CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

SC MER begroting 2023

01. Raadsvergadering 31 mei 2022, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Voorstel zienswijzen ontwerpbegroting 2023 SC-MER16.659 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Programmabegroting Servicecentrum MER 2023 met meerjarenraming 2024-2026

DB: 6 april 2022 AB: 6 juli 2022

Inhoudsopgave Inleiding ............................................................................................................................... 4 Programma Omgevingsdienst ................................................................................................ 8 2.1 Inleiding.............................................................................................................................. 8 2.2 Wat willen we bereiken? ..................................................................................................... 8 2.3. Wat gaan we daarvoor doen? ........................................................................................... 12 2.4 Wat gaat dat kosten? ........................................................................................................ 15 Programma Sociaal Domein ................................................................................................ 17 3.1. Inleiding........................................................................................................................... 17 3.2. Wat willen we bereiken? .................................................................................................. 17 3.3 Wat gaan we daarvoor doen? ............................................................................................

20 3.4 Wat gaat dat kosten ? ....................................................................................................... 21 Programma Bedrijfsvoering ................................................................................................. 22 4.1. Inleiding........................................................................................................................... 22 4.2 Financiën .......................................................................................................................... 22 4.2.1 Wat willen we bereiken? ................................................................................................ 22 4.2.2 Wat gaan we daarvoor doen? ......................................................................................... 23 4.3 Informatisering ................................................................................................................. 23 4.4 HRM ................................................................................................................................. 26 4.4.1 Wat willen we bereiken? ................................................................................................ 26 4.5 Wat gaat dat kosten? ........................................................................................................

28 Programma Bestuur & Organisatie ...................................................................................... 31 5.1 Inleiding............................................................................................................................ 31 5.2 Wat willen we bereiken? ................................................................................................... 31 5.3 Wat gaan we ervoor doen?................................................................................................ 31 5.4 Wat gaat dat kosten? ........................................................................................................ 32 Paragrafen .......................................................................................................................... 33 6.1. Inleiding........................................................................................................................... 33 6.2. Paragraaf bedrijfsvoering ................................................................................................. 33 6.3. Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheer ............................................................... 33 6.4. Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................ 39 6.5.

Paragraaf financiering ...................................................................................................... 39 Risicobeheer (kasgeldlimiet en renterisiconorm) ..................................................................... 39 6.6. Verbonden partijen .......................................................................................................... 40 2

Financiële Begroting 2023-2026 ........................................................................................... 41 7.1

Geprognosticeerde balans ........................................................................................... 41

7.2

Staat van Reserves ....................................................................................................... 41

7.3

Recapitulatie programma’s .......................................................................................... 42

Bijlage: Taakvelden .................................................................................................................... 43

3

Inleiding De begroting 2023 ligt nu voor. De begroting van het SC MER bestaat voor alle programma’s grotendeels uit lasten voor uitvoering van werkzaamheden. Alleen het programma bedrijfsvoering omvat daarnaast inhoudelijke budgetten voor uitvoering van ICT en telefonie voor zowel het SC MER als de deelnemende gemeenten. Onze baten bestaan uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten. Onze Omgevingsdienst voert daarnaast werkzaamheden uit voor de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Limburg-Noord, waarvoor ook baten worden ontvangen. Met de middelen die ons ter beschikking worden gesteld, voeren wij onze taken voor de deelnemende gemeenten uit. Voor de duidelijkheid vermelden we hier dat legesopbrengsten en uitvoeringsbudgetten voor participatie en wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) niet in onze begroting staan. Deze middelen zijn niet aan ons overgedragen en berusten bij de deelnemende gemeenten.

Ontwikkelingen Maatschappelijke economische en technologische ontwikkelingen De afgelopen jaren zien we allerlei maatschappelijke, economische en technologische ontwikkelingen die SC MER en de MER gemeenten raken. Deze maatschappelijke ontwikkelingen vragen een andere rol van SC MER en de gemeenten. Zowel in het Sociaal Domein als in de Omgevingsdienst zijn deze veranderingen direct merkbaar. Denk bijvoorbeeld aan de nieuwe Omgevingswet, en hetgeen daarmee beoogd wordt, en de doorontwikkeling van de Participatiewet. Ook voor onze bedrijfsvoerings-teams gaat dit het een en ander betekenen. Er zal meer worden verwacht in het kader van ondersteuning om in te kunnen spelen op veranderende rol van de lokale overheid. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan het mogelijk maken van data gedreven werken. In de afgelopen jaren is ook gebleken dat van de overheid in het algemeen meer en meer de menselijke maat wordt verwacht. Met andere woorden: hoe kijken we voorbij systemen, processen en procedures en proberen we de menselijke maat weer terug te krijgen in onze dienstverlening aan de burgers. Vanuit SC MER zien we dat direct terug in het Sociaal Domein en de Omgevingsdienst. Op het gebied van informatie technologie doen de ontwikkelingen zich in een voortschrijdend hoog tempo voor. De ene ontwikkeling volgt de andere op. Ontwikkelingen die ons leven in steeds sterkere mate beïnvloeden.

Denk bijvoorbeeld alleen maar aan alle ontwikkelingen op social media, het Internet of Things, robotisering van software enzovoort. Veelal wordt daarom nu ook niet meer gesproken over een tijdperk van verandering maar van een verandering van tijdperk. Deze ontwikkelingen maken ons leven gemakkelijker, maar het brengt eveneens ook bepaalde negatieve aspecten met zich mee. Denk bijvoorbeeld aan alle vraagstukken op het gebied van privacy en gegevensbescherming. Ontwikkelingen op het gebied van dienstverlening De ambities op het gebied van dienstverlening zijn groot binnen SC MER en de drie gemeenten. Op allerlei manieren wordt gewerkt aan verbetering van de dienstverlening naar onze burgers en bedrijven. Voorbeelden daarvan zijn verbetering telefonische bereikbaarheid en de doorontwikkeling digitale toegankelijkheid. Met verdere digitalisering willen we de dienstverlening voor onze klanten én de efficiency en kwaliteit van onze processen verder verbeteren. Bijvoorbeeld het portaal voor Sociaal Domein betekent voor de klant meer en gemakkelijker inzicht in zijn dossier en de status van zijn aanvragen, alsook het tijd en plaats onafhankelijk kunnen indienen van aanvragen voor (bijzondere) bijstand en andere regelingen. Maar ook alle ontwikkelingen in het kader van de Omgevingswet zijn primair gericht op betere dienstverlening aan onze klanten.

4

Kortom, de komende jaren krijgen we steeds meer met deze ontwikkelingen te maken. Het kan zijn dat werkzaamheden gaan verdwijnen en dat nieuwe taken erbij gaan komen. Eén ding is wel zeker, de investeringen in informatietechnologie zullen blijven toenemen. In de P&C cyclus van SC MER zal hier aandacht voor zijn op het moment dat de financiële gevolgen helder kunnen worden gemaakt.

Doelen en acties Focus op kwaliteit en klantgerichtheid Van onze 4 ambities kwaliteit, klantgerichtheid, kosten-efficiëntie en kwetsbaarheidsvermindering gaat ook in 2023 de focus naar ontwikkeling van kwaliteit & klantgerichtheid. Dit gaat hand in hand: betere kwaliteit moet leiden tot betere dienstverlening en meer klantgerichtheid. - Ontzorgen door een goede betrouwbare partner te zijn. - Verantwoordelijkheid nemen en toegevoegde waarde leveren op onze vakgebieden. - Onafhankelijke advisering vanuit de uitvoering over het Sociaal Domein en Omgevingsdienst beleid. - Onafhankelijke adviseren en initiëren van ontwikkelingen op bedrijfsvoerings-gebied vanuit een gezamenlijk strategisch kader op basis van ambities, behoeften en prioritering. - Continu verbetering van de dienstverleningsprocessen Sturen op de binnenkant om het buiten beter te doen - We kennen onze ‘klanten’, we kennen de gemeentelijke ambities en onze klanten kennen ons. Hiervoor meten we onze interne en externe klanttevredenheid. - We pakken de regie op de gezamenlijkheid. - We organiseren ambtelijke en bestuurlijke nabijheid. - We investeren in de kwaliteit van advisering. - Uitvoeringsprogramma’s zijn de basis van ons handelen en rapporteren. - Management- en stuurinformatie. - We professionaliseren onze organisatie verder door harmonisatie van (interne) werkprocessen en bevordering van integraliteit.

