Bijlage A tarieventabel leges MG
Tekst van het document
Bijlage A bij artikel 2.6 lid 5 onder a. Tarieventabel Legesverordening 2024 I In deze bijlage wordt verstaan onder: •
antenne-installatie: installatie bestaande uit een antenne, een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie;
•
bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
•
bouwwerken: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
•
gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
•
erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of omgevingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden;
•
hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
•
mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.
II Gevallen waarin de leges zoals genoemd in artikel 2.6 lid 5 onder a van de tarieventabel Legesverordening 2024 worden geheven:
1.
een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: a.
niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf,
b.
de oppervlakte niet meer dan 150 m2;
2.
3.
een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a.
niet hoger dan 5 m, en
b.
de oppervlakte niet meer dan 50 m²;
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a.
niet hoger dan 10 m, en
b.
de oppervlakte niet meer dan 50 m²;
4.
een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw;
5.
een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m;
6.
een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998;
7.
een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen;
8.
het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied;
9.
het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein;
10. het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan de volgende
eisen: a.
de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de Woningwet of Omgevingswet aan een bestaande woning gestelde eisen;
b.
de bewoning niet in strijd is met de bij of krachtens de Wet milieubeheer of de Omgevingswet gestelde regels of de Reconstructiewet concentratiegebieden;
c.
de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en
d.
de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was;
11. ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 12,
voor een termijn van ten hoogste tien jaar;
III Voorwaarden bij bovengenoemde gevallen zijn: a. Lid 9 en lid 11 is niet van toepassing op het gebruik dat ziet op een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen. b. Het aantal woningen mag niet toenemen tenzij sprake is van: o
een (pré)mantelzorgvoorziening;
o
woningsplitsing in maximaal 2 woningen;
o
een tijdelijke woonunit op een bestaand woonperceel noodzakelijk in verband met verbouw- of nieuwbouwplannen.
c. Er mag geen sprake zijn van m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten.