ontvangen 21-07-2025 207626-Raadsinformatiebrief UP 2025 Maasgouw (2)-signed
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF (RIB)
hidden_achternaam hidden_voornaam hidden_tussenvoegsels
Zaaknummer :
Z/25/146950
Documentnummer: D/25/207626 Inlichtingen: Team: Fysiek Domein Portefeuillehouder: Portefeuillehouder Snijckers Onderwerp: Uitvoeringsprogramma 2025 Omgevingsdienst SC MER Bijlage: Uitvoeringsprogramma 2025 Omgevingsdienst SC MER
Aan de leden van de raad van de gemeente Maasgouw
Geachte leden van de raad, Middels deze raadsinformatiebrief informeren wij de raad over het Uitvoeringsprogramma 2025 van de MER Omgevingsdienst. Samenvatting De MER-Omgevingsdienst (MER-OD) voert namens de gemeente Maasgouw de taken op het gebied van het omgevingsrecht uit, een en ander op basis van een bestuurlijk vastgesteld Uitvoeringsprogramma (UP). Het vaststellen van een uitvoeringsprogramma is een wettelijke verplichting op grond van het Besluit omgevingsrecht (Bor). In dit UP – een bijstelling van het UP2024 – zijn de taken beschreven die door de MER-OD in 2025 worden uitgevoerd. Deze taken bestaan grotendeels uit reguliere wettelijke taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Hieronder zijn begrepen de taken die de MEROD uitvoert binnen het netwerk-RUD Limburg Noord. Daarnaast voert de MER-OD projecten uit en participeert zij in lokale activiteiten die door de gemeente worden gewenst. Toelichting Het UP is de doorvertaling van de wettelijke taken en lokale beleidsregels naar een werkprogramma op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Op basis van dit UP worden de werkzaamheden gepland, uitgevoerd en gemonitord en kan de Omgevingsdienst bijsturen waar nodig.
Het UP geeft inzicht in alle werkzaamheden die voor de (burgers en bedrijven van de) gemeenten worden uitgevoerd en biedt daarmee de mogelijkheid om op een goede manier te sturen op output en resultaten. Het UP geeft daarbij inzicht in de benodigde capaciteit voor de uitvoering van deze werkzaamheden. Actualisatie regulier werk en gewenste projecten Het Uitvoeringsprogramma is een actualisatie van het Uitvoeringsprogramma 2024, waarin naast alle wettelijk verplichte taken ook de gewenste lokale accenten en aangedragen projecten zijn opgenomen. Ten opzichte van het Uitvoeringsprogramma 2024 is een aantal wijzigingen/actualisaties aangebracht, mede als gevolg van geconstateerde ontwikkelingen/trends in het afgelopen jaar of ontwikkelingen/trends die worden voorzien voor 2025. Op die manier worden inschattingen gemaakt van de verwachte werkvoorraad op het gebied van (bouw)vergunningverlening, toezicht, inkomende klacht/meldingen, klantcontacten en juridische werkzaamheden. In afstemming met de RUD Limburg Noord worden ramingen voor milieuvergunningverlening en planningen voor milieutoezicht gemaakt. Op verzoek van de gemeenten worden gewenste projecten beschreven. Impact Omgevingswet groot Bij de raming van de werkzaamheden is zoveel mogelijk rekening gehouden met de impact van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.
De Omgevingswet is in werking getreden per 1 januari 2024 en levert nog veel hoofdbrekens op in de uitvoering. Het volledige juridische kader is ‘over de kop gegaan’ en dat zorgt nog voor veel onduidelijkheid, extra uitzoekwerk en juridische interpretaties, ook aan de kant van de aanvragers/initiatiefnemers. Dat geeft met name veel druk op de vergunningprocedures. In 2025 zal dit na-ijleffect van de Omgevingswet nog in volle omvang aanwezig
Pagina 1 van 3
zijn. De in gezamenlijkheid door de vier organisaties ontworpen werkprocessen en gemaakte werkafspraken zullen in 2025 geëvalueerd en van daaruit verder ontwikkeld worden. RUD LN Er zijn belangrijke ontwikkelingen rondom de regionale uitvoeringsdienst Limburg Noord (RUD LN). Tussen de 15 Noord Limburgse gemeenten wordt regionaal samengewerkt, voornamelijk op het taakveld milieu. Deze samenwerking vindt plaats op basis van een netwerkconstruct. Ontwikkelingen binnen het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (IBP) maken dat deze netwerksamenwerking in Limburg Noord onder druk is komen te staan. Vanuit dit IBP zijn robuustheidscriteria opgesteld, waaraan omgevingsdiensten in Nederland moeten gaan voldoen. Vóór 1 april 2026 moet elke RUD in Nederland robuust gemaakt zijn, conform de criteria. Een programmamanager is met werkgroepen aan de slag om een Bedrijfsplan voor deze nieuwe organisatie bestuurlijk voor te bereiden. Deze ontwikkeling heeft invloed op de personele samenstelling en werkwijze van de Omgevingsdienst. Ook zal er in het kader van dit robuustheidstraject inzet nodig zijn van medewerkers van de Omgevingsdienst. Dat geeft mogelijk extra druk op de realisatie van het UP.
