CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptbegroting Westrom 2023 DEF.pdf

01. Raadsvergadering 31 mei 2022, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Voorstel zienswijzen ontwerpbegroting 2023 GR Westrom10.278 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BEGROTING 2023

1

Inhoudsopgave

Aanbiedingsbrief 1. Directieverslag ..................................................................................................................................... 4 1.1 Inleiding .............................................................................................................................................. 4 1.2 Algemeen ........................................................................................................................................... 4 1.3 Uitvoeren strategische doelstellingen ................................................................................................ 5 1.4 Uitvoeren verbetermaatregelen 2020 - 2024 ..................................................................................... 6 1.5 Meerjarenbegroting ............................................................................................................................ 8 1.6 Vier pijlers......................................................................................................................................... 10 1.7 Tot Slot ............................................................................................................................................. 12 2. Beleidsbegroting ................................................................................................................................

13 2.1 Programmaplan ................................................................................................................................ 13 2.2 Paragrafen........................................................................................................................................ 14 3. Financiële begroting .......................................................................................................................... 21 3.1 Baten en lasten ................................................................................................................................ 21 3.2 Grondslagen ..................................................................................................................................... 22 3.3 Toelichting baten en lasten .............................................................................................................. 22 3.4 Financiële positie ............................................................................................................................. 23 3.5 Meerjarenraming .............................................................................................................................. 26 4 Bijlagen ..............................................................................................................................................

28 4.1 Gemeentelijke tabellen ..................................................................................................................... 28

Adresgegevens: Westrom De Hanze 1 Postbus 1117 6040 KC Roermond Kamer van Koophandel 14114157

Telefoon Fax E-mail Website Facebook

(0475) 389898 (0475) 389890 westrom@westrom.nl www.westrom.nl facebook.com/westromNL

2

Betreft Datum

: Aanbiedingsbrief conceptbegroting 2023 : 17 maart 2022

Hierbij bied ik u de conceptbegroting van Westrom aan voor het jaar 2023. Deze begroting is opgesteld conform de regels van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De conceptbegroting bestaat uit een directieverslag (hoofdstuk 1), een beleidsbegroting (hoofdstuk 2) en een financiële begroting (hoofdstuk 3). Hoofdstuk 2 bevat een diepere financiële analyse o.a. over de financiering van Westrom. Ik verzoek u deze conceptbegroting via de in de Gemeenschappelijke Regeling Westrom voorgeschreven procedure ter vaststelling door te leiden naar het algemeen bestuur. Een concept vaststellingsbesluit wordt op 22 juni 2022 aan de vergadering van het algemeen bestuur van Westrom voorgelegd. Besluitvormingsprocedure De besluitvormingsprocedure met betrekking tot de Begroting 2023 is als volgt: -

22 maart 2022

:

-

06 april 2022 07 april 2022

: :

-

02 juni 2022

:

-

15 juni 2022 09 juni 2022

: :

-

22 juni 2022

:

-

01 juli 2022

:

Informatiebijeenkomst ten behoeve van de beleidsambtenaren van de deelnemende gemeenten; Bespreking van de conceptbegroting in het dagelijks bestuur; Verzending van de conceptbegroting voor commentaar naar de raden van de deelnemende gemeenten; Uiterste ontvangstdatum van de commentaren van de raden van de deelnemende gemeenten; Behandeling van de reacties in het dagelijks bestuur; Verzending van de conceptbegroting met de (eventuele) reacties naar het algemeen bestuur; Behandeling van de conceptbegroting en vaststelling in het algemeen bestuur; en Verzending van de vastgestelde Begroting 2023 aan het college van Gedeputeerde Staten en aan de deelnemende gemeenten.

De Rijksbijdrage 2023 daalt in absolute zin wederom t.o.v. 2022, maar vanwege landelijke volumeinzichten stijgt ook in 2023 het subsidiebedrag per Wsw-FTE. Evenals voorgaande begroting hebben we het subsidiebedrag naar het prijspeil van het begrotingsjaar (hier: 2023) gebracht. Beide effecten zorgen voor een verdere daling van het verwachte negatieve subsidieresultaat in 2023 naar -/- € 1.283.000 in plaats van -/- € 1.591.000 (opgenomen in begroting 2022). Conform bestuursbesluit wordt vanaf PB2023 voorlopig niet meer gedoteerd aan de krimpvoorziening. De gemeentelijke bijdrage voor 2023 kan als gevolg van de wijzigingen in o.a. de toegevoegde waarde, het subsidieresultaat, de gemaakte afspraken over de tarieven voor de nieuwe doelgroepen en het stoppen van de dotatie aan de krimpvoorziening met -/- € 700.000 naar beneden bijgesteld worden. In de voorliggende begroting bedraagt de gemeentelijke bijdrage in 2023 in totaal € 1.580.000. Graag ben ik bereid om deze conceptbegroting 2023 nader toe te lichten.

Henriëtte Maas algemeen directeur 3

1. Directieverslag 1.1 Inleiding In 2019 heeft het algemeen bestuur een onderzoeksopdracht over Westrom laten uitvoeren door Robert Capel. Doelstelling van de opdracht was informatie leveren aan de deelnemende gemeenten zodat zij goed onderbouwde besluiten kunnen nemen over de toegevoegde waarde die de GR Westrom kan leveren aan het nieuwe beleid en de nieuwe strategie voor het werkdeel van de Participatiewet in oostelijk Midden-Limburg. De resultaten van deze onderzoeksopdracht zijn in september 2019 aan alle deelnemende gemeenteraden gepresenteerd. Het project doorontwikkeling participatiewet van de deelnemende gemeenten waarvoor de onderzoeksopdracht input heeft geleverd, heeft nog niet geleid tot besluitvorming. De afspraak is dat Westrom nadat de vijf gemeenten een besluit hierover hebben genomen, een nieuwe strategie opstelt. De strategienota die in 2017 is vastgesteld voor de periode 2018 – 2020 in combinatie met de verbetermaatregelen voor 2020 - 2024 uit het onderzoek van Robert Capel vormen daarom de basis voor de begroting 2023. Bestuur en directie van Westrom hebben met elkaar en met de deelnemende gemeenten als ‘partners in participatie’, de volgende drie doelstellingen in de strategienota geformuleerd: 1. Uitvoeren van de re-integratie in gezamenlijkheid 2. Succesvol invullen van (beschutte) werkplekken 3.

Ontwikkelen van medewerkers middels (zo regulier mogelijk) werk In paragraaf twee vindt u basisinformatie over Westrom, paragraaf drie gaat dieper in op de uitvoering van de strategische doelstellingen. In paragraaf vier lichten we de verbetermaatregelen uit het onderzoek van Robert Capel nader toe, waarna we in paragraaf vijf de meerjarenbegroting toelichten. In paragraaf 6 wordt ingegaan op de verdeling van de begroting naar 4 pijlers, waarna in paragraaf 7 een kort slotwoord volgt.

1.2 Algemeen Westrom is een uitvoeringsorganisatie van en voor de gemeenten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Roerdalen en Roermond. Onze deelnemende gemeenten mogen en moeten van ons eisen dat de uitvoering plaatsvindt binnen de gestelde sociale en financiële kaders. Zoals bekend staat Westrom op beide vlakken voor serieuze uitdagingen. Westrom voert voor alle deelnemende gemeenten de volledige Wsw uit. Daarnaast worden ook taken uitgevoerd voor de PW zijnde beschut werk, PW-ers met loonkostensubsidie (LKS) en Re-Integratie activiteiten. De volgende kaders zijn voor ons relevant: -

-

De Wsw kent geen nieuwe instroom meer. Mensen die al een Wsw-plek hebben, behouden deze; De Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong) kent eveneens nauwelijks nieuwe instroom meer. Criteria voor de mensen met een Wajong uitkering zijn aangescherpt; De PW verplicht sinds 1 januari 2017 tot het aanbieden van beschut werk via een dienstbetrekking bij de gemeente of bij werkgevers. Gemeenten bepalen de verdere invulling zelf; De PW compenseert werkgevers door middel van een loonkostensubsidie voor het verschil tussen de loonwaarde van de werknemer op basis van het minimumloon en de daadwerkelijke loonwaarde; De gemeenten kregen tot en met 2020 jaarlijks € 500,- minder per Wsw-medewerker. Het einde van deze bezuinigingsmaatregel en de hoger dan verwachte uitstroom van Wsw-medewerkers zorgen voor een dalend subsidietekort;

4

-

In de voorliggende Begroting 2023 zijn de effecten van de afbouw van de Wsw-populatie, in combinatie met de voorspelbare uitstroom, verwerkt.

