Raadsvoorstel Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Raadsvergadering
16 december 2025
Documentnummer:
D/25/217080
Zaaknummer:
Z/25/150128
fin Onderwerp: Van: Voorstel:
Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020 College (portefeuillehouder Cretskens) Aan de raad wordt voorgesteld: 1. De vijfde wijzigingsverordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020 vast te stellen conform bijgevoegd concept raadsbesluit.
*BARCODE*
Pagina 1 van 5
Inleiding: Vanwege nieuwe jurisprudentie en beleidsontwikkelingen op landelijk en regionaal niveau, ligt er een wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020 (hierna: verordening) voor. De gewijzigde verordening is gezamenlijk in de regio Midden-Limburg voorbereid. De gemeentes in Midden-Limburg Oost hebben een gelijkluidende verordening. De gemeentes in Midden-Limburg West hebben twee verordeningen: jeugdhulp en Wmo. Echter, er heeft wel afstemming plaatsgevonden zodat de inhoud gelijk is. Deze ontwikkelingen zijn: de aanhoudende stijging van de jeugdhulpkosten en daarmee gepaard gaande financiële druk op de gemeenten; de invoering van de Hervormingsagenda Jeugd 2023–2028 waarin onder meer afspraken zijn gemaakt over het beperken van de jeugdhulpplicht en het verduidelijken van begrippen als ‘eigen kracht’ en ‘gebruikelijke zorg’; recente jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB) die gemeenten verplicht hun verordeningen juridisch beter te onderbouwen, én de noodzaak tot versterkt toezicht en handhaving vanwege zorgen over de kwaliteit en integriteit in de jeugdhulp. wijzigingen Persoonsgebonden budget (hierna: PGB): bepalingen die de eisen voor de budgethouder verduidelijken. Beslispunten: 1.
De vijfde wijzigingsverordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020 vast te stellen conform bijgevoegd concept raadsbesluit.
Argumenten: 1.1
Actualisatie van de verordening is noodzakelijk ter waarborging van juridische rechtmatigheid, afstemming op actuele jurisprudentie en landelijke regelgeving De huidige verordening dateert uit 2020. Sindsdien is er belangrijke jurisprudentie die gevolgen heeft voor de uitvoering van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo). Om juridisch correct te kunnen blijven handelen, is een actualisatie van de verordening noodzakelijk. De belangrijkste wijzigingen betreffen het verduidelijken en aanscherpen van bepalingen over rechtmatigheid, doelmatigheid, uitvoerbaarheid van de jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Daarnaast worden de voorwaarden voor de kwaliteit van hulp vanuit het PGB aangescherpt, evenals maatregelen ter voorkoming van belangenverstrengeling. De belangrijkste wijzigingen die voorgesteld worden zijn: Eigen mogelijkheden en gebruikelijke zorg: artikel 12 betreft een nieuwe bepaling dat geen individuele voorziening wordt verstrekt indien uit het onderzoek blijkt dat de jeugdige of diens ouders zelf voldoende mogelijkheden hebben om in de hulpvraag te voorzien. Deze afwijzingsgrond is gebaseerd op rechtspraak van de CRvB1 en sluit aan bij artikel 2.3 Jeugdwet, waarin de eigen verantwoordelijkheid van ouders centraal staat.
Daarnaast bepaalt het nieuwe artikel 12 lid 1, sub a dat geen voorziening wordt verstrekt wanneer de problematiek past bij de normale ontwikkelingsbehoeften van de jeugdige en geen sprake is van een onderliggende stoornis of beperking. Deze bepaling anticipeert op de voorgenomen wetswijziging vanuit de Hervormingsagenda Jeugd 2023–2028, waarin is beoogd de doelgroep van de Jeugdwet te beperken tot jeugdigen met complexe problematiek. Voor een rechtmatige toepassing moet het college – conform artikel 9.2 – gestructureerd toetsen: eerst de inzet van eigen kracht, dan van gebruikelijke hulp en bovengebruikelijke hulp en pas daarna van individuele hulp2.