- We ondersteunen de verbetering van de interne en externe dienstverleningsprocessen door digitalisering. - We anticiperen op de arbeidsmarkt-ontwikkelingen.

Financiële kaders Kostenverdeelsleutels De begroting 2023 is voor wat betreft de totalen gelijk aan de jaarschijf 2023 van BW 2022-1. De bijdrage per gemeente verschilt echter. Dit heeft te maken met de kostenverdeelsleutel. Voor de programma’s Sociaal Domein en de Omgevingsdienst is de kostenverdeelsleutel gebaseerd op de output van T-2. Als verdeelsleutel voor het programma Bedrijfsvoering hebben de gemeenten gekozen voor aantal gebruikersaccounts. Het aantal gebruikersaccounts geeft een goede indicatie van de producten en diensten die door bedrijfsvoering worden geleverd aan onze klanten. Het aantal accounts dat voor de kostenverdeling wordt gebruikt (T-1) is gewijzigd t.o.v. de aantal accounts dat gehanteerd is bij begroting 2022. Dit heeft te maken met instroom en uitstroom van medewerkers in de vier organisaties. In onderstaande tabel is weergegeven wat het verschil is tussen BW 2022-1/jaarschijf 2023 en de begroting 2023. De totalen zijn gelijk maar de verdeling tussen de gemeenten is gewijzigd.

5

Verdeelsleutel 2020

BW 2022-1 jaarschijf 2023

Verdeelsleutel Begroting 2023 2021

Verschil bw 2022-1 jaarschijf 2023 t.o.v. begroting 2023

Maasgouw Bijdrage OD

0,3485 €

2.014.390

0,3682 €

2.128.260 €

113.870

Bijdrage SD Bijdrage BV Bijdrage BO Totaal

0,3042 € 0,3188 € 0,3139 € €

1.695.669 3.852.758 362.324 7.925.141

0,2848 € 0,3400 € 0,3147 € €

1.587.530 € 4.046.284 € 362.697 € 8.124.771 €

-108.139 193.526 373 199.630

Echt-Susteren Bijdrage OD Bijdrage SD Bijdrage BV Bijdrage BO Totaal

0,3798 € 0,4302 € 0,3876 € 0,4161 € €

2.195.309 2.398.017 4.704.988 201.921 9.500.235

0,3872 € 0,4488 € 0,3691 € 0,4155 € €

2.238.083 € 2.501.697 € 4.574.718 € 201.660 € 9.516.158 €

42.774 103.680 -130.270 -261 15.923

Roerdalen Bijdrage OD Bijdrage SD Bijdrage BV Bijdrage BO Totaal

0,2717 € 0,2656 € 0,2936 € 0,2700 € €

1.570.474 1.480.505 3.449.742 131.041 6.631.762

0,2446 € 0,2664 € 0,2909 € 0,2698 € €

1.413.830 € 1.484.964 € 3.386.486 € 130.929 € 6.416.209 €

-156.644 4.459 -63.256 -112 -215.553

€

24.057.138

€

24.057.138 €

-

Totaal

Loonkosten op basis van functieboeken Vanaf 2020 hebben we een realistische financiële basis voor de toekomst gelegd door de personeelsbegroting op basis van de functieboeken te begroten, gewaardeerd tegen het maximum functieschaal. Deze lijn wordt in 2023 doorgetrokken. Buffer voor inhuur capaciteit bij ziekte Vanaf 2020 volgt het SC-MER de landelijke Personeelsmonitor Gemeenten (A+O fonds gemeenten) voor wat betreft het budget dat kan worden aangewend om in te huren bij langdurig ziekteverzuim. Ook in 2023 volgen we deze landelijke personeelsmonitor (2020), die aangeeft dat 4,3 % van de loonsom nodig is voor vervanging van langdurig verzuim (> 43 dagen). Maximaal twee begrotingswijzingen per jaar Met de BW 2021-1 is de financiële basis voor het SC-MER op orde gemaakt. Daarmee hoeft de begroting minder vaak tussentijds te worden aangepast. Toch kunnen zich altijd ontwikkelingen blijven voortdoen op basis waarvan aanpassingen noodzakelijk zijn. Dit zijn aanvullende dienstverlening aan de gemeente(n) en autonome ontwikkelingen die nog niet bij het opstellen van de begroting waren voorzien. De begroting kan maximaal twee keer per jaar wijzigen: in het voorjaar om eventuele gevolgen van de UPs (aanvullende dienstverlening) te verwerken en na de zomer op basis van de halfjaarrapportage.

Leeswijzer Deze begroting kent 4 programma's, te weten het programma Omgevingsdienst, het programma Sociaal Domein, het programma Bedrijfsvoering en het programma Bestuur & Organisatie. Deze programma’s zijn te vinden in de hoofdstukken 2, 3, 4 en 5.

6

De programma’s worden opgebouwd aan de hand van de drie 3 W- vragen: ‘Wat willen we bereiken?’, Wat gaan we ervoor doen? en Wat mag het kosten? Bij de eerste W-vraag wordt ingegaan op de 5 ambities (de 5 “K’s”: kwaliteit, kwetsbaarheid, klant, kosten, kleur lokaal). Hoofdstuk 6 omvat de paragrafen. Het laatste hoofdstuk omvat de financiële begroting met de geprognosticeerde balans en de staat van de reserves.

7

Programma Omgevingsdienst 2.1 Inleiding Dit programma bevat een beschrijving van de activiteiten van onze Omgevingsdienst. Het gaat niet alleen over uitvoerende taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, maar ook over de wijze waarop wij kwaliteit, klantgerichtheid, kostenreductie, kwetsbaarheidsvermindering en (daar waar gewenst) couleur locale willen realiseren. 2.2 Wat willen we bereiken? De missie van de Omgevingsdienst is realisering van de vijf K’s. We willen kostenefficiënte, klantgerichte en kwalitatief hoogwaardige service verlenen op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving, zodat de gemeenten hun ambities op dit terrein kunnen bereiken. Die ambities hebben betrekking op het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving, het beperken van de overlast en het waarborgen van de veiligheid. We willen voldoen aan de (landelijke vereiste) kwaliteit en de afspraken die we met de gemeenten hebben gemaakt over klantgerichtheid (= kwaliteit van dienstverlening) en kostenreductie. Kwaliteit en kwetsbaarheidsvermindering Kwaliteit manifesteert zich op verschillende manieren, bijvoorbeeld door een goed gestroomlijnd en efficiënt werkproces, de inhoudelijke kwaliteit van de producten en de tevredenheid van de klant zowel intern als extern. Kwaliteit blijkt ook uit het aantal (on)gegronde bezwaar- en beroepsprocedures.

Door de samenwerking tussen de Omgevingsdienst en de netwerk-RUD voldoen de gemeenten aan de landelijke kwaliteitscriteria op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). Hierdoor zijn de gemeenten in staat de gewenste kwaliteit, robuustheid (= kwetsbaarheidsvermindering) en continuïteit te leveren. Uitwisseling van kennis en het investeren in de ontwikkeling van medewerkers (middels een eigen opleidingsinstituut, de RUD-academie), alsmede het aan elkaar bieden van ondersteuning bij capaciteitsvraagstukken zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. De Omgevingsdienst toetst in toenemende mate ook intern de kwaliteit van de te leveren producten en diensten. Daartoe worden – zowel binnen de Omgevingsdienst als in breder RUD-verband – kwaliteitsaudits uitgevoerd. De audits zijn inmiddels een vast onderdeel van het binnen de Omgevingsdienst gehanteerde principe van continu verbeteren. In 2023 zullen deze kwaliteitsaudits wat anders worden ingevuld vanwege de in 2022 te realiseren overstap naar een nieuw digitaal systeem: Squit2020/Rx.Mission. Audits en kwaliteitsimpulsen in het procesmatig werken worden dan vooral gericht op het goed leren werken met deze nieuwe applicatie binnen de Omgevingswet, die op 1 oktober 2022 dan wel 1 januari 2023 in werking zal treden.

