CConstaterende datMaassluis
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Nota van beantwoording zienswijzen ontwerpomgevingsvergunning Zuidbuurt 4c

gemeenteraad 13 juli 2021, gemeente MaassluisBij agendapunt: Raadsvoorstel tot afgeven verklaring van geen bedenkingen woningbouw Zuidbuurt 4c3.607 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording zienswijzen ontwerpomgevingsvergunning Zuidbuurt 4c Inleiding Op 31 januari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maassluis ingestemd met de voorontwerp-omgevingsvergunning voor het perceel gelegen aan de Zuidbuurt 4c. De gemeenteraad heeft op 10 februari 2017 een verklaring van geen bedenkingen afgegeven. De voorontwerp-omgevingsvergunning is conform artikel 6.18 Besluit omgevingsrecht jo. artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening in het vooroverleg gebracht. Uit het vooroverleg zijn geen reacties ontvangen die aanleiding gaven tot wijziging van de omgevingsvergunning. De ontwerp-omgevingsvergunning heeft met ingang van 5 mei 2017 gedurende zes weken ter inzage gelegen (tot en met 16 juni 2017). Gedurende deze periode is een ieder gerechtigd geweest om zijn/ haar zienswijze naar voren te brengen. Op 24 februari 2020 heeft de rechtbank Rotterdam het besluit tot vergunningverlenig vernietigd omdat er geen sprake was van een correcte Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) als genoemd artikel 2.27 Wabo. De Raad is het VVGB orgaan en zal derhalve (zelf) moeten onderbouwen dat het project voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening, hetgeen onderbelicht is in de afgegeven VVGB.

Met een paar (kleine) aanpassingen aan het raadsvoorstel en -besluit kan de Raad een nieuwe VVGB afgeven, waarna het College de Omgevingsvergunning opnieuw kan verlenen. Ingekomen zienswijzen en ontvankelijkheid (termijn) Tegen de ontwerp-omgevingsvergunning zijn 5 zienswijzen naar voren gebracht. Alle zienswijzen zijn binnen de wettelijke termijn van 6 weken ontvangen. De indieners van de zienswijzen hebben derhalve tijdig hun zienswijzen naar voren gebracht. Twee zienwijzen zijn bij brief van 13 november 2020 ingetrokken. Deze zienswijzen zijn niet meer in de besluitvorming betrokken. Hierna worden de betreffende zienswijzen samengevat en voorzien van een beantwoording, alsmede van een conclusie. Zienswijze 1 – ingekomen 9 juni 2017 Samenvatting: 1. De genoemde particuliere ontsluitingsweg als toegang van de locatie is geen weg maar een onverhard pad. Het onverharde pad is absoluut niet geschikt voor veel verkeer. Het pad is zodanig uitgevoerd dat tijdens droogte heel veel stof en stofwolken ontstaan door motorvoertuigen. De stofgeneratie is in de huidige situatie al zeer hinderlijk vaak versterkt door te hard rijden door de bewoners en bezoekers en ander verkeer, echter met de zeer significante toename veroorzaakt door drie extra woningen zal de overlast door de stofvorming onacceptabel zijn (o.a. gezondheidsrisico’s en overlast); 2.

De veiligheid rondom de woning van betrokkene en die van de buren zal onacceptabel verslechteren. De erven en toegang (inclusief toegang van de garage van onze buren) zijn direct aangrenzend aan het pad en de stroom additionele motorvoertuigen zal de veiligheid voor ons als bewoners, onze kinderen / kleinkinderen en bezoekers ernstig in gevaar brengen want de situatie ter plekke is zeer onoverzichtelijk voor motorvoertuigen op het pad en absoluut niet berekend op veel

