verankerd dient te worden, heb ik het wetsvoorstel Versterking participatie op decentraal niveau in voorbereiding en verwerk ik momenteel het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State. Met dit wetsvoorstel wil het kabinet decentrale overheden stimuleren om bij verordening heldere kaders voor burgers en volksvertegenwoordigers te scheppen. Tegelijkertijd biedt het wetsvoorstel ruimte aan de lokale democratie. Ieder lokaal vraagstuk vraagt om maatwerk. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten ontwikkelt in afstemming met gemeenten en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een model voor de participatieverordening en een handreiking bij de uitvoering van het wetsvoorstel.

Gesprekken ambtenaren gemeente Maassluis (belangrijkste bevindingen en aanbevelingen) 1. Op meerdere gebieden is participatie al vast onderdeel; binnen gebiedsontwikkelingsprojecten, binnen sociaal domein bij het opstellen van bepaalde stukken en bij uitvoering (bv riolering, Rainproof, wegen) en beheer zoals wijkdeals, buurtpreventie. Ook zijn er al Maassluizers die zelf initiatieven ontplooien, bv. duurzame Maassluizers, buurtpreventie etc. 2. Bij participatie is openheid, ‘kwetsbaar’ opstellen en vertrouwen nodig om goed in gesprek te kunnen gaan (cultuur). 3. Participatie wordt gezien als het gesprek aangaan. De ‘zwijgende meerderheid moet hierbij meer aan bod komen. Anders krijg je vaak alleen de mensen die al regelmatig aan tafel zitten en krijg je geen zicht op wat er nog meer leeft in De Stad (welke belangen nog meer meegewogen moeten worden). 4. In de praktijk (bijvoorbeeld verschillende bijeenkomsten) blijkt dat wanneer je mensen serieus neemt en serieuze vragen voorlegt zij graag bereid zijn mee te denken. Ook bij onderwerpen waar mensen het niet mee eens zijn is er waardering voor een serieuze en respectvolle benadering. 5. De manier van betrekken is belangrijk; zorg voor een basis van gelijkwaardigheid. En betrek mensen in een vroeg stadium. 6.

Verwachtingsmanagement is nodig: vooraf goed bepalen wat bereikt moet worden, hoe dat te bereiken en wie betrokken moet worden. Bij dit afwegen ook beoordelen of het onderwerp wel geschikt is voor participatie. Tevens moet vooraf afgestemd worden met de raad hoe die betrokken wil worden (en hoe het zich verhoudt tot besluitvorming). Voor inwoners moet duidelijk zijn wat de mate van invloed is (de treden van de participatieladder: informeren–raadplegen-adviseren-coproduceren-(mee)beslissen). En ook de grenzen van invloed moeten duidelijk aangegeven worden. 7. Er moet voldoende tijd en aandacht opgenomen worden in de processen voor participatie.

Bijlage 1 – inventarisatie voor startnotitie participatie – blz. 4

8. Werk vanuit de vragen die leven in Maassluis en gezamenlijke belangen. Er is veel betrokkenheid en enthousiasme in de stad. Vooral ambtenaren die in de wijken werken en naar de wijken toegaan kunnen deze vragen oppikken, actieve houding en enthousiasme benutten en als een makelaar functioneren (inwoners, overheid en andere partijen bij elkaar brengen, initiatieven verbinden). Voorbeeld zijn de wijkcoördinatoren, buurtpreventie en de cultuurmakelaar. Benut zo mogelijk de inzet van actieve bewoners in de buurten ook voor participatie over andere onderwerpen waarvoor zij zich in eerste instantie hebben georganiseerd. 9. Ga bij grotere opgaven voor Maassluis (bijvoorbeeld de woonopgave en duurzame ontwikkeling van de stad) zo vroeg mogelijk stadium met de De Stad in gesprek (met de omwonenden van plannen maar ook met andere Maassluizers, omdat het een breed belang is). Bijvoorbeeld met een stadsgesprek over de toekomst. Digitale participatie is hierbij een goed middel; sneller, beter, betaalbaar en het heeft een groter bereik. 10. In Maassluis wordt regelmatig gericht op doelgroepen bij participatie (bv. zorg voor ouderen of mensen met een beperking). Kijk hierbij uit dat geen mensen uitgesloten worden (bv. werkenden die niet in beeld komen en ook belangen kunnen hebben op dit gebied) 11.

