CConstaterende datMaassluis
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Bestemmingsplan Wilgenrijk Noord

Hoorcommissie zienswijzen ontwerpbestemmingsplannen 24 november 2022, gemeente MaassluisBij agendapunt: Behandeling zienswijzen bestemmingsplan Wilgenrijk Noord17.450 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Rho adviseurs voor leefruimte

20190900

37

De woningen zullen in het plangebied gerealiseerd worden dat onderzocht is in het kader van het bestemmingsplan Dijkpolder. Het plangebied zal niet vergroot worden en momenteel vinden er al werkzaamheden plaats. Nieuw ecologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie De Flora- en faunawet staat derhalve de uitvoering van het plan niet in de weg. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op beschermde natuurgebieden.

4.8

Landschap, cultuurhistorie en archeologie

In de m.e.r.-beoordeling uit 2013 is het gehele plangebied Dijkpolder onderzocht op effecten op landschap, cultuurhistorie en archeologie. De enige wettelijke wijziging betreft het opgaan van de Monumentenwet in de Erfgoedwet per 1 juli 2016, maar dit levert geen inhoudelijke wijzigingen op. Wel heeft de gemeenteraad van Maassluis de archeologische beleidskaart vastgesteld. De bijbehorende maatregelenkaart gaat voor het gebied uit van 2 verschillende verwachtingen:, archeologisch waardevol gebied 3 en archeologisch waardevol gebied 5. Bij deze verwachtingswaarden hoort een aanlegvergunningenstelsel: archeologisch waardevol gebied 3: voor ontwikkelingen met een oppervlakte van 50 m2 en meer en er sprake is dat de grond 40 cm en dieper wordt geroerd; archeologisch waardevol gebied 5: voor ontwikkelingen met een oppervlakte van 200 m2 en meer en er sprake is dat de grond 40 cm en dieper wordt geroerd. Het nieuwe archeologiebeleid is verwerkt in dit bestemmingsplan.

figuur 4.3 maatregelenkaart

Rho adviseurs voor leefruimte

20190900

38

4.9

Geluid

4.9.1 Wegverkeerslawaai In het plangebied Wilgenrijk Noord worden nieuwe grondgebonden woningen en (incidenteel) gestapelde woningen mogelijk gemaakt. Daarbij wordt op één locatie een hoogteaccent van 10 bouwlagen mogelijk gemaakt. Omdat het plangebied in de onderzoekszone van gezoneerde wegen ligt (A20, Westlandseweg/ Maasdijk) is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (bijlage 5). Daarbij is in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook gekeken naar enkele niet-gezoneerde wegen (Westgaag, Dr. Jan Schoutenlaan, parallelweg Maasdijk en de noordelijke aansluiting van het plangebied). Uit onderzoek naar de geluidsituatie ter plaatse van het plangebied Wilgenrijk Noord blijkt het volgende:  Ten gevolge van het verkeer op de A20, Westlandseweg/Maasdijk en de noordelijke aansluiting wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden;  Ten gevolge van het verkeer op de Westgaag, Dr. Jan Schoutenlaan en de parallelweg Maasdijk wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde;  Ten gevolge van de interne ringstructuur (niet gezoneerd) wordt de richtwaarde van 48 dB overschreden;  Door de realisatie van een geluidwal kan een aanvaardbaar geluidklimaat worden gerealiseerd. Als ook het terrein ten noorden van het plangebied wordt ontwikkeld voor woningbouw dan zal door de aanleg van een geluidwal aldaar het akoestische klimaat in Wilgenrijk Noord verder verbeteren.

 Het toepassen van geluidreducerend asfalt op de noordelijke aansluiting is een effectieve maatregel om de geluidbelasting te reduceren.  Toetsing aan het gemeentelijk geluidbeleid zal bij de aanvraag omgevingsvergunning moeten plaatsvinden;  Voor de borging van de resultaten van het akoestisch onderzoek is het noodzakelijk om aanduidingen op de verbeelding op te nemen  Voor grondgebonden en gestapelde woningen is het laten vaststellen van hogere waarden noodzakelijk. Geluidbron

Geluidsituatie

A20 met geluidwerende 53 dB voorziening langs noordzijde plangebied1 Westlandseweg/ Maasdijk 58 dB Noordelijke aansluiting (zonder asfaltmaatregel) tabel 4.1 hogere waarden

55 dB en lager

Type woning grondgebonden en gestapeld hele plangebied grondgebonden gestapeld grondgebonden

Aantal woningen 475

100 25 20

4.9.2 Industrielawaai Het plangebied van dit bestemmingsplan ligt binnen de geluidzone van industrieterrein Maasvlakte-Europoort. Volgens de Wet geluidhinder mag de geluidbelasting van alle bedrijven samen op een gezoneerd industrieterrein, buiten de zone, niet hoger zijn dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Voor nieuwe woningen andere geluidsgevoelige gebouwen binnen de zone is akoestisch onderzoek nodig. Bij een geluidbelasting hoger dan 50 dB(A) kan door het college van burgemeester en wethouders (B&W) een hogere grenswaarde worden vastgesteld tot, behoudens enkele uitzonderingen, maximaal 55 dB(A) voor woningen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190900

39

Op grond van artikel 163 van de Wet geluidhinder dienen burgemeester en wethouders van de gemeente waarin een industrieterrein geheel of in hoofdzaak is gelegen ervoor te zorgen dat er voldoende informatie beschikbaar is over de geluidruimte binnen de zone. De DCMR Milieudienst Rijnmond (hierna: de DCMR) is namens het bevoegd gezag belast met het zonebeheer van het industrieterrein Maasvlakte-Europoort. Regionaal Afsprakenkader Voor industrieterrein Maasvlakte-Europoort is door de betrokken gemeenten, de Provincie Zuid-Holland, de DCMR, het Havenbedrijf Rotterdam en Deltalinqs een convenant afgesloten. In dit convenant, het Regionaal Afsprakenkader Geluid & Ruimtelijke Ontwikkeling (RAK), dat is ondertekend op 8 juli 2015, zijn afspraken gemaakt over onder andere de wijze waarop wordt omgegaan met woningbouw binnen de invloedsgebieden van de gezoneerde industrieterreinen. invloedsgebied; door de transformatie is sprake van woningbouw binnen het invloedsgebied. Het RAK wijst een bepalingsmethode aan voor de geluidbelasting ten gevolge van het industrieterrein. In bijlage 5 van het RAK zijn zogenaamde geluidcontouren opgenomen. Deze geluidcontouren zijn afgebeeld op een topografische ondergrond, waardoor de geluidbelasting kan worden afgelezen. In het plangebied liggen de geluidcontouren op korte onderlinge afstand, waardoor het aflezen van de kaart niet nauwkeurig is.