2

verkeer. Ter hoogte van het erf staan op het pad regelmatig meerdere auto’s en busjes geparkeerd en dat maakt de situatie nog onoverzichtelijker. Het pad wordt tevens gebruikt door fietsers en wandelaars. De fietsende groepen scholieren die als onderdeel van hun schoolopleiding praktijklessen volgen op het land naast het pad lopen extra gevaar door de vele extra motorvoertuigen op het pad. 3. De aansluiting van het pad op de Zuidbuurt is niet geschikt voor al het additionele motorvoertuigen van bewoners en bezoekers. Het pad loopt bijvoorbeeld vrij steil omhoog / omlaag met een haakse bocht die onoverzichtelijk is waardoor auto’s en vrachtwagens moeilijkheden hebben om van het pad naar de Zuidbuurt of andersom te komen. Dit effect wordt versterkt bij slecht weer en gladheid en ter plaatse geparkeerde auto’s, busjes etc. Daarnaast is de Zuidbuurt aangewezen als verkeersluwe weg dus toegestaan van een significant aantal extra autobewegingen is in strijd met het verkeersluwe karakter. 4. De ondergrond van het pad is zeer zwak, in het verleden was dit een sloot die is opgevuld met afval en bedekt met bouwpuin. Het eventuele verharden van het pad is geen realistische optie want de constructie zou niet bestand zijn tegen het vele autoverkeer (verzakkingen).

Daarnaast zou verharding van het pad ook nog leiden tot harder rijden met motorvoertuigen waardoor de veiligheid van de bewoners nog verder verslechtert. 5. Betrokkene maakt tevens bezwaar tegen het significant vergroten van het aantal autobewegingen langs zijn / haar huis en tuin op basis van aantasting van de leefbaarheid, privacy en het woongenot. Betrokkene is van mening dat de gemeente een alternatieve toegangsweg aan moet wijzen, bijvoorbeeld via de brug over de Boonervliet ter hoogte van de Vermeerlaan want dat is de meest directe aansluiting. Een ander alternatief kan het bestaande asfaltpad zijn dat leidt van de Zuidbuurt langs de Boonerlucht. Betrokkene is van mening dat de verkeersgeneratie gemiddeld veel hoger zal zijn dan het genoemde aantal. Zes mvt/etmaal zou bij drie auto’s per woning beteken dat er per dag een keer heen en weer wordt gereden, dat cijfer zal in de praktijk veel hoger zijn door verkeer van bewoners zelf, bezoekers, leveranciers etc. In de huidige situatie met een woning is de verkeersgeneratie al veel hoger dan 6 mvt/etmaal, mede door het ter plaatse houden van paarden zijn er veel extra voertuigbewegingen voor onder andere het vervoer van de paarden en het mestvervoer. 6.

Betrokkene meent dat de erfdienstbaarheden waarover wordt gesproken in de ruimtelijke onderbouwing niet zijn berekend op drie extra woningen en het bijbehorende extra verkeer over het pad. Gemeentelijke beantwoording

Na kennis te hebben genomen van deze zienswijze is nogmaals gekeken naar het aantal motorvoertuigen per etmaal (mvt/etm) per woning. Volgens het CROW ASVV 2012 bedraagt de verkeersgeneratie (per woning) in het buitengebied (niet stedelijk) tussen de 7,8 en de 8,6 (gemiddeld 8,2). Hieruit blijkt dat het aantal verkeersbewegingen zoals vermeld in de ruimtelijke onderbouwing van 6 mvt/etm te laag is ingeschat. Echter, er is nog steeds sprake van een aanzienlijke verbeterde situatie dan ten tijde an de bedrijfsbestemming. 1. Het recht van overpad is gevestigd op 28 maart 1963 ten behoeve van aanvrager met auto, wagen of ander voertuig. Uit archiefstukken is gebleken dat voor het laatst in 1979 door de gemeente Maassluis een bouwvergunning is verleend voor het vernieuwen van een bestaand warenhuis. Nu het bedrijf niet meer rendabel is, is ook het aantal verkeersbewegingen afgenomen. Door het