Kanttekening bij online participatie; let op dat geen kloof ontstaat tussen de gemeente en inwoners. Participatie is ook goede communicatie. Er is balans nodig: elkaar online én fysiek zo veel mogelijk ontmoeten. 12. Ervaring dat in gemeente Maassluis veel aandacht is voor participatie. Daarbij goed opletten dat het gehele proces aan de voorkant wordt doordacht en ingericht. Wanneer bijvoorbeeld een bewonersbijeenkomst wordt georganiseerd, ook al nadenken over de participatie en communicatie daarna. Afspraken hierover nakomen. 13. Wijkbeheer ziet het aantal bewonerscommissies teruglopen. Dat betekent niet dat de participatie afneemt voor eigen buurt. Verschillende individuen of groepjes actieve inwoners organiseren activiteiten: zoals aanvragen verbeter je buurt, wijkdeals, organiseren van Burendag activiteiten. 14. Zet in op behoud van contacten van actieve inwoners. Zet ze in het zonnetje, waardoor zij zien dat hun actieve deelname aan de stad wordt gewaardeerd. Laagdrempelig beschikbaar zijn. Een toegankelijke gemeente. 15. Een ‘basis’ om van uit te gaan bij het inrichten en uitvoeren van een participatie wordt gemist. Er gebeurt veel op verschillende plekken en dat wordt op verschillende manieren aangepakt. 16. Wens: betere afstemming tussen interne afdelingen over actieve inwoners/participatie. Waardoor we krachten kunnen bundelen.

Daarnaast is om participatie te doen laten slagen duidelijke interne communicatie van cruciaal belang. Het Omgevingsbewust Werken. Organisatie en middelen 1. Organisatie inrichten rondom participatie. Participatie vraagt om het vastleggen van processen en afspraken in de organisatie. De werkgroep participatie Omgevingswet heeft een voorzet gegeven in een schema (zie blz. 7 van deze inventarisatie). Dit moet verder worden uitgewerkt, ook in relatie tot de andere vraagstukken op het gebied van participatie. Vervolgens moeten organisatieafspraken worden vastgelegd en worden geborgd in de bedrijfsvoering. 2. Middelen inrichten rondom participatie. De participatie in het kader van de Omgevingswet vraagt om middelen die het voor belanghebbenden mogelijk maken om initiatieven te vinden en daarop te reageren, met name voor initiatieven van de gemeente zelf en grotere projecten die meerdere Bijlage 1 – inventarisatie voor startnotitie participatie – blz. 5

belanghebbenden raken (grote impact). In het schema bij de leidraad participatie Omgevingswet is een voorzet gegeven. Dit moet verder worden uitgewerkt, ook in relatie tot de andere vraagstukken op het gebied van participatie. Een aantal middelen is al langer in gebruik. Daarnaast moet een aantal nieuwe middelen geïmplementeerd worden, die het makkelijker maken om op eenduidige wijze in gesprek te komen voor alle projecten en plannen in Maassluis (o.a. benutten Think-app om participatieproces vooraf te ontwerpen en aanschaf, implementatie en benutten digitaal platform dat ‘het gesprek’ faciliteert). Ook hiervoor moeten de afspraken in de organisatie geborgd worden. Mogelijke plannen, projecten etcetera om participatie in de praktijk verder uit te werken 1. Wijk op maat – in gesprek met de wijken over de wijk (bv Sluispolder Oost), burger- en overheidsparticipatie en Right to Challenge. 2. Omgevingswet – werken volgens handreiking participatie (omgevingsvergunning): initiatieven en omgevingstafel vanaf januari 2022. Omgevingsvisie: in gesprek met de stad ontwikkelen. 3. Ontwikkelingen versnellen wonen, o.a. participatie stationsgebied West. 4. Maassluis Aardgasvrij – participatie wijkuitvoeringsplan. 5. Beleidsplan Groen – begin 2022 (Q1) participatie in de stad: hoe ziet Maassluis de toekomstige groene ruimte 6. Wijkdeals – deze mogelijkheid bestaat al en wordt voortgezet. 7.

