CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

---------- BIJLAGE 5 194996 Eerste hoofdlijnen RWS van (internet)consultatie

06. Raadsinformatiebrieven 20 mei 2025, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven behorend bij de portefeuille van wethouder Snijckers1.320 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 6: Eerste hoofdlijnen van (internet)consultatie Actualisatie Beleidslijn grote rivieren

Inleiding De wijzigingsvoorstellen met betrekking tot de Beleidsregels grote rivieren (Bgr 2025), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Omgevingsregeling (Or) zijn ter consultatie voorgelegd aan het brede publiek en aan de decentrale overheden. Er zijn in totaal 101 reacties binnengekomen. Voor wat betreft de decentrale overheden hebben 4 provincies, 1 waterschap, 2 koepelorganisaties en 26 gemeenten gereageerd. Deze bijlage geeft een eerste indruk van de ontvangen reacties. In de toelichting bij de Bgr 2025 is eveneens een samenvatting opgenomen van de ontvangen reacties en is kort daarop gereageerd. Daarnaast wordt nog een uitgebreider verslag op hoofdlijnen van de ontvangen reacties opgesteld. Dit verslag zal zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen zes weken na vaststelling van de Bgr 2025 worden gepubliceerd op internetconsultatie.nl. Dit verslag zal ook ingaan op de reacties die zien op de wijzigingsvoorstellen met betrekking tot het Bkl, Bal en Or. Uitkomsten consultatie Uit de reacties blijkt over het algemeen steun te zijn voor de nieuwe koers.

Veel gemeenten en provincies als Gelderland, Utrecht en Noord-Brabant, hebben in hun reacties het belang van de wijzigingen nadrukkelijk onderstreept en zijn blij dat er zo duidelijkheid kan worden gegeven aan burgers en bedrijven over waar welke activiteiten zijn toegestaan in de uiterwaarden en dat overal in het rivierbed nu dezelfde regels gaan gelden. Tegelijkertijd zijn er ook aanmerkingen op de voorstellen. Bezorgdheid dat de uiterwaarden helemaal op slot gaan Bij een deel van de respondenten bestaat het beeld dat de actualisatie van de beleidslijn de uiterwaarden volledig op slot zet voor nieuwe ontwikkelingen. Dit beeld is echter onjuist. Ook na de actualisatie blijft er ruimte voor ontwikkelingen. Zo blijven delen van het rivierbed vergunningsvrij. In deze gebieden bepaalt het Rijk niet wat en hoe er gebouwd mag worden. In de gebieden waar wel een omgevingsvergunning van de minister van IenW nodig is, blijft er ruimte voor riviergebonden activiteiten, zoals scheepswerven en waterrecreatie. Daarnaast blijft er ruimte voor specifieke niet-riviergebonden activiteiten, zoals activiteiten die van groot openbaar belang zijn en redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kunnen worden gerealiseerd. Ook activiteiten van grondgebonden agrarische bedrijven, verduurzaming van energievoorziening en initiatieven voor duurzame energieopwekking blijven mogelijk.

Tijdelijke en periodieke activiteiten en activiteiten van ondergeschikt belang zijn ook nog steeds toelaatbaar. Wens tot behoud soepelere regels van het bergend regime Diverse respondenten pleiten voor behoud van de soepelere regels uit het bergend regime. Dit is echter niet wenselijk. Uit onderzoek blijkt dat die regels ertoe leidden dat in het rivierbed teveel ruimte werd weggegeven aan niet-riviergebonden activiteiten, zoals grootschalige woningbouw en vakantieparken. Met de verwachte hogere rivierafvoeren en zeespiegelstijging is terughoudendheid noodzakelijk voor ruimtelijke ontwikkelingen in het rivierbed om schade te voorkomen en ruimte te houden voor rivierverruiming en dijkversterking. Daarnaast blijkt het onderscheid tussen stroomvoerend en bergend in de praktijk moeilijk te maken vanwege de complexe rivierkundige rol van gebieden tijdens hoogwater. Waterveiligheidsexperts adviseren dan ook uniforme regels te hanteren voor het gehele beperkingengebied in het rivierbed. Wens tot integrale afweging Vanuit Limburg wordt gepleit voor een integrale ruimtelijke afweging van ontwikkelingen in het rivierbed waarbij water één van de belangen is. Ook vindt men dat deze afweging in het kader van de Nota Ruimte of door de provincie zou moeten worden gemaakt.

