Bijlage 4 Nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen bestemmingsplan ‘Voorterrein Nautische boulevard Wessem’.
Tekst van het document
Nota ter beantwoording zienswijzen en ambtshalve aanpassingen bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard Wessem I Inleiding Nota ter beantwoording zienswijzen en ambtshalve aanpassingen inzake het ontwerpbestemmingsplan ‘Voorterrein Nautische Boulevard Wessem’, Gemeente Maasgouw en het ontwerp Beeldkwaliteitsplan ‘Voorterrein Nautische Boulevard Wessem’, Gemeente Maasgouw. Procedure Het ontwerpbestemmingsplan ‘Voorterrein Nautische Boulevard Wessem’ (NL.IMRO.1641.BPL120-ON01) met de daarbij behorende stukken en het ontwerp Beeldkwaliteitsplan ‘Voorterrein Nautische Boulevard Wessem’ hebben van vrijdag 22 december 2023 tot en met maandag 1 februari 2024 (dus gedurende zes weken) op basis van artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening respectievelijk de Inspraakverordening ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn er 3 zienswijzen ingediend over het ontwerpbestemmingsplan ‘Voorterrein Nautische Boulevard Wessem’. Inzake het ontwerp Beeldkwaliteitsplan ‘Voorterrein Nautische Boulevard Wessem zijn er geen zienswijzen ingediend. Deel II van deze nota bestaat uit een overzicht van alle zienswijzen. Om de zienswijzen te kunnen onderscheiden heeft iedere zienswijze een nummer gekregen. In deel III komt de inhoud van de zienswijzen aan de orde. Per zienswijze wordt opgenomen: - Nummer zienswijze/naam instantie waar de reactie betrekking op heeft.
- In de linker kolom een samenvatting van de inhoud van de zienswijze. Om de verschillende onderwerpen in één zienswijze te kunnen onderscheiden, heeft elke deelreactie een letter gekregen. - In de middelste kolom per zienswijze de reactie van gemeentewege hierop. - In de rechter kolom is aangegeven of de reactie aanleiding heeft gegeven tot het wijzigen van het ontwerp. Indien dit het geval is, is dit nader uitgewerkt in deel IV - Wanneer in de rechter kolom het volgende teken is opgenomen ‘-‘, heeft deze zienswijze geen aanleiding tot aanvulling of aanpassing van het ontwerp. De ingekomen zienswijzen zijn in de bijlagen bij deze Nota van Zienswijzen en ambtshalve aanpassingen opgenomen en worden hierna zakelijk samengevat en van een gemeentelijk standpunt voorzien. De samenvatting van de zienswijzen heeft slechts tot doel de leesbaarheid van de Nota te vergroten. Dit betekent dus niet dat de onderdelen van de zienswijzen die, niet expliciet worden benoemd, niet bij de beoordeling betrokken worden. De zienswijzen zijn integraal bij de beoordeling betrokken. N.B.: in verband met de toepassing van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zijn de zienswijzen van natuurlijke personen geanonimiseerd weergegeven, in geval deze digitaal raadpleegbaar zijn.
In deel IV zijn de wijzigingen naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen verwoord. In deel V zijn de ambtshalve wijzigingen verwoord.
II Overzicht zienswijzen De volgende zienswijzen zijn ingediend: 1. Zienswijze 1, Filcom B.V., Maasdijk 5 Wessem, ingekomen op 31-1-2024; 2. Zienswijze 2, Vandewall Planologisch Advies, Boschstraat 21a Maastricht, namens cliënten ingekomen op 6-2-2024; 3. Zienswijze 3, Stichting Leef Dörpke, Haegstraat 17 Wessem, ingekomen op 31-1-2024. Noot over tijdige indiening van de zienswijzen: Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van vrijdag 22 december 2023 tot en met donderdag 1 februari 2024 openbaar ter inzage gelegen. Naar analogie van het bepaalde in artikel 6:9 Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zienswijze tijdig ingediend indien deze voor het einde van de termijn is ontvangen (dus als deze gedurende de zienswijzetermijn of vóór het einde van deze termijn is ontvangen). Bij verzending per post bepaalt het tweede lid van dit artikel dat sprake is van tijdige indiening indien de zienswijze vóór het einde van de termijn ter post is bezorgd (verzendtheorie), mits deze niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Zienswijzen 1 en 3 zijn voor het einde van de termijn ontvangen. Zienswijze 2 is weliswaar op 6 februari 2024 ontvangen, maar per post verzonden maar per post verzonden op 31 januari 2023 en binnen een week na afloop van de termijn ontvangen. Gezien het voorgaande zijn alle zienswijzen als tijdig ingediend bevonden.
III Zienswijzen en reactie gemeente Verkorte weergave zienswijze 1. Zienswijze 1, Filcom B.V. a) In het bestemmingsplan staat Silbelco Filcom genoemd als grindoverslagbedrijf, maar dit is niet juist. Zand wordt aangevoerd en Sibelco valt onder Minerale producten industrie (breken, malen, zeven, drogen van div. mineralen en derivaten). Graag naar de juiste omschrijving aanpassen in het bestemmingsplan.
Reactie van gemeentewege
Conclusie
De indiener verwijst naar hoofdstuk 2.1 van de Toelichting. In dit hoofdstuk wordt de bedrijfsvoering van Sibelco besproken. Ter verduidelijking van de activiteiten van Sibelco zal de tekst worden aangepast met de aangeleverde aanvulling van Filcom B.V..
Toelichting is aangepast met aangeleverde aanvulling van Sibelco Filcom.
b) Er is in het verkeersrapport dat ter inzage heeft gelegen sprake van een verkeersaantrekkende werking door de nieuwe activiteiten op het Voorterrein.
Naar aanleiding van voorgaande punten heeft aanvullend onderzoek plaatsgevonden – zie verkeerskundige rapportage Nautische Boulevard te Wessem van Grenspaal12.
Het nieuwe verkeersrapport is verwerkt in de Toelichting van het bestemmingsplan.
Er kunnen echter nog geen conclusies worden getrokken vanwege diverse aannames en gehanteerde CROW-normen en er is dus meer onderzoek nodig. Ook is de huidige situatie niet goed in beeld gebracht, waarbij de uitgangspunten niet overeenkomen met de feitelijke situatie. Er is volgens indiener onvoldoende rekening
In dit onderzoek is nader ingezoomd op de verkeersaantrekkende werking, zowel in de bestaande als de toekomstige situatie. Door een vergelijking tussen de bestaande en toekomstige situatie zijn de verkeerskundige gevolgen inzichtelijk gemaakt en getoetst. De conclusie is dat er een afname van verkeer is wanneer de toekomstige verkeersaantrekkende werking wordt vergeleken met de huidige planologisch verkeersaantrekkende werking. De totale toekomstige verkeersgeneratie op de Maasdijk komt neer op 435,2 motorvoertuigen per etmaal. Vergeleken met de huidige planologische verkeersgeneratie komt dit neer op een afname van afgerond 86 motorvoertuigen per etmaal. De toekomstige verkeersintensiteit ten gevolge van de planontwikkeling, ligt ruim onder de gestelde streefwaarde van 3.500 motorvoertuigen per etmaal. Er worden dan ook geen problemen
Zie hiervoor deel IV van deze nota.
