CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2026

01. Raadsvergadering 8 juli 2025, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Kadernota 20265.624 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota 2026

Maasgouw, 13 Mei 2025 Versie: 2 Collegevergadering

Z/25/142102 - D/25/199488

Inhoudsopgave 1. Inleiding .........................................................................................................................................................3 2. Voorbereiding kadernota 2026......................................................................................................................3 3. Financieel Meerjarenperspectief ...................................................................................................................4 4. Overige uitgangspunten en ontwikkelingen ..................................................................................................5 4.1 CAO ontwikkeling ....................................................................................................................................5 4.2 Autonome stijging van kosten (indexering) .............................................................................................5 4.3 Meicirculaire 2025 ...................................................................................................................................5 4.4 Jeugdwet..................................................................................................................................................6 4.5 Verbonden partijen .................................................................................................................................6 4.6

RUD LN .....................................................................................................................................................6 4.7 Integraal onderwijshuisvestingsplan .......................................................................................................6 5. Oplossingsrichtingen – verhoging inkomsten ................................................................................................8 5.1 Tegemoetkoming Rijk ..............................................................................................................................8 5.2 Inzet Reserves ..........................................................................................................................................8 5.3 Verhoging belastingen .............................................................................................................................9 5.4 Verhoging leges .....................................................................................................................................10 6.

Oplossingsrichtingen – verlaging uitgaven ..................................................................................................11 6.1 Verlagen uitgaven door heroverweging beleid .....................................................................................11 6.2 Heroverweging: afzien van nieuwe beleidsuitgaven .............................................................................11 6.3 Heroverweging: besparen op bestaande beleidsuitgaven ....................................................................12 7. Oplossingsrichtingen – reëel en risicovol begroten .....................................................................................13 8. Streven naar sluitende begroting of tekort .................................................................................................14 Bijlage 1 Beleidsvoorstellen .............................................................................................................................15

2

Z/25/142102 - D/25/199488

1. Inleiding Al enkele jaren wordt er binnen gemeenten en door VNG en Rijksoverheid gesproken over het ravijnjaar 2026. Voor dat jaar wordt een aanzienlijke korting op de algemene uitkering verwacht en daardoor wordt het financiële meerjarenperspectief van de Nederlandse gemeenten nog slechter dan dat al was. Andere belangrijke oorzaken van de slechte financiële vooruitzichten zijn de loon- en prijsstijgingen die tot hogere uitgaven voor de gemeenten leiden en de stijging van de kosten van de jeugdzorg die volledig op het "bordje" van de gemeente liggen (zonder voldoende compensatie van het Rijk). Recentelijk is de voorjaarsnota van het Rijk bekend. Hierin is een structurele bijdrage aan het gemeentefonds van € 400 miljoen opgenomen. Verder is een compensatie voor de jeugdwet opgenomen. Wat dit exact betekent voor de gemeente Maasgouw wordt duidelijk vanuit de meicirculaire. Hierover zult u separaat middels een raadsinformatiebrief in juni worden geïnformeerd. Als we kijken naar de financiële foto voor het meerjarenperspectief voor 2026-2029 met daarin verwerkt de wijzigingen van de Programmabegroting 2025 die worden verwacht in de 1e Programmarapportage 2025 dan zien we een stevig structureel begrotingstekort ontstaan voor de periode 2026-2029.

Om een scherper beeld van het financieel meerjarenperspectief te kunnen krijgen is aan de ambtelijke organisatie gevraagd om te inventariseren welke nieuwe beleidsacties (uitgaven) voor 2026 en volgende jaren nodig of wenselijk worden geacht (met een raming van de structurele of incidentele kosten die met deze nieuwe beleidsacties gepaard gaan). Dat heeft geleid tot 23 voorstellen en de daarmee gepaard gaande kosten zijn ook verwerkt in het financiële meerjarenperspectief (voorstellen met structureel effect). Daarnaast is in beeld gebracht met welke percentage voor indexering (loon- en prijsstijgingen) rekening moet worden gehouden en is een beeld geschetst van de kostenstijgingen die in de komende jaren van verbonden partijen worden verwacht. Het bovenstaande leidt tot de financiële foto van het meerjarenperspectief die is opgenomen in hoofdstuk 2. Daarin wordt zichtbaar dat er voor de komende jaren aanzienlijk meer uitgaven dan inkomsten worden verwacht. Dit leidt tot een verwacht begrotingstekort van circa € 6,5 miljoen in de jaarschijf van 2026 dat 2027 en 2028 licht daalt tot een begrotingstekort van circa € 6,0 miljoen in de jaarschijf van 2029. Met deze foto wordt in één oogopslag de ernst en urgentie van de financiële uitdagingen van de gemeente Maasgouw duidelijk.

2. Voorbereiding kadernota 2026 Ter voorbereiding op de totstandkoming van deze Kadernota 2026 heeft één themabijeenkomst plaatsgevonden voor de raadsfracties, het college van Burgemeester en Wethouders en de ambtelijke organisatie. Hierin is een nadere toelichting gegeven op het ravijnjaar 2026 en de financiële positie van de gemeente. Verder zijn een aantal standpunten vanuit het college toegelicht. Bij deze standpunten is tevens de opvatting van de gemeenteraad opgehaald. Deze standpunten worden in deze kadernota nader uitgewerkt. Verder is aan de gemeenteraad alsmede het college gevraagd een prioritering aan te brengen in een aantal taak- en beleidsvelden. Deze taak- en beleidsvelden zijn tevens voorzien van een ‘stelling’ op grond waarvan de prioritering vastgesteld dient te worden. Tijdens deze sessie is op inhoudelijk niveau de visie van zowel de gemeenteraad als het college met elkaar besproken.

