CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

Z/25/145471 Beantwoording technische vragen-Pre-mantelzorgwoningen Maasgouw 2025

03. Commissievergadering 20 mei 2025, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Beleidsregel pré-mantelzorgwoningen Maasgouw 20252.473 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Z/25/145471 - D/25/198749

TECHNISCHE VRAGEN Pré-mantelzorgwoningen Maasgouw 2025

GEMEENTE MAASGOUW – PFH.: Snijckers

Nr .

Fractie

1

NLM

2

NLM

3

LB

Vraag

Antwoord

Betreft pag.

Is het mogelijk voor de Bijlage 2, belanghebbende van aangrenzende pagina 2 percelen om bezwaar in te dienen? Hoe ziet die procedure eruit gezien het een tijdelijke vergunning betreft via een BOPA?

Het is voor omwonenden mogelijk om bezwaar in te dienen tegen het verlenen van een tijdelijke omgevingsvergunning. Hierbij geldt de wet- en regelgeving zoals deze ook geldt bij een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd.

In de tekst staat: ’De bewoner(s) van de pré-mantelzorgwoning worden op het adres van de prémantelzorgwoning ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP)’. Is er dan ook sprake van een apart postadres en huisnummer? Hoe borgt de gemeente Maasgouw 3 actief toezicht en handhaving om te voorkomen dat prémantelzorgwoningen ongemerkt veranderen in permanente zelfstandige woonruimtes, en zijn hier binnen onze gemeente voldoende capaciteit en middelen voor beschikbaar?

Dit klopt. In deze gevallen is er ook sprake van een eigen postadres en huisnummer.

Het betreft een BOPA-procedure. De procedure is hierbij hetzelfde als een BOPA-procedure voor een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd.

Een belangrijk aspect is dat bij een verandering in de situatie de zorgontvanger of de zorgverlener hiervan een melding maakt bij de gemeente. Deze verandering in situatie wordt ook inzichtelijk bij burgerzaken die deze melding vervolgens doorzet naar team handhaving die vervolgens een handhavingsactie uitzetten. Een andere mogelijkheid is dat een omwonende een handhavingsverzoek indient, ook hier zal een handhavingsactie uit voortvloeien. Er is voor gekozen om niet actief te gaan handhaven (bijvoorbeeld meerdere locaties per jaar ongevraagd te bezoeken). Dit vraagt te veel capaciteit van onze handhavers. Ook moet Pagina 1 van 6

Z/25/145471 - D/25/198749

bij een verandering in situatie (zoals verhuizen of overlijden) contact opgenomen worden met de gemeente. Deze melding wordt vervolgens weer doorgezet naar team handhaving. 4

LB

Welke meetbare indicatoren gebruikt Maasgouw bij de evaluatie van deze pilot over twee jaar, en hoe worden inwoners en omwonenden actief betrokken bij het toetsen van de impact op de leefbaarheid in hun buurt?

3

In deze evaluatie wordt onderzocht of en welke ruimtelijke effecten (met betrekking tot het woon- en leefklimaat) zijn ontstaan door het toepassen van deze beleidsregel. Een belangrijk meetbare indicator is om na te gaan of er klachten zijn ontvangen omtrent overlast. Bovendien wordt in de evaluatie meegenomen welke effecten zijn bereikt op sociaalmaatschappelijk vlak. Draagt de woonoplossing bij aan de zorg voor elkaar binnen de gemeenschap? Vervolgens is de evaluatie ook bedoeld om na te gaan of de beleidsregel werkbaar is of er aanpassingen moeten plaatsvinden naar aanleiding van nieuwe inzichten of nieuwe wet- en regelgeving. De evaluatie is niet bedoeld om inwoners en omwonenden actief te betrekken. Dit zal voor deze beleidsregel ook te veel tijd in beslag nemen.

5

LB

Welke nieuwe inzichten hebben geleid 2 tot het schrappen van de verplichting dat de toekomstige zorgontvanger in de pré-mantelzorgwoning moet wonen, en hoe draagt deze wijziging volgens het college nog steeds bij aan het versterken van de zelfredzaamheid van inwoners van Maasgouw?

Deze wijziging is doorgevoerd omdat het niet uitmaakt of zorgontvanger of zorgverlener woont in de pré-mantelzorgwoning. Dit komt ook overeen met de regeling in het Besluit bouwwerken leefomgeving omtrent Mantelzorg. huisvesting in verband met mantelzorg: huisvesting in of bij een woning van één huishouden van ten hoogste twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning. Het inzicht dat het bij een mantelzorgsituatie niet uitmaakt waar de zorgontvanger of zorgverlener woont is de aanleiding om dit ook aan te passen voor een prémantelzorgsituatie. Ook dit draagt nog steeds bij aan de zelfredzaamheid omdat de woning waar de toekomstige zorgontvanger verblijft zodanig aangepast kan worden zodat deze aansluit bij de zorg op termijn.