Om deze reden heeft de DCMR Milieudienst Rijnmond de geluidcontouren waarop de afbeeldingen zijn gebaseerd digitaal aangeleverd. Deze geluidcontouren zijn ingelezen in een rekenmodel met behulp van het programma Geomilieu. In dit programma is tevens het plangebied ingevoerd. Op deze wijze kunnen de woningen nauwkeurig worden afgebeeld binnen de geluidcontouren. In onderstaande figuur is het plangebied met RAK-contouren weergegeven.

figuur 4.4 ligging plangebied binnen RAK De geluidbelasting op de eerste tot en met de derde bouwlaag is gelijk aan de hoogste waarde van de geluidcontouren waartussen de planlocatie is gelegen. In dit geval is dat dus 49 dB(A). Voor de vierde, vijfde en zesde bouwlaag geldt een toeslag van 1 dB op de afgelezen waarde. Daar komt de belasting op 50 dB(A). Vanaf de zevende bouwlaag bedraagt de toeslag 2 dB. Op die verdiepingen bedraagt de geluidbelasting 51 dB(A). Dat betekent dat voor de woningen op de 7e tot de 10e verdieping hogere waarden verleend moeten worden. Op dit moment wordt uitgegaan van 6 woningen per laag. Dat betekent dat voor 24 woningen hogere waarden verleend moeten worden. Geluidbron

Geluidsituatie

Maasvlakte - Europoort

51 dB en lager

Rho adviseurs voor leefruimte

Type woning

Aantal woningen gestapelde woningen 7e tot 10e etage 24

20190900

40

4.9.3 Cumulatie Als gevolg van het wegverkeer op de A20, Maasdijk/Westlandseweg, Noordelijke aansluiting en het industrieterrein Maasvlakte-Europoort wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden. In de Wgh is aangegeven dat bij de besluitvorming rond hogere grenswaarden ook cumulatie in acht dient te worden genomen. Om die reden is de cumulatie van de geluidbelasting als gevolg van alle wegen en het industrieterrein binnen het plangebied inzichtelijk gemaakt. Bij de cumulatie wordt de hoogst berekende geluidbelasting van de afzonderlijke bron exclusief aftrek artikel 110g Wgh als maatgevend gehanteerd. Indien de gecumuleerde geluidbelasting niet meer dan 1 dB bedraagt ten opzichte van de geluidbelasting van de hoogst maatgevende bron, kan worden opgemaakt dat cumulatie van het geluid niet waarneembaar is voor het menselijk gehoor. In onderstaande tabel is de hoogst berekende geluidbelasting van de afzonderlijke maatgevende bron exclusief aftrek artikel 110g Wgh weergegeven. De geluidbelasting op de westelijke en noordelijke gevel van het hoogteaccent is maatgevend. Ook is in de tabel de gecumuleerde geluidbelasting van alle bronnen samen weergegeven (weg en industrie). Uit de beoordeling blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting niet zorgt voor een toename van meer dan 1 dB ten opzichte van de hoogst berekende geluidbelasting.

De gecumuleerde geluidbelasting staat het verlenen van hogere waarden daarom niet in de weg. Tabel 4.3 Gecumuleerde geluidbelasting ten opzichte van de maatgevende bron (exclusief aftrek artikel 110g Wgh) Hoogte1 IL IL* VL2 Lcum dLcum tov VL [dB(A)]

[dB]

[dB]

[dB]

[dB]

50,00

3

1e t/m 3e bouwlaag

49,00

63,00

63

0

50,00

51,00

4

4e t/m 6e bouwlaag 7e bouwlaag en hoger

58,00

59

1

51,00

52,00

58,004

59

1

hoogteaccent hoogste geluidbelasting van maatgevende bron 3 geluidbron Westlandseweg/Maasdijk 4 geluidbron A20 1 2

4.10

Externe veiligheid

Normstelling en beleid Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:  bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid;  vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190900

41

Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het BEVT en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik.

Er geldt een oriënterende waarde voor het groepsrisico en onder voorwaarden een verantwoordingsplicht tot 200 m binnen de transportroute. Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het PR en de hoogte van het GR als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Onderzoek Langs het plangebied bevindt zich de A20 waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Parallel aan de A20 ligt een gasleiding. Voor de A20 geldt geen relevante PR 10-6-contour buiten de weg. Er geldt geen veiligheidszone en er wordt geen plasbrandaandachtsgebied voorgeschreven. Wel reikt het invloedsgebied tot over het plangebied. De PR 10-6-contour en de belemmeringenzone van de buisleiding raken niet het plangebied. Wel ligt het plangebied in het invloedsgebied. Voor beide risicobronnen is een QRA uitgevoerd waarbij een ruim aantal woningen is meegenomen. In het onderzoek zijn de 1.750 woningen van de m.e.r.-beoordeling voor Wilgenrijk meegenomen. Ook is er een verantwoording opgesteld.

Het uitvoeren van nieuwe QRA's of het opstellen van een nieuwe groepsverantwoording is derhalve niet nodig. Conclusie Het aspect externe veiligheid staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.11

Luchtkwaliteit

Normstelling en beleid In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk onderbouwing uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190900

42

Tabel 4.4 Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer Stof Toetsing van Grenswaarde stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie 40 µg/m³ fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 40 µg/m³ 24-uurgemiddelde concentratie max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ fijn stof (PM2,5)

jaargemiddelde concentratie

25 µg /m³

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:  een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³);  een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Onderzoek In het plangebied van dit bestemmingsplan worden 475 extra woningen gerealiseerd.

Een dergelijke ontwikkeling valt onder het Besluit niet in betekenende mate (NIBM) onder de categorie woningbouw tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg. Dit betekent dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse en dat nader onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2020 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de A20 direct ten oosten van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in de 2020; 24,5 µg/m³ voor NO2, 18 µg/m³ voor PM10 en 10,2 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6,3 dagen. Hierdoor is er ter plaatste van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190900

43

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische planbeschrijving

Inleiding

Dit bestemmingsplan maakt extra woningen in het gebied Wilgenrijk mogelijk. Het plangebied valt deels over de bestemming Woongebied, deels over de bestemming Agrarisch. In het nieuwe bestemmingsplan is gekozen voor twee bestemmingen, namelijk Groen en Woongebied 1. In dit hoofdstuk wordt de juridische regeling van deze bestemmingen beknopt toegelicht.

5.2

Algemeen

Begrippen De begrippen die in het bestemmingsplan gebruikt worden zijn in dit artikel gedefinieerd. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Één van de begrippen is geluidzone - industrie. Over het gebied ligt de geluidzone van industrieterrein Botlek-Pernis. Deze geluidzone dient in het bestemmingsplan geborgd te worden. Dat is gedaan door de aanduiding op de verbeelding op te nemen en een verwijzing naar dit begrip te maken. Wijze van meten Dit artikel maakt duidelijk hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.