Het nieuwe verkeersrapport is toegevoegd als bijlage bij de Toelichting . Ook is de Toelichting aangevuld. Zie voor beide onderdelen deel IV van deze nota.
gehouden met gevolgen voor doorstroming naar diens locatie Maasdijk 5 en de verkeersveiligheid.
verwacht met betrekking tot de verkeersafwikkeling op de omliggende infrastructuur ten gevolge van de ontwikkelingen op de Nautische Boulevard. Gezien de relatief lage verkeersomvang op dit deel van de Maasdijk worden geen negatieve gevolgen voorzien in de doorstroming naar Sibelco en de verkeersveiligheid ter plaatse. De beoogde nautisch gerelateerde voorzieningen zijn arbeidsextensief en bezoekersextensief. Voor het bepalen van de verkeersaantrekkende werking is uitgegaan van kencijfers van het CROW. Deze kencijfers zijn gekoppeld aan de omvang van de voorzieningen (m2). Hierdoor wordt uitgegaan van een volledige bezetting en is dan in feite een worst-case beoordeling.
c) De aantrekkende werking door de ontwikkeling zal naast zakelijk verkeer ook veelal recreatief verkeer zijn (personenauto's), met onder andere gezinnen. Met name in het zomerseizoen en mooie lentedagen trekt locatie 2, waarin horeca en detailhandel is gepland, veel recreatief verkeer aan. Hierbij zal sprake zijn van een piek overdag tijdens het vaarseizoen en een dip tijdens de winter. De combinatie van toenemend recreatief verkeer en vrachtwagens langs de Maasdijk tot het einde (locatie Sibelco) leidt tot een onveilige situatie en beperkte doorgang voor de vrachtwagens van en naar Sibelco volgens de indiener.
De beoogde nautisch gerelateerde voorzieningen zijn arbeidsextensief en bezoekersextensief. Er is uitgegaan van arbeidsextensief aangezien nautisch gerelateerde bedrijven een laag aantal werknemers kennen. Er is uitgegaan van bezoekers extensief doordat showrooms en werkplaatsen een lage omloopsnelheid kennen; er is sprake van online verkoop en weinig spontane aanloop. Hierdoor is het aantal klanten beperkt en gebeurt dit veelal op afspraak. De boulevard zal weinig recreatief verkeer generen en gericht zijn op verkeer dat ter plaatste moet zijn. Horeca heeft een ondergeschikt karakter tot maximaal 50m2 en maximaal 50 m2 terras. De ondergeschikte horeca dient voor bedrijven om onder andere een lunch (in de vorm van een broodje en een drankje) aan te kunnen bieden aan potentiële kopers van pleziervaartuigen. Dat er alleen sprake mag zijn van ondergeschikte horeca is planologisch ook geborgd in artikel 3.1 onder d en h. Hier staat ook expliciet aangegeven dat het fungeert als ondergeschikt en louter mag plaatsvinden onder horeca categorie 1, zoals staat beschreven in artikel 1.36 van de planregels. De detailhandel is volumineus van aard en moet gebonden zijn aan watersport of jachthaven gerelateerde activiteiten. Denk hierbij aan een verkooppunt voor pleziervaartuigen. Niet-volumineuze detailhandel mag maximaal 50m2 bedragen over het gehele
Artikel 14.3 is toegevoegd aan de planregels. Zie hiervoor deel IV van deze nota.
bedrijfskavel en moet ook gerelateerd zijn aan nautische activiteiten. Ook dit is planologisch geborgd in artikel 3.1 onder c. Daarnaast moet parkeren, laden en lossen op eigen perceel plaatsvinden. In het nieuwe verkeersrapport is berekend dat er op eigen perceel minimaal 56 parkeerplaatsen nodig zijn. Dat er voldoende ruimte moet zijn voor parkeren, laden en lossen is geborgd in het toegevoegde artikel 14.3 van de planregels. Omdat planologisch gezien geen sprake zal zijn van toename van verkeer zal de veiligheid van de verkeerssituatie ter plaatse niet negatief wijzigen ten opzichte van de huidige situatie. d) Bij afsluiting Waage NaakMaasboulevard voor gemotoriseerd verkeer kan een parkeerprobleem ontstaan. De bereidheid van bezoekers van locatie 2 om rechtsomkeert te maken en om te rijden om de auto op een van de 2 alternatieve locaties te parkeren (conform rapport Verkeersplan Wessem 10 maart 2023) zal laag zijn en de verleiding om toch maar langs de Maasdijk te parkeren groot. Het creëren van meer veilige parkeerruimte voor personenauto's rondom locatie 2 is zeer wenselijk, waarbij deze parkeerruimte fysiek is gescheiden van de Maasdijk. e) De doorstroming op de Maasdijk is voor indiener van groot belang vanwege de
De afsluiting Waage Naak – Maasboulevard staat los van de bestemmingsplanwijziging ‘Voorterrein Nautische Boulevard Wessem’. Daarbij is er geen sprake van afsluiting Waage Naak – Maasboulevard.
Artikel 14.3 is toegevoegd aan de planregels. Zie hiervoor deel IV van deze nota.
In de huidige situatie mag vrachtverkeer de Maasboulevard niet passeren. Verkeer dat op de nautische boulevard moet zijn, dient dit te doen via de daarvoor aangegeven routes. Daarnaast moet parkeren, laden en lossen op eigen perceel plaatsvinden. In het nieuwe verkeersrapport is berekend dat er op eigen perceel minimaal 56 parkeerplaatsen nodig zijn. Dat er voldoende ruimte moet zijn voor parkeren, laden en lossen is geborgd in het toegevoegde artikel 14.3 van de planregels.
Zie reactie gemeente onder punt d.
-
continue aan- en afvoer door vrachtwagens. Dit dient meegenomen te worden in de afweging voor de afsluiting van Waage Naak-Maasboulevard. f) Algemeen verzoekt indiener in bestemmingsplan meer aandacht te schenken aan de invloed van de wijzigingen op omliggende bedrijven, verkeerssituatie en verkeersveiligheid.
