MOTIE handhavingsboot - VVD
Tekst van het document
MOTIE
‘Handhaving op de Maasplassen’ De raad van de gemeente Maasgouw in vergadering bijeen op 5 maart 2024; Gelezen het voorstel van het college tot Uitbreiding BOA capaciteit; Overwegende dat: De gemeente Maasgouw voornemens is om boa’s te werven voor o.a. toezicht en handhaving op het water. 20% Van het grondgebied van Maasgouw uit water bestaat. Er sprake is van een toename van diverse vormen van overlast rond, maar met name ook op het water. Notitie Inzet boa’s MER-Omgevingsdienst aanbeveelt om voldoende middelen beschikbaar te stellen om handhaving en toezicht aan en op het water te kunnen uitvoeren. De gemeenten aan de Maasplassen met de Provincie Limburg een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de veiligheid op de Maasplassen. De Provincie Limburg beschikt over een provinciale handhavingsboot. Van mening zijnde dat: De bovenregionale omvang van de Maasplassen provinciaal commitment rechtvaardigt, te meer omdat de provincie zich jarenlang met de gemeenten Maasgouw en Roermond heeft ingespannen voor de economische ontwikkeling van de Maasplassen.
Verzoekt de burgemeester en het college van Maasgouw: In overleg met de burgemeester en het college van Roermond en Leudal enerzijds te onderzoeken hoe de handhaving op de Midden-Limburgse Maasplassen onderling op elkaar afgestemd kan worden en anderzijds bij het college van Gedeputeerde Staten van Limburg aan te dringen op bestuurlijke urgentie om duurzaam te investeren in handhaving op de Midden-Limburgse Maasplassen. Afhankelijk van de uitkomst van het overleg met de Provincie Limburg de inzet van een gemeentelijke handhavingsboot samen met de gemeenten aan de Maasplassen te overwegen. en gaat over tot de orde van de dag. Raadsleden VVD: P. Knoben, B. Zeegers, A. Thijssen. Raadsleden Lokaal Belang: B. Impelmans, A. van den Bergh, A. van Dam, M. van Herten-Schlössels, G. Hilbrink-Hofstra, R. Maassen, S. Oosterwaal, D. Stratermans. Raadsleden CDA: E. Dehing, J. van Kempen, J. Smeets-Palmen. Raadslid D66: C. van Velzen.