6

LB

Als een pré-mantelzorgwoning is overgegaan naar een mantelzorgwoning, kan deze dan ook weer terug naar een prémantelzorgwoning en welke termijn en procedure geldt dan weer?

Dit is een mogelijkheid, maar natuurlijk wel afhankelijk van de situatie. In de nieuwe situatie moet namelijk ook weer aangetoond worden dat er sprake is van pré-mantelzorg. In deze situatie wordt opnieuw de BOPA-procedure doorlopen voor het afgeven van een tijdelijke omgevingsvergunning. Deze procedure moet doorlopen worden omdat er geen geldige tijdelijke omgevingsvergunning meer aanwezig is voor pré-mantelzorg. Deze is komen te vervallen door zowel een verandering in de huishoudelijke situatie ofwel door het starten van daadwerkelijke mantelzorg. Pagina 2 van 6

Z/25/145471 - D/25/198749

7

LB

8

LB

Naar welke AOW leeftijd wordt er gekeken bij bewoning van een huishouden met twee personen. Waarom hoeft een AOW gerechtigde geen pré-mantelzorgverklaring nodig en een niet AOW gerechtigde wel?

Er wordt dan gekeken naar de AOW-leeftijd van de persoon die wordt aangemerkt als toekomstige zorgontvanger. De doelstelling van het pré-mantelzorgbeleid is dat mensen zolang mogelijk in de eigen omgeving kunnen blijven wonen. In veel gevallen hebben mensen boven de AOW-leeftijd nog geen directe zorg nodig, maar is de verwachting wel dat deze (door bijvoorbeeld ouderdom) nodig gaat zijn. Deze mensen komen dus niet in aanmerking voor een mantelzorgverklaring. Aangezien verwacht wordt dat binnen afzienbare tijd (15 jaar) zorg nodig is, is besloten dat hier geen pré-mantelzorgverklaring aangevraagd moet worden zodat men zich kan voorbereiden op de toekomst. Zou sprake zijn van daadwerkelijk zorg kan een mantelzorgverklaring aangevraagd worden bij de gemeente. Personen onder de AOW-leeftijd kunnen alvast voorsorteren op toekomstige zorg via een pré-mantelzorgverklaring, waarbij een bepaalde aandoening of ziekte en het al dan niet voortschrijdend karakter daarvan worden aangegeven. Dit kan bijvoorbeeld iemand zijn met een chronische ziekte die in de toekomst meer zorg nodig zal hebben en alvast de voorbereidingen wil treffen om klaar te zijn zodra meer zorg daadwerkelijk noodzakelijk is. Vaak komen deze inwoners nog niet in aanmerking voor een mantelzorgverklaring. Met een pré-mantelzorgverklaring kunnen echter de nodige voorbereidingen getroffen worden.

9

LB

10

LB

11

LB

Is het niet een tegenstrijdigheid dat er staat dat een pré-mantelzorgwoning een woning is waarbij nog geen zorgbehoefte is, maar dat er wel een pré-mantelzorgverklaring moet zijn van een huisarts, wijkverpleegkundige of (andere) relevante specialist door de gemeente aangewezen. Hetgeen dan inhoudt dat een toekomstige mantelzorg ontvanger al een bepaalde aandoening moet hebben die in de toekomst zorgt voor meer zorg voor een pré-mantelzorgwoning aan te vragen. Definitie ‘pre-mantelzorgwoning’: Wat wordt verstaan onder “huishouden”?

Pré-mantelzorg is de situatie voorafgaand aan de daadwerkelijk zorg. Vanaf de geldende AOW-leeftijd hebben inwoners geen pré-mantelzorgindicatie nodig om in aanmerking te komen voor pré-mantelzorg. Personen onder de AOW-leeftijd kunnen alvast voorsorteren op toekomstige zorg via een pré-mantelzorgverklaring, waarbij een bepaalde aandoening of ziekte en het al dan niet voortschrijdend karakter daarvan worden aangegeven. Dit kan bijvoorbeeld iemand zijn met een chronische ziekte die in de toekomst meer zorg nodig zal hebben en alvast de voorbereidingen wil treffen om klaar te zijn zodra meer zorg daadwerkelijk noodzakelijk is.

Bijlage 2, Hierbij volgen wij de definitie zoals opgenomen door de VNG: een of meerdere personen Pg1 die gemeenschappelijk samenleven in een onderlinge persoonlijke verbondenheid gericht op een duurzaam samenzijn.