5.3

Bestemmingsregels

Agrarisch Een strook met de bestemming Agrarisch is opgenomen in het gebied ten noorden van het plandeel Wilgenrijk. Deze bestemming is meegenomen, om hier de mogelijkheid te bieden om een geluidwal te realiseren. Daarmee kan in het plangebied een voldoende akoestisch klimaat gerealiseerd worden. Groen In het plangebied ligt een deel van de Parkwal. Dit deel heeft nu de bestemming Agrarisch. Met dit bestemmingsplan krijgt dit deel van de wal een groenbestemming. Dat betekent dat deze gronden, naast het gebruik als geluidwal, ook gebruikt mogen worden voor groen, water, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden. Bovendien zijn kleinschalige recreatieve voorzieningen toegestaan. Deze dragen bij aan de attractiviteit van het park dat hier gerealiseerd gaat worden. Verkeer Ter plaatse van deze bestemming is de 2e ontsluiting van de Dijkpolder beoogd. Binnen deze bestemming is ook de aansluiting op de Westlandseweg planologisch mogelijk gemaakt.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190900

44

Woongebied - 1 Deze bestemming maakt de ontwikkeling van een woongebied mogelijk. Er is gekozen om gebruik te maken van de naam Woongebied-1, om het onderscheid met de woonbestemming in het bestemmingsplan Dijkpolder te verduidelijken. Juridisch is de opzet van de regel nagenoeg identiek. Binnen deze bestemming zijn in totaal 475 woningen toegestaan. Voor de bouw van deze woningen zijn diverse bouwregels opgenomen, onder andere het aantal woningen die op een perceel gerealiseerd mogen worden, de afstand van hoofdgebouwen tot zijdelingse perceelsgrenzen en de goot- en nokhoogte van hoofdgebouwen. Ter plaatse van de woningen is een goed akoestisch klimaat gewenst. Uit berekeningen blijkt dat daarvoor de geluidwal gerealiseerd moet worden, aangezien er op dit moment sprake is van een geluidlek in de noordzijde van het gebied. Op de gronden waar dit aan de orde is, ligt de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1'. Aan deze aanduiding is een voorwaardelijke verplichting gekoppeld. Daarin is opgenomen, dat woningen in dit gebied pas in gebruik genomen mogen worden, als akoestische maatregelen zijn getroffen. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat dit mogelijk is, waardoor het bestemmingsplan uitvoerbaar is. Om de hoofdstructuur van het gebied planologisch te borgen is met aanduidingen aangegeven waar de hoofdontsluitings- en hoofdwaterstructuur beoogd is.

Deze aanduiding is overgenomen uit het geldende bestemmingsplan. Verder is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die borgt dat het in gebruik nemen van de woningen uitsluitend is toegestaan als er tussen de initiatiefnemer en het Hoogheemraadschap van Delfland een waterhuishoudkundig plan is overeengekomen en de uitvoering hiervan geborgd is. Waarde - Archeologie 3 en Waarde - Archeologie - 5 Deze dubbelbestemmingen beschermen de mogelijk aanwezige archeologische waarde ter plaatse op basis van de door de gemeenteraad vastgestelde archeologische beleidskaart. Het gebied dat het bestemmingsplan omvat, betreft grotendeels een gebied met een hoge archeologische verwachting mede gebaseerd op cultuurhistorie. Voorts een gebied met een middelhoge archeologische verwachting). Op de geactualiseerde waarde- en verwachtingenkaart, bijlage bij de archeologische beleidskaart, is dit in kleur aangegeven. Hiervoor geldt dat archeologisch onderzoek is vereist wanneer er sprake is van locaties met  een oppervlakte van 50 m2 en meer en er sprake is dat de grond 40 cm en dieper wordt geroerd. (archeologisch waardevol gebied 3)  een oppervlakte van 200 m2 en meer en er sprake is dat de grond 40 cm en dieper wordt geroerd. (archeologisch waardevol gebied 5) .

Rho adviseurs voor leefruimte

20190900

45

5.4

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Bro vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Algemene bouwregels Dit artikel bevat de bepaling 'Overschrijding bouwgrenzen'. Dit is een regeling voor beperkte en ondergeschikte overschrijding van de grenzen van bouwvlakken. Bovendien is een regeling opgenomen waarmee wordt geborgd dat voldoende parkeren wordt geregeld. Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn vormen van gebruik genoemd die strijdig zijn met dit bestemmingsplan. Algemene aanduidingsregels In dit artikel is bepaald dat de realisering van geluidgevoelige objecten ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' uitsluitend is toegestaan indien voldaan wordt aan de in of krachtens de Wet geluidhinder geldende normen. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken. Het gaat hierbij om de bevoegdheid om af te wijken van de regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Werking wettelijke regelingen Dit artikel bepaalt dat waar in dit bestemmingsplan verwezen wordt naar wettelijk regelingen, deze gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.

5.5

Overgangs- en slotregels

In dit artikel is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het plan geregeld. In lid Artikel 17 is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken opgenomen. In lid Artikel 18 is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen. Slotregel De slotregel beschrijft op welke wijze de regels aangehaald moeten worden.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190900

46

Rho adviseurs voor leefruimte

20190900

47

Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.1

Economische uitvoerbaarheid

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro, artikel 6.12) staat dat de gemeente verplicht is om een exploitatieplan vast te stellen voor de gronden waar een aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het Bro staat wat wordt verstaan onder een aangewezen bouwplan. Het gaat daarbij om: de bouw van één of meer woningen, één of meer hoofdgebouwen, uitbreiding van het hoofdgebouw met ten minste 1.500 m², functieverandering naar woningen voor ten minste 10 woningen, of functieverandering naar horeca of kantoor voor ten minste 1.500 m². Daarbij geldt een verhaalbare kostendrempel van € 10.000,-, waarbij bij de verhaalbare kosten geen fysieke werken als kostenpost mogen worden opgevoerd. In het kader van dit bestemmingsplan is het niet noodzakelijk om een exploitatieplan op te stellen voor dit bestemmingsplan. Er is tussen de grondeigenaar/initiatiefnemer en de gemeente een anterieure overeenkomst opgesteld. In deze anterieure overeenkomst zijn onder meer afspraken gemaakt tussen de gemeente en de eigenaar van de gronden over de plankosten en de benodigde aanpassingen aan de infrastructuur. Hierin is opgenomen dat de kosten voor de ontwikkelingen in dit plan niet ten laste komen van de gemeente. De initiatiefnemer heeft aangegeven dat de ontwikkeling financieel uitvoerbaar is.

