CConstaterende datMaassluis
Koppel je AI →
Document · PDF

10. Toelichting bijlage 8 archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek

gemeenteraad 1 februari 2022, gemeente MaassluisBij agendapunt: 21.35-22.35 uur: Raadsvoorstel tot vaststellen bestemmingsplan Vlietlocatie15.296 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis (Gemeente Maassluis)

Opdrachtgever Lodewijck Groep Beechavenue 139 1119 RB Schiphol-Rijk

ISSN 2214-5656 Projectnummer Aeres Milieu projectnummer AM19275 Status rapport Definitief

Autorisatie Opsteller rapport: L. Kruithof MSc. Drs. D. Hagens Drs. ing. N.J.W. van der Feest Redactie: Ing. J.G.M. Reuver L. Kruithof MSc. Vrijgave: Drs. ing. N.J.W. van der Feest

Contactgegevens Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

paraaf datum 30 april 2020

paraaf datum 30 april 2020

paraaf datum 16 februari 2021

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING

3

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS

6

1. INLEIDING

7

2. WERKWIJZE 11 2.1 Inleiding……………………………………………………………………………………………………. 11 2.2 Verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen………………………………………………………….. 11 3. BUREAUONDERZOEK 13 3.1 Landschappelijke situatie – geomorfologie……………………………………………………………. 13 3.2 Landschappelijke situatie – bodem…………………………………………………………………….. 16 3.3 Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht……………………………………………………….. 16 3.4 Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden…………………………………………………. 20 3.5 Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal………………………………………………… 22 4. VERWACHTINGSMODEL

26

VELDWERKZAAMHEDEN 31 4.1 Algemeen…………………………………………………………………………………………………. 31 4.2 Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw……………………………………………32 4.3 Interpretatie………………………………………………………………………………………………. 33 4.4 Archeologische indicatoren……………………………………………………………………………… 34 4.5 Veldverslag……………………………………………………………………………………………….. 34 5. CONCLUSIE 35 5.1 Algemeen…………………………………………………………………………………………………. 35 5.2 Beantwoording van de onderzoeksvragen……………………………………………………………. 35 6. AANBEVELINGEN

37

LITERATUURLIJST

39

Bijlagen: 1 2 3 4 5 5b 6 7 8 9

Topografische ligging onderzoeksgebied Boorpuntenkaart Archeologische gegevens cf. Archis 3 Gemeentelijke archeologische (beleids)kaart Geomorfologische kaart Stroomgordelkaart Bodemkaart Reliëfkaart Boorkernbeschrijvingen Bouwtekeningen toekomstige situatie

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

SAMENVATTING Op 29 augustus 2019 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis (gemeente Maassluis). Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting. Het doel van het booronderzoek is de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting te toetsen. Aan de hand van deze gegevens kan vervolgens een advies over de eventuele aanwezige archeologische resten, of vervolgtraject worden opgesteld. Het plangebied bevindt zich binnen de stroomgordels van Schiedam en Pijnacker. Deze stroomgordels waren actief vanaf het vroeg-mesolithicum tot het vroeg-neolithicum. Waarschijnlijk zullen de stroomgordels oudere resten hebben geruimd en zullen deze geërodeerd zijn. Op basis van deze gegevens geldt er een lage archeologische verwachting voor de periode laat-paleolithicum. Vanaf vroeg-mesolithicum wordt de omgeving van het plangebied aantrekkelijk voor bewoning. Eventuele resten kunnen aangetroffen worden op de rivierafzettingen van de Formatie van Kreftenheye. De archeologische verwachting voor archeologische resten uit de periode laat-paleolithicum tot vroeg-neolithicum is daarom laag. Vanaf het neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door meer sedentaire nederzettingen.

De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren. Vanaf het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen heeft men doorgaans nog steeds een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden. Tijdens het vroeg-neolithicum en midden-neolithicum bevond het plangebied zich in een permimarien milieu (overgang van het rivierengebied naar een door getijde beïnvloed gebied/waddengebied), waarbij het vrijwel continue was overstroomd. De hoger gelegen oeverwallen van de rivierlopen zullen aantrekkelijke vestigingsplaatsen zijn geweest. In de bronstijd was het gebied te nat voor permanente bewoning. Vondsten uit deze periode zijn zeldzaam in het (Zuid)-Hollands veengebied. De getijdekreken in de omgeving van het plangebied werden actief vanaf de ijzertijd. De oevers van de krekensystemen waren aantrekkelijk voor bewoning. Echter zijn er geen vondsten bekend in de omgeving van het plangebied. Op basis van deze gegevens geldt er een lage archeologische verwachting voor de periode laat-neolithicum tot ijzertijd. Eventuele archeologische resten uit de ijzertijd kunnen worden verwacht in de top van het (Holland)veen. Indien het veen (deels) is geërodeerd, is de kans op archeologische vondsten in het veen gering. De omgeving van het plangebied had tijdens de Romeinse tijd veel wateroverlast.

De zee bereikte de omgeving van het plangebied echter niet, waardoor de afwatering bleef stageneren en er veenvorming plaats vond. Eventuele resten kunnen worden verwacht op de oeverwallen van het kreeksysteem van de oudere fase in het Laagpakket van Walcheren. Vanaf het jaar 1.000 werd het veengebied ontwaterd en het veen ontgonnen. Door het oxideren van het veen daalde de bodem en werden de hoger gelegen kreekruggen weer aantrekkelijke vestigingslocaties. Op basis hiervan geldt een middelhoge archeologische verwachting voor de periode Romeinse tijd tot vroege middeleeuwen. Resten worden verwacht vanaf het maaiveld in het Laagpakket van Walcheren en kunnen bestaan uit een cultuurlaag, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, fragmenten aardewerk, natuursteen of gebruiksvoorwerpen/vaatwerk. Het plangebied ligt aan de Arthur van Schendelstraat en maakt deel uit van de historische stadskern van Maassluis. De oudste bebouwing ontstond bij de sluizen en de haven en strekte zich als een lint uit langs de Noordvliet en Zuidvliet. Uit bestudering van historische kaarten blijkt dat in het begin van de 17 e eeuw al een aaneengesloten bebouwing aanwezig was aan de Zuidvliet, in het noordelijke deel van het plangebied. Deze bebouwing bestond uit pakhuizen, ambachtelijke gebouwen en woonhuizen en kan in oorsprong teruggaan tot de 14e eeuw.

Achter deze bebouwing ontstonden in de loop van de 17e eeuw nieuwe straten, zoals ook de langgerekte Sandelijnstraat die parallel aan de Zuidvliet lag. Aan deze straten stonden kleinere huizen die vooral bewoond werden door vissers die in de haven werkten. Sinds tenminste 1712 was het hele plangebied volgebouwd en maakte deel uit van de historische stad Maassluis. Medio 20e eeuw werd de bebouwing aan de Sandelijnstraat, dan in vervallen toestand, gesloopt, waarbij de huidige bebouwing binnen het plangebied werd gerealiseerd in of kort na 1967. Ook de historische bebouwing langs het Zuidvliet werd ter hoogte van het plangebied gesloopt. Op basis van deze gegevens geldt voor het noordelijke deel, direct langs het Zuidvliet, een hoge archeologische verwachting voor bebouwingsresten uit de periode vanaf circa 1300. Voor de overige delen van het plangebied, ter plaatse

Pagina 3 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

van de voormalige straten Sandelijnstraat en Hoekerstraat en de Sluispolderkade en de Boogerstraat, geldt een hoge verwachting voor bebouwingsresten uit de periode vanaf de 17e eeuw. Ook kunnen archeologische resten worden aangetroffen gerelateerd aan ambachtsactiviteiten (handel, pakhuizen, opslag, visserij, linnen-/textielproductie). Resten worden verwacht vanaf het maaiveld en binnen een mogelijk aanwezige antropogene stadsophogingslaag. Met name langs het Zuidvliet (noordelijke deel) kan deze antropogene ophoging een aanzienlijke dikte hebben, gezien de bewoning sinds tenminste de 14e eeuw. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventuele archeologische resten kan het volgende gesteld worden. Wegens de invloed van de zee en de stroomgordels van Schiedam en Pijnacker zullen verschillende archeologische resten uit de laat-paleolithicum tot ijzertijd zijn aangetast en/of verspoeld. Wat betreft de organische resten zijn de omstandigheden goed: het plangebied heeft op de bodemkaart een relatief lage grondwaterstand (GWT III/V), waardoor organische resten minder goed bewaard kunnen zijn gebleven, deze zullen met name onder de grondwaterstand in goede staat worden aangetroffen. Op basis van de bestudeerde bouwdossiers blijkt dat de huidige bebouwing een funderingsdiepte heeft van 1,78 meter –mv.