2. Zienswijze 2, Vandewall Planologisch Advies a) Cliënten van indiener vinden dat het plan leidt tot een onwenselijke en onveilige verkeerssituatie door de beperking van manoeuvreerruimte voor vrachtverkeer en groot materieel in de Mauritshaven.
Zie reactie gemeente onder punt b en verder.
-
Op verzoek van Cliënten van indiener heeft een toetsing plaatsgevonden om te beoordelen of er voldoende manoeuvreerruimte aanwezig is om met een vrachtauto het achterterrein van Schreurs Wessem te bereiken. Uit de toetsing blijkt dat dit mogelijk is uitgaande van de aangegeven voertuigcombinatie (lengte ca. 19 meter). Zogenaamde LZV combinaties (Lange Zware Vrachtautocombinaties) zijn ter plaatse niet toegestaan. De RDW geeft ontheffingen af voor dergelijke lange voertuigcombinaties samenstelling van een trekkend, eventueel middelste, en een achterste voertuig - op wegen die daarvoor zijn aangewezen. De Maasdijk valt niet onder dit netwerk van aangewezen routes.
Het Toetsingsrapport manoeuvreerruimte is toegevoegd als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing. Op basis van dit toetsingsrapport wordt geconcludeerd dat er voldoende manoeuvreruimte is.
In de praktijk wordt het tegenover gelegen parkeerterrein gebruikt voor eenvoudig manoeuvreren van een vrachtauto naar het achterterrein van Schreurs Wessem. Met het plan komt deze optie te vervallen en is er geen uitwijkmogelijkheid meer aanwezig. Uit de toetsing van de manoeuvreerruimte blijkt dat er voldoende ruimte is. Bij deze beweging kan een chauffeur niet over de linkerschouder kijken wat in de praktijk voor chauffeurs meest wenselijk is. Een alternatief voor chauffeurs is dat zij hun voertuig op de Waage Naak terug uitzetten naar de Maasdijk. En vervolgens kunnen zij achterwaarts het achterterrein van Schreurs Wessem bereiken. Bij
Ook is de Toelichting nader aangevuld. Zie hiervoor deel IV van deze nota.
deze laatste beweging kan een chauffeur over de linker schouder kijken. Gezien het doodlopende karakter (toegang naar Sibelco) is de verkeersomvang op dit deel van de Maasdijk laag. Daarnaast komen op dit deel ook geen of nauwelijks (brom)fietsers. Hierdoor zijn geen verkeersonveilige situaties voorzien bij het in- en uitrijden van vrachtwagens voor de bevoorrading van Schreurs Wessem. In de bestaande situatie dienen vrachtwagens ook altijd de Maasdijk te kruisen met voor- en achterwaartse bewegingen wanneer zij gebruik maken van het parkeerterrein. b) De effecten van het plan op de bezonning en privacy in de bedrijfswoning aan de Maasdijk 1a zijn onvoldoende beschouwd.
Schaduwstudie: De Gemeente heeft aan Bureau Vrolijks Blue Progress de opdracht gegeven om een schaduwstudie uit te voeren. In de schaduwstudie staat de vraag centraal of de nieuwe bebouwing zorgt voor een slagschaduw op de huidige bebouwing/ bedrijfswoning en hoe zich dit verhoudt tot de huidige planologische mogelijkheden.
De schaduwstudie is toegevoegd als bijlage bij de Toelichting . Geconcludeerd is dat de nieuwe bebouwing geen noemenswaardige negatieve gevolgen heeft voor de bestaande bebouwing inclusief gebruik daarvan. Ook is de Toelichting aangevuld.
In het onderzoek wordt geconcludeerd dat bij een hoogte-accent aan de Waterkant (de dorpszijde) gedurende het voorjaar (meetmoment 21 maart), bij een volledige dag zon, gedurende enkele ochtenduren tot maximaal ca. 09.30 uur sprake kan zijn van schaduwwerking op de raampartij van de bedrijfswoning en een deel van het dakterras. Tijdens de overige uren is er geen sprake van slagschaduw op de betreffende gevelpartij. Tijdens de zomerperiode (meetmoment 21 juni) zal er tijdens alle tijdstippen geen sprake zijn van slagschaduw. In het najaar (21 september) is gebleken dat bij een volledige dag zon beperkt sprake is van slagschaduw op het betreffende pand tijdens enkele ochtenduren. Daarbij kan bij een volledige dag zon enkele uren tot maximaal 10.00 uur sprake kan zijn van schaduwwerking op de raampartij van de winkel.
Zie voor beide onderdelen deel IV van deze nota. Geconcludeerd wordt dat voldoende rekening is gehouden met het onderdeel bezonning en privacy voor de bedrijfswoning.
Voor de periode in de winter (21 december) is gebleken dat bij een volledige dag zon in de ochtend sprake is van schaduw op het betreffende pand (woning, winkel en dakterras). In de vroege ochtend is er nog geen zon of schaduw, in de late ochtend is er schaduw op de ramen van de woning en het dakterras. In de middag is er geen sprake meer van schaduw op de woning, winkel en dakterras. Bovenstaande is vergeleken met de huidige planologische mogelijkheden. Dit laat zien dat er in de voorjaarsperiode en najaarsperiode in de vroege ochtenduren een verhoging in schaduwwerking zal zijn op het betreffende pand. In de winterperiode zal er bij zonnig weer rond het middaguur meer schaduwwerking naar het pand aan de overzijde zijn. Hoewel er in de nieuwe planologische situatie in bepaalde situaties meer slagschaduw zal zijn, blijkt dat de nieuwe bebouwing geen noemenswaardige negatieve gevolgen heeft voor de bestaande bebouwing. Privacy: Uit verschillende uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State is gebleken dat de bouwhoogte en de afstand van nieuwe bebouwing tot bestaande woningen belangrijke factoren zijn bij de beoordeling van privacy-implicaties. De afstand tussen de bedrijfswoning en bouwvlak bedraagt ongeveer 30 meter. Afstanden op bedrijventerreinen zijn vaak beperkt en een afstand van 30 meter is erg ruim.
Bij het gebruik van een bedrijfswoning zijn er specifieke privacyimplicaties, die anders zijn dan bij een reguliere burgerwoning. De Raad van State heeft geoordeeld dat de waardegevoeligheid van een bedrijfswoning voor aspecten, zoals uitzicht en privacy, minder groot is dan bij een burgerwoning. Dit komt omdat bij een bedrijfswoning het woongenot ondergeschikt is aan de bedrijfsfunctie, waartoe het pand behoort. Het feit dat zowel de bedrijfswoning als de bedrijfsbebouwing zich op een bedrijventerrein bevinden, toont aan dat de omgeving primair is bedoeld voor zakelijke activiteiten.