3

Z/25/142102 - D/25/199488

3. Financieel Meerjarenperspectief De actuele financiële foto is onderstaand weergegeven (stand per 1 mei 2025). Uitgangspunten: ✓ De financiële vertaling besluitvorming van de raadsvergaderingen tot en met 24 februari 2025 is verwerkt; ✓ De begrotingen van de verbonden partijen (gemeenschappelijke regelingen) zijn alvast financieel vertaald vooruitlopend op definitieve vaststelling door de betreffende GR-en; ✓ Ook de aanstaande besluitvorming voor de raad van 8 juli 2024 is al verwerkt conform voorstel van het college. Met name de meerjarige financiële bijstelling van de 1e Prorap 2025 is daarbij relevant; ✓ De financiële vertaling van de meicirculaire is nog niet verwerkt in dit overzicht. Het betreft o.a. aanpassingen voor de indexering o.b.v. Bruto Binnenlands Product (BBP) op grond van de nieuwe rekensystematiek (conform Voorjaarsnota 2025 van het Rijk), het schrappen van de opschalingskorting m.i.v. 2026, compensatie voor de gestegen prijzen (loon- en prijsontwikkeling (LPO)), aanpassing van de WOZ-rekentarieven, verhoging van de stelpost BTW-compensatiefonds, aanpassing / actualisering van verdeelmaatstaven. Middels een raadsinformatiebrief in juni 2025 zijn jullie hierover geïnformeerd; ✓ Voor de kosten en uitgaven is een inschatting gemaakt van de indexering; ✓ CAO stijging is een inschatting gemaakt van de verwachte kosten.

De werkelijke financiële vertaling wordt meegenomen in de begroting 2026. Bedragen * € 1.000 Primaire begroting na amendement Begrotingswijziging n.a.v. raadsbesluiten (2de programmarapportage) Nog te verwerken raadsbesluiten Post onvoorzien structureel na raad 24 februari 2025 Mutaties 1e programmarapportage 2025 Reëel saldo post onvoorzien d.d. 1 mei 2025 Beleidsvoorstellen Stelpost indexering jeugdwet* Stelpost indexering Wmo* Stelpost indexering overig* Stelpost CAO stijging Verbonden partijen**:

-

BsGW SC MER Omnibuzz Veiligheidsregio RUD LN*** Westrom Reinigingsdienst Maasland

Reëel saldo post onvoorzien na verwerking mutaties

2026 88

-301

2027 425 -562

2028 703 -539

2029 703 -539

5 -208

12 -125

111 275

111 275

-1.841 -2.049 -1.894 -368 -240 -350 -525

-1.775 -1.900 -1.894 -368 -240 -350 -525

-1.774 -1.499 -1.894 -368 -240 -350 -525

-1.774 -1.499 -1.894 -368 -240 -350 -525

-9 -263 -184 -123 -431 -9 -25 -6.470

-6 -263 -178 -175 -431 -18 -25 -6.373

-17 -263 -173 -175 -431 -22 -25 -5.982

-17 -263 -208 -175 -431 -22 -25 -6.017

*Indexering overig: zie nadere toelichting in paragraaf 4.2 **Verbonden partijen: zie nadere toelichting in paragraaf 4.5 ***RUD LN: zie nadere toelichting in paragraaf 4.6

4

Z/25/142102 - D/25/199488

4. Overige uitgangspunten en ontwikkelingen 4.1 CAO ontwikkeling Op 17 april 2025 is een eindresultaat bereikt voor de CAO gemeenten 2025-2027. Het resultaat wordt definitief na de ledenraadplegingen in mei en juni 2025. Voor de twee jaren is er sprake van een salarisstijging van 6,7% verdeeld over een vijftal stappen. In de begroting 2025 zijn wij uitgegaan van een indexering van 3% zijnde € 525.000. Deze inschatting lijkt aan de hoge kant voor de werkelijke indexering over 2025. De financiële effecten hiervan zullen orden verwerkt in de 2de programmarapportage 2025. Voor 2026 is sprake van een nominale stijging van € 35 per 1 januari 2026 alsmede een stijging van 1,25% per 1 juli 2026. Het financiële effect van beide mutaties dient nog nader bepaald te worden. In de kadernota 2026 handhaven wij het financiële effect op € 525.000 (cf. 2025). In de begroting zal het werkelijke financiële effect verwerkt worden. Kader: De CAO stijging op basis van het eindresultaat zal financieel vertaald worden in de begroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029.

4.2 Autonome stijging van kosten (indexering) De begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 wordt opgesteld op basis van constante prijzen. Uitgangspunt voor de begroting 2026 is prijspeil 2026. Dit geldt voor zowel de uitgaven- als de inkomstenkant van de gemeentelijke exploitatie. Concreet betekent dit het volgende: ✓ De begrotingen 2026 van de verbonden partijen zijn al opgesteld op basis van prijspeil 2026; ✓ De opgenomen investeringen in het JIP/MIP worden geïndexeerd; ✓ Voor overige gemeentelijke exploitatie-uitgaven wordt een stelpost geraamd op basis van de loonprijsontwikkeling volgens de Meicirculaire 2025. In het financieel meerjarenperspectief zoals opgenomen in hoofdstuk 3 is rekening gehouden met een indexering van 2,6% voor de overige kosten op basis van verwachting van het CPB. Voor de jeugdwet en Wmo wordt rekening gehouden met een indexering van op grond van de OVA (loonkosten) en stijging volgens het CPB van 2,6%. Voor de verschillende kosten is sprake van verschillende verhoudingen alsmede verschillende CAO’s. Door rekening te houden met indexering ontstaat een reëel beeld van de exploitatie. Kader: Prijzen van de gemeentelijke exploitatie worden geïndexeerd op basis van prijspeil 2026 voor een reëel beeld.

