CConstaterende datMaassluis
Koppel je AI →
Document · PDF

2.6 Quickscan flora en fauna

gemeenteraad 8 juni 2021, gemeente MaassluisBij agendapunt: Raadsvoorstel tot afgeven verklaring van geen bedenkingen aanvraag omgevingsvergunning Research & Development-locatie Lely Zuidbuurt 13, 13A en 174.220 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORT Quickscan Wet Natuurbescherming Zuidbuurt 13, 13a en 17, te Maassluis

Kenmerk Datum

: R&O19041897 : 6 juni 2019

Opdrachtgever : Weverskade B.V. Dhr. E. Hazelzet Oostgaag 49 3155 CE Maasland

Goedkeuring

Datum

Dhr. R.F.M. Sluijs (Ecoloog)

Opsteller, auteur

05-06-2019

Dhr. J.T. Groeneveld (Adviseur Ecologie)

2e lezerschap, controle

06-06-2019

Mevr. A. van de Meer (Projectleider)

2e lezerschap, vrijgave rapportage

06-06-2019

Handtekening

Inhoudsopgave 1. Inleiding ....................................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding .............................................................................................................................................. 3 1.2 Doel van het onderzoek ........................................................................................................................ 3 1.3 Leeswijzer.............................................................................................................................................. 3 2. Opzet en uitvoering van het onderzoek ....................................................................................................... 4 2.1. Bureaustudie ........................................................................................................................................ 4 2.2. Veldonderzoek...................................................................................................................................... 4 2.3. Effectenbeoordeling ............................................................................................................................. 4 3.

Beschrijving van het plangebied .................................................................................................................. 5 3.1 Ligging plangebied ten opzichte van beschermde gebieden en omgeving .......................................... 5 3.2 Algemene beschrijving van het plangebied ........................................................................................... 7 4. Wet natuurbescherming, onderdeel soorten .............................................................................................. 8 4.1 Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland ............................................................. 9 5. Resultaten en effectenbeoordeling .............................................................................................................. 9 5.1. Vleermuizen.......................................................................................................................................... 9 5.2 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................................................ 10 5.3 Vaatplanten .........................................................................................................................................

10 5.4 Vogels .................................................................................................................................................. 10 5.5 Amfibieën en reptielen ......................................................................................................................... 11 5.6 Vissen .................................................................................................................................................. 12 5.7 Overige beschermde soorten .............................................................................................................. 12 6. Samenvatting conclusie en overzichtstabel .............................................................................................. 13 6.1 De zorgplicht zoals weergegeven in artikel 1.11 ................................................................................. 13 6.2 De zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1 ................................................................................ 13 6.3 Tabel: Overzicht van onderzochte soortgroepen en onderzoeksresultaten in het plangebied ........... 14 Aanbevelingen ...............................................................................................................................................

15 Checklist groen bouwen ............................................................................................................................ 16 Literatuur en bronvermelding......................................................................................................................... 16

Zuidbuurt 13, 13a en 17, Maassluis / R&O19041897 2/16

1. Inleiding 1.1 Aanleiding In opdracht van Weverskade B.V. is een flora - en faunaonderzoek uitgevoerd op de locaties Zuidbuurt 13, 13a en 17, te Maassluis. De voorgenomen plannen bestaan uit de sloop van het glastuinbouw gedeelte en aanpandige bedrijfshal op het terrein. De woonhuizen en bijbehorende tuinen zullen van bestemming veranderen en blijven behouden. 1.2 Doel van het onderzoek Deze quickscan flora en fauna heeft ten doel de voorgenomen plannen te toetsen aan de huidige natuurwetgeving zodat duidelijk wordt welke maatregelen moeten worden getroffen om overtreding van deze wet te voorkomen. Het plangebied is onderzocht en beoordeeld op de aanwezigheid van en betekenis voor door de Wet natuurbescherming beschermde plant- en diersoorten. Indien overtreding niet kan worden vermeden, is in het onderhavige rapport aangegeven voor welke soorten en met welke onderbouwing ontheffing dient te worden aangevraagd. Indien aanvullend onderzoek noodzakelijk blijkt, kan op basis van de quickscan een gedegen planning daarvan worden gemaakt. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de opzet van het onderzoek besproken en in hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op het plangebied. In hoofdstuk 4 is de reikwijdte en de doelstelling uit de Wet natuurbescherming beschreven.

In hoofdstuk 5 worden conclusies getrokken uit de resultaten van het bureauonderzoek en het veldbezoek, waarna in hoofdstuk 6 de conclusies zijn samengevat. Tot slot worden in bijlagen aanbevelingen en een overzicht van de geraadpleegde literatuur gepresenteerd.

Bedrijfshal en kassencomplex welke worden gesloopt.

Zuidbuurt 13, 13a en 17, Maassluis / R&O19041897 3/16

2. Opzet en uitvoering van het onderzoek Het onderhavige flora- en faunaonderzoek bestaat uit twee onderdelen, te weten: een bronnen- en literatuuronderzoek (bureaustudie) en een biotooptoets (veldbezoek). De biotooptoets is door een ecoloog uitgevoerd op 13 mei 2019 in de middag. Windkracht 2, zon en circa 15°C. 2.1. Bureaustudie Het bronnen- en literatuuronderzoek omvat een bureaustudie, waarbij kaarten zijn geraadpleegd (kenmerken van het landschap waarin het plangebied zich bevindt) en de reeds bekende verspreidingsgegevens van voorkomende beschermde soorten in de regio zijn geraadpleegd. In het bronnen- en literatuuronderzoek zijn het plangebied en het omliggende gebied in een straal van ongeveer 1,5 kilometer onderzocht. Er zijn diverse bronnen geraadpleegd om een beeld te krijgen van de verspreiding en mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied. Aan de hand van deze informatie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen, gezien de habitatvoorkeur van de betreffende soorten. Een overzicht van de gebruikte literatuur is opgenomen in de literatuurlijst, die is opgenomen in de bijlage van deze briefrapportage. 2.2. Veldonderzoek Naast een bureaustudie is een biotooptoets uitgevoerd. Dit betreft een veldbezoek met als doel een inschatting te maken van de ecologische kwaliteiten van het plangebied.

De bevindingen van het bronnenen literatuuronderzoek worden in het veld getoetst en indien nodig aangevuld. Op het moment dat een biotooptoets wordt uitgevoerd, zijn niet alle soorten zichtbaar aanwezig. Diersoorten zijn bijvoorbeeld alleen nachtactief of in een bepaalde periode van het jaar afwezig. Daarom zijn de eisen die soorten/soortgroepen aan hun leefomgeving stellen met betrekking tot vaste rust- en verblijfplaatsen, voedselgebieden en migratierouten vergeleken en getoetst met de situatie in het veld. Op deze manier is ook het belang van het plangebied beoordeeld voor flora en fauna die niet zijn waargenomen gedurende de biotooptoets, maar desondanks toch mogelijk kunnen voorkomen ter plaatse van het plangebied. De resultaten van de biotooptoets betreffen uitsluitend waarnemingen binnen het plangebied. 2.3. Effectenbeoordeling Op basis van de veldkenmerken van het plangebied en de verspreiding van beschermde soorten, is beoordeeld voor welke beschermde soorten het plangebied van betekenis kan zijn. Bij deze toetsing is alleen gekeken naar de beschermde soorten uit de Wet Natuurbescherming. Deze soorten hebben een Nederlandse of Europese bescherming en moeten worden getoetst op voorkomen en effect.

Wanneer effecten optreden of verbodsbepalingen worden overtreden, dan zijn er mogelijk maatregelen nodig om de effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wet Natuurbescherming. Algemene soorten zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in Nederland dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt door de meeste projecten. Bovendien geldt voor deze soorten een vrijstelling van de verbodsbepalingen zoals weergegeven in artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet Natuurbescherming. Wel geldt de zorgplicht ex artikel 1.11.

