Nota ter beantwoording Zienswijzen (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Nota ter beantwoording zienswijzen I Inleiding Nota ter beantwoording zienswijzen inzake het ontwerpbestemmingsplan ‘Revitalisering Scheepswerf Maasbracht’, Gemeente Maasgouw. Procedure Het ontwerpbestemmingsplan ‘Revitalisering Scheepswerf Maasbracht’ (NL.IMRO.1641.BPL115-ON01) met de daarbij behorende stukken heeft van dinsdag 1 augustus 2023 tot en met maandag 11 september 2023 (dus gedurende zes weken) op basis van artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn er 2 zienswijzen ingediend. Deel II van deze nota bestaat uit een overzicht van alle zienswijzen. Om de zienswijzen te kunnen onderscheiden heeft iedere zienswijze een nummer gekregen. In deel III komt de inhoud van de zienswijzen aan de orde. Per zienswijze wordt opgenomen: -
Nummer zienswijze/naam instantie waar de reactie betrekking op heeft. In de linker kolom een samenvatting van de inhoud van de zienswijze. Om de verschillende onderwerpen in één zienswijze te kunnen onderscheiden, heeft elke deelreactie een letter gekregen. In de middelste kolom per zienswijze de reactie van gemeentewege hierop. In de rechter kolom is aangegeven of de reactie aanleiding heeft gegeven tot het wijzigen van het ontwerp. Indien dit het geval is, is deze cursief weergegeven. Wanneer in de rechter kolom het volgende teken is opgenomen ‘-‘, heeft deze zienswijze geen aanleiding tot aanvulling of aanpassing van het ontwerp.
De ingekomen zienswijzen zijn in de bijlagen bij deze Nota van Zienswijzen opgenomen worden hierna zakelijk samengevat en van een gemeentelijk standpunt voorzien. De samenvatting van de zienswijzen heeft slechts tot doel de leesbaarheid van de Nota te vergroten. Dit betekent dus niet dat de onderdelen van de zienswijzen die niet expliciet worden benoemd, niet bij de beoordeling betrokken worden. De zienswijzen zijn integraal bij de beoordeling betrokken. N.B.: in verband met de toepassing van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zijn de zienswijzen van natuurlijke personen geanonimiseerd weergegeven, in geval deze digitaal raadpleegbaar zijn.
II Overzicht zienswijzen De volgende zienswijzen zijn ingediend: 1. Zienswijze 1, ingekomen op 14-8-2023 en aanvullende zienswijze ingekomen op 5-9-2023; 2. Zienswijze 2, Van Nieuwpoort Bouwgrondstoffen B.V., ingekomen op 11-9-2022.
III Zienswijzen en reactie gemeente
Verkorte weergave zienswijze 1. Zienswijze 1 a) Indiener van de zienswijze is woonachtig in woonark aan toegangskanaal scheepswerf. De nieuwe schepen (135 m lang, 12 m breed) komen direct langs deze woonark, terwijl toegangskanaal nu al te smal en ondiep is. Hoe gaan deze schepen op een veilige manier langs de woonark passeren? Indiener heeft grote zorgen over onveilige situatie die gaat ontstaan.
Reactie van gemeentewege
Conclusie
Alhoewel de situatie van de invaart en aanwezige woonark geen onderdeel van het voorliggende ontwerpbestemmingsplan is en dus van deze planologische procedure, valt hier toch het volgende over op te merken:
-
Ten opzichte van het bestaand recht van het huidige bestemmingsplan is er geen verandering, deze schepen zouden nu ook ter plekke bediend kunnen worden. Rijkswaterstaat geeft overigens desgevraagd aan dat schepen met genoemde afmetingen praktisch gezien er nog niet kunnen varen, aangezien afmetingen voor schepen op deze waterweg bij de ingang van de invaart op dit moment gemaximeerd is op 110 m lengte, 12 m breed. Initiatiefnemer is bovendien op eigen initiatief een gesprek aangegaan met indiener over de zienswijzen, mede om afspraken te maken over eventuele beschermende maatregelen, ook in overleg met Rijkswaterstaat.
b) De woonark wordt in de stukken als illegaal benoemd, terwijl door gemeente Maasgouw en Rijkswaterstaat bevestigd is dat de situatie vergund en legaal is.