Versies en vormgeving In voorgaande jaren werd er steeds een uitgebreide versie van het UP opgesteld, alsmede een verkorte, vooral infografisch ingestoken versie, die diende als bestuurlijke samenvatting (het zogenoemde ‘UP-in-1oogopslag’). Vanaf dit jaar zal er slechts één versie van het UP worden opgeleverd. In deze nieuwe versie is gekozen voor een tussenvorm van de twee voorgangers: kortere teksten en de herkenbare infographics. Dit heeft alles te maken met de ontwikkelingen op het gebied van de herijking P&C cyclus van het SC MER. Daarover wordt hierna onder het kopje ‘Financiële toelichting’ het nodige uiteengezet. Kanttekeningen: Het UP is voor een groot deel is gebaseerd op ramingen. Programmeren is voor een groot deel het gecalculeerd inschatten van een hoeveelheid te verwachten werkzaamheden. Een groot deel van de producten van de Omgevingsdienst is vraaggestuurd, met andere woorden: afhankelijk van de grootte van de klantvraag. En die is niet beïnvloedbaar. Middels de voortgangsrapportages van het SC MER (onderdeel Omgevingsdienst) worden de portefeuillehouders en indien gewenst de colleges zo uitvoerig en actueel mogelijk geïnformeerd over de voortgang van de werkzaamheden uit het Uitvoeringsprogramma.
Naar aanleiding van deze rapportage hebben burgemeester en verantwoordelijk wethouder ook de gelegenheid om het Uitvoeringsprogramma bij te sturen en daar waar mogelijk te herprioriteren. De MER-OD kan niet alle (wettelijk opgelegde) taken uitvoeren. Daartoe ontbreekt immers de benodigde personele capaciteit. Met gebruikmaking van een regionaal gehanteerde probleem- en risicoanalyse worden de taken geprioriteerd op basis van weging van risico’s. Deze systematiek wordt in het Uitvoeringsprogramma beschreven. In het gelijknamige hoofdstuk van het Uitvoeringsprogramma worden de bestuurlijke restrisico’s beschreven die voortvloeien uit de keuzes die zijn gemaakt in de taken die door de gemeente aan de MER-OD worden opgedragen. Het bestuurlijk restrisico is het (voor bestuurders) inzichtelijk gemaakte deel van de werkzaamheden waarvoor te weinig capaciteit voorhanden is en waarvan de afgewogen keuze is gemaakt om deze werkzaamheden niet (geheel) uit te voeren. Zo worden vanwege de beperkt aanwezige toezichtcapaciteit bijvoorbeeld niet alle verleende omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen ook daadwerkelijk gecontroleerd, maar slechts die bouwwerken met een substantieel risico. Het (milieu)toezicht op de bedrijven gaat eveneens uit van een risicobenadering (prioritering bedrijfsbranches op basis van de risicoanalyse).
Personele consequenties De personele consequenties van de taakuitvoering door de MER Omgevingsdienst worden in dit Uitvoeringsprogramma beschreven. Op basis van de berekende taakomvang is de benodigde formatie bepaald. Zie verder ook de paragraaf ‘Kosten en financiële dekking’. Juridische consequenties Voor de juridische aspecten wordt verwezen naar de inhoudelijke toelichting. Kosten en financiële dekking UP versus herijking P&C cyclus SC MER Ten aanzien van de financiering van de werkzaamheden die in het UP zijn opgenomen, is met ingang van 2025 een andere systematiek aan de orde. Het SC MER heeft vanaf september 2024 gewerkt aan een herziening van de P&C cyclus (Kadernota, begroting). Deze herijking van de P&C cyclus komt mede voort uit de behoefte van de drie gemeenten aan meer financiële voorspelbaarheid. Dat heeft onder meer geleid tot een aanpassing van de omvang van de vaste formatie bij de Omgevingsdienst. Deze uitbreiding van de vaste formatieruimte is gepaard gegaan met een nagenoeg gelijkmatige aframing van het
Pagina 2 van 3
inhuurbudget (communicerende vaten). Een en ander heeft tot gevolg dat de financiering van de personele lasten van de Omgevingsdienst met ingang van 2026 worden gedekt door de primaire begroting. Voor 2025 geldt deze nieuwe systematiek ook, maar moet dit begrotingstechnisch nog worden vertaald middels begrotingswijziging 2025-1 (de primaire begroting 2025 was immers al gereed vóór herijking P&C cyclus). Met deze bijgestelde begrotingsomvang vervalt de – voorheen wél steeds noodzakelijke – financiële bijstelling op basis van het vastgestelde UP. Een en ander is overigens ook de reden voor de late vaststelling van het UP. Nu het Dagelijks Bestuur van SC MER de begroting 2026/begrotingswijziging 2025-1 heeft vastgesteld, is er zekerheid omtrent de bijgestelde formatieomvang en daarmee de volledige financiering van het UP, zonder dat hiertoe nog aanvullende financiering vanuit de gemeente noodzakelijk is. Onvoorziene ontwikkelingen of een veel hogere productie/klantvraag dan geraamd, kunnen wel nog aanleiding zijn voor een nadere financiële afspraak met de gemeenten. Uiteraard gebeurt dit in overleg en op basis van de afgesproken voortgangsrapportages.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Maasgouw, De secretaris,
De burgemeester,
C.M. Keersmaekers
D.W.J. Schneider
Pagina 3 van 3