6.2

Overleg ex. artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro)

Met diverse overlegpartners heeft een informeel vooroverleg plaatsgevonden. Zo hebben met de gemeente Westland diverse (bestuurlijke) overleggen plaatsgevonden, om de verschillende belangen op elkaar af te stemmen.

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat de geplande ontwikkeling maatschappelijk draagvlak heeft en dat de procedures op een goede manier worden doorlopen. Het ontwerp bestemmingsplan heeft vanaf 1 april 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn zeven zienswijzen ingediend. De zijn samengevat en beantwoord in een nota zienswijzen. Deze is opgenomen in Bijlage 6. Naar aanleiding van de zienswijzen is de toelichting op een aantal punten aangevuld. Ook is in de regels een onderdeel toegevoegd, namelijk een voorwaardelijke verplichting voor de uitvoering van de geluidwal. Een overzicht van de doorgevoerde wijzigingen is opgenomen in de Staat van wijzigingen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190900

48

Na deze fase wordt het bestemmingsplan ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190900

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 inpassingsstudie geluidwal

Rho adviseurs voor leefruimte

20190900

Variantenstudie

Uiteinde Parkwal langs Westgaag

Opgave. Uiteinde Parkwal 7 juli 2022

2/16

A

B

Geluidswal halverwege

C

Geluidswal volledige lengte

D

Geluidswal weglopend

Groenscherm

I

I

I

I

II

II

II

II

Opgave Overzicht Uiteinde Parkwal 7 juli 2022

+ +

De opgave betreft een variantenonderzoek voor het voortzetten van de geluidswering voor het deel tussen de rijksweg A20 en Maasdijk langs de Westgaag. De geluidswering moet een hoogte van 10 m hebben en is in dit document in een viertal hoofdvarianten, met elk een aantal subvarianten onderzocht.

3/16

Concept Parkwal. Uiteinde Parkwal 7 juli 2022

4/16

Continuïteit Parkwal over in ecologische zone

Twee entiteiten ontwerpvraag: transitie tussen twee entiteiten

ABC

Concept

Parkwal in geheel Uiteinde Parkwal 7 juli 2022

D

Voor de parkwal als geheel zijn twee concepten denkbaar. De eerste is erop gebaseerd dat de parkwal één continu element rondom Wilgenrijk loopt. Het deel tussen de rijksweg A20 en Maasdijk is dan in zekere zin een voortzetting van de parkwal zoals die er nu ligt. Het tweede concept is gebaseerd op een verschil in identiteit tussen het deel langs de rijksweg en het deel haaks daarop. Daarmee is

de parkwal dan een lijn die (min of meer) evenwijdig loopt aan de Nieuwe Waterweg en de Westlandseweg/Maasdijk. Het deel haaks daarop kan dan ook een heel andere verschijningsvorm krijgen. Daarbij is dan juist het raakpunt van deze twee entiteiten een belangrijke opwerpopgave.

5/16

Structuurvisie Uiteinde Parkwal 7 juli 2022

In de structuurvisie van Maassluis staat de zone tussen rijksweg en Maasdijk aangeduid als ‘versterking van dijken- en ruimtelijke groenstructuren’. In de situatie van een geluidswering langs de Westgaag bevindt deze zone zich precies in deze zone.

6/16

Geluidswal. Uiteinde Parkwal 7 juli 2022

7/16

Optie I

• • •

glooiend (onderhouds)pad aan weerszijden en op de kruin totaal ruimtebeslag geluidswering - 39m indicatieve afstand tot woningen - ca 15m

Geluidswal met pad aan twee zijden Uiteinde Parkwal 7 juli 2022

8/16

Optie II

• • •

voortzetting van de Parkwal kwaliteit aan de binnenzijde totaal ruimtebeslag geluidswering - 50m indicatieve afstand tot woningen - ca 10m

Geluidswal met paden en plateaus Uiteinde Parkwal 7 juli 2022

9/16

Varianten. Uiteinde Parkwal 7 juli 2022

10/16

•

Doorzetten van de wal (10m hoogte) tot aan de geluidscontour

Variant A

Geluidswal halverwege Uiteinde Parkwal 7 juli 2022

11/16

•

Doorzetten van de wal (10m hoogte) over de volledige lengte

Variant B

Geluidswal volledige lengte Uiteinde Parkwal 7 juli 2022

12/16

• •

Doorzetten van de wal (10m hoogte) tot aan de geluidscontour Glooiende helling tot 1:20 waardoor beplanting en parkachtige invulling mogelijk is

Variant C

Geluidswal weglopend Uiteinde Parkwal 7 juli 2022

13/16

• • •

•

compact groenscherm obv Greenwall Construct, max 8m hoog aanvullende grondwal van 2m nodig 1500kg/m1 scherm - een stevige ondergrond bv. een voldoende dikke puinbaan nodig ontwerpopgave overgang van de wal en de scherm

ontwerpvraag: transitie tussen twee entiteiten

Variant D Geluidscherm Uiteinde Parkwal 7 juli 2022

14/16

Uiteinde Parkwal 7 juli 2022

16/16

Bijlage 2 Waterhuishouding Wilgenrijk

Rho adviseurs voor leefruimte

20190900

Aan

Hoogheemraadschap van Delfland

Van

Gebiedsmanagers

Kopie

Wilgenrijk

Projectnr.

1001

Datum

21-10-2022

Betreft

Bestemmingsplan Wilgenrijk Noord: Waterhuishouding

Inleiding In 2013 is een bestemmingsplan opgesteld voor de nieuwbouwwijk Wilgenrijk, (toen genaamd Dijkpolder). Voor het bestemmingsplan is een waterhuishoudkundig plan opgesteld. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen twee peilgebieden: Wilgenrijk Zuid (-2,40mNAP), en Wilgenrijk Noord (-1,80mNAP). In het waterhuishoudkundige plan (WHP 2014) zijn berekeningen gemaakt die aantonen dat, met de normen van 2014, de waterhuishouding van (geheel) Wilgenrijk klimaatrobuust is. Het WHP 2014 is opgesteld met de verwachting dat het gehele plangebied stedelijk zou worden. Het huidige bestemmingsplan was echter beperkt in het aantal bouwtitels (vanwege recessie destijds), en dus formeel is een beperkt gebied tot woonbestemming benoemt. Met het nieuwe Bestemmingsplan Wilgenrijk Noord wordt bereikt dat het woongebied formeel uitgebreid wordt, en er ook weer nieuwe bouwtitels uitgegeven kunnen worden. Maar nog steeds wordt het gehele woongebied Wilgenrijk gerealiseerd op basis van het oorspronkelijke WHP 2014. Met het nieuwe bestemmingsplan Wilgenrijk Noord moet opnieuw naar de waterhuishouding gekeken worden na de bestemmingswijziging en op basis van huidige beleidskaders. De waterhuishouding binnen de bestemmingsplan grens Wilgenrijk Noord moet voldoen aan de eisen van het Hoogheemraadschap van Delfland die gelden voor juli 2022.