Artikel 3, lid 6: wat voegt de tweede Bijlage 2, Deze aanvulling is doorgevoerd omdat in veel gevallen de pré-fase zal overgaan in een volzin toe t.a.v. bestaande regelgeving Pg3 daadwerkelijke mantelzorg fase. Deze aanvulling geeft inzicht in wat er moet gebeuren m.b.t. reguliere mantelzorg? wil men de onafhankelijke woonruimte gebruiken voor mantelzorg. Pagina 3 van 6

Z/25/145471 - D/25/198749

12

LB

Artikel 6, lid 3: wie en op welke manier wordt deze sociale relatie getoetst, zeker in het geval aangegeven dat de relatie ‘vrienden’ is?

Bijlage 2, De doelstelling van het pré-mantelzorgbeleid is dat inwoners zolang mogelijk in hun eigen Pg4 omgeving kunnen wonen. Om het voor inwoners eenvoudiger te maken om in aanmerking te komen voor pré-mantelzorg is er gekozen voor een brede interpretatie van de term sociale relatie. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een toekomstige zorgontvanger geen familie in de omgeving heeft wonen en een vriend in de toekomst zorg wil aanbieden. De gemeente kan vervolgens niet toetsen of er daadwerkelijk sprake is van een vriendschap, dit is namelijk niet na te gaan.

13

LB

Artikel 7, lid 6: wanneer is er sprake van onredelijk bezwarend gebruik van een premantelzorgwoning voor gebruikers van omliggende percelen?

Bijlage 2, Dit betreft een situatie waarbij niet aangetoond kan worden dat er sprake is van een goed Pg5 woon- en leefklimaat. Deze bepaling is opgenomen om excessen te voorkomen. Dit ook ter vermijding van burenconflicten. Dit kan bijvoorbeeld een situatie zijn waarbij de aanvrager een pré-mantelzorgwoning wil bouwen gelegen bij de perceelgrens van een bedrijf. De prémantelzorgwoning mag niet leiden tot een beperking in de bedrijfsvoering van dit bedrijf.

14

LB

2, Zie antwoord vraag 5 raadsvoor stel

15

LB

16

LB

17

LB

Er staat dat de volgende aanpassing in de ontwerpregel is opgenomen ‘’de toekomstige zorgontvanger moet in de pre-mantelzorgwoning wonen en de zorgverlener in de hoofdwoning’’ Deze regel is komen te vervallen. Mag je dan hieruit begrijpen dat de zorgontvanger in de hoofdwoning mag wonen en de zorgverlener in de premantelzorgwoning? Wat is de reden dat deze regel is komen te vervallen? Hier staat dat handhaving noodzakelijk is. Welke kosten zijn hieraan verbonden en wie gaat na 15 jaar deze handhaving uitvoeren? Als de pre-mantelwoning niet meer in gebruik is, moet deze zo worden aangepast, dat zelfstandige bewoning niet meer mogelijk is, wat wordt er van de bewoners verwacht, wat mag dan wel nog? Hoe kan er bepaald worden wat een goed woonmilieu en een goed woonen leefklimaat is? En wie bepaalt dit dan?

3, De kosten van handhaving worden betaald uit de algemene middelen. De regeling is zo raadsvoor opgesteld dat er geen extra kosten gemaakt moeten worden. Door de opzet van de pilot, stel met de hieraan gekoppelde evaluatie en het beperkt aantal vergunningen dat in eerste instantie wordt afgegeven, ontstaat naar verwachting een behapbare situatie. 3, Als de pré-mantelzorgwoning niet meer in gebruik is voor pré-mantelzorg of mantelzorg raadsvoor moet deze inderdaad worden aangepast dat zelfstandige bewoning niet meer mogelijk is. stel Van de bewoners wordt dan verwacht dat tenminste de natte cel of keuken wordt verwijderd uit de woning. Het gebouw zelf mag wel blijven staan en mag in gebruik genomen worden als bijbehorend bouwwerk. Dit is gelijk aan het huidige mantelzorgbeleid. 7, bijlage Een goed woonmilieu en goed woon- en leefklimaat (onder de Omgevingswet: een 2 evenwichtige toedeling van functies aan locaties ETFAL) wordt aangetoond op basis van onderzoeken zoals geluid en geur. Ofwel aangetoond moet worden dat er geen hinder is, zoals bijvoorbeeld stankoverlast. Dit wordt bepaald op basis van geldende wet- en regelgeving. De noodzakelijke onderzoeken worden vervolgens gecontroleerd door een specialist van de gemeente Maasgouw of de MER-OD. Pagina 4 van 6

Z/25/145471 - D/25/198749

18

LB

Als de pre-mantelwoning aan het huis wordt aangebouwd, gelden dan dezelfde regels als bij een losstaande woning? Is het mogelijk een pre-mantelwoning te realiseren bij een huurwoning?