Landelijk zijn er kwaliteitscriteria opgesteld (set kwaliteitscriteria 2.2) die het fundament vormen voor een adequate uitvoering van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving van het Omgevingsrecht. Inmiddels zijn deze landelijke kwaliteitseisen geborgd in de Wet VTH en de gemeentelijke Kwaliteitsverordeningen. De criteria gaan over kritieke massa, proces en inhoud. De criteria voor kritieke massa geven een ondergrens van het aantal medewerkers en hun deskundigheid, die nodig is om activiteiten in continuïteit te kunnen uitvoeren. In het Uitvoeringsprogramma van de Omgevingsdienst is per deskundigheidsgebied met deze ondergrens 8

rekening gehouden. Deze vorm van robuust organiseren draagt bij aan de 4e K van kwetsbaarheidsvermindering. In 2021 en 2022 zijn voor alle VTH-medewerkers van de RUD – waaronder ook de medewerkers van de Omgevingsdienst zogenoemde EVP-metingen uitgevoerd. Middels een EVP-meting worden medewerkers aan de hand van de landelijke kwaliteitscriteria getoetst op hun specialistische deskundigheden. Het resultaat van deze geactualiseerde EVPmetingen geeft een beeld van het opleidings- en kennisniveau van onze medewerkers en is rechtstreeks input voor de individuele ontwikkeltrajecten van ons personeel en het opleidingsprogramma van onze RUD-academie. Er zijn ook landelijke procescriteria geformuleerd, waaraan gemeenten - en dus ook onze Omgevingsdienst - moeten voldoen. Het jaarlijkse Uitvoeringsprogramma van de Omgevingsdienst, alsmede de bestuurlijke kwartaaldashboards en jaarverslag zijn daar onder meer het resultaat van. In de aanloop naar 2023 en mogelijk ook nog gedurende 2023 zal gewerkt moeten worden aan het opstellen van een VTH-beleidsplan. Een VTH-beleidsplan is een verplichting op grond van de kwaliteitscriteria. De Omgevingsdienst noch de MER-gemeenten beschikken momenteel over een actueel VTH-beleidsplan.

In de IBT-beoordeling van de provincie over het jaar 2021 (verwoord in de brief van 2 februari 2021) is dit nadrukkelijk als aandachtspunt meegegeven aan de drie gemeenten. In onderstaande tabel zijn drie belangrijke kwaliteitsindicatoren voorzien van een cijfer. Voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria zal nooit 100% zijn. Onze Omgevingsdienst werkt binnen haar eigen taakveld aan continue verbetering van de kwaliteit van de producten en daarmee ook aan haar klantgerichtheid. Onder meer wordt hiertoe sinds 2015 gebruik gemaakt van de Netto Promotor Score (NPS). De NPS is een instrument om op een vrij eenvoudige, maar effectieve wijze de klant te vragen naar zijn waardering van de door de Omgevingsdienst geleverde dienstverlening, waarbij naast het kale rapportcijfer een grote hoeveelheid ‘gratis’ verbeterpunten wordt opgehaald.

9

Tabel 3.2.1 Prestatie-indicatoren Kwaliteit en kwetsbaarheidsvermindering

Omschrijving Voldoen aan landelijke kwaliteitscriteria 2.2

Realisatie 2021 95%

Raming 2022 95%

Raming 2023 95%

Klanttevredenheid bij vergunningverlening (NPS)

7,2

7,4

7,5

Percentage ongegrond verklaarde bezwaar- en beroepzaken

90%

95%

95%

Klantgerichtheid De Omgevingsdienst heeft tot taak te werken aan realisatie van de met de opdrachtgevers afgesproken dienstverleningsafspraken en –uitgangspunten. Bij klantgerichtheid staan de klantprocessen centraal. Een klantvraag dient zoveel mogelijk integraal te worden benaderd; de vraag wordt meteen vanuit de verschillende beleidsvelden bekeken en beoordeeld. Het is van belang de klantvraag binnen de daarvoor afgesproken dienstverleningsnormen af te handelen, tegen een zo hoog mogelijke kwaliteit en met vaste contactpersonen binnen de organisatie. De Omgevingsdienst hecht veel waarde aan de doorontwikkeling van de dienstverlening en ontplooit daartoe voortdurend initiatieven en projecten. Zo wordt de voorbereiding op de aankomende Omgevingswet vormgegeven. En in de MER-brede projectgroep Dienstverlening wordt ook in 2023 weer uitvoering gegeven aan verbeterprojecten voor de klantgerichtheid. Dat zal zich met name richten op de doorontwikkeling van het digitale klantkanaal. Uitgangspunt is daarbij de MER-breed vastgestelde integrale visie op dienstverlening en de uitvoering daarvan voor de vier organisaties. Harmonisatie daar waar kan, couleur locale daar waar moet. Een belangrijke indicator voor de mate van klantgerichtheid is de klanttevredenheid. Hiertoe wordt verwezen naar hetgeen daarover hierboven onder 3.2.1 in relatie tot kwaliteit is opgemerkt.

De andere prestatie-indicatoren op het gebied van klantgerichtheid, zoals hieronder in tabel 3.2.2 vermeld, gaan over doorlooptijden in de afhandeling van klantvragen en het aantal van rechtswege verleende vergunningen.

10

Tabel 3.2.2 Prestatie-indicatoren Klantgerichtheid

Omschrijving Percentage afgehandelde klantvragen binnen Service Level Agreement (SLA)*: Dienstverlening Eenvoudig (<24u) Dienstverlening Specialistisch (<2dgn) Dienstverlening Complex (<5dgn) Backoffice (<5dgn) Van rechtswege verleende vergunningen Proactief contact met aanvrager tijdens procedure

Realisatie 2021

Raming 2022

Raming 2023

89% 75% 86% 75%

95% 85% 85% 85%

95% 85% 85% 85%

0,8% 75%

0% 90%

0% 100%

Kostenreductie (efficiency) De visie – de wijze waarop de missie van de Omgevingsdienst wordt gerealiseerd – luidt: “De Omgevingsdienst is een moderne overheidsorganisatie die resultaten boekt en kosten bespaart door te investeren in haar professionals, die met plezier (samen)werken en ontwikkelen”. Net als in alle voorgaande jaren zal de Omgevingsdienst ook in 2023 gaan opereren binnen de haar beschikbaar gestelde middelen. Alleen daar waar additionele dienstverlening vanuit de opdrachtgevers nodig is (extra klantvraag, projecten) zal ook additionele financiering aan de orde zijn. Dit wordt in beeld gebracht middels het Uitvoeringsprogramma 2023. Ten aanzien van dit Uitvoeringsprogramma en de benodigde middelen vanuit de gemeenten ter realisatie van dit programma is van belang op te merken dat in aanloop naar 2023 gekeken zal gaan worden naar een her-calculatie van de benodigde basisbijdrage aan de Omgevingsdienst. Dit heeft twee voorname oorzaken. Op de eerste plaats zijn er nagenoeg vanaf de start van de Omgevingsdienst in 2013 jaarlijks extra middelen nodig geweest voor realisatie van de taken en lokale ambities van de gemeenten (de zogenoemde additionele dienstverlening).

Het is gerechtvaardigd om in overleg met gemeenten te bezien of het niet beter is dat (een deel van) deze additionele middelen een structureel karakter krijgen, met als doel het gat tussen structurele primaire basisfinanciering en jaarlijkse additionele UP-middelen te verkleinen. Een tweede urgentie om deze herberekening van de gemeentelijke basisbijdrage uit te voeren, ligt in de komst van de Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen. Beide wetten hebben impact op taakomvang en personele bezetting van de Omgevingsdienst en daarmee op de financiële bijdrage van de gemeenten aan de Omgevingsdienst. Er zal een nieuwe formatieve basis gelegd moeten worden voor de Omgevingsdienst. Deze nieuwe basis dient daarmee als grondslag voor de hoogte van de financiering vanaf 2023, uiteindelijk financieel door te vertalen middels begrotingswijziging 2023-1. Bij het vormgeven van deze nieuwe formatieve en financiële basis zijn overigens keuzes te maken in ambitie, bijvoorbeeld in het risico gestuurd uitvoeren van (bouw)toezicht. Couleur locale Vraagt een gemeente méér werkzaamheden dan er middelen beschikbaar zijn op basis van de gemeentelijke bijdrage, dan wordt dit additionele dienstverlening genoemd. Dit is aan de orde indien een gemeente veel lokale projecten wenst.