Dit betekent echter niet dat privacy geheel onbelangrijk is, maar het speelt een minder prominente rol in de waardebepaling en de ruimtelijke ordening. Aangezien een afstand van ongeveer 30 meter wordt aangehouden op een bedrijventerrein waar veelal weinig ruimte is en activiteiten plaatsvinden in reguliere werktijden, wordt geconcludeerd dat er voldoende rekening wordt gehouden met het aspect privacy. Ook staat in de Omgevingsvisie Maasgouw beschreven dat met name de Nautische boulevard in Wessem is bedoeld om dergelijke bedrijven in de nautische sector te faciliteren. Het streven is erop gericht dit gebied verder te ontwikkelen als aantrekkelijk watersportverblijfsgebied gebundeld met de nautische servicesector om zo voor de watersporters een one-stop-shop te creëren voor de regionale markt. Deze bedrijfsactiviteiten vinden tevens plaatst in reguliere werktijden. Hiermee kan voor een bedrijfswoning nog steeds een goed woon en leefklimaat gegarandeerd worden. c) Het bestaand en voortdurend gebruik is onvoldoende geborgd in de regels bij het ontwerpbestemmingsplan, waardoor Boot Centrum Wessem onevenredig wordt beperkt in de bedrijfsvoering.
Indiener van cliënten beschrijft dat het bedrijf wordt beperkt in de bedrijfsactiviteiten op perceel kadastraal bekend als gemeente Wessem, Sectie C, nummer 586. Perceel 586 is in eigendom van cliënten van indiener. Dit staat niet zo beschreven in de onderbouwing. De onderbouwing zal hier nader op worden aangevuld.
Toelichting is aangepast met aangeleverde aanvulling van Vandewall Planologisch Advies.
Artikel 4.1 onder b is overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan Land van Thorn (Vastgesteld op 22 mei 2014).
De planregels zijn op dit onderwerp niet aangepast.
“uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water werkstrook', een werkstrook, waarbij het bepaalde in artikel 3 in acht dient te worden genomen en waarbij tevens geldt dat de uitoefening van de bedrijfsactiviteiten onlosmakelijk verbonden dient te zijn met de vestiging cq. uitoefening van bedrijven als toegelaten op de aangrenzende bestemming 'Bedrijventerrein' en waarbij eveneens geldt dat het functioneren van het scheepvaartverkeer te allen tijde gewaarborgd dient te zijn;’’
Zie hiervoor deel IV van deze nota.
Indiener van cliënten beschrijft in de zienswijze dat met bovenstaande regeling het perceel niet in gebruik genomen mag worden ten behoeve van de bedrijfsvoering van Boot center Wessem te Maasdijk 3. De regels in het bestemmingsplan moeten niet aangepast worden. Perceel 586 is bestemd voor nautische bedrijfsactiviteiten (enkelbestemming bedrijventerrein) en gelegen langs de werkstrook. Daarmee mag het perceel en de werkstrook in gebruik worden genomen voor nautische activiteiten door Boot Centrum Wessem. d) De bouwregels van artikel 4 van het ontwerpbestemmingsplan zijn onvolledig, dan wel in strijd met een goede ruimtelijke ordening. In artikel 4.2 van het ontwerpbestemmingsplan wordt onder andere het aanleggen van aanlegsteigers toegestaan. Er is echter niks opgenomen over minimale afstanden of aantal aanlegsteigers.
De regels, zoals nu opgenomen in het bestemmingplan, zorgen niet voor een onveilige situatie op het water. In artikel 4.1 onder b staat namelijk opgenomen dat ‘het functioneren van het scheepvaartverkeer te allen tijde gewaarborgd dient te zijn’ ook binnen de werkstrook waar aanlegsteigers gebouwd kunnen worden.
Ook wordt aangegeven dat het maximaal toegestane oppervlakte voor bouwwerken niet concreet is bepaald.
Ook vindt er geen beperking plaats in de bedrijfsactiviteiten voor de cliënten van indiener. De werkstrook, die van cliënten van indiener is, kan op eigen manier ingedeeld worden, mits het voldoet aan de regels uit het bestemmingsplan.
De planregels zijn in artikel 4.2.1 aangepast. Zie hiervoor deel IV van deze nota.
Het opnemen van afstanden tussen aanlegsteigers of aantallen aanlegsteigers is niet wenselijk aangezien nog niet duidelijk is hoe de aanlegsteigers geplaatst zullen worden binnen de werkstrook. Dit kan net zo goed plaatsvinden in een U-profiel in plaats van langwerpige stijgers. Er dient in ieder geval altijd gewaarborgd te worden dat het functioneren van het scheepsvaartverkeer gewaarborgd blijft.
In artikel 4.2.1 is in het ontwerpbestemmingsplan het oppervlakte nog met xx aangeduid. Dit is nu aangepast in artikel 4.2.1 naar 170m2 per boothuis. e) De Toelichting komt niet overeen met de toegestane bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in Bijlage 1 bij de Regels ‘Staat van watersport gebonden bedrijven’, namelijk
In de Toelichting wordt verwezen naar milieucategorie 4.1, terwijl in de staat van bedrijfsactiviteiten wordt verwezen naar maximaal milieucategorie 3.2. Om verwarring te voorkomen wordt ofwel verwezen naar ‘maximaal milieucategorie 3.2’ of de ‘Staat van bedrijfsactiviteiten’. Hiermee is hetgeen in de regels is opgenomen,
De Toelichting is aangepast zodat er enkel nog sprake is van maximaal milieucategorie 3.2 en wordt verwezen naar de Staat van bedrijfsactiviteiten. Zie hiervoor deel IV van deze nota.
cat 4.1 (Toelichting) en max. cat. 3.2 (Staat van bedrijfsactiviteiten).
verduidelijkt, namelijk dat alleen nautische bedrijven tot maximaal milieucategorie 3.2 zich hier kunnen vestigen.
f) De gevolgen van het plan voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden zijn onvoldoende inzichtelijk gemaakt door het ontbreken van een stikstofdepositieberekening.
Een Aeriusberekening middels laatste rekenmodulen heeft plaatsgevonden. Deze Aeriusbereking toont aan dat het plan geen negatieve gevolgen kent voor de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000 gebieden.
Het rapport is toegevoegd als bijlage bij de toelichting.
g) Indiener is onvoldoende geïnformeerd en betrokken bij de voorbereiding van het ontwerpbestemmingsplan.
De bestemmingsplanprocedure is correct gevolgd. De bij het bestemmingsplan behorende toelichting en onderzoeken motiveren de wenselijkheid. Daarnaast heeft in de voorbereiding van het op te stellen bestemmingsplan overleg met indiener van de zienswijze plaatsgevonden.