4.3 Meicirculaire 2025 Naar aanleiding van de meicirculaire 2025 zal de financiële vertaling van de voorjaarsnota worden gemaakt. Zoals toegezegd bij de themabijeenkomst wordt u middels een raadsinformatiebrief in juni hierover geïnformeerd. De financiële vertaling vormt de basis voor de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029. De gevolgen van de Septembercirculaire 2025 zullen pas doorgerekend kunnen worden als de conceptbegroting 2026 al naar de raad is verstuurd. Na doorrekening van de Septembercirculaire 2025 zal de raad worden ingelicht over de financiële consequenties, zodat deze meegenomen kunnen worden in het besluitvormingsproces over de vast te stellen begroting 2026. Kader: De Meicirculaire 2025 van het gemeentefonds vormt de basis voor de op te stellen begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029.

5

Z/25/142102 - D/25/199488

4.4 Jeugdwet In paragraaf 3.6 van de Voorjaarsnota is aangegeven dat gemeenten in 2026 een substantiële tegemoetkoming ontvangen om het ‘ravijnjaar’ op te vangen. Er wordt voor 2025–2027 cumulatief €3 miljard beschikbaar gesteld aan gemeenten voor de stijgende jeugdzorgkosten én het overgangsjaar 2026 in het gemeentefonds. In feite is daarmee de invoering van de hervormingsmaatregelen uit de Hervormingsagenda (HVA) Jeugd met twee jaar (nogmaals) uitgesteld, waardoor de volledige beoogde besparing nu pas in 2028 wordt gerealiseerd. Daarnaast halveert het kabinet de oorspronkelijke besparingsopgave en volgt daarmee het advies van de deskundigencommissie Van Ark op, die pleit voor een evenwichtige verdeling van het jeugdzorgtekort tussen rijk en gemeenten. Het rijk geeft hier dus deels gehoor aan door een structureel bijstelling van de oorspronkelijke besparingsopgave vanuit de Hervormingsagenda Jeugd, “deels” omdat er tegelijkertijd vanaf 2028 een ‘extra’ besparing bij komt naar aanleiding van de drie aanvullende rijksmaatregelen.

4.5 Verbonden partijen In april en mei 2025 zijn de begrotingen 2026 van de verbonden partijen voor zienswijze aan de raad voorgelegd. Ondanks de eerdere zienswijze bij de begroting 2025, is er mede door autonome ontwikkelingen van loonsverhogingen en indexeringen alsmede noodzakelijke investeringen/projecten, voor 2026 sprake van kostenverhogingen. Voor de begrotingen van de verbonden partijen van 2026 is de zienswijze ingebracht om bij de begroting 2027 een beleidsarme begroting in te dienen. Daarmee kan de kostenstijgingen beter beheersbaar worden gehouden, vinden scherpere afwegingen plaats en worden verbonden partijen meer geacht om mee te bewegen in de besparingsopgave. Voor de daadwerkelijke effectuering van de zienswijze van Maasgouw, zijn we afhankelijk van de overige participerende gemeenten in de GR. Indien het AB de zienswijze niet overneemt, dan zijn we als gemeente verplicht om ons te conformeren aan de gemeentelijke bijdrage zoals die verschuldigd is op basis van besluitvorming van de meerderheid van de deelnemende gemeenten. Kader: Om de kostenstijging beheersbaar te houden, is voor het meerjarenperspectief vanaf 2027 aan de gemeenschappelijke regelingen in de zienswijze verzocht om voor 2027 en volgende jaren een beleidsarme begroting op te stellen, danwel nieuw (ruimtevragend) beleid te bekostigen uit de bestaande begroting.

4.6 RUD LN Binnen de RUD LN werken 15 Noord-Limburgse gemeenten samen aan wettelijke milieutaken, zoals milieutoezicht. Deze samenwerking is georganiseerd als een netwerk. Medewerkers zijn in dienst van de gemeenten en richten zich op professionalisering en kennisuitwisseling. Het onderzoeksrapport van de commissie Van Aartsen leidde in 2021 tot het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (IBP), dat de omgevingsdiensten in Nederland versterkt. Er zijn 6 pijlers ontwikkeld met robuustheidscriteria voor omgevingsdiensten, waaraan de RUD LN momenteel niet voldoet. Een plan van aanpak voor een robuuste Omgevingsdienst Noord en Midden Limburg is opgesteld, met een projectteam dat werkt aan een bedrijfsplan. Dit bedrijfsplan zal voor de zomer gereed zijn, waarna de bouw van de robuuste Omgevingsdienst start. Deze moet uiterlijk op 1-4-2026 operationeel zijn, maar er zijn nog geen duidelijke inzichten in de structurele gevolgen voor personeel en financiën. Mogelijke effecten voor 2026 zullen derhalve pas kunnen worden verwerkt middels een begrotingswijziging. Verwacht wordt dat de oprichting van de nieuwe organisatie zal leiden tot een aanvullende bijdrage van de gemeente. Op basis van de eerste inzichten (concept begroting 2026 nieuwe organisatie) leidt dit tot een aanvullende bijdrage van de gemeente Maasgouw van € 431.000.

