bijlage 5 Regiovisie Bijzondere Doelgroepen
Tekst van het document
Inhoudsopgave Inleiding P.3 Hoofdstuk 1 P.5 Waarom een regiovisie?
Hoofdstuk 2 P.8 Waar gaat het over?
Hoofdstuk 3 P.12 Wat is onze visie?
Hoofdstuk 4 P.18 Hoe gaan we deze visie realiseren?
2 | Regiovisie 2017-2020
Inleiding Per 1 januari 2015 is de Wmo 2015 van kracht geworden. De invoering van deze wet heeft veel veranderingen met zich meegebracht. De taken die de gemeente Venlo als centrumgemeente onder de oude Wmo voor de regio Noord- en Midden-Limburg1 uitvoerde, zijn in de Wmo 2015 expliciet onder de verantwoordelijkheid van alle gemeenten gebracht. De financiële middelen worden echter nog via decentralisatie-uitkeringen toegekend aan de gemeente Venlo. Daar is tevens het budget voor beschermd wonen aan toegevoegd. Deze veranderingen vroegen om nieuwe afspraken en nieuwe vormen van samenwerking. De regio Noord- en Midden-Limburg bestaat uit de gemeenten Beesel, Bergen, EchtSusteren, Horst aan de Maas, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Venlo, Venray en Weert. Bestuurlijk overleg vindt plaats in de Bestuurscommissie Wmo Regionale Taken. Ook de gemeente Gennep heeft zich bij dit overleg aangesloten om zich zo te kunnen oriënteren over een mogelijke overstap naar de regio Noord- en MiddenLimburg. Bij de doorontwikkeling van het Regionaal Kompas in 2014 stond het volgende doel centraal: Iedereen heeft een dak boven het hoofd, iedereen doet mee en iedereen heeft een veilig thuis. Dit doel blijft ook onder de Wmo 2015 overeind. De wijze waarop we dat doen is continue in beweging.
Na de ervaringen die we in 2015 en 2016 hebben opgedaan en met het zicht op de verdere door-decentralisatie van middelen is deze visie geschreven.
Leeswijzer
Hoofdstuk 1 zet uiteen waarom wij een regiovisie schrijven. Hoofdstuk 2 geeft antwoord op de wat vraag. Waar hebben we het over, wat zijn de thema’s waar we het in de visie over hebben. Hoofdstuk 3 bevat de visie zelf. Hoofdstuk 4 geeft antwoord op de hoe vraag. Hoe gaan we onze visie in de praktijk tot uitvoering brengen. Op welke schaal doen we dat. Hoe organiseren we de ambtelijke en bestuurlijke aansturing?
Regiovisie 2017-2020 | 3
Hoofdstuk 1 4 | Regiovisie 2017-2020
Hoofdstuk 1 Waarom een regiovisie?
Met de komst van de Wmo 2015 heeft het Rijk de verantwoordelijkheid voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen bij de individuele gemeenten gelegd. Er worden nu stappen gezet om uiterlijk 1 januari 2020 ook de middelen die daar bij horen rechtstreeks aan de gemeenten uit te keren. Dat geldt zowel voor de middelen voor beschermd wonen als voor de middelen voor maatschappelijke opvang, verslavingszorg, en Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ). Over het verdelen van de middelen voor vrouwenopvang wordt niet gesproken. De inzet van de middelen koppelen we met deze visie aan de wijze waarop we onze doelen gaan realiseren. In de regio Noord- en Midden-Limburg werken we inmiddels ruim tweeëneenhalf jaar intensief samen. De regio bestaat uit de gemeenten Beesel, Bergen, Echt-Susteren, Horst aan de Maas, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Venlo, Venray en Weert. Bestuurlijk overleg vindt plaats in de Bestuurscommissie Wmo regionale taken (BC WMO). Ook de gemeente Gennep heeft zich bij dit overleg aangesloten om zich zo te kunnen oriënteren op een mogelijke overstap naar de Noord- en Midden-Limburg. Het in de Wmo geformuleerde uitgangspunt dat gemeenten de Wmo taken zo dicht mogelijk bij de burger moeten organiseren pakken we serieus op. Hoe we dat gaan doen bepalen we samen.
Voor de burger is het immers van groot belang dat de manier waarop we dit organiseren, goed aansluit bij de ambities en de uitvoering van de Wmo in de eigen gemeente. Lokaal wat kan, op een andere schaal als dat een meerwaarde heeft. In deze regiovisie formuleren we onze gezamenlijke beleidsuitgangspunten en leggen we onze ambities voor de komende jaren vast. Deze visie helpt de deelnemende gemeenten ook om de eigen beleidsdoelen expliciet te maken en met elkaar afspraken te maken over de schaal waarop we de doelen met elkaar gaan realiseren. De regiovisie heeft ook een relatie met de ‘Regiovisie aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling’. Op diverse thema’s, zoals Vrouwenopvang, crisiszorg huiselijk geweld en kindermishandeling, inzet Aware en intensief casemanagement is daarmee een duidelijk verband. De Regiovisie aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling werd medio 2016 door de verschillende gemeenteraden vastgesteld, en maakt geen onderdeel uit van de onderhavige visie.