1.3 Uitvoeren strategische doelstellingen De begroting is de financiële weergave van de inzet van een organisatie om te werken aan haar doelstellingen opgenomen in de strategie. In deze paragraaf lichten wij per doelstelling kort toe hoe Westrom de drie geformuleerde doelstellingen realiseert en verwerkt in onze begroting. 1. Uitvoeren van de re-integratie in gezamenlijkheid (B2023 pijler Re-integratie) De re-integratie activiteiten worden gefinancierd middels een lumpsum financiering. Dat wil zeggen dat Westrom, voor de middelen die per gemeente beschikbaar worden gesteld, een vooraf afgesproken aantal trajecten uitvoert die maximaal één jaar duren (met een optie tot verlenging door de gemeenten). Westrom zet haar volledige expertise in, zonder extra kosten. Alle trajecten zijn maatwerk. Komt iemand in een traject bij Westrom, dan gaat Westrom hierbij planmatig, systematisch, transparant en meetbaar te werk. In overleg met de klantmanagers van de gemeente wordt besloten iemand gedurende het traject tijdelijk te laten werken binnen dan wel buiten Westrom zodat zij hun eerste werkervaring op kunnen doen en dit op kunnen nemen in hun CV. Na afronding van een traject biedt Westrom de mensen die de stap naar een betaalde baan - al dan niet met loonkostensubsidie - kunnen maken aan bij het Werkgeversservicepunt (WSP).

Westrom informeert de deelnemende gemeenten twee keer per jaar in de kwartaalrapportage over de geleverde prestatie. Het afgelopen jaar was het percentage “uitstroom uit uitkering” van het totaal door Westrom uitgevoerde trajecten ca. 50%. De financiële resultaten c.q. opbrengsten voor dit deel van de uitvoering van de Participatiewet zijn niet zichtbaar in de administratie van Westrom, maar treden op bij de gemeenten. Het resultaat van de uitvoering is namelijk (gedeeltelijke) uitstroom uit de bijstand. Er is niet alleen sprake van het bereiken van een sociale doelstelling (een inwoner krijgt werk), maar ook een financieel effect omdat de uitgaven voor de bijstand dalen. Een van de onderwerpen van het project “doorontwikkeling Participatiewet” is de werkwijze voor de reintegratie. De gemeenten willen, evenals Westrom en het WSP, de resultaatsturing op dit vlak verfijnen. 2. Succesvol invullen van (beschutte) werkplekken (B2023 pijler Wsw en BuW) Onder deze doelstelling vallen alle medewerkers met een Wsw-contract en medewerkers die vanaf 1 januari 2015 een advies beschut werk hebben gekregen. Het merendeel van de Wsw-medewerkers is buiten Westrom aan de slag. Zij zijn of individueel gedetacheerd of middels een groepsdetachering bij een werkgever aan het werk. We stellen alles in het werk om een medewerker met een advies beschut werk ook te detacheren. Dit lukt bij ca.

30% van hen. Westrom heeft ook beschutte werkplekken voor die medewerkers die een werkplek nodig hebben met zodanige mate van begeleiding en aanpassing dat van een reguliere werkgever niet verwacht mag worden dat hij deze mensen in dienst neemt. Deze werkplek is of binnen Westrom of bij een werkgever onder leiding van Westrom. Hoeveel mensen in de komende jaren gebruik moeten (blijven) maken van deze faciliteit, is moeilijk in te schatten, vanwege twee effecten. Enerzijds blijkt dat meer Wswmedewerkers dan begroot, als gevolg van de ouder en zwakker wordende populatie, hiervan gebruik (hebben) moeten maken. Anderzijds blijft de instroom in beschut werk achter bij onze gebudgetteerde cijfers en bij de (hogere) taakstelling vanuit het Rijk. Dit is verontrustend omdat we ons realiseren dat het niet zo is dat deze medewerkers er niet meer zijn.

5

Het op niveau houden van de toegevoegde waarde die onze medewerkers genereren, is een stevige uitdaging voor de komende jaren. De uitstroom van Wsw-medewerkers ligt hoger dan de instroom van medewerkers vanuit de PW. Dit betekent dat Westrom de begroting moet baseren op een krimpscenario. 3. Ontwikkelen van medewerkers middels (zo regulier mogelijk) werk (alle pijlers B2023) Wij hebben en houden de overtuiging dat ieder mens talenten heeft die het verdienen te worden ontwikkeld en te worden benut. Onze bijdrage hieraan is mensen arbeidsfit maken of houden. Wij brengen mensen werknemersvaardigheden bij (o.a. tijdig aanwezig zijn, solliciteren, conflicthantering) en werken in nauwe samenwerking met de klantmanager van de gemeente aan het oplossen van problemen in andere leefgebieden zodat de slaagkans op de arbeidsmarkt zo groot mogelijk is. Wij blijven erop gericht om elke medewerker zo regulier mogelijk aan de slag te helpen, waarbij we streven naar een zo hoog mogelijke loonwaarde. Voor onze Wsw-medewerkers doen wij dit zowel intern als extern. Intern door een grote diversiteit aan activiteiten met verschillend niveau van complexiteit en uitdaging, extern met behulp van detacheringsconstructies. Ook voor PW-medewerkers die wij niet in vaste dienst kunnen nemen, dragen wij maximaal bij aan het verhogen van hun kans om blijvend deel uit te maken van de arbeidsmarkt.

Een van de werkwijzen die wij hierbij toepassen is mensen een tijdelijk contract geven en detacheren bij een reguliere werkgever. Via die constructie kunnen werkgever en werknemer elkaar leren kennen. Waar dit niet leidt tot een vaste baan bij de werkgever, levert het in elk geval werkervaring op.

1.4 Uitvoeren verbetermaatregelen 2020 - 2024 Uit het onderzoek dat in 2019 heeft plaatsgevonden, zijn voor Westrom de volgende verbetermaatregelen voortgekomen: i. ii. iii. iv. v. vi. vii.

Tarieven individuele detacheringen Tarieven groepsdetacheringen Ziekteverzuim Van binnen naar buiten Portfolio intern Capaciteit regulier personeel Financiering nieuwe doelgroepen 

Tarieven groepsdetachering (ii) en Financiering nieuwe doelgroepen (vii) De positieve financiële effecten van de maatregelen tarieven groepsdetacheringen en financiering nieuwe doelgroepen zijn verwerkt in de begroting. Zoals bekend zijn de opbrengsten van de groepsdetacheringen in de afgelopen jaren genormaliseerd. Dit heeft geleid tot grofweg 1 miljoen hogere toegevoegde waarde. In de begroting 2023 is, evenals in de begroting 2022, de integrale kostprijs, inclusief doorbelasting van de overhead o.b.v. de voorgestelde verdeelsystematiek, toegerekend aan de vier pijlers. Vanaf het jaar 2022 is – conform bestuursbesluit - de tariefstelling voor de doelgroepen PW en BuW vastgesteld op € 6.900 (PW) en € 7.700 (BuW) per persoon. Deze tarieven worden met ingang van 2022 bij de gemeenten in rekening gebracht en verantwoord onder begeleidingsvergoeding PW en BuW. Het effect hiervan is dat de gemeentelijke bijdrage verlaagd is en enkel betrekking heeft op de Wsw. In het 4-pijler model, opgenomen in paragraaf 1.6, is te zien dat alle drie de pijlers die een relatie hebben met de Participatiewet nagenoeg op nul uitkomen.

6

Alle drie de pijlers kennen een klein positief of negatief resultaat. Het streven is deze resultaten zo dicht mogelijk bij nul te houden. Re-integratie komt ook in PB2023 licht negatief uit. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het feit dat de opbrengsten (lumpsumgelden) niet geïndexeerd worden, terwijl de kosten van de betreffende pijler (zoals inflatiecorrectie personeelskosten) wel stijgen. We evalueren jaarlijks of de tarieven passend zijn of aanpassing vragen. 

Ziekteverzuim (iii) In 2021 is Westrom erin geslaagd het ziekteverzuim in lijn te brengen met het verzuim in de sector, waar we in 2019 nog 4% boven het landelijk gemiddelde scoorden. Dit was de doelstelling die we onszelf gesteld hadden na het onderzoek in 2019. Concreet betekent dit dat er nu dagelijks ca. 40 medewerkers meer aan de slag zijn dan 3 jaar geleden. Een belangrijk sociaal resultaat. Het is lastig een inschatting te maken van de financiële effecten, ook omdat de coronamaatregelen een tegengesteld effect op de toegevoegde waarde hebben gekend. De opdracht die we onszelf nu stellen is het ziekteverzuim in lijn houden met het gemiddelde in de sector, een uitdagende doelstelling die we alleen gezamenlijk kunnen bereiken.

