Raadsvoorstel belastingverordeningen 2026-signed
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Raadsvergadering
16 december 2025
Documentnummer:
D/25/216076
Zaaknummer:
Z/25/146313
fin Onderwerp:
Voorstel tot vaststelling belastingverordeningen 2026
Van:
College (portefeuillehouder Cretskens)
Voorstel:
Voorgesteld wordt om: 1. De onderstaande verordeningen en regeling vast te stellen volgens bijgevoegde raadsbesluiten: a) Verordening onroerendezaakbelasting 2026 b) Verordening rioolheffing 2026 c) Verordening afvalstoffenheffing 2026 inclusief tarieventabel d) Verordening hondenbelasting 2026 e) Verordening toeristenbelasting 2026 f) Verordening watertoeristenbelasting 2026 g) Verordening forensenbelasting 2026 h) Legesverordening 2026 inclusief tarieventabel i) Verordening lijkbezorgingsrechten 2026 inclusief tarieventabel j) Verordening marktgelden 2026 k) Verordening parkeerbelastingen 2026 inclusief tarieventabel l) Regeling kwijtschelding 2026 m) Kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen Maasgouw 2026
*BARCODE*
Pagina 1 van 11
Inleiding: Jaarlijks dienen de verordeningen met de daarin opgenomen tarieven voor de gemeentelijke belastingen en heffingen voor het nieuwe belastingjaar te worden vastgesteld. Als basis voor de verordeningen geldt de op 10 november 2025 door de raad vastgestelde programmabegroting 2026. In de programmabegroting 2026, paragraaf Lokale heffingen, zijn de uitgangspunten voor de belastingverordeningen en het kwijtscheldingsbesluit 2026 vastgelegd. In dit raadsvoorstel en bijlagen volgt de verdere uitwerking en formalisering. Onderstaand wordt per belastingsoort een verdere uitwerking gegeven onder het kopje ‘Toelichting’. De bijbehorende vast te stellen belastingverordeningen inclusief tarieventabellen, het kwijtscheldingsbesluit en het kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen Maasgouw 2026 zijn als bijlagen opgenomen. Het kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen Maasgouw 2026 vormt de basis voor de hoogte van de kosten van de naheffingsaanslag. Beslispunten: 1.
De onderstaande verordeningen en regeling vast te stellen volgens bijgevoegde raadsbesluiten: a) Verordening onroerendezaakbelasting 2026 b) Verordening rioolheffing 2026 c) Verordening afvalstoffenheffing 2026 inclusief tarieventabel d) Verordening hondenbelasting 2026 e) Verordening toeristenbelasting 2026 f) Verordening watertoeristenbelasting 2026 g) Verordening forensenbelasting 2026 h) Legesverordening 2026 inclusief tarieventabel i) Verordening lijkbezorgingsrechten 2026 inclusief tarieventabel j) Verordening marktgelden 2026 k) Verordening parkeerbelastingen 2026 inclusief tarieventabel l) Regeling kwijtschelding 2026 m) Kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen Maasgouw 2026 Argumenten: 1.1 Jaarlijkse vaststelling belastingverordeningen. Op basis van artikel 17 van de Financiële verordening gemeente Maasgouw doet het college de raad jaarlijks een voorstel ter vaststelling van de hoogte van gemeentelijke belastingen, heffingen en rechten. 1.2 In de nieuwe belastingverordeningen hebben een aantal redactionele wijzigingen plaatsgevonden. De belastingverordeningen worden jaarlijks aan BsGW aangeboden ter toetsing. Voor de verordeningen geldt dat BsGW een verdergaande harmonisering van de verordeningen van de diverse deelnemers nastreeft met de modelverordeningen van VNG als basis.