Ook zullen binnen het plangebied kabels en leidingen aanwezig zijn die voor enige bodemverstoring hebben gezorgd. Booronderzoek kan mogelijk uitwijzen in hoeverre verstoring heeft plaatsgevonden en in welke mate en tot welke diepte de sloopwerkzaamheden medio 20e eeuw van de voormalige, historische bebouwing zijn uitgevoerd. Met name de voormalige historische bebouwing aan het Zuidvliet, bestaande uit pakhuizen, voornamere woonhuizen en winkels, en de voorgangers hiervan, zullen waarschijnlijk diep zijn gefundeerd en zijn voorzien van onderkeldering. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden gesteld dat het plangebied onderdeel is geweest van de historische bebouwing van Maassluis. In de ondergrond zijn twee cultuurlagen aangetroffen, waarin ook concrete aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van funderingen. De bovenste cultuurlaag kan mogelijk gekoppeld worden aan de bebouwing zoals aanwezig op de kadastrale minuut uit het begin van de 19e eeuw. De bebouwing zal hiermee dateren uit de 17e – 18e eeuw. Dit komt overeen met de aangetroffen archeologische indicatoren. De hieronder liggende cultuurlaag lijkt ouder te zijn, maar kan niet met zekerheid worden gesteld. Op basis van een aangetroffen scherf mogelijk zelfs uit de periode vroege middeleeuwen, maar zeker uit de 14e eeuw of eerder dateert.

Het kan niet worden geduid of deze scherf in primaire context ligt, het kan namelijk goed zijn dat deze scherf van elders is aangevoerd, bijvoorbeeld bij het bemesten van akkers of het dumpen van afval. Oudere resten kunnen eventueel aanwezig zijn onder het veen (hoewel hier geen concrete bewijzen voor zijn), echter heeft het onderzoek niet tot dit niveau geboord en kunnen er geen onderbouwde uitspraken over worden gedaan. De ontwikkeling reikt ook niet tot dit niveau, waardoor behoud in situ de ‘best practice’ is. De aangetroffen cultuurlagen zijn al aanwezig vanaf 35 centimeter -mv. Indien rekening wordt gehouden met een buffer (vuistregel 20 centimeter) dan zijn ingrepen dieper dan 15 centimeter -mv een bedreiging voor het aanwezige bodemarchief. De voorgenomen ontwikkeling reikt dieper dan 15 centimeter -mv. Op basis van deze gegevens wordt dan ook aanbevolen een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren binnen het plangebied.

Dit vervolgonderzoek hoeft niet het volledige plangebied te beslaan, daar waar geen sprake is van bodemverstorende activiteiten en daar waar bekend is dat de bodem diepgaand is verstoord kunnen ander methoden worden toegepast (bescherming middels het bestemmingsplan op de zones waar geen bodemverstorende activiteiten gaan plaatsvinden, geen onderzoek ter plaatse van bekende grootschalige verstoringen zoals de funderingszones van de huidige bebouwing). Voor zover bekend komen de te realiseren gebouwen op locaties binnen het plangebied waar momenteel ook bebouwing aanwezig is. De voorgenomen ontwikkeling heeft op basis van de aangeleverde tekeningen een funderingsdiepte van 135 tot 174 centimeter –mv (supermarkt) en 93 centimeter –mv (grondgebonden woningen). Derhalve zal de toekomstige verstoring niet dieper reiken dan de historische verstoringen als gevolg van de huidige bebouwing. Naast de voorgenomen herbouw, worden ook twee nieuwe locaties ontwikkeld waar in de huidige toestand geen sprake is van bebouwing. Het wordt dan ook aanbevolen het vervolgonderzoek met name op deze twee zones toe te spitsen en op de zones waar eventueel sprake is van dieper reikende nutsvoorzieningen (zoals rioolaanleg). Een dergelijk vervolgonderzoek vindt bij voorkeur plaats middels een proefsleuvenonderzoek.

Een proefsleuvenonderzoek kan alleen worden uitgevoerd indien een door de bevoegde overheid

Pagina 4 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

goedgekeurd Programma van Eisen aanwezig is. De gemeente Maassluis heeft in aanvulling op dit advies een selectiebesluit genomen. Dit advies is toegevoegd aan hoofdstuk 6 van dit rapport. Zolang de daarin opgenomen vervolgstappen niet zijn uitgevoerd kunnen geen bodemroerende activiteiten in het plangebied worden uitgevoerd.1

1 mededeling adviseur van de bevoegde overheid dhr. W. Hessing Pagina 5 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Projectnummer OM-nummer Soort onderzoek Adres onderzoekslocatie Toponiem Gemeente Provincie Kadastrale registratie Coördinaten

Oppervlakte Huidig locatie gebruik Aanleiding onderzoek Opdrachtgever Bevoegde overheid Opslag documentatie en materiaal Datum uitvoering Actor

: AM19275 : 4731294100 : Bureau- en verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen : Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis : Arthur van Schendelstraat : Maassluis : Zuid-Holland : Maassluis, sectie D, nrs, 9012 (ged.), 10145 (ged.), 10205, 10206 en 10207 (ged) : Centraal 77.205; 437.641 NW: 77.137; 437.667 NO: 77.265; 437.722 ZW: 77.132; 437.558 ZO: 77.300; 437.645 : Circa 1,45 ha : Bebouwd (ontmoetingscentrum De Vliet, flats, grasland en parkeerplaats) : (her)ontwikkeling van de locatie : Lodewijck Groep : Gemeente Maassluis : Noordhoven 4 te Roermond tot deponering bij provinciaal depot te Alphen aan den Rijn : 29 augustus 2019 : drs. ing. N.J.W. van der Feest (senior archeoloog) nr. 94672675 L. Kruithof MSc. (aardwetenschapper / veldtechnicus) drs. D. Hagens (historicus / veldtechnicus)

Pagina 6 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

1.

INLEIDING

In opdracht van Lodewijck Groep heeft Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, d.m.v. boringen uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie Gemeente Oppervlakte Huidig perceelgebruik Toekomstig perceelgebruik

: Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis : Maassluis : Circa 1.45 ha : Bebouwd (ontmoetingscentrum De Vliet, flats, grasland en parkeerplaats) : (her)ontwikkeling van de locatie, supermarkt, appartementen en woningen

Dit archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de BRL SIKB 4000 (protocol 4002 en 4003), KNA 4.1. Het verkennend onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie. Aanvullend hierop is een verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen op het perceel uitgevoerd. De werkzaamheden in het veld zijn uitgevoerd onder leiding van een senior KNA-prospector. Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de (her)ontwikkeling van de locatie. Er zal een supermarkt met appartementen en grondgebonden woningen worden gerealiseerd (Figuur 1b) Deze herontwikkeling voorziet nieuwbouw op de locatie. Supermarkt met appartementen: De bovenkant van de fundering komt op 0,55 meter -peil te liggen. Peil is 0,3 meter +NAP. De fundering zal worden voorzien van funderingsbalken en poeren. De funderingsbalken (500 x 800) hebben een hoogte van 0,8 meter en de poeren een hoogte van 1,2 meter (zie Bijlage 9). De toekomstige verstoring zal dus 1,35 tot 1,74 meter –peil bedragen = 1,05 tot 1,44 meter -NAP. Op de locatie zullen heipalen wordt toegepast voor de constructie, deze zullen aanzienlijk dieper reiken. Grondgebonden woningen: De fundering van de grondgebonden woningen komen op een diepte van 0,93 meter –peil te liggen met daaronder een zandpakket. Peil is 0,3 meter +NAP.