Voor deze additionele dienstverlening worden – op basis van het aantal geraamde extra uren – dienovereenkomstig extra financiële middelen beschikbaar gesteld door de gemeente (‘boter bij de vis’). Uiteindelijk worden de kosten voor deze extra werkzaamheden op basis van werkelijke uren op het eind van het jaar afgerekend. Ook in 2023 kan zich een dergelijke situatie met de wens voor additionele dienstverlening voordoen. Dit zal eerst blijken bij de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma 2023. De financiële consequenties van de 11

gevraagde additionele dienstverlening (lasten: extra kosten Omgevingsdienst; baten: door gemeenten aan Omgevingsdienst beschikbaar gestelde extra middelen) worden tevens – middels een begrotingswijziging – verwerkt in de begroting van het Servicecentrum MER. Zie ook hierboven hetgeen is opgemerkt over de benodigde herijking van de gemeentelijke basisbijdrage aan de Omgevingsdienst. Voor wat betreft de ‘couleur locale’ in werkprocessen en werkafspraken met de drie opdracht gevende gemeenten is MER-breed de lijn ingezet om meer te komen tot harmonisatie daar waar dat kan. Kwetsbaarheid Zie hierboven bij kopje ‘Kwaliteit en kwetsbaarheidsvermindering’. 2.3. Wat gaan we daarvoor doen? Wij voeren voor de deelnemende gemeenten met in achtneming van de kaders voor kwaliteit, klantgerichtheid en kosten uit: a. de reguliere wettelijke taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in het kader van de Wabo, de APV en een aantal bijzondere wetten; Zie voor de specifieke producten hieronder de productgroepen Vergunningverlening en Toezicht/Handhaving; b. de specifieke lokaal gewenste projecten (aanvullende dienstverlening). Zie hieronder de productgroep Projecten/specifieke wensen. De producten/diensten van de Omgevingsdienst kunnen worden onderverdeeld in drie hoofdgroepen. Onderstaand zijn deze hoofdgroepen weergegeven.

In de paragraaf 3.4 wordt weergeven wat de verwachte kosten zijn voor het leveren daarvan.

Productgroep Vergunningverlening Vergunningverlening Onder dit product vallen de activiteiten met betrekking tot vergunningverlening die de Omgevingsdienst in 2023 gaat uitvoeren. Door de Omgevingsdienst worden vergunningen verleend en meldingen afgehandeld op grond van de Wabo voor de activiteiten bouwen, ruimtelijke ordening, milieu, brandveiligheid, sloop, aanleg, uitweg/inrit, kappen en monumenten. Ook worden vergunningen verleend en meldingen afgehandeld op grond van de APV en enkele Bijzondere wetten (bijvoorbeeld Drank- en Horecawet, Winkeltijdenwet). Specialisten adviseren Daaronder wordt begrepen de specialistische advisering in het vergunningsproces, zoals constructie, bouwfysica, welstand, brandveiligheid, bodem, externe veiligheid, geluid, archeologie/cultuurhistorie, energie, groen/ecologie, milieu/agrarisch. Daarnaast worden door de specialisten op verzoek adviezen verstrekt aan de gemeenten, bijvoorbeeld in het kader van het opstellen van een bestemmingsplan, een ruimtelijk project of een civieltechnisch werk. Dienstverlening Een specifiek onderdeel betreft de dienstverlening aan burgers en bedrijven.

De Omgevingsdienst vormt – na de in 2022 doorgevoerde herinrichting van het telefoniekanaal, waarbij klanten nu direct contact opnemen met de Omgevingsdienst zonder tussenkomst van het KCC van de gemeente – de 1e lijn in de afhandeling van telefonische en digitale klantvragen. Daartoe zijn binnen de Omgevingsdienst dienstverleningsspecialisten opgeleid, die zoveel mogelijk klantvragen moeten kunnen afhandelen. Daar waar nodig wordt de backoffice ingeschakeld.

12

De concrete uitwerking van deze taken in aantallen en daarvoor benodigde capaciteit wordt verwerkt in het Uitvoeringsprogramma 2023 (UP2023). In het UP2023 wordt per onderdeel de inhoud van de activiteit beschreven, de aantallen geraamd, gekoppeld aan kengetallen en benodigde personele capaciteit. De in het UP2023 te ramen werkzaamheden worden gebaseerd op de ervaringscijfers van 2018-2022 en (landelijke) ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de te verwachten hoeveelheid werk. Van belang in dit verband zijn de inwerkingtreding van de Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen op 1 oktober 2022 dan wel 1 januari 2023. Beide wetten zullen consequenties gaan hebben voor de omvang van de door de Omgevingsdienst uit te voeren taken. Deze consequenties worden zoveel en zo concreet mogelijk uitgewerkt in het UP2023. En vervolgens middels een begrotingswijziging aan de gemeenten worden aangeboden voor wat betreft de financiële gevolgen. Zie ook hierboven bij Kostenreductie (paragraaf 3.2.2). Productgroep Toezicht en Handhaving Toezicht objectbericht In deze categorie vallen de wettelijke taken alsmede de lokale wensen van de 3 gemeenten voor 2023 ten aanzien van de toezicht- en handhavingsinspanningen op het gebied van milieu, bouwen, brandveiligheid, ruimtelijke ordening en APV/Bijzondere Wetten.

De belangrijkste taken in deze productgroep betreffen het toezicht op de bedrijven, het bouwtoezicht, toezicht op bestaande gebouwen (brandveiligheid), het energietoezicht op grootverbruikers en toezicht op evenementen. Toezicht gebiedsgericht Het gebiedsgerichte toezicht bestaat hoofdzakelijk uit het toezicht dat door de buitengewoon opsporingsambtenaren van de Omgevingsdienst wordt uitgevoerd in het openbaar gebied van de drie gemeenten. Hierin wordt specifiek aandacht besteed aan thema’s die door de gemeenten belangrijk worden gevonden, zoals foutparkeren, afvaldumpingen en het zichtbaar patrouilleren in woonwijken. Meldingen Een van de meest tijdrovende aspecten van het toezicht, is het afhandelen van ingekomen meldingen. Meldingen worden onderscheiden in meldingen openbare ruimte en objectgerichte meldingen op het gebied van (illegaal) bouwen en (overlast) bedrijven. De meldingen openbare ruimte hebben merendeels betrekking op de gebruikelijke items als parkeeroverlast, hondenpoep, afvaldumpingen en burengerucht, maar kunnen ook heel specifiek zijn (bijvoorbeeld klachten over hangjongeren).

Juridische werkzaamheden De juridische werkzaamheden bestaan – grofweg – uit twee delen: het afhandelen van bezwaren en beroepen, gericht tegen besluiten van de Omgevingsdienst, en het treffen van handhavingsmaatregelen bij het constateren van overtredingen door een toezichthouder (aanschrijven, last onder dwangsom/bestuursdwang, bouwstop). In het UP2023 zal per specifiek taakonderdeel worden aangegeven wat de exacte inhoud van de activiteit is, het aantal activiteiten per taakonderdeel, het kengetal en de benodigde personele capaciteit. Ook voor toezicht en handhaving zal de aankomende Omgevingswet wijzigingen met zich meebrengen. En ook geldt dat deze wijzigingen pas concreet kunnen worden gemaakt in het UP2023 en financieel in de begrotingswijziging 2023-1. Projecten / Specifieke wensen De projecten verschillen per jaar. Alle projecten worden opgenomen in het UP2023 en worden – mede afhankelijk van bijvoorbeeld seizoensinvloeden en ‘couleur locale’ - in de gemeenten uitgevoerd. Hierdoor is het ook mogelijk in te spelen op de actualiteit en bestuurlijke wensen. Voor 13

de projecten wordt aan de hand van projectopdrachten gewerkt. Afhankelijk van het onderwerp worden de projectleiding en de regie bij de Omgevingsdienst dan wel de gemeente ondergebracht. Als voorbeelden kunnen worden genoemd: aanpak onrechtmatige bewoning, programmatische aanpak woonwagenlocaties, toezicht op locaties met huisvesting voor arbeidsmigranten en aanpak Ondermijning. De benodigde projecturen worden op voorhand gecalculeerd en opgenomen in de projectopdracht. Met de gemeenten vindt afrekening plaats op basis van werkelijk bestede uren. Twee specifieke projecten wordt hieronder iets uitgebreider beschreven. Omgevingswet, WKB en Squit2020/Rx.Mission In 2023 zal nog veel aandacht – en daarmee capaciteit – uitgaan naar de gevolgen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (OW) en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB). Momenteel (februari 2022) loopt een intensief voorbereidings- en implementatietraject, dat ervoor moet zorgen dat de vier organisaties (gemeenten en Servicecentrum) voorbereid zijn op deze nieuwe regelgeving. Belangrijk doel van de OW is het verbeteren van de dienstverlening aan onze klanten (burgers en bedrijven). Daarbij is veel aandacht voor de transitie van een louter toetsende overheid naar een meer proactieve en meedenkende overheid.

