Raadsvoorstel Bedrijfsplan en GR ODNML - versie MG-signed
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Raadsvergadering
16 december 2025
Documentnummer:
D/25/219401
Zaaknummer:
Z/24/137889
fin Onderwerp:
Concept-Bedrijfsplan en Ontwerpwijzigingsbesluit Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg (ODNML)
Van:
Thijs Douven
Voorstel:
1. 2.
*BARCODE*
Geen zienswijze in te dienen op het concept-bedrijfsplan van de Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg, Geen zienswijze in te dienen op het ontwerpwijzigingsbesluit van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord.
Pagina 1 van 5
Inleiding: Het Algemeen Bestuur (AB) van de RUD LN heeft op 17 oktober 2024 opdracht gegeven om voor 1 juli 2025 een bedrijfsplan op hoofdlijnen op te stellen om de huidige netwerkorganisatie om te vormen naar een robuuste omgevingsdienst. Op 26 juni jl. heeft het AB ingestemd met het concept-bedrijfsplan. Dit plan beschrijft op hoofdlijnen op welke wijze vanaf 1 april 2026 gestart gaat worden met de nieuwe Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg (ODNML). De transformatie naar de ODNML per 1 april 2026 vereist een wijziging van de huidige gemeenschappelijke regeling (GR) RUD LN. Het is van belang om de GR gelijktijdig met het bedrijfsplan in procedure te brengen. Binnen de huidige GR is sprake van een gastorganisatie (gemeente Roermond). Dat verandert in de nieuwe ODNML. Ook worden in de GR het uniform takenpakket dat door de deelnemers wordt ingebracht en de financieringssystematiek vastgelegd. Beslispunten: 1.
Geen zienswijze in te dienen op het concept-bedrijfsplan van de Omgevingsdienst Noord- en MiddenLimburg, 2. Geen zienswijze in te dienen op het ontwerpwijzigingsbesluit van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord Argumenten: 1.1 De ODNML is een robuuste omgevingsdienst. Het doel van de ODNML is om effectiever en slagvaardiger te zijn bij het aanpakken van complexe milieuproblemen en nieuwe uitdagingen zoals de energietransitie, klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving. Met de huidige netwerkorganisatie zijn we niet robuust genoeg. In het InterBestuurlijkProgramma VTH zijn criteria voor robuustheid vastgesteld. Robuustheidscriteria zijn landelijke afspraken die beogen dat omgevingsdiensten genoeg capaciteit en kwaliteit hebben om haar takenpakket goed uit te voeren. Er zijn in totaal 6 criteria die markeren waaraan een omgevingsdienst moet voldoen. Deze criteria helpen omgevingsdiensten beter om te gaan met de steeds complexer wordende milieutaken en zorgen voor een uniforme standaard in werkkracht. Een belangrijk criterium is een minimale werkcapaciteit van 114 fte voor de uitvoering van het regionale programma, corresponderend met een minimale omzet van € 16,5 miljoen (prijspeil 2023).
De overige criteria zijn: • werken volgens de kwaliteitscriteria voor VTH • inzetten op innovatie met daarbij een innovatieagenda en bijpassend budget • een financiële buffer hebben • informatie gestuurd werken • aansluiten bij de identiteit van hun werkgebied Door uitvoering te geven aan het bedrijfsplan creëert onze regio een omgevingsdienst die voldoet aan bovenstaande criteria. Bijkomend effect is dat ook de op dit moment onderbelichte taken zoals ketentoezicht en strafrechtelijke handhaving structureel en kwalitatief aandacht en uitvoering krijgen. 1.2 Een Uniform milieuTakenPakket voor heel de regio. Voorgesteld wordt om centraal de milieu uitvoeringstaken te organiseren. ODNML verricht géén VTH-taken op het gebied van bouwen, ruimtelijke ordening en bijzondere wetgeving. Ook gaat de nieuwe ODNML niet over het (strategisch) beleid. ODNML adviseert de deelnemers wel vanuit uitvoeringskennis- en praktijk over beleidsaangelegenheden. Ook adviseert ODNML de deelnemers op milieugebied voor ruimtelijke vraagstukken (bopa/omgevingsplan). Vanzelfsprekend geeft het uitvoering aan de wettelijke basistaken op het gebied van milieu zoals milieu-vergunningverlening en milieu-toezicht. 1.3 Kostenverdeelsleutel sluit beter aan bij de werkelijke inzet voor de deelnemers.