De toekomstige verstoring ligt zodoende op 0,63 meter -NAP. Tevens zal in het noordelijke deel een talud (waterbeloop) worden aangelegd rondom de bebouwing op een diepte van 2,7 meter –NAP (bijlage 9, dwarsprofiel A-A). Volgens het bestemmingsplan Binnenstad (2013) geldt voor de planlocatie de dubbelbestemming Waarde – archeologie. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Maatregelenkaart van de gemeente Maassluis (2014) in een zone met een hoge archeologische verwachting (Archeologisch waardevol gebied 4).2 Voor deze verwachtingszone geldt een onderzoeksplicht bij een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm en een verstoringsoppervlakte van meer dan 100 m2.3 Middels deze kaart heeft de gemeente aangegeven dat de locatie onderzoeksplichtig is. Gezien de hoge verwachtingszone zal een bureauonderzoek gecombineerd met een booronderzoek (verkennende fase) uitgevoerd worden.

Doel Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is, het bepalen van een gespecificeerde verwachtingsmodel voor de locatie. Dit verwachtingsmodel wordt op basis van historische kaarten en bekende landschappelijke en archeologische gegevens gevormd.

2 Vestigia 2012, Kaartenbijlage 2: Archeologische maatregelenkaart. 3 Visser en Hessing, 2012, 10. Pagina 7 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

Dit verwachtingsmodel zal vervolgens leiden tot een aanbeveling over het behoud in-situ of eventueel vervolgonderzoek. Het doel van het aansluitende verkennend booronderzoek is het toetsen van het in het bureauonderzoek opgestelde verwachtingsmodel. Specifiek voor de locatie Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: • • •

Is er sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten? In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten? Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen?

Pagina 8 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

Plangebied Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Maassluis. Momenteel is het plangebied in gebruik als ontmoetingscentrum De Vliet, flats, grasland en parkeerplaats. In het oosten wordt het plangebied begrensd door de P.C. Hooftlaan, in het noorden door de Zuidvliet en in het zuiden door de bebouwing aan de Arthur van Schendelstraat. In het zuidwesten wordt het plangebied begrensd door parkeerplaatsen aan de Boogertstraat.

Figuur 1a: De begrenzingen van het plangebied, aangegeven met het rode kader (Bron: PDOKViewer).

Pagina 9 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

Figuur 1b: De toekomstige situatie binnen het plangebied (Bron: Aangeleverd door de opdrachtgever).

Pagina 10 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

2.

WERKWIJZE

2.1

Inleiding

Bij het uitvoeren van het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Deze bronnen geven inzicht in bekende, of te verwachten archeologische resten binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast zijn deze bronnen van belang voor het opstellen van de landschapsgenese. Archeologische bronnen • Archeologische Monumentenkaart (AMK) • Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS 3) • Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Maassluis • Specifieke lokale informatie Bodem- en geomorfologische kaarten • Bodemkaart (Alterra, uit Archis3) • Geomorfologische kaart (Alterra, uit Archis3) • Stroomgordelkaart (Cohen, 2012) • Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, versie 2) Historische kaarten • Kadastraal minuutplan (1811-1832) • Historische topografische en militaire kaarten (1830 tot 1978) • Moderne topografische kaart (tot 2017) De bovenstaande bronnen worden aangevuld door mogelijke informatie afkomstig van lokale archeologische verenigingen en werkgroepen. De overige aanvullende informatie is terug te vinden in de literatuurlijst. Op 27 augustus 2019 is via mail contact opgenomen met de Historische Vereniging Maassluis te Maassluis met de vraag om aanvullende informatie betreffende het plangebied. De vereniging heeft dit verzoek doorgestuurd naar Bouke Jan van der Veen (materiaalspecialist munten RAAP en PAN-NUMIS). De aanvullende gegevens zijn verwerkt in het rapport.

2.2

Verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen

Aan de hand van de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek4 wordt een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van circa 6 boringen per hectare uitgevoerd. Het onderzoek is hiermee verkennend voor alle perioden. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 14.525 m2. Bij het verkennend veldonderzoek zal daarom uitgegaan worden van 9 boringen welke gelijkmatig over het plangebied waren verdeeld, zie Bijlage 2. De boorlocaties worden uitgezet ten opzichte van hoekpunten van de perceelsgrenzen, straten en bebouwing. De hoogte zal worden bepaald met het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). De boringen worden gezet met een Edelmanboor met een boorkop van 10 cm. Dit is een afwijking van het gemeentelijk beleid, waarin onder andere aangegeven wordt dat eerst een bureauonderzoek met verwachtingsmodel dient te worden opgesteld om vervolgens een noodzaak tot booronderzoek vast te stellen. De boorkernen worden conform de ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijving 5.2) beschreven, zie Bijlage 8. Gelet zal worden op de aanwezigheid van archeologische indicatoren als fragmenten keramiek, fosfaatvlekken en brokjes houtskool en verbrande leem. Daartoe worden de opgeboorde monsters verbrokkeld waar nodig. 4 Tol et al. 2012. Pagina 11 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

Pagina 12 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

3.

BUREAUONDERZOEK

3.1

Landschappelijke situatie - geomorfologie

Het plangebied ligt in het Zeeuws-Zuid-Hollands kleigebied.5 Het ligt in een landschappelijk gebied dat tijdens het Holoceen (vanaf circa 11.755 jaar geleden) tot stand is gekomen door de relatieve zeespiegelstijging. Tijdens het Weichselien (circa 115.000 – 11.755 jaar geleden) werden in het plangebied door de voorlopers van de Rijn zand en grindrijke afzettingen gevormd door vlechtende rivieren. Deze afzettingen behoren tot de Formatie van Kreftenheye. In het Laat-Glaciaal (Laat-Weichselien, 15.700 – 11.755 jaar geleden) kregen de rivieren een meanderend karakter en werden de vlechtende rivierafzettingen afgedekt met komafzettingen, die tijdens overstromingen werd afgezet. Deze zandige stugge kleilaag en wordt gerekend tot de Laag van Wijchen. Het klimaat werd tijdens het Holoceen warmer en vochtiger. Door het warmere klimaat smolten de in het Weichselien gevormde ijskappen en steeg de relatieve zeespiegel snel. De snelheid van de zeespiegelstijging nam rond 4.000 v. Chr. af. Hierdoor vormden zich strandwallen met lage duinen op de kustlijn. De kustlijn verschoof zich geleidelijk westwaarts en er ontstonden lagunaire gebieden achter de strandwallen die geleidelijk dicht slibden en verzoetten. Als gevolg van de snelle relatieve zeespiegelstijging en zee-inbraken in het Atlanticum (8.000 – 5.000 jaar geleden, zie Figuur 3a), werden dikke pakketten afzettingen gevormd.