1 ECLI:NL:CRVB:2020:1749 2 ECLI:NL:CRVB:2017:1477
Pagina 2 van 5
Kwaliteitseisen gemeentelijke toegang en jeugdhulp: artikel 4 is nieuw toegevoegd en hiermee worden kwaliteitseisen gesteld aan de gemeentelijke toegang tot jeugdhulp. Onderzoek moet worden uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van een geregistreerde professional met passende deskundigheid. Bij complexe hulpvragen gelden aanvullende eisen, zoals het gebruik van gevalideerde instrumenten en inzet van academisch opgeleide professionals. Het artikel bepaalt ook dat jeugdigen worden gehoord: vanaf 12 jaar verplicht, onder de 12 jaar tenzij dit niet mogelijk is of in strijd met het belang van de jeugdige. Besluitvorming mag niet worden overgedragen aan aanbieders en moet voldoen aan geldende richtlijnen van jeugdhulp. Afstemming met andere voorzieningen: artikel 11 is nieuw toegevoegd. Dit artikel beschrijft op welke wijze het college zorgdraagt voor een zorgvuldige afstemming tussen jeugdhulp en aanpalende voorzieningen zoals gezondheidszorg, langdurige zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning en werk en inkomen. Daarbij wordt expliciet aandacht besteed aan de continuïteit van ondersteuning rondom de 18e verjaardag van de jeugdige, met als doel te voorkomen dat jongeren door veranderende wettelijke kaers tussen wal en schip raken. Niet gecontracteerde aanbod: het huidige artikel 5.2 wordt aangescherpt.
Jeugdhulp via nietgecontracteerde aanbieders wordt niet vergoed, tenzij aan PGB voorwaarden is voldaan én de gemeente geen passend gecontracteerd aanbod heeft. Hiermee wordt ongewenst instroom buiten het gemeentelijk kader voorkomen. Identificatie: het nieuwe artikel 7 borgt dat het college de identiteit van de jeugdige, diens ouder of wettelijk vertegenwoordiger op grond van de Jeugdwet en respectievelijk de client op grond van de Wmo 2015 vaststelt aan de hand van een identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Deze verplichting volgt uit de Regeling Jeugdwet Artikel 2.3. en de systematiek van de Wmo 2015 op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel uit de Algemene wet Bestuursrecht (hierna: Awb). Deze bepaling draagt bij aan een zorgvuldige en rechtmatige besluitvorming over het verlenen van Wmo of jeugdhulp. Bewezen effectieve interventies: In dit nieuw lid 4 van artikel 9 is bepaald dat het college jeugdhulp uitsluitend toekent als de in te zetten voorziening naar verwachting doeltreffend is. Waar mogelijk wordt gekozen voor een bewezen effectieve interventie. Hiermee wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt van verantwoorde hulp op basis van effectiviteit, zoals verankerd in de Jeugdwet en nader uitgewerkt in de Hervormingsagenda 2023-2028.
PGB-regeling: artikel 14, lid 2 bepaalt dat een PGB niet wordt verstrekt bij een aanzienlijke kans op belangenverstrengeling, zoals wanneer de budgetbeheerder niet onafhankelijk, nabij of voldoende gekwalificeerd is3. Toezicht en handhaving: artikel 19, lid 10 is een nieuwe bepaling in de verordening omtrent toezicht en handhaving. Artikel 19, lid 10 bevat nieuwe maatregelen waarmee het college misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van voorzieningen op grond van de Jeugdwet actief kan voorkomen en bestrijden — onder andere via controles, samenwerking met toezichthoudende instanties en het stellen van eisen aan pgb-aanbieders. 1.2
Algemene Maatregel van Bestuur (hierna: AmvB) reële prijzen Jeugdwet van kracht De inwerkingtreding van de AMvB reële prijzen Jeugdwet per 1 juli 2024 benadrukt het belang van een juridisch goed verankerd kader voor de bekostiging van jeugdhulp. De gewijzigde verordening bevat daartoe expliciete bepalingen over de verhouding tussen prijs en kwaliteit (artikel 24, lid 6), en sluit daarmee inhoudelijk aan op de eisen die voortvloeien uit de AMvB. Hoewel de AMvB geen directe wijziging van de verordening vereist, versterkt de verordening de juridische onderbouwing van het gemeentelijke inkoopbeleid en draagt zij bij aan een rechtmatige uitvoering van deze landelijke norm.
1.3
Aansluiting bij landelijke ontwikkelingen De gewijzigde verordening sluit aan bij landelijke ontwikkelingen zoals de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Kind- en Gezinbescherming. Deze beleidskoersen zijn gericht op het structureel verbeteren en financieel houdbaar maken van het jeugdstelsel. Daarnaast wordt aangesloten bij de beweging om jeugdhulp nadrukkelijk te richten op jeugdigen en gezinnen in de
3 ECLI:NL:CRVB:2024:1491
Pagina 3 van 5
meest kwetsbare situaties, zodat ondersteuning beschikbaar blijft waar die het hardst nodig is. De gewijzigde verordening biedt hiervoor ruimte aan: - het normaliseren van opvoeden én - het anders organiseren van jeugdhulp (betere samenwerking met gezinnen, ketenpartners en hulpverleners draagt bij aan eenvoud, effectiviteit en maatwerk). Hervormingsagenda Jeugd De verordening biedt uitvoering aan de Hervormingsagenda Jeugd door de inzet van specialistische hulp te begrenzen tot situaties waarin lichtere ondersteuning onvoldoende is. Ook wordt de sociale basis versterkt, zodat meer hulp beschikbaar is in de directe leefomgeving van jeugdigen en gezinnen. Daarnaast wordt het normaliseren van opvoeden en opgroeien bevorderd: alleen wanneer echt nodig wordt specialistische hulp ingezet. De toegang tot jeugdhulp is in de verordening zorgvuldig en transparant geregeld. Hiermee draagt zij bij aan een uitvoerbaar, doelmatig en financieel houdbaar jeugdstelsel. Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming De verordening ondersteunt het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming door gezinsgerichte hulp centraal te stellen, samenhang in de ondersteuning te bevorderen en de route naar passende hulp te vereenvoudigen.