Veel meer dan nu zal van al onze medewerkers een meer oplossingsgerichte, adviserende en co-creatieve houding worden gevraagd. De implementatie van de OW en WKB is daarmee niet alleen een technische, procedurele ‘operatie’, maar vraagt vooral ook ontwikkeling van onze medewerkers, inhoudelijk maar nog meer op het gebied van houding en gedrag. Inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt digitaal ondersteund door de ingebruikname van nieuwe software. Het provinciebrede project betreffende de implementatie van de in 2018 aangeschafte applicatie Squit2020 verloopt zeer stroef. Gesprekken met en zelfs juridische stappen jegens de leverancier van het tekortschietende softwarepakket moeten op korte termijn leiden tot oplossingen. Door de uitgestelde inwerkingtreding van de OW en WKB is wat meer tijd om deze digitale knelpunten tijdig weg te nemen. Met een werkende VTH-applicatie wordt tevens voorzien in de noodzakelijke aansluiting op het zogenoemde Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Doorontwikkeling van deze nieuwe applicatie zal ook in 2023 nog nodig zijn. Zo zal er, ook in 2023, nog veel werk zijn met het opnieuw inrichten van een stuurinformatiemodel (lees: kwartaaldashboards) voor de Omgevingsdienst. Kostenreductie De Omgevingsdienst stelt zich ten doel om de afgesproken taken zo kostenefficiënt mogelijk uit te voeren.

Door een deel van het werk – dat veelal sterk afhankelijk is van de wisselende klantvraag – flexibel te organiseren, kunnen kosten worden beperkt. Bovendien werkt de Omgevingsdienst aan het effectief reduceren van kosten bijvoorbeeld door regelmatig gebruik te maken van werkervarings- en stageplekken, maar ook door het genereren van inkomsten: inkomsten uit werkzaamheden voor partners binnen de RUD Limburg Noord en inkomsten uit de RUD-academie (die grotendeels draait op de inbreng van docenten van de MER-OD).

14

2.4 Wat gaat dat kosten? OMGEVINGSDIENST

Vergunningen

Realisatie 2021

Omgevingscommissie Externe adviseurs Inhuur flexibele schil Proceskosten Totaal

Begroting 2022 na wijzigingen t/m 2022-1

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

€ € € € €

17.893,00 € 36.907,00 € 1.405.438,00 € 13.348,00 € 1.473.586,00 €

30.000,00 € 50.000,00 € 1.401.250,00 € 10.000,00 € 1.491.250,00 €

30.000,00 € 50.000,00 € 494.761,00 € 10.000,00 € 584.761,00 €

30.000,00 € 50.000,00 € 494.761,00 € 10.000,00 € 584.761,00 €

30.000,00 € 50.000,00 € 494.761,00 € 10.000,00 € 584.761,00 €

30.000,00 50.000,00 494.761,00 10.000,00 584.761,00

Toezicht & Handhaving Autokosten/Lease auto's Afschrijving auto's Totaal

€ € €

46.368,00 € 9.138,00 € 55.506,00 €

42.000,00 € 9.138,00 51.138,00 €

42.000,00 €

42.000,00 €

42.000,00 €

42.000,00

42.000,00 €

42.000,00 €

42.000,00 €

42.000,00

Personeel

Kosten Personeel Overige personeelskosten Stelpost langdurig ziekteverzuim Stelpost onvoorzien Totaal

€ € € € €

4.802.765,00 € 322.752,00 € € € 5.125.517,00 €

5.129.449,00 € 276.737,00 € 220.566,00 € 50.000,00 € 5.676.752,00 €

5.129.449,00 € 5.129.449,00 € 5.129.449,00 € 276.737,00 € 276.737,00 € 276.737,00 € 220.566,00 € 220.566,00 € 220.566,00 € 50.000,00 € 50.000,00 € 50.000,00 € 5.676.752,00 € 5.676.752,00 € 5.676.752,00 €

5.129.449,00 276.737,00 220.566,00 50.000,00 5.676.752,00

Doorbelasting

Doorbelasting bedrijfsvoering

€

-

€

1.595.561,00 €

1.536.958,00 €

1.491.545,00 € 1.491.545,00 €

1.491.545,00

Totaal

€

-

€

1.595.561,00 €

1.536.958,00 €

1.491.545,00 € 1.491.545,00 €

1.491.545,00

€

6.654.609,00

€

8.814.701,00 €

7.840.471,00 €

7.795.058,00

€ 7.795.058,00 €

7.795.058,00

€ € €

1.860.734,00 € 2.119.427,00 € 1.510.195,00 €

2.017.575,00 € 2.198.780,00 € 1.572.956,00 €

2.128.260,00 € 2.238.083,00 € 1.413.830,00 €

2.128.260,00 € 2.128.260,00 € 2.238.083,00 € 2.238.083,00 € 1.413.830,00 € 1.413.830,00 €

2.128.260,00 2.238.083,00 1.413.830,00

€ € €

556.053,00 € 605.994,00 € 433.514,00 €

565.908,00 € 595.110,00 € 375.940,00 €

Totale lasten Bijdrage gemeenten

Maasgouw Echt-Susteren Roerdalen Doobelasting Maasgouw Doorbelasting Echt-Susteren Doorbelasting Roerdalen

549.187,00 € 577.526,00 € 364.832,00 €

549.187,00 € 577.526,00 € 364.832,00 €

549.187,00 577.526,00 364.832,00

100.000,00 € 100.000,00 € 7.371.718,00 € 7.371.718,00 €

100.000,00 7.371.718,00

Inkomsten RUD / Acad. Totaal

€ €

92.443,00 € 5.582.799,00 €

100.000,00 € 7.484.872,00 €

100.000,00 € 7.417.131,00 €

UP

Maasgouw Echt-Susteren Roerdalen Totaal

€ € € €

325.312,00 € 376.680,00 € 96.478,00 € 798.470,00 €

436.353,00 € 514.543,00 € 105.593,00 € 1.056.489,00 €

51.800,00 € 58.800,00 € 39.400,00 € 150.000,00 €

51.800,00 € 58.800,00 € 39.400,00 € 150.000,00 €

51.800,00 € 58.800,00 € 39.400,00 € 150.000,00 €

51.800,00 58.800,00 39.400,00 150.000,00

Bijdrage VVGB

Maasgouw Echt-Susteren Roerdalen Totaal

€ € € €

171.490,00 € 70.048,00 € 31.802,00 € 273.340,00 €

171.490,00 € 70.048,00 € 31.802,00 € 273.340,00 €

171.490,00 € 70.048,00 € 31.802,00 € 273.340,00 €

171.490,00 € 70.048,00 € 31.802,00 € 273.340,00 €

171.490,00 € 70.048,00 € 31.802,00 € 273.340,00 €

171.490,00 70.048,00 31.802,00 273.340,00

Totale baten

€

6.654.609,00 €

8.814.701,00 €

7.840.471,00 €

7.795.058,00 € 7.795.058,00 €

7.795.058,00

Saldo

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

15

Toelichting Onze lasten bestaan uit personeelskosten: loonkosten, inhuurkosten en overige personeelskosten. Onze baten bestaan uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten, bijdragen inzake aanvullende dienstverlening en de inkomsten uit werkzaamheden voor derden (RUD) en de MER-Academie. Hieronder wordt de begroting verder toegelicht. Bijdrage gemeenten Voor de uitvoering van de reguliere wettelijke taken, jaarlijks vast te leggen in een Uitvoeringprogramma, ontvangt de Omgevingsdienst jaarlijks een bijdrage van de drie gemeenten. Tot en met het begrotingsjaar 2018 was deze bijdrage voorts gebaseerd op een vaste kostenverdeelsleutel, voortvloeiend uit de onderlinge verhouding van de door de drie gemeenten in 2013 in de Omgevingsdienst ingebrachte personele middelen. Met ingang van het begrotingsjaar 2019 wordt de gemeentelijke bijdrage bepaald op basis van de werkelijke output T-2; voor de gemeentelijke bijdrage aan de Omgevingsdienst in 2023 is derhalve de output van het jaar 2021 bepalend. Inkomsten RUD-werkzaamheden en MER/RUD-Academie Binnen de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) wordt samengewerkt door de deelnemende gemeenten. Deze samenwerking kan uitmonden in het door een gemeente feitelijk ondersteunen van een andere gemeente door het leveren van capaciteit.