De holocene mariene afzettingen in de kustvlakte zijn grofweg onder te verdelen in het Walcheren Laagpakket (de bovenste zeekleiafzettingen) en het Wormer Laagpakket (de onderste zeeklei-afzettingen).6 Het Wormer Laagpakket is gevormd tijdens het Atlanticum en Vroeg-Subboreaal (8.000 – 2.900 jaar geleden, zie Figuur 3b). Door insnijding van getijdekreken is daarbij het Basisveen Laag op vele plaatsen geërodeerd. De samenstelling van dit laagpakket varieert van zand tot klei.7 In het Midden-Subboreaal ontstond achter de strandwallensysteem een lagune waarin op grote schaal veenvorming kon optreden op het Wormer Laagpakket. Dit veen wordt het Hollandveen Laagpakket genoemd en behoort tot de Nieuwkoop Formatie. Het Walcheren Laagpakket is gevormd tijdens latere inbraken van de zee in het Begin-Subtalanticum (2.900 jaar geleden tot heden, zie Figuur 3c) waarbij krekensystemen ontstonden en het veen werd weggeslagen. In de geulen van de krekensystemen werd fijn zand en zandige tot matig siltige klei afgezet. Door ontwatering van het veengebied klonk het veen- en klei-op-veengebied sterk in. Hierdoor kwamen de verlande geulen en kreken als getij-inversieruggen hoger in het landschap te liggen (reliëfinversie).

In gebieden waar oligotroof (voedselarm) veen voorkwam, heeft reliëfinversie plaats gevonden.8 In WestNederland ontstond vooral rietveen in brakke omstandigheden op de overgang van klei naar het bovenliggende veen. Rietveen wordt gevormd op een waterdiepte van 0,5 tot 2 meter. Doordat rietveen veel afval produceert kan het milieu achter de strandwallen snel oligotroof worden waardoor mosveen ontstaat. Volgens de stroomgordelkaart (Bijlage 5b) ligt het plangebied binnen de invloedssfeer van meerdere stroomgordels/meanders. Het westelijk deel ligt binnen de stroomgordel van Schiedam (nummer 652). De Schiedam stroomgordel lag in een van de twee stroomgordels van de Rijn in het Jonge Dryas. Deze stroomgordel was actief 10.950 tot 9.200 jaar BP. In het midden van plangebied ligt de stroomgordel van Pijnacker (nummer 375). Deze stroomgordel is jonger dan de Schiedam stroomgordel. De Pijnacker stroomgordel was actief van 8.300 tot 7.100 jaar BP. In het oosten van het plangebied ligt de stroomgordel van Terras X (nummer 703). Deze stroomgordel bevindt zich onder de holocene afzettingen en is bedekt met de Laag van Wijchen die meerdere vegetatie horizonten bevat.

5 Rensink 2016, 74. 6 Berendsen, 2008, 119. 7 Berendsen, 2010, 119. 8 Berendsen, 2008, 193. Pagina 13 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

Op de geomorfologische kaart (Bijlage 5) is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging in bebouwd gebied. In de omgeving komen vlakten van getij-afzettingen (code 2M35) en getij-inversieruggen (code 3K33) voor. Door extrapolatie van de omliggende landschappelijke eenheden op basis van de geologie kaart van de gemeente Maassluis9 komen deze landschapsvormen naar verwachting voor in het plangebied. Op deze kaart is te zien dat direct ten noorden van het plangebied zones aanwezig zijn gekarteerd als een kleidekafzetting met veen in de diepere ondergrond. Deze worden afgewisseld door oudere geulafzettingen (zie figuur 2). Ten zuidwesten op circa 1 kilometer van het plangebied ligt de Nieuwe Waterweg. Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, Bijlage 7) is duidelijk te zien dat het plangebied op de rand van de overgang van een hoge naar een lager gelegen zone ligt. De maaiveld hoogte varieert tussen de 0,37 -meter NAP tot 0,10 meter +NAP.

Figuur 2: Het plangebied, aangegeven met het rode kader, op de Geologie-kaart van de gemeente Maassluis (Bron: Vestigia 2010, kaartenbijlage 3).

9 Vestigia BV, Archeologiebeleid, kaartenbijlage 3: Geologie, 2010.

Pagina 14 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

a)

b)

c)

d)

Figuur 3: Paleogeografische ligging van Nederland (Bron: Vos, Van der Meulen, Weerts en Bazelmans 2018). De omgeving van het plangebied is weergegeven in de rode cirkel. De omgeving van het plangebied lag tijdens in 5500 v. Chr. in de landschappelijke eenheid a) wadden en slikken, in 3850 v. Chr. in b) wadden en slikken en kwelderwallen, in 500 v. Chr. in c) duin en strandwallen, veen en kwelderwallen, en in 800 n. Chr. in d) veen.

Pagina 15 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

3.2

Landschappelijke situatie - bodem

Op de bodemkaart bevindt het plangebied zich in een zone die niet gekarteerd is (Bijlage 6). In de omgeving komen knippige poldervaaggronden (code gMn83C)10 in klei met profielverloop 3 voor. Naar verwachting komen deze ook voor in het plangebied. Poldervaaggronden behoren tot de hoofdklasse zeekleigronden. Zeekleigronden zijn onder invloed van getijdebeweging afgezet. Bij vaaggronden heeft er nog weinig of geen bodemvorming plaatsgevonden, omdat het sediment jong is. Ze hebben een dunne, humusarme bovengrond (A-horizont), die direct op het moedermateriaal (C-horizont) ligt en nauwelijks in kleur verschilt. De bovenste laag (10 – 15 cm) van knippige poldervaaggronden in klei met profielverloop 3 is humeus en bestaat uit kalkloze klei dat veel roest bevat. Daaronder bevinden zich zware kleien die overgaan in kalkrijker en lichter materiaal. Deze gronden komen voor op de laagste delen van grote ruggen of ruggen.11 De mogelijk aanwezige gronden worden gekenmerkt door een gemiddelde grondwaterstand, te weten grondwatertrap III/V. Dit zijn de gemiddelde grondwaterstanden die op de bodemkaart staan aangegeven. Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand ondieper dan 40 beneden maaiveld ligt. De gemiddeld laagste grondwaterstand ligt tussen de 80 -120 cm en dieper dan 120 cm beneden maaiveld. De kans op het aantreffen van goed geconserveerde organische resten is hoog.

Gezien de ligging van het plangebied in de historische kern bebouwingszone van Maassluis is er mogelijk sprake van anthropogene opgehoging (stadsophoging).

3.3

Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht12

De bestudeerde en beschikbare bronnen hebben het volgende beeld kunnen schetsen over de geschiedenis van Maassluis. De eerste min of meer permanente bewoning in het gebied van de Maasmonding dateert uit het midden neolithicum. Deze zijn voornamelijk te vinden op rivierduinen en oeverwallen langs kreken. In de bronstijd was het (Zuid-)Hollands veengebied te nat voor permanente bewoning. De veengebieden werd in de vroege ijzertijd weer bewoonbaar op de hoger gelegen veenkussens. Met name vanaf de hoge middeleeuwen is West-Nederland op grote schaal in cultuur gebracht. Door het ontwateren van het gebied oxideerde het veen en als gevolg hiervan daalde de bodem. De kreekafzettingen in de ondiepe ondergrond daalde minder en bleven als verhogingen in de ontgonnen gebieden achter. Rond het jaar 1000 ontstonden er in Vlaardingen en vermoedelijk ook in Maasland grafelijke hoven van waaruit het omringde land werd ontgonnen. In 1134 en 1163 vonden er zware overstromingen plaats die wellicht de aanleiding vormden voor de aanleg van dijken om het gebied hier tegen te beschermen. Om het overtollige water uit de polders in de Maas te lozen werden op verschillende plaatsen sluizen gebouwd. De nederzettingen is ontstaan bij een sluis in een zeewering tussen de Noordzee en Rotterdam.