Waar bij de huidige RUDLN en GR het inwoneraantal de basis vormt voor de financiële verdeelsleutel, is ervoor gekozen een verdeelsleutel te hanteren die beter aansluit bij de daadwerkelijke inzet voor de deelnemers. In onderstaand schema is dat weergegeven. De kostenverdeelsleutel wordt opgebouwd uit meerdere objectieve criteria die een relatie hebben met de te leveren diensten voor elke deelnemer. De zwaarte van de bedrijven en het aantal bedrijven van een deelnemer zijn sterk bepalende criteria. Het minst bepalende criterium is de oppervlakte van de gemeente. Het criterium voor de huidige kostenverdeelsleutel, het inwoneraantal, bepaalt maar beperkt de te leveren dienstverlening.
Pagina 2 van 5
1.1 De ODNML is een robuuste omgevingsdienst. Het doel van de ODNML is om effectiever en slagvaardiger te zijn bij het aanpakken van complexe milieuproblemen en nieuwe uitdagingen zoals de energietransitie, klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving. Met de huidige netwerkorganisatie zijn we niet robuust genoeg. In het InterBestuurlijkProgramma VTH zijn criteria voor robuustheid vastgesteld. Robuustheidscriteria zijn landelijke afspraken die beogen dat omgevingsdiensten genoeg capaciteit en kwaliteit hebben om haar takenpakket goed uit te voeren. Er zijn in totaal 6 criteria die markeren waaraan een omgevingsdienst moet voldoen. Deze criteria helpen omgevingsdiensten beter om te gaan met de steeds complexer wordende milieutaken en zorgen voor een uniforme standaard in werkkracht. Een belangrijk criterium is een minimale werkcapaciteit van 114 fte voor de uitvoering van het regionale programma, corresponderend met een minimale omzet van € 16,5 miljoen (prijspeil 2023). De overige criteria zijn: • werken volgens de kwaliteitscriteria voor VTH • inzetten op innovatie met daarbij een innovatieagenda en bijpassend budget • een financiële buffer hebben • informatie gestuurd werken • aansluiten bij de identiteit van hun werkgebied Door uitvoering te geven aan het bedrijfsplan creëert onze regio een omgevingsdienst die voldoet aan bovenstaande criteria.
Bijkomend effect is dat ook de op dit moment onderbelichte taken zoals ketentoezicht en strafrechtelijke handhaving structureel en kwalitatief aandacht en uitvoering krijgen. 1.2 Een Uniform milieuTakenPakket voor heel de regio. Voorgesteld wordt om centraal de milieu uitvoeringstaken te organiseren. ODNML verricht géén VTH-taken op het gebied van bouwen, ruimtelijke ordening en bijzondere wetgeving. Ook gaat de nieuwe ODNML niet over het (strategisch) beleid. ODNML adviseert de deelnemers wel vanuit uitvoeringskennis- en praktijk over beleidsaangelegenheden. Ook adviseert ODNML de deelnemers op milieugebied voor ruimtelijke vraagstukken (bopa/omgevingsplan). Vanzelfsprekend geeft het uitvoering aan de wettelijke basistaken op het gebied van milieu zoals milieu-vergunningverlening en milieu-toezicht. 1.3 Kostenverdeelsleutel sluit beter aan bij de werkelijke inzet voor de deelnemers. Waar bij de huidige RUDLN en GR het inwoneraantal de basis vormt voor de financiële verdeelsleutel, is ervoor gekozen een verdeelsleutel te hanteren die beter aansluit bij de daadwerkelijke inzet voor de deelnemers. In onderstaand schema is dat weergegeven. De kostenverdeelsleutel wordt opgebouwd uit meerdere objectieve criteria die een relatie hebben met de te leveren diensten voor elke deelnemer. De zwaarte van de bedrijven en het aantal bedrijven van een deelnemer zijn sterk bepalende criteria.
Het minst bepalende criterium is de oppervlakte van de gemeente. Het criterium voor de huidige kostenverdeelsleutel, het inwoneraantal, bepaalt maar beperkt de te leveren dienstverlening.