De gemeente heeft de situatie van de daar liggende woonboten in 2018 beoordeeld en bevestigd aan indiener als vallend onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan. De ligplaatsen zijn toen ook vergund. De opmerkingen hierover in de Toelichting en Bijlagen zijn dus inderdaad niet correct. Rijkswaterstaat geeft aan op de hoogte te zijn van deze situatie en dit uitgangspunt.
Waar in het bestemmingsplan wordt gesteld dat de woonarken en ligplaatsen niet legaal zijn, wordt dit aangepast. Dit geldt zowel voor de Toelichting als de onderzoeken waaraan gerefereerd wordt.
c) Alhoewel er een informatiebijeenkomst is geweest over de plannen, was de woonark niet zichtbaar, omdat dit gedeelte niet van de scheepswerf is. Indiener wenst dat initiatiefnemer alsnog een 1 op 1 gesprek aangaat om de plannen te bespreken. d) in bijlage 7, quickscan externe veiligheid, blz. 13 staat dat de woonark bestempeld is als illegale woonlocatie, terwijl dit is vergund door gemeente Maasgouw en Rijkswaterstaat en valt onder het overgangsrecht.
De gemeente heeft hier kennis van genomen en heeft initiatiefnemer op de hoogte gebracht van deze zienswijze voor een reactie. Initiatiefnemer is op eigen initiatief een gesprek aangegaan met indiener over diens zienswijzen. Men heeft hierbij aangegeven over het vervolgtraject in gesprek te blijven en waar mogelijk afspraken te maken. Zie beantwoording Zienswijze 1, onder b). Verder: Aangaande het onderzoek wordt voor wat betreft de toetselementen uitgegaan van de vigerende planologische situatie. De woonboten vallen onder een overgangsrechtelijke situatie. Dit betekent dat dit tijdelijk is. Zie hiervoor vaste jurisprudentie aangaande overgangsrecht (ECLI:NL:RVS:2022:3214 r.o. 21.1-21.5.
In bijlage 7 QuickScan externe veiligheid en in de toelichting paragraaf 4.5 is dezelfde onderstaande tekst aangaande de woonboten (van appellant) meegenomen in de afbeelding en tekst: Kwetsbare objecten cfm Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) en Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (Bevi) In Noordelijke richting: vrijwel aansluitend aan projectlocatie – 2 stuks aanlegplaatsen Woonboot; “De aanlegplaatsen aan de noordelijke zijde van het projectgebied zijn niet opgenomen in het bestemmingsplan en zijn als zodanig “illegale woonlocaties”, indien deze vallen onder het overgangsrecht, dan dienen deze in de beoordeling meegenomen te worden te worden indien de planologische wijzigingen activiteiten genereren die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), dan wel onder het Besluit risico's zware ongevallen.”
-
Waar in het bestemmingsplan wordt gesteld dat de woonarken en ligplaatsen niet legaal zijn, wordt dit aangepast. Dit geldt zowel voor de Toelichting als de onderzoeken waaraan gerefereerd wordt.
Subconclusie Omdat de wijzigingen van het bestemmingsplan geen activiteiten behelzen die vallen onder Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), dan wel onder het Besluit risico's zware ongevallen, hoeft verder geen onderzoek worden verricht.
e) In bijlage 9, notitie luchtkwaliteit, blz.5 is de woonark niet opgenomen, terwijl dit wel onder overgangsrecht valt.
Bijlage 7 en de tekst in paragraaf 4.5 van de toelichting zijn getoetst door de Veiligheidsregio (bijlage 8) en zijn geen opmerkingen gemaakt dat de woonboten gezien hun ligging als kwetsbaar object moeten worden beschouwd. In het luchtkwaliteitsonderzoek zijn geen toetspunten voor bedrijfswoningen of woonboten binnen het huidige bedrijventerrein opgenomen, op basis van artikel 5.19 lid 2 van de Wet milieubeheer en de toelichting van de Handreiking rekenen aan luchtkwaliteit en opgenomen in paragraaf 4.7 van bijlage 9, waaruit blijkt dat dit niet nodig is.
-
f) Er wordt qua vaarbewegingen minimaal 1 groot schip per dag verwacht en dit geeft overlast door golfslag en zuiging. Er kunnen gevaarlijke situaties ontstaan door een te smalle invaart, terwijl een gemiddeld schip van 135 m, 15 m breed is.