Het feit dat er zoveel mogelijk is gekozen voor gelijkluidende teksten in de verordeningen, is er soms gekozen voor een iets andere formulering zonder dat de inhoud van de bepaling echt verandert. Voor dit jaar heeft dat geleid tot redactionele aanpassingen. 1.3 De tarieven die voor 2026 worden voorgesteld verschillen ten opzichte van de tarieven die voor 2025 zijn vastgesteld. Naar aanleiding van, in de programmabegroting 2026, vastgelegde afspraken, inflatiecorrectie en kostendekkendheid wijzigen de tarieven. 1.4 De belastingverordeningen zijn voorzien van een jaartal Ondanks het feit dat enkele belastingverordeningen nauwelijks wijzigen, is ervoor gekozen om deze volledig opnieuw vast te stellen. Door toevoeging van het jaartal is voor iedereen direct duidelijk welke verordening/ welk besluit op enig moment van kracht is.
Pagina 2 van 11
Toelichting: Toetsing verordeningen Per 1 januari 2013 is de uitvoering van de Wet WOZ en de heffing en invordering van belastingen ondergebracht bij BsGW (Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen). Voorliggende belastingverordeningen 2026 zijn in overleg met BsGW tot stand gekomen. Dit vanuit het oogpunt dat daar waar mogelijk BsGW als uitvoeringsorganisatie voorstellen kan doen om efficiency en kostenbesparing te vergroten. De belastingverordeningen worden jaarlijks aan BsGW aangeboden ter toetsing. Voor dit jaar heeft dat geleid tot een redactionele aanpassingen. De belangrijkste redactionele wijzigingen zijn: • De belastingverordeningen bevatten een artikel waarin het overgangsrecht is opgenomen. Het komt wel eens voor dat een wijziging van een verordening niet wordt ingetrokken. Om omissies hierin te voorkomen, is de aanbeveling vanuit BsGW om bij het overgangsrecht "of zoals laatstelijk gewijzigd" op te nemen. Was De 'Verordening ... " van 12 december 2024 wordt ingetrokken .... Wordt De 'Verordening ... " van 12 december 2024, of zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken .... • De belastingverordeningen bevatten een artikel met betrekking tot 'Termijn van betaling'. BsGW adviseert om deze terugkerende bepaling te herformuleren. Dit geldt alleen voor aanslagen die middels automatische incasso, aan BsGW, kunnen worden voldaan.
Was In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. Wordt In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van een of meerdere op een aanslagbiljet vermelde aanslagen niet hoger is dan € 20.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. De overige redactionele aanpassingen, niet inhoudelijk van aard, zijn niet terug te zien als wijzigingen in dit raadsvoorstel.
Onroerendezaakbelasting (OZB) Van belang bij de tariefbepaling voor 2026 is het feit dat er jaarlijks opnieuw waardering plaatsvindt in het kader van de Wet WOZ en er dus uitgegaan moet worden van nieuwe waarden (met waardepeildatum 1 januari 2025) voor de woningen en de niet-woningen. De OZB-aanslagoplegging is namelijk gebaseerd op de WOZ-waarde. De belastingtarieven voor het jaar 2026 zijn gebaseerd op de laatst beschikbare prognoses over 2026 van BsGW (m.b.t. de WOZ-waarden) van 15 oktober 2025. Aangezien de bezwarenafhandeling voor 2025 nog niet is afgerond kan dit gevolgen hebben voor de afgegeven prognose, mede doordat een herziene waardebepaling gevolgen kan hebben voor de waardering van gelijksoortige objecten. Daarnaast is het taxatieproces nog lopende waardoor de afgegeven WOZ-waarden nog kunnen gaan afwijken. Vanwege deze aspecten zal BsGW eind november 2025 nog een herziene voorlopige prognose 2026 verstrekken waarin de meest actuele WOZwaarden zijn opgenomen en waarbij rekening is gehouden met de afhandeling van de bezwaren op dat moment. Op basis van de meer (accurate) betrouwbare prognose WOZ-waarden van BsGW eind november 2025, stellen we, wanneer dit nodig blijkt te zijn, via een nota van wijziging eventueel een aanpassing van de verordening (tarieven) voor.