Verbeter je buurt - Als inwoners een idee hebben voor hun eigen buurt, en geld daarvoor nodig hebben kunnen ze hiervoor via de gemeentelijke website een aanvraag doen: Bijdrage 'Verbeter je Buurt' | Gemeente Maassluis. Deze mogelijkheid bestaat al en wordt voortgezet. 8. Buurtpreventie - is ook een vorm van participatie. Voor dit project geldt hetzelfde als de wijkdeals en verbeter je buurt: deze mogelijkheid bestaat en wordt voortgezet. 9. Organisatie en middelen (zie schema ‘Participatie zo doen wij dat in Maassluis (intern)’ op de pagina 11 van deze inventarisatie): a. Ontwikkelen en borgen organisatie en werkwijze participatie, team participatie & communicatie (regie, vraagbaak en hulp bij participatie/collega’s met specialisme op dit gebied/begeleiders Omgevingsbewust Werken & Facilitators/collega’s met spilfunctie binnen hun team). Daarnaast zorgen dat het ‘part of the job’ is voor alle medewerkers. b. Verder ontwikkelen en borgen Omgevingsbewust Werken (ook in het kader van integraal werken). c. Benutten en borgen gebruik Think app (ontwerpen participatieproces). d. Aanschaffen, implementeren en borgen digitaal participatieplatform (wordt onderdeel van de gemeentelijke website en er kan naar wezen worden op het digitaal platform ‘Samen zijn wij Maassluis’).

Bijlage 1 – inventarisatie voor startnotitie participatie – blz. 6

Bijlage 1 – inventarisatie voor startnotitie participatie – blz. 7

Participatie onder de Omgevingswet beleidsnotitie en handreiking (14 september 2021 vastgesteld door de gemeenteraad) Inleiding De Omgevingswet treedt op 1 juli 2022 in werking. Participatie is een belangrijk onderdeel van deze Omgevingswet. De gedachte is dat door het vroegtijdig betrekken van belanghebbenden bij projecten en plannen niet alleen meer draagvlak ontstaat voor die projecten en plannen, maar dat ook de kwaliteit ervan en de besluitvorming erover beter wordt. Daarbij is participatie geen doel op zich, maar helpt participatie de doelen van de Omgevingswet te realiseren door een betere benutting en bescherming van de fysieke leefomgeving tot stand te brengen door initiatieven en plannen in een vroeg stadium met alle belanghebbenden te doorleven. De gemeente Maassluis betrekt de inwoners en andere partijen nu al bij plannen, projecten en werkzaamheden in de stad. Op welk moment dit gebeurt en hoe het participatieproces wordt ingericht hangt af van de situatie; participatie is maatwerk. Daarbij is het van belang dat inwoners, bedrijven en organisaties inzicht hebben in het participatiebeleid en de regels die gelden. Daarom heeft de gemeente de ambitie het algemene participatiebeleid verder te ontwikkelen. Dit algemene participatiebeleid behelst meer dan participatie onder de Omgevingswet.

Vooruitlopend op het algemene participatiebeleid wordt daarom in deze notitie aangeven hoe Maassluis omgaat met participatie onder de Omgevingswet. Dit doen we aan de hand van de volgende onderwerpen: • • • • •

participatie per instrument; de verplichtingen van initiatiefnemers met betrekking tot participatie; hoe we met het begrip maatwerk omgaan; de rol die we als gemeente op ons nemen; de wijze waarop we participatie meewegen in de beoordeling van initiatieven.