2

realiseren van drie extra woningen zal het aantal verkeersbewegingen toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Echter zal het aantal verkeersbewegingen bij lange na niet het aantal zijn ten tijde van de bedrijvigheid. Het gaat om het toevoegen van 3 woningen waardoor de huidige bedrijvigheid komt te vervallen. Dit woningbouwproject draagt in niet betekende mate bij aan de luchtverontreiniging en fijnstofnorm. Projecten die ‘niet in betekende mate bijdragen” (NIBM-projecten) zijn ruimtelijke projecten, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging beperkt is. Om die reden is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. De netto toename van de woningbouw is drie stuks. De NIBM-grens voor woningbouwlocaties (voorschrift 3A.2) is ≤ 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluiting. Hieraan wordt ruimschoots voldaan. Gelet op het kleine programma (3 extra woningen) zal dit geen impact hebben op het woon- en leefklimaat. Bovedien zijn partijen voornemens afspraken te maken over het gebruik van de weg waarbij het gebruik van de weg voor bedrijfmatige activiteiten niet zal zijn toegestaan. Het betreft hier een weg (onverhard pad) die in privaatrechtelijk eigendom is. De gemeente kan enkel handhaven indien er gevaar dreigt voor de volksgezondheid. 2. Het pad is geen formeel fietspad, het betreft hier een eigen weg, waarbij is aangegeven dat toegang verboden is.

Behalve bewoners die gebruik mogen maken van het pad (op grond van een erfdienstbaarheid) hoeven er geen fietsers te rijden. Andere fietsers hebben de beschikking over een goed alternatief. Parallel aan het pad loop een fietspad (verlengende van de fietsburg Vermeerlaan). Afgezien daarvan is de situatie niet gevaarlijk. Het pad is breed, er is sprake van goed zicht en het beperkt aantal auto’s hebben een lage snelheid omdat een maximale snelheid geldt van 15 km/uur. 3. De aansluiting van het onverharde pad is vanuit verkeersveiligheid geen probleem. Er is goed zicht naar beide kanten en de Zuidbuurt is een 30km zone. Er is geen sprake van een te steile aansluiting. Tegenliggers (voor zover dat voorkomt omdat de kans daarop zeer klein is) kunnen elkaar over de gehele lengte van het pad zien en eventueel op elkaar wachten. Het pad is ook op de meeste plaatsen voldoende breed voor twee auto’s om eventueel te passeren. 4. Het betreft hier een weg (onverhard pad) die in privaatrechtelijk eigendom is. De gemeente kan niet bepalen / eisen van welk materiaal deze ontsluiting wordt gemaakt. Gelet op het kleine proramma (max 3 woningen) en de afspraken die zullen worden gemaakt door eigenaar en gebruikers over o.a. het onderhoud en de kosten zal er geen sprake zijn van verval van de weg. 5.

In het verleden (ten tijde van het bedrijf) lag het aantal verkeersbewegingen hoger dan in de huidige situatie (1 woning). In de toekomst (na het realiseren van de 3 extra woningen) vinden meer verkeersbewegingen plaats dan in de huidige situatie, maar niet meer dan in de oorspronkelijke situatie en die extra te verwachten verkeersbewegingen als gevolg van dit bestemmingsverkeer is geen onevenredige inbreuk op woon- en leefklimaat. Bovendien reed ten tijde van de bedrijfsvoering relatief veel zwaar vrachtverkeer over het pad. Doordat er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden zal het pad enkel gebruikt worden door bestemmingsverkeer (bereikbaarheid van woningen). Het pad wordt daarmee minder zwaar belast dan in het verleden het geval was. Voor het pad geldt een maximale snelheid van 15 km/uur, hiervoor gelden geen regels vanuit de Wet geluidshinder. Wat betreft de inbreuk op de privacy het volgende. Het recht op privacy is een privaatrechtelijk belang. Een privaatrechtelijk belang, zoals het burenrecht, kan onder omstandigheden worden

2

meegenomen bij het toetsen van de omgevingsvergunning indien het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan. Het bevoegde bestuursorgaan heeft bij een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik een ruimer afwegingskader. Bij die toets dienen een goede ruimtelijke ordening en de belangen van derden te worden betrokken. Echter, een privaatrechtelijke belemmering kan slechts leiden tot weigering van de omgevingsvergunning indien deze een evident karakter heeft. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bepaald dat het in beginsel aan de burgerlijke rechter is om te oordelen of een privaatrechtelijke belemmering in de weg staat aan het bouwen, dan wel gebruiken van een bouwwerk (Afdeling, 21 mei 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1814). Bij uitspraak van 21 februari 2018 heeft de rechtbank geoordeeld dat in het geval van de Zuidbuurt 4c geen sprake is van een onevenredige verzwaring van de erfdienstbaarheid en derhalve is er geen sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering. Wat betreft de privacy in het kader van de goede ruimtelijke ordening het volgende. Op de locatie heeft jaren lang een kassencomplex gestaan. Dit is nu gesloopt en daarvoor in de plaats komen 3 extra woningen. Deze woningen sluiten qua bouwvolume en bouwhoogte aan bij de woningen in de omgeving.