Overige verbetermaatregelen De overige verbetermaatregelen zijnde tarieven individuele detacheringen (i), van binnen naar buiten (iv), portfolio intern (v) en capaciteit regulier personeel (vi) zijn gericht op behoud van toegevoegde waarde, in de pas blijven lopen qua kosten en de realisatie van onze 3 e strategische doelstelling zo regulier mogelijk plaatsen van medewerkers. Deze maatregelen voorkomen een verslechtering van ons financiële resultaat.

7

1.5 Meerjarenbegroting De meerjarenbegroting is de resultante en financiële weergave van alle activiteiten van Westrom zijnde uitvoering van de Wsw, PW, re-integratie en beschut werk.

Begroting 2023

2024

2025

2026

Toegevoegde waarde

9.025.000

8.841.000

8.541.000

8.227.000

Loonkosten regulier

-5.096.000

-5.056.000

-5.143.000

-5.245.000

Overige kosten

-4.391.000

-4.425.000

-4.436.000

-4.436.000

Gemeentelijke bijdrage

530.000

530.000

530.000

530.000

Operationeel resultaat

68.000

-110.000

-508.000

-924.000

Loonkosten Wsw

-21.521.000

-20.301.000

-18.759.000

-17.129.000

Subsidies Wsw

20.238.000

19.350.000

18.161.000

16.933.000

Subsidieresultaat Wsw

-1.283.000

-951.000

-598.000

-196.000

Kosten Begeleid Werken

-378.000

-384.000

-389.000

-396.000

Subsidies Wsw

841.000

854.000

865.000

881.000

Resultaat Begeleid Werken

463.000

470.000

476.000

485.000

Loonkosten PW

-749.000

-760.000

-772.000

-783.000

Loonkostensubsidie PW

257.000

261.000

265.000

269.000

Begeleidingsvergoeding PW

283.000

283.000

283.000

283.000

Subtotaal PW

-209.000

-216.000

-224.000

-231.000

-1.065.000

-1.081.000

-1.098.000

-1.114.000

Loonkostensubsidie BuW

674.000

684.000

695.000

705.000

Begeleidingsvergoeding BuW

431.000

431.000

431.000

431.000

Subtotaal BuW

40.000

34.000

28.000

22.000

Overige baten en lasten

-100.000

-100.000

-100.000

-100.000

Gemeentelijke bijdragen Wsw

1.050.000

900.000

950.000

975.000

29.000

27.000

24.000

31.000

8.626.000

8.586.000

8.673.000

8.775.000

Loonkosten BuW

Gerealiseerd / geraamd totaal saldo van baten en lasten Kosten van overhead

8

Operationeel resultaat Wanneer we kijken naar het operationeel resultaat, dan zien we in de komende jaren een dalend resultaat. De effecten van de krimpende doelgroep in combinatie met het feit dat de rek eruit is als het gaat om kostenbesparingen, maakt dat het operationeel resultaat daalt. De onzekerheid over de effecten van corona in de komende jaren en de oorlog in Oekraïne maken het opstellen van de begroting nog een grotere uitdaging dan het al was. In onze sector en dus ook voor Westrom blijft de belangrijkste uitdaging het managen van de toegevoegde waarde en de effecten hiervan op het operationeel resultaat. De uitstroom is elk jaar hoger dan begroot, de instroom is jaarlijks lager dan begroot en de groep die start is zwakker dan de groep die uitstroomt. Dit leidt tot een vergrijzing en verzwakking van de populatie met als gevolg dat de toegevoegde waarde onder druk staat. In 2026 leidt de terugloop van de toegevoegde waarde tot een stevige daling van het operationeel resultaat. De komende jaren monitoren wij deze ontwikkeling en zetten wij, indien nodig, de opgebouwde krimpvoorziening in om dit op te vangen. Voor nu hebben we dit niet verwerkt in de begroting om zichtbaar te maken wat de effecten van de krimp zijn.

Het is een landelijk gegeven dat de Wsw-uitstroom zich beduidend sneller ontwikkelt dan oorspronkelijk verwacht; de volumedaling van de Wsw initieel (start Participatiewet) wijkt af van de realisatiecijfers. Dit heeft ook een positieve uitwerking, namelijk een gunstiger subsidieresultaat. We zien dat in Den Haag het besef toeneemt dat behoud van sociale ontwikkelbedrijven van belang is, maar dat vraagt ook om het beschikbaar stellen van middelen. Op middellange termijn ontstaan anders opnieuw oplopende financiële tekorten. Nu moeten gemeenten de tekorten financieren hetgeen - begrijpelijk - leidt tot terughoudendheid. Onze zorg is dat bestaande arbeidsplekken ingevuld door Wsw-medewerkers behouden blijven voor de doelgroepers, nu onder gebracht in de Participatiewet. Westrom bevindt zich qua kosten op het gemiddelde niveau van de sector. De afgelopen jaren heeft Westrom de lasten fors weten terug te brengen. Wat betreft de reguliere personeelskosten slagen we er ook in 2023 in om stapsgewijs mee te krimpen met de bezetting. Voor wat betreft de overige kosten lijkt de bodem hiervan bereikt.

Subsidieresultaat In het verleden zijn wij en u vaak verrast door onverwachte bijstellingen in het beschikbare budget voor de uitvoering van de Wsw. Deels komt dit door de complexe systematiek van het P-budget als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen en deels door ondoorzichtige prognoses van het gemeentelijke budget op basis van het zogenoemde ‘blijfkansenmodel’. Van belang is ons te realiseren dat landelijke volumeontwikkelingen serieus van invloed zijn op het beschikbaar bedrag per standaardeenheid (SE). Deze effecten zijn verdisconteerd in de jaarlijkse circulaires (mei/september), waardoor het subsidiebedrag per SE zich de komende jaren gunstig ontwikkelt. Dit heeft een positief effect op het bedrijfsresultaat. Dit geldt voor iedere gemeente, ongeacht het aandeel in het landelijk budget. Sinds vorig jaar hebben wij de effecten van het gunstigere Wsw-subsidieresultaat zo reëel mogelijk in de begroting verwerkt, dit geldt ook voor de begroting 2023. Als gevolg hiervan verwachten wij geen grote bijstellingen in het gepresenteerde subsidieresultaat bij het bekend worden van toekomstige circulaires.

9

Subtotaal PW en BuW Het financiële resultaat van de pijlers PW en BuW is terug te vinden in het 4-pijler model (zie paragraaf 1.6). Westrom wil zo goed mogelijk inzicht geven in de loonkosten van alle type medewerkers en neemt daarom deze subtotalen zichtbaar op in de begroting. We kiezen ervoor om de netto loonkosten (loonkosten -/- loonkostensubsidie) van resp. de doelgroep PW en BuW in de resultatenrekening van Westrom zichtbaar te maken. Tegenover deze netto loonkosten, staat een minimaal even hoge detacheringsvergoeding of toegevoegde waarde uit werk. De begeleidingsvergoeding van resp. PW en BuW wordt hier gepresenteerd hetgeen optelt tot een Subtotaal PW / BuW. In de begroting 2022 is voor het eerst een begeleidingsvergoeding PW gebudgetteerd (€ 6.900 per persoon PW), die bedoeld is ter dekking van begeleidingskosten en overheadkosten om de pijler PW nagenoeg resultaatsneutraal te laten zijn. Tegenover deze begeleidingsvergoeding staat een daling van de gemeentelijke bijdrage. Deze werkwijze wordt in 2023 gecontinueerd. Eveneens wordt vanaf 2022 een begeleidingsvergoeding BuW gebudgetteerd (€ 7.700 per persoon BuW), die bedoeld is ter dekking van begeleidingskosten en overheadkosten om ook de pijler BuW rondom het nulpunt uit te laten komen.

Wellicht ten overvloede, het bieden van een werkplek of een tijdelijke baan aan mensen die nu geen werk hebben, is een van de doelstellingen van Westrom en draagt bij aan de uitstroom van mensen uit de bijstand. Dit heeft een positief effect op de begroting van gemeenten. Opbouw voorziening krimp Zoals bekend is er tot nu toe in de meerjarenbegroting, - conform advies Robert Capel - rekening gehouden met de opbouw van een voorziening om eventuele krimp op te vangen. De kosten hiervoor zijn ondergebracht in overige baten en lasten. De opbouw is gebaseerd op de uitkomsten van het onderzoek van Robert Capel en bedoeld om voor een periode van vijf jaar eventuele kosten voortkomend uit aanpassing van de personeelsbezetting en/of aanpassing van de huisvesting te financieren. De voorziening wordt meerjarig opgebouwd en niet jaarlijks getoetst. Gezien de hoogte van de krimpvoorziening ultimo 2021 en de geplande opbouw in boekjaar 2022, heeft het bestuur besloten om de dotatie aan de krimpvoorziening vanaf begroting 2023 stil te leggen. Of en in welke mate Westrom de opgebouwde krimpvoorziening nodig heeft voor het opvangen van krimpkosten, hangt mede af van de besluitvorming doorontwikkeling Participatiewet. Ook de toekomstige ontwikkeling van de PW-doelgroep heeft hierop invloed.