De eerste vermelding van de nederzetting als ‘Maselandersluys’ in schriftelijke bronnen dateert uit eind 14e eeuw.13 De nederzetting viel tot 1614 onder het bestuur van Maasland, daarna werd het een zelfstandige gemeente en in 1814 kreeg het stadsrechten.14

10 Alterra, 2009, blad 37 West. 11 Stiboka 37 blad Oost, 123. 12 Vestigia 2012, Kaartenbijlage 2: Archeologische maatregelenkaart. 13 van Berkel en Samplonius, 2006, 283. 14 http://www.geschiedenisvanzuidholland.nl/verhalen/geografischelocatie/50/geschiedenis-van-maassluis

Pagina 16 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

De naam Maselandersluys is afgeleid van een van de sluizen via welke de Delflandse boezem in zuidelijke richting op de Maas afwatert. De oudste bewoning in Maassluis bevindt zich aan de twee andere sluizen (Monsterse en Wateringse sluis) binnen de gemeente.15 Beide sluizen waren sinds circa 1330 al in gebruik, waarbij de Noordvliet en Zuidvliet als afwateringskanalen fungeerden.16 De inwoners leefden vooral van de visserij en aanverwante industrieën. In de 16e eeuw werd een begin gemaakt met de aanleg van een schans. Deze schans diende ter verdediging van de nederzetting en werd nog voor de voltooiing in 1573 veroverd door de Spanjaarden. In 1574 werd Maassluis geplunderd door muitende Spaanse troepen, nadat deze de strijd van de Geuzen gewonnen hadden. In de 17e eeuw is zijn de overblijfselen van de verdedigingswerken op de schand opgeruimd en is de bouw begonnen van de Grote Kerk. In 1639 werd de kerk voltooid. De overige grond rondom de schans werden bebouwd met scheepswerven, -hellingen en woonhuizen.17 De historische kern van Maassluis heeft een kruisvorm door de bebouwing langs de Maasdijk, de haven en langs het Noordvliet en Zuidvliet. Op basis van historische kaarten (zie ook paragraaf 3.5) blijkt dat sinds tenminste de 17e eeuw al een aaneengesloten bebouwing aanwezig was aan de genoemde straten en kaden.

In de loop van deze eeuw zullen ook de tussen- en achtergelegen straten verder zijn volgebouwd. Grote delen van deze tussenliggende straten zijn medio 20e eeuw gesloopt ten behoeve van nieuwbouw (huidige bebouwing uit 1967). Zo ook de Sandelijnstraat die oorspronkelijk parallel aan het Zuidvliet liep en dwars door het plangebied (zie paragraaf 3.5). Het was een van de langste straten van Maassluis met aan weerszijden van de straat bebouwing. Het waren kleine, eenvoudige woningen voor de vissers die in de haven werkten. De Sandelijnstraat kent een oorsprong in tenminste de 17e eeuw. Ter plaatse van het plangebied is de vooroorlogse situatie nagenoeg niet meer te herkennen.

Figuur 4: Oude foto van het Zuidvliet met aan de linkerzijde de Dr. Kuyperkade (Bron: Collectiebank Historische Vereniging Maassluis).

15 Chabinath, 1995, 5. 16 Visser en Hessing, 2012, 41. 17 Van de Ree et al., 2007, 66-67, 74. Pagina 17 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

Figuur 5: Een pakhuis en woningen aan het Zuidvliet in 1947 nabij de splitsing met de Sint Aagtenstraat (geheel links, niet zichtbaar). (Bron: Historische Vereniging Maassluis).

Figuur 6: Oude foto van de Sandelijnstraat, gezien in de richting van de Sluispolderkade (Bron: Historische Vereniging Maassluis).

Pagina 18 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

Figuur 7: Oude foto van de Sandelijnstraat, gezien in de richting van de Sluispolderkade (Bron: Collectiebank Historische Vereniging Maassluis).

Figuur 8: Oude foto van de Sluispolderkade gezien vanuit de Lijnstraat / Boogertstraat. Op de achtergrond rechts de Sandelijnstraat en de Zuiderkerk (Bron: Historische Vereniging Maassluis). Pagina 19 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

Maassluis werd tijdens de Tweede Wereldoorlog verschillende keren door oorlogsgeweld getroffen. Er zijn verschillende panden vernield en de Hervormde kerk beschadigd. Aan het einde van de oorlog werd het reservoir van de plaatselijke watertoren vernield. Er zijn drie vliegtuigcrashes gerapporteerd in de buurt van Maassluis. Onduidelijk is in welke nabijheid van het plangebied deze zich hebben bevonden. Het is niet bekend of oorlogsgerelateerde gebeurtenissen hebben plaatsgevonden in de (directe) omgeving van het plangebied. 18

3.4

Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden

Volgens de Archeologische Maatregelenkaart van de gemeente Maassluis19 (2014) ligt het plangebied in een zone met hoge archeologische verwachting (Archeologisch waardevol gebied 4). Binnen een straal van 1 kilometer afstand ten opzichte van het plangebied liggen verschillende AMKterreinen: Monumentnummer 16112 Terrein van zeer hoge archeologische waarde, op circa 884 meter ten zuidoosten van het plangebied, met een nederzetting uit de vroege middeleeuwen. Monumentnummer 4110 Terrein van zeer hoge archeologische waarde, op circa 863 meter ten noordoosten van het plangebied, met een nederzetting uit de late middeleeuwen. Monumentnummer 8793 Terrein van zeer hoge archeologische waarde, op circa 910 meter ten noordoosten van het plangebied. Het betreft een terrein met een huisterp uit de late middeleeuwen. Het werd ontdekt tijdens de archeologische veldkartering van de reconstructie van Midden-Delfland. De terp is aangelegd op een kleidek en is 0,75 meter hoog met een omvang van 50 bij 50 meter. Er is ook aardewerk aangetroffen uit de 9e tot 19e eeuw. Binnen een straal van 500 m rond het plangebied zijn meerdere onderzoeksmeldingen en waarnemingen geregistreerd in Archis (Tabel 1). Zaakidentificatienummer 3272565100

Afstand Direct ten noorden van het plangebied

3272581100

Direct ten noorden van het plangebied

3228469100

Circa 100 m noordoosten van plangebied Plangebied ligt in onderzoekslocatie

2459755100

2063242100

2242999100

2189417100 4620867100

ten het de

Circa 300 m ten noordoosten van het plangebied Circa 370 m ten noordoosten van het plangebied Circa 500 m ten oosten van het plangebied Circa 150 m ten zuidoosten van het plangebied

Soort onderzoek en uitkomst Registratie archeologische vondstmelding in 2009 van hout/houtskool (kantklos), metaal (munt, sieraad), keramiek (speelgoed, pijp) en complexen (nederzettingen met stedelijk karakter) uit de nieuwe tijd. Registratie archeologische vondstmelding in 2015 van metaal (munt), keramiek (pijp, knikker) en complexen (nederzetting met stedelijk karakter) uit de nieuwe tijd. Registratie archeologische vondstmelding in 2015 Van metaal (munt) en complexen (infrastructuur onbepaald) uit de nieuwe tijd. Archeologisch vooronderzoek door Vestigia in 2015. Er werd archeologische begeleiding voor de locaties met hoge archeologische verwachting geadviseerd. Archeologisch bureauonderzoek voor de traces van transport- en distributieleidingen voor CO2 in het westland door de gemeente Delft in 2005. Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis of DansEasy. Archeologische begeleiding door RAAP in 2009 waarbij keramiek (baksteen) en complexen (industrie en nijverheid) is aangetroffen uit de nieuwe tijd midden tot nieuwe tijd laat. Archeologisch bureauonderzoek door de gemeente Vlaardingen in 2004. Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis of DansEasy. Bureau- en inventariserend veldonderzoek door Bureau voor Archeologie in 2018. Geen vervolgonderzoek geadviseerd als de maximale verstoringsdiepte van 130 cm –mv wordt gehanteerd.