Pagina 3 van 11
Onderstaand overzicht betreft de geraamde OZB-opbrengsten 2026: Belastingsoort Begroot bedrag 2026 OZB eigenaren woningen € 4.411.400 OZB eigenaren niet-woningen € 1.552.200 OZB gebruikers niet-woningen € 1.228.800 Totaal € 7.192.400 Rekening houdende met de mutaties in de WOZ-waarden van de woningen en de niet-woningen, dienen de OZBpercentages als volgt te worden vastgesteld om de hierboven genoemde OZB-opbrengsten 2026 te realiseren: Tarieven onroerendezaakbelastingen 2026 Voorgesteld wordt de OZB-opbrengst (voor zowel woningen als niet-woningen) voor 2026 te verhogen met 25% en op grond hiervan de tarieven als volgt vast te stellen: - woningen eigenaar - niet-woningen eigenaar - niet-woningen gebruiker
0,0946% (2025: 0,0825%) 0,2910% (2025: 0,2168%) 0,2445% (2025: 0,1801%)
Redactionele wijziging Naar aanleiding van de toetsing door BsGW zijn er enkele redactionele wijzigingen doorgevoerd. Rioolheffing In de raadsvergadering van 5 oktober 2021 is het Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026 van de gemeente Maasgouw vastgesteld. Hierin is vastgelegd dat de rioolheffing geleidelijk stijgt met 3% en de inflatiecorrectie (2,7% voor 2026) naar een kostendekkend tarief. Dit is de laagst mogelijke stijging per jaar van de rioolheffing, waarbij we kostendekkend zijn voordat de rioolvoorziening is uitgeput. Tarieven rioolheffing Voorgesteld wordt voor 2026 de volgende tarieven te hanteren: Eigenarendeel Het eigenarendeel bedraagt:
€ 147,98
(2025: € 139,89)
Gebruikersdeel Het gebruikersdeel is afhankelijk van de hoeveelheid afvalwater die wordt afgevoerd. Het gebruikersdeel bedraagt bij een hoeveelheid water: van 1 m³ tot en met 400 m³:
€ 164,39
(2025: € 155,41)
Gebruikersdeel grootverbruik Als er op jaarbasis meer afvalwater wordt afgevoerd dan 400 m³ dan wordt het gebruikersdeel hoger. Ingeval meer dan 400 m³ afvalwater wordt afgevoerd dan is € 164,39 verschuldigd, alsmede per eenheid water van 400 m³: boven de 400 t/m 4.800 m³: € 249,90 (2025: € 236,24) boven de 4.800 t/m 10.000 m³: € 218,28 (2025: € 206,35) boven de 10.000 t/m 20.000 m³: € 187,72 (2025: € 177,46) boven de 20.000 m³: € 156,11 (2025: € 147,58) Redactionele wijziging Naar aanleiding van de toetsing door BsGW zijn er enkele redactionele wijzigingen doorgevoerd. Afvalstoffenheffing Het ophalen/ inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen wordt in onze gemeente uitgevoerd door de gemeenschappelijke regeling RD Maasland. Inwoners betalen naast het vastrecht, per keer dat ze de restafvalcontainer aan de straat zetten. Het aanbieden van GFT-afval wordt niet apart belast. Pagina 4 van 11
De inwoners hebben net als in 2025 de keuze tussen de volgende volumematen restafvalcontainer: 40, 60, 80, 140, 240 liter. Voor de 140 en 240 liter containers geldt een toeslag in het kader van ‘de vervuiler betaalt’. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om restafval (60 liter) aan te bieden via de ondergrondse container. Voor 2026 is in de kadernota voorgesteld om 100% kostendekkendheid als uitgangspunt te hanteren. Uitgaande van 100% kostendekkendheid daalt het vastrecht met € 4,00. Deze daling wordt met name veroorzaakt door lagere exploitatiekosten (bijlage 14) en verwachte meeropbrengsten in verband met meer aansluitingen. Inwoners met medisch afval kunnen aanspraak maken op een speciale regeling. Zij kunnen een korting van maximaal € 120,00 op de totaal verschuldigde belasting krijgen als gevolg van het aantal aangeboden ledigingen. De volgende tarieven gelden voor 2026: • Eén vastrecht € 216,00 • Toeslag 140 liter restafvalcontainer € 30,00 • Toeslag 240 liter restafvalcontainer € 45,00 • Tarieven per lediging en gemiddeld aantal ledigingen: 40/60/80 liter container 240 liter 140 liter en container container ondergronds tarief per lediging/ inworp € 12,00 € 7,00 € 3,35 gemiddeld aantal ledigingen/ inworpen 9,00 7,50 10,00 *gemiddeld tarief 40/60/80 liter/ ondergronds