Mocht de voorziening niet of slechts gedeeltelijk nodig zijn, dan worden deze middelen alsnog uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten.

1.6 Vier pijlers Sinds de begroting 2021 is de indeling in de vier pijlers inzichtelijk gemaakt. De vier pijlers dienen:  Als inzicht in de begrotings- en verantwoordingscyclus hoe de activiteiten en financiën zijn verdeeld naar de verschillende doelgroepen.  Als basis om te beoordelen wat een passende vergoeding is voor de nieuwe doelgroepen, zodat voor Westrom naast afspraken over de uitvoering Wsw een dekkende financiering ontstaat voor de uitvoering van overige taken. Omdat gemeenten verschillende beleidskeuzes maken en er sprake is en kan zijn van een verschillende intensiteit per gemeente waarmee van deze diensten gebruikt wordt gemaakt, is extra van belang dat de 10

berekeningswijze gebaseerd is op objectieve criteria die vooraf zijn vastgelegd. In onderstaand 4-pijler model zien we de uitkomsten voor Begroting 2023:

Wsw

BuW

PW

Re-Int

Totaal

Toegevoegde waarde

6.759.000

486.000

599.000

1.171.000

9.015.000

Rechtsstreeks toewijsbare kosten

-1.556.000

-123.000

-116.000

-36.000

-1.831.000

Totaal doorbelastingen

-5.304.000

-420.000

-213.000

-1.179.000

-7.116.000

-101.000

-57.000

270.000

-44.000

68.000

Resultaat na doorbelastingen Loonkosten Wsw

-21.521.000

-21.521.000

Subsidies Wsw

20.238.000

20.238.000

Subsidieresultaat Wsw

-1.283.000

-1.283.000

Kosten Begeleid Werken

-378.000

-378.000

Subsidies Wsw

841.000

841.000

Resultaat Begeleid Werken

463.000

463.000

Loonkosten PW

-749.000

-749.000

Loonkostensubsidie PW

257.000

257.000

Begeleidingsvergoeding PW

283.000

283.000

Subtotaal PW

-209.000

-209.000

Loonkosten BuW

-1.065.000

-1.065.000

Loonkostensubsidie BuW

674.000

674.000

Begeleidingsvergoeding BuW

431.000

431.000

Subtotaal BuW

40.000

40.000

Overige baten en lasten

-100.000

-100.000

Gemeentelijke bijdragen Wsw

1.050.000

1.050.000

Resultaat

29.000

-17.000

61.000

-44.000

29.000

Vanaf het jaar 2022 is – conform bestuursbesluit - een begeleidingsvergoeding voor de doelgroepen PW en BuW opgenomen zijnde € 6.900 (PW) en € 7.700 (BuW) per persoon. De gemiddelde tariefstelling PW en BuW is sterk afhankelijk van de werkvormenmix waarin de nieuwe doelgroep-medewerkers geplaatst zijn. De grootte van de groep is nu nog relatief klein, waardoor “representatieve” financiële informatie nu nog minder betrouwbaar is. Omdat we nog geen realisatiecijfers uit 2022 hebben en de aantallen nog relatief klein zijn, kiezen we ervoor om de tarieven in 2023 gelijk te houden aan de in 2022 vastgestelde tarieven. Volgend jaar houden we de tarieven opnieuw tegen het licht.

11

1.7 Tot Slot Westrom houdt de focus gericht op het verder verbeteren van de organisatorische en financiële huishouding. De begroting die nu voorligt is een reële begroting waarin zo goed mogelijk de financiën voor de komende jaren op een rij zijn gezet. De afgelopen jaren zijn er nieuwe en betere inzichten beschikbaar gekomen. Regionaal uit het lopende project “doorontwikkeling participatiewet”, landelijk uit allerlei onderzoeken vanuit het ministerie, commissie Borstlap, de FNV, het UWV en het SCP. Deze inzichten nemen we uiteraard mee in onze toekomstige strategie en komende begrotingen. Al onze medewerkers werken hard en enthousiast aan de begeleiding van de aan ons toevertrouwde inwoners van Roermond, Maasgouw, Echt-Susteren, Roerdalen en Leudal. Daaraan wordt de meeste tijd en aandacht besteed. Uiteraard realiseren we ons, ook nu de financiële resultaten beter worden, hoe belangrijk het voor elke gemeente is om dit tegen acceptabele kosten te realiseren. Tijdens onze jaarlijkse bijeenkomst met gemeenteraden, gaan we weer verder met u in gesprek over zowel onze sociale als financiële opdracht.

12

2. Beleidsbegroting1 2.1 Programmaplan 2.1.1.

Baten en lasten

In onderstaande tabel zijn de baten en lasten van het programma vermeld. In de financiële begroting zijn deze baten en lasten verder gespecificeerd en toegelicht. Jaarrekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Totaal baten

36.961.199

35.202.000

33.990.000

Totale lasten Gerealiseerd / geraamd totaal saldo van baten en lasten

-36.417.009

-35.175.000

-33.961.000

544.190

27.000

29.000

27.000

29.000

Mutatie reserves Gerealiseerd / geraamd resultaat

2.1.2.

0 544.190

Algemene dekkingsmiddelen

In onderstaande tabel zijn de inkomsten van deelnemende gemeenten en Rijk in beeld gebracht.

Rijksbijdrage Wsw Loonkostensubsidie

Jaarrekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

21.790.231

21.389.000

21.079.000

833.933

796.000

931.000

Begeleidingsvergoeding

309.601

627.000

714.000

Gemeentelijke bijdrage

3.550.001

2.450.000

1.050.000

530.000

530.000

530.000

Gemeentelijke bijdrage infrastructuur

2.1.3.

Overhead

De kosten van overhead ter uitvoering van het primaire proces van het programma zijn als volgt begroot:

Kosten van overhead

Jaarrekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

9.110.000

9.092.000

8.626.000

Het verschil tussen B2023 en voorgaande jaren bestaat grotendeels uit het vervallen van de dotatie aan de krimpvoorziening vanaf 2023. 2.1.4.

Vennootschapsbelasting

Het standpunt dat de Gemeenschappelijke Regeling Westrom inzake de vennootschapsbelasting inneemt, is dat er geen sprake is van een belastingplicht inzake de vennootschapsbelasting. Het overleg hierover met de belastingdienst heeft geleid tot de bevestiging dat Westrom een beroep kan doen op de subjectvrijstelling van artikel 5 (zgn. SW-vrijstelling). Westrom is vrijgesteld van vennootschapsbelasting.

1

Deze cijfers zijn gebaseerd op de jaarrekening 2021, de herziene begroting 2022 en de conceptbegroting 2023.

13

2.2 Paragrafen 2.2.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Bij het weerstandsvermogen wordt de mate bepaald waarin Westrom in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat het om een beleidswijziging vraagt. Dit vermogen hangt af van de middelen waarover Westrom beschikt om niet begrote kosten te dekken en kent de onderdelen:  Weerstandscapaciteit  Risico’s  Weerstandscapaciteit versus risico’s  Kengetallen Weerstandscapaciteit Bij het beoordelen van mogelijke financiële gevolgen voor Westrom is het financiële weerstandsvermogen van belang. Dit betreft de vrij besteedbare reserves; reserves waaraan door het algemeen bestuur een bestemming is gegeven worden hier niet in meegenomen. Het verloop van de reserves is als volgt:

Jaarrekening 2021 Prognose 2022 Prognose 2023 Algemene reserve

1.100.000

1.100.000

1.100.000

Egalisatiefondsreserve

1.636.383

2.180.573

2.207.573

544.190

27.000

29.000

3.280.573

3.307.573

3.336.573

Gerealiseerd / geraamd resultaat Totaal

Wanneer in de realisatie het maximum van de algemene reserve en de egalisatiefondsreserve bereikt wordt en er geen andere bestemming aan de winst wordt toegekend (bv. dotatie aan krimpvoorziening), vloeit het overschot terug naar de gemeenten in de vorm van een eenmalige verlaging van de gemeentelijke bijdrage. Westrom kent tevens bestemmingsreserves voor personele verplichtingen van € 0,42 miljoen en voor de opvang van negatieve effecten van de coronapandemie van € 0,45 miljoen. Risico’s Risico’s die de financiële positie van Westrom kunnen beïnvloeden dienen in beeld te zijn. Hierbij gaat het om risico’s welke niet of nauwelijks in te schatten zijn of welke gezien het kostenaspect niet afgedekt kunnen worden. Risico’s die afgedekt zijn door middel van voorzieningen of verzekeringen vallen hier niet onder. De volgende risico’s worden onderkend:  Coronavirus COVID-19 Vanaf maart 2020 is de wereld geconfronteerd met de gevolgen van het Corona-virus. Westrom heeft ook het afgelopen jaar diverse maatregelen getroffen om aan de richtlijnen van Rijksoverheid/ RIVM te voldoen om op een veilige manier het werk te kunnen voortzetten. Helaas zijn we ook na de afronding van onze jaarstukken 2021 nog niet geheel van deze situatie bevrijd. In de Decembercirculaire 2021 zijn coronamiddelen ter beschikking gesteld ter hoogte van ca.