-
3. Zienswijze 3, Stichting Leef Dörpke a) Indiener organiseert jaarlijks op voorliggende locatie in het ontwerpbestemmingsplan een festival. Dit plan zou een einde van deze evenementenlocatie betekenen. Indiener zet zich in voor behoud van deze evenementenlocatie, dan wel dat de gemeente gelijkwaardige alternatieven aanbiedt in Wessem. b) Daarnaast is indiener bezorgd wat het plan betekent
De betreffende locatie heeft de enkelbestemming 'Bedrijventerrein' en is eigendom van de gemeente Maasgouw. Op deze gronden was en is het nog steeds niet toegestaan om zonder een omgevingsvergunning een evenement te organiseren. Dit komt omdat de bedrijfsbestemming hier niet voor is bedoeld en er bovendien geen sprake is van een evenementenlocatie.
In de Omgevingsvisie, die is vastgesteld door de gemeenteraad, staat beschreven dat Wessem het centrum van bedrijvigheid rond de
Zie hiervoor deel IV van deze nota.
voor de leefbaarheid van Wessem i.v.m. de ongewenste concurrentie en belasting van bestaande lokale bedrijven en horecagelegenheden.
c) Als bijlage heeft indiener een lijst van een kleine 30-tal reacties (zonder handtekeningen) bijgevoegd. Strekking van deze reacties is dat men het niet eens is met het verdwijnen van deze locatie als evenementenlocatie.
watersport is. De Maasplassen bieden kansen voor economische ontwikkeling van de watersport zelf en de toeleverende bedrijven. Met name de Nautische boulevard in Wessem is bedoeld om dergelijke bedrijven te faciliteren. Het streven is erop gericht dit gebied verder te ontwikkelen als aantrekkelijk watersport-verblijfsgebied gebundeld met de nautische servicesector om zo voor de watersporters een onestop-shop te creëren voor de regionale markt. In de Toelichting is getoetst en beoordeeld wat de effecten zijn van dit plan op een goed woon- en leefklimaat. Om dit te beoordelen zijn ook meerdere onderzoeken uitgevoerd. Geconcludeerd wordt dat het plan geen negatieve effecten heeft op de leefbaarheid in de omgeving. Ook is de horeca op de nautische boulevard ondergeschikt van aard en zal deze niet leiden tot ongewenste concurrentie. Zie reactie gemeente onder a).
-
IV wijzigingen naar aanleiding van ingediende zienswijzen Toelichting Hoofdstuk 1.1 Aanleiding 1.1 Aanleiding
1.3 Vigerend bestemmingsplan 2.1 Bestaande situatie 2.3 Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten
Was Hierbij zullen er alleen nog nautisch/pleziervaart en nautisch gerelateerde bedrijven gevestigd kunnen worden tot maximaal milieucategorie 4.1 Voor de locatie gelegen tussen de Maasdijk, de Maas en de Waage Naak is een nieuwe ontwikkeling voorzien. Het plangebied bestaat momenteel grotendeels uit parkeerplaatsen, een bedrijf (Soft Carwash Schreurs) en verhard terrein. De percelen zijn eigendom van de gemeente Maasgouw. De lijst van bedrijfsactiviteiten dient zodanig te worden beperkt, dat er alleen nog pleziervaart en nautisch gerelateerde bedrijven gevestigd kunnen worden. tot maximaal milieucategorie 4.1. Ten westen grenst het plangebied bijvoorbeeld aan het bedrijf Sibelco Filcom B.V. welke is gericht op grindoverslag. Toegevoegd
Is Hierbij zullen er alleen nog nautisch/pleziervaart en nautisch gerelateerde bedrijven gevestigd kunnen worden tot maximaal milieucategorie 3.2 Voor de locatie gelegen tussen de Maasdijk, de Maas en de Waage Naak is een nieuwe ontwikkeling voorzien. Het plangebied bestaat momenteel grotendeels uit parkeerplaatsen, een bedrijf (Soft Carwash Schreurs) en verhard terrein. De percelen zijn eigendom van de gemeente Maasgouw. Perceel 586 is in eigendom van Boot Center Wessem. Verwijderd
Ten westen grenst het plangebied bijvoorbeeld aan het bedrijf Sibelco Filcom B.V.. Bij Sibelco word zand aangevoerd, met name per as, wat vervolgens wordt gedroogd, gemalen en geclassificeerd. De eindproducten gaan per as naar de klanten. SCHADUWSTUDIE Er is een schaduwstudie uitgevoerd. In de studie is aangesloten bij het beeldkwaliteitsplan en de visuele uitwerking van het ontwerp. De maximale bouwhoogte is 14 meter met een maximale goothoogte van 9 meter. Gezien afwijkingsmogelijkheid van 10% die is opgenomen in het bestemmingsplan is direct rekening gehouden met 110% van deze hoogten. Tevens is er aan de dorpszijde sprake van een hoogteaccent met een maximale bouwhoogte van 17 meter. Om te onderzoeken wat het effect is van het hoogte-accent aan de dorpszijde en de bijbehorende schaduwwerking is er zowel een schaduwonderzoek gedaan naar een variant met hoogte-accent aan de zijde Maasdijk en een variant met hoogte-accent aan de zijde Waterkant. In het bestemmingsplan wordt alleen het Suggestie van indeling in verschillende ruimtes en hoogtes (uit voornoemd beeldkwaliteitsplan)
Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem 16 hoogte-accent aan de zijde Waterkant juridisch mogelijk gemaakt. Om het schaduweffect over de gehele dag te monitoren is er gekozen voor een drietal representatieve meetmomenten om 09.00 uur, 12.00 uur en 15.00 uur. In het voorjaar is bij een volledige dag zon beperkt sprake van slagschaduw op het betreffende pand tijdens enkele ochtenduren. Daarbij kan bij een volledige dag zon enkele uren tot maximaal 10.00 uur sprake kan zijn van schaduwwerking op de raampartij van de winkel. Dit duurt naar schatting tot maximaal 10.00 uur. In de zomer is er geen sprake van slagschaduw op de betreffende gevelpartij. In het najaar is er bij een volledige dag zon beperkt sprake van slagschaduw op het betreffende pand tijdens enkele ochtenduren. Daarbij kan bij een volledige dag zon enkele uren tot maximaal 10.00 uur sprake zijn van schaduwwerking op de raampartij van de winkel. Dit duurt naar schatting tot maximaal 10.00 uur. In de winter is bij een volledige dag zon in de ochtend sprake van schaduw op het betreffende pand (woning, winkel en dakterras). In de vroege ochtend is er nog geen zon of schaduw, in de late ochtend is er schaduw op de ramen van de woning en het dakterras. In de middag is er geen sprake meer van schaduw op de woning, winkel en dakterras. 4.1.4 Milieuzonering
De lijst aan toegestane bedrijfsactiviteiten zal namelijk reiken tot een milieucategorie 4.1.