Zie beantwoording Zienswijze 1, onder a)
-
g) Er zijn op blz. 14, paragraaf 5.3.2 geen berekeningen meegenomen voor emissie van stilliggend vaarverkeer, terwijl er motoren ingebouwd gaan worden en getest moeten worden. h) Op blz. 20 is de woonark ten noorden van de werf niet meegenomen, als dichtstbijzijnde wooneenheid. De
Het niet meenemen van testen is een correcte opmerking. Het luchtkwaliteitsonderzoek wordt op dit punt aangepast. Op voorhand wordt hierbij geen overschrijving van de NIBMnorm verwacht.
Het luchtkwaliteitsonderzoek in de Bijlagen bij de Toelichting wordt aangepast op dit punt.
Zie beantwoording Zienswijze 1, onder e)
-
Het vigerende bestemmingsplan Bedrijventerrein Maasbracht heeft het huidige terrein de specifieke bestemming scheepswerf zonder beperking van aantal schepen en scheepsgrootte. Dit is dus geen wijziging van het bestemmingsplan.
woonboten aan Maasbrachtse zijde wel, hier wordt rechtsongelijkheid gecreëerd. i) Er wordt een groot drijvend dok bij de werf neergelegd. Wordt dit nieuw op de werf gebouwd, of gaat dit door de te smalle invaart naar de werf gevaren worden? j) De woonboot is door de gemeente op 12-11-2018 met een ligplaats vergund en er is ook een vergunning van RWS.
2. Zienswijze 2, Van Nieuwpoort Bouwgrondstoffen BV a) De omvorming van enkelbestemming 'Bedrijventerrein' naar 'Water( Riviergebonden)' op het noordwestelijke deel van perceel Maasbracht F2160 is in het geheel niet onderbouwd is en dat dit strijdig is met een goede ruimtelijke ordening. Ook kunnen wij thans niet overzien wat de effecten hiervan zijn. Wij verzoeken u derhalve dat de enkelbestemming “Bedrijventerrein' ter plaatse gehandhaafd wordt/ongewijzigd blijft conform het vigerende bestemmingsplan. b) Volgens een bestaande vergunning mag de gronddam met toegangsweg tot terrein indiener maar een bepaalde hoogte hebben, om meestromen mogelijk te maken. Door de toevoeging van functieaanduiding ‘Scheepsrecycling’
Dit dok wordt vanuit de werf gebouwd. Voor de bestemmingsplanprocedure is dit niet relevant.
-
Zie beantwoording Zienswijze 1, onder b)
Waar in het bestemmingsplan wordt gesteld dat de woonarken en ligplaatsen niet legaal zijn, wordt dit aangepast. Dit geldt zowel voor de Toelichting als de onderzoeken waarin indiener aan gerefereerd wordt.
Het is niet de bedoeling geweest om deze strook om te zetten van de bestemming “Bedrijf” naar “Water”. Dit is dan ook een omissie in het bestemmingsplan en zal aangepast worden naar de situatie zoals opgenomen in het vigerende bestemmingsplan.
Het bestemmingsplan wordt ter plaatse weer in overeenstemming gebracht met de vigerende situatie.
Deze wijziging heeft overigens géén invloed op het rivierkundige onderzoek aangezien de watervlakken in het model ongewijzigd blijven op die locatie.
In de huidige situatie ligt de weg (die oude dam) lager (rond de NAP +23,70 meter). In het referentiemodel van RWS, dat het uitgangspunt vormt voor het rivierkundige onderzoek, ligt de weg ook op de werkelijke hoogte en niet op NAP +24 meter.
-
wordt een activiteit op het terrein van initiatiefnemer mogelijk gemaakt die belemmerend kan gaan werken. Ook wordt er een muur van 6 m opgetrokken om de scheepsrecycling. Dit moet in het Rivierkundig onderzoek correct en beter worden meegenomen. Er mogen geen nadelige waterkundige effecten optreden voor de percelen van indiener.