€ 0,5 miljoen, die als incidentele baten zijn toegevoegd aan het exploitatieresultaat. Het bestuur neemt medio 2022 een besluit over de resultaatsbestemming van het resultaat van boekjaar 2021. 14

Vorig boekjaar is door het bestuur besloten om € 450.000 van de destijds uitgekeerde corona-middelen (€ 1,7 miljoen in BJ2020) te reserveren voor mogelijke toekomstige corona-tegenvallers. Hiervan heeft Westrom in 2021 geen gebruik hoeven te maken. Het bestuur heeft besloten om deze reserve te handhaven voor mogelijke corona-tegenvallers in boekjaar 2022.  Bedrijfsvoering Een inventarisatie van de risico’s in de bedrijfsvoering bij de operationele divisies van Westrom levert een gekwantificeerd risico op van € 0,90 miljoen. Dit risico wordt veroorzaakt door tegenvallende omzetten, die niet of onvoldoende kunnen worden gecompenseerd.  Deelnemingen Door de holdingstructuur loopt Westrom geen direct financieel risico bij de deelnemingen in de diverse samenwerkingsverbanden. Inmiddels zijn de samenwerkingsverbanden voor groen en schoonmaak opgeheven. De financiële afwikkeling loopt nog door tot 2022. Westrom heeft rekening courant vorderingen op Westrom Holding BV en Westrom Groen BV (de aandeelhouders van de samenwerkingsverbanden). De verwachting is dat, in de loop van 2022, Westrom Groen BV de schuld die zij aan Westrom heeft, volledig kan terugbetalen. We nemen dan ook in de begroting 2023 geen risicobedrag meer op voor het risico dat een (gedeelte) van de vordering op Westrom Groen BV bij Westrom GR afgewaardeerd moet worden.

 Omzetbelasting en loonheffing In het kader van horizontaal toezicht is Westrom in overleg met de belastingdienst over de opzet van een Tax Control Framework, waarbij onder andere risico’s met betrekking de omzetbelasting en loonheffing tot de aandachtspunten behoren.  Oorlog Oekraïne - Rusland Sinds begin 2022 wordt de wereld geconfronteerd met de oorlog tussen de Oekraïne en Rusland. Duidelijk is dat deze oorlog ook grote (financiële) impact heeft op de beschikbaarheid en de prijs van bepaalde grondstoffen (bijv. brandstof) in Europa. Specifieke kostenstijgingen kunnen hiervan het gevolg zijn. Hiertoe nemen we als financieel risico op de begroting een bedrag van € 0,2 miljoen op.  Inflatie In maart 2022 is duidelijk geworden dat ten gevolge van de Oekraïne-oorlog de inflatie plots stevig stijgt. Deze stijging kan een risico betekenen voor onze bedrijfskosten met name de reguliere loonkosten. We houden rekening met een bedrag van € 0,3 miljoen. Het totaal van de gekwantificeerde risico’s bedraagt voor 2023 € 1,1 4 miljoen. Weerstandscapaciteit versus risico’s Uit de boven aangegeven risicoanalyse blijkt dat de weerstandscapaciteit in 2023 voldoende is om de geïnventariseerde risico’s op te vangen.

15

Kengetallen  Netto schuldquote/ Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Deze quote wordt berekend door de vaste schulden, de netto-vlottende schulden en de overlopende passiva op te tellen en de financiële vaste activa (exclusief deelnemingen), uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar, liquide middelen en de overlopende activa ervan af te trekken. Het resultaat wordt gedeeld door het gerealiseerde totaal saldo van de baten. Een netto-schuldquote van 100% betekent dat de schuldenlast de omvang heeft van een jaaromzet.  Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre Westrom de financiële verplichtingen (betalingen) aan verschaffers van vreemd vermogen (leningen) kan nakomen. De solvabiliteitsratio wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het balanstotaal van alle activa.  Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan welke structurele ruimte de organisatie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt berekend door het saldo van de structurele baten en lasten en de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten.

Jaarrekening 2021 Prognose 2022 Prognose 2023

Kengetallen

2024

2025

2026

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-13,2%

-16,0%

-16,2%

-16,9%

-17,8%

-18,9%

-13,2%

-16,0%

-16,2%

-16,9%

-17,8%

-18,9%

Solvabiliteitsratio

50,5%

49,9%

50,3%

50,8%

51,2%

51,7%

Structurele exploitatieruimte

1,5%

0,1%

0,1%

0,1%

0,1%

0,1%

Beoordeling verhouding kengetallen ten opzichte van de financiële positie Een netto schuldquote tot 100% wordt als goed beoordeeld, erboven niet meer. Een negatieve uitkomst betekent dat er geen netto-schuld is. De verwachting voor 2022 is een continuering van dit beeld. Westrom voldoet aan de norm. De solvabiliteit wordt in deze als voldoende beoordeeld bij een waarde tenminste tussen de 25% en 40%. Omdat het balanstotaal meer daalt dan het eigen vermogen stijgt het solvabiliteitspercentage. Westrom voldoet aan de norm. De structurele exploitatieruimte wordt als toereikend gezien als er sprake is van een positieve waarde. Met een verwacht percentage van 0,1% voldoet Westrom aan de norm. 2.2.2.

Onderhoud kapitaalgoederen

Voor 2022 zijn geen beheerplannen ten behoeve van groot onderhoud opgenomen. 2.2.3.

Financiering

Treasury beleid Op 1 juli 2011 heeft het algemeen bestuur het Treasury statuut vastgesteld. Dit statuut geeft de kaders aan waarbinnen Westrom het financieringsbeleid uitvoert en met voorkomende financieringsrisico’s omgaat 2.

2

De kaders die hieraan ten grondslag liggen zijn vastgelegd in de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden en RUDDO (Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden).

16

Ontwikkeling De liquiditeitspositie van Westrom is in 2021 licht gedaald ten opzichte van de 2020 (-/- € 318.787). Om in een eventuele liquiditeitsbehoefte te kunnen voorzien bestaat een rekeningcourant-overeenkomst met de Bank Nederlandse Gemeenten. Risicobeheer Het renterisico kent de begrippen kasgeldlimiet en rente-risiconorm.  Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet dient om de risico’s van korte termijnschulden te beperken en grote fluctuaties in de rentelasten te vermijden. Daartoe wordt de werkelijke vlottende schuld getoetst aan een percentage van de omvang van de lasten. Dit percentage (8,20%) is per ministeriële regeling vastgesteld. Uit de tabel blijkt dat Westrom voldoet aan de gestelde eisen. Realisatie 2021

Begroting

Begroting

2022

2023

Q1

Q2

Q3

Q4

Omvang van de lasten (grondslag)

36.548

36.548

36.548

36.548

35.175

33.961

% toegestane kasgeldlimiet

8,20%

8,20%

8,20%

8,20%

8,20%

8,20%

Toegestane kasgeldlimiet

2.997

2.997

2.997

2.997

2.884

2.785

Omvang vlottende korte schuld

316

647

647

565

1.000

1.000

Vlottende middelen

4.715

4.189

4.371

4.235

2.000

2.000

Netto vlottende middelen

4.398

3.543

3.724

3.670

1.000

1.000

Toegestane kasgeldlimiet

2.997

2.997

2.997

2.997

2.884

2.785

Netto vlottende middelen

4.398

3.543

3.724

3.670

1.000

1.000

Kasgeldruimte

7.395

6.540

6.721

6.667

3.884

3.785

(bedragen x € 1.000)

 Rente-risiconorm De renterisiconorm dient om de risico’s van de lange termijnschuld te beperken door spreiding van de looptijden van leningen. Hierdoor werken veranderingen in de rente vertraagd door op de rentelasten. In een jaar mogen de herfinancieringen als gevolg van aflossingen en renteherziening gezamenlijk niet meer dan 20% van het begrotingstotaal per 1 januari bedragen. De norm wordt berekend door dit percentage te nemen van de totale vaste schuld per 31-12. Dit percentage is per ministeriële regeling vastgesteld. Uit onderstaande tabel blijkt dat Westrom voldoet aan de gestelde eisen.