Hoe zijn we tot onze visie gekomen? In 2015 zijn de gemeenten en de maatschappelijke organisaties gestart met de ontwikkeling van het beleid voor de komende jaren. Daarbij stond het uitgangspunt van de Wmo centraal. Burgers die zelf, dan wel samen met personen in hun naaste omgeving onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat zijn tot participatie, moeten een beroep kunnen doen op door de overheid georganiseerde ondersteuning. Deze ondersteuning moet erop gericht zijn dat burgers zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven.
Regiovisie 2017-2020 | 5
Om op deelthema’s tot gezamenlijke visies en plannen voor Noord- en Midden-Limburg te komen, hebben we acht innovatietafels ingericht. Aan elke groep namen ambtenaren uit de regio deel evenals deskundigen op dat thema vanuit de maatschappelijke organisaties en cliëntenvertegenwoordigers. Deze werkgroepen zijn ingericht rond de thema’s bemoeizorg, preventie, crisisdiensten en 24-uursbereikbaarheid, maatschappelijke opvang inclusief crisisopvang, beschikbaarheid woningen, beschermd wonen, nazorg ex-gedetineerden en inloop GGZ. Hoewel er tussen deze thema’s veel samenhang en ook overlap is, is hier voor gekozen om het mogelijk te maken hierover in kleinere werkgroepen intensiever met elkaar te spreken. De resultaten van de gesprekken in deze werkgroepen hebben we vertaald in een integrale visie, zoals die terug te lezen is in hoofdstuk 3.
Zijn we er met deze visie? In dit document spreken we over een regiovisie, deze is echter nog niet klaar. Maar de eerste belangrijke stap is hiermee wel gezet. We hebben met elkaar bepaald waar we het over hebben en hoe we daar tegen aan kijken. Maar ook op welke schaal we dat willen gaan organiseren. Er is ervoor gekozen dat de gemeenten in Midden-Limburg en de gemeenten In Noord-Limburg met ingang van 2020 ieder een eigen regio gaan vormen met uitzondering van vrouwenopvang en Veilig Thuis. De gemeente Gennep zal vanaf januari 2020 bij NoordLimburg. Dat impliceert dat de verdere ontwikkeling van deze visie en de uitvoering vanaf 2020 per regio verschillend kan zijn. Begin 2017 spreken we met elkaar af hoe we dat gaan doen.
6 | Regiovisie 2017-2020
Hoofdstuk 2
Regiovisie 2017-2020 | 7
Hoofdstuk 2 Waar gaat het over?
Dit hoofdstuk geeft antwoord op de wat vraag. Waar hebben we het over en wat zijn de relevante thema’s. Eerst even terug naar onze oude beleidsuitgangspunten, zijn die nog passend? Voordat de Wmo 2015 van kracht werd, waren de 43 centrumgemeenten verantwoordelijk voor het bieden van Maatschappelijke Opvang, Verslavingszorg en Openbare Geestelijke Gezondheidszorg. Dat beleid beschreven we in het zogenaamde Regionaal Kompas. Het Regionaal Kompas bestaat niet meer. De uitgangspunten uit het Regionaal Kompas staan echter nog overeind: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Iedereen heeft een dak boven het hoofd, iedereen doet mee en iedereen heeft een veilig thuis. We zorgen ervoor dat burgers zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven. Dit impliceert dat we er ook voor zorgen dat het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie zo dicht mogelijk bij de burger wordt belegd. Wonen en begeleiding waar mogelijk in de eigen wijk. Lokaal wat lokaal kan, maar samen organiseren wat we beter op een andere schaal kunnen doen. We kiezen waar mogelijk voor kleinschaligheid. Zowel bij de opvang van mensen die geen eigen woonplek meer hebben als ook voor mensen die een vorm van beschermd wonen nodig hebben. Wat we onder kleinschaligheid verstaan gaan we nog definiëren samen met onze aanbieders. De gemeenten spelen hier een belangrijke regisserende rol in.
Welke thema’s vormen de basis voor onze visie? In hoofdstuk 1 zijn de thema’s waarmee de werkgroepen aan de slag zijn gegaan genoemd. Hieronder volgt per thema een korte toelichting, om een beter beeld te geven waar het in deze visie over gaat. Preventie Onder preventie worden activiteiten verstaan, die zijn gericht op het bevorderen van een gezonde leefstijl van kwetsbare burgers, het voorkomen van problemen van of de verergering daarvan op het gebied van de (geestelijke) gezondheid, veiligheid en leefbaarheid en/of de nazorg van personen, die bezig zijn met het afbouwen van zorg. Preventie in relatie tot de kwetsbare burger richt zich op mensen die, ongeacht hun leeftijd en ondanks alle hulpstructuren, door omstandigheden een verhoogd risico lopen om op meerdere leefgebieden geconfronteerd te worden met problemen en als gevolg daarvan niet meer voor zichzelf kunnen zorgen. Met andere woorden, preventie heeft als doel het voorkomen van uitsluiting en/of afglijden naar dakloosheid of beschermd wonen.