Vanwege de cruciale rol van het rivierbed voor rivierbeheer en waterveiligheid kunnen activiteiten slechts onder strikte voorwaarden plaatsvinden. Vandaar ook dat er beleidsregels en instructieregels zijn opgesteld om de waterveiligheid te waarborgen. De aanscherping van deze regels voorkomt ongewenste ontwikkelingen en waarborgt de waterveiligheid zonder het rivierbed op slot te zetten. Dit is een uitwerking van de wettelijk vastgelegde systeemverantwoordelijkheid

van de minister voor waterveiligheid. Dit nationaal belang is randvoorwaardelijk voor het rivierengebied en niet één van de belangen. Kampereiland Verder zijn er zorgen geuit over de gevolgen van de actualisatie van de Beleidslijn voor het gebied Kampereiland (Overijssel). Naar aanleiding hiervan heeft een gesprek plaatsgevonden met de gemeente Kampen. Hieruit kwam een gedeeld beeld naar voren dat de bestaande bebouwing en de bijbehorende erven buiten het beperkingengebied in het rivierbed liggen, wat betekent dat de Beleidslijn daarop niet van toepassing is. Dit neemt een deel van de zorgen weg. Daarnaast wordt ervoor gekozen om dit gebied mee te nemen in het onderzoek naar de begrenzing van het beperkingengebied. Het ministerie van IenW start dit in 2025 op. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek wordt samen met de decentrale overheden gekeken of er aanpassingen in het toepassingsgebied van de Bgr 2025 wenselijk zijn. Noordwaard Inwoners, bedrijven en belangenorganisaties uit de Noordwaard (Zuid-Holland) uitten zorgen dat eerdere afspraken over ontwikkelmogelijkheden, gemaakt in het kader van het programma Ruimte voor de Rivier zouden vervallen door de actualisatie van de Beleidslijn. Dit is niet de bedoeling; de wens is om deze afspraken te respecteren. Daarom wordt ervoor gekozen de Noordwaard op te nemen in de overgangsregeling (artikel 9).

Het Rijksinpassingsplan Noordwaard blijft hierdoor leidend voor maatwerkafspraken. Hiermee worden deze zorgen weggenomen. Maasvallei Enkele Limburgse partijen, zoals de provincie Limburg, waterschap Limburg en gemeenten, hebben verzocht om gebieden toe te voegen aan de overgangsregels van artikel 10 Bgr 2025. Dit artikel ziet op specifieke gebieden die binnen afzienbare termijn niet meer tot het rivierbed zullen behoren. In 2020 is voor een aantal gebieden in de Maasvallei die achter een primaire waterkering liggen, afgesproken dat de status rivierbed vervalt als de kering is versterkt of de ‘systeemwerkingsmaatregel’ bij het gebied is gerealiseerd. Met het vervallen van de status rivierbed vervalt ook de vergunningplicht en zou de Bgr 2025 niet meer van toepassing zijn. Het is niet wenselijk om in de periode tot aan het vervallen van de rivierbed-status in de gebieden de strengere regels van de Bgr 2025 te laten gelden. Artikel 10 voorziet erin dat voor deze gebieden de oude regels blijven gelden. Bij het opstellen van de Bgr 2025 is de keuze gemaakt om uitsluitend gebieden in artikel 10 op te nemen als voor het project dat ziet op de dijkversterking of de systeemwerkingsmaatregel bij dat gebied een voorkeursalternatief is bepaald of een projectbesluit of projectplan is vastgesteld. De gebieden die aan deze criteria voldoen zijn opgenomen in de overgangsregeling.

Er zijn nog andere dijktrajecten waarvoor geen voorkeursalternatief is vastgesteld en waar de Bgr 2025 wel gaat gelden voor het achterliggende binnendijkse gebied. De provincie en het waterschap Limburg en een aantal gemeenten stellen voor om achter al deze dijktrajecten de oude regels te blijven hanteren, ongeacht de voortgang van de dijkversterkingsmaatregelen. Deze partijen zijn van mening dat het binnendijkse gebied al veilig genoeg is, de geplande ontwikkelingen maatschappelijk belangrijk zijn en dat strengere regels niet stroken met de afspraken uit 2020. Er is voor gekozen om niet mee te gaan met dit voorstel. Deze gebieden voldoen namelijk niet aan het criterium voor opname in artikel 10. Voor het project dat ziet op de dijkversterking of systeemwerkingsmaatregel bij die gebieden is namelijk nog geen projectplan of projectbesluit vastgesteld dan wel een voorkeursalternatief bepaald. Hierdoor is onvoldoende zeker dat het project ‘binnen afzienbare termijn’ uitgevoerd wordt en is niet te bepalen waar de dijk komt te liggen, waardoor onvoldoende duidelijk is welk gebied precies buiten het rivierbed komt te vallen. Daar komt bij dat in het merendeel van deze gebieden systeemwerkingsmaatregelen nodig zijn of de schaderisico’s toenemen bij het toestaan van ontwikkelingen op basis van de Bgr 2006.

Dit bevestigt dat strengere regels noodzakelijk zijn zolang de projecten nog niet zijn uitgevoerd. Deze conclusie wordt ondersteund door het advies van het Expertisenetwerk Waterveiligheid (ENW) uit 2023.

De strengere regels zijn bovendien niet in strijd met de afspraken uit 2020. De afspraak blijft staan dat gebieden na uitvoering van de maatregelen uit het rivierbed worden gehaald. Maar dat betekent niet dat dat de regels tussentijds hetzelfde blijven. De gesprekken met de provincie Limburg en Waterschap Limburg worden voortgezet om verdere verduidelijking te bieden en eventuele knelpunten gezamenlijk te bespreken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=52efaa4f-4078-4246-85d5-acfcb19f8df3