Totaal Maasgouw 2026 40/60/80 liter container en ondergronds 140 liter container 240 liter container
A. vastrecht tarief 2026 € 216,00 € 216,00 € 216,00
B. tarief 2026 toeslag naar maat restcontainer € 0,00 € 30,00 € 45,00
C. tarief 2026 toeslag naar maat GFTcontainer € 0,00 € 0,00 € 0,00
D. variabel tarief 2026 bij gemiddeld aantal ledigingen € 33,50 € 52,50 € 108,00
totaal gemiddeld 2026 (A+B+C+D) € 249,50 € 298,50 € 369,00
Wijzigingen In diverse artikelen is een verwijzing opgenomen naar hoofdstuk 2 (milieustraat) van de tarieventabel. Onderstreepte teksten zijn toegevoegd aan het artikel. Wijziging artikel 2, lid 2 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt
naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt, dan wel het aanbieden van afvalstoffen bij de milieustraat als bedoeld in hoofdstuk 2, onderdeel 2.9, van de tarieventabel behorende bij deze verordening. artikel 4 was: De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikmaakt van een perceel. wordt: 1. De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2, onderdeel 2.1 tot en met 2.5, van de tarieventabel wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikmaakt van een perceel. 2. De belasting als bedoeld in hoofdstuk 2, onderdeel 2.9, van de tarieventabel wordt geheven van degene die afval aanbiedt bij de milieustraat. Artikel 8, lid 1 verwijzing naar artikel 4 aangepast.
De belastingplichtige als bedoeld in artikel 4, eerste lid, komt in aanmerking voor vermindering van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 ……. Pagina 5 van 11
Artikel 9, lid 6 verwijzing aangepast.
Voor de beoordeling van de vraag tot welke tariefgroep van hoofdstuk 1, onderdeel 1.1, van de tarieventabel een belastingplichtige behoort, geldt… Artikel 11, lid 4, sub a toegevoegd.
4.
Als de belasting wordt geheven door middel van een mondelinge of gedagtekende schriftelijke kennisgeving moet de belasting, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, worden betaald: a. in geval van een mondelinge kennisgeving, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. in geval van uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van de uitreiking; c. in geval van toezending van de kennisgeving: binnen 1 maand na de dagtekening.
Redactionele wijziging Naar aanleiding van de toetsing door BsGW zijn er enkele redactionele wijzigingen doorgevoerd. Hondenbelasting Zoals toegelicht in de Programmabegroting 2026 wordt voorgesteld om het tarief ten opzichte van 2025 met 2,7% te indexeren en af te ronden op hele euro’s. Tarieven hondenbelasting Voorgesteld wordt om de tarieven voor de hondenbelasting met 2,7% te indexeren. De volgende (jaar)tarieven zijn van toepassing voor 2026: - eerste hond - tweede hond - e.v. hond boven twee - kennel
€ 54,00 € 81,00 € 108,00 € 271,00
(2025: € 53,00) (2025: € 79,00) (2025: € 105,00) (2025: € 264,00)
Redactionele wijziging Naar aanleiding van de toetsing door BsGW zijn er enkele redactionele wijzigingen doorgevoerd. (Water)toeristenbelasting In de Programmabegroting 2026 is voorgesteld om het tarief voor 2026 vast te stellen op € 2,50. Dit is een stijging van € 0,25 ten opzichte van 2025. Wijzigingen De onder artikel 4 lid d opgenomen vrijstelling voor een vaartuig in eigendom van of in gebruik door een lid van een in Maasgouw gevestigde watersportvereniging, is volgens het gerechtshof in strijd met het gelijkheidsbeginsel. De verordening is daarom door het gerechtshof onverbindend verklaard. De vrijstelling komt voor 2026 dan ook te vervallen. Tarief (water)toeristenbelasting Voorgesteld wordt het tarief voor 2026 met € 0,25 te laten stijgen ten opzichte van 2025. Het tarief bedraagt in 2026 per persoon per overnachting/etmaal € 2,50. Redactionele wijziging Naar aanleiding van de toetsing door BsGW zijn er enkele redactionele wijzigingen doorgevoerd.