Van belang hierbij is ook dat er sprake is van een landelijke, niet stedelijke omgeving waarbij de afstand tot omliggende woningen vrij groot is. Het woon- en leefklimaat zal niet zodanig zal worden aangetast, dat hieraan een doorslaggevend belang moet moeten worden toegekend. Daarbij komt ook dat er geen recht op blijvend vrij uitzicht bestaat. Volgens jurisprudentie van de Afdeling, bijvoorbeeld de uitspraken van 23 december 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:3112, r.o. 12) en 29 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1830, r.o. 13.1) dient het college te beslissen op de aanvraag zoals deze is ingediend. Wanneer het project op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van een alternatieve locatie alleen tot weigering leiden, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van die alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden behaald met aanmerkelijk minder bezwaren. Het betreffende perceel heeft momenteel een ontsluiting. De gemeente heeft altijd aangegeven dat gebruik moet worden gemaakt van deze ontsluiting. De gemeente ziet geen reden waarom van deze ontsluiting geen gebruik kan worden gemaakt. Het perceel kan niet ontsloten worden via het fietspad / fietsbrug in het verlengde van de Vermeerlaan. De brug is niet berekend op autoverkeer (te smal en onoverzichtelijk doordat de brug te hoog is), waardoor er bezwaren bestaan tegen het gebruik van de brug als ontsluiting.

Het bestaande asfaltpad waarnaar wordt verwezen betreft een fietspad. Het fietspad naar de Zuidbuurt is niet geschikt vanwege de beperkte breedte (2,5 m). Tevens is er geen zicht op potentiële tegenliggers doordat er een haakse bocht in zit en de bomenrij dicht op het fietspad staat en over de rijbaan hangt. 6. Zoals aangegeven onder 5 heeft de rechtbank Rotterdam geoordeeld dat er geen sprake is van een onevenredige verzwaring van de bestaande erfdienstbaarheid. Conclusie De naar voren gebracht zienswijze geeft (gedeeltelijk) aanleiding om de ruimtelijke onderbouwing aan te passen (zie de inleiding voor punt 1 gemeentelijke beantwoording). Voor het overige leveren de zienswijzen geen aanleiding de omgevingsvergunning te weigeren.

2

Zienswijze 2 - ingekomen 15 juni 2017 Samenvatting: 1. doorzichten dienen behouden te blijven. Verdichting met woningen, andere gebouwen of beplanting is ongewenst 2. de gemeenteraad heeft zich eerder uitgesproken tegen een buurtlandschap. Het college moet zich hieraan houden. 3. De oude "ruimte voor ruimte" regeling voorzag in het uitgeven van bouwvergunning(-en) voor woningen ter compensatie van de te slopen glasopstanden. Uitgangspunt is/was hierbij nadrukkelijk het reconstrueren van het te saneren gebied en inpassing in het omliggende (polder-)landschap. Het college wordt verzocht zich hieraan te houden. 4. Vergunningen moeten alleen worden afgegeven voor lintbebouwing 5. De ruimte voor ruimte-regeling bestaat niet meer en als er dan toch op basis hiervan vergunning wordt verleend dan moeten ook deze regels worden gehanteerd en dan kan er geen vergunning worden verleend omdat de oppervlakte van Zuidbuurt 4c onvoldoende is. 6. Er moet ook buiten de Zuidbuurt gezocht moeten worden naar alternatieve locaties, zo ook in Vlaardingen. Daarnaast worden twee alternatieven aangedragen, te weten het uitkopen van de eigenaar waarna de opstallen volledig kunnen worden gesloopt of het kopen van de glasopstallen en vergunning verlenen voor een grotere woning. 7. Er zal sprake zijn van een te grote verstoring van het open polderlandschap. 8. a.