Deze werkzaamheden worden binnen de RUD uitgevoerd tegen een vast uurtarief (2022: € 83, uurtarief 2023 is nog niet vastgesteld). De Omgevingsdienst heeft de afgelopen jaren inkomsten kunnen genereren als gevolg van het leveren van capaciteit aan een aantal RUD-partners. Het inschatten van deze inkomsten voor 2023 is lastig. Er is een ontwikkeling aan de orde waarbij steeds meer gemeenten – onder financiële druk – kiezen voor herprioritering van toezichttaken. En als gevolg daarvan de ondersteuning vanuit de Omgevingsdienst niet of in mindere mate nodig hebben. Anderzijds zien we wel een toenemende behoefte aan specialisten (energie, bodem, groen, externe veiligheid, geluid). Op deze vakdisciplines kan de Omgevingsdienst mogelijk wat meer – beter gesteld: nog meer dan nu reeds het geval is – gaan betekenen voor de regio. Daarnaast genereert de Omgevingsdienst inkomsten door het aanbieden van trainingen aan andere organisaties vanuit de MER/RUD-Academie. De Omgevingsdienst organiseert trainingen op allerlei deelgebieden van het omgevingsrecht voor en door eigen medewerkers, maar ook medewerkers van andere organisaties kunnen hierbij aansluiten. Deze inkomsten zijn reeds een aantal jaren stabiel. Resumerend worden de inkomsten uit de RUD-samenwerking vooralsnog voor 2023 wederom ingeschat op € 100.000.

16

Programma Sociaal Domein 3.1. Inleiding De drie MER-gemeenten werken jaarlijks met het Sociaal Domein samen aan een zo realistisch mogelijk uitvoeringsprogramma dat richting geeft aan taken, ontwikkelingen en projecten die het team voor de drie gemeenten gezamenlijk (of juist specifiek voor één afzonderlijke gemeente) uitvoert. Het gaat daarbij om het vinden van de juiste balans tussen de beschikbare capaciteit van het team en de hoeveelheid uit te voeren taken en werkzaamheden. Klantwaarde centraal stellen en het continu verbeteren van processen is geborgd binnen het team. Door een goede analyse van de wensen en ontwikkelingen van de MER-gemeenten geeft het uitvoeringsprogramma richting aan het gewenste niveau van kwaliteit en klantgerichtheid. Daarnaast geeft het mogelijkheden om kostenreductie te realiseren, om in te spelen op kwetsbaarheid en om risico’s voor het team nadrukkelijk onder de aandacht te brengen. 3.2. Wat willen we bereiken? Kwaliteit Ook in 2023 zetten we in op het verlenen van kwalitatief goede service en excellente dienstverlening op het gebied van zorg, ondersteuning en participatie.

Als Sociaal Domein dragen wij bij aan het bereiken van de volgende maatschappelijke effecten: - Zorgen voor een basisinkomen voor burgers die (tijdelijk) niet zelfstandig in hun bestaansonderhoud kunnen voorzien; - Het ondersteunen van burgers met financiële problemen; - De zelfredzaamheid van burgers vergroten; - De participatie verhogen zowel op werk- als maatschappelijk gebied, iedereen kan meedoen; - Voorzien in een laagdrempelige en toegankelijke zorg; - Inwoners ondersteunen zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen; - Geïndiceerde voorzieningen zoveel mogelijk te transformeren naar laagdrempelige ondersteuning en eigen kracht van burger en samenleving. Om dit te kunnen realiseren hebben we onze processen ingericht vanuit het klantperspectief en hebben we kwaliteitscriteria en werkinstructies opgesteld. Toetsing vindt plaats op basis van steekproeven, waarbij extra aandacht is voor aspecten zoals doelmatigheid en de omgekeerde toets. Per kwartaal wordt een rapportage met resultaten en verbeterpunten opgesteld en met de medewerkers besproken. In het opleidingsplan is opgenomen welke opleidingen we nodig vinden voor de doorontwikkeling van onze organisatie én de doorontwikkeling van onze medewerkers. De opleidingen die worden aangeboden zijn enerzijds gericht op het ontwikkelen en bijhouden van kennis en anderzijds op de ontwikkeling van competenties en inzicht.

Op het gebied van de sturings- en managementinformatie ontwikkelen we door om optimaal in positie te blijven als het gaat om het sturen, managen en uitvoeren van de taken in het sociaal domein binnen de kaders van het uitvoeringsprogramma. De kwaliteit wordt gemeten aan de hand ven de volgende prestatie-indicatoren: 17

-

Doorlooptijden; Aantal klachten; Aantal ontvankelijk en gegronde bezwaar- en beroepsschriften.

Klantgerichtheid Wij willen een excellente dienstverlener zijn voor onze burgers en de partners. We communiceren in heldere taal. Onze dienstverlening staat in het teken van de klant. Wij zijn toegankelijk en dichtbij georganiseerd. We werken gebiedsgericht waarbij de klantmanagers Wmo, werk en inkomen per gebied actief zijn. Onze klantmanagers zijn voor zowel de burger als voor de ketenpartners het bekende gezicht in één of meerdere kernen. Waar gebundelde kennis en kunde efficiënter is, werken we in MER-brede teams. Een voorbeeld hiervan is het team bijzondere verstrekkingen voor de bijzondere bijstand en minimaregelingen. We springen in op de snel veranderde vraag en zijn daarmee flexibel in onze dienstverlening naar burgers toe. De beweging van “focus op rechtmatige en efficiënte afhandeling op basis van wet- en regelgeving” naar een “faciliterend optreden waarbij we vraag- en oplossingsgericht werken” is gemaakt. De klant is het uitgangspunt: we kijken naar diens vraag, leefwereld en behoefte en zorgen samen met de klant voor praktische oplossingen. Vanzelfsprekend blijven we oog hebben voor eigen kracht en netwerk en welke algemene voorzieningen al (deels) een oplossing kunnen bieden. We blijven actief aan de slag met de integrale dienstverlening aan de klant. De prestatie-indicator klanttevredenheid binnen het Sociaal Domein wordt gemeten.

Na afhandeling van een aanvraag informeren we bij de klant hoe de dienstverlening werd ervaren en of de oplossing naar tevredenheid is. Daarnaast hebben wij in het Wmo-proces de stap ‘nazorg’ ingevoerd. Daarbij worden de klanten circa 6 weken na afronding van het proces door de klantmanager gebeld met de vraag of alles is conform afspraak en wens is. Dit wordt door de klanten bijzonder op prijs gesteld. De informatie die wij hiermee ontvangen zetten wij in voor de verdere verbetering van onze kwaliteit. Kostenreductie (efficiency) Wat betreft de kosten sturen we tweeledig: - Kostenbeheersing via de begrotingscyclus, het uitvoeringsprogramma en het monitoren van - de realisatie. - Efficiency door het intern sturen op normtijden, waaronder het monitoren van prognose versus realisatie. We blijven actief op zoek naar meer efficiency en naar het optimaliseren van de balans tussen beschikbare capaciteit en de hoeveelheid uit te voeren taken en werkzaamheden. Medewerkers worden flexibel ingezet en we blijven streven naar verdere automatisering van ondersteunende processen. Ook in 2023 blijven we werken met verbeterteams waarmee er verder gebouwd wordt aan het optimaliseren van onze processen en systemen en het creëren van meer klantwaarde c.q. verbeteren van onze dienstverlening.