17

Realisatie

Begroting

Begroting

2021

2022

2023

Netto renteherziening op vaste schuld

0

0

0

Netto nieuw aangetrokken vaste schuld

0

0

0

Betaalde aflossingen

0

0

0

Herfinanciering

0

0

0

Renterisico op vaste schuld

0

0

0

Stand van de vaste schuld per 31 december

0

0

0

Ministerieel vastgesteld %

20%

20%

20%

Renterisiconorm (minimum € 2.500)

2.500

2.500

2.500

Renterisiconorm

2.500

2.500

2.500

0

0

0

2.500

2.500

2.500

Renterisico op vaste schuld Ruimte (+) / Overschrijding (-) (bedragen x € 1.000)

2.2.4.

Bedrijfsvoering

Westrom kent de divisie Bedrijven, de divisie Arbeidsontwikkeling bestaande uit de drie teams Re-integratie, Werkontwikkeling en Diagnose en de ondersteunende stafdiensten Sociale Zaken, Financiën & Informatievoorziening en Facilitaire Zaken. De divisie Bedrijven biedt een (beschutte) werkplek aan diegenen die (nog) niet op de reguliere arbeidsmarkt kunnen functioneren. De werkzaamheden binnen deze divisie zijn zeer uiteenlopend en bestrijken assemblage, verpakking, montage, bewerking, textielverzorging en werken op locatie. Van de divisie Arbeidsontwikkeling beoordeelt en ondersteunt team Diagnose de instroom. Team Re-integratie verzorgt in het kader van de Wsw de begeleiding van begeleid werkers, individueel gedetacheerden en groepsdetacheringen; het team voert in het kader van de Participatiewet tevens diverse arbeidsontwikkeltrajecten uit. Zij faciliteren het arbeidsmarktfit maken of houden van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De stafdiensten houden zich onder anderen bezig met personeelsbeleid, financiën, informatievoorziening en faciliteiten. Zij ondersteunen daarmee de organisatie bij de uitvoering van de kerntaken.

18

2.2.5.

Verbonden partijen

Stichtingen Aan de Gemeenschappelijke Regeling Westrom zijn twee stichtingen gelieerd. Het dagelijks bestuur van Westrom vormt het bestuur; de algemeen directeur van Westrom voert de directie.  De Stichting Bevordering Werkgelegenheid, Roermond Deze in 1990 opgerichte stichting is in het leven geroepen om private en publieke middelen gescheiden te houden. Via deze stichting kan (tijdelijk) personeel op basis van het Burgerlijk Wetboek worden aangetrokken. Daarnaast kan deze stichting projecten ondersteunen die de werkgelegenheid bij Westrom kunnen bevorderen.

 De Stichting Baanmobiel, Roermond Deze in 1997 opgerichte stichting is in 2001 aan de Gemeenschappelijke Regeling Westrom gelieerd. De stichting vervult louter de rol van formeel werkgever voor de PW-ers die na 18 juni 2017 een arbeidsovereenkomst hebben gekregen.

19

Besloten Vennootschappen De Gemeenschappelijke Regeling Westrom is 100% aandeelhouder van Westrom Holding BV; Westrom Groen BV is een 100% dochtermaatschappij van Westrom Holding BV.  Westrom Holding BV, Roermond Met instemming van de raden van de deelnemende gemeenten en onder goedkeuring van het College van Gedeputeerde Staten van Limburg heeft de Gemeenschappelijke Regeling Westrom op 24 juni 2010 de besloten vennootschap Westrom Holding opgericht. Westrom Holding BV Eigen vermogen Vreemd vermogen Resultaat 2021

ultimo 2021 ultimo 2020 volgt € 9.863 volgt € 930.714 volgt

 Westrom Groen BV, Roermond Op 9 december 2013 is de besloten vennootschap Westrom Groen BV opgericht. Deze BV is per 1 januari 2014 toegetreden tot het bestaande samenwerkingsverband tussen Risse Cultuurtechniek BV en Vebego Wsw-activiteiten IV BV. Vanaf 1 januari 2014 opereerden zij als VOF onder de naam RisseWestrom Groen, tegenwoordig Prio Verve Groen. In onderling overleg hebben de vennoten besloten om Prio Verve Groen met ingang van 31 december 2018 te ontbinden. Om de gemeenten de tijd te geven de eigen groenactiviteit voor de toekomst te organiseren, is Westrom vanaf 2019 (tijdelijk) verder gegaan met uitvoering van de groenactiviteit onder de naamstelling “Westrom Groen BV”. Vanaf 2020 hebben de gemeenten Leudal en Roerdalen de groen-activiteit zelf georganiseerd. De gemeente Roermond heeft in 2021 nog gebruik gemaakt van “Westrom Groen BV”. Vanaf 2022 zijn de groen-activiteiten van de gemeente Roermond georganiseerd in Groen & Doen Roermond BV. Eind 2019 is met de gemeente Roermond de afspraak gemaakt dat de groenactiviteit maximaal één jaar langer (dus t/m het jaar 2021) via Westrom Groen BV kan verlopen. De randvoorwaarden daarbij zijn dat evt.

verliezen in Westrom Groen BV in het jaar 2021 volledig gedragen worden door de gemeente Roermond en dat vanaf 2021 ook voor Roermond -conform planning- de hogere detacheringsvergoeding voor de gedetacheerde medewerkers geldt. Westrom Groen BV Eigen vermogen Vreemd vermogen Resultaat 2021

ultimo 2021 ultimo 2020 volgt -€ 649.495 volgt € 1.825.166 volgt

.

20

3.

Financiële begroting 3.1 Baten en lasten 3.1.1.

Overzicht baten en lasten

Jaarrekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Toegevoegde waarde

8.348.328

8.738.000

9.025.000

Loonkosten regulier

-5.235.520

-5.159.000

-5.096.000

Overige kosten

-4.111.131

-4.283.000

-4.391.000

Gemeentelijke bijdrage

530.000

530.000

530.000

Operationeel resultaat

-468.322

-174.000

68.000

Loonkosten Wsw

-23.372.956

-22.546.000

-21.521.000

Subsidies Wsw

21.034.472

20.614.000

20.238.000

Subsidieresultaat Wsw

-2.338.484

-1.932.000

-1.283.000

Kosten Begeleid Werken

-341.659

-348.000

-378.000

Subsidies Wsw

755.759

775.000

841.000

Resultaat Begeleid Werken

414.100

427.000

463.000

Loonkosten PW

-887.306

-844.000

-749.000

Loonkostensubsidie PW

282.790

328.000

257.000

304.000

283.000

Begeleidingsvergoeding PW Subtotaal PW

-604.516

-212.000

-209.000

Loonkosten BuW

-871.278

-717.000

-1.065.000

Loonkostensubsidie BuW

551.144

468.000

674.000

Begeleidingsvergoeding BuW

309.601

323.000

431.000

Subtotaal BuW

-10.533

74.000

40.000

1.945

-606.000

-100.000

3.550.001

2.450.000

1.050.000

544.190

27.000

29.000

9.110.000

9.092.000

8.626.000

Overige baten en lasten Gemeentelijke bijdragen Wsw Gerealiseerd / geraamd totaal saldo van baten en lasten Kosten van overhead

21

3.2 Grondslagen Onderstaande uitgangspunten waarop de begroting is gebaseerd, zijn bedoeld als leidraad voor een juiste interpretatie van de financiële overzichten.    