woningen en bouwwerken mogen doorzichten niet belemmeren b. de in het beeldkwaliteitsplan (impressie beeldkwaliteit) genoemde geriefbosjes en knotwilgen passen niet in het gebied c. het is beter om het aantal extra woningen te beperken en de maximale inhoud en afmetingen te beperken. Ook moeten vergunningsvrije gebouwen worden beperkt. d. wanneer de ontsluiting van Van der Kooij niet mag worden gebruikt is er ook bezwaar tegen het gebruik van het fietspad aan de Vermeerlaan omdat de veiligheid van wandelaars en fietsers in het geding komt als er ook auto’s mogen rijden e. de brug over de Boonervliet is niet geschikt voor permanent gebruik door auto’s f. door het bouwen op een terp ontstaat een onacceptabele aantasting van de open ruimte en beperking van visuele impact g. indien toch een woning mag worden gerealiseerd dan de volgende voorwaarden verbinden: - niet op een terp - huidige maaiveld als referentiehoogte - maximale nokhoogte 6,5 m vanaf maaiveld - maximale bouwvolume maximaal 600 m3 h. De voorgestelde nokhoogte van 9,5 m is te hoog i. de vergunning moet paardenbakken e.d. verbieden 9. de toetsing aan de Flora en faunawet is onvoldoende

Gemeentelijke beantwoording

2

1. Er is sprake van sanering van het huidige kassencomplex. Door de sloop van deze kassen en de realisatie van drie extra woningen komt er meer openheid in het landschap. De aanvraag ziet op het opheffen van de strijdigheid met het bestemmingsplan. Op het moment dat er daadwerkelijk gebouwd gaat worden zal eerst een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moeten worden aangevraagd. Bij de toetsing daarvan zal ook worden gekeken naar de ruimtelijke inpasbaarheid van de woningen. 2. In een buurtlandschap trekken boeren, burgers en ondernemers samen op om hun landschap mooier te maken en te houden. Bijvoorbeeld door met de buurt een wandelpad aan te leggen, bomen te knotten of een natuurspeelplek voor kinderen aan te leggen. Maar dit kan ook betekenen dat bewoners een visie maken voor het behoud van het landschap en dit bij de gemeente onder de aandacht brengen. Het allerbelangrijkste is dat het gezamenlijk gebeurd. In casu gaat het niet om het realiseren van een buurtlandschap maar om het toevoegen van 3 extra woningen op particuliere grond. 3. De ruimte voor ruimte regeling bestaat niet langer. Conform het provinciale handelingskader heeft de gemeente de vrijheid om te bepalen hoeveel woningen teruggeplaatst kunnen worden na de sloop van een kassencoplex. Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt dat er sprake is van een goede inpassing in de omgeving.

Door de sanering van het glastuinbouwbedrijf en de clustering en wijze van inpassing van de compensatie woningen wordt de openheid van het landschap vergroot. 4. Het college dient een aanvraag te toetsen zoals die is ingediend. Er is geen aanvraag ingediend voor lintbebouwing en uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt dat de aanvraag past binnen het bestaande landschap. 5. De ruimte voor ruimte-regeling bestaat niet langer en is ook niet gebruikt als onderbouwing van de ontwerp-omgevingsvergunning. In de plaats daarvan is het provinciale handelingskader in de plaats gekomen en die geeft het college beleidsvrijheid om te bepalen hoeveel woningen passend zijn in de omgeving. Het principe van de m2 is losgelaten door de provincie. 6. Het bekijken van alternatieven is alleen aan de orde als er sprake is van een vergelijkbare situatie. Aanvrager is eigenaar van de gronden en woont daar ook. Vlaardingen is derhalve geen vergelijkbaar alternatief. Wat betreft het opkopen door de gemeente. De gemeente Maassluis voert geen actief grondbeleid. 7. Zie onder 1. 8. a. zie onder 1 b. dit is een impressie van hoe het eruit kan komen te zien. De vergunning ziet niet op het aanleggen van beplanting. c. de aanvraag dient getoetst te worden zoals die door aanvrager is ingediend. Het is niet toegestaan de aanvraag ambtshalve aan te passen of vergunning te verlenen voor iets anders dan aangevraagd.

d. Ontsluiting via het fietspad aan de Vermeerlaan is niet aan de orde e. de brug over de Boonervliet wordt al jaren gebruikt door autoverkeer en is daar ook voor geschikt f. dit is een impressie. De daadwerkelijke toetsing van de inpassing en de manier van bouwen wordt getoetst bij de aanvraag voor het bouwen g. zie onder c h. zie onder f/c i. de aanvraag ziet niet op paardenbakken. Daarbij komt dat een eventuele aanvraag voor een paardenbak op zichzelf zal worden getoetst en beoordeeld.