Participatie per instrument De verplichtingen vanuit de Omgevingswet voor participatie verschillen per instrument. Voor instrumenten waarvoor de gemeente initiatiefnemer is, moet de gemeente aangeven hoe belanghebbenden betrokken zijn bij de totstandkoming van deze instrumenten en welke resultaten dit heeft opgeleverd. Dit geldt voor de instrumenten Omgevingsvisie, programma en omgevingsplan. De gemeente is van oordeel dat participatie voor deze instrumenten maatwerk is. Daarom wordt, voorafgaand aan het opstellen van deze plannen, een participatie- en communicatieplan opgesteld. Voor de omgevingsvergunning geldt een uitzondering. Hier is niet de gemeente maar de initiatiefnemer verantwoordelijk voor participatie. De verplichtingen volgens artikel 7.4 van de Omgevingsregeling zijn, dat de initiatiefnemer bij zijn aanvraag aangeeft of: • •

de initiatiefnemer aan participatie heeft gedaan; zo ja; hoe de initiatiefnemer dit heeft gedaan en wat de resultaten zijn.

Dit is een aanvraagvereiste (voor het aanvragen van een vergunning) en geen verplichting om aan participatie te doen. Hierop bestaat één uitzondering. De gemeenteraad kan gevallen aanwijzen waarin participatie verplicht is.

Bijlage 1 – inventarisatie voor startnotitie participatie – blz. 8

Dit kan alleen bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)1, waarvoor het college het bevoegd gezag is. Verplichtingen De gemeenteraad heeft de behoefte een ondergrens aan te brengen voor verplichte participatie2. Deze ondergrens leggen we bij die initiatieven waarvoor moet worden afgeweken van het omgevingsplan. De verplichtingen houden in dat de initiatiefnemer aangeeft: • • • •

wie hij betrokken heeft bij het participatietraject; hoe participatie is uitgevoerd; wat de uitkomsten zijn van het participatietraject; in hoeverre de participatie van invloed is geweest op de aanvraag (m.a.w. in hoeverre de inbreng heeft geleid tot aanpassing van de aanvraag).

De initiatiefnemer legt bovenstaande bevindingen vast in een participatieverslag. Het is aan de initiatiefnemer hoe die zijn participatietraject inricht. De handreiking (zie bijlage 1) en desgewenst ondersteuning vanuit de gemeente (zie onder ‘de faciliterende overheid) kunnen daar een hulpmiddel bij zijn. In de handreiking voor de initiatiefnemer lichten we de verplichtingen nader toe. Maatwerk en proportionaliteit In het Ambitiedocument Omgevingswet Maassluis (vastgesteld door de gemeenteraad in september 2020) is aangegeven dat participatie maatwerk is. Praktisch gezien betekent dit dat participatie voor het aanbrengen van een dakkapel er anders uitziet dan bij het ontwikkelen van 140 woningen door een projectontwikkelaar of het aanleggen van infrastructuur door de gemeente. We noemen dit proportionaliteit; participatie moet in verhouding staan tot de impact van het project op de omgeving. Deze proportionaliteit komt onder meer tot uiting in de belanghebbenden die worden betrokken (bij de dakkapel vooral de buren, bij de woonwijk omwonenden, belangenorganisaties e.d.) en in de vormgeving van het participatietraject (de buren uitnodigen op de koffie om de plannen toe te lichten of verschillende sessies beleggen voor belangstellenden in de buurt in een vroeg stadium van de planvorming).

Nagegaan moet dus worden op wie het initiatief impact heeft en welke werkwijze of participatievormen daar het beste bij passen. De participatieladder3 geeft verschillende mogelijkheden om tot dit maatwerk te komen. De faciliterende overheid De gemeente kan en wil faciliteren bij het starten van een participatietraject. Ondanks dat de initiatiefnemer verantwoordelijk blijft, biedt de gemeente ondersteuning voor particuliere initiatiefnemers. Dat zijn niet alleen bewoners van Maassluis maar het betreft ook bijvoorbeeld (sport)verenigingen, een maatschappelijk initiatief of een organisatie zonder winstoogmerk (zoals een school). Kenmerk is dat dit non-profit organisaties zijn. Bedrijven (met winstoogmerk) zijn beter in staat het participatietraject zelf te organiseren, dan wel deskundigheid op dit vlak in te huren. De ondersteuning die de gemeente kan bieden, bestaat bijvoorbeeld uit het doen van suggesties over de te betrekken doelgroepen en het plaatsen van voorbeelden van werkvormen op de website. Duidelijk moet zijn dat de gemeente het niet over gaat nemen van de initiatiefnemer. Die is en blijft verantwoordelijk voor het participatietraject.