De lijst aan toegestane bedrijfsactiviteiten zal namelijk reiken tot een milieucategorie 3.2.
Voor activiteiten van milieucategorie 4.1 wordt een richtafstand van 200 meter geadviseerd.
Voor activiteiten van milieucategorie 3.2 wordt een richtafstand van 200 meter geadviseerd.
Binnen de bestemming Bedrijventerrein is maximaal milieucategorie 4.1 toegestaan
Binnen de bestemming Bedrijventerrein is maximaal milieucategorie 3.2 toegestaan
In lijn met de planologisch maximaal mogelijke situatie van de het bedrijventerrein, milieucategorie 4.1 mogelijk. Binnen de kaders van het akoestisch onderzoek is milieucategorie 4.1 toegekend aan de gehele bestemming
In lijn met de planologisch maximaal mogelijke situatie van het bedrijventerrein is milieucategorie 3.2 mogelijk. Binnen de kaders van het akoestisch onderzoek is milieucategorie 3.2 toegekend aan de gehele bestemming.
4.6 Verkeer en parkeren
Bijlagen bij de toelichting 1. 2. 3. 4.
Aerius-berekening stikstofdepositie (bijlage 6); Nieuwe versie Verkeersonderzoek (bijlage 8); Schaduwstudie (bijlage 11); Toetsing manoeuvreerruimte (bijlage 12).
Planregels Hoofdstuk 4.2.1 14.3 Regeling omtrent parkeren en laden en lossen
14.3 Regeling omtrent parkeren en laden en lossen
Was oppervlakte maximaal XX m²; (artikel toegevoegd)
(Artikel toegevoegd)
Is een maximale oppervlakte van 170 m2 per boothuis; 14.3.1 Parkeren Indien de omvang of de bestemming van een gebouw, dan wel bestemmingsvlak, daartoe aanleiding geeft, kan de gemeente met een omgevingsvergunning afwijken, waarbij de gemeente toetst aan het op het moment van het verlenen van een omgevingsvergunning geldende gemeentelijke parkeerbeleid (zijnde thans “Parkeernormen en parkeerbijdrageregeling gemeente Maasgouw”). a. er moet ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort; b. de beschikbare ruimte mag niet overbemeten zijn, gelet op het gebruik of bewoning van het gebouw, dan wel bestemmingsvlak; c. er moet rekening worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per openbaar vervoer; d. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving. 14.3.2 Laden en lossen Indien de omvang of de bestemming van een gebouw, dan wel bestemmingsvlak, daartoe aanleiding geeft, kan de gemeente met een omgevingsvergunning afwijken, waarbij de gemeente toetst aan het op het moment van het verlenen van een omgevingsvergunning geldende gemeentelijke beleid omtrent laden en lossen:
14.3 Regeling omtrent parkeren en laden en lossen
(Artikel toegevoegd)
a. er moet ten behoeve van laden en lossen in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort; b. de beschikbare ruimte mag niet overbemeten zijn, gelet op het gebruik of bewoning van het gebouw, dan wel bestemmingsvlak; c. er moet rekening worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid van bezorgers/vrachtwagens in verband met de bevoorrading; d. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving. 14.3.3 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in leden 14.3.1 en 14.3.2: a. indien het voldoen aan die regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien
V Ambtshalve aanpassingen Ruimtelijke onderbouwing Hoofdstuk 1.3 Vigerend bestemmingsplan
2.2 Toekomstige ontwikkeling
Was Binnen dit gedeelte van het plangebied kunnen drijvende steigers worden geplaatst. De steigers reiken tot maximaal 50 meter in het water, gerekend vanaf de kaderand. De steigers worden drijvend en van duurzame materialen samengesteld. Aan de steigers is mogelijk ruimte voor drijvende bouwwerken of constructies om ‘binnen’ te werken aan drijvende boten. Deze zullen ten dienste van de toekomstige bedrijvigheid worden gerealiseerd. Daarmee is dit gedeelte van het initiatief niet strijdig met het vigerend bestemmingsplan.
Is Verwijderd
Het huidige carwash bedrijf zal worden gesloopt en de verharding zal op grote delen van het terrein worden verwijderd. Met onderhavig initiatief zijn twee gebouwen beoogd voor nautische en watersportgerelateerde bedrijvigheid en daaraan ondergeschikte kantoren, detailhandel en horeca. Uit een marktconsultatie1 blijkt er behoefte te zijn aan zowel recreatieve als aan bedrijfsmatige functies. De meest relevante uitgangspunten worden hierna kort verwoord.
Het huidige carwash bedrijf zal worden gesloopt en de verharding zal op grote delen van het terrein worden verwijderd. Met onderhavig initiatief zijn twee gebouwen beoogd voor nautische en watersportgerelateerde bedrijvigheid en daaraan ondergeschikte kantoren, detailhandel en horeca. Daarnaast kunnen drijvende steigers worden gerealiseerd die reiken tot maximaal 50 meer in het water. Aan de steigers is mogelijk ruimte voor drijvende bouwwerken of constructies om ‘binnen’ te werken aan drijvende boten. Uit een marktconsultatie1 blijkt er behoefte te zijn aan zowel recreatieve als aan bedrijfsmatige functies. De meest relevante uitgangspunten worden hierna kort verwoord.
Deze passage is verwijderd, omdat deze beter tot zijn recht komt in hoofdstuk 2.3.
Deze aanvulling is toegevoegd omdat het een vollediger beeld geeft van de ontwikkeling. 2.2 Toekomstige ontwikkeling
Het karakter van de schakelplek tussen nieuwe ontwikkeling en Maasboulevard, en daarmee tussen dorp en Nautische Boulevard, wordt gezien als een soort van verhoogd plein als einde van de Maasboulevard met uitzicht over de Maas en bijvoorbeeld een horeca en terrasfunctie.
Verwijderd Dit is verwijderd omdat er geen sprake is van zelfstandige horeca en terras.
2.3 Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten
Naast een landprogramma wordt er ruimte geboden aan een waterprogramma. Hiervoor kunnen maximaal drijvende steigers worden geplaatst.
Naast een landprogramma wordt er ruimte geboden aan een waterprogramma. Hiervoor kunnen drijvende steigers worden geplaatst. Het woord ‘Maximaal’ is verwijderd omdat dit geen toevoeging betreft voor het geheel.
2.3 Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten
De maximale bouwhoogte van de drijvende objecten is 5 meter nokhoogte
De maximale bouwhoogte van de drijvende objecten is 8 meter nokhoogte Dit is aangepast omdat 5 meter niet voldoende is voor boothuizen. Er is daarom aangesloten bij het bestemmingsplan Schippersdock Wessem waar 8 meter is toegestaan.