Zuidbuurt 13, 13a en 17, Maassluis / R&O19041897 4/16

3. Beschrijving van het plangebied 3.1 Ligging plangebied ten opzichte van beschermde gebieden en omgeving Het plangebied is tussen de Zuidbuurt en de A20 in Maassluis. Het is gelegen buiten de bebouwde kom van Maassluis. Op de onderstaande kaart is te zien dat het plangebied geen deel uitmaakt van het Natuurnetwerk, Natura 2000 of strategische reservering natuur. Binnen een straal van 10km ligt op 7,5km Natura-2000 gebied Solleveld & Kapittelduinen Het gebied is gelegen in belangrijk weidevogelgebied.

Ligging plangebied (rode kader midden) in een straal van ca 3 km ten opzichte ecologische hoofdstructuur EHS/NNN (donkergroen)en belangrijk weidevogelgebied (lichtgroen). Bron: http://pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN

Zuidbuurt 13, 13a en 17, Maassluis / R&O19041897 5/16

Ligging plangebied (rode kader midden) ten opzichte van omgeving.

Close-up plangebied (blauwe kader) Zuidbuurt 13, 13a en 17, Maassluis / R&O19041897 6/16

3.2 Algemene beschrijving van het plangebied In het plangebied staat een bedrijfshal met golfplaten dak. Aan de bedrijfshal vast, tot vlak tegen de A20 staat een kas. Rond de kas is een strook grasland van circa 1m breed waar schapen lopen. Op een stuk gemaaid grasland van circa 100m2 tussen bedrijfshal en tuin in, is dit het enige groen in het te slopen gedeelte. Aan de achterzijde van de kas bevindt zich een waterbassin in het plangebied. Onderdeel van het plangebied zijn eveneens de woningen en tuinen van huisnummers Zuidbuurt 13 en 17. Deze woningen en tuinen blijven ongewijzigd. De bomen en struiken blijven behouden.

Foto's plangebied. Bedrijfshal met golfplatendak, steensmuur en plaatstalen opbouw. Kassen en terrein. Zuidbuurt 13, 13a en 17, Maassluis / R&O19041897 7/16

4. Wet natuurbescherming, onderdeel soorten Voor soortenbescherming geldt voor deze wet dat deze gericht is op het bereiken of herstellen van een gunstige staat van instandhouding van deze soorten. De wet maakt hiervoor een programmatische aanpak mogelijk. Binnen deze wet wordt de soortbescherming opgedeeld in drie categorieën: 1. De bescherming van alle natuurlijk in het wild levende vogels van soorten die voorkomen in de EU als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn en de niet in die bijlage genoemde geregeld voorkomende trekvogelsoorten (art. 3.1 – 3.4). 2. De bescherming van in het wild levende dieren en planten van soorten die voorkomen in de EU op grond van de Habitatrichtlijn (bijlagen I, II, IV, V) en natuurbeschermingsverdragen (art. 3.5 - 3.9). 3. De bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wet natuurbescherming (art. 3.10 - 3.11). Voor de zoogdier- amfibieen reptielsoorten opgenomen in deze bijlage geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming behoeven. De andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd.

Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om kwetsbare en bedreigde dier- en plantsoorten te beschermen. Verbodsbepalingen: Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Uitbreiding verbodsbepalingen en mogelijkheid tot ontheffing of vrijstelling: Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a.

in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. t/m h. (niet van toepassing, zie wettekst). 3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Zuidbuurt 13, 13a en 17, Maassluis / R&O19041897 8/16

4.1 Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland Artikel 8.1 vrijstelling ten behoeve van bestendig beheer of onderhoud en de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. 1. De verboden, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de wet, gelden niet bij de uitvoering van handelingen in het kader van: a. de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; (b,c,d niet van toepassing, zie wettekst) 2. De vrijstellingen, bedoeld in het eerste lid, gelden ten aanzien van de in bijlage 6 genoemde andere beschermde soorten: Aardmuis, Bastaardkikker, Bosmuis, Bruine kikker, Bunzing, Dwergmuis, Dwergspitsmuis, Egel, Gewone bosspitsmuis, Gewone pad, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Kleine watersalamander , Konijn, Meerkikker, Ree, Rosse woelmuis, Veldmuis, Vos, Wezel en Woelrat. Bovenstaande soorten zijn derhalve niet beschermd bij de voorgenomen werkzaamheden, wel geldt de zorgplicht.

5. Resultaten en effectenbeoordeling

5.1. Vleermuizen Resultaten bureauonderzoek Het plangebied heeft meerdere (aaneengesloten) opstallen waarin vleermuizen kunnen verblijven indien geschikte invliegopeningen aanwezig zijn. De meest voorkomende gebouwbewonende vleermuissoort is de gewone dwergvleermuis. Een andere gebouwbewonende soort die voorkomt in Maassluis nabij het plangebied is de ruige dwergvleermuis. Laatvlieger komt volgens verspreidingsgegevens niet voor. In het plangebied zijn geen bomen van enige grootte aanwezig. Boombewonende soorten kunnen daarom worden uitgesloten. Resultaten veldbezoek De bedrijfshal heeft een stenen muur zonder spouw. Het dak bestaat uit golfplaten. Invliegopeningen zijn niet gevonden. Zowel de muren als de daken zijn ongeschikt voor vleermuizen. De kas is vanwege de bouwaard ongeschikt voor vleermuizen. Binnen de verstorende invloed van de werkzaamheden zijn eveneens geen invliegopeningen gevonden. Het plangebied maakt vanwege het ontbreken van een lijnvormig element geen onderdeel uit van een vliegroute. Als foerageergebied heeft het plangebied vanwege de afwezigheid van groen geen functie. Conclusie vleermuizen In het plangebied zijn geen geschikte invliegopeningen aanwezig. Het is hierdoor onaannemelijk dat vleermuizen in het plangebied verblijven. Het gebied maakt geen deel uit van een lijnelement en wordt daardoor niet gebruikt als vaste vliegroute van vleermuizen.

Als foerageergebied heeft het plangebied geen functie. Op basis van het bovenstaande is het uitgesloten dat de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten hebben op verblijfplaatsen, vaste vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen.

Zuidbuurt 13, 13a en 17, Maassluis / R&O19041897 9/16

5.2 Grondgebonden zoogdieren Resultaten bureauonderzoek Op basis van verspreidingsgegevens en biotoop kan de aanwezigheid van beschermde soorten zoogdieren worden uitgesloten. Resultaten veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen zoogdieren of sporen van beschermde zoogdieren waargenomen. Het plangebied is, op een strookje grasland van 1m breed langs de kas, volledig bebouwd of verhard. Door dit biotoop worden beschermde zoogdieren in de toekomst ook niet in het plangebied verwacht. Conclusie grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten zoogdieren aangetroffen. Deze worden gezien het biotoop ook niet verwacht in de toekomst. Voor eventueel aanwezige algemene zoogdieren, waaronder haas, geldt de zorgplicht (zie §6.1). 5.3 Vaatplanten Resultaten bureauonderzoek Op basis van verspreidingsgegevens kan de aanwezigheid van beschermde soorten vaatplanten worden uitgesloten. Resultaten veldbezoek Beschermde vaatplanten zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. De meeste beschermde planten zijn afhankelijk van een zeer specialistisch biotoop. Geconstateerd is dat het biotoop in het plangebied hiervoor niet geschikt is. Een andere soortgroep vormen de muurplanten. Beschermde planten die op muren voorkomen zijn niet gevonden.