Voorzichtigheidshalve is deze bijdrage verwerkt in financieel meerjarenperspectief (zie hoofdstuk 3). In de begroting zal de op dat moment bekende situatie verwerkt worden.

4.7 Integraal onderwijshuisvestingsplan In de raad van 12-7-2022 is het Integraal huisvestingsplan (IHP)gemeente Maasgouw vastgesteld met daarin opgenomen een uitvoeringsplan voor 5 jaar en een verdere doorkijk voor 20 jaar (2022-2041) voor onderwijshuisvesting. Doordat bestaande gebouwen al grotendeels zijn afgeschreven en investeringskosten destijds veel lager waren, zijn er beperkte kapitaallasten voor vervangingsinvesteringen in de exploitatie opgenomen. O.b.v. de doorkijk dient voor de komende 20 jaar rekening te worden gehouden met een investeringsbedrag van ruim € 24 miljoen voor vervangende nieuwbouw en/of (levensduur verlengende) renovatie o.b.v. prijspeil 2021. Dit investeringsbedrag is inclusief de investering St. Medardus school te Wessem 6

Z/25/142102 - D/25/199488

waarvoor in de begroting 2025 al dekkingsmiddelen zijn opgenomen. Daarmee resteert een investeringsbedrag van € 22 miljoen o.b.v. prijspeil 2021. Definitieve keuzes vinden volgens de visie van het huisvestingsplan plaats op basis van uit te voeren haalbaarheidsonderzoeken (met aandacht voor actuele regelgeving, onderhoudsstaat, ontwikkeling leerlingaantallen, tijdelijke huisvesting, ruimtelijke inpassing etc) per schoollocatie. In de loop van 2025 wordt het IHP herijkt, waardoor we een scherper beeld krijgen van: ✓ Wanneer de scholen worden opgeleverd (einde bouwfase, start afschrijving lasten); ✓ Wat de actuele bouwkosten en gerelateerde overige kosten zullen zijn.

Vanaf 2028 of 2029 zal de eerste investering plaatsvinden.

7

Z/25/142102 - D/25/199488

5. Oplossingsrichtingen – verhoging inkomsten 5.1 Tegemoetkoming Rijk Verreweg de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente zijn de algemene en specifieke uitkeringen vanuit het Rijk. Recentelijk is de voorjaarsnota van het Rijk bekend.

Bron: Kabinet presenteert voorjaarsnota: gevolgen voor gemeenten geanalyseerd | BMC | BMC

Hierin is een structurele bijdrage aan het gemeentefonds van € 400 miljoen opgenomen. Verder is een compensatie voor de jeugdwet opgenomen. Wat dit exact betekent voor de gemeente Maasgouw wordt duidelijk vanuit de meicirculaire. Hierover zult u separaat middels een raadsinformatiebrief in juni 2025 worden geïnformeerd.

5.2 Inzet Reserves Voor wat betreft de inzet van reserves zal sprake zijn van een (snelle) uitputting van de reserves als de gemeentelijke reserves gebruikt gaan worden om jaarlijkse begrotingstekorten af te dekken. Daarnaast verdient hierbij overweging dat de reserves van de gemeente Maasgouw (die ooit robuust waren dankzij de "Essentgelden") vanaf 2010 al fors zijn afgenomen door een reeks van investeringen die door de gemeente gedaan zijn. Ook in deze bestuursperiode die loopt sinds 2022 zijn deze reserves ingezet voor investeringen in onder meer de gemeenschapsaccommodaties in Wessem, Stevensweert, Thorn en Linne. Bovendien is bekend dat voor de komende jaren forse investeringen nodig zijn voor het onderhoud van gemeentelijk vastgoed (o.a. schoolgebouwen) en voor een eventuele verduurzaming van deze gebouwen. Dit vraagt om terughoudendheid bij de inzet van reserves. De omvang van de algemene reserve bedraagt per 31 december 2024 € 24.267.000 (bron: concept jaarstukken 2024). Kader: De reservepositie wordt niet ingezet voor het afdekken van de jaarlijkse tekorten die nu zichtbaar zijn in het meerjarenperspectief. Dit met het oog op de hiervoor genoemde nadelen die verband houden met uitputting van de gemeentelijke reserves.

Deze reserves zullen dan niet meer beschikbaar zijn voor opgaven die zich in de komende jaren voor de gemeente aandienen (zoals onder meer het onderhoud van gemeentelijk vastgoed) en voor de aanpak van toekomstige opgaven die nu nog niet worden voorzien.

8

Z/25/142102 - D/25/199488

5.3 Verhoging belastingen Voor alle belastingen geldt dat de opbrengstprognoses van BsGW van belang zijn om een zo goed mogelijke inschatting te kunnen maken van de te realiseren belastingopbrengsten. Op 9 april 2025 is het Belastingoverzicht 2025 ontvangen van de provincie Limburg. Dit overzicht laat het volgende beeld zien: ✓ De gemiddelde OZB-aanslag eigenaar in de 31 Limburgse gemeenten bedraagt € 372 bedraagt. In Maasgouw bedraagt de gemiddelde OZB-aanslag eigenaar € 279, waarmee Maasgouw 1e in de ranking staat. De hoogste OZB-aanslag eigenaar bedraagt € 554 (gemeente Meerssen); ✓ Voor rioolheffing (eigenaar en gebruiker) is het gemiddelde Limburgse tarief € 248. Het Maasgouwse tarief bedraagt gemiddeld € 295. Hiermee behoort Maasgouw tot de middenmoot. ✓ Voor afvalstoffenheffing is het gemiddelde Limburgse tarief € 327. Het Maasgouwse tarief bedraagt € 303. Ook hier behoort Maasgouw tot de middenmoot. Bron: Belastingoverzicht 2025 Provincie Limburg Voor de tariefstelling van de belangrijkste heffingen gelden de volgende uitgangspunten: ✓ Voor afvalstoffenheffing is het uitgangspunt 100% kostendekkende tariefstelling. De tariefsontwikkeling (voor de burger) is daarmee grotendeels afhankelijk van de doorbelaste kosten van GR Maasland en de heffingskosten van BsGW.