4.1.5 Externe veiligheid
Hoogwater is een risico voor het plangebied en dan met name met betrekking tot de permanente boten. Voor steigers, drijvende bouwwerken, constructies of boten moet een vergunning aangevraagd worden bij Rijkswaterstaat. Voor drijvende bouwwerken, constructies of boten zal eerst een watervergunning aangevraagd moeten worden bij Rijkswaterstaat voordat zijn binnen het plangebied toegestaan zijn.
Hoogwater is een risico voor het plangebied en dan met name met betrekking tot de permanente boten. Voor steigers, drijvende bouwwerken, constructies of boten moet een vergunning aangevraagd worden bij Rijkswaterstaat. Voor drijvende bouwwerken, constructies of boten zal eerst een watervergunning aangevraagd moeten worden bij Rijkswaterstaat voordat zijn binnen het plangebied toegestaan zijn. Wanneer een gebouw wordt gerealiseerd binnen het profiel van vrije ruimte van de waterkering zal een watervergunning aangevraagd moeten worden. Deze aanvulling is toegevoegd om een vollediger beeld te geven van wat wel en niet mogelijk is bij de ontwikkeling.
6.1
Op 1 juli 2008 zijn samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepalingen omtrent de grondexploitatie in werking getreden. In afdeling 6.4 van de Wro is bepaald dat de gemeente verplicht is bij het vaststellen van een planologische maatregel die mogelijkheden schept voor een bouwplan zoals bepaald in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Dit betekent dat er voor de
Op 1 juli 2008 zijn samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepalingen omtrent de grondexploitatie in werking getreden. In afdeling 6.4 van de Wro is bepaald dat de gemeente verplicht is bij het vaststellen van een planologische maatregel die mogelijkheden schept voor een bouwplan zoals bepaald in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Dit betekent dat er voor de gemeente een verplichting bestaat om de kosten, die gepaard
gemeente een verplichting bestaat om de kosten, die gepaard gaan met een bouwplan, te verhalen op de initiatiefnemer middels een exploitatieplan of anterieure overeenkomst. Indien het de beoogde ontwikkeling geen bouwplan is in de zin van artikel 6.2.1 van het Bro dan hoeven de kosten niet te worden verhaald. Uitgangspunt voor de beoogde ontwikkeling is dat deze voor de gemeente budgetneutraal plaatsvindt. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de gemeenteraad verplicht om, als sprake is van een bouwplan, de gemeentelijke kosten te verhalen. Dit bestemmingsplan voorziet in een nieuw bouwplan. De gronden in het plangebied zijn in eigendom van de gemeente. De ontwikkeling zal door een nader te selecteren initiatiefnemer worden uitgevoerd. Van een overeenkomst tussen gemeente en toekomstige initiatiefnemer is momenteel nog geen sprake. De kosten voor de ruimtelijke procedure komen voor rekening van de gemeente en maken onderdeel uit van de gemeentelijke businesscase. Naast de geraamde uitgaven in de businesscase maakt gemeente additionele kosten voor de planologische wijziging. Deze worden gedekt uit de reserve 'kansenkaart Herstructurering'. Het plan in hiermee economisch uitvoerbaar. De planschaderisico's worden door middel van een planschaderisicoanalyse in beeld gebracht. Deze kosten worden verdisconteerd bij de verkoop van de gronden.
gaan met een bouwplan, te verhalen op de initiatiefnemer middels een exploitatieplan of anterieure overeenkomst. Indien het de beoogde ontwikkeling geen bouwplan is in de zin van artikel 6.2.1 van het Bro dan hoeven de kosten niet te worden verhaald. Uitgangspunt voor de beoogde ontwikkeling is dat deze voor de gemeente budgetneutraal plaatsvindt. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de gemeenteraad verplicht om, als sprake is van een bouwplan, de gemeentelijke kosten te verhalen. Dit bestemmingsplan voorziet in een nieuw bouwplan. De gronden in het plangebied zijn in eigendom van de gemeente. De ontwikkeling zal door een nader te selecteren initiatiefnemer worden uitgevoerd. Van een overeenkomst tussen gemeente en toekomstige initiatiefnemer is momenteel nog geen sprake. De kosten voor de ruimtelijke procedure komen voor rekening van de gemeente en maken onderdeel uit van de gemeentelijke businesscase. De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan en de bijbehorende onderzoeken zijn volledig gedekt via de beschikbare middelen uit de GREX. Dit dekt onder meer de planologische, technische en milieutechnische onderzoeken die nodig zijn om het plan op te stellen.
Daarnaast zijn de kosten voor het bouwrijp maken van het terrein – inclusief de sanering van een geconstateerde bariumverontreiniging en het verleggen van bestaande nutsvoorzieningen – eveneens gedekt vanuit de GREX. De realisatiekosten van de toekomstige ontwikkeling worden verdisconteerd in de verwachte grondopbrengst van het voorterrein. De economische haalbaarheid op dit vlak is onderbouwd. Tijdens recente marktconsultaties is aantoonbare interesse getoond door potentiële kopers en ontwikkelaars. Dit geeft aan dat er een reële vraag is naar de ontwikkeling van dit terrein. De planschaderisico's worden door middel van een planschaderisicoanalyse in beeld gebracht. Deze kosten worden verdisconteerd bij de verkoop van de gronden.
7.4 Zienswijzenprocedure/ resultaten terinzagelegging
(Tekst toegevoegd)
Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn 3 zienswijzen ingediend. In de bijlage in de Nota ter beantwoording zienswijzen zijn deze opgenomen.
Bijlagen bij de toelichting 1. Nieuwe versie Akoestisch onderzoek industrielawaai (Bijlage 4); 2. Vooroverleg (bijlage 10); 3. Nota ter beantwoording van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen (bijlage 13).
Planregels Hoofdstuk 1.47 Peil
Was (verplaatsing artikel)
Is Dit artikel is verplaatst naar hoofdstuk 2 wijze van meten artikel 2.8
3.1 Bestemmingsomschrijving
d. Ondergeschikte horeca tot maximaal 500m2
d. Ondergeschikte horeca tot maximaal 50m2 Deze aanpassing is doorgevoerd, omdat 50m2 ruim voldoende is voor ondergeschikte horeca.
3.1 Bestemmingsomschrijving
(toevoegingen)
e. het stallen van pleziervaartuigen binnen in bedrijfsbebouwing; f. een jachthaven; g. het houden van aan watersport gerelateerde cursussen en trainingen, tot een maximaal bedrijfsvloeroppervlak van 50 m2; h. terrassen ten behoeve van de onder 3.1 sub d genoemde horecaactiviteiten, conform categorie 1 van de staat van horecaactiviteiten zoals mede omschreven onder artikel 1.36, welke ondergeschikt zijn aan de bedrijfsvoering tot een maximale oppervlakte van 50 m2; Deze aanpassing is doorgevoerd, omdat het zodoende beter duidelijk is waar de gronden bestemd voor zijn.