Conclusie vaatplanten Geconcludeerd kan worden dat de aanwezige vaatplanten geen beschermde status hebben en ontwikkelingen niet in de weg staan. 5.4 Vogels Resultaten bureauonderzoek In de verspreidingsgegevens worden over de afgelopen drie jaar meerdere vogelsoorten genoemd. Huismus (passer domesticus), gierzwaluw (apus apus) en andere soorten waarvan het nest jaarrond beschermd is, worden gemeld in Maassluis. Roofvogels en uilen worden ook gemeld. Aangezien in het plangebied en binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden houtopstanden van enige grootte ontbreken, wordt niet verwacht dat roofvogels en uilen hier broeden. Omdat het plangebied in belangrijk weidevogelgebied ligt, kunnen weidevogels worden verwacht. Resultaten veldbezoek Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat het plangebied vanwege de aard van de bouw ongeschikt is voor huismus of gierzwaluw. Huismus is niet waargenomen in het plangebied of de directe omgeving daarvan. Het plangebied zelf is ongeschikt voor weidevogels vanwege de schapen die rond de kas lopen en daardoor verstoring veroorzaken. Westelijk van het plangebied lopen vele paarden in de wei, daar zijn geen weidevogels waargenomen. Oostelijk ligt een perceel grasland. Dit gras is niet kruidenrijk en ten tijde van het veldbezoek te hoog voor weidevogels. Mogelijk broeden in de coniferenhaag, op de scheiding van tuin en kassencomplex, wel vogels.

In de tuin zelf kunnen op meerdere plaatsen ook vogels broeden. Conclusie vogels Het plangebied heeft geen functie voor broedvogels waarvan het nest jaarrond beschermd is. In het gebied zijn geen (overblijfselen van) jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Huismussen zijn in het gebied niet gesignaleerd, noch doet het plangebied dienst als (essentiële) foerageerplaats of schuilplaats voor huismussen. Voor gierzwaluw zijn geen invliegopeningen aanwezig. Het is onaannemelijk dat door de werkzaamheden weidevogels worden verstoord, omdat deze niet binnen de verstorende invloedsfeer broeden. Zuidbuurt 13, 13a en 17, Maassluis / R&O19041897 10/16

Het is niet uit te sluiten dat algemene soorten binnen de verstorende invloedsfeer (een straal van 25m) van de werkzaamheden in het plangebied (gaan) broeden. De Wet natuurbescherming biedt bescherming aan alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. De nestbescherming geldt voor alle in gebruik zijnde nesten gedurende het broedseizoen en voor een beperkt aantal soorten jaarrond. Iedere in gebruik zijnd nest is beschermd. Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode, globaal wordt uitgegaan van half maart tot half augustus. 5.5 Amfibieën en reptielen Resultaten bureauonderzoek Beschermde amfibieën en reptielen kunnen worden uitgesloten op basis van verspreidingsgegevens, ligging en biotoop. Resultaten veldbezoek In het plangebied zijn geen amfibieën waargenomen. Het plangebied biedt geen geschikt biotoop voor amfibieën of reptielen. De sloot in het plangebied heeft geen goede onderwater begroeiing, zit vol modder en is te rijk aan voedingsstoffen voor een gezond waterecosysteem.

De sloot in het plangebied is te rijk met meststoffen

Conclusie amfibieën en reptielen Beschermde amfibieën en reptielen kunnen op basis van verspreidingsgegevens en biotoop worden uitgesloten. Schuilmogelijkheden rondom de sloot zijn niet aanwezig. Algemene soorten worden vanwege het biotoop, evenmin verwacht.