2

9. Gesteld wordt dat er onvoldoende is getoetst aan de Flora- en faunawet. Niet onderbouwd wordt waaruit dat blijkt. Uit de ecoscan die onderdeel uitmaakt van de ruimtelijke onderbouwing blijkt duidelijk dat er alleen licht beschermde soorten in het plangebied aanwezig zouden kunnen zijn waarvoor geen verbodsbepalingen gelden voor werkzaamheden. Conclusie De naar voren gebracht zienswijze geeft geen aanleiding de omgevingsvergunning te weigeren dan wel aan te passen.

Zienswijze 3 - ingekomen 13 juni 2017 Samenvatting: Betrokkene komt namens bijna 3000 leden (waarvan 68% uit het stedelijk gebied rondom MiddenDelfland) op voor het open, groen en recreatief aantrekkelijk houden van het Midden-Delfland voor de inwoners van de metropool Rotterdam-Den Haag. Daarbij hoort ook het beschermen van het open cultuurhistorisch veenweideschap met veehouderijen (de koe in de wei), aantrekkelijke natuur en bescherming van de (weide-)vogelstand in het gebied. Betrokkene staat zonder meer positief tegenover de sloop van de oude kassen met bijbehorende bedrijfsgebouwen. De vereniging is terughoudender ten aanzien van de bouw van 3 extra woningen in het open gebied van Midden-Delfland aldaar. Betrokkene geeft aan dat zij er vanuit ging dat de bestemming “Recreatieve doeleinden” zou zijn met betrekking tot de uitspraak van de Raad van State. Echter blijkt nu dat de vigerende bestemming “woondoeleinden” is, waarbij op het perceel 1 woning is voorzien (de bestaande woning). Gezien de geldende bestemming “Woondoeleinden” en vanuit het belang van de vereniging is de inzet nu gericht op een met het plan zo goed mogelijke verbetering van de landschappelijke kwaliteit ter plaatse. Dit betekent met het slopen van de kassen met bedrijfsgebouwen en het bouwen van 3 woningen, het zoveel mogelijk vergroten van de openheid van het landschap.

De vereniging verzoekt dan ook nadrukkelijk aandacht te besteden aan die openheid en goede landschappelijke inpassing. De vereniging onderschrijft de ruimtelijke onderbouwing als het gaat om de aansluiting bij de bouwmassa en grondvlak van bestaande boerderijen in de omgeving, die als vrijstaande clusters zijn te typeren. Ook het ‘creëren van een kreekrug’ spreekt aan, temeer daar het bebouwingsvlak niet op een kreekrug is gesitueerd. Met het oog op het realiseren van een open polder met een cluster bebouwing, verzoekt betrokkene om rondom de nieuwe woningen bomen te plaatsen en het achterliggende perceel, waar de kassen en bedrijfsgebouwen worden gesloopt, juist te vrijwaren van bomen. Gemeentelijke beantwoording De gemeente deelt de mening van het recreatieschap omtrent de openheid en een goede inpassing in het landschap. De omgevingsvergunning betreft hier de activiteit afwijken van het bestemmingsplan. Op het moet dat de aanvraag oor de activiteit bouwen wordt ingediend zal bij de beoordeling daarvan naar de ruimtelijke inpassing van de woningen worden gekeken en zal de openheid van het landschap moeten worden gerespecteerd. Het verzoek van het recreatieschap om rondom de nieuwe woningen bomen te plaatsen en het achterliggend perceel te vrijwaren van bomen wordt ingewilligd.

2

Conclusie De naar voren gebracht zienswijze geeft (gedeeltelijk) aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. In de omgevingsvergunning zal dan ook als voorwaarde worden opgenomen dat er geen bomen rondom het achterliggende perceel geplant mogen worden. Voor het overige leveren de zienswijzen geen aanleiding de omgevingsvergunning alsnog te weigeren.

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10192168/1