8 | Regiovisie 2017-2020
Bemoeizorg en verslavingszorg Bemoeizorg heeft als doel hulpverlening te bieden aan zorgwekkende zorgmijders: mensen die in (zeer) moeizame omstandigheden leven en om diverse redenen de stap naar de reguliere hulpverlening niet kunnen of willen maken. Het gaat feitelijk om het verleiden en het toe leiden van personen met problematiek op het snijvlak van zorg, veiligheid en welzijn. Hierbij gelden geen leeftijdsgrenzen. Bemoeizorg is zodoende een van de middelen, die worden ingezet om de veiligheid van de zorgmijder, diens netwerk en de samenleving te bewaken. De expertise verslavingszorg is integraal verbonden met bemoeizorg. Inloop GGZ Alle burgers van Noord- en Midden-Limburg kunnen gebruik maken van algemene voorzieningen in hun directe woonomgeving zoals bijvoorbeeld de open inloop in de wijk of het dorp. Echter sommige (groepen) burgers laten zich moeilijk mengen met andere burgers vanwege hun specifieke problematiek. Dit kan bijvoorbeeld verslavingsproblematiek, psychiatrische problematiek en/of ernstige psychosociale problematiek op meerdere leefgebieden zijn. Om ook voor deze burgers de meest laagdrempelige vorm van ontmoeting en participatie te kunnen bieden, dus zonder beschikking, kennen we de Inloop GGZ. De Inloop GGZ is een lokale voorziening die uit lokale middelen gefinancierd wordt.
De wijze waarop deze voorziening vormgegeven wordt, is afhankelijk van de inrichting van het lokale sociale domein. Het ontwikkelen van regionaal beleid heeft niet tot doel om te komen tot een uniforme werkwijze maar is gericht op het met elkaar verkennen van mogelijkheden en delen van ervaringen. Maatschappelijke Opvang Maatschappelijke opvang heeft betrekking op de opvang van dak- en thuislozen. Het doel van de maatschappelijke opvang is het verbeteren van de leefomstandigheden van dak- en thuislozen en het verminderen van de daarmee gepaard gaande overlast en criminaliteit. De Wmo legt meer dan voorheen de nadruk op de eigen kracht van inwoners en hun sociale netwerk. Niet langer staat de geestelijke gezondheidszorg centraal in een hulpverleningstraject, maar juist maatschappelijk herstel, participatie en de-escalatie van zorgelijke situaties.We hebben het dan over noodopvang (nachtopvang), dagopvang, crisisopvang, vervolgopvang, gezinsopvang en jongerenopvang. Deze vormen van opvang vinden op dit moment hoofdzakelijk plaats in de drie steden, Venlo, Roermond en Weert. Beschikbaarheid woningen De doorstroming van cliënten vanuit een opvangplaats stagneert doordat er onvoldoende woningen beschikbaar zijn, waar zij terecht kunnen. Dit is niet alleen een probleem in de regio Noord- en Midden-Limburg, maar is ook landelijk een vraagstuk.
Beschermd Wonen Beschermd Wonen is volgens de Wmo: ‘Het wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.’
Regiovisie 2017-2020 | 9
Beschermd wonen betreft zorg met verblijf voor burgers die als een gevolg van een psychische of psychosociale aandoening intensieve ondersteuning nodig hebben, die 24 uur per dag beschikbaar is. Met name op dit onderwerp kunnen gemeenten een flink omslag maken met als uitgangspunt dat mensen zoveel mogelijk in de eigen woonomgeving kunnen blijven. Dit vraagt om de ontwikkeling van nieuwe producten. Nazorg ex-gedetineerden Hoewel de landelijke richtlijnen met betrekking tot nazorg stellen dat ex-gedetineerden in principe zelf verantwoordelijk zijn voor hun re-integratie, staan er ook wederzijdse taken en verantwoordlijkheden van justitie en gemeenten beschreven op het gebied van nazorg. Op 10 december 2014 is daartoe een convenant afgesloten tussen Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het verantwoordelijk ministerie van Veiligheid en Justitie. Als gemeente dien je de afweging te maken tussen enerzijds eigen verantwoordelijkheid en anderzijds het risico op recidive, overlast, maatschappelijke onrust en de daarmee gepaard gaande belasting van de keten, die zich zou moeten kunnen richten op de complexe casussen. De openbare orde en veiligheid dienen daarbij zeker niet uit het oog te worden verloren. Crisisdiensten gecombineerd met 24/7 bereikbaarheid (verwarde personen) Er is op dit moment een gevarieerd aanbod van crisis- en 24/7 bereikbaarheidsdiensten.
De vraag is of deze efficiënter en effectiever georganiseerd kan worden. Hier is een relatie te leggen met de aanpak van de problematiek rondom verwarde personen. Hier is nog geen visie op geformuleerd.
10 | Regiovisie 2017-2020
Hoofdstuk 3
Regiovisie 2017-2020 | 11
Hoofdstuk 3 Wat is onze visie?