Zuidbuurt 13, 13a en 17, Maassluis / R&O19041897 11/16

5.6 Vissen Resultaten bureauonderzoek De volgende vissen zijn in Nederland beschermd: beekdonderpad, beekprik, elrits, Europese rivierkreeft, gestippelde alver, grote modderkruiper en kwabaal. Op basis van verspreidingsgegevens en kwaliteit van habitat kan aanwezigheid van deze soorten in het plangebied worden uitgesloten. Resultaten veldbezoek Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat de watergang niet geschikt is voor beschermde soorten vissen. Conclusie overige beschermde soorten Met beschermde vissen hoeft op grond van biotoop en verspreidingsgegevens geen rekening gehouden te worden. Voor algemene soorten vissen geldt de zorgplicht. Conform die zorgplicht, worden alle vissen en amfibieën (in dit geval zijn dit niet-beschermde vissen en amfibieën) weggevangen en overgeplaatst.

Bij het gedeeltelijk dempen van watergangen wordt naar open water toe gewerkt, zodat vissen en overige soorten in de richting van open water kunnen ontsnappen; Bij het dempen van een watergang waarbij vissen ingesloten raken moeten de volgende maatregelen worden genomen: Afhankelijk van de lengte van de te dempen watergang is het nodig om deze op te delen in compartimenten van 100 à 200 meter; Het waterpeil moet door middel van leegpompen tot 20 à 30 cm verlaagd worden, waarna de watergang wordt leeggevist en verder leeggepompt; De weggevangen vissen en amfibieën worden uitgezet in een watergang in de directe omgeving van het projectgebied waar geen werkzaamheden (meer) plaatsvinden, in voor de soort geschikte biotopen, dit dient zo snel mogelijk te gebeuren; Het materieel dat gebruikt wordt bij de werkzaamheden aan de watergang moet zodanig gekozen worden dat de hoeveelheid slachtoffers zo beperkt mogelijk zal zijn; De ecologische begeleiding wordt uitgevoerd door een deskundig ecoloog op het gebied van onder andere vissen en amfibieën.

5.7 Overige beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek De verschillende soorten libellen, vlinders, insecten en andere ongewervelden die vermeld worden in de Wet natuurbescherming zijn aanwezig in een ander biotoop dan het plangebied. Deze soorten stelle hoge eisen aan hun leefomgeving. Meldingen van deze soorten in het plangebied zijn er niet, het verspreidingsgebied ligt buiten het plangebied. Resultaten veldbezoek Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat het biotoop ongeschikt is voor beschermde soorten libellen en vlinders, vanwege het ontbreken van poeltjes of waardplanten voor ei-afzetting. Conclusie overige beschermde soorten Met beschermde ongewervelde diersoorten hoeft op grond van biotoop en verspreidingsgegevens geen rekening gehouden te worden.

Zuidbuurt 13, 13a en 17, Maassluis / R&O19041897 12/16

6. Samenvatting conclusie en overzichtstabel Uit bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat het onwaarschijnlijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van de in de Wet natuurbescherming beschermde soorten. De zorgplicht van de Wet natuurbescherming is altijd van toepassing. Hieronder wordt geadviseerd hoe aan deze zorgplicht invulling kan worden gegeven. 6.1 De zorgplicht zoals weergegeven in artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

Zodra een in het wild levend dier wordt aangetroffen tijdens de werkzaamheden kan deze worden gevangen en direct worden overgeplaatst naar een geschikte habitat in de nabijheid van het plangebied. Vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen en dergelijke) moet gefaseerd en niet machinaal worden verwijderd, waardoor aan amfibieën en grondgebonden zoogdieren gelegenheid wordt gegeven te vluchten. 6.2 De zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Invulling zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1 Geadviseerd wordt netten op te hangen, zodat vogels niet in het plangebied gaan broeden.

Indien de werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, mogen deze pas uitgevoerd worden indien vooraf door een deskundig ecoloog is vastgesteld dat geen verstoring van broedvogels zal plaatsvinden.