1

Met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan afgeweken worden van het omgevingsplan. We kennen die mogelijkheid onder de Wro ook al; afwijken van een bestemmingsplan met een omgevingsvergunning, ook wel de uitgebreide procedure genoemd. 2 Besproken tijdens de themaraad op 29 juni 2021 3 De participatieladder geeft de mate van participatie weer. Meer uitleg hierover staat op de website van de gemeente Maasluis.

Bijlage 1 – inventarisatie voor startnotitie participatie – blz. 9

Beoordeling Bij de verplichte vorm van participatie beoordeelt de gemeente of aan de participatievereisten is voldaan. Dat gebeurt op twee manieren: 1. Procesmatig: de gemeente beoordeelt of alle verplichte processtappen zijn uitgevoerd. Dit doet de gemeente aan de hand van het participatieverslag. Zo nodig kan dit worden geverifieerd door betrokkenen te bevragen naar het verloop van het proces; 2. Inhoudelijk: De gemeente neemt de uitkomsten van het participatietraject mee bij de evenredige belangenafweging die plaats vindt bij de beoordeling van het initiatief. Daarbij onderscheiden we drie beoordelingsgronden: a. De gemeente beoordeelt of het initiatief past binnen haar beleid, of dat het daar in ieder geval niet strijdig mee is. Dit doet de gemeente overigens altijd, los van het participatietraject; b. De gemeente weegt draagvlak af tegen het maatschappelijk belang van het initiatief. Zo kan een specifieke doelgroep binnen het participatietraject bezwaar hebben tegen het initiatief, maar kan het maatschappelijk belang toch dermate groot zijn, dat dit zwaarder weegt dan een beperkt draagvlak. Omgekeerd komt ook voor; veel draagvlak, maar strijdig met maatschappelijke belangen. De gemeente is bij uitstek de partij om dit maatschappelijk belang op een integrale manier te betrekken in de uiteindelijke afweging. c.

De gemeente beoordeelt of de inbreng van participanten het plan integraal verbetert en of de initiatiefnemer dit voldoende in het oorspronkelijke plan heeft verwerkt.

Bijlage 1 – inventarisatie voor startnotitie participatie – blz. 10

Handreiking voor de initiatiefnemer Participatie Omgevingswet (Bijlage 1 Participatie onder de Omgevingswet) Voor elk initiatief in de fysieke leefomgeving dat gevolgen heeft voor anderen is het wenselijk om met die betrokkenen in gesprek te gaan. Voor initiatieven waarvoor wordt afgeweken van het omgevingsplan (voorheen het bestemmingsplan) geldt een plicht om aan participatie te doen. In deze handreiking geven we aan hoe u een participatietraject voor uw initiatief kunt inrichten. We besluiten de handreiking met een overzicht van wat u verplicht bent te doen. 1. De bal ligt bij u. Heeft u een idee of plan om uw buurt te verbeteren of te bouwen in de stad? En wijkt u daarbij af van het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan)? Dan ligt de bal bij u. Als initiatiefnemer organiseert u hiervoor het participatietraject. Deze handreiking helpt u hierbij. 2. U maakt het beeld Vooraf brengt u in beeld wie impact ondervindt van uw initiatief. Hoe meer impact uw initiatief op de omgeving heeft, hoe meer betrokkenen u meeneemt in het participatietraject. Impact heeft betrekking op zaken als uitzicht, geuroverlast, geluidsoverlast, ander gebruik van de omgeving en dergelijke. Betrokkenen zijn vaak burgers en omwonenden van het initiatief, maar ook organisaties die een belang vertegenwoordigen dat door uw initiatief wordt geraakt.