De gesprekken die in de werkgroepen met zorgaanbieders, ervaringsdeskundigen, cliëntvertegenwoordigers en medewerkers van de gemeenten zijn gevoerd hebben geleid tot deelvisies op elk thema. Deze deelvisies hebben we bij elkaar gebracht en verwoord in onderstaande integrale visie. We zorgen ervoor dat burgers zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven. Het is van belang dat we daarvoor op lokaal niveau preventie inzetten. Het lokale (wijk)team in de eigen gemeente vormt daarvoor het eerste aanspreekpunt. Kwetsbare burgers lopen, ongeacht hun leeftijd en ondanks alle hulpstructuren, door omstandigheden een verhoogd risico om op meerdere leefgebieden geconfronteerd te worden met problemen en kunnen als gevolg daarvan niet meer voor zichzelf zorgen. Preventie heeft dan als doel het voorkomen van uitsluiting en/of het afglijden naar dakloosheid of beschermd wonen. Daarnaast trachten we met preventieactiviteiten te voorkomen, dat een kwetsbare burger na een periode van stabiliteit – daar waar het voorkomen had kunnen worden – weer een terugval krijgt. Ook de negatieve gevolgen voor de kwetbare burger, hun naasten – inclusief kinderen – beperken we hiermee. Het is van belang dat deze vorm van preventie goed aansluit bij de lokale preventie en ook goed ingebed wordt binnen de lokale structuren. Er bestaat ook een groep kwetsbare burgers die om diverse reden zorg mijden.
Voor deze mensen kennen we bemoeizorg. Bemoeizorg vanuit de oorspronkelijke taak van het Regionaal Kompas is gericht op het voorkomen van dakloosheid. Ook de individuele gemeenten maken gebruik van bemoeizorg. Proactief, passend en gericht op normalisering van de zorg, maar ook gericht op het bevorderen van leefbaarheid en veiligheid binnen de wijk. Deze vormen van bemoeizorg gaan we dichter bij elkaar brengen. Met als doel om de kwetsbare burger sneller in beeld te hebben en met hen de eerste stappen te zetten vanuit het principe “zorgen dat in plaats van zorgen voor”. Het koppelen van een ervaringsdeskundige aan iemand, die zorg mijdend gedrag vertoont, kan daarbij van toegevoegde waarde zijn. Een brede verbinding met het lokale veld zoals welzijnswerk, maatschappelijk werk, verslavingszorg, woningbouwverenigingen en de gemeenten is daarvoor noodzakelijk. Uit bovenstaande blijkt dat de inzet van bemoeizorg, met als specifieke expertise verslavingszorg, een duidelijke relatie heeft met preventie; met relatief weinig inzet aan de voorkant, kunnen naast de problemen rondom de leefbaarheid ook hogere zorgkosten aan de achterkant worden vermeden. Het ondersteunen van zelfredzaamheid en de participatie wordt zo dicht mogelijk bij de burger belegd. Wonen en begeleiding waar mogelijk in de eigen wijk.
Maar ook een plek waar je binnen kunt lopen voor een kop koffie of om deel te nemen aan activiteiten, hoort daar thuis. Of om een regelmatige dagbesteding te vinden. We kennen op lokaal niveau diverse vormen van inloop voor onze burgers. Maar voor sommige mensen is dat een brug te ver. Ze voelen zich daar niet thuis en hebben soms ook het gevoel daar niet welkom te zijn. Voor hen is een tussenstap nodig. Voor deze burgers kennen we de inloop GGZ.
12 | Regiovisie 2017-2020
Een belangrijk kernmerk van de inloop GGZ is de aanwezigheid van een professional die de vrijwilligers ondersteunt in de begeleiding van de bezoekers. Uitgangspunt is dat bezoekers van de inloop GGZ slechts tijdelijk gebruik maken van deze voorziening en gaandeweg de weg weten te vinden naar de reguliere inloopvoorziening in de directe woonomgeving. Onderzocht gaat worden of de inzet van ervaringsdeskundigen in de wijk hier helpend in kan zijn. Niet elke gemeente kan deze vorm van inloop bieden. Je zult als gemeenten dan ook samen moeten kijken hoe je tot een zo divers mogelijk aanbod komt. De vormen van dagbesteding die er nu geboden wordt, sluit niet altijd aan bij de wensen en behoefte van de deelnemers. Het is belangrijk om met de burger te zoeken naar de dagbesteding die op dat moment het beste bij hem past. Dus niet langer redeneren vanuit het aanbod maar kijken hoe aan de vraag te voldoen. We proberen mensen zo veel en zo lang mogelijk in hun eigen woonomstandigheden te begeleiden en te ondersteunen. Toch zijn er ook mensen die, om welke reden dan ook dakloos of thuisloos worden. Of die vanwege de negatieve invloed van hun omgeving juist beter ergens anders kunnen gaan wonen. Maar ook mensen die tijdelijk bij een instelling hebben verbleven en daar pas weg kunnen als ze passende woonruimte hebben gevonden. Het aanbod van woonruimte voor deze mensen is zeer beperkt.
Dat is een probleem dat zich overal voordoet en landelijk wordt erkend. In 2016 is duidelijk geworden dat het geen meerwaarde heeft om op de schaal van Noord- en Midden-Limburg te onderzoeken wat we daar aan kunnen doen. Afgesproken is dat elke gemeente zelf de gesprekken aan gaat met de woningcorporaties en de zorginstelling die in hun gemeente actief zijn. De (lokale) woonvisie kan daar een instrument voor zijn. Met de keuze om de zorg voor en ondersteuning aan de burger, zo dicht mogelijk bij hen te organiseren (lokaal), kiezen we tevens voor kleinschaligheid. Zowel bij de opvang van mensen die geen eigen woonplek hebben als ook voor mensen die een vorm van beschermd wonen nodig hebben. Deze kleinschaligheid kan in omvang variëren afhankelijk van de behoefte. Zo kent Midden-Limburg een noodopvang (dag- en nachtopvang) in de gemeenten Roermond en Weert. In Noord-Limburg vinden we die nu nog in Venlo. We zijn met elkaar aan het onderzoeken of deze vorm van opvang anders kan. Iedere gemeente moet in stelling gebracht worden om in opvang te kunnen voorzien voor zijn eigen burgers, zo dichtbij zijn oorspronkelijke woonsituatie.