Hiermee is een cultuur gecreëerd waarbij het team Sociaal Domein structureel een focus heeft op continu verbeteren.

18

Couleur locale Het sociaal domein werkt in opdracht van de drie gemeenten. Autonomie in beleid van de gemeenten is daarbij een gegeven, waarbij we in de uitvoering wel de toegevoegde waarde hiervan afwegen tegen klantgerichtheid en efficiency. Specifieke opdrachten die de couleur locale versterken, worden opgezet in de vorm van projecten (aanvullende dienstverlening.) Wij vinden het belangrijk met de inzet van de medewerkers aan te sluiten bij de wensen en uitgangspunten van de gemeente. Dit versterkt de verbondenheid en het realiseren van de maatschappelijke doelen. Kwetsbaarheid Door het samenbrengen van de werkzaamheden van de drie gemeenten binnen het team Sociaal Domein MER is de eerdere kwetsbaarheid grotendeels opgeheven. Doordat afgelopen jaren het beleid grotendeels is geüniformeerd kan het Sociaal Domein efficiënter werken, is dienstverlening verbeterd en de kwetsbaarheid verminderd. Ontwikkelingen 2023 De volgende interne en externe ontwikkelingen worden verwacht in 2023:  Wijziging Wmo abonnementstarief Het nieuwe kabinet heeft aangekondigd om het Wmo abonnementstarief te gaan aanpassen. Deze wijziging kan invloed hebben op het aantal Wmo meldingen.

 Toegang beschermd wonen en Maatschappelijke Opvang In de regio Noord- en Midden-Limburg is besloten de Toegang voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang lokaal of sublokaal (zoals bij de MER- gemeenten) te beleggen. Dit betekent extra werkzaamheden voor indicatieproces en regievoering, welke bij SC MER belegd worden. In het UP 2022 worden afspraken gemaakt worden over de uitvoering van deze taken en de daarvoor benodigde middelen. Ook voor deze nieuwe taken beschouwen wij 2022 als jaar om zicht te krijgen op eventueel structureel benodigde middelen voor de jaren vanaf 2023.  Wet inburgering De nieuwe Inburgeringswet is in werking getreden per 1 januari 2022. Doel van deze wet is dat alle inburgeringsplichtigen snel en volwaardig mee kunnen doen aan de Nederlandse samenleving, een zo hoog mogelijk taalniveau behalen en het liefst door middel van betaald werk maximaal participeren. Gemeenten hebben in dit stelsel de regierol op de inburgering. Het invoeringsjaar 2022 wordt gebruikt om scherper zicht te krijgen op de benodigde structurele middelen vanaf 2023.  Wijzigingen Participatiewet Wijzigingen in de Participatiewet in het kader van het Breed Offensief, waarbij de stap naar werk aantrekkelijker en eenvoudiger wordt voor mensen met een arbeidsbeperking. Door de val van het kabinet begin 2021 is de uitwerking van dit wetsvoorstel vooruitgeschoven.

De verwachting is dat het nieuwe kabinet in 2022 en 2023 de uitwerking weer oppakt.  Verwachte wijzigingen Sociaal Domein Eind 2021 is het Coalitieakkoord 'Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst' gepresenteerd. Voor het Sociaal Domein worden er verschillende wijzigingen verwacht, waaronder: - De hervorming van de arbeidsmarkt; ondanks de grote krapte op de arbeidsmarkt, zijn er nog teveel mensen die er niet tussen komen en onnodig langs de kant staan. De komende jaren worden meer mensen, ook met een afstand tot de arbeidsmarkt, naar werk begeleid en wordt het aantal beschutte werkplekken uitgebreid. De arbeidsmarktinfrastructuur wordt uitgebreid om de overgang van werk-naar-werk en van uitkering-naar-werk te stimuleren. Onderdeel hiervan zijn instrumenten voor om- en bijscholing die de overstap naar tekortberoepen ondersteunen. Opgedane ervaringen met de regionale mobiliteitsteams in de coronacrisis worden hierbij betrokken. 19

-

De bijverdiengrenzen in de Participatiewet worden verruimd en de kostendelersnorm wordt gewijzigd zodat inwonende jongvolwassenen tot 27 jaar niet langer meetellen als kostendeler voor de uitkering van huisgenoten. - De brede armoede- en schuldenaanpak wordt doorgezet. Kinderarmoede moet sterk worden verminderd. Er wordt ingezet op financiële educatie, preventie en vroegsignalering, zodat schulden voorkomen kunnen worden of vroegtijdig verholpen. Regionale doorontwikkeling uitvoering participatie. Sinds medio 2019 heeft er een bestuurlijk en ambtelijk traject plaatsgevonden om met de 5 gemeenten Roermond, Roerdalen, Maasgouw, Leudal en Echt-Susteren (regio Midden Limburg Oost) te komen tot een regionaal programma voor de uitvoering van het werkdeel van de Participatiewet, onder de werknaam Doorontwikkeling Participatiewet. In dit proces heeft de Stuurgroep Doorontwikkeling Participatiewet bestaande uit 5 portefeuillehouders Sociale zaken van de betrokken gemeenten, onderzoek gedaan naar de manier waarop deze aanpak vorm kan krijgen. De resultaten van dit traject zijn vastgelegd in de Business Case Bedrijfsvoering.

Vanaf het 2e kwartaal 2021 is het traject een nieuwe fase in gegaan waarin met de gemeenten Roermond, Maasgouw, Roerdalen en SC MER wordt toegewerkt naar het opstellen van een bedrijfsplan voor het oprichten van een regionale entiteit voor de uitvoering van het programma. Besluitvorming over dit voorstel heeft begin 2022 plaatsgevonden. Wij verwachten dat in 2022 op basis van de besluitvorming een duidelijker beeld gevormd kan worden over de implicaties voor het Sociaal Domein vanaf 2023.

In afstemming met de gemeenten worden de gevolgen van deze ontwikkelingen voor het team Sociaal Domein in kaart gebracht. 3.3 Wat gaan we daarvoor doen? We voeren voor de deelnemende gemeenten met inachtneming van de kaders voor kwaliteit, klantgerichtheid en kosten de volgende producten en diensten uit: - de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo); - Uitvoering van de taak Beschermd Wonen als onderdeel van de Wmo; - de Participatiewet; - de Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen (Ioaz) - ondersteuning aan ondernemers (Bbz) ; - de nieuwe wet Inburgering; - het afgeven van sociaal medische indicaties o.g.v. de Wet kinderopvang; - het minimabeleid; - de gehandicaptenparkeerkaart; - het leerlingenvervoer. Uitvoeringsprogramma Met het uitvoeringsprogramma (UP) wordt een concrete invulling gegeven aan de producten en projecten die we voor de gemeenten uitvoeren en de hierover gemaakte afspraken. Het uitvoeringsprogramma is de basis voor ons dagelijks handelen. De realisatie van de gemaakte afspraken wordt gemonitord. Ieder kwartaal wordt aan de gemeenten gerapporteerd over de resultaten.

20

3.4 Wat gaat dat kosten ? SOCIAAL DOMEIN

Sociaal Domein

Projecten

Overig

Doorbelasting

Realisatie 2021

Kosten personeel Up SD 2022 Totaal

€

Kosten personeel / inhuur Projectkosten snelbalie burgerportaal Totaal

€

Overige personeelskosten Kosten overig Implementatiebudget Stelpost langdurig ziekteverzuim Stelpost onvoorzien Totaal