Pagina 6 van 11
Forensenbelasting Zoals toegelicht in de Programmabegroting 2026 wordt voorgesteld om het tarief ten opzichte van 2025 met 2,7% te indexeren en af te ronden op hele euro’s. Tarieven forensenbelasting Voorgesteld wordt om het tarief 2025 met 2,7% te indexeren. 1. 2.
De belasting bedraagt € 189,00 per woning (2025: € 184,00). Als de woning een waarde in het economische verkeer heeft van meer dan € 50.000, wordt de belasting genoemd in het eerste lid verhoogd met € 340,00 (2025: € 331,00). Hierdoor wordt de belasting voor woningen boven de € 50.000: € 529,00 (2025: € 515,00).
Redactionele wijziging Naar aanleiding van de toetsing door BsGW zijn er enkele redactionele wijzigingen doorgevoerd. Leges Algemeen Zoals opgenomen in de Programmabegroting 2026 worden de leges, met uitzondering van de wettelijke maximumtarieven en eventuele wijzigingen, voor 2026 met 2,7% verhoogd ten opzichte van 2025. Het voornoemde percentage is gebaseerd op het genoemde inflatiepercentage in de Meicirculaire 2025. De tarieven onder de € 20,00 zijn afgerond op € 0,05 en de tarieven boven de € 20,00 op hele euro’s, tenzij dat wettelijk niet is toegestaan. De maximumtarieven voor reisdocumenten, waaronder paspoorten en rijbewijzen, zijn wettelijk vastgelegd. Hetzelfde geldt voor onder andere uittreksels uit de Burgerlijke Stand, het verstrekken van gegevens uit de Basisregistratie Personen, de verklaring omtrent het gedrag en de tarieven voor de speelautomaten. Deze tarieven worden door het Rijk bepaald. Voorgesteld wordt de leges vast te stellen volgens de ter inzage liggende tarieventabel behorende bij de Legesverordening Maasgouw 2026. Wijzigingen Artikel 4 Vrijstellingen sub c en d worden aangepast. Doorgestreepte tekst komt te vervallen. c.
het in behandeling nemen van aanvragen tot het verkrijgen van vergunningen, ontheffingen en verklaringen van geen bezwaar van plaatselijke verenigingen en scholen bij het organiseren van niet-commerciële activiteiten en evenementen samenhangende met: d. ….alsmede alle overige verenigingen en stichtingen gevestigd in de gemeente die volgens hun statuten heemkunde en/of bescherming van cultuurhistorisch en religieus erfgoed tot hun taakgebied rekenen. Om zowel sub c als d juridisch houdbaarder te maken, is het aan te bevelen om de eis dat een vereniging/stichting gevestigd moet zijn in de gemeente, weg te halen. Het is juridisch lastig verdedigbaar dat een dergelijke vereniging/stichting niet onder deze vrijstellingen valt wanneer het een vestigingsadres buiten te gemeente heeft, maar zich wel inzet voor het organiseren van niet-commerciële activiteiten en evenementen als bedoeld in sub c/ bescherming van cultuurhistorisch en religieus erfgoed van Maasgouw als bedoeld in sub d. Artikel 8 Kwijtschelding is verwijderd uit de verordening. Binnen de belastingverordeningen van de gemeente Maasgouw is dit de enige verordening waarin een kwijtscheldingsbepaling is opgenomen. Het opnemen hiervan is niet persé noodzakelijk, daarom heeft BsGW de overweging meegegeven dit artikel te verwijderen.