In deze memo wordt beschreven wat de verschillen zijn tussen de modellering in 2014 en 2022, wat de huidige toetsnorm voor invloed heeft op Wilgenrijk en of dit gevolgen heeft voor de omliggende peilgebieden.

Figuur 1. Bestemmingsplan Wilgenrijk Noord

Modellering watersysteem: Gronam 2014 – 2022 In 2014 is in het waterhuishoudkundig plan geëist dat er maximaal 60cm peilstijging mag optreden in (geheel) Wilgenrijk. Op basis van de Gronam, een Excel modellering, is iteratief berekend hoeveel wateroppervlak er benodigd is om een hogere peilstijging te voorkomen. De 60cm peilstijging in dit model is de peilstijging die optreedt bij een t=100 bui, met de neerslagstatistieken die in 2014 zijn aangereikt door het Hoogheemraadschap van Delfland. In de afgelopen 8 jaar is de toetsnorm door het veranderende klimaat verder aangepast. In de nieuwe berekening is een T=100 bui van het jaar 2050 gebruikt, met meer neerslag over 48 uur. Het Hoogheemraadschap gebruikt deze bui ook in de eigen modellering voor bestaande en al gerealiseerde watersystemen. Voor de modellering zijn taluds opgenomen van 1:3 en is het gerealiseerde verhard en onverhard oppervlak van de al gerealiseerde deelplannen gebruikt. Binnen de complete ontwikkeling Wilgenrijk is in het WHP 2014 bepaald dat er twee peilgebieden worden gerealiseerd (-1,80mNAP en -2,40mNAP). Beide peilgebieden hebben in modellering in het WHP 2014 een peilstijging van 60cm. In het hoger gelegen peilgebied wordt deze peilstijging gerealiseerd door een automatische stuw.

Belangrijk voor de modellering (van destijds) is dat het hoger gelegen peilgebied niet de volledige verharding compenseerde binnen dat peilgebied. Een deel van de waterberging in het -1,80mNAP vindt plaats in het -2,40mNAP peilgebied. De twee peilgebieden moeten, voor het bepalen van de wateropgave, altijd in zijn geheel gemodelleerd worden. Berekening peilstijging Doordat de twee peilgebieden gezamenlijk de waterberging voor de complete ontwikkeling Wilgenrijk verzorgen, geeft dit een aantal berekeningsmogelijkheden. Conform de bestemmingsplanprocedure hoeft alleen de verharding in het bestemmingsplan Wilgenrijk Noord getoetst te worden op de nieuwe neerslagstatistieken. Het huidige bestemminsplan wordt vervolgens alleen getoetst op de norm van 2014. Omdat Delfland ook bestaande watersystemen wil toetsen aan de nieuwe normen is in de modellering de complete ontwikkeling (het gehele woongebied Wilgenrijk) getoetst aan de neerslagnorm van een T=100 bui in 2050. Dit geeft als resultaat dat er binnen de ontwikkeling een grotere peilstijging zal optreden. Een grotere peilstijging in het -1,80mNAP is uitgesloten door de kleinere drooglegging, daarmee is het van belang dat meer water geborgen wordt in het -2,40mNAP peilgebied. Dit geeft een peilstijging van +/- 70cm. Deze peilstijging geeft o.b.v.

de drooglegging en omliggende peilgebieden geen watergangen die buiten de oevers treden. In Bijlage I is te zien wat een peilstijging van 70cm doet met de drooglegging in- en rondom Wilgenrijk. Aanvullend worden in Wilgenrijk meerdere maatregelen genomen om de ontwikkeling klimaatproof te maken, waardoor meer waterberging wordt gerealiseerd (deze zijn niet opgenomen in de modelberekening). Daarmee is de peilstijging lager als de gemodelleerde 70cm in het -2,40m NAP peilgebied.

Maassluis Rainproof Gemeente Maassluis is actief bezig met het creëren van een toekomstbestendig, robuust en flexibel watersysteem. Zo is er in het gemeentelijke rioleringsplan (2020-2025) opgenomen dat elke woning die gebouwd wordt vanaf 2020, voorzien moet zijn van een buffer voor regenwateropvang van minimaal 1m3. In Wilgenrijk hebben alle woningen een eigen waterberging op het perceel. Naast het stimuleren van veranderingen op particulier terrein, wordt er ook in de openbare ruimte veel gedaan om de wijk robuust in te richten. Zo worden er in Wilgenrijk actief groene parkeervakken toegepast, actieve waterberging in de vorm van wadi’s, greppels en bufferblocks gebruikt, en worden openbare oevers zoveel mogelijk natuurvriendelijk aangelegd. Een voorbeeld is het recent gerealiseerde deelplan Goedland, waarin geen hemelwaterriool is gerealiseerd en al het hemelwater vertraagd en vastgehouden wordt in openbaar of privaat terrein. Dit zorgt niet alleen voor een vergroting van de bergingscapaciteit, maar ook voor een vergroting van de biodiversiteit. In cijfers ziet dit er ongeveer als volgt uit: • Er worden nog 1080 woningen opgeleverd die allen minimaal 1m3 waterberging dienen te hebben, dit resulteert in 1080m3 • Er wordt ingezet in halfverharding (TTE) openbaar en privaat, op dit moment +/- 2500m2 gerealiseerd en wordt meer.

• Lokale waterberging in deelplannen: o Goedland: 165m3 o Zomerbries 20m3 o Parkwal a.d.h.v. Bufferblock: 840m3 In totaal is er in Wilgenrijk dus +/- 2000m3 aan berging aanwezig in de toekomst. Verder wordt in Wilgenrijk inundatie beperkt door hemelwater zoveel mogelijk lokaal vast te houden waar het valt, voornamelijk op groen oppervlak. Wilgenrijk bestaat namelijk voor meer dan 45% uit groen oppervlak. Op deze wijze kan het hemelwater in de bodem infiltreren en wordt het vertraagd afgevoerd naar het watersysteem. Daarnaast wordt het gehele HWA stelsel uitgevoerd als DIT-riool. De infiltrerende werking van het stelsel zorgt dat water kan infiltreren in de bodem om het grondwaterpeil in droge perioden aan te vullen. Door zoveel mogelijk grondwater op peil te houden wordt bodemdaling beperkt. Conform Maassluis Rainproof wordt bij Wilgenrijk Noord een 60mm in één uur neerslaggebeurtenis actief hemelwater vastgehouden, gebufferd en vervolgens pas afgevoerd. Waarin bij kleine buien (tot 30mm) maximaal gebruik gemaakt wordt van de verwerking van hemelwater in het groen om grondwater lokaal aan te vullen. Conclusie Met de nieuwe normen van het Hoogheemraadschap van Delfland is aangetoond door middel van de Gronam dat de aanpassing van de inrichting van Wilgenrijk Noord geen effect heeft op de bestaande woningen aan de Weverskade, en de woningen in Wilgenrijk.