Ook is in de verordening ruimte voor het anders organiseren van jeugdhulp, waarbij wordt ingezet op betere samenwerking met gezinnen, ketenpartners en het bredere zorg- en veiligheidsnetwerk. Daarmee sluit de verordening aan bij de beweging naar integrale, rechtvaardige en mensgerichte jeugdhulp. 1.4
Aanpassing van de kwaliteitseisen pgb naar aanleiding van gerechtelijke afspraken Mede door een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, wordt artikel 14 over PGB aangescherpt of toegevoegd. Er worden artikelen toegevoegd over de voorwaarden waaraan de geboden hulp moet voldoen. Bovendien wordt PGB niet verstrekt als er een kans is op belangenverstrengeling. Tot slot worden de verschillende PGB categorieën samengevoegd.
1.5
Uniforme uitvoering en regionale afstemming Met het oog op een uniforme uitvoering door het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), dat de toegangstaken op het gebied van jeugdhulp uitvoert voor de zeven gemeenten in Midden-Limburg, zijn de voorgestelde wijzigingen regionaal afgestemd. De betrokken gemeenten hebben hierover gezamenlijk overleg gevoerd, waarbij is besloten om de wijzigingen gelijkluidend voor te stellen. Dit draagt bij aan eenduidigheid in de uitvoering.
Risico’s: 1.1
Interpretatie en uitvoerbaarheid: noodzaak tot afstemming in de uitvoering Begrippen zoals eigen kracht en gebruikelijke hulp blijven afhankelijk van individuele casussen en professionele inschattingen. Dit kan leiden tot interpretatieverschillen in de praktijk, zowel tussen de uitvoering en beleid als richting de inwoners. Om deze interpretatieverschillen in de praktijk te beperken, wordt het kader (Normale ontwikkeling en opvoedingsuitdagingen per leeftijdsgroep) van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) gebruikt. Dit kader biedt een duidelijke beschrijving van eigen kracht en de uitdagingen in opvoeden en opgroeien, wat bijdraagt aan een gedeeld begrippenkader tussen beleid en uitvoering en onze inwoners. Daarmee wordt recht gedaan aan rechtsgelijkheid en transparantie in de toekenning van jeugdhulp.
Samenhang met andere beleidsdocumenten: Dit voorstel past in de kaders van de Jeugdwet, het Beleidskader Sociaal Domein Midden-Limburg Oost 20202028 en de Regiovisie Midden-Limburg Oost 2023-2028. Communicatie: De gewijzigde verordening is op 22 september met de adviesraad Sociaal Domein besproken. De werkgroep Jeugd van de Adviesraad Sociaal Domein heeft geen advies uitgebracht, maar heeft aangegeven een goed beeld te hebben gekregen van de wijzigingen. Financiën Pagina 4 van 5
Dit voorstel heeft geen directe financiële gevolgen. In de gewijzigde verordening is nauwkeurig uitgewerkt wanneer ouders of het sociale netwerk zelf verantwoordelijk zijn. Dit voorkomt dat jeugdhulp onterecht wordt ingezet als ‘vangnet’, en sluit aan bij het landelijke streven om hulp te reserveren voor gezinnen in kwetsbare situaties. Deze beperking aan de toegang heeft mogelijk kostenbeheersing tot gevolg. De veranderingen in de PGB bepalingen hebben ook geen financiële consequenties, omdat de tarieven van de categorieën die samengevoegd worden al gelijk waren. Planning en uitvoering: Nadat de wijzigingsverordening is vastgesteld treedt deze in werking op 1 januari 2026. De wijzigingen worden gepubliceerd en integraal opgenomen in de verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Maasgouw. Bijlagen: 1. 2.
Bijlage 1. Raadsbesluit vijfde wijzigingsverordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020 Bijlage 2. Overzicht van wijzigingen verordening (was/wordt-overzicht)
Ondertekening: Hoogachtend, Burgemeester en wethouders, De secretaris
De burgemeester
C.M. Keersmaekers
D.W.J. Schneider
Pagina 5 van 5