    

De realisatie van circa 668 fte’s arbeidsovereenkomsten Wsw van de deelnemende gemeenten en de realisatie van circa 26 fte’s Begeleid Werken; Uitbesteding re-integratieactiviteiten door gemeenten op tenminste het bestedingsniveau van 2021; Uitbesteding te plaatsen beschut werk door gemeenten binnen de kaders van de Participatiewet; Ten behoeve van prognose prijspeil 2023, hanteren we een indexering 2,16% voor prijspeil 2022 en 2,5% voor prijspeil 2023 op de loonkosten Wsw ten opzichte van 2021, waarbij het personeelsverloop gerelateerd wordt aan pensioen en 2% extra uitstroom; De te ontvangen Rijksbijdrage Wsw wordt begroot op basis van de Septembercirculaire 2021 (exclusief de eenmalige coronagelden) eveneens geïndexeerd met resp. 2,16 % en 2,50%; Een gemeentelijke bijdrage van € 1,05 miljoen ter dekking van het exploitatietekort; Een gemeentelijke bijdrage van € 530.000 voor de infrastructuur; Een indexering van de reguliere loonkosten met jaarlijks 2,0% ten opzichte van 2021; Toepassing van de regeling van het lage-inkomensvoordeel (LIV) of het loonkostenvoordeel (LKV);

3.3 Toelichting baten en lasten Toegevoegde waarde Onder de toegevoegde waarde zijn de opbrengsten geraamd van de operationele activiteiten van Westrom, verminderd met de direct aan deze opbrengsten toe te rekenen kosten. Deze activiteiten bestaan uit industriële werkzaamheden in de divisie Bedrijven, detacheringen via de divisie Arbeidsontwikkeling in het reguliere bedrijfsleven en re-integratietrajecten in het kader van de Participatiewet. Subsidies De subsidies bestaan uit de door de gemeenten doorbetaalde Rijkssubsidie Wsw, de loonkostensubsidies op de PW’ers en BuW’ers en de begeleidingsvergoedingen BuW en PW. Gemeentelijke bijdrage De totale gemeentelijke bijdrage Wsw wordt binnen Westrom uitgesplitst naar gemeentelijke bijdrage voor de infrastructuur (€ 530.000) en een gemeentelijke bijdrage overig ter dekking van het exploitatietekort van de pijler Wsw. Loonkosten De loonkosten bestaan uit de loonkosten voor de Wsw-, PW- en Buw-medewerkers en de reguliere medewerkers die werkzaam zijn bij Westrom. De loonkosten van de doelgroep-medewerkers (Wsw / PW / BuW) zijn – indien van toepassing - gecorrigeerd voor de verwachte korting Lagere Inkomens Voordeel (LIV). Bij de doelgroep PW en BuW wordt rekening gehouden met het terug te ontvangen ziekengeld op basis van de ervaringscijfers van het afgelopen jaar.

Overige kosten De overige kosten worden gevormd door de kosten voor de infrastructuur en diverse kosten.

22

3.4 Financiële positie 3.4.1. EMU-saldo Het exploitatiesaldo (i.e. het saldo van de rekening van baten en lasten) waar decentrale overheden mee werken is een saldo in “baten-lasten” termen. Voor het EMU-saldo zijn echter alleen de transacties met derden relevant. Om het EMU-saldo vanuit het exploitatiesaldo van gemeenten te berekenen moeten correcties worden doorgevoerd. Enerzijds moet het exploitatiesaldo worden gecorrigeerd voor lasten en baten die geen transacties met derden betreffen, zoals afschrijvingen en dotaties aan de voorzieningen. Dit zijn immers lasten die niet tot daadwerkelijke uitgaven leiden. Deze worden dus verwijderd. Anderzijds moet het exploitatiesaldo worden gecorrigeerd voor transacties met derden die niet in de exploitatie zijn opgenomen, zoals investeringen in de (im-)materiële vaste activa die direct op de balans worden geactiveerd en/of mutaties in de voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen. Deze worden toegevoegd. Jaarrekening 2021

Prognose 2022

Prognose 2023

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves Mutatie (im)materiële vaste activa

544.190

27.000

29.000

223.396

-52.000

-20.000

Mutatie voorzieningen

995.432

506.000

0

Mutatie voorraden

23.671

-13.775

0

1.292.555

598.775

49.000

EMU-saldo

EMU-norm Volgens het Groei- en Stabiliteitspact voor euro-voerende landen mag het tekort van de overheid niet boven 3% van het bruto binnenlands product (bbp) en de schuld van de overheid niet boven 60% van het bbp uitkomen. Is dit wel het geval dan moet de overheid inspanningen verrichten om tekort en/of schuld te verlagen. Het EMU-saldo van de vier overheidslagen samen wordt door de decentrale overheden voor het verslagjaar 2022 geraamd op -/- € 6,6 miljard euro (-/- 0,8% van het bbp). Het saldo overschrijdt de macronorm van – 0,4% van het bbp, die afgesproken is tussen het Rijk en de decentrale overheden. De raming van het EMU-saldo van -/- 6,6 miljard euro voor het verslagjaar 2022 is een verslechtering ten opzichte van die uit de EMU-enquête 2021 voor het verslagjaar 2022, die -/- 3,9 miljard euro bedroeg. Zolang het EMU-saldo > € 0 is, is Westrom GR geen onderdeel van het landelijk tekort. 3.4.2. Verplichtingen jaarlijks terugkerende arbeidskosten Volgens de voorschriften van het BBV dient aandacht besteed te worden aan de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. In dit kader volgt hier een opsomming van de niet uit de balans blijkende jaarlijkse verplichtingen voor wat betreft vakantiegeld en vakantiedagen.

Voor het niet-gesubsidieerd personeel geldt dat vanaf 2017 geen vakantiegeld verplichtingen meer ontstaan doordat opbouw en uitkering plaatsvinden in hetzelfde boekjaar.

23

Wsw-medewerkers. Deze verplichting kent het volgende verloop: Bedragen in euro's

Realisatie 2021

Prognose 2022

Prognose 2023

Vakantiegeld

903.825

878.000

850.000

Vakantiedagen

591.000

574.000

556.000

1.494.825

1.452.000

1.406.000

Totaal

Niet-gesubsidieerd personeel. Deze verplichting kent het volgende verloop: Bedragen in euro's Vakantiedagen

Realisatie 2021 225.000

Prognose 2022 217.000

Prognose 2023 215.000

225.000

217.000

215.000

Totaal

3.4.3.

Verloop Vaste activa € € € € € € €

681.720 100.000 152.000 629.720 100.000 120.000 609.720

€ € € € €

0 0 0 0 0

Algemene reserve Deze reserve is opgebouwd ter dekking van het benodigde weerstandsvermogen. Stand per 31 december 2021 € 2022: € Stand per 31 december 2022 € 2023: € Stand per 31 december 2023 €

1.100.000 0 1.100.000 0 1.100.000

Boekwaarde per 31 december 2021 Prognose Investeringen 2022 Prognose Afschrijvingen 2022 Boekwaarde per 31 december 2022 Prognose Investeringen 2023 Prognose Afschrijvingen 2023 Boekwaarde per 31 december 2023 3.4.4.

-/-

Verloop Financiering

Stand per 31 december 2021 Aflossing 2022 Stand per 31 december 2022 Aflossing 2023 Stand per 31 december 2023 3.4.5.

-/-

-/-/-

Ontwikkeling eigen vermogen

Egalisatiefonds Dit fonds wordt (tot aan het maximum) opgebouwd door de gerealiseerde exploitatieresultaten. Stand per 31 december 2021 € 1.636.383 2022: Resultaat 2021 € 544.190 Stand per 31 december 2022 € 2.180.573 2023: Resultaat 2022 € 27.000 Stand per 31 december 2023 € 2.207.573

24

Bestemmingsreserve personele verplichtingen Deze reserve is in het verleden gevormd voor de verplichtingen ten aanzien van het vakantiegeld en de vakantiedagen van het niet-gesubsidieerd personeel. M.i.v. 2017 (vanwege invoering IKB) is deze reserve bestemd voor de vakantiedagen van het niet gesubsidieerd personeel. Stand per 31 december 2021 € 420.000 2022: € 0 Stand per 31 december 2022 € 420.000 2023: € 0 Stand per 31 december 2023 € 420.000 Bestemmingsreserve corona Deze reserve is gevormd voor de opvang van eventuele negatieve financiële effecten ten gevolge van de pandemie COVID-19. Jaarlijks beoordelen we of deze reserve is ingezet, moet blijven bestaan of kan vrijvallen. Uiteraard is dit afhankelijk van de ontwikkelingen rondom de pandemie. Stand per 31 december 2021 € 450.000 2022: € 0 Stand per 31 december 2022 € 450.000 2023: € 0 Stand per 31 december 2023 € 450.000

Samenvattend ziet het verloop van het eigen vermogen er als volgt uit: Jaarrekening 2021