Op verzoek van het Hoogheemraadschap van Delfland is gemodelleerd met een T=100 bui voor het jaar 2050, met hevige neerslag verdeeld over 48 uur. Ondanks dat deze modellering (voor het gehele woongebied) een peilstijging aantoont van +/- 70cm, heeft het geen effect op huidige en toekomstige woningen. Er is genoeg drooglegging in het gebied en er worden meerdere waterbergende maatregelen toegepast die ervoor zorgen dat de gemodelleerde peilstijging in de praktijk kleiner is als de aangegeven 70cm bij een T=100 2050. Hiermee kan geconcludeerd worden dat ook met doorgroei op basis van het bestemmingsplan Wilgenrijk Noord voldoet aan de huidige eisen van het Hoogheemraadschap van Delfland voor een robuust en klimaatbestendig watersysteem.

Bijlage I drooglegging voor en na peilstijging

Bijlage 3 Aerius memo Wilgenrijk noord

Rho adviseurs voor leefruimte

20190900

Memo

16 juni 2021 20190900 Stephany Lie Wilgenrijk BV

Wilgenrijk Noord Wilgenrijk BV

Op de locatie Wilgenrijk Noord te Maassluis worden 725 woningen gerealiseerd. De toename van verkeer zou kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in de omgeving. De locatie is op circa 4,6 kilometer van het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’ gelegen (zie figuur 1). Met het programma AERIUS Calculator (2020) is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. De berekening is opgenomen in een aparte bijlage.

Figuur 1 Locatie beoogde ontwikkeling (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (AERIUS calculator)

Realisering van het plan zal er toe leiden dat circa 3 ha akkerland en 15 ha grasland zijn agrarische functie verliest. Het nabijgelegen Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen is op 7 december 2004 aangemeld bij de Europese Commissie en valt sindsdien onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn. Het bestaande agrarische gebruik is planologisch legaal, dateert van ver voor de datum 24 maart 2000 en is sinds die datum permanent aanwezig geweest. Het bestaande agrarische gebruik kan dus worden beschouwd als de referentiesituatie. De emissie is berekend op basis van de gebruiksnormen, het type mest, het TAN 1-gehalte van de mest, de mestaanwendingstechniek en de bijbehorende emissiefactor. De gegevens over TAN en emissiefactoren zijn ontleend aan Velthof et al (2019): “Referentieraming van emissies naar de lucht uit landbouw en landgebruik tot 2030”. Onderstaand zijn de uitgangspunten uitgewerkt en samengevat in tabellen. Hoeveelheid mest De mestwetgeving bepaalt hoeveel mest op gras- en bouwland mag worden gebracht. De huidige normen zijn vastgelegd in het mestbeleid 2019-2021 (RVO 2019). Deze normen geven per teelt aan hoeveel mest (stikstof) per jaar per hectare mag worden opgebracht. Het aandeel stikstof uit dierlijke mest in deze norm is gelimiteerd tot maximaal 170 kg N per hectare per jaar.

Wanneer de bemestingsnorm hoger is dan wat uit dierlijke mest opgebracht mag worden, dient de overige bemesting te worden verkregen uit andere bemestingsbronnen. Over het algemeen is dat kunstmest. Op het perceel is sprake van permanent grasland met beweiden. Op kleigrond is een input van 345 kg N/ha/jr toegestaan. Op het akkerbouwperceel ten noordoosten van het plangebied wordt zomertarwe geteeld (bron: www.boerenbunder.nl). Voor zomertarwe geldt dat een input van 150 kg N/ha/jr is toegestaan. Emissiefactoren De emissiefactor wordt bij aanwending van dierlijke mest in sterke mate bepaald door de aanwendingstechniek. In Velthof et al. (2019) is beschreven in welke mate (implementatiegraad) de verschillende aanwendingstechnieken worden toegepast en de bijbehorende emissiefactoren. Op basis van emissiefactor per aanwendingstechniek is voor dierlijke mest (stalmest en drijfmest) op grasland en bouwland, en voor kunstmest, een gemiddelde emissiefactor bepaald. Voor de onderhavige situatie wordt uitgegaan van drijfmest op grasland en drijfmest op bouwland.

Tabel 1 Gemiddelde emissiefactoren voor perceelsbemesting Bemesting Emissiefactor Drijfmest op grasland 22,3 Drijfmest op bouwland 3,3 Stalmest op grasland 69,0 Kunstmest 3,6 Ammoniakemissie bij mestaanwending Op basis van de data en aannames die in het voorgaande zijn beschreven is per perceel berekend wat de ammoniakemissie ten gevolge van mestaanwending is. De gele kolommen in onderstaande tabellen geven de emissies voor dierlijke mest resp. kunstmest weer per perceel. Omdat het hier gaat om interne saldering, behoeven de emissies niet met 30% te worden afgeroomd. De emissies zijn ingevoerd in AERIUS Calculator als vlakbron.

1

Het deel van de stikstof in de mest dat bestaat uit ammoniakaal stikstof (het overige is mineraal stikstof en draagt niet bij aan de ammoniakemissie uit de mest).

2/4

Tabel 2 Emissies landbouw referentiesituatie

Bij de berekeningen is geen rekening gehouden met de agrarische verkeersbewegingen (ploegen, mesten spuiten, maaien etc) die eveneens zullen komen te vervallen. Hierover bestaan geen gegevens en ook geen kengetallen. Deze emissiebron blijft daarom buiten beschouwing.

Op dit moment zijn de uitgangspunten voor de realisatiefase nog niet bekend. Bij de verdere uitwerking van de plannen zal op basis van de specifieke kenmerken het materieel en de beoogde fasering in het kader van de benodigde vergunningaanvragen moeten worden aangetoond dat geen sprake is van een toename van stikstofdepositie binnen de maatgevende Natura 2000-gebieden. Tenzij gebruik kan worden gemaakt van de vrijstelling zoals opgenomen in de Stikstofwet die naar verwachting in juli 2021 in werking treedt. In dat geval is onder voorwaarden een tijdelijke toename toegestaan.

Voor de gebruiksfase is het rekenjaar 2027 gehanteerd. De woningen worden gasloos gebouwd en kennen derhalve geen gebouwemissies. Voor de overige functies is ervan uitgegaan dat deze ook gasloos gebouwd zullen worden. De bijbehorende verkeersbewegingen leiden wel tot extra stikstofemissie. De verkeersgeneratie is berekend met kencijfers van het CROW publicatie 381 (2019). Er is worst-case de aanname gedaan dat alle woningen vrijstaande koopwoningen betreffen. In werkelijkheid zal de verkeersgeneratie lager liggen. De verkeersgeneratie is weergegeven in tabel 1 en is 5.945 mvt/etmaal. Het verkeer wikkelt af via de Maasdijk en de Coldenhovelaan naar de A20. Een indicatie van de verkeersintensiteiten voor deze weg is te vinden op de NSL-monitoringstool 2020 (www.nsl-monitoring.nl/viewer/). Volgens de tool bedroegen de dagelijkse verkeersintensiteiten voor 2020 voor de A20 40.664 voor licht verkeer. Op de A20 gaat het extra verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer, conform de Instructieregels voor Aerius juli 2020, zich heeft verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Het onderhavige project voegt in de gebruiksfase maximaal 14,6% licht verkeer toe aan de A20. Er is worst-case gekozen dat 100% van het verkeer via het noorden naar de A20 afwikkelt richting het Natura 2000-gebied.

In werkelijkheid zal het verkeer zich meer verspreiden. Tabel 3 Verkeersgeneratie huidige situatie Functie CROW benaming Woningen Koop, huis, vrijstaand

3/4

Aantal Kencijfer Eenheid 725 8,2 per woning

mvt/etmaal 5.945

Uit de verschilberekening met AERIUS Calculator (2020) blijkt dat er in de gebruiksfase een afname is van stikstofdepositie van 0,01 mol/ha/jr op onder andere Solleveld & Kapittelduinen.

Op basis van de berekening zijn significante negatieve effecten op Natura 2000-gebied in de realisatiefase uitgesloten. De ontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. De bijgevoegde uitkomsten van de AERIUS berekening dienen 5 jaar te worden bewaard, zodat bij controle kan worden aangetoond dat dit aspect is onderzocht.

4/4

Bijlage 4 Gebruiksfase Wilgenrijk Noord

Rho adviseurs voor leefruimte

20190900

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 en Situatie 2 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S3NqJHDRm5bF (06 oktober 2021) pagina 1/19

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Rho Adviseurs

-, - Maassluis

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Wilgenrijk noord

S3NqJHDRm5bF

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

06 oktober 2021, 14:46

2027

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Situatie 1

Situatie 2

Verschil

NOx

-

908,95 kg/j

908,95 kg/j

NH3

479,60 kg/j

73,79 kg/j

-405,81 kg/j

Resultaten

Natuurgebied

Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)

Uw berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting

Verschilberekening gebruiksfase Wilgenrijk Noord

Resultaten

Situatie 1 Situatie 2

S3NqJHDRm5bF (06 oktober 2021) pagina 2/19

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Resultaten

Bron Sector

Situatie 1 Situatie 2

Emissie NH3

Emissie NOx

Grasland Landbouw | Landbouwgrond

250,60 kg/j

-

Zomertarwe Landbouw | Landbouwgrond

9,80 kg/j

-

Grasland Landbouw | Landbouwgrond

219,20 kg/j

-

S3NqJHDRm5bF (06 oktober 2021) pagina 3/19

Resultaten

Locatie Situatie 2

Emissie Situatie 2

Bron Sector

Verkeersgeneratie Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

Resultaten

Situatie 1 Situatie 2

Emissie NH3

Emissie NOx

73,79 kg/j

908,95 kg/j

S3NqJHDRm5bF (06 oktober 2021) pagina 4/19

Resultaten

Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden

Natuurgebied

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Kennemerland-Zuid

0,01

0,00

- 0,01

Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

0,01

0,00

- 0,01

Duinen Goeree & Kwade Hoek

0,01

0,00

- 0,01

Grevelingen

0,01

0,00

- 0,01

Voornes Duin

0,01

0,00

- 0,01

Krammer-Volkerak

0,01

0,00

- 0,01

Voordelta

0,01

0,00

- 0,01

Coepelduynen

0,01

0,00

- 0,01

Meijendel & Berkheide

0,01

0,00

- 0,01

Solleveld & Kapittelduinen

0,01

0,00

- 0,01

Westduinpark & Wapendal

0,01

0,00

- 0,01

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

(mol/ha/j)

*

Resultaten

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

Situatie 1 Situatie 2

S3NqJHDRm5bF (06 oktober 2021) pagina 5/19

Resultaten

Resultaten per habitattype

Kennemerland-Zuid Habitattype

(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos

0,01

0,00

- 0,01

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

0,01

0,00

- 0,01

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

0,01

0,00

- 0,01

H2160 Duindoornstruwelen

0,01

0,00

- 0,01

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

ZGH2130B Grijze duinen (kalkarm)

0,01

0,00

- 0,01

H2150 Duinheiden met struikhei

0,01

0,00

- 0,01

H2180B Duinbossen (vochtig)

0,01

0,00

- 0,01

H2120 Witte duinen

0,01

0,00

- 0,01

ZGH2160 Duindoornstruwelen

0,01

0,00

- 0,01

Lg12 Zoom, mantel en droog struweel van de duinen 0,01

0,00

- 0,01

H2170 Kruipwilgstruwelen

0,00

- 0,01

Situatie 1 Situatie 2

0,01

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

S3NqJHDRm5bF (06 oktober 2021) pagina 6/19

Resultaten

Nieuwkoopse Plassen & De Haeck Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)

0,01

0,00

- 0,01

H3150baz Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen

0,01

0,00

- 0,01

H4010B Vochtige heiden (laagveengebied)

0,01

0,00

- 0,01

H3140lv Kranswierwateren, in laagveengebieden

0,01

0,00

- 0,01

Lg02 Geïsoleerde meander en petgat

0,01

0,00

- 0,01

H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen)

0,01

0,00

- 0,01

H91D0 Hoogveenbossen

0,01

0,00

- 0,01

H7210 Galigaanmoerassen

0,01

0,00

- 0,01

H6410 Blauwgraslanden

0,01

0,00

- 0,01

Lg05 Grote-zeggenmoeras

0,01

0,00

- 0,01

Situatie 1 Situatie 2

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

S3NqJHDRm5bF (06 oktober 2021) pagina 7/19

Resultaten

Duinen Goeree & Kwade Hoek Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

H2160 Duindoornstruwelen

0,01

0,00

- 0,01

Lg12 Zoom, mantel en droog struweel van de duinen 0,01

0,00

- 0,01

H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks)

0,01

0,00

- 0,01

H2120 Witte duinen

0,01

0,00

- 0,01

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

0,01

0,00

- 0,01

H2130C Grijze duinen (heischraal)