Voor een goed woon- en leefklimaat (onder de Omgevingswet: een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ETFAL) gelden dezelfde regels. Het bouwwerk zelf moet altijd voldoen aan de op die betreffende locatie geldende bouwregels voor hoofdgebouwen dan wel bijbehorende bouwwerken uit het omgevingsplan. Ruimtelijk maakt het niet uit of een pré-mantelzorgwoning of mantelzorgwoning wordt gerealiseerd bij een koopwoning of huurwoning. Wel zullen er op voorhand afspraken gemaakt moeten worden tussen verhuurder en huurder. Hier staat de gemeente buiten.

19

LB

20

LB

Wie doet het parkeeronderzoek om te kijken of er voldoende parkeermogelijkheden zijn, rondom de nieuwe pre-mantelwoning?

5, bijlage Het aantonen dat er voldoende parkeerplaatsen zijn op eigen terrein of in de openbare 2 ruimte moet worden aangetoond door de indiener van de omgevingsvergunning. Indien een parkeeronderzoek noodzakelijk is wordt dit aangeleverd door de indiener van de omgevingsvergunning en wordt dit voorgelegd aan de beleidsmedewerker Verkeer van de gemeente Maasgouw.

21

LB

Wanneer vervalt de sociale relatie tussen de zorgontvanger en de zorgverlener? En hoe kan dit aangetoond worden?

6, bijlage In artikel 9 worden de omstandigheden benoemd waarin een sociale relatie tussen 2 zorgontvanger en zorgverlener vervalt. Dit betreft in elk geval de situatie waarin de zorgverlener of zorgontvanger verhuist, de zorgverlener of zorgontvanger overlijdt, de zorgverlener niet meer in staat is om zorg te verlener aan de zorgontvanger en zodra de sociale relatie tussen de zorgverlener en zorgontvanger vervalt. Dit kan dus in een van bovenstaande situaties zijn. De laatste regel is opgenomen omdat het altijd kan voorkomen dat om een andere reden de sociale relatie vervalt.

22

LVM

Het beleid beperkt zich tot 12 prémantelwoningen. Waarom wordt eea beperkt tot 12 woningen?

23

LVM

In artikel 9 van de beleidsregel is bepaald dat de tijdelijke omgevingsvergunning wordt ingetrokken als (sub a) de zorgontvanger mantelzorg nodig heeft. Ik zou dit aanpassen want op het moment dat mantelzorg wordt verleend is een mantelzorgwoning een goede voorziening. Van rechtswege zou dan de vergunning kunnen overgaan van een pré-mantelzorgwoning naar een mantelzorgwoning. Lid 5 zou dan ook aangepast moeten worden.

Het doel van de pilot is om na te gaan wat de effecten zijn van het beleid op de omgeving, de sociale basis en of de beleidsregels werkbaar zijn. Als er in twee jaar meer dan 12 tijdelijke omgevingsvergunningen worden verleend, kan het college van B&W besluiten om nieuwe aanvragen ook in behandeling te nemen. In veel gevallen zal het ook rechtstreeks mogelijk zijn om de pré-mantelzorgwoning in gebruik te nemen voor mantelzorg. In veel gevallen kan dit zelfs vergunningsvrij. In de gevallen dat dit niet vergunningsvrij kan zal altijd een omgevingsvergunning voor mantelzorg aangevraagd moeten worden. Juridisch is het niet mogelijk om dit van rechtswege te laten plaatsvinden. Deze regeling is ook opgenomen in artikel 3 lid 6: De tijdelijke omgevingsvergunning wordt ingetrokken zodra er geen sprake meer is van pré-mantelzorg. Er mag, indien een mantelzorgindicatie aanwezig, mantelzorg plaatsvinden. dit kan alleen, indien niet vergunningsvrij, als daarvoor een omgevingsvergunning (BOPA) is verleend.

Pagina 5 van 6

Z/25/145471 - D/25/198749

24

D66

Een prémantelwoning waarbij er geen overgang naar mantelwoning plaatsvindt, zou ook gebruikt kunnen worden voor kinderen die geen woning kunnen vinden. Dit pakt ook een probleem van woningtekort aan en voorkomt handhavingskosten. Zou dit binnen de uitzonderingsituatie kunnen vallen?

Agendapu Deze situatie valt buiten het beleid van pré-mantelzorg en is ook niet onderzocht naar nt 5 p3 wenselijkheid en haalbaarheid. Voor permanente huisvesting gelden namelijk weer andere par.2.1 regels. Wel wordt deze vraag momenteel intern bekeken en meegenomen in het woonprogramma.

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=78720bb3-2d49-497f-9736-b28f34d91d5a