ONTVANGEN 09-07-2025 200929-RIB Collegebesluit op aangevraagde sloopvergunning voor Chateau Heel-signed
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF (RIB)
hidden_achternaam hidden_voornaam hidden_tussenvoegsels
Zaaknummer :
Z/24/123237
Documentnummer: D/25/200929 Inlichtingen: C. van der Goor Team: Fysiek Domein Portefeuillehouder: Portefeuillehouder Snijckers Onderwerp: Collegebesluit op sloopaanvraag voor Chateau Heel Bijlage: advies RCE
Aan de leden van de raad van de gemeente Maasgouw
Geachte leden van de raad, De eigenaar van Chateau Heel heeft een vergunning aangevraagd voor het slopen van het rijksmonument. Het college heeft besloten goedkeuring te geven voor deze sloop. Dat is in afwijking van het advies van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE): die dienst adviseert het college de vergunning niet te verlenen. In deze raadsinformatiebrief lichten wij u toe waarom het college toch van mening is dat de sloop van Chateau Heel in het licht van de beoogde herontwikkeling van het gebied de beste keuze is. Na te streven doelstelling: herstellen van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied Sinds het voormalige klooster in onbruik is geraakt, zijn de gebouwen en het omringende gebied steeds meer in verval geraakt. Dat heeft de afgelopen twee decennia geleid tot een drastische achteruitgang van de kwaliteit van het woon-, werk- en leefklimaat in dit deel van Heel. De enige remedie om deze achteruitgang te keren, is het realiseren van een nieuwe bestemming en nieuw gebruik voor het gebied. Vanaf 2015 is daarom gewerkt aan een herbestemmingsplan voor het totale Chateaupark. Dat plan is opgetekend in de integrale gebiedsvisie ‘Chateaupark Heel - op weg naar een vitale leefomgeving’. Chateau Heel was in het herbestemmingsplan een belangrijke pijler: het prominente gebouw fungeert als ruimtelijke drager van de ontwikkeling van het Chateaupark.
De plek in het gebied, de karakteristieke vorm en het volume van het Chateau structureerden het plan en bepaalden samen met het kasteelhof, de kapelhof en het park de sferen in het gebied. Sinds het opstellen van de ontwikkelvisie is het plan dan ook altijd geweest het oorspronkelijke Chateau te restaureren. De afgelopen jaren zijn de benodigde stappen gezet richting uitvoering van de plannen. Er zijn diverse onderzoeken gedaan, bouwtechnische tekeningen opgesteld, bestemmingsplannen op- en vastgesteld, vergunningen verleend en financiën geregeld. Na vaststelling van het laatste bestemmingsplan zou de uitvoering na de zomer van 2024 eindelijk kunnen beginnen. Op 28 december 2023 werd het rijksmonumentale kasteel echter grotendeels verwoest door een felle, uitslaande brand. De herontwikkelingsplannen moesten hierdoor worden herijkt. Centrale vraag was namelijk of de restanten van het monument nog kunnen worden bewaard of dat het monument als compleet verloren moet worden beschouwd. Afhankelijk van het antwoord op die vraag moesten immers nieuwe bouwtekeningen worden gemaakt, nieuwe vergunningen worden aangevraagd en een nieuwe projectbegroting met kostendekking worden opgesteld. De ambitie van zowel de eigenaar als de gemeente bleef gedurende dit traject echter om de gezamenlijk opgestelde ontwikkelvisie tot realisatie te brengen.
Constructieve verbindingen grotendeels verwoest door de brand Door de brand zijn alle houten constructieonderdelen – waaronder het dak en de karakteristieke torenspits - verloren gegaan: enkel de buitenmuren staan nog overeind. Doordat de houten constructieonderdelen zijn weggebrand, is de bouwkundige stevigheid van het pand ernstig aangetast. De inpandige verbindingen die het pand constructief bij elkaar hielden, zijn verdwenen waardoor de gevels en wanden onstabiel zijn geworden. Dit wordt bevestigd door het instorten van een groot deel van de toren in de nacht van 3 op 4 januari 2024 tijdens de eerste storm van dat jaar.
Pagina 1 van 3
Advies ingehuurde experts: bouwresten onvoldoende sterk om veilig te functioneren Een door de gemeente ingehuurde constructeur kwam direct na de brand al tot de conclusie dat de bebouwingsrestanten instabiel zijn en niet behouden kunnen worden. In de zomer van 2024 is door een erkend en door RCE voorgesteld onderzoeksbureau een constructief onderzoek uitgevoerd naar de stevigheid van het resterende metselwerk. Daarvoor zijn monsters genomen van de nog staande geveldelen en die zijn onderzocht. De conclusie in het onderzoeksrapport is dat de baksteen wanden onsamenhangend en zacht zijn met holtes in de wanden waardoor de wanden ongeschikt zijn om op verder te bouwen. “Voor restauratie wordt de huidige constructie niet meer geschikt geacht. Het metselwerk heeft onvoldoende sterkte en samenhang om nog veilig en deugdelijk te functioneren”1, zo luidt de conclusie in het onderzoeksrapport. Het advies van het onderzoeksbureau is om het metselwerk te slopen. RCE: herstel van zwak metselwerk is technisch mogelijk, dus negatief advies op sloopplan De RCE is van mening dat het metselwerk in goede staat is, niet door brand is aangetast en daarmee onderdeel zou moeten zijn van de herbouw van het kasteel. De RCE erkent dat er sprake is van holle ruimtes, maar geeft aan dat historisch metselwerk vaak holle ruimtes bezit.