18 Van Blankenstein 2006, 72. 19 Vestigia BV, Kaartenbijlage 2: Archeologische maatregelenkaart, 2012.

Pagina 20 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

Zaakidentificatienummer

Afstand

Soort onderzoek en uitkomst

4573166100

Circa 200 m ten noordwesten van het plangebied Circa 380 m ten noordwesten van het plangebied Circa 270 m ten westen van het plangebied Circa 140 m ten noordwesten van het plangebied Circa 190 m ten westen van het plangebied

Archeologisch: proefputten/ proefsleuven door IDDS Archeologie B.V. in 2017. Geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy.

3227820100

2390175100

Registratie archeologische vondstmelding van hout/houtskool (constructie) en complexen (dijk) uit de nieuwe tijd in 2015.

Bureauonderzoek door ADC ArcheoProjecten in 2015. Er werd geadviseerd om de sloop archeologisch te begeleiden. 2421610100 Archeologische begeleiding conform protocol proefsleuven door Vestigia in 2015. Er zijn in totaal 361 vondsten gedaan uit verschillende perioden. 4044405100 Registratie archeologische onderzoeksmelding door IDDS Archeologie in 2017 van keramiek (wandtegel, porselein, pijp, bouwelement, steengoed, witbakkend geglazuurd:bord, roodbakken geglazuurd:kom, Majolica:bord, industrieel wit (Maastrichts), dierlijk bot, sporen en structuren (paalgat/paalkuil, cultuurlaag) en complexen (bewoning) uit de nieuwe tijd midden tot nieuwe tijd laat. 2339550100 Circa 280 m ten westen van Bureau- en inventariserend veldonderzoek door ADC ArcheoProjecten het plangebied in 2011. Er werd IVO-p geadviseerd. 3974569100 Circa 450 m ten westen van Archeologisch bureauonderzoek door Vestigia BV in 2015. Er is geen het plangebied vervolgonderzoek geadviseerd. 2459803100 Plangebied ligt in de Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van riool- en onderzoekslocatie wegvernieuwingswerkzaamheden door Vestigia in 2015. Er werd archeologische begeleiding voor de locaties met hoge archeologische verwachting geadviseerd. 4603038100 Circa 410 m ten westen van Archeologisch bureauonderzoek door Synthegra archeologie 2018. Er het plangebied werd archeologische begeleiding geadviseerd.

2405135100 Circa 320 m ten zuidwesten Archeologisch bureauonderzoek door Vestigia BV in 2013. Er is van het plangebied archeologische begeleiding geadviseerd. 2052883100 Circa 440 m ten zuidwesten Registratie rapportplichtige onderzoeksmelding van Archeomedia in van het plangebied 2015 van glas (fles), dierlijk bot (afval), keramiek (Fayence, pijp, wit- en roodbakkend geglazuurd aardewerk, steengoed geglazuurd, industrieel wit), ijzer (spijker) en complexen (visserij) aangetroffen uit de nieuwe tijd vroeg tot nieuwe tijd laat. 2416321100 Circa 253 m ten zuidwesten Archeologische begeleiding van Vestigia in 2016 waarbij glas, van het plangebied keramiek (pijp, aardewerk gedraaid-geglzuurd, bouwmateriaal), dierlijk bot (bot-zoogdier, wild) en complexen (bewoning) is aangetroffen uit de nieuwe tijd. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd. 2459788100 Circa 230 m ten zuidwesten Archeologisch burueaonderzoek ten behoeve van riool- en van het plangebied wegvernieuwingswerkzaamheden door Vestigia BV in 2015, Er is archeologische begeleiding geadviseerd. 2684408100 Circa 420 m ten zuidoosten Archeologisch burueaonderzoek ten behoeve van riool- en van het plangebied wegvernieuwingswerkzaamheden door Vestigia BV in 2015, Er is archeologische begeleiding geadviseerd.

2684051100 Circa 410 m ten zuidoosten Archeologische begeleiding door RAAP in 2017 waarbij dierlijk bot van het plangebied (bot-paard, bot- schaap en/of geit)), aardewerk (handgevormd en gedraaid), sporen en structuren (kuil, paalgat/paalkuil, greppel/sloot) is aangetroffen uit de Romeinse tot nieuwe tijd. Er is aanbevolen om bij toekomstige ingrepen rekening te houden met de aanwezigheid van een (vroeg) Romeinse vindplaats. Tevens wordt er geadviseerd de ligging van de vindplaats aan te geven op de archeologische waardenkaart van de gemeente Maassluis. 3228306100 Circa 480 m ten zuidoosten Registratie archeologische vondstmelding in 2015 van keramiek en van het plangebied complexen uit de late ijzertijd tot nieuwe tijd. 3226492100 Circa 420 m ten zuidoosten Archeologische inspectie in 2015 waarbij barnsteen (kraal), keramiek van het plangebied en complexen is aangetroffen uit de midden ijzertijd tot late ijzertijd. Tabel 1 : Overzicht van Archismeldingen binnen een straal van 500 m rond het plangebied.

Aanvullend werd door Bouke Jan van der Veen uit Maassluis (Materiaalspecialist munten voor RAAP en PAN-NUMIS) aangegeven dat in het gebied sprake zal zijn van ondergronds puin, opgebracht zand, afval etc., maar dat er nog iets van oudere bebouwing aanwezig zou kunnen zijn. Bij werkzaamheden in die buurt werden heel veel scherven uit de 17e -19e en vroeg 20e eeuw aangetroffen, hetgeen normaal is voor het hele gebied tussen de Zuiddijk en de P.C. Hooftlaan.20

20 Mededeling per e-mail op 29 augustus 2019. Pagina 21 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

3.5

Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal

In het kader van het bureauonderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Op de oudst bestudeerde kaart uit 1633 van Floris Jacobsz. van der Sallem (Figuur 9) is te zien dat de bebouwing zich concentreert rondom de Markt en langs het Noordvliet en Zuidvliet. In het noordelijke deel van het plangebied, langs het Zuidvliet, is al een aaneengesloten bebouwing aanwezig. Op de kaart van het Hoogheemraadschap van Delfland van Nicolaas en Jacobus Cruquius uit 1712 (Figuur 10) wordt duidelijk dat het grootste deel van het plangebied al is bebouwd en geheel deel uitmaakt van de historische bebouwingskern van Maassluis. De historische bebouwing concentreert zich als een lint langs de Zuidvliet en Noordvliet met parallel hieraan enkele straten, zoals de nu niet meer bestaande Sandelijnstraat die dan nog dwars door het plangebied loopt. Het stratenpatroon is dan nog beduidend anders dan in de huidige situatie. Er is sprake van een aaneengesloten bebouwing, waarbij nagenoeg het hele plangebied is bebouwd. Enkel in het zuidoostelijke deel lijken enkele tuinpercelen aanwezig. Ook op het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw (Figuur 11)21 is de situatie op kadastraal niveau te zien, dit is vermoedelijk gerealiseerd in de tweede helft van de 17e eeuw.22 Het stratenpatroon is dan nog beduidend anders dan in de huidige situatie.

De bebouwing aan het Zuidvliet is groter en langgerekter dan die aan de Sandelijnstraat. Aan het Zuidvliet bevonden zich dan ook voor het merendeel pakhuizen, winkels en voornamere woonhuizen. Aan de Sandelijnstraat lagen eenvoudige visserswoningen. De Boogertstraat en de Sluispolderkade zijn al bestaand, maar hebben in de huidige situatie een ander patroon. De Boogertstraat staat aangegeven als ‘De Steine Bogert Straat’. Direct ten noordwesten, aan de overzijde van het Zuidvliet, is de Markt aangegeven. Het plangebied is voor een groot deel bebouwd met huisjes gelegen aan de genoemde straten Zuidvliet, Sandelijnstraat, Sluispolderkade met haaks hierop de niet meer bestaande Hoekerstraat. Tussen het Zuidvliet en de Sandelijnstraat en ook achter de Sandelijnstraat (zuidelijke begrenzing van het plangebied) bevinden zich twee parallel gelegen watergangen/afvoersloten. Deze lijken ook al aanwezig op de kaart van Cruquius uit 1712. Uit de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT)23 behorende bij het minuutplan, staan de meeste kleinere gebouwen omschreven als huis en erf, met soms een schuur. Enige grotere gebouwen in het centrale deel staan omschreven als huis, schuur en erf. De onbebouwde zones zijn in gebruik maar ook als boomgaard. Een perceel direct ten westen van de Hoekerstraat staat omschreven als bleekveld (terrein voor het bleken van linnen).