Voor het bestaande kwijtscheldingsbeleid hoeft dan enkel de ‘Regeling kwijtschelding’ te controleren. De kans op omissies neemt hierdoor af. In de verordening is Artikel 10 Hardheidsclausule toegevoegd. Hoewel dit wettelijk is geregeld, is het niet voor iedereen duidelijk dat hier een beroep op kan worden gedaan. Door dit als artikel op te nemen in de legesverordening is het voor iedereen duidelijker. Gewijzigd artikel 2.6 lid 3 Artikel 2.6 van de tarieventabel gaat over de omgevingsplanactiviteit bouwwerken (ruimtelijke bouwactiviteit). Deze activiteit kan het college binnenplans of buitenplans vergunnen. In de Legesverordening 2025 was voor deze 2 varianten een afzonderlijk tarief opgenomen. Pagina 7 van 11
In plaats van 2 afzonderlijke tarieven voor binnen en buitenplanse vergunningen, stellen wij voor één basistarief te hanteren dat vervolgens wordt verhoogd wanneer sprake is van een buitenplanse vergunning. Zowel het basistarief als de verhoging zijn afhankelijk van de bouwkosten. Hierdoor verandert per saldo niets voor de aanvrager. Wel kunnen wij herleiden welk deel van de leges betrekking heeft op het buitenplanse deel van de vergunning. Dit is van belang voor gevallen waarin ook kostenverhaal aan de orde is. Bij kostenverhaal mag je namelijk geen leges meer vragen voor het buitenplanse deel van de vergunning. Deze kosten zijn al verhaald via kostenverhaal. Gewijzigd artikel 2.28 In de Legesverordening 2025 is een legestarief opgenomen voor de activiteit 'omgevingsplanactiviteit voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheid' (artikel 2.28). Dit werd voorheen de aanlegactiviteit genoemd. Uit overleg blijkt dat er onderscheid gemaakt kan worden in reguliere aanlegactiviteiten (en bijbehorende aanvragen voor een omgevingsvergunning) en grootschalige aanlegactiviteiten, zoals lange kabeltracé's). Het is nu nog lastig inschatten wat de omvang van deze grootschalige aanlegactiviteiten gaat zijn, maar duidelijk is wel dat deze in de toekomst vaker voor zullen komen vanwege de energietransitie. Het behandelen van dergelijke aanvragen kost meer capaciteit.
Er wordt daarom voorgesteld om voor reguliere aanlegactiviteiten de opzet van de huidige belastbare feiten aan te houden, maar voor aanlegactiviteiten die een bepaalde drempelwaarde overschrijden een andere berekening van de aanlegkosten te hanteren gerelateerd aan de omvang van de werkzaamheden (aannemingssom). Naar aanleiding van bovenstaande wijziging wordt aan artikel 2.1 Definities, lid 8 toegevoegd. {. .. ] 8. Aanlegkosten: De aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken (UAV), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de aanlegkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Als de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden wordt in deze titel onder aanlegkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor de werken of werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft. Toegevoegd artikel 2.33a Dit artikel heeft betrekking op de omgevingsplanactiviteit 'afwijken op grond van oude bestemmingsplannen' (artikel 22.280 van het omgevingsplan). Oude bestemmingsplannen zijn onderdeel geworden van het omgevingsplan en bevatten afwijkmogelijkheden. Een voorbeeld is het bouwen van een hogere erfafscheiding op een hoekperceel.
Het gebruiken van afwijkmogelijkheden uit oude bestemmingsplannen is onder de Omgevingswet een afzonderlijke activiteit geworden (buitenplanse omgevingsplanactiviteit), waar dus ook afzonderlijk leges voor worden geheven. Artikel 2.33a wordt toegevoegd om a) onduidelijkheid tussen verschillende activiteiten te voorkomen en b) de kosten van deze buitenplanse omgevingsplanactiviteit te beperken. Uitbreiding artikel 2.34, sub b, onder 2 Om te voorkomen dat voor bepaalde activiteiten de leges onevenredig hoog worden is ervoor gekozen om artikel 2.34, sub b, onder 2, uit te breiden met een aantal activiteiten zodat hierop een lager tarief van toepassing wordt. Het betreft de volgende activiteiten: - het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg; - (een) functie(s) op een locatie (het gebruik sec van grond(en)) met een maximale oppervlakte van 500 m2; - (een) pré-mantelzorgwoning(en), die voldoet/ voldoen aan de ‘Beleidsregel pré-mantelzorgwoningen Maasgouw 2025’ (vastgesteld door de gemeenteraad op 3 juni 2025). Tarieven leges Voorgesteld wordt de leges, met uitzondering van de wettelijke maximumtarieven, met 2,7% te verhogen ten opzichte van 2025.