De variabele heffing hangt af van de mate van afvalscheiding; ✓ Voor rioolheffing is het uitgangspunt 100% kostendekkende tariefstelling. De tariefsontwikkeling is gebaseerd op het GRP (2022-2026) met uitgangspunt 3% jaarlijkse verhoging plus indexering; ✓ (Water-)toeristenbelasting: Het tarief van 2025 is € 2,25. Budgettair is rekening gehouden met een tariefstijging naar € 2,50 vanaf 2026. Een verdere tariefsverhoging wordt niet opportuun geacht in het kader van de wens om het tarief voor meerdere jaren vooruit vast te leggen. Voor de grondslag van opbrengstramingen zullen de actuele areaal- en bezettingsprognoses als uitgangspunt worden gehanteerd; ✓ Onroerende Zaakbelasting (OZB): In Maasgouw is sprake is van een hoge ambitie met betrekking tot het voorzieningenniveau. Hier tegenover mag ook een hogere OZB-heffing staan. Op basis van de informatie zoals opgenomen in het belastingoverzicht 2025 van de provincie Limburg hebben wij de effecten van tariefsverhoging inzichtelijk gemaakt. Dit wordt zichtbaar in bijgevoegde tabel. Hierbij is het vastgestelde tarief 2025 als basis gebruikt.

Indexatie

Meeropbrengst OZB Woningen

Meeropbrengst OZB Niet woningen

10%

€ 327.000

€ 120.000

15%

€ 490.000

€ 179.000

20%

€ 653.000

€ 239.000

25%

€ 816.000

€ 299.000

30%

€ 979.000

€ 359.000

35%

€ 1.142.000

€ 419.000

Impact OZB verhoging voor de inwoner: Indien gemeente Maasgouw ervoor kiest om de tarieven met 25% te laten stijgen, zal de gemeente Maasgouw nog steeds één van de laagste OZB aanslagen van provincie Limburg hebben. Een stijging van 25% leidt tot een hogere last van € 70 (uitgaande van een betalingstermijn van 10 maanden: € 7 per maand). In bovenstaande is nog geen rekening gehouden met een stijging van de WOZ waarde. Een stijging van de WOZ waarde zal leiden tot een lagere indexering. Impact OZB verhoging op de algemene uitkering: Tijdens de themabijeenkomst hebben wij gesproken over de korting van de OZB opbrengsten op de algemene uitkering. De opbrengsten OZB betreft een correctiepost op de algemene uitkering vanuit gemeentefonds. Voor deze post worden door het rijk normbedragen (maatstaven) toegepast. De maatstaf voor de OZB wijkt af van 9

Z/25/142102 - D/25/199488

het werkelijke tarief zoals dit door de gemeente wordt gehanteerd. De waarde van maatstaf die toegepast wordt door het rijk is hoger dan de daadwerkelijke waarde (OZB tarief) bij de gemeente. Gemeente Maasgouw wordt dus tegen een hoger tarief gekort dan de daadwerkelijke opbrengst. Zie onderstaande uitwerking van de OZB opbrengst 2023 en de ‘korting’ die in de algemene uitkering vanuit gemeentefonds wordt toegepast. Voorbeeld op basis van de algemene uitkering 2023 (* € 1.000): Opbrengst gemeente Maasgouw Algemene uitkering vanuit het gemeentefonds

WOZwaarde

OZB Tarief

Opbrengst

Wegingsfactor

WOZwaarde * wegingsfactor

OZB Tarief

€ 2.894

Korting

80%

€ 2.876.477

0,0857%

€ 2.465

€ 1.111

70%

€ 395.380

0,2796%

€ 1.105

€ 867

70%

€ 344.868

0,2127%

€ 734

Woningen eigenaren

€ 3.595.596

0,0805%

Niet woningen eigenaren

€ 564.829

0,1967%

Niet woningen gebruikers

€ 492.669

0,1759%

€ 4.872

€ 4.304

Vanuit bovenstaande tabel blijkt dat gemeente Maasgouw over 2023 een opbrengst vanuit de onroerende zaakbelasting realiseert van € 4.872.000. De algemene uitkering vanuit het gemeentefonds wordt met een bedrag van € 4.304.000 gekort (correctiepost) voor de onroerende zaakbelasting. Netto is dit een opbrengst van de gemeente voor een bedrag van afgerond € 568.000. Indien de tarieven meer in lijn liggen met de tarieven zoals deze landelijk worden toegepast zal de netto opbrengst voor gemeente Maasgouw hoger zijn. Kader: De OZB tarieven worden voor 2026 met 25% verhoogd. Deze verhoging is noodzakelijk om het hoge ambitieniveau met betrekking tot het voorzieningenniveau te kunnen waarborgen. Verder blijft gemeente Maasgouw met een verhoging van 25% nog steeds één van de gemeente in Limburg met de laagste lasten voor OZB. Als laatste leidt deze verhoging tot een hogere netto opbrengst gerelateerd aan de korting die het rijk toepast op de algemene uitkering.