Denk hierbij aan bewonersverenigingen, ondernemers, een milieugroep of een maatschappelijke organisatie. Behalve de relevante betrokkenen, brengt u ook in beeld welk beleid betrekking heeft op uw initiatief en hoe u daar rekening mee houdt. 3. U gaat in gesprek Nu u de relevante belanghebbenden in beeld heeft, gaat u met hen in gesprek. Doe dat open, actief en positief. Heeft uw initiatief grote impact, ga dan als eerste in gesprek met de gemeente. In zo’n gesprek kan de gemeente ook tips meegeven voor uw participatietraject. Belangrijk bij het in gesprek gaan met uw doelgroep is: a. dat iedereen volledig geïnformeerd is over uw initiatief; b. dat u duidelijk maakt in hoeverre uw plan past binnen de geldende beleidskaders; c. en als het daarin niet past, wat uw argumenten zijn om voor uw initiatief hiervan af te wijken; d. dat u duidelijk bent over de ruimte die er is om mee te praten over uw initiatief; doe aan verwachtingenmanagement. U kunt hierbij de participatieladder hanteren. Meer informatie hierover treft u aan op de website van de gemeente; a. dat u hen in een vroeg stadium betrekt, zodat nog niet alles al vast ligt (en uw doelgroep zich afvraagt waarover nog kan worden meegepraat). de participatieladder 4. U maakt afspraken U geeft u duidelijk aan hoe het participatieproces verloopt en welke afspraken u daarover maakt.

Bijvoorbeeld: tot wanneer deelnemers kunnen participeren, hoe u reacties verzamelt, wat u doet met de reacties en hoe en wanneer u de opbrengst weer deelt met betrokkenen. Bijlage 1 – inventarisatie voor startnotitie participatie – blz. 11

5. U deelt Wat u in het participatietraject heeft opgehaald, deelt u met de betrokkenen. Dat betreft zowel de reacties van de betrokkenen als wat u met die reacties gedaan heeft en of dit heeft geleid tot aanpassing van uw initiatief. U legt dit vast in het participatieverslag. 6. U werkt uit U verwerkt nu de inbreng van de participatie in uw initiatief. Het eerder door u opgestelde participatieverslag voegt u toe aan het initiatief (dit is een indieningsvereiste voor de vergunningsaanvraag). 7. U peilt de reacties Voordat u uw aanvraag indient, kunt u eerst nog peilen bij de betrokkenen hoe zij tegen het (al of niet) aangepaste initiatief en het participatieverslag aankijken. Het is aan u of dit aanleiding geeft bepaalde stappen uit deze handreiking te herhalen. Overigens is het geen maatstaf dat iedereen het inhoudelijk met uw initiatief eens dient te zijn. Een zo groot mogelijk draagvlak heeft natuurlijk wel voordelen bij het doorlopen van de formele vergunningaanvraag. 8. U dient in Na het doorlopen van bovenstaande stappen, kunt u uw plan inclusief het participatieverslag indienen bij de gemeente. Hoe verder? Na het doorlopen van het participatietraject en het indienen van de aanvraag, publiceert de gemeente uw aanvraag. Daarmee start het formele traject van uw vergunningaanvraag.

Verplichtingen We zetten de verplichtingen uit de Handreiking Participatie Omgevingswet nog even op een rij: • Participatie volgens deze handreiking is verplicht als uw initiatief afwijkt van het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) en hiervoor een wijziging van het omgevingsplan nodig is of een afwijking van het omgevingsplan door middel van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit4 • De volgende onderdelen van de handreiking zijn verplicht: o U geeft aan wie u heeft betrokken bij het participatietraject; o U geeft aan hoe het participatietraject is uitgevoerd (de processtappen); o U geeft aan wat de opbrengst was van het participatietraject; o U geeft aan in hoeverre en hoe u de opbrengst in uw initiatief heeft verwerkt; o Van bovenstaande punten maakt u een participatieverslag dat u toevoegt bij uw initiatief of uw aanvraag.

4

Met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan afgeweken worden van het omgevingsplan. We kennen die mogelijkheid onder de Wro ook al; afwijken van een bestemmingsplan met een omgevingsvergunning, ook wel de uitgebreide procedure genoemd.

Bijlage 1 – inventarisatie voor startnotitie participatie – blz. 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11108349/1