1.4 Eigen regie in de regio De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft aangegeven dat alle omgevingsdiensten voor 1 april 2026 moeten voldoen aan de robuustheidscriteria. Parallel loopt er een traject om de robuustheidscriteria vast te leggen in wetgeving om zodoende te kunnen ingrijpen bij omgevingsdiensten die niet voldoen aan de criteria. Door uitvoering te geven aan het bedrijfsplan behouden we de regionale regie op de doorontwikkeling van onze eigen omgevingsdienst. Pagina 3 van 5
1.5.
Het concept-bedrijfsplan is een gedragen plan dat via een geregisseerd bottom-up proces met stakeholders is opgesteld. In de afgelopen maanden zijn veel stakeholders bij het opstellen van het bedrijfsplan betrokken: het Dagelijks Bestuur (DB) en het AB, de 15 secretarissen en de 16 lijnmanagers , de medewerkers die in dienst zijn bij de RUD-LN en de beoogde nieuwe medewerkers. Er is gewerkt met 5 werkgroepen: taken, HRM, bedrijfsvoering, financiën en juridisch. In de werkgroep financiën zijn van alle deelnemers financiële adviseurs betrokken. Ook de gemeenteraden van de deelnemers zijn actief geïnformeerd in dit proces. 2.1. De huidige gemeenschappelijke regeling dient aangepast te worden aan de nieuwe organisatie. Door de wijziging van de organisatiestructuur, het uniform takenpakket en de financieringsstructuur dient ook de gemeenschappelijke regeling aangepast te worden. Risico’s: Inbreng van de provinciale taken. De provincie Limburg heeft een wettelijke verplichting om de taken in te brengen. De provincie heeft aangegeven te overwegen de taken, medewerkers en middelen in te brengen nadat de ODNML een adequaat uitvoeringsniveau heeft bereikt waarmee de provinciale taken op een verantwoord niveau kunnen worden uitgevoerd. De Provincie draagt wel financieel bij aan de ODNML op het gebied van de bedrijfsvoering.
Dienstverlening onder druk Het vormen van een nieuwe organisatie zal gepaard gaan met uitdagingen. Een belangrijke uitdaging zal zijn voldoende gekwalificeerd personeel te vinden. Naast de huidige medewerkers die actief zijn in de regio bij de deelnemers, zal er extra personeel geworven moeten worden. Dat geldt voor de milieuspecialisten in de uitvoering, maar ook in bedrijfsvoeringsfuncties zal de organisatie opgebouwd moeten worden met nieuw te werven medewerkers. Er zal worden ingezet op het zoeken en opleiden van nieuwe medewerkers. Dit heeft tijd nodig en vraagt inzet van medewerkers. We realiseren dat dit bouwproces ook onze dienstverlening zowel kwantitatief als kwalitatief raakt. In het bedrijfsplan is nadrukkelijk aangegeven dat ODNML tot 2030 nodig heeft om de totale dienstverlening en organisatie op het gewenste niveau te brengen. Neemt niet weg dat men alles in het werk wil zetten om een minimale dienstverlening op peil te houden en hierover transparant te rapporteren naar haar deelnemers. Samenhang met andere beleidsdocumenten: De Tweede Kamer wil het VTH-stelsel versterken en via een proces komen tot robuuste omgevingsdiensten. Op 1 april 2026 moeten alle 28 omgevingsdiensten in Nederland voldoen aan de landelijke criteria van het interbestuurlijke programma Versterking Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (IBP-VTH).
Het wijzigen van de Gemeenschappelijke Regeling en het vaststellen van het bedrijfsplan draagt bij aan het vereiste om per 1 april 2026 te voldoen aan de landelijke criteria voor de vorming van een robuuste omgevingsdienst Communicatie: Het besluit over de zienswijzen wordt aan het Dagelijks Bestuur van de RUD LN met een brief kenbaar gemaakt Financiën Er ligt nu een bedrijfsplan voor hoe men de transitie van de oude RUD LN naar de nieuwe ODNML wil gaan organiseren en inrichten. In dit bedrijfsplan is een meerjarenbegroting tot en met 2030 bijgevoegd. Deze meerjarenbegroting gaat uit van een geleidelijke toegroei naar een volledige operationele omgevingsdienst per 2030. Het conceptbedrijfsplan van de ODNML leidt tot een substantieel hogere begroting en een hogere bijdrage van de gemeente aan de ODNML. Daarnaast is een implementatiebudget nodig vanaf 1 juli 2025 tot en met 1 april 2026 om te komen tot een goede start naar een fysieke omgevingsdienst. De bijdrage aan de ODNML gaat fors omhoog door met name de kosten van de bedrijfsvoering en verplichte kosten voor kwaliteitseisen waaraan de ODNML dient te voldoen. Structurele bijdrage ODNML De nieuwe bijdrage voor Maasgouw is bepaald op € 888.400 op het eindplaatje in 2030. De nieuwe ODNML zal een groeimodel zijn waarbij de insteek nu is om in 2027 met een ‘80%-versie’ te starten oplopend naar 100% vanaf het jaar 2030.