5.4 Verhoging leges In de paragraaf lokale heffingen wordt verantwoording afgelegd over de leges die de gemeente in rekening brengt. Uitgangspunt hierbij zou zijn dat deze leges kostendekkend zijn. Momenteel niet alle leges kostendekkend (zie programmabegroting 2025). Verhoging van de leges zijn een optie kunnen zijn. Kader: Uitgangspunt is een kostendekkendheid van de legestarieven. Er wordt onderzocht welke leges momenteel niet kostendekkend zijn. Voor de leges die momenteel niet kostendekkend zijn wordt verder onderzocht in hoeverre het realistisch is om deze leges te verhogen.

10

Z/25/142102 - D/25/199488

6. Oplossingsrichtingen – verlaging uitgaven 6.1 Verlagen uitgaven door heroverweging beleid Voor de periode 2026-2029 is een perspectief zichtbaar waarbij de uitgaven van de gemeente de inkomsten fors overschrijden. Het streven is er op gericht om de uitgaven en inkomsten zo snel mogelijk weer in balans te brengen zodat de financiële gezondheid van de gemeente ook in de toekomst gewaarborgd kan blijven. In hoofdstuk 5 is ingegaan op de mogelijkheden om de inkomsten te verhogen en in dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden om uitgaven te verlagen. Het verlagen van de uitgaven van de gemeenten kan op twee manieren:  heroverweging van de voorstellen voor nieuwe beleidsuitgaven vanaf 2026  besparing doorvoeren op uitgaven van bestaand beleid / huidige taken

(par. 6.2) (par. 6.3)

6.2 Heroverweging: afzien van nieuwe beleidsuitgaven Vanuit de ambtelijke organisatie zijn voorstellen voor nieuwe beleidsacties (en daaraan gekoppelde uitgaven) opgesteld die voor 2026 en verder verplicht of wenselijk worden geacht. Bijlage 1 bevat een overzicht van de voorstellen voor nieuwe beleidsacties voor 2026 e.v. en de nieuwe uitgaven die daarmee gepaard gaan (structureel of incidenteel). Daarbij is ook vermeld of deze voostellen als "verplicht" (onontkoombaar) of als "wens" (keuzemogelijkheid) worden beschouwd. De totale kosten van alle voorgestelde beleidsacties zijn opgenomen in het financieel meerjarenperspectief die in hoofdstuk 3 van de Kadernota is opgenomen. Het overzicht heeft nog geen bestuurlijke status omdat over de voorstellen nog geen bestuurlijke besluitvorming heeft plaatsgevonden. Een deel van de voorgestelde nieuwe beleidsacties voor 2026 en verder kan als onontkoombaar worden beschouwd. Dit zijn de beleidsacties waarbij de gemeente er niet aan ontkomt (bijvoorbeeld op basis van juridische verplichtingen) om deze acties vanaf 2026 te gaan uitvoeren en om de uitgaven daarvan in de begroting op te nemen. Daarnaast is er aan een deel van de voorgestelde beleidsacties wel te ontkomen.

Dit betreft de nieuwe beleidsacties die niet als een verplichting maar als een wens worden beschouwd omdat de gemeente de keuzemogelijkheid heeft om af te zien van deze nieuwe beleidsacties. Als besloten wordt om bepaalde beleidsacties -met het oog op het financieel meerjarenperspectief- toch niet uit te voeren vanaf 2026 dan hoeven de daarmee gepaard gaande uitgaven ook niet in de begroting te worden opgenomen. Voorgesteld wordt om eerst het financieel meerjarenperspectief 2026 en de financiële resultaten van de oplossingsrichtingen in deze Kadernota te concretiseren. Vervolgens moet ook in beeld worden gebracht wat de mogelijkheden zijn om besparingen op bestaand beleid door te voeren en wat daarvan de financiële resultaten en maatschappelijke effecten zijn. Als die informatie beschikbaar kan in samenhang gekeken worden naar de heroverwegingsmogelijkheden van nieuw en bestaand beleid. Kader: De nieuwe beleidacties (en daarmee gepaard gaande uitgaven) vanaf 2026 die als onontkoombaar worden beschouwd worden opgenomen in de Programmabegroting 2026.

Voor de nieuwe beleidsacties (en daarmee gepaard gaande uitgaven) die als een wens worden beschouwd is vooralsnog het voornemen om die op te nemen in de Programmabegroting 2026 maar zal wel nog een heroverweging plaatsvinden als er meer concrete informatie beschikbaar is over het financiële meerjarenperspectief, de resultaten van (andere) oplossingsrichtingen én de mogelijkheden om te besparen op bestaand beleid en de effecten daarvan.

11

Z/25/142102 - D/25/199488

6.3 Heroverweging: besparen op bestaande beleidsuitgaven De financiële situatie van de gemeente met meer uitgaven dan inkomsten in de komende jaren vraagt om een substantiële bezuiniging (besparing) op de uitgaven die gepaard gaan met de uitvoering van de bestaande beleidstaken van de gemeente. Uitgangspunt is dat er geen bezuinigingen kunnen worden doorgevoerd op beleidsuitgaven die als onontkoombaar kunnen worden beschouwd. Dit zijn uitgaven die gepaard gaan met de uitvoering van beleidstaken waar de gemeente niet aan kan ontkomen (bijvoorbeeld omdat ze juridisch verplicht zijn). Als gekeken wordt naar de beleidsuitgaven dan zijn dit de grootste taakvelden van de gemeente Maasgouw (in alfabetische volgorde): ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓

Algemeen-bestuurlijke taken (incl. communicatie/participatie); Externe dienstverlening (basistaken en burgerzaken); Gemeentelijk vastgoed; Groene openbare ruimte; Interne dienstverlening en bedrijfsvoering; Ruimtelijke en economische ontwikkeling; Sociaal Domein: beleid in aanvulling op wettelijke taken; Sociale werkvoorziening en arbeidsparticipatie; Veiligheid, openbare orde en handhaving; Verduurzaming en energietransitie; Verharde openbare ruimte.