Voor zover dat een probleem zou kunnen zijn, is dat volgens de RCE te herstellen door middel van het injecteren van de muren. De RCE adviseert het college daarom de aangevraagde sloopvergunning niet te verlenen. Reactie experts van het onderzoeksbureau: injecteren niet mogelijk Deze conclusie van de RCE wordt tegengesproken door het onderzoeksbureau dat het onderzoek naar het metselwerk heeft gedaan. Een bureau waarvan de deskundigheid overigens niet ter discussie staat: de RCE heeft dit bureau zelf voorgedragen als een van de deskundige bureaus met expertise in deze materie. Het bureau geeft aan dat er inderdaad een proefproject is geweest met het injecteren van metselwerk met kalkgrout bij de restauratie van een gewelvenkelder om te kijken of dit de stevigheid bevordert. Deze methode is volgens de experts echter alleen geschikt voor kleinschalige restauratiewerken om zwakke plekken in bestaande gebouwen te verstevigen. Het injecteren van de holle ruimtes in het metselwerk bij het Chateau is volgens hen geen optie omdat het hier om een te groot oppervlak gaat dat bovendien in zijn geheel in slechte staat verkeert. De kosten hiervoor zullen zeer hoog zijn zonder garantie dat het voldoende verbetert.
Het is niet mogelijk om te berekenen of aan te tonen dat de constructieve stevigheid van de muren nadat deze zouden zijn geïnjecteerd wel voldoende is om te kunnen blijven behouden als dragende onderlaag voor de rest van het weer op te bouwen gebouw. De conclusie van het technisch onderzoeksbureau was voor en blijft na het gesprek met de RCE dat behoud van de gevels zoals ze er nu nog staan technisch niet haalbaar is. Reactie Monumentenadviesbureau MAB MAB is een hoog aangeschreven bureau dat de oorspronkelijke waardebepaling behorende bij de vergunning- en subsidieaanvraag heeft verzorgd. Na bezoek aan de locatie kwamen zij tot het volgende advies: “Het behoud en herstel van het historische metselwerk (dat bij herstel van het historische beeld door de pleisterlaag toch niet zichtbaar zou zijn!) is niet noodzakelijk. Het is zeer kostbaar en voegt voor het behoud van het beeld weinig toe. Wel gaat dit op voor het behoud en inpassing van de hardstenen vensteromlijstingen. Het weer toepassen van historische constructies conform tekeningen en onderzoeksgegevens is in deze net als een reconstructie van historische binnenafwerkingen niet alleen kostbaar, maar brengt ook allerlei vragen met zich mee. Het interieur zoals het was in 2018 was al fragmentarisch en veelal uit verschillende perioden en onvolledig.
Naar onze mening kan men middels de door de eigenaar voorgestelde invulling komen tot een plan dat en recht doet aan het historische beeld en een middels herbouw een financieel haalbaar goed gebouw oplevert met een volledig nieuwe constructie met een “buitenjas” die het historische beeld (met bouwmassa’s) weer tot leven brengt.” Sloop en nieuwbouw nodig voor realisatie van het totale herontwikkelingsplan Chateaupark Restauratie van het authentieke Chateau blijkt dus niet meer mogelijk, maar de ambitie om de opgestelde ontwikkelvisie tot realisatie te brengen, blijft overeind. Om die ambitie waar te maken, is het zaak een nieuw, markant en karakteristiek gebouw te bouwen dat gaat fungeren als ruimtelijke drager van het Chateaupark. De eigenaar zet daarom in op sloop van de ruïne en de wederopbouw van een ‘Chateau Heel 2.0’. De eigenaar heeft een visie opgesteld voor die wederopbouw: dit document treft u als bijlage bij deze raadsinformatiebrief. Het nieuwe gebouw zal qua bouwvolume en kleurstelling de ‘look and feel’ van het authentieke kasteel krijgen. Bovendien zullen kenmerkende onderdelen van het oorspronkelijke gebouw die behouden zijn gebleven, veilig worden gesteld om te gebruiken in de nieuwbouw.
1 Citaat uit rapport ‘Brandschade Chateau Heel’, firma Nebest, 26 juli 2024, rapportnummer P58466-RAP-01
Pagina 2 van 3
Het college steunt de eigenaar in zijn standpunt dat een volledige herbouw van het authentieke rijksmonument Chateau Heel niet aan de orde is. Het college hecht in de integrale belangenafweging meer waarde aan de realisatie van het opgestelde totaalplan zodat de ruimtelijke kwaliteit ter plekke eindelijk kan worden hersteld, dan aan het vasthouden aan technisch en financieel onrealistische eisen inzake herbouw van reeds verloren gegane, en daardoor per definitie niet meer authentieke, bouwdetails. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Maasgouw, De secretaris,
De burgemeester,
C.M. Keersmaekers
D.W.J. Schneider
Pagina 3 van 3