Het jaar 2026 start per 1 april 2026 en is maar 9 maanden. Pagina 4 van 5
In de programmabegroting 2026-2029 van de gemeente Maasgouw hebben we rekening gehouden met stijgende kosten van de ODNML. Op basis van de laatste inzichten is er rekening gehouden met een extra bijdrage van € 209.300 oplopend tot € 301.700. Er zijn personeelskosten die vanuit de MER OD doorschuiven naar de nieuwe ODNML. En ook het wegvallen van de huidige kosten voor de RUD LN kunnen als dekking worden ingezet. De gewijzigde financiering van de ODNML wordt opgenomen in een nog op te stellen begrotingswijziging 2026=1 van de ODNML. Deze zal dan grotendeels de huidige begroting van de RUDLN vervangen voor de gewijzigde organisatie die op 1 april 2026 zal starten. Deze begrotingswijziging zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2026 aan de raden voor zienswijze worden toegezonden.
Bijdrage Maasgouw Dekking: Bijdrage MER OD Bijdrage RUD LN
2026 1/4/26 € 551.765 € € €
Begroting 2026 e.v. Aanvullen in 2030
-482.334 -71.534 -2.103 0 0
€ € € € €
2027 781.667 €
2028 827.647 €
2029 873.628 €
2030 888.401
-482.334 -90.000 209.333 209.333 0
-482.334 -89.800 255.513 255.513 0
-482.334 -89.600 301.694 301.694 0
-482.334 -89.600 316.467 301.694 -14.773
€ € € €
€ € € €
€ € € € €
Implementatiebudget periode 1 juli 2025 tot 1 april 2026 Behalve de hogere structurele bijdrage is er ook een incidentele bijdrage nodig ingeschat op € 1,8 miljoen. Om de transitie naar een robuuste omgevingsdienst mogelijk te maken zijn incidentele middelen nodig. Deze zijn onder andere nodig voor het opzetten van de projectorganisatie, inhuur externe expertise en het ontwikkelen van onderdelen zoals het functieboek, sociaal plan en de inrichting van de ICT-omgeving. De RUDLN heeft nu € 883.000 in een bestemmingsreserve zitten om deze implementatiekosten te dekken. Er zal nog om een extra bijdrage gevraagd worden van ongeveer 1 miljoen. Dit additionele benodigde bedrag is nog niet helemaal bekend. Mogelijk kan de benodigde incidentele bijdrage aan de ODNML gedekt worden uit een eventueel positief jaarrekeningsaldo 2025. Bij de bestemming van het saldo kan er dan een bedrag worden gereserveerd. Planning en uitvoering: Het raadsvoorstel wordt behandeld in de raadsvergadering van 16 december 2025. De besluiten met betrekking tot de zienswijzen worden verstuurd aan het Dagelijks Bestuur van de RUD LN. De gemeenschappelijke regeling wordt na besluitvorming over de over de ingediende zienswijzen in een tweede ronde aan de deelnemers voorgelegd voor instemming.
Definitieve besluitvorming over de gemeenschappelijk regeling zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2026 plaatsvinden. Bijlagen: Bijlage 1: Concept Bedrijfsplan ODNML Bijlage 2: Ontwerpwijziging Gemeenschappelijke Regeling ODNML Bijlage 3: Raadsbesluit zienswijze. Ondertekening: Hoogachtend, Burgemeester en wethouders, De secretaris
De burgemeester
C.M. Keersmaekers
D.W.J. Schneider
Pagina 5 van 5