Voor de ontwikkeling van een nieuw maatschappelijke opvang voor Noord-Limburg hanteren we de volgende uitgangspunten: >> Basisbehoeften: inwoners zijn gebaat bij zelfbepaling en stabiliteit door het op orde hebben van de voornaamste leefdomeinen zoals wonen, inkomen en ondersteuning. >> Wederkerigheid: het zoeken van een balans in draagkracht en draaglast is voor de inwoner van belang, maar hij heeft op zijn beurt een verplichting om op een constructieve manier mee te denken en te doen, zodat die doelstelling op een goede manier realiseerbaar is (wederkerigheid). >> Instroom en uitstroom: instroom beperken we door ambulante begeleiding, preventie en vroegsignalering, uitstroom bespoedigen we door inwoners snel op het juiste traject te zetten en aandacht te besteden aan nazorg. Het streven is te allen tijde om de inwoner indien mogelijk in de eigen leefomgeving te ondersteunen. >> Integrale zorg: er moet noodzakelijke ondersteuning voorhanden zijn voor personen, die gebruik maken van de maatschappelijke opvang, waarbij we streven naar een zo integraal mogelijke aanpak. Dat betekent afstemming tussen betrokken hulpverleners (1plan1regisseur) en zorgdragen voor vervlechting van zorgwetten.
Regiovisie 2017-2020 | 13
>> Netwerksamenwerking: de verbetering van de keten staat voorop, zodat op een efficiënte en effectieve manier ondersteuning kan worden geboden aan inwoners, die zijn aangewezen op de maatschappelijke opvang. Gemeenten en netwerkpartners zorgen gezamenlijk voor dit afgestemde aanbod. Binnen de groep dak- en thuislozen zijn twee groepen die onze speciale aandacht vragen, namelijk dakloze gezinnen en zwerfjongeren. Het voorkomen van dakloosheid heeft, zeker voor gezinnen, de hoogste prioriteit. Wanneer deze situatie zich desondanks dreigt voor te doen zal er alternatieve woonruimte worden geboden, gekoppeld aan duidelijke afspraken waar het gezin aan mee moet werken. Op dit moment worden gezinnen bij dakloosheid op een wachtlijst geplaatst voor de crisisopvang. Hier ligt een belangrijke rol voor gemeenten en zorginstellingen. Uitgangspunt is dat elke gemeente er zelf voor zorgt dat gezinnen niet feitelijk dakloos worden en dat in geval van dreigende dakloosheid, een alternatief wordt geboden. Ongeacht de achterliggende oorzaak: gezinnen horen niet op straat te staan. In de regio Noord- en Midden Limburg hebben we in Venlo een opvang voor zwerfjongeren, waar 10 jongeren opgevangen kunnen worden. Het hulpverleningsaanbod in de regio Noorden Midden-Limburg voor zwerfjongeren is onvoldoende. Hoeveel plekken beschikbaar zouden moeten zijn moet nog nader onderzocht worden.
Wat wel helder is is dat het beschikbare aanbod weinig divers is waardoor geen maatwerk geleverd kan worden. Uitgangspunten voor een aanbod voor zwerfjongeren zijn: >> >> >> >> >>
Integraal Gericht op het zo snel als mogelijk signaleren van eventuele uitval Dichtbij huis zodat het eigen netwerk zoveel mogelijk in stand kan blijven Gericht op participatie waarbij de 1e insteek altijd het behalen van een startkwalificatie is Voorkomen van instroom in de reguliere maatschappelijke opvang en het mengen met deze doelgroep
Toezicht en onplanbare zorg en begeleiding, zijn kenmerken die beschermd wonen onderscheid van andere vormen van (ambulante) zorg. Bedoeld voor mensen die een gebrek aan zelfregulatie en zelfregie ervaren en ook met eventuele steun van anderen niet zelf kunnen zorgen voor een stabiele woonplek en een goed leven. Het is een diverse groep mensen waarbij de verstoorde zelfregulatie samenhangt met ernstige psychische en/of psychiatrische problematiek, eventueel in combinatie met beperkingen in cognitief functioneren, middelengebruik en lichamelijke problemen/beperkingen. Meestal zijn er ook psychosociale problemen zoals armoede, schulden, dakloosheid, sociale uitsluiting. Wij willen de situatie van de doelgroep van het beschermd wonen zoveel mogelijk normaliseren. Dit betekent dat wij actief inzetten op het versterken, stabiliseren en/of behouden van de eigen regie van de cliënt. Ook zetten wij in op zoveel mogelijk aansluiting van de cliënt bij de rest van de samenleving. Voor mensen bij wie de problematiek blijvend is en het perspectief op herstel gering is, blijft beschermd wonen, waarbij ingezet wordt op herstel en stabilisatie met een woonruimte beschikbaar.