3.2 Bouwregels
de maximale bouw- en goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouw- en goothoogte (m)' is aangegeven, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding hoogte-accent' een hoogteaccent is toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. de bouwhoogte is maximaal 3 meter boven de toegestane maximale bouwhoogte; 2. het hoogte-accent beslaat maximaal 30% van de gevelbreedte; 3. de maximale diepte van het hoogte-accent bedraagt 10 meter, gemeten vanuit de naar de Waage Naak gerichte gevel; voor zover de bestaande gebouwen niet voldoen aan het bepaalde onder c., is in afwijking hiervan de bestaande bouwhoogte van gebouwen toegestaan;
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage van het bouwperceel mag niet meer dan 65% bedragen; c. platte daken op bedrijfsgebouwen zijn niet toegestaan. Deze aanpassing is doorgevoerd omdat de specifieke aanduidingen ook zijn vertaald op de verbeelding.
(Artikelen verwijderd) 3.4 Afwijken van de bouwregels
3.4.1 Dakopbouw Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bedrijfsvoering ruimtelijke kwaliteit kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 3.2.1 sub c. voor het overschrijden van de maximale bouwhoogte met maximaal 3 meter ten behoeve van de realisatie van een dakopbouw. Voorgaande regeling is niet van toepassing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogte-accent'. 3.4.2 Ombouwen bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot bedrijfsgebouw Met een omgevingsvergunning kunnen, door middel van het aanbrengen van dichte wanden, bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot bedrijfsgebouw worden omgebouwd en kan afgeweken worden van het bepaalde in artikel 3.2.1 sub b teneinde een hogere bouwhoogte voor tot bedrijfsgebouw omgebouwde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toe te staan, onder de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 30 meter; b. de ombouw heeft
Dit artikel is verwijderd om te voorkomen dat hoger gebouwd kan worden dan hetgeen momenteel is aangegeven op de verbeelding. Indien noodzakelijk kan gebruik gemaakt worden van de 10% regeling.
als doel de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving te verbeteren. 4.4/ 3.5 Specifieke gebruiksregels
(Toevoegen lid)
3.4.1 Strijdig gebruik i. Nachtverblijf; j. niet nautisch gerelateerde detailhandel; Deze twee strijdigheden zijn toegevoegd om duidelijk te maken wat wel of juist niet is toegestaan.
4.1 Bestemmingsomschrijving
(Toevoegen lid)
4.1 Bestemmingsomschrijving c. het stallen van pleziervaartuigen; d. een jachthaven k. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - schiphuis', boothuizen. Deze beschrijvingen zijn toegevoegd om duidelijk te maken wat is toegestaan bij de bestemming.
4.2 Bouwregels
4.2 bouwregels
op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen in de vorm van botenhuizen op een drijvende constructie ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - werkstrook', waarvoor de volgende bepalingen gelden: bouwhoogte maximaal 5 meter; oppervlakte maximaal XX m²; botenhuizen mogen uitsluitend worden gebouwd aansluitend op een aanlegsteiger zoals bedoeld onder b.;
b. op of in deze gronden mogen aanlegsteigers met een maximale lengte diepte van 50 meter per aanlegsteiger worden gebouwd;
a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen in de vorm van botenhuizen op een drijvende constructie ter plaatse van de aanduiding aanduiding 'specifieke vorm van water - schiphuis' waarvoor de volgende bepalingen gelden: 1. bouwhoogte maximaal 8 meter; 2. er dient twee meter afstand te worden aangehouden tussen de boothuizen; 3. een maximale oppervlakte van 170 m2 per boothuis; 4. botenhuizen mogen uitsluitend worden gebouwd aansluitend op een aanlegsteiger zoals bedoeld onder b.; Deze regels zijn herschreven, omdat nu duidelijke regels staat opgenomen over waar een boothuis aan moet voldoen. b. op of in deze gronden mogen aanlegsteigers worden gebouwd, op of in de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van water werkstrook';
De 50 meter is verwijderd, omdat de verbeelding duidelijk maakt waar aanlegsteigers geplaatst mogen worden. 4.3 Specifieke gebruiksregels
(toevoegen lid)
Strijdig gebruik e. nachtverblijf, behoudens een nachtverblijf van maximaal 3 dagen ten behoeve van de activiteiten in de boothuizen; f. het totaal aantal ligplaatsen voor pleziervaartuigen ter plaatse van de functieaanduidingen 'specifieke vorm van water - werkstrook' mag niet meer bedragen dan 99. Deze beschrijvingen zijn toegevoegd om duidelijk te maken wat wel en niet is toegestaan bij de bestemming.
4.3 Specifieke gebruiksregels
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water werkstrook', voor bedrijfswoningen, kantoren.
(Verwijderd) Dit lid is verwijderd omdat deze regeling tekstueel niet klopt.
11.1 Algemene afwijkingsregels
(toevoegen lid)
b. de in lid 11.1 onder a genoemde afwijkingsmogelijkheid is niet van toepassing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogte-accent'. Deze regeling is toegevoegd omdat het stedenbouwkundig niet wenselijk is dat het hoogte accent wordt overschreden.
14.5 Strafbepaling
(Toevoegen artikel)
14.5 Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in artikel 9 van deze regels is een economisch delict in de zin van artikel 1a, sub 2°, van de Wet op de economische delicten en als zodanig strafbaar op grond van deze wet. Dit artikel is toegevoegd omdat zodoende duidelijk wordt wat de consequenties zijn bij het begaan van een overtreding.
Verbeelding Ontwerp:
Vastgesteld:
Aanpassingen: 1. 2. 3. 4.
In de vastgestelde versie is het hoogte accent alleen gevestigd aan de waterzijde; In de vastgestelde versie is ook een minimum bouwhoogte van minimaal 9 meter opgenomen; De scheidingslijn tussen 12 en 14 meter is verschoven om in overeenstemming te brengen met het schetsplan; In de vastgestelde versie is de functieaanduiding specifieke vorm van water – Schiphuis opgenomen.
Bijlage 1: Zienswijze 1, Filcom B.V., Maasdijk 5 Wessem, ingekomen op 31-1-2024;
Bijlage 2 Zienswijze 2, Vandewall Planologisch Advies, Boschstraat 21a Maastricht, namens Clienten, ingekomen op 6-2-2024;
Bijlage 3 Zienswijze 3, Stichting Leef Dörpke, Haegstraat 17 Wessem, ingekomen op 31-1-2024