Zuidbuurt 13, 13a en 17, Maassluis / R&O19041897 13/16

6.3 Tabel: Overzicht van onderzochte soortgroepen en onderzoeksresultaten in het plangebied Soort(groep) Ingreep Nader Ontheffing Bijzonderheden/ verstorend onderzoek opmerkingen Vleermuizen Nee Nee Nee Geen verblijfplaatsen aanwezig, het plangebied heeft geen functie voor vleermuizen Grondgebonden Nee Nee Nee Geen beschermde soorten aanwezig. zoogdieren Vogels Nee* Nee Nee * zie zorgplicht vogels hoofdstuk 6. Amfibieën en Nee Nee Nee Geen beschermde soorten aanwezig. reptielen Vissen Nee Nee Nee Geen beschermde soorten aanwezig. Vaatplanten Nee Nee Nee Geen beschermde soorten aanwezig. Overige soorten Nee Nee Nee Geen beschermde soorten aanwezig. Wij adviseren om de onderzoeksresultaten voor te leggen aan het bevoegd gezag om na te gaan of zij kunnen instemmen met de onderzoeksresultaten en bovengenoemde conclusies.

Plangebied met voorgenomen wijzigingen

Zuidbuurt 13, 13a en 17, Maassluis / R&O19041897 14/16

Aanbevelingen Naast de consequenties die voortkomen uit de Wet Natuurbescherming geven wij in relatie tot de voorgenomen nieuwbouw de volgende aanbevelingen met als doel de ecologische structuren in de omgeving te versterken. - voor vleermuizen zouden open stootvoegen aangebracht kunnen worden in muren, of vleermuiskasten kunnen worden geplaatst in de spouw of tegen de muur op >2,5 meter hoogte in nieuw te bouwen woningen. Eveneens kunnen vleermuisstenen worden ingemetseld (foto links boven). Zie literatuurlijst voor vermelding naar brochure vleermuisvriendelijk bouwen.

Vrijwel onzichtbare inbouw van vleermuisstenen en technische informatie over de plaatsing daarvan

Zuidbuurt 13, 13a en 17, Maassluis / R&O19041897 15/16

Checklist groen bouwen Verstedelijking draagt bij aan het verlies van biodiversiteit, maar de bouw biedt ook kansen. Voor sommige dieren zijn onze steden en dorpen zelfs het belangrijkste leefgebied. Daar kan iedereen een steentje aan bijdragen. Met de Checklist Groen Bouwen kan iedere bouwonderneming, architect of projectontwikkelaar zijn projecten en ontwerpen natuurvriendelijker maken. Het beantwoorden van enkele simpele ja/nee vragen leidt tot eenvoudige soortbeschermingsmaatregelen. https://www.checklistgroenbouwen.nl/ Denk hierbij onder andere aan groene daken op de nieuwbouw. Op een dak met kiezels gaan scholeksters of meeuwen broeden. Als het te heet wordt op zo'n dak sterven de jongen, waardoor de voorkeur uitgaat naar een groen dak. Literatuur en bronvermelding Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Limpens e.a. KNNV 1997 Bats of Britain and Europe, C. Dietz en A. Kiefer, Bloomsbury 2016 www.vleermuis.net, voor up-to-date kennis van vleermuizen Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0, juli 2017, BIJ12 Brochure vleermuisvriendelijk bouwen: Landschapsbeheer Flevoland, Zoogdiervereniging en Tauw bv, 2011 Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON)(Redactie) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland Stichting RAVON: www.ravon.nl Nederlandse Oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Weeda e.a.

1985-1994 Verspreidingsatlas planten. 13 mei 2014, http://www.verspreidingsatlas.nl/planten Sovon Vogelonderzoek Nederland: www.sovon.nl Vereniging Vogelbescherming: www. vogelbescherming.nl Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep, Ministerie van LNV, 2009 Atlas van de Nederlandse Zoogdieren, Zoogdiervereniging 2016, S. Broekhuizen et al. Nationale Databank Flora en Fauna, www.telmee.nl

Zuidbuurt 13, 13a en 17, Maassluis / R&O19041897 16/16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10186734/3