14 | Regiovisie 2017-2020
Om het bovenstaande te realiseren is het nodig dat het product beschermd wonen beter verbonden raakt met de rest van de het ondersteuningsaanbod vanuit de Wmo en de Jeugdwet. Ook hier is ons uitgangspunt: lokaal organiseren wat lokaal kan, maar samen organiseren wat we beter op een andere schaal kunnen doen. We hanteren een aantal uitgangspunten voor beschermd wonen: >> Burgerschap stellen we bij beschermd wonen voorop; mensen hebben grondrechten zoals onderdak, inkomen en onderwijs. >> Zelfbepaling staat daarbij voorop, de zorg sluit aan bij wat mensen zelf willen en biedt ruimte voor het (ontwikkelen van) competenties en het aangaan van een verbinding met anderen. >> Hoop en perspectief wordt geboden aan mensen, ook bij ernstig verstoorde zelfregie, is er altijd een mogelijkheid tot herstel. >> Positieve kijk op gezondheid, waarbij het uitgangspunt is dat mensen veerkracht en herstelvermogen hebben. >> Veiligheid van de cliënt zelf en zijn omgeving moet altijd voorop staan. Er zijn ongeveer 1000 mensen die gebruik maken van een vorm van beschermd wonen, verspreid over de hele regio Noord- en Midden-Limburg. In 2020 gaan ook de middelen voor beschermd wonen rechtstreeks naar elke individuele gemeente. Dit sluit mooi aan bij onze aanpak om zorg en ondersteuning zo lokaal mogelijk te organiseren.
Op de lange termijn willen wij dat beschermd wonen in de klassieke vormen (met toezicht wonen in een accommodatie van een instelling) beschikbaar blijft voor een beperkte groep mensen. Wij willen dat andere vormen van wonen in een beschermde omgeving verregaand geïntegreerd worden met andere vormen van ondersteuning binnen de Wmo. Daarbij kunnen we bijvoorbeeld denken aan een centrale voordeur en ondersteuning in de vorm van een traject, waarbij wordt ingespeeld op de behoeften van de burger ten aanzien van wonen, toezicht en begeleiding, zonder dat daar een label als opvang of beschermd wonen aangehangen wordt. Kijken naar die woonvorm die het beste bij de cliënt past. De lokale gemeente is daarbij als eerste aan zet. In de tussentijd zetten we de eerste stappen naar een vorm van beschermd wonen waarbij wij de cliënt centraal zetten en het ondersteuningsaanbod beter kunnen laten aansluiten op de mogelijkheden en wensen van de cliënt. We streven naar een transformatie van beschermd wonen binnen grote zorginstellingen, naar het beschermen van kwestbare burgers midden in de samenleving door het bieden van uiteenlopende woonvarianten met flexibele herstelondersteuning. Kortom, we streven er naar dat deze mensen een andere plek krijgen in onze samenleving. Een plek niet naast, maar tussen de andere inwoners van onze stad of dorp.
Dit vraagt wat van deze mensen maar dat vraagt vooral dat de maatschappij zich aanpast en diversiteit als een gegeven ziet, de inclusieve samenleving. We willen voor alle personen met een (aflopende) forensische titel de coördinatie organiseren én een innovatieve werkvorm ontwikkelen in de toeleiding naar werk of arbeidsmatige dagbesteding. Hierbij ontstaat een doorlopende lijn van ‘binnen’ naar ‘buiten’ zonder overlap of overloop.
Regiovisie 2017-2020 | 15
Het sociale netwerk van de burger die gebruik maakt van al deze vormen van ondersteuning is van vitaal belang. Waar professionele hulpverlening komt en gaat, is ondersteuning geboden door familie of vrienden een structurele basis voor deze kwetsbare groep burgers. We zoeken binnen alle bovenstaande thema’s naar de meerwaarde die ervaringsdeskundigen en zelfhulpgroepen kunnen toevoegen aan de professionele hulpverlening. Bovenstaande visie is van invloed op de schaal en de manier waarop we vanaf 2020 met elkaar gaan samenwerken. Wat zijn de ambities van de individuele gemeenten in relatie tot de manier waarop zij invulling geven aan de uitvoering van de Wmo? Waar willen we samen beleid op blijven maken of eventueel samen blijven uitvoeren. In hoofdstuk 4 komen we hier nader op terug.
16 | Regiovisie 2017-2020
Hoofdstuk 4
Regiovisie 2017-2020 | 17
Hoofdstuk 4
Hoe gaan we deze visie realiseren?
In dit hoofdstuk geven we als samenwerkende gemeenten van de regio Noord- en MiddenLimburg aan hoe we onze visie, die we beschreven in hoofdstuk 3, gaan vormgeven met elkaar en met onze partners. We staan nu op het punt om deze visie tot uitvoering te brengen. Begin 2017 zal een voorstel gedaan worden over de manier waarop we dit gaan aanpakken. De bestuurlijke keuzes over de schalen waarop we onze samenwerking zien, zijn daarop van invloed. Maar ook de landelijke ontwikkelingen zijn daarop van invloed. In de periode 2015 – 2016 hebben de 13 gemeenten van Noord- en Midden-Limburg met elkaar samengewerkt ten aanzien van de regionale taken van de Wmo. Deze regio kwam overeen met de voormalige centrumgemeente-regio onder de Wmo 2007. Tijdens de BC WMO van 13 juli 2016 is afgesproken, dat de gemeente Venlo tot aan de verdere doordecentralisatie in 2020 uitvoering zal blijven geven aan de bovenregionale taken van de Wmo. Hierbij zijn de Rijksmiddelen die worden uitgekeerd aan de gemeente Venlo als voormalig centrumgemeente dan ook taakstellend voor de bovenregionale taken. De gemeente Venlo draagt de financiële verantwoordelijkheid. In nauwe samenwerking met regiogemeenten uit Noord- en Midden Limburg wordt er gezocht naar manieren waarop dit taakgebied kwalitatief beter en dichter bij de burger georganiseerd kan worden.