0,01

0,00

- 0,01

H2190C Vochtige duinvalleien (ontkalkt)

0,01

0,00

- 0,01

H2190Aom Vochtige duinvalleien (open water), oligo- tot mesotrofe vormen

0,01

0,00

- 0,01

H1310B Zilte pionierbegroeiingen (zeevetmuur)

0,01

0,00

- 0,01

Situatie 1 Situatie 2

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

S3NqJHDRm5bF (06 oktober 2021) pagina 8/19

Resultaten

Grevelingen Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

H2160 Duindoornstruwelen

0,01

0,00

- 0,01

H1310A Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal)

0,01

0,00

- 0,01

H2170 Kruipwilgstruwelen

0,01

0,00

- 0,01

H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks)

0,01

0,00

- 0,01

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

Situatie 1 Situatie 2

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

S3NqJHDRm5bF (06 oktober 2021) pagina 9/19

Resultaten

Voornes Duin Habitattype

H2160 Duindoornstruwelen

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

0,01

0,00

- 0,01

Lg12 Zoom, mantel en droog struweel van de duinen 0,01

0,00

- 0,01

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

H2120 Witte duinen

0,01

0,00

- 0,01

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

H2180Ao Duinbossen (droog), overig

0,01

0,00

- 0,01

H2180B Duinbossen (vochtig)

0,01

0,00

- 0,01

H2190Ae Vochtige duinvalleien (open water), (matig) eutrofe vormen

0,01

0,00

- 0,01

H2190Aom Vochtige duinvalleien (open water), oligo- tot mesotrofe vormen

0,01

0,00

- 0,01

H2170 Kruipwilgstruwelen

0,01

0,00

- 0,01

H2130C Grijze duinen (heischraal)

0,01

0,00

- 0,01

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

0,01

0,00

- 0,01

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Krammer-Volkerak Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H2160 Duindoornstruwelen

0,01

0,00

- 0,01

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks)

0,01

0,00

- 0,01

Situatie 1 Situatie 2

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

S3NqJHDRm5bF (06 oktober 2021) pagina 10/19

Resultaten

Voordelta Habitattype

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks)

0,01

0,00

- 0,01

H1310A Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal)

0,01

0,00

- 0,01

-

H1320 Slijkgrasvelden

0,01

0,00

- 0,01

-

H2110 Embryonale duinen

0,01

0,00

- 0,01

H1310B Zilte pionierbegroeiingen (zeevetmuur)

0,01

0,00

- 0,01

-

Coepelduynen Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

H2120 Witte duinen

0,01

0,00

- 0,01

H2160 Duindoornstruwelen

0,01

0,00

- 0,01

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

Situatie 1 Situatie 2

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

S3NqJHDRm5bF (06 oktober 2021) pagina 11/19

Resultaten

Meijendel & Berkheide Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H2120 Witte duinen

0,01

0,00

- 0,01

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

H2160 Duindoornstruwelen

0,01

0,00

- 0,01

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

0,01

0,00

- 0,01

H2180Ao Duinbossen (droog), overig

0,01

0,00

- 0,01

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

0,01

0,00

- 0,01

Lg12 Zoom, mantel en droog struweel van de duinen 0,01

0,00

- 0,01

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

ZGH2160 Duindoornstruwelen

0,01

0,00

- 0,01

H2190Ae Vochtige duinvalleien (open water), (matig) eutrofe vormen

0,01

0,00

- 0,01

ZGH2130A Grijze duinen (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

ZGH2180Ao Duinbossen (droog), overig

0,01

0,00

- 0,01

H2180B Duinbossen (vochtig)

0,01

0,00

- 0,01

ZGH2180C Duinbossen (binnenduinrand)

0,01

0,00

- 0,01

H2180Abe Duinbossen (droog), berken-eikenbos

0,01

0,00

- 0,01

H2190Aom Vochtige duinvalleien (open water), oligo- tot mesotrofe vormen

0,01

0,00

- 0,01

ZGH2180Abe Duinbossen (droog), berken-eikenbos

0,01

0,00

- 0,01

ZGH2130B Grijze duinen (kalkarm)

0,01

0,00

- 0,01

Situatie 1 Situatie 2

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

S3NqJHDRm5bF (06 oktober 2021) pagina 12/19

Resultaten

Meijendel & Berkheide Habitattype

ZGH2180B Duinbossen (vochtig)

Resultaten

Situatie 1 Situatie 2

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

0,02

0,00

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

- 0,02

S3NqJHDRm5bF (06 oktober 2021) pagina 13/19

Resultaten

Solleveld & Kapittelduinen Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

ZGH2120 Witte duinen

0,01

0,00

- 0,01

H2120 Witte duinen

0,01

0,00

- 0,01

ZGH2130A Grijze duinen (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

H2160 Duindoornstruwelen

0,01

0,00

- 0,01

ZGH2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

H2110 Embryonale duinen

0,01

0,00

- 0,01

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

Lg12 Zoom, mantel en droog struweel van de duinen 0,01

0,00

- 0,01

H2190Aom Vochtige duinvalleien (open water), oligo- tot mesotrofe vormen

0,01

0,00

- 0,01

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

H2190Ae Vochtige duinvalleien (open water), (matig) eutrofe vormen

0,01

0,00

- 0,01

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

0,01

0,00

- 0,01

ZGH2130B Grijze duinen (kalkarm)

0,01

0,00

- 0,01

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

0,01

0,00

- 0,01

H2180Ao Duinbossen (droog), overig

0,01

0,00

- 0,01

H2150 Duinheiden met struikhei

0,02

0,00

- 0,02

H2180Abe Duinbossen (droog), berken-eikenbos

0,02

0,00

- 0,02

H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos

0,02

0,00

- 0,02

Situatie 1 Situatie 2

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

-0,02

S3NqJHDRm5bF (06 oktober 2021) pagina 14/19

Resultaten

*

Resultaten

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

Situatie 1 Situatie 2

S3NqJHDRm5bF (06 oktober 2021) pagina 15/19

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud NH3

Sector

Omschrijving

Stof

Emissie

Landbouw grond

Mestaanwending: dierlijke mest

NH3

200,20 kg/j

Landbouw grond

Mestaanwending: kunstmest

NH3

50,40 kg/j

Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud NH3

Resultaten

Grasland 75956, 439722 0,5 m 14,1 ha 0,3 m 0,000 MW 250,60 kg/j

Zomertarwe 75912, 439928 0,5 m 2,1 ha 0,3 m 0,000 MW 9,80 kg/j

Sector

Omschrijving

Stof

Emissie

Landbouw grond

Mestaanwending: dierlijke mest

NH3

9,80 kg/j

Situatie 1 Situatie 2

S3NqJHDRm5bF (06 oktober 2021) pagina 16/19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11997308/3