Pagina 8 van 11
Lijkbezorgingsrechten Naar aanleiding van een benchmark is het voorstel de totale lijkbezorgingsrechten met € 50.000 te laten stijgen ten opzichte van 2025. Dit leidt tot een aanzienlijke stijging van de begraafrechten. De nieuwe tarieven liggen hiermee meer in lijn met de tarieven van de omliggende gemeenten. Tarieven lijkbezorgingsrechten Voorgesteld wordt voor 2026 de totale lijkbezorgingsrechten te laten stijgen met € 50.000 ten opzichte van 2025. Wijzigingen Naar aanleiding van de nieuwe, nog vast te stellen, verordening begraafplaats Maasgouw zijn de volgende artikelen toegevoegd aan de tarieventabel. Artikel 1.5.1, Artikel 2.1.1, Artikel 2.2.1, Artikel 3.1.1.1, Artikel 3.1.2.1, Artikel 3.1.3.1, Artikel 4.1.1.1, Artikel 4.1.3.1, Artikel 6.2, Artikel 6.3, Artikel 6.4. Marktgelden Voorgesteld wordt om de marktgelden voor 2026 (net als in 2025) te verhogen met het inflatiepercentage. Tarieven marktgelden Voorgesteld wordt voor 2026 de marktgelden ten opzichte van 2025 met 2,7% te verhogen. Redactionele wijziging Naar aanleiding van de toetsing door BsGW zijn er enkele redactionele wijzigingen doorgevoerd. Parkeerbelastingen Parkeertarieven Voorgesteld wordt het parkeertarief voor 2026 niet te wijzigen ten opzichte van 2025 en te handhaven op € 3,00. Kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelasting Het maximumbedrag voor 2026 is vastgesteld op € 82,00.
Door voor 2026 de kostenberekening te laten vaststellen kan worden aangetoond dat het kostenbedrag niet te hoog is vastgesteld en dat het wettelijke maximumbedrag van € 82,00 voor 2026 als naheffingsaanslag kan worden opgelegd. Tarief parkeerbelastingen Voorgesteld wordt het parkeertarief voor 2026 niet te wijzigen ten opzichte van 2025. Het dagtarief bedraagt € 3,00. Redactionele wijziging Naar aanleiding van de toetsing door BsGW zijn er enkele redactionele wijzigingen doorgevoerd. Kwijtschelding De gemeente is autonoom op het gebied van kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Dat wil zeggen dat de gemeente zelf kan bepalen of kwijtschelding aan haar burgers wordt verleend, in welke mate of in het geheel niet. Daarbij kan (beperkte) kwijtschelding aan de orde zijn bij de volgende belastingsoorten: • Afvalstoffenheffing (vastrecht + ledigingen gemaximeerd tot € 96 per kalenderjaar) • Hondenbelasting (alleen voor de eerste hond) • Rioolheffing (gebruikersdeel) Rekening houdend met het in het verleden aangenomen amendement “Kwijtscheldingsbeleid” worden de kosten van kwijtschelding niet doorbelast in de tarieven afvalstoffenheffing en rioolheffing. In 2026 is naar verwachting € 115.000 benodigd ter dekking van deze kosten.
De Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden geeft de gemeente de mogelijkheid om een algemene verhoging van de vermogensnorm voor kwijtschelding van belastingen te hanteren. In de kwijtscheldingsregeling gemeentelijke belastingen Maasgouw is opgenomen dat de toegestane financiële middelen verhoogd worden Pagina 9 van 11
met het maximumbedrag genoemd in artikel 4, onder a van de Regeling kwijtschelding belasting medeoverheden. Voor 2026 bedraagt het maximumbedrag, net zoals in 2025, € 2.000. Het voorstel is om de huidige kwijtscheldingsregeling gemeentelijke belastingen te handhaven. Redactionele wijziging Naar aanleiding van de toetsing door BsGW zijn er enkele redactionele wijzigingen doorgevoerd. Belastingplaatje In onderstaand overzicht is de ontwikkeling van de lokale lastendruk 2024-2026 weergegeven op basis van de voorliggende voorstellen. Ontwikkeling belastingtarieven Maasgouw 2024-2026
2024
2025
2026
OZB Maasgouw tarief eigenaar woning
0,0869%
0,0825%
0,0946%
tarief eigenaar niet-woning
0,2004%
0,2168%
0,2910%
tarief gebruiker niet-woning
0,1724%
0,1801%
0,2445%
OZB
€ 272,89
€ 281,07
€ 364,44
Afvalstoffenheffing1)
€ 344,50
€ 302,50
€ 298,50
eigendom
€ 132,76
€ 139,89
€ 147,98
gebruik
€ 147,49
€ 155,41
€ 164,39
Huishouden met eigen woning
€ 897,64
€ 878,87
€ 975,31
WOZ-waarde2)
€ 314.025
€ 340.717
€ 385.351
Huishouden met huurwoning
€ 491,99
€ 457,91
€ 462,89
Rioolheffing
1) Het gemiddelde tarief afvalstoffenheffing is in 2024 gebaseerd op een 240 liter container restafval met ingang van 2025 op een 140 liter container restafval. 2) Gemiddelde waardestijging 2025-2026: 13,10% Risico’s: 1.1 In de begroting is gerekend met de voorgestelde tarieven. Er is een financieel risico wanneer de tariefvoorstellen niet vastgesteld worden volgens dit voorstel. Wanneer tarieven lager worden vastgesteld, wijzigt de budgettaire uitgangspositie van de begroting, omdat rekening is gehouden met de opbrengsten als gevolg van de hier voorgestelde tarieven voor 2026.
Pagina 10 van 11
Samenhang met andere beleidsdocumenten: De belastingverordeningen zijn een nadere uitwerking van de kaders aangegeven in de kadernota 2026 en van de uitgangspunten zoals vastgelegd in de begroting 2026. Het kwijtscheldingsbeleid heeft een directe relatie met het armoedebeleid. De verordening lijkbezorgingsrechten heeft een directe relatie met de nieuwe verordening ‘Verordening begraafplaats 2025’ die ook op 16 december 2025 aan de raad ter goedkeuring voor ligt. Communicatie: Zodra de voorliggende verordeningen door de raad zijn vastgesteld, zullen deze, volgens de wettelijke verplichting, digitaal worden gepubliceerd via Officiële bekendmakingen op Overheid.nl. Daarnaast worden de links naar deze verordeningen op de website van de gemeente Maasgouw bijgewerkt. Financiën Er is sprake van een financieel risico wanneer de tariefvoorstellen niet vastgesteld worden in overeenstemming met dit voorstel. Wanneer tarieven lager worden vastgesteld, wijzigt de budgettaire uitgangspositie van de begroting omdat rekening is gehouden met de opbrengsten als gevolg van de hier voorgestelde tarieven voor 2026. Planning en uitvoering: Zodra de belastingverordeningen zijn vastgesteld door de raad, worden deze ter beschikking gesteld aan Daadkracht ter publicatie. Daarnaast ontvangt BsGW de vastgestelde belastingverordeningen voor de aanslagoplegging 2026. Bijlagen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
10. 11. 12. 13. 14.
Verordening onroerendezaakbelasting 2026 Verordening rioolheffing 2026 Verordening afvalstoffenheffing 2026 inclusief tarieventabel Verordening hondenbelasting 2026 Verordening toeristenbelasting 2026 Verordening watertoeristenbelasting 2026 Verordening forensenbelasting 2026 Legesverordening 2026 inclusief tarieventabel Verordening lijkbezorgingsrechten 2026 inclusief tarieventabel Verordening marktgelden 2026 Verordening parkeerbelastingen 2026 inclusief tarieventabel Regeling kwijtschelding 2026 Kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen Maasgouw 2026 Overzicht berekening kosten afvalstoffenheffing 2026
Ondertekening: Hoogachtend, Burgemeester en wethouders, De secretaris
De burgemeester
C.M. Keersmaekers
D.W.J. Schneider
Pagina 11 van 11