Kijkend naar de opmerking voor nadelige waterstandseffecten op het naburige perceel dan kan geconcludeerd worden dat er bij een T100 situatie (afvoer van 3.224 m3/s) inderdaad sprake is van enige verhoging ten opzichte van de referentie situatie. Het is hierbij van fundamenteel belang om te benadrukken dat het hier gaat om de T100 situatie waarbij in de referentie situatie (afbeelding 10 van bijlage 13) het terrein van Edelzand al nagenoeg volledig onderloopt. De modelaanpassing als gevolg van de beoogde terreinindeling (afbeelding 14) voegt hier slechts marginaal iets aan toe. Vrij vertaald in de referentiesituatie staat er bij hoogwater sowieso al water op het terrein. Het is verder van belang te benadrukken dat met het opstellen van onderhavig bestemmingsplan de vigerende dubbelbestemming “Waterstaat – Stroomvoerend Rivierbed” onverminderd van kracht blijft. Hiermee is geborgd dat bij een concrete bouwaanvraag nogmaals concreet getoetst wordt of er nadelige effecten optreden. Rijkswaterstaat geeft dan ook desgevraagd naar deze zienswijze de volgende reactie: ‘Het al dan niet verhogen, verlagen van aarden wallen, muren of andere bouwwerken en obstakels, wordt vastgelegd in de nog aan te vragen vergunningen bij Rijkswaterstaat. De haalbaarheidstoets van plannen wordt daar getoetst.
In het planologische spoor wordt gekeken of wordt voldaan aan het beleid van RWS en of de mogelijkheden en beperkingen binnen een (dubbel) bestemming juridisch juist in de regels en verbeelding vertaald zijn. Dit valt dus buiten de scope van de toetsing bij bestemmingsplannen, maar juist wel bij de vergunningsaanvraag.”
c) Niet alle rapportages zijn digitaal doorzoekbaar.
d) De afmeting van de muur ten behoeve van het inpasbaar maken van de scheepsrecycling wijkt af in de verschillende rapportages.
We begrijpen de opmerking inzake de digitale doorzoekbaarheid van rapportages. Helaas is het, zeker bij rapportages van derden, niet altijd mogelijk om rapportages digitaal doorzoekbaar te maken. Juridisch planologisch is dit overigens niet relevant. De stukken zijn op de wettelijke wijze, zowel analoog als digitaal beschikbaar gemaakt. Dit is een correcte constatering. In het akoestisch onderzoek is onderzocht welke afmetingen maximaal mogelijk, passend binnen de wettelijke kaders om een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen.
-
De zienswijze leidt niet tot een planaanpassing, maar de Toelichting wordt op dit punt verduidelijkt.
In het rivierkundige onderzoek is vervolgens gekeken naar de maximale maatvoering van deze muur met in achtneming van het voorkomen van nadelige effecten op de stroming van de rivier. Op de verbeelding is tenslotte aangegeven binnen welke kaders de betreffende muur daadwerkelijk opgericht kan worden rekening houdend met voornoemde aspecten.
e) Geconstateerd wordt dat er buiten medeweten van indiener is gerekend met het compenseren van de rivierkundige compensatie opgave eigendom van indiener.
De gemaakte opmerking leidt niet tot een planaanpassing maar naar aanleiding van de opmerking zal dit in de toelichting worden verduidelijkt. In de tekening van de volumecompensatie notitie staat inderdaad per abuis nog een hoek opgenomen die gelegen is op een perceel in eigendom van indiener. Dit perceel doet overigens op geen enkele wijze mee in de uitgevoerde onderzoeken. Zoals ook te lezen op het kaartje zelf waarin hoeveelheden zijn doorgestreept en voor het omlijnde gebied is aangegeven dat het niet van toepassing is. De betreffende kaart wordt aangepast in het onderzoek onderhavige aanduiding gaat van de tekening af.
De betreffende kaart in het onderzoek wordt op dit op punt aangepast.
f) Indiener van de zienswijze heeft weliswaar diverse gesprekken gehad met initiatiefnemer, maar vindt in dit plan zaken waar niet eerder is over gecommuniceerd of afspraken over zijn gemaakt. Bij het Verkennend Flora- en Faunaonderzoek is, zonder medeweten van indiener, diens terrein meermaals betreden. Indiener wenst eerder over onderzoeken en plannen van initiatiefnemer te worden geïnformeerd.
De gemeente heeft hier kennis van genomen en heeft initiatiefnemer op de hoogte gebracht van deze zienswijze voor een reactie. Initiatiefnemer is op eigen initiatief een gesprek aangegaan met indiener over diens zienswijzen. Voor het betreden van het perceel zonder toestemming zijn excuses gemaakt. Door het gesprek en beantwoording van vragen van indiener door initiatiefnemer zijn de zorgen indiener vooralsnog weggenomen.
-