Verdere decentralisatie van taken maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Landelijk is de verwachting dat per 1 januari 2020 de rijksmiddelen voor de maatschappelijke opvang en het beschermd wonen verdeeld zullen worden over alle gemeenten (en niet langer alleen over de centrumgemeenten). Het Rijk neemt tot uiterlijk 1 januari 2020 de tijd om te komen tot een verdeelmodel voor de middelen voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Waarschijnlijk zal in de loop van 2017 meer duidelijkheid zijn over het verdeelmodel, zodat gemeenten dan nog ruim de tijd hebben om met elkaar en hun zorgpartners in overleg te treden over de veranderingen die dit met zich mee zal brengen. Per 1 januari 2020 zijn alle gemeenten dan inhoudelijk èn financieel verantwoordelijk voor de zorg voor deze cliënten. Dit is in lijn met de Wmo waarin inhoudelijk de verantwoordelijkheid bij de individuele gemeenten is belegd. Het is niet waarschijnlijk dat alle individuele gemeenten alle benodigde, gespecialiseerde zorg zelf kunnen realiseren, dus samenwerking tussen gemeenten zal nodig blijven om deze vorm van zorg te kunnen blijven bieden.
Bij ledenbrief van 20 augustus 2016 (Ontwikkelingen beschermd wonen en maatschappelijke opvang) heeft VNG laten weten dat zij met het Rijk hebben afgesproken dat alle gemeenten tot 1 januari 2017 de mogelijkheid krijgen om te bepalen in welk regionaal samenwerkingsverband zij uitvoering willen geven aan beschermd wonen en maatschappelijke opvang, indien dat leidt tot een andere regionale samenwerking dan de huidige. Vervolgens gaan regiogemeenten en de centrumgemeenten per regio gezamenlijk aan de slag met het schetsen van een toekomstvisie op het beschermd wonen en de maatschappelijke opvang. 18 | Regiovisie 2017-2020
Dit proces krijgt zijn weerslag in een regionaal plan van aanpak waarin gemeenten de inhoudelijke visie schetsen, de wijze waarop zij als gemeenten samenwerken en de verdeling van het beschikbare budget BW in de regio. In de regio Noord- en Midden-Limburg zijn wij eind 2015 al met dit proces gestart en lopen wij met de onderhavige regiovisie vooruit op dit verzoek van VNG.
Regionale samenwerking 2020 is een logisch moment om de samenwerking tussen gemeenten opnieuw te definiëren. Hiertoe hebben wij in 2016 al wat eerste gedachten uitgewisseld. Inmiddels is duidelijk dat alleen op het gebied van Veilig Thuis en de Vrouwenopvang de breed gedragen wens bestaat om op het niveau van Noord- en Midden-Limburg samen te blijven werken. Naar aanleiding van de bestuurlijke dag op 14 september 2016 is duidelijk dat ten aanzien van maatschappelijke opvang en beschermd wonen de voorkeur ligt om verder te gaan in twee regio’s, namelijk Noord-Limburg en Midden-Limburg. Binnen deze regio’s wordt met elkaar verkend hoe de samenwerking er in 2020 uit zal gaan zien. De regio Midden-Limburg wil de regionale taken graag met de eigen (sub)regio aanpakken. Als argumenten dragen zij hiervoor aan dat zij op deze manier uitvoering kunnen geven aan de opdracht om de zorg op maat, dicht bij de burger kunnen organiseren en dat de (sub) regio groot genoeg is om dat op een verantwoordelijke manier te kunnen doen. Bovendien zien zij dan meer kansen om het lokale veld goed te laten aansluiten bij het regionale veld. De gemeenten in Noord-Limburg hebben in het Portefeullehoudersoverleg Sociaal Domein van 20 oktober 2016 aangegeven dat zij zo veel als mogelijk tot een lokale uitvoering willen komen en daar waar het wenselijk is op de schaal van Noord-Limburg.