In de aanloop naar de Programmabegroting 2026 wordt per taakveld in beeld gebracht op welke onderwerpen (taken/beleidsactiviteiten) besparingsmogelijkheden bestaan, welk bedrag hiermee exact bespaard kan worden (structureel-incidenteel) en wat de maatschappelijke effecten zijn als deze specifieke taak of beleidsactie met een kleiner budget moet worden uitgevoerd. De resultaten van deze exercitie wordt gebundeld in een totaalrapportage over de mogelijkheden voor besparing op bestaand beleid. Voorgesteld wordt om eerst het financiële meerjarenperspectief en de financiële resultaten van andere oplossingsrichtingen in deze Kadernota (verhogen inkomsten en reëel begroten) te concretiseren. Als daarbij ook rekening wordt gehouden met het kader voor een sluitende begroting (in hoofdstuk 8 van deze Kadernota) dan ontstaat meer zicht op de financiële omvang van de opgave om te besparen op nieuwe en/of bestaande beleidsuitgaven. Op basis van de bovengenoemde informatie kan in samenhang een heroverweging van bestaande en nieuwe beleidsuitgaven plaatsvinden die gedeeltelijk zal moeten leiden tot het doorvoeren van besparingen op bestaande beleidsuitgaven en gedeeltelijk tot het afzien van nieuwe beleidsuitgaven. Kader bestaande beleidsuitgaven: Er ligt een opgave om de uitgaven van de gemeente te verlagen, maar de financiële omvang van deze opgave moet nog nader geconcretiseerd worden.

Om deze opgave te realiseren zal in samenhang worden gekeken naar de heroverwegingsmogelijkheden van bestaand en nieuw beleid. Daarbij kan een reeks van besparingen worden doorgevoerd op de uitgaven van bestaand beleid en/of kan worden afgezien van nieuwe beleidsacties en de daarmee gepaard gaande uitgaven.

12

Z/25/142102 - D/25/199488

7. Oplossingsrichtingen – reëel en risicovol begroten Uitgangspunt bij het opstellen van de begroting is dat de lasten en baten reëel geraamd worden. Concreet houdt dit in dat er een goede inschatting wordt gemaakt van hoeveel taken zullen kosten, hoeveel opbrengsten er binnen zullen komen en hoeveel eventueel bespaard kan worden met het nemen van maatregelen. Dit hangt nauw samen met uitvoering van bestaande ambities. Indien ambities te hoog worden ingezet in relatie tot de uitvoeringscapaciteit, wordt de begroting bij de planning onnodig ‘opgeblazen’. Door beperkte uitvoeringscapaciteit blijven er dan middelen (deels) onbesteed en worden doorgeschoven naar latere jaren waardoor de begroting feitelijk geen realistisch beeld weerspiegelt van de werkelijke situatie. Dit komt ook tot uitdrukking bij de saldo-overheveling bij de jaarrekening. Ambtelijk zal onderzocht worden in welke mate er nog “lucht uit de begroting” gedrukt kan worden en of aanpassingen in boekhoudkundige systematiek meer financiële ruimte kunnen geven in komende jaren. Verder wordt de wijze van het inschatten van lasten en baten onderzocht. Binnen de kaders zullen posten risicovoller worden opgenomen in plaats van de conservatieve methode zoals deze in de afgelopen jaren is toegepast. Deze inschatting moet wel onderbouwd kunnen worden.

Kader: Opstellen reële begroting zodat ‘lucht’ uit de begroting wordt gehaald. Waar onderbouwd zullen exploitatieposten meer risicovol opgenomen worden.

13

Z/25/142102 - D/25/199488

8. Streven naar sluitende begroting of tekort Met het oog op het financiële ravijn wordt door op advies van de VNG door veel gemeenten in Nederland overwogen om de meerjarenbegroting 2026-2029 niet volledig sluitend te maken. Door de VNG wordt dit geadviseerd als "statement" daarmee de druk richting Rijk (kabinet) op te voeren om met een forse financiële tegemoetkoming voor alle Nederlandse gemeente te komen. Hierbij moet meteen aangetekend worden dat het niet realistisch is om te verwachten dat het Rijk met een tegemoetkoming gaat komen die het begrotingstekort van alle Nederlandse gemeenten grotendeels gaat oplossen. Ook al komt het Rijk met een tegemoetkoming dan zal het meerjarenperspectief van de gemeente Maasgouw naar verwachting nog steeds een aanzienlijk structureel tekort laten zien. In het coalitieakkoord is het volgende opgenomen: Coalitieakkoord 2022-2026: passage over financiën en belastingen (pag. 4) "Het behoedzame financiële beleid heeft ertoe geleid dat de gemeente Maasgouw een gezonde financiële positie heeft. We willen een robuuste reservepositie houden om in te kunnen spelen op opgaven in de toekomst die we nu nog niet kunnen voorzien.

Als geen dekking aanwezig is voor nieuwe investeringen die noodzakelijk zijn dan wordt deze dekking gezocht in een "kwadrant" met de volgende varianten: heroverweging van bestaand beleid, heroverweging van nieuw beleid, inzet van reserves of verhoging van belastingen."