Prognose 2022

Prognose 2023

Algemene reserve

1.100.000

1.100.000

1.100.000

Egalisatiefondsreserve

1.636.383

2.180.573

2.207.573

Bestemmingsreserves

870.000

870.000

870.000

Gerealiseerd / geraamd resultaat

544.190

27.000

29.000

4.150.573

4.177.573

4.206.573

Totaal

25

3.5 Meerjarenraming 3.5.1. Meerjarenraming Programmarekening

Begroting 2023

2025

2026

Toegevoegde waarde

9.025.000

8.841.000

8.541.000

8.227.000

Loonkosten regulier

-5.096.000

-5.056.000

-5.143.000

-5.245.000

Overige kosten

-4.391.000

-4.425.000

-4.436.000

-4.436.000

Gemeentelijke bijdrage

530.000

530.000

530.000

530.000

Operationeel resultaat

68.000

-110.000

-508.000

-924.000

Loonkosten Wsw

-21.521.000

-20.301.000

-18.759.000

-17.129.000

Subsidies Wsw

20.238.000

19.350.000

18.161.000

16.933.000

Subsidieresultaat Wsw

-1.283.000

-951.000

-598.000

-196.000

Kosten Begeleid Werken

-378.000

-384.000

-389.000

-396.000

Subsidies Wsw

841.000

854.000

865.000

881.000

Resultaat Begeleid Werken

463.000

470.000

476.000

485.000

Loonkosten PW

-749.000

-760.000

-772.000

-783.000

Loonkostensubsidie PW

257.000

261.000

265.000

269.000

Begeleidingsvergoeding PW

283.000

283.000

283.000

283.000

Subtotaal PW

-209.000

-216.000

-224.000

-231.000

-1.065.000

-1.081.000

-1.098.000

-1.114.000

Loonkostensubsidie BuW

674.000

684.000

695.000

705.000

Begeleidingsvergoeding BuW

431.000

431.000

431.000

431.000

Subtotaal BuW

40.000

34.000

28.000

22.000

Overige baten en lasten

-100.000

-100.000

-100.000

-100.000

Gemeentelijke bijdragen Wsw

1.050.000

900.000

950.000

975.000

29.000

27.000

24.000

31.000

8.626.000

8.586.000

8.673.000

8.775.000

Loonkosten BuW

Gerealiseerd / geraamd totaal saldo van baten en lasten Kosten van overhead

3.5.2.

2024

Toelichting

Op basis van de op dit moment bekend zijnde informatie is een meerjarenraming voor de jaren 2023 tot en met 2026 opgesteld. Bij het opstellen van deze raming is rekening gehouden met een uitstroom Wsw op basis van pensioen en 2% extra. Voor de jaren 2023 en volgende is het niveau PW en BuW constant gehouden (basis = niveau Januari 2022), omdat de daadwerkelijke instroomcijfers niet bekend zijn.

26

3.5.3

Eigen vermogen

Stand per primo

Prognose 2023

2024

2025

2026

4.177.573

4.206.573

4.233.573

4.257.573

Mutaties reserves Resultaat Stand per ultimo

3.5.4

29.000

27.000

24.000

31.000

4.206.573

4.233.573

4.257.573

4.288.573

Prognose 2023

2024

2025

2026

EMU-saldo

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves Mutatie (im)materiële vaste activa

29.000

27.000

24.000

31.000

-20.000

-20.000

-20.000

-20.000

Mutatie voorzieningen

0

0

0

0

Mutatie voorraden

0

0

0

0

49.000

47.000

44.000

51.000

EMU-saldo

27

4

Bijlagen

4.1 Gemeentelijke tabellen De volgende tabellen geven inzichten, onderverdeeld naar gemeenten. 4.1.1.

Totale gemeentelijke bijdrage per gemeente 2023

2024

2025

2026

Echt-Susteren

261.582

235.242

242.522

244.862

Leudal

244.087

229.149

236.979

240.152

Maasgouw

186.548

165.674

171.448

176.202

Roerdalen

186.081

168.897

173.796

174.919

Roermond

701.701

631.038

655.254

668.865

Totaal

1.580.000

1.430.000

1.480.000

1.505.000

Met ingang van 2019 wordt het aandeel gemeentelijke bijdrage huisvesting à € 530.000 verdeeld conform een vaste verdeelsleutel (inwoners per gemeente peildatum 1-1-2017 = eind 2016). De resterende gemeentelijk bijdrage wordt verdeeld naar rato van de loonsom Wsw-ers van het voorbije jaar. 4.1.2.

Prognose FTE Wsw inclusief Begeleid Werken per gemeente 2023

2024

2025

2026

Echt-Susteren

97,2

91,8

84,2

75,8

Leudal

87,7

83,6

78,2

73,1

Maasgouw

67,1

64,0

60,7

58,5

Roerdalen

80,0

75,2

69,3

63,2

Roermond

321,5

302,4

281,1

256,6

Totaal

653,5

617,0

573,5

527,1

4.1.3.

Bijdrage ten behoeve van financiering Wsw uit participatiebudget per gemeente 2023

2024

2025

2026

Echt-Susteren

3.145.631

3.036.357

2.753.930

2.593.182

Leudal

2.770.069

2.691.211

2.529.998

2.375.045

Maasgouw Roerdalen Roermond

2.258.855

2.154.910

2.091.017

2.054.345

2.494.188

2.352.384

2.200.670

2.090.726

10.410.399

9.968.728

9.450.755

8.700.491

Totaal

21.079.142

20.203.591

19.026.369

17.813.788

De Rijkssubsidie Wsw is - met als basis Septembercirculaire 2021 - naar prijspeil 2023 gebracht.

28

4.1.4.

Subsidiesaldo Wsw per deelnemende gemeente.

Subsidiesaldo Wsw resultaten per gemeente gebaseerd op de begrote loonkosten en de te ontvangen geprognotiseerde Rijkssubsidie. Subsidiesaldo Wsw arbeidsovereenkomsten 2023

Loonkosten Wsw 2023

Subsidie Wsw arbeidsovereenkomsten 2023

Subsidie Wsw Begeleid Werken 2023

Echt-Susteren

3.247.173

3.001.088

134.795

3.135.883

-246.085

Leudal

2.796.545

2.632.532

196.133

2.828.665

-164.013

Maasgouw

2.185.353

2.086.738

77.159

2.163.897

-98.614

Roerdalen

2.492.623

2.373.374

207.776

2.581.150

-119.249

Subsidie Wsw 2023

Roermond

10.799.261

10.144.478

225.068

10.369.546

-654.783

Totaal

21.520.956

20.238.211

840.931

21.079.142

-1.282.745

4.1.5.

Onderbouwing krimpvoorziening per deelnemende gemeente. Basis = Primaire Begroting 2022 Prognose Gem Prognose Gem WSW FTE's 2021 WSW FTE's 2022

Prognose Gem WSW FTE's 2023

Basis = Primaire Begroting 2023 Prognose Gem Prognose Gem WSW FTE's 2024 WSW FTE's 2025

Prognose Gem WSW FTE's 2026

Echt-Susteren

113,7

102,6

97,2

91,8

84,2

75,8

Leudal

94,0

88,7

87,7

83,6

78,2

73,1

Maasgouw

77,6

74,0

67,1

64,0

60,7

58,5

Roerdalen

88,4

84,2

80,0

75,2

69,3

63,2

Roermond

365,9

339,4

321,5

302,4

281,1

256,6

Totaal

739,6

689,0

653,5

617,0

573,5

527,1

-50,6

-35,5

-36,5

-43,6

-46,3

Delta t.o.v. jaar ervoor Prognose Krimpvoorziening

506.000

In BJ2020 is € 651.000 gedoteerd aan de krimpvoorziening. In BJ2021 is € 558.000 gedoteerd aan de krimpvoorziening (o.b.v. gerealiseerde krimp gemiddeld aantal Wsw-FTE's BJ2021 versus BJ2020). Daarnaast is in BJ2021 een bedrag van € 437.432 gedoteerd aan de krimpvoorziening (= besluit resultaatsbestemming BJ2020 medio BJ2021) Totaal saldo krimpvoorziening ultimo BJ2021 = € 1.646.432 Conform het bestuursbesluit op 10 juni 2021, wordt de dotatie aan de krimpvoorziening voorlopig stilgelegd met ingang van begroting 2023. Dus in BJ2022 wordt voor nu voor de laatste keer gedoteerd aan de krimpvoorziening. Op basis van de geprognotiseerde krimp bedraagt deze dotatie ca. € 506.000. Eind BJ2022 is de definitieve gerealiseerde krimp van het gemiddeld aantal Wsw-FTE's BJ2022 versus BJ2021 en de hoogte van de dotatie definitief bekend.

29

4.1.6.

Overzicht van toegerekende baten en lasten per pijler 3.

Wsw

BuW

PW

Re-Int

Totaal

Toegevoegde waarde

6.759.000

486.000

599.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=f076bef4-7af4-4f60-ada4-1526caa1b6cb