Op de kaarten uit 1895 en 1926 is een soortgelijke situatie te zien (Figuur 12). Het plangebied is bebouwd en ligt binnen de historische bebouwde zone van Maassluis. In het noordwesten grenzend aan het plangebied lag aan de Sluispolderkade, bij de splitsing met de Sandelijnstraat, de Zuiderkerk uit 1869. Deze werd gesloopt in 1965. Ten zuidoosten op circa 1 km van het plangebied ligt de rivierloop van Het Scheur (later aangeduid als de Nieuwe Maas). Op de kaart uit 1959 wordt het gebied ten zuiden van het plangebied bouwrijp gemaakt en opgehoogd met baggerspecie uit de Nieuwe Waterweg. Vanaf de jaren ‘60 raakt ook de directe omgeving bebouwd. Op de kaart uit 1980 is de huidige bebouwing in het oostelijk deel van het plangebied te zien.

grondbeschrijvingen (kadasters) van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen. 21 www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Gemeente Maassluis, Zuid-Holland, sectie A, blad 01. Minuutplans zijn de oorspronkelijke kadastrale kaarten die zijn vervaardigd vanaf 1811 en 1812 in navolging van de Fransen o.l.v. Napoleon Bonaparte. Het zijn grondbeschrijvingen (kadasters) van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen. 22 Mededeling van dhr. W. Hessing 23 OAT = Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel gemeente Maassluis, Zuid-Holland, sectie A, blad 025. Dit is een register uit 1832 waarin diverse gegevens in vermeld staan die betrekking hebben op de betreffende percelen, zoals de eigenaar, beroep en woonplaats, alsmede het grondgebruik en de oppervlakte.

Pagina 22 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

Figuur 9: Uitsnede van de kaart van Floris Jacobsz. van der Sallem uit 1633. Het plangebied is bij benadering weergegeven met het rode kader (Bron: Nationaal Archief).

Figuur 10: Uitsnede van de kaart van het Hoogheemraadschap van Delfland, van Nicolaas en Jacobus Cruquius uit 1712. Het plangebied is bij benadering weergegeven met het rode kader (Bron: Nationaal Archief). Pagina 23 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

Figuur 11: Uitsnede minuutplan 1811-1832. Het plangebied is weergegeven met het rode kader (Bron: Beeldbank RCE).

Pagina 24 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

Figuur 12: Historische kaarten uit respectievelijk 1895, 1932, 1959 en 1980. Het plangebied is aangegeven met het gele kader (Bron: Topografische Militaire kaart der Nederlanden, blad 50; www.topotijdreis.nl).

Pagina 25 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

4.

VERWACHTINGSMODEL

De jager-verzamelaars uit het paleolithicum en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap gekozen, bij voorkeur in de buurt van (open) water. Water was een belangrijk gegeven. Nabij water heerst een grotere biodiversiteit. Dit vergemakkelijkt de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel. Het plangebied bevindt zich binnen de stroomgordels van Schiedam en Pijnacker. Deze stroomgordels waren actief vanaf het vroeg-mesolithicum tot hetvroeg-neolithicum. Waarschijnlijk zullen de stroomgordels oudere resten hebben geruimd en zullen deze geërodeerd zijn. Op basis van deze gegevens geldt er een lage archeologische verwachting voor de periode laat-paleolithicum. Vanaf vroeg-mesolithicum wordt de omgeving van het plangebied aantrekkelijk voor bewoning. Eventuele resten kunnen aangetroffen worden op de rivierafzettingen van de Formatie van Kreftenheye. De archeologische verwachting voor archeologische resten uit de periode laat-paleolithicum tot vroeg-neolithicum is daarom laag. Vanaf het neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door meer sedentaire nederzettingen. De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren.

Vanaf het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen heeft men doorgaans nog steeds een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden. Tijdens het vroeg-neolithicum en midden-neolithicum bevond het plangebied zich in een permimarien milieu (overgang van het rivierengebied naar een door getijde beïnvloed gebied/waddengebied), waarbij het vrijwel continue was overstroomd. De hoger gelegen oeverwallen van de rivierlopen zullen aantrekkelijke vestigingsplaatsen zijn geweest. In de bronstijd was het gebied te nat voor permanente bewoning. Vondsten uit deze periode zijn zeldzaam in het (Zuid)-Hollands veengebied. De getijdekreken in de omgeving van het plangebied werden actief vanaf de ijzertijd. De oevers van de krekensystemen waren aantrekkelijk voor bewoning. Echter zijn er geen vondsten bekend in de omgeving van het plangebied. Op basis van deze gegevens geldt er een lage archeologische verwachting voor de periode laat-neolithicum tot ijzertijd. Eventuele archeologische resten uit de ijzertijd kunnen worden verwacht in de top van het (Holland)veen. Indien het veen (deels) is geërodeerd, is de kans op archeologische vondsten in het veen gering. De omgeving van het plangebied had tijdens de Romeinse tijd veel wateroverlast. De zee bereikte de omgeving van het plangebied echter niet, waardoor de afwatering bleef stageneren en er veenvorming plaats vond.

Eventuele resten kunnen worden verwacht op de oeverwallen van het kreeksysteem van de oudere fase in het Laagpakket van Walcheren. Vanaf het jaar 1.000 werd het veengebied ontwaterd en het veen ontgonnen. Door het oxideren van het veen daalde de bodem en werden de hoger gelegen kreekruggen weer aantrekkelijke vestigingslocaties. Op basis hiervan geldt een middelhoge archeologische verwachting voor de periode Romeinse tijd tot vroege middeleeuwen. Resten worden verwacht vanaf het maaiveld in het Laagpakket van Walcheren en kunnen bestaan uit een cultuurlaag, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, fragmenten aardewerk, natuursteen of gebruiksvoorwerpen/vaatwerk. Het plangebied ligt aan de Arthur van Schendelstraat en maakt deel uit van de historische stadskern van Maassluis. De oudste bebouwing ontstond bij de sluizen en de haven en strekte zich als een lint uit langs de Noordvliet en Zuidvliet. Uit bestudering van historische kaarten blijkt dat in het begin van de 17e eeuw al een aaneengesloten bebouwing aanwezig was aan de Zuidvliet, in het noordelijke deel van het plangebied. Deze bebouwing bestond uit pakhuizen, ambachtelijke gebouwen en woonhuizen en kan in oorsprong teruggaan tot de 14e eeuw. Achter deze bebouwing ontstonden in de loop van de 17e eeuw nieuwe straten, zoals ook de langgerekte Sandelijnstraat die parallel aan de Zuidvliet lag.

Aan deze straten stonden kleinere huizen die vooral bewoond werden door vissers die in de haven werkten. Sinds tenminste 1712 was het hele plangebied volgebouwd en maakte deel uit van de historische stad Maassluis. Medio 20e eeuw werd de bebouwing aan de Sandelijnstraat, dan in vervallen toestand, gesloopt, waarbij de huidige bebouwing binnen het plangebied werd gerealiseerd in of kort na 1967. Ook de historische bebouwing langs het Zuidvliet werd ter hoogte van het plangebied gesloopt. Op basis van deze gegevens geldt voor het noordelijke deel, direct langs het Zuidvliet, een hoge archeologische verwachting voor bebouwingsresten uit de periode vanaf circa 1300. Voor de overige delen van het plangebied, ter plaatse van de voormalige straten Sandelijnstraat en Hoekerstraat en de Sluispolderkade en de Boogerstraat, geldt een hoge verwachting voor bebouwingsresten uit de periode vanaf de 17e eeuw.