De passage uit het Coalitieakkoord 2022-2026 laat zien dat de financiële strategie van de gemeente Maasgouw tot dusverre altijd gericht is geweest op een sluitende begroting en het voeren van een behoedzaam financieel beleid. Dat heeft er toe geleid dat we als gemeente tot dusverre een gezonde financiële positie hebben kunnen behouden in tegenstelling tot veel andere gemeenten. Als er voor de komende jaren gekozen niet gekozen wordt voor het sluitend maken van de begroting dan blijven de uitgaven van de gemeente groter dan de inkomsten en moeten ieder jaar de reserves worden ingezet om (alsnog) alle uitgaven te kunnen dekken. Dat is een situatie die niet lang is vol te houden en leidt tot een uitputting van de gemeentelijke reservepositie. De financiële vitaliteit en daadkracht neemt dan steeds verder af. Voor de gemeente betekent dat de bestuurskracht en de ruimte om beleidsambities te realiseren eveneens afneemt. De gemeente zal dan steeds minder in staat zijn om een daadkrachtige rol te spelen in de lokale samenleving. Het niet (volledig) sluitend maken van de begroting kan dan ook niet gezien worden als een oplossing voor de financiële uitdaging die gepaard gaat het met financiële ravijn, maar slechts als het doorschuiven van deze opgave voor de volgende bestuursperiode.

Bovendien zal/kan een dergelijke situatie gaan leiden tot intensiever (of preventief) toezicht door de provincie waardoor de ruimte van de gemeente om zelf financiële keuzes te maken gaat afnemen. Kader: Gelet op de overwegingen wordt gestreefd naar het sluitend maken van de begroting uiterlijk in de laatste jaarschijf (2029) van de meerjarenbegroting. Echter, gelet op het advies van de VNG (om tot op zekere hoogte een tekort te laten zien op de begroting) én gelet op het feit dat de jaarrekening van de gemeente Maasgouw in de laatste jaren steeds een overschot heeft laten zien (van gemiddeld circa € 1,0 miljoen) is het verantwoord en acceptabel om in de jaarschijven 2026, 2027 en 2028 een tekort te laten. Hierbij streven wij naar onderstaande tekorten:  € 1,5 miljoen in de jaarschijf 2026;  € 1,0 miljoen in de jaarschijf 2027;  € 0,5 miljoen in de jaarschijf 2028. Het aflopende bedrag van dit tekort heeft ermee te maken dat we met ramingen voor inkomstenstijgingen en taakstelling voor besparingen op uitgaven willen gaan toewerken naar een sluitende begroting vanaf jaarschijf 2029 waarbij inkomsten en uitgaven van gemeenten weer in balans zijn.

14

Z/25/142102 - D/25/199488

Bijlage 1 Beleidsvoorstellen Beleidsontwikkelingen met structurele kosten Nr.

Beleidsvoornemen

1

Onderhoud gemeentelijk vastgoed

€ 460.000

2

Ontwikkelingen jeugdhulp: tariefaanpassing JZ+ en CJG

€ 353.000

3

Maatwerkvoorzieningen Wmo

€ 200.000

4

Uitvoering armoedebeleid

€ 200.000

5

Sociaal medische indicaties kinderopvang

€ 50.000

6

Beheerder openbare verlichting

€ 40.000

7

Raamovereenkomst beschermd wonen, etc. – Stijging tarieven

€ 30.000

8

Aanvullende formatie CJG

€ 104.000

9

Mantelzorgondersteuning

€ 100.000

10

Extra toezichthouder BOR

€ 78.100

11

Adviseur burgerparticipatie

€ 75.000

12

Bijdrage RMO

€ 60.000

13

Caseload werk doelgroepen activering en jongeren

€ 40.000

14

Doelgroepen 18-/18+

€ 30.000

15

Subsidie muziekonderwijs

€ 30.000

16

Handhaving participatiewet

€ 26.400

17

GALA: kosten overgewicht en obesitas

€ 15.000

18

Onderhoudskosten noodgenerator

TOTAAL

Kosten

€ 2.500 € 1.894.000

15

Z/25/142102 - D/25/199488

Beleidsontwikkelingen met incidentele kosten Nr Beleidsvoornemen

Kosten

1

Winkelhart Heel (investering in de openbare ruimte): Voor herstructurering van het winkelgebied in Heel is in de programmabegroting een bedrag van 1,235 miljoen euro gereserveerd, als cofinanciering naast een aangevraagde subsidie uit de regeling Impulsaanpak Winkelgebieden (IW-subsidie)van het Rijk. Bij het besluit dit bedrag als cofinanciering te reserveren, heeft de raad ook besloten het college opdracht te geven alternatieven te verkennen en aan de raad te presenteren in het geval de IW-subsidie niet wordt toegekend.

€ 1.000.000

2

€ 200.000

5

Aanschaf Noodgenerator gemeentehuis/hybride oorlogsvoering (investering) Centrum Maasbracht: Opstellen centrumvisie Maasbracht. Huidige inschatting van de kosten € 100.000 Borging van en vervolg op strategische visie: Vertaling en borging van de visie in de organisatie. Inwerkprogramma raad

6

Tweede aansluiting Waage Naak (investering)

3 4

TOTAAL

€ 100.000 € 75.000 € 20.000 PM € 195.000

*Voorstel 1, 2 en 6: financieel effect op exploitatie nog te bepalen

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=fe4591ab-e36c-4e36-a7fe-2a2c6b777136