Hoe en op basis van welke beleidsuitgangspunten werken wij tot 2020 samen? De gemeenten van Noord- en Midden- Limburg zullen dus tot 2020 met elkaar samenwerken op de manier waarop zij dat tot nu toe deden. Transformatie en innovatie van zorg zullen in deze periode nog steeds plaatsvinden. Met het oog op 2020 gaan we samen kijken welke stappen we de komende jaren al kunnen zetten om tot realisatie van deze visie te komen, zodat we in 2020 klaar staan. We richten ons daarbij met name op de inhoud en op de manier waarop we onze visie kunnen realiseren. In het eerste kwartaal van 2017 komen we met voorstellen hoe we dat gaan aanpakken. Eind 2017 ligt er een implementatieplan. De aandacht zal daarbij ook uitgaan naar wat wij op lokale schaal kunnen organiseren en wat wij op een bovengemeentelijke schaal willen organiseren. Immers dit hangt nauw samen met hoe we onze visie gaan uitvoeren. Centraal staat daarbij altijd de vraag: wat is er nodig om deze specifieke burger de juiste ondersteuning te bieden. In 2014 hebben we dit in het Spoorboekje bijzondere reizigers al verwoord: We willen een doorgaande route, waarbij de burger er geen hinder van heeft, dat verantwoordelijkheden zijn belegd op het niveau van buurt, wijk, stad, of regio. Of dat hun reis wordt bekostigd door verschillende financiers en dat deskundigheid wordt geleverd door verschillende organisaties.
De beleidsuitgangspunten zoals verwoord in deze visie zijn daarin leidend.
Regiovisie 2017-2020 | 19
Globaal tijdpad 2017 In het eerste kwartaal van 2017 stellen we een plan van aanpak op. We gaan daarbij uit van de keuze die gemaakt is om in Noord- en in Midden-Limburg apart verder te gaan. We richten ons op de situatie in 2020 en inventariseren wat er nodig is om daar te komen. Op basis daarvan formuleren we de stappen die we daarvoor moeten zetten. Dit implementatieplan is eind 2017 gereed. Wellicht nemen we afscheid van de innovatietafels, richten we nieuwe denktanks in en gaan onder meer aan de hand van een aantal concrete casussen, voorstellen doen om tot een andere integrale benadering te komen van ondersteuning, waarbij de visie zoals verwoord in hoofstuk 3 als uitgangspunt dient. Wat zeker aan bod moet komen om de transformatie van zorg vorm te geven: >> Opbouw en ontwikkeling van lokaal zorg- en ondersteuningsaanbod, zodat wij uitvoering kunnen geven aan de opdracht in de Wmo om zorg voor de burger zo dicht mogelijk bij de burger te organiseren. >> Transformatie van zorg en ontschotting van bestaande financieringsstromen om zo tot een meer integraal aanbod van zorg te komen. Het implementeren van de adviezen van de diverse innovatietafels. >> Bepalen welke vormen van zorg zo gespecialiseerd zijn, dat deze niet op gemeentelijk niveau georganiseerd kunnen worden, maar alleen op boven-gemeentelijk niveau.
Aanbieders geven regelmatig aan dat zij juist een meerwaarde zien in brede regionale samenwerking. Om tot een goede afweging te komen, nemen we de visie en ervaringen van de aanbieders mee. >> De herinrichting van de regionale samenwerking op het gebied van de toegang, de inkoop, betaling van facturen en gegevensdeling. Op het niveau van Noord- en MiddenLimburg moet deze samenwerking zorgvuldig wordt afgebouwd, tegelijkertijd moet de samenwerking op de schaal van Noord-Limburg en Midden-Limburg juist weer opgebouwd worden. >> Nieuwe Maatschappelijke Opvang in Venlo >> De dag- en nachtopvang in Venlo dient uiterlijk 1 januari 2018 de huidige locatie te verlaten. Een goed moment om de visie op de opvang in de praktijk te gaan brengen. We kunnen hiermee niet wachten tot 2020. Met de ontwikkeling van de nieuwe opvang gaan we dus vooruitlopen op de implementatie van de visie. We gaan dit als gemeenten in Noord-Limburg samen oppakken. >> Tijdens het Portefeuillehoudersoverleg Sociaal Domein van 20 oktober hebben de wethouders namens hun gemeente ingestemd met deze aanpak. 2018 Medio 2018 zijn we zover klaar dat elke gemeente goed in beeld heeft welke taken zij vanaf 2020 zelf gaan uitvoeren. Een en ander op basis van de keuzes die in 2017 worden gemaakt. We weten dan ook precies wat we samen op (sub)regionaal niveau gaan doen.
2019 Dit jaar gebruiken we om gemaakte keuzes en afspraken te verfijnen, zodat we niet voor verrassingen komen te staan in 2020. 2020 Noord-Limburg en Midden-Limburg gaan ten aanzien van maatschappelijke opvang en beschermd wonen hun eigen weg. 20 | Regiovisie 2017-2020
Aansturing op bestuurlijk en ambtelijk niveau In 2015 en 2016 organiseerden de gemeenten van Noord- en Midden-Limburg de bestuurlijke en ambtelijke aansturing door middel van overleggen van de BC WMO (maandelijks in 2015, 6 keer per jaar in 2016). We gaan hier tot 2020 mee door. Enerzijds om elkaar goed te blijven informeren en waar nodig, bestuurders standpunten in te laten nemen. Anderzijds om meer inzicht te krijgen in verschillende thema’s. Afhankelijk van het thema worden gasten uitgenodigd of vergaderen we op locatie met aansluitend een werkbezoek. Bij alles wat we in die jaren doen houden we rekening met de beleidsuitgangspunten uit deze regiovisie en zetten we stappen om deze te realiseren. Intussen maken we ook keuzes ten aanzien van de ambtelijke en bestuurlijke aansturing. Met de ‘bestuurlijke spagetti’ in ons achterhoofd zoeken we naar een praktisch vorm van aansturing.
Regiovisie 2017-2020 | 21