Pagina 26 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

Ook kunnen archeologische resten worden aangetroffen gerelateerd aan ambachtsactiviteiten (handel, pakhuizen, opslag, visserij, linnen-/textielproductie). Resten worden verwacht vanaf het maaiveld en binnen een mogelijk aanwezige antropogene stadsophogingslaag. Met name langs het Zuidvliet (noordelijke deel) kan deze antropogene ophoging een aanzienlijke dikte hebben, gezien de bewoning sinds tenminste de 14e eeuw. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventuele archeologische resten kan het volgende gesteld worden. Wegens de invloed van de zee en de stroomgordels van Schiedam en Pijnacker zullen verschillende archeologische resten uit de laat-paleolithicum tot ijzertijd zijn aangetast en/of verspoeld. Wat betreft de organische resten zijn de omstandigheden goed: het plangebied heeft op de bodemkaart een relatief lage grondwaterstand (GWT III/V), waardoor organische resten goed bewaard kunnen zijn gebleven. Periode

Landschap

Verwachting

Laat-paleolithicum – vroegneolithicum

Actieve vlechtende rivierbedding

Laag

Vroeg-neolithicum

Permimarien

Middelhoog

Bronstijd

Veenmoeras dat wordt doorsneden door krekensystemen

Laag

IJzertijd

Kreeksystemen, oevers

Laag

Romeinse tijd – volle middeleeuwen

Zoetwatergetijdenmilieu

Middelhoog

Late middeleeuwen – nieuwe tijd

Historische binnenstad Maassluis

Hoog

N-deel: (Zuidvliet) vanaf 14e eeuw

Verwachte kenmerken vindplaats Bewoningssporen, tijdelijke kampementen: vuursteen artefacten, haardkuilen

Diepteligging sporen Geërodeerd/ verspoeld door de stroomgordel van Schiedam en Pijnacker

In de top van de Laag van Wijchen

Nederzettings- en begravingsresten, cultuurlaag, botresten, fragmenten aardewerk, natuursteen, gebruiksvoorwerpen

Laagpakket van Wormer (Formatie van Naaldwijk, circa 5-18 meter -NAP)

Cultuurlaag, fragmenten aardewerk, natuursteen, gebruiksvoorwerpen, Sporen van ambachtelijke activiteiten, losse fragmenten aardewerk

Vanaf het maaiveld en in een eventueel aanwezige stadsophogingslaag

In de top van het (Holland)veen (Formatie van Nieuwkoop, circa 7-9 meter NAP) Laagpakket van Walcheren (Formatie van Naaldwijk, 2-6 meter - NAP)

Overig: vanaf 17e eeuw Tabel 2: Archeologische verwachting per periode.

Bodemverstoring Ter plaatse van de huidige bebouwing (bejaardencomplex De Vliet) en parkeerplaats binnen het plangebied zal de bodem tot zekere diepte verstoord zijn geraakt. Bouwdossiers huidige bebouwing Het huidige bejaardencentrum werd in of kort na 1967 gebouwd. Op basis van de bestudeerde bouwtekeningen komt naar voren dat de fundering van het complex op een diepte ligt van 1,78 meter –mv (zie figuren 13 en 14). Tevens is gebruik gemaakt van betonnen heipalen die tot een diepte reiken van 19 tot 21,5 meter -NAP. Volgens de gegevens werd op basis van sonderingen de bovenkant van het vastere zandmassief op een diepte van 18 meter -NAP bereikt. Hierdoor kunnen eventueel aanwezige resten verstoord zijn geraakt en/of niet meer in situ aanwezig zijn. Ook zullen binnen het plangebied kabels en leidingen aanwezig zijn die voor een bodemverstoring hebben gezorgd. Op basis van de KLIC-melding (uitgevoerd op 27 augustus 2019), komt naar voren dat met name kabels en leidingen aanwezig zijn tussen de huidige bebouwing en de omliggende straten. Ook bevinden zich enige kabels en leidingen op de parkeerplaats (zuidwestelijke deel) van het plangebied (figuur 15). Pagina 27 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

Booronderzoek kan mogelijk uitwijzen in hoeverre verstoring heeft plaatsgevonden en in welke mate en tot welke diepte de sloopwerkzaamheden medio 20e eeuw van de voormalige, historische bebouwing zijn uitgevoerd. Met name de voormalige historische bebouwing aan het Zuidvliet, bestaande uit pakhuizen, voornamere woonhuizen en winkels, en de voorgangers hiervan, zullen waarschijnlijk diep zijn gefundeerd.

Figuur 13: Aanzichten van het bejaardencomplex binnen het plangebied (Bron: Bouwtekeningen bejaardencentrum 1967, aangeleverd door de opdrachtgever).

Pagina 28 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

Figuur 14: Detail van de funderingen van de bouwmuren van het bejaardencomplex binnen het plangebied (Bron: Bouwtekeningen bejaardencentrum 1967, aangeleverd door de opdrachtgever).

Pagina 29 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

Figuur 15: Uitgevoerde KLIC-melding voor het plangebied, uitgevoerd 27 augustus 2019) (Bron: www.kadaster.nl).

Pagina 30 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

VELDWERKZAAMHEDEN 4.1

Algemeen

Het doel van het verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen is het toetsen van de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachtingen voor het plangebied (Hoofdstuk 4). Hiertoe zijn op 29 augustus 2019 in totaal 9 boringen gezet (zie Bijlage 2 en 8). De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 centimeter. De boordiepte varieerde van 91 tot 400 cm –mv. De boorkernen zijn beschreven (Bijlage 8). De hoogte van het maaiveld is bepaald met het Actueel Hoogtebestand (AHN). De boringen zijn voor zo ver mogelijk uitgezet in een grid met gelijkbenige driehoeken. Dit werd in het veld beperkt door de aanwezigheid van diverse obstakels als geparkeerde auto’s, groenstroken, kabels en leidingen.

Figuur 16: Zicht op het westelijke deel van het plangebied, kijkende in westelijke richting (Foto: augustus 2019).

Pagina 31 van 40

Archeologisch onderzoek Arthur van Schendelstraat 25 te Maassluis / AM19275

Figuur 17: Zicht op het oostelijke deel van het plangebied in oostelijke richting (Foto: augustus 2019).

4.2

Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw

Hoewel de bodem plaatselijk afwijkt ten opzichte van elkaar is het bodemprofiel relatief uniform te noemen. Onder de aanwezige bovengrond (hetzij klinker met straatzand, hetzij humeuze grond in de groenstroken) is een zandlaag aanwezig waarin in sommige gevallen resten baksteen, puin, brokken klei en roest in afwisselende mate voorkomen. Het merendeel betreft echter grijs, matig siltig, zeer fijn zand zonder verdere bestanddelen). Deze zandlaag wisselt sterk in diepte en bepaald daarmee ten dele ook de samenstelling van het onderliggende profiel. Onder het pakket grijs zand komen twee lagen voor, waarvan de bovenste iets minder siltig is dan de onderste. De onderste laag is in boring 2 en 3 zelfs als sterk zandige klei beschreven. In enkele boringen (nummers 4, 5 en 6) Reikt het grijze zand dieper en ontbreekt de bovenste van de twee siltige zandlagen. Beide zandlagen bevatten grote hoeveelheden baksteen, puin, kalk, hout, houtskool en soms wat aardewerk en schelpen. In boring 8 worden deze twee zandlagen van elkaar gescheiden door een opvallend siltige laag klei, bijna als leem te beschrijven met een lichtgrijze kleur. Onder de zandlagen komt een sterk siltige klei voor die in boring 8 zwak fosfaathoudend is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10908216/1