4.799.809,00 € 5.350.712,00 € € 209.952,00 4.799.809,00 € 5.560.664,00 €

Begroting 2025

Begroting 2026

5.323.500,00 €

5.323.500,00 € 5.323.500,00 €

5.323.500,00

5.323.500,00 €

5.323.500,00 € 5.323.500,00 € 5.323.500,00

€ € €

292.551,00 € 74.402,00 € 108.628,00 € € €

271.071,00 € 60.000,00 97.251,00 211.456,00 50.000,00

217.144,00 € 60.000,00 97.251,00 211.456,00 50.000,00

217.144,00 € 60.000,00 97.251,00 211.456,00 50.000,00

217.144,00 € 60.000,00 97.251,00 211.456,00 50.000,00

217.144,00 60.000,00 97.251,00 211.456,00 50.000,00

€

475.581,00 €

689.778,00 €

635.851,00 €

635.851,00 €

635.851,00 €

635.851,00

€

1.512.458,00 €

1.442.099,00 €

1.399.488,00 € 1.399.488,00 €

1.399.488,00

€ 1.512.458,00 €

1.442.099,00 €

1.399.488,00 € 1.399.488,00 € 1.399.488,00

€

6.098.024,00 € 8.432.715,00 €

7.401.450,00 €

7.358.839,00 € 7.358.839,00 € 7.358.839,00

€ € €

1.490.309,00 € 2.326.678,00 € 1.438.403,00 €

1.787.319,00 € 2.527.626,00 € 1.560.525,00 €

1.587.530,00 € 2.501.697,00 € 1.484.965,00 €

1.587.530,00 € 1.603.524,00 € 2.501.697,00 € 2.526.902,00 € 1.484.965,00 € 1.499.926,00 €

€ € €

460.091,00 € 650.658,00 € 401.709,00 €

410.709,00 € 647.214,00 € 384.175,00 €

398.574,00 € 628.090,00 € 372.823,00 €

398.574,00 € 628.090,00 € 372.823,00 €

398.574,00 628.090,00 372.823,00

BBZ Roerdalen € 20.000,00 € Deelname benchmark Werk & Inkomen € 8.444,00 Deelname benchmark Statushouders € 4.412,00 € Uitvoering TOZO (M,E,R) € 230.026,00 € Bijdrage WSP (M,E,R) € 105.575,00 € Sociale wijkteams Maasgouw € 64.128,00 € Sociale wijkteams Echt-Susteren € 78.583,00 € Sociale wijkteams Roerdalen € 64.141,00 € Project ondermijning Roerdalen € 50.641,00 € Participatie Statushouders Maasgouw € 71.039,00 € Workshops re-integratie statushouders € 9.750,00 Workshops Participatieverklaring € 5.330,00 € Brede intake Roerdalen € 1.040,00 Extra inhuur inkomen (M,E,R) € 18.342,00 Project extra inzet waar nodig Roerdalen € Project kinderopvang Roerdalen € 9.360,00 € Uitvoering kindpakket Echt-Susteren € 1.625,00 € Project mantelzorgcompliment (E,R) € 9.425,00 € Project aflopende contracten huishoudelijke € hulp31.111,00 Project Tonk € 14.000,00 Implementatie nieuwe inburgeringswet € 33.000,00 Nieuwe wet inburgering MG € 12.662,00 ESF € Geluksbudget Roerdalen € Project inburgering (M,E,R) € Beschermd wonen (M,E,R) € € 6.098.024,00 €

20.000,00 € 8.530,00 4.460,00 77.760,00 € 118.275,00 € 75.696,00 € 63.869,00 € 56.772,00 € 55.000,00 89.000,00

20.000,00 €

20.000,00 €

20.000,00 €

20.000,00

56.160,00 € 112.500,00 € 63.750,00 € 72.000,00 € 60.750,00 €

56.160,00 112.500,00 € 63.750,00 € 72.000,00 € 60.750,00 €

112.500,00 € 63.750,00 € 72.000,00 € 60.750,00 €

112.500,00 63.750,00 72.000,00 60.750,00

7.358.839,00 € 7.358.839,00 €

7.358.839,00

€

Doorbelasting bedrijfsvoering

Maasgouw Echt-Susteren Roerdalen

€

-

Doorbelasting Maasgouw Doorbelasting Echt-Susteren Doorbelasting Roerdalen

Saldo

Begroting 2024

632.415,00 37.400,00 669.815,00 €

Totale lasten

Totale baten

Begroting 2023

822.634,00 € € 822.634,00 €

Totaal

Bijdrage gemeenten

€

Begroting 2022 na wijzigingen t/m 2022-1

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

1.603.524,00 2.526.902,00 1.499.926,00

4.860,00

19.440,00 1.688,00 9.788,00

18.765,00 9.855,00 353.447,00 57.582,00 8.432.715,00 €

-

€

7.401.450,00 €

-

€

-

€

-

€

-

Toelichting De lasten bestaan vooral uit de personeelskosten van de teams frontoffice en backoffice, i.c. loonkosten, inhuurkosten en overige personeelskosten. De beschikbare formatie per jaar vormt steeds de basis voor de uit te voeren taken binnen het Uitvoeringsprogramma en dit dient met elkaar in balans te zijn. Wensen die boven de beschikbare formatie uitstijgen, vertalen we in projecten per gemeente en worden door de gemeente afzonderlijk bekostigd en middels een kwartaalafrekening achteraf in het lopende jaar betaald. Onze baten bestaan uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten en de bijdragen die te maken hebben met de aanvullende dienstverlening / projecten voor de drie gemeenten.

21

Programma Bedrijfsvoering 4.1. Inleiding Bedrijfsvoering van SC-MER kan enkel kwaliteit leveren en kostenefficiënt zijn wanneer de processen, de producten en diensten zoveel mogelijk worden gestandaardiseerd voor de 4 MER-organisaties en wanneer de drie gemeenten kennis en kunde op het gebied van bedrijfsvoering zoveel mogelijk centraliseren in het SC-MER. Het SC-MER heeft de opdracht om de regie te pakken door initiërend op de inhoud en sturend op het proces te zijn. In onderstaande tabel is tot uitdrukking gebracht dat “initiërend op inhoud en sturend op proces” betekent dat Bedrijfsvoering zich daarmee onderscheidt van de Omgevingsdienst en het Sociaal Domein. Het inhoudelijke bedrijfsvoerings-beleid wordt door de vier organisaties gezamenlijk bepaald. Het SC-MER voert hierin de regierol initiërend vanuit in de inhoud, sturend op het proces.

SD en OD

Bedrijfsvoering

Inhoudelijk beleid

Primaat gemeente, SC-MER adviserend

Primaat SC-MER, gemeenten toetsend

Rol SC-MER

Primair uitvoerend

Beleid én uitvoering

Verhouding

Opdrachtgever/ opdrachtnemer

Samenwerking met regie vanuit SCMER

Het programma Bedrijfsvoering omvat de werkvelden Financiën (team Financiën), DIV en I&A (team Informatisering) en HRM (team HRM). 4.2 Financiën De focus van het team Financiën ligt op het leveren van Kwaliteit voor onze Klanten (partnerschap). De K van Kosten is inmiddels in control. Met de toegestane formatie, richt het team Financiën zich dan ook op het harmoniseren en uniformeren van (beleid en) processen om de onderlinge vervangbaarheid te vergroten, kwetsbaarheid te verminderen en de beschikbare capaciteit effectief en efficiënt in te kunnen zetten. Het uiteindelijke doel is om met de toegestane formatie het gevraagde en afgesproken werk (PDC en projecten opgenomen in het UP) ‘in een keer goed’ (kwalitatief en gericht op de klant), uit te kunnen voeren. 4.2.1 Wat willen we bereiken? Voor de drie subteams van Financiën ziet dit er als volgt uit: - De ontwikkeling van het sub-team Advies is met name gericht op het verstevigen en verbeteren van de adviesrol. De relatie met de gemeente als zijnde een partner verder opbouwen en uitbouwen en meer domeingericht te werken. Dit moet leiden tot verbetering van de advisering en vermindering van de kwetsbaarheid.

22

-

-

Voor het sub-team Beheer ligt de focus op het uniformeren van beheerprocessen middels de lean methodiek. Het beoogd resultaat is om effectiever en efficiënter met de beschikbare capaciteit om te kunnen gaan en de onderlinge vervangbaarheid te vergroten (verminderen kwetsbaarheid). Daarnaast wordt aandacht gegeven aan automatisering en digitalisering van de beheerprocessen. Hierdoor wordt het mogelijk om met de beschikbare capaciteit de in het PDC opgenomen producten en diensten op het gewenste kwalitatieve niveau, te leveren. De ontwikkeling van het sub-team IC (Interne Controle) is mede gelet op de implementatie van de ‘rechtmatigheidsverantwoording’ gericht op de omslag van rapporteren van bevindingen, via het geven van aanbevelingen naar adviseurschap (niet alleen constaterend, maar ook aanbevelend en adviseren).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=51270338-a708-4442-ba03-117defc967c1